Inleiding

In deze inleiding informatie over vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH) die allemaal een bijdrage leveren aan het maken van orde.

Lees meer over de bijdrage van Gert Biesta aan Vriendelijk orde houden.

“Bij een geweldloze benadering zoeken ouders en kinderen naar wat ze gemeen hebben en naar redenen om elkaar te helpen en te steunen. De ouders accepteren dat de tekortkomingen van de kinderen waarschijnlijk voortkomen uit de tekortkomingen van de ouders zelf.” Arun Ghandi (2017)

Orde Maken

VOH stelt je in staat om met één van de vijf invalshoeken iets te verbeteren aan je huidige manier van lesgeven.  Met elk van de vijf invalshoeken is winst te boeken, hoe meer invalshoeken je combineert, hoe sterker het effect. Na de cursus, na het lezen van ons boek of met de website, kies je een invalshoek en daarmee ga je aan de slag. Orde maken vraagt samen met je leerlingen tijd, geduld en oefening voordat het effect van de verandering merkbaar is. Kies daarom per periode één van de onderstaande invalshoeken om mee aan de slag te gaan. Ga ervan uit dat je altijd nieuwe aspecten aandacht kunt geven. Zo blijf onderwijs een avontuur en voorkom je dat je jezelf (en de eventuele fouten) blijft herhalen.

Poster Vriendelijk orde houden in de klas

De leesrichting van de onderstaande poster is van onder naar boven. Vanaf de basis maak je orde en bouw je jouw onderwijs op. Om het onderwijsproces te begeleiden is het nodig zorgvuldig de lichaamstaal en het taalgebruik van leerlingen te observeren.  Zie je dat ze zich inzetten voor de les. Dan geef je ze een compliment.

Als je ziet dat een leerling de les verstoort stuur je deze eerst aan.  De leerlingen die je hebt aangestuurd zetten zich daarna ook in voor de les (via de dikke lijn van ‘Aansturen in twee stappen’ naar ‘Orde maken’).

Een enkele leerling stuur je bij. Na het bijsturen zet ook deze leerling zich in voor de les (via de dunne lijn van ‘Bijsturen in twee stappen’ naar ‘Orde maken’).

Ook bij de vier stappen waarmee je aanstuurt en bijstuurt is de oriëntatie van onder naar boven. Onderaan de kleurige ladder staat ‘Begin van de les’ en bovenaan ‘Einde van de les’. De pijl rechts van de ladder geeft de oriëntatie aan. Net als Teitler gebruikt VOH het beeld van een ladder. Bij het bestijgen van een ladder begin je onderaan (begin van de les). De ladder van VOH noemen wij Handelingsladder i.p.v. ‘Escalatieladder’. Afhankelijk van hoe goed de les verloopt, is het niet of nauwelijks nodig de ladder te gebruikten.

Post Vriendelijk Orden Houden in de Klas

Reacties van cursisten

Lees de testimonials

Inhoud

  1. Orde maken binnen de context van jouw school
    1.1 Ongestoord lesgeven
    1.2 Oplossen van verstoringen: boos of vriendelijk?
  2. Hoe start je met Vriendelijk orde houden?
    2.1 Starten met invalshoek Vriendelijk
    2.2 Starten met invalshoek Duidelijk
    2.3 Starten met invalshoek Lesinhoud
    2.4 Starten met invalshoek Observeren
    2.5 Starten met invalshoek Aansturen en bijsturen
  3. Lichaamstaal past bij twee invalshoeken
  4. Lesinhoud
    4.1 Docentgestuurd onderwijs
    4.2 Leerlinggestuurd onderwijs
    4.3 Samenwerken
  5. Hindernissen opruimen en overstijgen
    5.1 Veranderen
    5.2 Profiteer van ervaring van collega’s
    5.3 Hoe ga je om met leerlingen met gebrekkige impulscontrole?
  6. Stappenplan voor docent en leerkracht
  7. Implementeren
  8. Inspiratie
    8.1 Liemer lijstje
    8.2 Vrede kun je leren
    8.3 Citaten

1 Orde maken binnen de context van jouw school

Als docent bepaal je (deels) de context van jouw jou lessen. Ook de school en de overheid  bepalen voor een deel hoe jouw lessen eruit zien.

