Inleiding

In deze inleiding informatie over de samenhang tussen alle onderwerpen van Vriendelijk orde houden en een stappenplan waarmee een docent of leerkracht direct aan de slag kan gaan.

Nieuwsbericht over Vriendelijk orde houden op deze site

Inhoud

Domeinen Gert Biesta – Doel onderwijs.
Vakinhoud en samenwerking

  1. Interventie, aansturen en bijsturen
    1 Interventie bij Vriendelijk orde houden
    1.2 Aansturen
    1.3 Bijsturen
  2. Drie cirkels
    1  Onderwerpen binnen cirkels
    2.2 Rode cirkel
    2.3 Blauwe cirkel
    2.4 Gele cirkel
    2.5 onderwerpen met meervoudige functie
  3. Interventiepalet
    1 Wanneer is het tijd voor een interventie?
  4. Indeling onderwerpen op deze site
    1  Orde Maken
    4.2 Orde Houden
    4.3 Implementeren
  5. Succesvol Orde maken én Orde houden
    1  Starten vanuit de rode cirkel
    5.2 Leerlinggestuurd onderwijs
    5.3 Geef leerlingen invloed
    5.4 Hoe stel je je op tijdens het Orde maken én tijdens het Orde houden?
    5.5 Hindernissen opruimen en overstijgen
    5.6 Eigen gedragspatronen doorbreken
    5.7 Verandering is moeilijk
  6. Stappenplan voor docent en leerkracht
    1 Voorbereiding
    6.2 Leg meteen een stevige basis voor gewenst gedrag
    6.3 Begin meteen met efficiënt aansturen
    6.4 Bijsturen na ongeveer een week
    6.5 Bijsturen na een aantal maanden
    6.6 Het volgende seizoen
  7. Inspiratie
    7.1 Liemer lijstje
    7.2 Vrede kun je leren
    7.3 Citaten

Drie domeinen van Gert Biesta – Doel onderwijs

Met de drie domeinen opent Gert Biesta het gesprek over het doel van het onderwijs: Vriendelijk orde houden werkt met een iets gewijzigde formulering van de drie domeinen (Maart 2021). Bij deze nieuwe formulering is de doelgroep het gehele onderwijs: leerlingen, docenten, schoolleiding én onderwijs ondersteunend personeel.

Nieuwe formulering van de drie domeinen (maart 2021).

  • Kwalificatie – Dit heeft te maken met overdracht en verwerving van kennis, vaardigheden en houdingen die kwalificeren om ‘iets’ te doen, zowel voor een beroep als voor het leven in een complexe moderne samenleving.
  • Socialisatie – Dit heeft te maken inleiding in en verbinding met bestaande tradities en praktijken – zowel sociaal-culturele, politieke, religieuze en levensbeschouwelijke praktijk, als beroeps- en professionele praktijken.
  • Persoonsvorming – Daarbij kun je denken aan kwaliteiten als zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en ook volwassenheid.

Bij elk onderwerp van Vriendelijk orde houden komen we terug op de relatie tussen het onderwerp en bovenstaande drie domeinen.

Vakinhoud en samenwerking

Als docent bepaal je (deels) de context van jouw jou lessen. Bij het maken van jouw onderwijs hou je rekening met de eisen die jouw school en de overheid stellen. Daarbij dit alles stel je de drie genoemde domeinen centraal. Door de overheid verlicht, zorgt de school voor randvoorwaarden: Alle docenten leveren voordat ze gaan lesgeven een VOG in en alle leerlingen van de school ondertekenen een pestprotocol. Dit alles is nog geen garantie voor een aantrekkelijk leerklimaat is waarbij je leerlingen op een goede manier samenwerken en een hechte groep vormen.

Als de relatie tussen leerlingen onderling en de relatie tussen jou en je leerlingen onder druk staat door pesten, machtsmisbruik of  ruw taalgebruik met als gevolg conflicten en verstoring van de les, verstoort dat jouw taak om samen met je leerlingen te werken aan de vakinhoud. Iedere docent krijgt hier in meer of mindere mate mee te maken. Dan is het lastig om je te concentreren en de inhoud van de les komt niet over. Vriendelijk orde houden helpt je om conflicten te vermijden en als ze zich toch voordoen te op te lossen.

Als je in conflict raakt met je leerlingen en en als je tijdens een conflict boos reageert, is dat mogelijk uit onmacht of omdat je je autoriteit wilt onderstrepen. Met die boosheid breng je de de rust en aandacht zelf in gevaar. Met de handvatten van Vriendelijk orde houden is het mogelijk om orde grotendeels non-verbaal te bewerkstelligen. Dat zorgt voor rust. Zonder ruis kun je dan verbaal uitleg geven over je vak. Door de handvatten van de cursus toe te passen lukt het je om aantrekkelijke en inspirerende lessen te geven. Machteloos schreeuwen tegen een geagiteerde groep behoort met Vriendelijk orde houden tot het verleden.

