Inleiding

Vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH) leveren een bijdrage aan het maken van orde. De vijf invalshoeken én de deelgebieden die onder deze invalshoeken vallen, zijn te zien als losse modules die je integreert in jouw bestaande manier van lesgeven.

Lees meer over de bijdrage van Gert Biesta aan Vriendelijk orde houden.

“Bij een geweldloze benadering zoeken ouders en kinderen naar wat ze gemeen hebben en naar redenen om elkaar te helpen en te steunen. De ouders accepteren dat de tekortkomingen van de kinderen waarschijnlijk voortkomen uit de tekortkomingen van de ouders zelf.” Arun Ghandi (2017)

Balancing group identity and individuality is the key for succesful social systems. (Christakis, 2019)

Aan de slag met orde maken

Ik kies één of meer invalshoeken uit om mijn lessen te verbeteren. Door orde te maken, verlopen mijn lessen in goede orde.

Nu beantwoorden

Hoe besteed ik tot op heden aandacht aan orde maken?

Nu beantwoorden

Hoe besteed ik in de toekomst aandacht aan orde maken?

Orde Maken

Leerlingen zijn verplicht naar school te gaan. Op school nemen zij tegenover jou een houding aan van ‘laat maar zien’. Jij beslist dan met welke houding je hen tegemoet treedt.

Met welke houding bevorder je samenwerking bij een diverse groep? Hoe vind je het juiste evenwicht tussen individualiteit en groepsidentiteit?  Hoe creëer je een hechte gemeenschap waar plaats is voor iedereen? Wat kan onze gemeenschap betekenen voor het algemeen belang?

Door bestaande bronnen te raadplegen en door samen te werken met deskundigen zoekt Vriendelijk orde houden (VOH) naar antwoorden op deze vragen.

VOH stelt je in staat om met één van de vijf invalshoeken, Vriendelijk, Duidelijk, Lesinhoud, Observeren en ‘Aansturen en bijsturen’, je huidige manier van lesgeven aan te passen. Na de cursus, na het lezen van ons boek of na een bezoek aan onze website, kies je een invalshoek waarmee je aan de slag gaat. Orde maken vraagt samen met je leerlingen om tijd, geduld en oefening voordat het effect van de verandering merkbaar is. Hoe meer invalshoeken of deelgebieden daarvan je na verloop van tijd combineert, hoe sterker het effect ervan is. Ga ervan uit dat je binnen jouw lespraktijk altijd nieuwe aspecten aandacht kunt geven. Zo blijft onderwijs een avontuur en voorkom je dat je jezelf (en de eventuele beperkende kanten van jouw onderwijs) blijft herhalen.

Hoe meer orde je maakt, hoe minder is het nodig is om gedrag van leerlingen aan- of bij te sturen. Alle inspanningen zijn erop gericht om elke leerling de kans te geven zich te ontwikkelen tot een:

Een sociale, intrinsiek gemotiveerde leerling die keuzes maakt, verantwoording neemt en zichzelf en anderen aanstuurt: een leerling die baas is van zichzelf.

Orde maken leidt op termijn tot een dynamisch systeem dat zichzelf in stand houdt

Deze en de onderstaande afbeeldingen zijn onderdeel van het Overzicht van Vriendelijk orde houden.

Lees meer over de term Motivatiecoach

Orde Maken

Leerlingen onderstrepen het belang van orde maken: Ons uit de les sturen, daar heb je niets aan.