Voordat je kunt gaan lesgeven, vraagt de overheid docenten bij hun school een VOG in te leveren. Ook vraagt de overheid scholen hun leerlingen een pestprotocol te laten ondertekenen. Dit alles is nog geen garantie voor een aantrekkelijk leerklimaat waarbij je leerlingen op een goede manier samenwerken en een hechte groep vormen.

1.1 Ongestoord lesgeven

Als de relatie tussen leerlingen onderling en de relatie tussen jou en je leerlingen onder druk staat door pesten, machtsmisbruik of ruw taalgebruik met als gevolg conflicten en verstoring van de les, verstoort dat jouw taak om samen met je leerlingen te werken aan de vakinhoud. Iedere docent krijgt hier in meer of mindere mate mee te maken. Dan is het lastig om je te concentreren en de inhoud van de les komt niet over. VOH helpt je om verstoringen van de les, als deze zich ondanks jouw inspanningen toch voordoen, op te lossen.

1.2 Oplossen van verstoringen: boos of vriendelijk?

Boos

Als je in conflict raakt met een leerling of als je tijdens een conflict boos reageert, is dat mogelijk uit onmacht of omdat je je autoriteit wilt onderstrepen. Met die boosheid breng je de de rust en aandacht zelf in gevaar. Als je boos bent heb je geen plezier in je werk. Het doet niet alleen iets met jezelf, maar ook iets met je leerlingen. Als je boos bent, schaad je het wederzijds vertrouwen en beschadig je de band met je leerlingen.

Als de hele wereld uitgaat van de oog-om-oog-filosofie, worden alle mensen blind.” Arun Ghandi (2017)

Als een leerling de les verstoort, en jij vergeldt dat met strafwerk, dan heeft dat nadelen. Je beslecht een conflict met jouw macht om strafwerk uit te delen. Door strafwerk te geven zet je de relatie tussen jou en de leerling onder druk en doe je afbreuk aan het vertrouwen dat leerlingen in jou hebben. Er ontstaat dan een klassiek rollenspel waarbij jij in de ogen van leerlingen de kwelgeest bent en zij het slachtoffer zijn. Een leerling ziet strafwerk als vergelding.

Vriendelijk

VOH adviseert om in plaats daarvan met een aantal neutrale handelingen storend gedrag aan- en bij te sturen. Dat zorgt voor rust. Zonder dat het nodig is te waarschuwen, ben je dan in staat ontspannen les te geven en een uitdagende leeromgeving te creëren.  (Zie Aansturen en bijsturen).

Met een Tijdrovende opdracht geef je een leerling de kans zichzelf bij te sturen, om de verstoorde verstandhouding te herstellen. De opdracht is ontworpen om het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling te vergroten en om de relatie met jou te verbeteren. Als de leerling de opdracht serieus neemt, verbetert doorgaans het gedrag. Als de opdracht is ingeleverd en besproken en het gedrag van de leerling verbetert, ga je rustig verder met lesgeven en kunnen de leerlingen zich beter concentreren. De opdracht zorgt voor verbinding.

Als je verstoringen oplost met Vriendelijk orde houden, behoort machteloos schreeuwen tegen een geagiteerde groep tot het verleden.

Effect boosheid Vriendelijk orde houden

2 Hoe start je met Vriendelijk orde houden?

Je kiest een invalshoek en gaat daarmee aan de slag. Als je merkt dat er tijd vrijkomt, besteed je die tijd een van de andere invalshoeken.

2.1 Starten met invalshoek Vriendelijk

Als je het accent legt op vriendelijk te blijven, ook als een klas druk binnenkomt, zet je daarmee de toon en kun je daarmee al veel bereiken. Vriendelijkheid is een belangrijk aspect van jouw voorbeeldfunctie. Wil je die vriendelijkheid vast kunnen houden, ook al is de groep druk, dan is het aan te raden ook aan de invalshoeken Duidelijk, Observeren en Aansturen en bijsturen aandacht te besteden.

Een ander aspect van voorbeeldfunctie is ‘reguleer je energie’. Jij toont precies die hoeveelheid energie waardoor de klas beter gaat functioneren. Bij een drukke groep ben jij rustig, bij een te rustige groep straal jij energie uit.