Effect boosheid Vriendelijk orde houden

Om rust en aandacht te bewerkstelligen biedt Vriendelijk orde houden meerdere invalshoeken. Deze inleiding geeft je een overzicht van manier waarop wij het cursusmateriaal presenteren. Een stappenplan geeft aan hoe je het beste start met Vriendelijk orde houden. Daarmee borg je een goede werksfeer en ontstaat er ruimte om je aandacht te richten op een leerlinggerichte manier van werken en op Geef leerlingen invloed. Jouw leerlingen staan daarmee aan het roer van hun eigen ontwikkeling. Steekwoorden bij deze stijl van lesgeven zijn vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid, samenwerking en gelijkwaardigheid.

1 Interventie, aansturen en bijsturen

Deze drie begrippen gebruiken wij in de cursus. Hieronder geven wij aan wat wij daarmee bedoelen:

Het begrip interventie heeft in het onderwijs een heel brede toepassing, verwijzend naar zo’n beetje alles wat je kunt doen om te zorgen dat sfeer, werkhouding, aandacht, medewerking en leeropbrengst verbeteren.

1.1 Interventie bij Vriendelijk orde houden

In de cursus Vriendelijk orde houden hanteren we een veel beperktere definitie: we bedoelen met interventie altijd een respons op specifiek storend gedrag (of voorbode daarvan) op het moment waarop het plaats vindt, met als doel om dat gedrag ook op dat moment te stoppen (of af te wenden). Dit staat min of meer los van de dingen die je doet om ervoor te zorgen dat storend gedrag in het algemeen minder plaatsvindt.

Binnen deze definitie onderscheiden we twee categorieën interventies.

1.2 Aansturen

Interventies waarmee je storend gedrag ombuigt naar gewenst gedrag, vallen onder de noemer Orde Maken. De interventies die horen bij Orde Maken duiden we in dit hoofdstuk consequent aan met de term ‘aansturen’.

1.3 Bijsturen

Interventies die tot doel hebben om storend gedrag te laten stoppen en het gewenste gedrag via een omweg (dus buiten de les om) duurzaam op te roepen, vallen onder de noemer Orde Houden. De interventies die horen bij Orde Houden duiden we in dit hoofdstuk consequent aan met de term ‘bijsturen’.

Bij het punt Interventiepalet hieronder lees je wanneer het tijd is voor een interventie.

2 Drie cirkels

Aandachtsgebieden Vriendelijk orde houden

Vriendelijk orde houden in de klas omvat een waaier van aspecten annex handvatten. Die vallen bijna allemaal binnen drie actiegerichte thema’s:

  • Neem met aantrekkelijk leerklimaat de lust tot verstoren weg (‘rood’)
  • Leg voor elk type interventie een goed fundament (‘geel’)
  • Pas effectieve interventies toe bij storend gedrag (‘blauw’)

2.1  Onderwerpen binnen cirkels

De onderstaande afbeelding toont de plaats van de onderwerpen van Vriendelijk orde houden die vallen binnen de genoemde thema’s (de rode, gele en blauwe cirkel). De aspecten zijn (net als de thema’s) actiegericht: je brengt veranderingen aan door specifiek gedrag te tonen of handelingen uit te voeren. Daarbuiten zie je ook enkele ‘aandachtsgebieden’: die aspecten zijn niet actiegericht maar beschrijven hoe je je leerlingen observeert met als doel ze indien nodig efficiënt aan- en bij te sturen; daarom passen zij niet in de cirkels. Als beginnend docent kom je door de veelheid aan indrukken nauwelijks aan dit observeren toe.

Alle onderwerpen Vriendelijk orde houden

Zodra je Vriendelijk orde houden in de klas toepast, maak je globaal deze beweging: je begint te werken binnen het rode thema, schenkt dan specifieke aandacht aan het gele thema en aansluitend het blauwe thema. Daarna keer je natuurlijk terug in rood, waar je dan voortaan fluitend blijft werken aan een leeromgeving die nog rijker en aantrekkelijker is. Dat wordt hieronder verduidelijkt.

2.2 Rode cirkel

De grondgedachte is: Mensen worden blij van een omgeving waarin zij zich met hart en ziel kunnen uitleven en waar ze de kans krijgen voor hun zinnige en bruikbare dingen te leren. In zo’n omgeving laten zij het wel uit hun hoofd om deze te bederven. Alles wat de leeromgeving aantrekkelijker maakt en waardoor de behoefte tot verstoren afneemt, valt binnen de rode cirkel.

Voorbeeldfunctie

Als eerste bespreek je met de groep een kader en stelt dit vervolgens vast. Aan de muur hang je het Kader (b.v. Vriendelijk + Duidelijk). Jij toont gedrag dat past bij het Kader (Toon gewenst gedrag)

Daarna besteed je aandacht aan Kennismaken (zonder relatie, geen prestatie). Vervolgens begint de les waarbij je leerlingen de gelegenheid geeft zich “zich uit te leven en (daardoor) eigen talenten te ontdekken”. Dat wordt gewaardeerd, en daardoor verwerf je op een natuurlijke manier gezag bij het gros van de groep (of misschien wel iedereen).