Reacties van cursisten

Lees de testimonials

Inhoud

  1. Orde maken binnen de context van jouw school
    1.1 Ongestoord lesgeven
    1.2 Oplossen van verstoringen: boos of vriendelijk?
  2. Hoe start je met Vriendelijk orde houden?
    2.1 Starten met invalshoek Vriendelijk
    2.2 Starten met invalshoek Duidelijk
    2.3 Starten met invalshoek Lesinhoud
    2.4 Starten met invalshoek Observeren
    2.5 Starten met invalshoek Aansturen en bijsturen
  3. Lichaamstaal onderdeel  van twee invalshoeken
  4. Lesinhoud
    4.1 Docentgestuurd onderwijs
    4.2 Leerlinggestuurd onderwijs
    4.3 Samenwerken
    4.4 Beoordeling
  5. Hindernissen opruimen en overstijgen
    5.1 Veranderen
    5.2 Profiteer van ervaring van collega’s
    5.3 Hoe ga je om met leerlingen met gebrekkige impulscontrole?
  6. Stappenplan voor docent en leerkracht
  7. Implementeren
  8. Inspiratie
    8.1 Liemer lijstje
    8.2 Vrede kun je leren
    8.3 Citaten
  9. Credits

1 Orde maken binnen de context van jouw school

Jij bepaalt (deels) de context van jouw lessen. Ook de school (jouw sectie) en de overheid bepalen voor een deel hoe jouw lessen eruitzien.

Voordat een docent kan gaan lesgeven, vraagt de overheid hun een VOG in te leveren. Ook vraagt de overheid aan scholen om hun leerlingen een pestprotocol te laten ondertekenen. Dit alles is geen garantie voor een aantrekkelijk leerklimaat waarbij je leerlingen op een goede manier samenwerken en een hechte groep vormen.

1.1 Ongestoord lesgeven

Pesten, machtsmisbruik of ruw taalgebruik zetten de relatie tussen leerlingen onderling en de relatie tussen jou en je leerlingen onder druk. De boosheid, conflicten en verstoringen van de les die daaruit voortvloeien, verstoren jouw taak om samen met je leerlingen te werken aan de vakinhoud. Iedere docent krijgt hier in meer of mindere mate mee te maken. Dan is het lastig om je te concentreren en dat verlaagt het rendement van je les. VOH helpt je om verstoringen van de les, als deze zich ondanks jouw inspanningen toch voordoen, op te lossen (Aansturen en bijsturen). Ook helpt VOH je om leerlingen de ruimte te geven waarmee ze hun eigen leerproces (deels) kunnen vormgeven. Daarmee verhoog je hun intrinsieke motivatie (Lesinhoud).

1.2 Oplossen van verstoringen: boos of vriendelijk?

Boos

Als je in conflict raakt met een leerling of als je tijdens een conflict boos reageert, is dat mogelijk uit onmacht of omdat je je autoriteit wilt onderstrepen. Met jouw boosheid breng jij  de rust en aandacht in gevaar. Als je boos bent, heb je geen plezier in je werk. Het doet niet alleen iets met jezelf, maar ook iets met je leerlingen. Als je boos bent, schaad je het wederzijds vertrouwen en beschadig je de band met je leerlingen. Boos zijn is bovendien vermoeiend.

Als de hele wereld uitgaat van de oog-om-oog-filosofie, worden alle mensen blind.Arun Ghandi (2017)

Als een leerling de les verstoort, en jij vergeldt dat met strafwerk, dan heeft dat nadelen. Je beslecht een conflict met jouw macht om strafwerk uit te delen. Door strafwerk te geven, zet je de relatie tussen jou en de leerling onder druk en doe je afbreuk aan het vertrouwen dat leerlingen in jou hebben. Er ontstaat dan een klassiek rollenspel waarbij jij in de ogen van leerlingen de kwelgeest bent en zij het slachtoffer zijn. Een leerling ziet strafwerk als vergelding.

Vriendelijk

VOH adviseert boosheid weg te laten en om in plaats daarvan met een aantal neutrale handelingen storend gedrag aan- en bij te sturen. Dat zorgt voor rust. Hierbij is het niet nodig om leerlingen te waarschuwen of om leerlingen uit de les te sturen. Je bent dan in staat ontspannen les te geven (Lees meer bij Aansturen en bijsturen + Lesinhoud).