Bij de invalshoek Vriendelijk hoort o.a. het gebruik van lichaamstaal. Als op het moment dat je iets uitlegt zowel lichaamstaal gebruikt om aanwijzingen te geven én je geeft verbale instructie, dan spreek je eigenlijk twee talen tegelijk. Je leerlingen zijn nu genoodzaakt zowel te kijken als te luisteren naar jouw uitleg waardoor ze beter opletten.

Verder hoort bij de invalshoek vriendelijk dat je je leerlingen de kans geeft onderling kennis te maken (zonder relatie, geen prestatie).

2.2 Starten met invalshoek Duidelijk

Als je het accent legt op de invalshoek Duidelijk, hang je nog voor de start van de eerste les hang je het kader aan de muur  (b.v. vriendelijk en duidelijk). Daarmee geef je aan dat het jouw bedoeling is dat de les vriendelijk en duidelijk verloopt. In de eerste les, tijdens het eerste moment dat de hele groep aandachtig is, bespreekt je dit kader met de groep en stelt dit vervolgens vast.

Met de invalshoeken Observeren en Aansturen en bijsturen, begeleid je het onderwijsproces zodat de les daadwerkelijk vriendelijk en duidelijk verloopt.

Tijdens het lesgeven let je op het gedrag van je leerlingen (invalshoek observeren): Gedrag dat past bij het kader stimuleer je. Gedrag dat vriendelijkheid en duidelijkheid verstoort, stuur je aan- of bij.

Als je het kader met je leerlingen bespreekt, geef jij aan jij je aan het kader probeert te houden en dat je hierop aanspreekbaar bent. Omgekeerd geef je aan dat je dit ook verwacht van je leerlingen.

2.3 Starten met invalshoek Lesinhoud

Als je lessen in goede orde verlopen is dat een goed moment om na te denken over hoe onderwijs ‘betekenisvol’ kan zijn (link naar een blog op deze site over dit onderwerp). Onderdeel van dit onderwerp Lesinhoud is dat je zoekt naar een vorm van beoordelen die leerlingen motiveert.

2.4 Starten met invalshoek Observeren

Bij de invalshoek observeren betreft het letten op zowel individuele leerlingen als op de hele groep. Door aandacht te besteden aan hun lichaamstaal en taalgebruik zie je sneller de intenties van je leerlingen.

Wat doe je vervolgens met deze informatie? Daarmee komen twee invalshoeken in beeld: Vriendelijk én Aansturen en bijsturen. Bij beide invalshoeken gebruik je in eerste instantie lichaamstaal om aanwijzingen te geven.

2.5 Starten met invalshoek Aansturen en bijsturen

PowerPoints met instructie over hoe je start met aansturen en bijsturen

Bij de inleiding van aansturen en bijsturen vind je instructie over hoe je start met aansturen en bijsturen bij het punt ‘volgorde van werken’. Daar staan links naar PowerPoints.

3 Lichaamstaal past bij twee invalshoeken

Het onderwerp Gebruik lichaamstaal komt terug bij twee invalshoeken van VOH

Met Lichaamstaal kun je welwillende leerlingen aanwijzingen geven én met lichaamstaal stuur je een leerling die de les verstoort aan met als doel de verstoring op te lossen:

Aanwijzingen met lichaamstaal dragen bij omdat je daarmee leerlingen die zich positief inzetten stimuleert (Vriendelijk), én ze dragen bij aan de sfeer omdat je  onhoorbaar en efficiënt storend gedrag oplost (Aansturen en bijsturen).

4 Lesinhoud

Twee vormen van lesgeven komen bij deze invalshoek aan bod: docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs. Elke docent maakt een eigen mix van docentgestuurde en leerlinggestuurde opdrachten (Zie toelichting hieronder).

Met de invalshoek Lesinhoud krijg je de kans om je leerlingen eigenaar te maken van (een deel van) hun eigen leerproces en daarmee maak je orde. Dit is een natuurlijke orde die ontstaat wanneer leerlingen intrinsiek gemotiveerd bezig zijn met het eigen leerproces (Leerlinggestuurd onderwijs) en het gezamenlijke leerproces (Samenwerken). Je geeft leerlingen de kans “zich uit te leven en (daardoor) en hun eigen talenten te ontdekken”. Dat wordt gewaardeerd, en daardoor krijg je een goede band met je leerlingen.