De aspecten in de rode cirkel betreffen:

  1. aandacht en waardering voor ieder groepslid,
  2. mogelijkheden om je te op een positieve manier te ontplooien voor iedereen
  3. aanwijzingen over hoe je  die koers samen blijft volgen.

Het laatste punt van vitaal belang. De beoogde leeromgeving is immers kwetsbaar: niet iedereen voelt vanzelf altijd goed aan hoe hij zich moet gedragen. Bekrachtiging (oftewel aanwij­zingen voor concreet gedrag) is dus noodzakelijk. Je leerlingen hebben daar begrip voor, maar vinden het wel fijn als je dat licht en efficiënt doet, want met verzurende en inefficiënte bekrachtigingen gaat de gedroomde leeromgeving al gauw in rook op. Aandacht daarvoor valt dus (ook) binnen de rode cirkel. Rood is in deze afbeelding de kleur van affectie en passie.

2.3 Blauwe cirkel

De grondgedachte is: Zonder effectieve begrenzing houdt geen enkele orde stand.

Wat je – inclusief je aansturende interventies – in de rode cirkel doet is voor het gros van je groep motiverend genoeg om zich te willen voegen naar zowel jouw behoeften als die van de groep en ook om te willen bijdragen aan de prettige leeromgeving. Helaas zijn er altijd uitzonderingen; voor enkelen zijn de aansturende vormen van begrenzing niet afdoende. Om te voorkomen dat zij het voor de grote groep bederven, stuur je effectief bij met middelen die je achter de hand hebt. Als de noodzaak zich dan voordoet, zet je deze middelen in en stuur je effectief bij met de Handelingsladder, onderdeel van interventiepalet.

De blauwe cirkel gaat dus over effectief begrenzende interventies, over bijsturen.  Zowel aansturende- als bijsturende interventies zorgen ervoor dat ‘misdragers’ zich vroeg óf laat omvormen tot overtuigde ‘bijdragers’. Dat lukt echter nooit zonder inbedding in ‘rood’ en ‘geel’. Blauw is in deze afbeelding de kleur van de handhaving, van het bewaken van de grenzen.

2.4 Gele cirkel

De grondgedachte is: Om begrenzingen effectief te laten zijn is het nodig deze voor te bereiden en in te bedden. Alles wat deel uitmaakt van die voorbereiding en inbedding valt binnen de gele cirkel. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat jouw interventie voor de leerling niet uit de lucht komt vallen, en hoe zorg je dat  de interventie niet als arbitrair ervaren wordt maar (op zijn minst door het gros van de groep) als rechtvaardig, en hoe borg je de afhandeling?

Elk type interventie vergt zijn eigen specifieke voorbereiding en inbedding. Dat kan ook (onder meer) inhouden dat een ‘voorliggend’ type interventie al zonder gewenst effect is toegepast (zie Handelingsladder). Een goede voorbereiding maakt interventies efficiënt en effectief, je stuurt bij zonder de terugslag van wrok en wraak. Geel is in deze afbeelding de kleur van het denken en anticiperen.

2.5 onderwerpen met meervoudige functie

Sommige aspecten zijn van toepassing op meer dan één thema. Deze hebben dus een meervoudige functie, oftewel uitwerking: “het mes snijdt aan twee (of zelfs drie!) kanten.”

Een voorbeeld van zo’n aspect dat binnen meerdere thema’s valt is “Gebruik lichaamstaal”. Dit aspect behandelt efficiënte en emotieneutrale handelingen zoals gebaren die je maakt op de plaats waar je gaat staan als je iets wilt bereiken.

Deze handelingen

  • dragen rechtstreeks bij aan de sfeer (want ze zijn emotieneutraal) en aan een aantrekkelijker leerklimaat (want ze zijn zeer efficiënt), en valt dus binnen het rode thema, en
  • zijn gericht op huidig storend gedrag gerichte interventies en vallen dus binnen het blauwe thema, maar
  • zijn tegelijk wegbereiders voor een krachtigere interventie namelijk de Tip, en valt daarom ook binnen het gele thema.

Als dit op het eerste gezicht wat verwarrend is: wees gerust. Als je bestudeert hoe de instrumenten zijn ontworpen en op elkaar aansluiten, dan vallen de puzzelstukjes snel in elkaar en zie je de samenhang tussen de verschillende onderdelen.

3 Interventiepalet

Met het interventiepalet en het stappenplan dat daarbij hoort, de Handelingsladder, voorkom je verstoringen en los je verstoringen op. Daarmee geef je je leerlingen de gelegenheid om ongestoord aan het werk te gaan.

Bij de afbeelding van het Interventiepalet, zijn interventies en hun fundering in schema gezet. Sommige aspecten zijn algemeen funderend voor interventies en hebben te maken met jouw voorbeeldfunctie. Daartoe rekenen wij Toon gewenst gedrag, Verwachtingsmanagement en Kader. De grondgedachte is: Je kunt een leerling pas op zijn gedrag aanspreken, nadat helder is welke (kwaliteit van) gedraging de norm is. Andere aspecten zijn specifiek wegbereidend c.q. voorbereidend voor een bepaalde interventie. Dat kunnen zelf ook interventies zijn, want je kunt een interventie van een bepaald gewicht pas inzetten wanneer duidelijk is dat een ‘voorliggend’ type interventie niet tot (voldoende) effect leidt. Het onderstaande schema toont de aspecten die bij de interventies een rol spelen in hun samenhang.