Met een Tijdrovende opdracht geef je een leerling de kans zichzelf bij te sturen en om de verstoorde verstandhouding met jou te herstellen. De opdracht is ontworpen om het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling te vergroten en om de relatie met jou te verbeteren. Als de leerling de opdracht serieus neemt, verbetert doorgaans het gedrag. Als de opdracht is ingeleverd en besproken en het gedrag van de leerling verbetert, kun je ongestoord verder gaan met lesgeven. Alle leerlingen, ook degene die je zojuist hebt bijgestuurd, zijn nu in staat zich te concentreren. De Tijdrovende opdracht zorgt voor verbinding.

Als je verstoringen oplost met Vriendelijk orde houden, behoort machteloos schreeuwen tegen een geagiteerde groep tot het verleden.

Effect boosheid op leerlingen – Vriendelijk orde houden

2 Hoe start je met Vriendelijk orde houden?

Je kiest een invalshoek of een deelgebied daarvan en gaat daarmee aan de slag. Bij succes besteed je de tijd die vrijkomt aan een van de andere invalshoeken.

2.1 Starten met invalshoek Vriendelijk

Als je vriendelijk blijft, ook als een klas druk binnenkomt, zet je daarmee de toon en geef je het goede voorbeeld. Door vriendelijk te zijn, geef je het goede voorbeeld. Wil je die vriendelijkheid vast kunnen houden, ook al is de groep druk, dan is het aan te raden ook aan de drie invalshoeken Duidelijk, Observeren en ‘Aansturen en bijsturen’ aandacht te besteden.

Meer over het geven van het goede voorbeeld, jouw voorbeeldfunctie, lees je bij de invalshoek Vriendelijk. Bij voorbeeldfunctie horen drie deelgebieden van VOH: ‘Toon gewenste gedrag’, ‘Aanwijzingen met lichaamstaal’ en ‘Reguleer je energie’. Bij dat laatste deelgebied toon jij precies die hoeveelheid energie waardoor de klas beter gaat functioneren. Bij een drukke groep ben jij rustig, bij een te rustige groep stel je je energiek op.

Bij de invalshoek Vriendelijk hoort o.a. het geven van aanwijzingen met lichaamstaal. Daardoor is het minder vaak nodig om met verbale aanwijzingen je uitleg te onderbreken. Om volledig te begrijpen wat je bedoelt, zijn je leerlingen nu genoodzaakt zowel te kijken als te luisteren naar jouw uitleg waardoor ze beter opletten.

Verder hoort bij de invalshoek Vriendelijk dat je je leerlingen de kans geeft onderling kennis te maken (zonder relatie, geen prestatie).

2.2 Starten met invalshoek Duidelijk

Bij de invalshoek Duidelijk, krijg je het advies om nog voor de start van de eerste les een kader aan de muur te hangen (b.v. vriendelijk en duidelijk). Daarmee geef je aan dat het jouw bedoeling is dat de les vriendelijk en duidelijk verloopt. In de eerste les, tijdens het eerste moment dat de hele groep aandachtig is, bespreek je dit kader met de groep en stel je dit vervolgens vast.

Onderwijsdoelen is een deelgebied van de invalshoek Duidelijk. Betrek de drie domeinen van Biesta bij het voorbereiden van afwisselende lessen.

Verwachtingsmanagement is ook een deelgebied van de invalshoek Duidelijk. Daarmee maak je voorafgaande aan elke nieuwe werkvorm duidelijk wat je van je leerlingen verwacht en gaat iedereen sneller aan het werk.

2.3 Starten met invalshoek Lesinhoud

Hoe motiveer je je leerlingen? De invalshoek lesinhoud geeft hiervoor aanknopingspunten. Als leerlingen zelf iets mogen kiezen en zich eigenaar voelen van hun eigen onderwijsproces dan zijn ze minder geneigd de les te verstoren. Bij succes raken je leerlingen intrinsiek gemotiveerd.