4.1 Docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs ben jij de bepalende factor. Jij bepaalt bijvoorbeeld aan welk onderwerp iedereen gaat werken en ook wanneer.

4.2 Leerlinggestuurd onderwijs

De intrinsieke motivatie en autonomie van je leerlingen vergroot je als volgt:

  • Ik stel mijn leerlingen in staat de basisstof bij zichzelf te toetsen met een app.
  • Ik laat mijn leerlingen zelf bepalen welk onderwerp ze binnen mijn vak willen bestuderen zodat ze eigenaar worden van en/of sturing geven aan hun eigen leerproces. Daarbij maken ze gebruik van hun eigen leerstijl.
  • Ik vraag mijn leerlingen hulp te zoeken bij externe deskundigen.
  • Voorafgaande aan een presentatie, vraag ik mijn leerlingen zichzelf te beoordelen. Deze eigen beoordeling betrek ik bij het bepalen van een cijfer.
  • Mijn leerlingen beoordelen het lesmateriaal dat ik aanbied. Zo brengen ze mij op nieuwe ideeën en halen fouten uit het bestaande lesmateriaal.

Een voorbeeld van een docent die voorheen succesvol frontaal lesgaf en nu de stoute schoenen aantrekt naar meer zelfstandigheid voor leerlingen. Hij schrijft zijn leerlingen een brief die hij voor de klas voorleest:

Beste leerlingen,

De komende tijd laat ik jullie kiezen tussen verschillende opties. Je hebt dus de vrijheid om te kiezen wat je gaat doen en je mag zelf bepalen hoe je aan het werk gaat. Met een app kun je de basisstof (gesloten opdrachten) bij jezelf op een zelfgekozen tijdstip toetsen. Bij de beoordeling van open opdrachten vraag ik of je eerst jezelf wilt beoordelen. Daarna bespreken we zowel jou als mijn beoordeling en bepaal ik vervolgens het cijfer.
Tijdens het zelfstandig werken hebben jullie de ruimte om elkaar te helpen en elkaar te inspireren en kun je altijd op zoek gaan naar deskundigen die jou ondersteunen bij het ontdekken van het vak. Uiteraard kun je mij ook vragen stellen.

Omdat jullie eigen plannen maken, lijkt mijn rol meer op die van een coach dan op die van een docent.

Ik verwacht  dat jullie op een verantwoordelijke manier omgaan met de geboden ruimte en wens jullie veel plezier.

Jullie docent (Motivatiecoach)

Deze aanpak heeft verwantschap met het begrip Onderzoekend leren uit het PO wat betreft open opdrachten.

Een vergelijkbare situatie doet zich voor tijdens de cursus. Daar stapt jij als cursist in rol van leerling en bepaal jij zelf welke onderwerpen van Vriendelijk orde houden voor jouw lespraktijk relevant zijn. Bekijk daarvoor deze link: Cursistgestuurde cursus.

4.3 Samenwerken

Leerlinggestuurd onderwijs (en Onderzoekend leren) geeft leerlingen invloed op hun eigen leerproces.

Er zijn meer manieren om leerlingen invloed te geven. Je kunt hen bijvoorbeeld ook invloed geven op het groepsproces en ze ervaring laten opdoen met verschillende rollen binnen het groepsproces; zo ontdekken ze hun eigen rol, houding en gedrag in een groep en ze maken kennis met democratie, diversiteit van werkvormen, spelvormen, rolwisseling en leidingswisseling (Samenwerken). Ook kun je ze zelf een planning laten maken van hun werkzaamheden die jij van te voren hebt vastgesteld.

  • Ik zet mijn leerlingen constructief aan het werk met interessante werkvormen.
  • Ik zorg ervoor dat mijn leerlingen elkaar ondersteunen en verder helpen (rolwisseling).
  • Ik stimuleer democratische besluitvorming.