Interventiepalet

Alle acties die je gebruikt om jouw leerlingen aan- en bij te sturen vormen samen jouw interventiepalet met daarbij  praktische uitwerkingen zoals de Handelingsladder en de Spiekbrief.

Handelingsladder – Vriendelijk orde houden

Het interventiepalet geeft je de kans jouw aanwijzingen steeds verder te splitsen in non-verbaal en verbaal.

  1. Efficiënt aan- en bijsturen op een voornamelijk non-verbale manier en, als dat nodig is, met is verbale aanwijzingen.
  2. Vakinhoudelijke informatie verbaal overdragen.

Een valkuil bij praten is dat je inhoudelijk iets anders zegt dan wat je met je expressie toont. Door in eerste instantie non-verbaal aan te sturen vermijdt je deze valkuil.

Wanneer is het tijd voor een interventie?

Kun je van leerlingen vragen zich op een vriendelijk en duidelijk manier te gedragen?  Is dat wel mogelijk? Hoe weet elke  leerling wat je bedoeld en verwacht? Hoe pak je dat aan? Hoe handhaaf je dat? Hoe reageer je als een leerling onduidelijk is?

In de eerste les bespreek je met het Kader (bijvoorbeeld Vriendelijk + Duidelijk) en met Verwachtingsmanagement geeft je aan wat je van de leerlingen vraagt. Leerlingen die zich niet aan het Kader houden, en die niet reageren jouw aanwijzingen op het bord (Verwachtingsmanagement) stuur je aan of stuur je bij. Bekijk voor de details van het aansturen van leerlingen het hoofdstuk Orde Maken en voor het bijsturen van leerlingen het hoofdstuk Orde Houden

Een voorbeeld: Je vraagt je leerlingen binnen het Kader (b.v. Vriendelijk + Duidelijk) aan de slag te gaan met jouw vak. Aanwijzingen voor wat ze moeten doen geef je met Verwachtingsmanagement. Een coöperatieve leerling gaat zitten als je dat vraagt en stoort anderen niet. Doordat je met je leerlingen een kader hebt afgesproken, weten zij in het algemeen hoe ze zich dienen te gedragen.  Met Verwachtingsmanagement geef je op verschillende momenten aan wat je van een leerling vraagt. Nu is duidelijk zien te of een leerling zich houdt aan de algemene aanwijzingen en of deze leerling specifieke aanwijzingen opvolgt. Als de meeste leerlingen vriendelijk en duidelijk reageren ontstaat een werkbare situatie. Als een van de leerlingen niet coöperatief is (en daardoor anderen of jou stoort) of niet aan het werk gaat, dan is het zaak te handelen. Je komt dan tussenbeide met het Interventiepalet. Dat doe je afhankelijk van wat je haalbaar acht. Als je de eerste les ziet dat leerlingen elkaar niet storen, kun je daar al tevreden mee zijn. Later in het jaar dring je er sterker op aan dat ze daadwerkelijk aan het werk gaan.

4 Indeling onderwerpen op deze site

De drie cirkels vallen niet precies samen met de hoofdstukindeling op de site!

De onderwerpen van de cursus Vriendelijk orde houden in de klas zijn verdeeld over drie hoofdstukken. De schuingedrukte woorden verwijzen naar die onderwerpen.

4.1  Orde Maken

Zowel tijdens de cursus als in de praktijk ga je eerst aan de slag met Orde Maken. In hoofdstuk 1: Orde Maken vind je, verdeeld over de onderwerpen, een aantal uitgangspunten, richtlijnen en tips waarmee je verbeteringen aanbrengt op het gebied van  duidelijkheid en vriendelijkheid. Je geeft zelf het goede voorbeeld: je vervangt bijvoorbeeld boosheid en toegeeflijkheid door vriendelijkheid en duidelijkheid. Je geeft op allerlei manieren gelegenheid tot Kennismaken. Je spreekt een Kader met je leerlingen af en je zet dat kracht bij, door hen onder meer bij binnenkomst, indien nodig, aan te spreken op uitingen en lichaamstaal die niet stroken met dat afgesproken Kader. Je zorgt dat zij altijd weten welke activiteit je van hen verwacht. Je stuurt hen effectief aan met gebaren en soms een Tip. Je spiegelt hoe het gaat met de Spiegelmap (Spiegel de sfeer), als het niet gaat zoals je voor ogen hebt én als het wel zo gaat. (Toon gewenst gedrag, Kennismaken, Kader, Geef verbale aanwijzingen, Verwachtingsmanagement, Gebruik lichaamstaal, Geef en administreer tips, Spiegel de sfeer.)