Als je lessen in goede orde verlopen, is dat een goed moment om na te denken over hoe onderwijs ‘betekenisvol’ kan zijn (link naar een blog op deze site over deze invalshoek). Een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud is Beoordeling. Daarbij zoek je naar een vorm van beoordelen die leerlingen motiveert en voorkom je dat jouw beoordeling aanvoelt als een afrekening.

2.4 Starten met invalshoek Observeren

Starten met observeren kan op elk moment. Wil je het onderwijsproces kunnen sturen dan gaat observeren daaraan vooraf. Waar let je dan op?

Tijdens het lesgeven let je op het gedrag van je leerlingen (invalshoek Observeren).

  1. Gedrag dat past bij het kader stimuleer je (Aanwijzingen met lichaamstaal – deelgebied van de invalshoek Vriendelijk).
  2. Gedrag dat de les verstoort, stuur je aan- of bij (Aansturen met lichaamstaal – deelgebied van de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’).

Bij de invalshoek Observeren let je zowel op individuele leerlingen als op de hele groep. Door te letten op lichaamstaal en taalgebruik van leerlingen zie je sneller hun intenties.

Wat doe je vervolgens met deze informatie? Daarmee komen twee invalshoeken in beeld: Vriendelijk (Aanwijzingen met lichaamstaal). Een voorbeeld hiervan is het geven van een  compliment als leerling zich goed inzet: duim omhoog) én ‘Aansturen en bijsturen’ (Je stuurt een leerling die storen gedrag vertoont aan- en/of bij).

2.5 Starten met invalshoek Aansturen en bijsturen

Starten met de invalshoek Aansturen en bijsturen kan op elk moment. Observeren gaat vooraf aan ‘Aansturen en bijsturen’. Door te observeren weet je wat je gaat aansturen of bijsturen. Met deze invalshoek begeleid je het onderwijsproces zodat jouw les daadwerkelijk vriendelijk en duidelijk verloopt.

Als je merkt (door te observeren) dat een leerling de les verstoort, is het tijd om aan- of bij te sturen.

Bij de inleiding die hoort bij ‘Aansturen en bijsturen’ vind je instructie over hoe je start met aansturen en bijsturen. Je kunt starten met gebaren, met Tips, met een Tijdrovende opdracht of met een meerdere stappen van de Handelingsladder tegelijk. In de inleiding van ‘Aansturen en bijsturen’ staan links naar PowerPoints die horen bij de zojuist genoemde startmogelijkheden.

3 Lichaamstaal onderdeel van twee invalshoeken

VOH onderscheidt twee manieren om lichaamstaal te gebruiken. Deze twee manieren komen terug bij verschillende invalshoeken:

Bij de invalshoek Vriendelijk hoort o.a. het geven van ‘Aanwijzingen met lichaamstaal’.
Bij de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen hoort o.a. het ‘Aansturen met lichaamstaal’.

Als je lichaamstaal en verbale instructie combineert, spreek je tegelijkertijd twee talen.

1  Aanwijzingen met lichaamstaal

Met lichaamstaal kun je welwillende leerlingen aanwijzingen geven. Aanwijzingen met lichaamstaal dragen bij aan het goed verloop van een les omdat je daarmee leerlingen die zich positief inzetten, stimuleert met een compliment.

2  Aansturen met lichaamstaal

Als een leerling de les verstoort, is het eerste wat je doet de verstoring met lichaamstaal aansturen met als doel daarmee de verstoring op te lossen. Deze manier van oplossen van een verstoring draagt bij aan de orde omdat je onhoorbaar en efficiënt storend gedrag oplost. Met deze eerste stap van de Handelingsladder los je de meeste problemen op.

4 Lesinhoud

De invalshoek Lesinhoud en de deelgebieden daarvan zijn te zien als losse modules. Met een of meer modules verzorg je een uitdagende lesinhoud en daarmee maak je orde.