5 Hindernissen opruimen en overstijgen

Er zijn ongetwijfeld (al dan niet beladen) denkbeelden die je tegenhouden om vriendelijk én duidelijk te zijn. Ruim die uit de weg. Vraag jezelf: Wat houdt mij tegen om vriendelijk te zijn? En wat houdt mij tegen om duidelijk te zijn? Ook zijn er voor leerlingen hindernissen. Hoe help je hen deze op te ruimen en te overstijgen?

Ga voor jezelf na:

  1. In hoeverre staat vriendelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): toegeeflijk, inschikkelijk, meegaand, voorzichtig, conflict mijdend, bang, passief, tolerant, onderdanig, gunstig stemmen, gedogen, tevreden stellen, tevreden houden, te vriend houden, niet tegen de haren instrijken, niet tegen je in het harnas jagen, confrontatie vermijden, het over je kant laten gaan, behagen?
  2. In hoeverre staat duidelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): streng, hard,  fronzen, dreigend, boos, agressief, te assertief, star, kortaf, ongenaakbaar, betweterig, dwingend, kleinerend, neerbuigend, belerend, de les lezen, gehoorzaamheid eisen, macht uitoefenen of mijn wil is wet?

5.1 Veranderen

Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Als je iets anders wilt krijgen zul je iets anders moeten doen.

Doorzetten en volhouden is noodzakelijk voor verandering. Tijdens een verandering krijg je te maken met hindernissen zoals jouw gehechtheid aan een vertrouwd rol‑ of gedragspatroon. We maken het in allerlei situaties mee: we kunnen wel bedenken en inzien hoe lonend het zou zijn om ons anders te gedragen en onze rol anders in te kleuren, maar ons huidige gedrag en en onze inkleuring voelen nu eenmaal als een oude jas en die zit als gegoten.

Verandering, hoe lonend ook, brengt altijd ongemak met zich mee en ook afscheid, losse eindjes, miskleunen, onduidelijkheid, acceptatieperikelen, niet-weten, onbegrip, eigen weerstand, tegenslag, afstemmingsproblemen en ga zo maar door. Deze neveneffecten maken het aantrekkelijk om af te zien van verandering en door te gaan met bestaande patronen of maken het aantrekkelijk om snel  terug te keren naar oude patronen als het even tegenzit. Dan is om door te zetten en vol te houden.

5.2 Profiteer van ervaring van collega’s

Vriendelijk orde houden in de klas biedt dan wel een scala aan nieuwe gedrags‑ en rolopties die zeer lonend zullen zijn. Maar deze gaan uiteraard wel gepaard met alle ‘nadelen’ die horen bij ‘verandering’. Hoe los je dit dilemma op? Op twee manieren.

Ten eerste kun je houvast ontlenen aan de ervaringen van degenen die je zijn voorgegaan in deze verandering en van de gebruiksklare methoden en sjablonen die zij ontwikkeld en getest hebben (Zie testimonials). Belangrijke nieuwe inzichten voor Vriendelijk orde houden komen vaak van cursisten en deskundigen. Nieuwe inzichten vermelden wij onderaan elk elke invalshoek bij ‘credits’. Daar zie je welke cursist of deskundige een nieuw aspect voor VOH heeft ingebracht.

Als collega’s je deze tip geven: Je moet wel politieagent spelen want anders werkt het niet, adviseert VOH dit advies naast je neer te leggen. Door voor politieagent te spelen en boos te worden, snij je jezelf in je vingers. Politieagent spelen en tegelijkertijd intrinsieke motivatie bij je leerlingen stimuleren valt niet te combineren.

5.3 Hoe ga je om met leerlingen met gebrekkige impulscontrole?

Leerlingen met gebrekkige impulscontrole willen zich wel voegen naar jouw Kader en Verwachtingsmanagement, maar lopen daarbij stuk op hun eigen impulsen. Stuur deze leerlingen aan met gebaren. Je voorkomt daarmee dat je hun naam noemt. Door vriendelijk te blijven, stel je ze gerust, geef je ze vertrouwen en steun je de leerling bij diens pogingen om het beter te doen.

Je kunt bijvoorbeeld (buiten de groep) vragen: “Waar zou jij je in deze klas het beste kunnen concentreren?” Regel de plek die de leerling aangeeft, evalueer en regel zo nodig weer een andere plek.
Je kunt bij elk begin van de les vragen: “Welk doel stel je deze les? Ga je het halen?”