Daarnaast hoort bij Orde Maken ook de Leerlinggestuurd onderwijs en Geef leerlingen invloed. Hiermee geef je enerzijds leerlingen invloed op (een deel van) hun eigen leerproces (Leerlinggestuurde aanpak) en anderzijds bied je ruimte voor samenwerking en sociale interactie (Geef leerlingen invloed)

4.2 Orde Houden

Sommige leerlingen reageren niet goed op jouw duidelijke wegwijzers en aanwijzingen. Daarom zul je vroeg of laat geconfronteerd worden met het vraagstuk Orde Houden. In de cursus Vriendelijk orde houden in de klas leren we je om deze leerlingen op een vriendelijke en duidelijke manier bij te sturen. De manier waarop je een interventie toepast –  waarop je bijstuurt – moet je voorbereiden en inbedden. In de tweede of derde les spreek je met de leerlingen af dat je bij de derde tip een maatregel oplegt (Beperk het aantal tips). Vervolgens, als het zo ver komt, deel je de Tijdrovende opdracht uit. Die opdracht geef je om leerlingen vriendelijk maar duidelijk te helpen voortaan beter te functioneren in de les.

Maar wat nu als een leerling de bovengenoemde opdracht niet inlevert? In het Protocol staat beschreven hoe, in het Voortgezet Onderwijs de schoolleiding en docent, en in het Primair Onderwijs leerkracht en ouders, samenwerken om er voor te zorgen dat de leerling de opdracht uitvoert. Dat protocol is ‘waterdicht’ en daardoor effectief. Met Orde Houden stuur je leerlingen vrijwel niet meer uit de les en lossen conflicten zich op, terwijl jij vriendelijk en duidelijk blijft.

Het Interventiepalet vat samen hoe je aan- en bijstuurt met als praktische uitwerking de Spiekbrief en de Handelingsladder.

4.3 Implementeren

Vriendelijk orde houden stelt docenten en schoolleiding in staat om een nieuwe aanpak te introduceren waarbij door samen te werken het gedrag van leerlingen bijsturen. Ook biedt Vriendelijk orde houden kansen om het onderwijs inhoudelijk interessant te maken voor zowel de docent als de leerling. Het initiatief voor de implementatie van Vriendelijk orde houden kan komen van docenten, schoolleiding, leerlingen, studenten, lerarenopleidingen, van de ouders of van Onderwijs ondersteunend personeel.

5 Succesvol Orde maken én Orde houden

Zoals gezegd keer je na succesvolle arbeid in de gele en blauwe thema’s terug in het rode thema. De manier van werken van de cursus zet je op het spoor om leerlingen eigenaar te maken van (een deel van) hun eigen leerproces. Dan hebben we het dus over orde op een hoger niveau, een natuurlijke orde die ontstaat wanneer iedereen intrinsiek gemotiveerd bezig is met het eigen leerproces (Leerlinggestuurde aanpak) en het gezamenlijke leerproces (Geef leerlingen invloed). Het is dus niettemin een vorm van Orde Maken en je vindt deze onderwerpen dan ook bij Orde Maken

5.1  Starten vanuit de rode cirkel

Als je het schooljaar wilt beginnen met een aantrekkelijk leerklimaat, zou je je leerlingen aan het begin van het schooljaar het volgende kunnen voorleggen. Hieronder staat het in de vorm van een brief:

Beste leerlingen,

De komende tijd laat ik jullie kiezen tussen verschillende opties. Je hebt dus de vrijheid om te kiezen wat je gaat doen en je mag zelf bepalen hoe je aan het werk gaat. Met een app kun je de basisstof (gesloten opdrachten) bij jezelf op een zelfgekozen tijdstip toetsen. Bij de beoordeling van open opdrachten vraag ik of je eerst jezelf wilt beoordelen. Daarna bespreken we zowel jou als mijn beoordeling en bepaal ik vervolgens het cijfer.
Tijdens het zelfstandig werken hebben jullie de ruimte om elkaar te helpen en elkaar te inspireren en kun je altijd op zoek gaan naar deskundigen die jouw ondersteunen bij het ontdekken van het vak. Uiteraard kun je mij ook vragen stellen.

Omdat jullie eigen plannen maken, lijkt mijn rol meer op die van een coach dan op die van een docent.

Ik verwacht  dat jullie op een verantwoordelijke manier omgaan met de geboden ruimte en wens jullie veel plezier.

Jullie docent

5.2 Leerlinggestuurd onderwijs

De intrinsieke motivatie en autonomie van je leerlingen vergroot je als volgt.

  • Ik stel mijn leerlingen in staat de basisstof zelf te toetsen met een app.
  • Ik laat mijn leerlingen zelf bepalen welk onderwerp ze binnen mijn vak willen bestuderen zodat ze eigenaar worden van en/of sturing geven aan hun eigen leerproces. Daarbij maken ze gebruik van hun eigen leerstijl.
  • Ik vraag mijn leerlingen hulp te zoeken bij externe deskundigen.
  • Voorafgaande aan een presentatie, vraag ik mijn leerlingen zichzelf te beoordelen. Deze eigen beoordeling betrek ik bij het bepalen van een cijfer.
  • Mijn leerlingen beoordelen het lesmateriaal dat ik aanbied. Zo brengen ze mij op nieuwe ideeën en halen fouten uit het bestaande lesmateriaal.