De deelgebieden van deze invalshoek zijn:

  1. Vrijheid (Struktuur – gesloten opdrachten, Creatief – open opdrachten)
  2. Werkvormen (Docentgestuurd onderwijs, Leerlinggestuurd onderwijs, Samenwerken)
  3. Beoordeling

Met de invalshoek Lesinhoud krijg je de kans om je leerlingen eigenaar te maken van (een deel van) hun eigen leerproces en daarmee maak je orde. Dit is een natuurlijke orde die ontstaat wanneer leerlingen intrinsiek gemotiveerd bezig zijn met het eigen leerproces (Leerlinggestuurd onderwijs) en het gezamenlijke leerproces (Samenwerken). Je geeft leerlingen de kans “zich uit te leven en (daardoor) hun eigen talenten te ontdekken”. Dat waarderen ze en ontstaat er een goede band met je leerlingen.

Elke docent maakt een eigen mix van docentgestuurd onderwijs en leerlinggestuurd onderwijs. Beslis zelf op welke van de twee opties je het accent legt of combineer beide opties.

4.1 Docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs bepaal jij wat de leerlingen gaan doen. Jij bepaalt bijvoorbeeld aan welk onderwerp iedereen gaat werken en je bepaalt ook wanneer en op welke manier je leerlingen aan het werk gaan.

Bij docentgestuurd onderwijs geef je je leerlingen de vrijheid geven om:

  • hun eigen planning voor hun werkzaamheden te maken
  • zichzelf met een app te toetsen. Die app stel jij beschikbaar.

Op die manier draagt docentgestuurd onderwijs bij aan de intrinsieke motivatie.

4.2 Leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs laat je leerlingen voor een deel zelf bepalen wat ze gaan doen:

  • Ik laat mijn leerlingen zelf bepalen welk onderwerp ze binnen mijn vak willen bestuderen zodat ze eigenaar worden van en/of sturing geven aan hun eigen leerproces. Daarbij maken ze gebruik van hun eigen leerstijl.
  • Ik vraag mijn leerlingen hulp te zoeken bij externe deskundigen.
  • Voorafgaande aan een presentatie, vraag ik mijn leerlingen zichzelf te beoordelen. Deze eigen beoordeling betrek ik bij het bepalen van een cijfer.
  • Mijn leerlingen beoordelen het lesmateriaal dat ik aanbied. Zo brengen ze mij op nieuwe ideeën en halen fouten uit het bestaande lesmateriaal.

Hiermee vergroot je de intrinsieke motivatie en autonomie van je leerlingen.

Een voorbeeld van een docent die voorheen succesvol frontaal lesgaf en nu de stoute schoenen aantrekt naar meer zelfstandigheid voor leerlingen. Hij schrijft zijn leerlingen een brief die hij voor de klas voorleest:

Beste leerlingen,

De komende tijd laat ik jullie kiezen tussen verschillende opties. Je hebt dus de vrijheid om te kiezen wat je gaat doen en je mag zelf bepalen hoe je aan het werk gaat. Met een app kun je de basisstof (gesloten opdrachten) bij jezelf op een zelfgekozen tijdstip toetsen. Bij de beoordeling van open opdrachten vraag ik of je eerst jezelf wilt beoordelen. Daarna bespreken we zowel jou als mijn beoordeling en bepaal ik vervolgens het cijfer.
Tijdens het zelfstandig werken hebben jullie de ruimte om elkaar te helpen en elkaar te inspireren. Altijd kun je op zoek gaan naar deskundigen die jou ondersteunen bij het ontdekken van het vak. Uiteraard kun je mij ook vragen stellen.

Omdat jullie eigen plannen maken, lijkt mijn rol meer op die van een coach dan op die van een docent.

Ik verwacht dat jullie op een verantwoordelijke manier omgaan met de geboden ruimte en ben benieuwd naar jullie resultaten. Ik wens jullie veel plezier.

Jullie docent (Motivatiecoach)

Deze aanpak heeft verwantschap met het begrip Onderzoekend leren uit het PO wat betreft open opdrachten.