  • Wat is er gelukt? Waar lag dat aan?
  • Wat is er niet gelukt? Waar lag dat aan?

Tips voor leerlingen met gebrekkige impulscontrole

  • Lees het blog over de film ‘Les Choristes‘.
  • Geef deze leerlingen een persoonlijke opdracht waar ze zelfstandig aan mogen werken. Laat deze opdracht aansluiten bij hun talenten en wees er zeker van dat ze in deze opdracht slagen. Zo stuur je aan op een succesbeleving.
  • Laat deze leerlingen af en toe buiten de klas werken, bij voorkeur onder begeleiding. Zo heeft de klas ook even rust.
  • Geef hen bij voorkeur een plek achterin de klas. Dan hebben ze overzicht en hoeven ze zich niet om te draaien. Ze zien iedereen en ze zien dat iedereen geconcentreerd werkt en nemen wellicht dit voorbeeld over.
  • Geef hen indien mogelijk de gelegenheid om in de mediatheek te werken.
  • Laat hen even een rondje lopen als ze te veel energie hebben.

6 Stappenplan voor docent en leerkracht

Kies een invalshoek van VOH en besteed daar aandacht aan. Hoe meer invalshoeken je combineert, hoe meer orde je maakt.

Bij het onderwerp Aansturen en bijsturen tref je een aantal PowerPoints aan met aanwijzingen voor de eerste drie lessen.

Hoe start je met Vriendelijk orde houden in jouw eigen lespraktijk vanaf de eerste dag?

Samenvatting Vriendelijk orde houden

7 Implementeren

Vriendelijk orde houden stelt docenten en schoolleiding in staat om een nieuwe aanpak te introduceren. Met die aanpak stuur je gezamenlijk (docent en schoolleiding) gedrag van leerlingen bij. Ook biedt VOH kansen om het onderwijs inhoudelijk interessant te maken voor zowel de docent als de leerling. Het initiatief voor de implementatie hiervoor kan komen van docenten, schoolleiding, leerlingen, studenten, lerarenopleidingen, van de ouders of van Onderwijs ondersteunend personeel (Lees meer).

8 Inspiratie

De inhoud van deze site bouwt voort op bronnen. Een aantal van deze bronnen zijn nauw verwant aan Vriendelijk orde houden.

8.1 Liemer Lijstje

Het Liemer Lijstje is tot stand gekomen door honderden gesprekken met leerlingen uit het PO over hoe zij het beste tot leren komen (Omgeving Arnhem). Ruimer opgevat geven wij (leerling, docent, schoolleider en onderwijsondersteunend personeel) elkaar met de ‘Zeven beloftes’ vertrouwen en spreken wij onderling onze verwachtingen uit. Vriendelijk orde houden geeft het Liemer Lijstje handen en voeten.

8.2 Vrede kun je leren

De inhoud van het boekje Vrede kun je leren komt grotendeels overeen met de intenties van Vriendelijk orde houden. Vandaar dat wij dit boekje cadeau doen tijdens de cursus en er tijdens de cursus uit citeren (Reybrouck (2017).

8.3 Citaten

Als VOH citeert uit literatuur staat daar achter een bronvermelding. Bekijk het overzicht van de door VOH gebruikte literatuur.

Credits
Gert BiestaVoor de huidig opzet van onze cursus Vriendelijk orde houden zijn wij Gert Biesta dank verschuldigd. Gert Biesta is hoogleraar en onderwijspedagoog. Hij heeft ons de tip gegeven het accent te leggen op orde maken. Gert Biesta: “Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor de orde in de klas? En gaat het niet meer om orde maken en geven dan om orde houden?”Bij VOH maak je orde en indien nodig stuur je aan- of bij. Orde houden is dan vrijwel niet meer nodig.
Rense HouwingRense heeft in een eerder stadium de site van Vriendelijk orde houden geredigeerd. Hij wees ons erop dat ‘let op lichaamstaal en let op taalgebruik buiten de overige actiegerichte invalshoeken valt. Wij noemen beide waarnemingen nu ‘Observeren’. Ook maakte hij het onderscheid tussen aansturen (dat de leerlingen geen tijd kost) en bijsturen (dat de leerlingen wel tijd kost).