Deze punten komen aan de orde bij het onderwerp Leerlinggestuurd onderwijs. (Dit heeft verwantschap met het begrip Onderzoekend leren uit het PO wat betreft open opdrachten).

Een vergelijkbare situatie doet zich voor tijdens de cursus. Daar stapt jij als cursist in rol van leerling en bepaal jij zelf welke onderwerpen van Vriendelijk orde houden voor jouw lespraktijk relevant zijn. Bekijk daarvoor deze link: Cursistgestuurde cursus.

5.3 Geef leerlingen invloed

Leerlinggestuurd onderwijs (en Onderzoekend leren) geeft leerlingen invloed op hun eigen leerproces.

Er zijn meer manieren om leerlingen invloed te geven. Je kunt hen bijvoorbeeld ook invloed geven op het groepsproces en ze ervaring laten opdoen met verschillende rollen binnen het groepsproces; zo ontdekken ze hun eigen rol, houding en gedrag in een groep en ze maken kennis met democratie, diversiteit van werkvormen, spelvormen, rolwisseling en leidingswisseling (Geef leerlingen invloed).

  • Ik zet mijn leerlingen constructief aan het werk met interessante werkvormen.
  • Ik zorg ervoor dat mijn leerlingen elkaar ondersteunen en verder helpen (rolwisseling).
  • Ik stimuleer democratische besluitvorming.

5.4 Hoe stel je je op tijdens het Orde Maken én tijdens het Orde Houden?

Het Kader is hierbij leidend (Vriendelijk + Duidelijk). Neem een rustige vriendelijke houding aan. Hiermee leg je contact met je leerlingen. Zij nemen als vanzelf jouw houding over (Toon gewenst gedrag). Afhankelijk van de situatie reguleer je je  energie (Energieregulatie).
Jouw innerlijke grondhouding en de manier waarop je kijkt naar de relatie met je leerlingen, zijn doorslaggevende factoren in jouw optreden. Het vertrouwen van je leerlingen is hierbij van belang. Juist en vooral als een of meerdere leerlingen niet vanuit zichzelf meewerken. Neem je voor om jouw relatie met elke leerling te zien als ‘te allen tijde in hetzelfde team’. Net zoals een ouder het eigen kind altijd zo blijft zien. Nodig leerlingen via Orde Maken uit om zich op een goede manier in te zetten en geef complimenten als ze zich goed inzetten. Heb daarbij vertrouwen in hun goede bedoelingen en hun kunnen. Als het nodig is om orde te houden, doe dat dan vanuit diezelfde grondhouding en zienswijze. Orde Houden is niet een overgang naar een andere houding – integendeel: het is de voortzetting van dezelfde grondhouding en zienswijze met andere middelen.

5.5 Hindernissen opruimen en overstijgen

Er zijn ongetwijfeld (al dan niet beladen) denkbeelden die je tegenhouden om vriendelijk én duidelijk te zijn. Ruim die uit de weg. Vraag jezelf daartoe: Wat houdt mij tegen om vriendelijk te zijn? En wat houdt mij tegen om duidelijk te zijn?

Ga voor jezelf na:

  1. In hoeverre staat vriendelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): toegeeflijk, inschikkelijk, meegaand, voorzichtig, conflict mijdend, bang, passief, tolerant, onderdanig, gunstig stemmen, gedogen, tevreden stellen, tevreden houden, te vriend houden, niet tegen de haren instrijken, niet tegen je in het harnas jagen, confrontatie vermijden, het over je kant laten gaan, behagen?
  2. In hoeverre staat duidelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): streng, hard,  fronzen, dreigend, boos, agressief, te assertief, star, kortaf, ongenaakbaar, betweterig, dwingend, kleinerend, neerbuigend, belerend, de les lezen, gehoorzaamheid eisen, macht uitoefenen of mijn wil is wet?

5.6 Eigen gedragspatronen doorbreken

Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Als je iets anders wilt krijgen zul je iets anders moeten doen.

Doorzetten en volhouden zijn noodzakelijk voor verandering. Tijdens een verandering krijg je te maken met hindernissen zoals jouw gehechtheid aan een vertrouwd rol‑ of gedragspatroon. We maken het in allerlei situaties mee: we kunnen wel bedenken en inzien hoe lonend het zou zijn om ons anders te gedragen en onze rol anders in te kleuren, maar ons huidige gedrag en en onze inkleuring voelen nu eenmaal als een oude jas en die zit als gegoten.

Verandering, hoe lonend ook, brengt altijd ongemak met zich mee en ook afscheid, losse eindjes, miskleunen, onduidelijkheid, acceptatieperikelen, niet-weten, onbegrip, eigen weerstand, tegenslag, afstemmingsproblemen en ga zo maar door. Deze neveneffecten maken het aantrekkelijk om af te zien van verandering en door te gaan met bestaande patronen of maken het aantrekkelijk om snel  terug te keren naar oude patronen als het even tegenzit. Dan kan het moeilijk zijn om door te zetten.