Een vergelijkbare situatie doet zich voor tijdens de cursus. Daar stap jij als cursist in rol van leerling en bepaal jij zelf welke module (s) van Vriendelijk orde houden voor jouw lespraktijk relevant is (zijn). Lees meer: Cursistgestuurde cursus.

4.3 Samenwerken

Leerlinggestuurd onderwijs en Onderzoekend leren geven leerlingen invloed op hun eigen leerproces.

Er zijn meer manieren om leerlingen invloed te geven. Je kunt hen bijvoorbeeld ook invloed geven op het groepsproces en ze ervaring laten opdoen met verschillende rollen binnen het groepsproces; zo ontdekken ze hun eigen rol, houding en gedrag in een groep en ze maken kennis met democratie, diversiteit van werkvormen, spelvormen, rolwisseling en leidingwisseling (Samenwerken). Ook kun je leerlingen samen een planning laten maken van werkzaamheden die jij van te voren hebt vastgesteld.

  • Ik zet mijn leerlingen constructief aan het werk met interessante werkvormen.
  • Ik zorg ervoor dat mijn leerlingen elkaar ondersteunen en verder helpen (rolwisseling).
  • Ik stimuleer democratische besluitvorming.

4.4 Beoordeling

Bij dit deelgebied van de invalshoek lesinhoud, vergroot je de motivatie van leerlingen door een manier van beoordelen te kiezen die hen stimuleert. VOH raadt aan om een beoordeling te geven in de vorm van een advies waarmee een leerling verder kan in plaats van op een eindbeoordeling waarna een leerling het onderwerp afsluit. Voor jouw eigen ontwikkeling en die van je lessen is het aan te raden om je leerlingen regelmatig jouw lesmateriaal te laten beoordelen. Met hun suggesties ben je in staat sneller fouten eruit te halen en het geheel veelzijdiger te maken (Beoordeling).

5 Hindernissen opruimen en overstijgen

Er zijn ongetwijfeld (al dan niet beladen) denkbeelden die je tegenhouden om vriendelijk én duidelijk te zijn. Ruim die uit de weg. Vraag jezelf: Wat houdt mij tegen om vriendelijk te zijn? En wat houdt mij tegen om duidelijk te zijn? Ook zijn er voor leerlingen hindernissen. Hoe help je hen deze op te ruimen en te overstijgen?

Ga voor jezelf na:

  1. In hoeverre staat vriendelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): toegeeflijk, inschikkelijk, meegaand, voorzichtig, conflict mijdend, bang, passief, tolerant, onderdanig, gunstig stemmen, gedogen, tevreden stellen, tevreden houden, te vriend houden, niet tegen de haren instrijken, niet tegen je in het harnas jagen, confrontatie vermijden, het over je kant laten gaan, behagen?
  2. In hoeverre staat duidelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): streng, hard,  fronzen, dreigend, boos, agressief, te assertief, star, kortaf, ongenaakbaar, betweterig, dwingend, kleinerend, neerbuigend, belerend, de les lezen, gehoorzaamheid eisen, macht uitoefenen of mijn wil is wet?

5.1 Veranderen

Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Als je iets anders wilt krijgen, zul je iets anders moeten doen.

Doorzetten en volhouden is noodzakelijk voor verandering. Tijdens een verandering krijg je te maken met hindernissen zoals jouw gehechtheid aan een vertrouwd rol‑ of gedragspatroon of het werktuigelijk aannemen van een rol zonder dat je dat wilt. We maken het in allerlei situaties mee: we kunnen wel bedenken en inzien hoe lonend het zou zijn om ons anders te gedragen en onze rol anders in te kleuren, maar ons huidige gedrag en onze inkleuring voelen nu eenmaal als een oude jas die als gegoten zit.

Verandering, hoe lonend ook, brengt altijd ongemak met zich mee en ook afscheid, losse eindjes, miskleunen, onduidelijkheid, acceptatieperikelen, niet-weten, onbegrip, eigen weerstand, tegenslag, afstemmingsproblemen en ga zo maar door. Deze neveneffecten maken het aantrekkelijk om af te zien van verandering en door te gaan met bestaande patronen of maken het aantrekkelijk om snel terug te keren naar oude patronen als het even tegenzit. Dan is het belangrijk om door te zetten en vol te houden.

5.2 Profiteer van ervaring van collega’s

Vriendelijk orde houden in de klas biedt dan wel een scala aan nieuwe gedrags‑ en rolopties die lonend zijn. Maar deze gaan uiteraard wel gepaard met alle ‘nadelen’ die horen bij ‘verandering’. Hoe los je dit dilemma op? Op twee manieren.

Ten eerste kun je houvast ontlenen aan de ervaringen van degenen die je zijn voorgegaan in deze verandering en van de gebruiksklare methoden en sjablonen die zij ontwikkeld en getest hebben (Zie testimonials). Belangrijke nieuwe inzichten voor Vriendelijk orde houden komen vaak van cursisten en deskundigen. Nieuwe inzichten vermelden wij onderaan elk elke invalshoek bij ‘credits’. Daar zie je welke cursist of deskundige een nieuw aspect voor VOH heeft ingebracht.

Als collega’s je deze tip geven: “Begin streng en laat dan langzaam de teugels vieren”, adviseert VOH dit advies naast je neer te leggen. Door voor streng te beginnen, snijd je jezelf in je vingers. Streng zijn en tegelijkertijd intrinsieke motivatie bij je leerlingen stimuleren is een moeizame combinatie. Het kan lukken, maar het kan ook helemaal misgaan.

5.3 Hoe ga je om met leerlingen met gebrekkige impulscontrole?

Leerlingen met gebrekkige impulscontrole willen zich wel voegen naar jouw kader en verwachtingsmanagement, maar lopen daarbij stuk op hun eigen impulsen. Stuur deze leerlingen aan met gebaren en lichaamstaal. Je voorkomt daarmee dat je hun naam noemt. Door vriendelijk te blijven, stel je ze gerust, geef je ze vertrouwen en steun je de leerlingen hun pogingen om het beter te doen.

Je kunt bijvoorbeeld (buiten de groep) vragen: “Waar zou jij je in deze klas het beste kunnen concentreren?” Regel de plek die de leerling aangeeft, evalueer en regel zo nodig weer een andere plek.
Je kunt bij elk begin van de les vragen: “Welk doel stel je deze les? Ga je het halen?”

  • Wat is er gelukt? Waar lag dat aan?
  • Wat is er niet gelukt? Waar lag dat aan?

Je kunt ook met de leerling een persoonlijk gebaar afspreken voor het geval dat de leerling te druk is.

Tips voor leerlingen met gebrekkige impulscontrole

  • Lees het blog over de film ‘Les Choristes‘.
  • Geef deze leerlingen een persoonlijke opdracht waar ze zelfstandig aan mogen werken. Laat deze opdracht aansluiten bij hun talenten en wees er zeker van dat ze in deze opdracht slagen. Zo stuur je aan op een succesbeleving.
  • Laat deze leerlingen af en toe buiten de klas werken, bij voorkeur onder begeleiding. Zo heeft de klas ook even rust.
  • Geef hun bij voorkeur een plek achterin de klas. Dan hebben ze overzicht en hoeven ze zich niet om te draaien. Ze zien iedereen en ze zien dat iedereen geconcentreerd werkt en nemen wellicht dit voorbeeld over.
  • Geef hun indien mogelijk de gelegenheid om in de mediatheek te werken.
  • Laat hen even een rondje lopen als ze te veel energie hebben.

6 Stappenplan voor docent en leerkracht

Kies een invalshoek van VOH en besteed daar aandacht aan. Hoe meer invalshoeken je combineert, hoe meer orde je maakt.