5.7 Verandering is moeilijk

Vriendelijk orde houden in de klas biedt dan wel een scala aan nieuwe gedrags‑ en rolopties die zeer lonend zullen zijn. Maar deze gaan uiteraard wel gepaard met alle ‘nadelen’ die horen bij ‘verandering’. Hoe los je dit dilemma op? Op twee manieren.

Ten eerste kun je houvast ontlenen aan de ervaringen van degenen die je zijn voorgegaan in deze verandering en van de gebruiksklare methoden en sjablonen die zij ontwikkeld en getest hebben. Belangrijke nieuwe inzichten voor Vriendelijk orde houden komen vaak van cursisten en deskundigen. Nieuwe inzichten vermelden wij onderaan elk onderwerp bij ‘credits’. Daar zie je wie een belangrijke nieuw aspecten heeft ingebracht.

6 Stappenplan voor docent en leerkracht

Speciaal voor de eerste drie lessen is deze PowerPoint gemaakt. Daar zie je in een aantal van de onderstaande stappen terug. De PowerPoint behandelt als eerste een spel waarmee je het gebaar ‘Vuurtoren’ introduceert, daarna komen het kader, tips en de tijdrovende opdracht aan bod.

Hoe start je met Vriendelijk orde houden in jouw eigen lespraktijk vanaf de eerste dag?

Samenvatting Vriendelijk orde houden

6.1 Voorbereiding

In het Protocol staat beschreven dat je samen met de schoolleiding gedrag bijstuurt. Daarom bespreek je dit om te beginnen met de schoolleiding en pas je het aan zodat het past bij de cultuur van de school. Als de schoolleiding medewerking toezegt, ga je aan het werk.

Om bij te sturen gebruik je een aan je eigen situatie aangepaste Tijdrovende opdracht. Als je een leerling bijstuurt met een Tijdrovende opdracht, bestaat de kans dat ze deze opdracht niet maakt. Dan neem je contact op met de schoolleiding en volgens Protocol los het probleem zich op.

6.2 Leg meteen een stevige basis voor gewenst gedrag

Een aantal onderwerpen lenen zich om direct in de klas mee aan de slag te gaan. Met Verwachtings­management maak je je verwachtingen duidelijk. Dat helpt altijd, ook als je verder niets zou veranderen. Wat ook altijd werkt is het geven van complimenten (Gebruik Lichaamstaal). Ook de onderwerpen Kader, Kennismaken en Toon gewenst gedrag kun je meteen in praktijk brengen. Met een Kader maak je gezamenlijk afspraken over uitgangspunten van gedrag in de klas. Door op allerlei manieren kennis te maken schep je een band en door jouw voorbeeldgedrag zien leerlingen hoe zij het Kader kunnen vertalen in concreet gedrag. Zij nemen dat dan voor het grootste deel over. Zo leg je de basis voor een rustige en aantrekkelijk leerklimaat.

6.3 Begin meteen met efficiënt aansturen

Daarnaast bouw je aan aantrekkelijke leeromgeving dat je op een rustige en effectieve en positieve manier aan- en bijstuurt en daarmee waarschuwingen en alle emotioneel geladen manieren van bijsturen weglaat.

De eerste les

In de eerste les laat je aan de leerlingen zien hoe je waarschuwingen in eerste instantie vervangt door gebaren. Dat werkt goed, omdat je de verwachtingen al helder hebt gemaakt met het Kader, en door je Verwachtingsmanagement en doordat je het goede voorbeeld geeft (Toon gewenst gedrag). Als een aantal leerlingen niet goed reageren op jouw gebaren of als ze deze negeren, geef je in vervolgens een positief geformuleerde Tip, die je opschrijft in een Tipboek. Je noteert daarin de naam van de leerling het zojuist uitgesproken advies. Dit advies geldt voor de hele klas (wie de schoen past, trekke hem aan).

Je ondersteunt deze methodiek met andere slimme interventies. Bij het binnenkomen van de klas verwelkom je iedere leerling aan de deur. Dat bevestigt niet alleen een persoonlijke band; het maakt ook dat je verstorend gedrag in de kiem kunt waarnemen en het is tegelijkertijd het ideale moment voor korte en duidelijke persoonlijke Verbale aanwijzingen, omdat je op gespreksafstand van elkaar bent en niet meteen de hele klas als toehoorder hebt. Dat schept toenadering, verhoogt de bereidwilligheid en werkt daardoor efficiënt én effectief. Dat geldt ook voor het principe dat je de sfeer (aandacht, werkhouding, medewerking) in de klas spiegelt (Spiegel de Sfeer). Het is fijn voor leerlingen om te weten dat ze bezig zijn zoals jij dat van hen verwacht. Mooi dus als je dit standaard expliciet maakt: jullie zijn goed bezig. Hier zijn verschillende methoden voor zoals het gebaar duim omhoog (Gebruik Lichaamstaal). Een groot voordeel is dat je, doordat je nu let op hoe ze bezig zijn, je eerder signaleert wanneer het niet meer zo lekker gaat. Door dat direct aan te sturen helpt je de leerlingen bewust te worden van hun gedrag in relatie tot de behoeften van de groep en de docent. (Let op lichaamstaal, Let op taalgebruik, Geef verbale aanwijzingen, Gebruik lichaamstaal, Geef en administreer tips, Spiegel de sfeer).