Bij de inleiding van de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ tref je bij ‘Starten met Gebruik lichaamstaal of starten met Tips en Tijdrovende opdracht‘ een aantal PowerPoints aan met verschillende opties om te starten. Bij de ene optie start je met lichaamstaal, bij een ander met Tips, bij weer een andere optie start je met een Tijdrovende opdracht. Er is ook een optie waarbij je start met meerdere handelingen van de handelingsladder tegelijk. Na elke les voeg je dan een handeling toe totdat je na drie lessen de Handelingsladder compleet hebt.

Samenvatting Vriendelijk orde houden

7 Implementeren

Vriendelijk orde houden stelt jou met hulp van je leidinggevende in staat om een nieuwe aanpak te introduceren die zowel voor jou als voor je leerlingen aantrekkelijk is. Met die aanpak stuur je gezamenlijk (docent, leidinggevende en ouders) gedrag van leerlingen bij. Ook sturen leerlingen onderling elkaars gedrag aan.

Overweeg om met meerdere collega’s tegelijk te starten met Vriendelijk orde houden (Schoolbreed implementeren).

Het initiatief voor de implementatie van VOH kan komen van docenten, schoolleiding, leerlingen, studenten, lerarenopleidingen, van de ouders of van Onderwijs ondersteunend personeel. Op dit moment werkt VOH samen met de HvA in Amsterdam, het Prins Claus Conservatorium in Groningen, en de Universiteit van Wageningen WUR.

8 Inspiratie

De inhoud van deze site bouwt voort op bronnen. Een aantal van deze bronnen zijn nauw verwant aan Vriendelijk orde houden.

8.1 Liemer Lijstje

Het Liemer Lijstje is tot stand gekomen door honderden gesprekken met leerlingen uit het PO over hoe zij het beste tot leren komen (Omgeving Arnhem). Ruimer opgevat geven wij (leerling, docent, schoolleider en onderwijsondersteunend personeel) elkaar met de ‘Zeven beloftes’ vertrouwen en spreken wij onderling onze verwachtingen uit. Vriendelijk orde houden geeft het Liemer Lijstje handen en voeten.

8.2 Vrede kun je leren

De inhoud van het boekje Vrede kun je leren komt grotendeels overeen met de intenties van Vriendelijk orde houden. Vandaar dat wij dit boekje cadeau doen tijdens de cursus en er tijdens de cursus uit citeren (Reybrouck (2017).

8.3 Citaten

Als VOH citeert uit literatuur staat daar achter een bronvermelding. Bekijk het overzicht van de door VOH gebruikte literatuur.

9 Credits

Gert Biesta Voor de huidig opzet van onze cursus Vriendelijk orde houden zijn wij Gert Biesta dank verschuldigd. Gert Biesta is hoogleraar en onderwijspedagoog. Hij heeft ons de tip gegeven het accent te leggen op orde maken. Gert Biesta: “Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor de orde in de klas? En gaat het niet meer om orde maken en geven dan om orde houden?”Bij VOH maak je orde en indien nodig stuur je aan- of bij. Orde houden is dan vrijwel niet meer nodig.
Rense Houwing Rense heeft in een eerder stadium de site van Vriendelijk orde houden geredigeerd. Hij wees ons erop dat ‘let op lichaamstaal en let op taalgebruik buiten de overige actiegerichte invalshoeken valt. Wij noemen beide waarnemingen nu ‘Observeren’. Ook maakte hij het onderscheid tussen aansturen (dat de leerlingen geen tijd kost) en bijsturen (dat de leerlingen wel tijd kost).
José Caballero – Docent Scheikunde en voorzitter van de Stichting Rapucation Opvoeden is loslaten. Je kunt je leerlingen loslaten als je vertrouwen in hen hebt. José wees ons hierop.
Jan Wolters – Docent muziek en opleider conservatorium docent muziek. “Als het op orde aankomt, ben je te laat”.