6.4 Bijsturen na ongeveer een week

Om bij te sturen gebruik je de Handelingsladder (Interventiepalet).

In de tweede of derde les spreek je met de klas af dat je het aantal tips beperkt en dat jouw  laatste tip vergezeld gaat van een maatregel (Beperk het aantal tips). Bij een lastige groep is dat al in de tweede les, bij een gemiddelde groep is dat in de derde les.

Stel, op enig moment heb je dit in de klas besproken en afgesproken. Indien leerlingen daarna ondanks jouw aangegeven grens de les blijven verstoren, geef je bij het bereiken van het maximum aantal tips (doorgaans is dat drie maar in het begin kun laat je dit oplopen tot maximaal zes). Pas in de tweede les verbind je aan het maximum aantal tips een Tijdrovende opdracht en maak je met de betreffende leerling een afspraak om die de volgende dag op een bepaald tijdstip bij jou te komen inleveren. Bij lastige klassen bouw je het aantal tips per les geleidelijk af van zes naar drie (Beperk aantal tips).

Hierbij moet worden aangetekend dat je in bij frontale lesgeven deze Tijdrovende opdracht uitdeelt bij de derde tip aan de klas als geheel, maar bij zelfstandig werken pas als één leerling zijn of haar derde tip krijgt in een vooraf vastgestelde periode (meer informatie hierover bij Beperk het aantal tips). Als je binnen één les twee tijdrovende opdrachten hebt uitgedeeld (ongeacht frontaal lesgeven of zelfstandig werken), stop je die les met lesgeven en vraag je de leerlingen zonder te praten huiswerk te maken (VO). In het PO neem je een tijdelijke time out en vraag je de kinderen stil te lezen. Geef van tevoren wel duidelijk aan hoe lang de time out duurt en leg uit waarom en welke verbeterde houding je daarna verwacht. Na deze time out maak je een nieuwe start.

6.5 Bijsturen na een aantal maanden

Na verloop van tijd krijg je een beeld van het gedrag van individuele leerlingen en krijg je een overzicht over hoe de klas in zijn algemeen functioneert. Als je een aanpassing wilt maken die betrekking heeft op hele klas, bespreek je jouw wens tot verandering aan het begin van de les en geef aan hoe je die verandering bijstuurt.
Als je een voorstel hebt waarmee een individuele leerling zich beter kan opstellen, bespreek je dit voorstel met de leerling apart op een rustig moment en geef je aan hoe je de verandering indien nodig bijstuurt.

6.6 Het volgende seizoen

Als docent heb je op een school een reputatie. Stap voor stap kun je door aanpassingen in je aanpak deze reputatie verbeteren.

Stel dat je het vorige jaar goede resultaten hebt geboekt maar nog meer kansen ziet voor verbetering, dan is de start van een nieuw schooljaar een goed moment om deze  verandering in gang te zetten.

Als negatieve ervaringen je op een school blijven achtervolgen, dan is het te overwegen om met een schone lei beginnen en wellicht te starten op een nieuwe school. Je bereid je dan voor op het gebied van Orde Houden, stelt een eigen structuur vast en vervolgens pas je deze op de nieuwe school toe.

7 Inspiratie

De inhoud van deze site bouwt voort op bronnen. Een aantal van deze bronnen zijn nauw verwant aan Vriendelijk orde houden.

7.1 Liemer Lijstje

Het Liemer Lijstje is tot stand gekomen door honderden gesprekken met leerlingen uit het PO over hoe zij het beste tot leren komen (Omgeving Arnhem). Ruimer opgevat geven wij (leerling, docent, schoolleider en onderwijsondersteunend personeel) elkaar met de ‘Zeven beloftes’ vertrouwen en spreken wij onderling onze verwachtingen uit. Vriendelijk orde houden geeft het Liemer Lijstje handen en voeten.

7.2 Vrede kun je leren

De inhoud van het boekje Vrede kun je leren komt grotendeels overeen met de intenties van Vriendelijk orde houden. Vandaar dat wij dit boekje cadeau doen tijdens de cursus en er tijdens de cursus uit citeren (Reybrouck (2017).

7.3 Citaten

Achter citaten op deze site staat de bron vermeld. Zie Gebruikte literatuur

Credits
Gert BiestaAan Orde Houden gaat Orde Maken vooraf. Gert Biesta heeft ons hierop gewezen. Dit heeft zich bij Vriendelijk orde houden vertaalt in de twee hoofdstukken Orde Maken en Orde houden.
Rense HouwingNaast de indeling in Orde maken en Orde houden is er een tweede indeling bedacht en vormgegeven door Rense Houwing. Op deze pagina staan drie afbeeldingen die de samenhang tussen de onderwerpen van Vriendelijk orde houden steeds op een andere manier duidelijk maken. De afbeeldingen met de cirkels en de afbeelding van het interventiepalet zijn van de hand van Rense en verschaffen extra duidelijkheid. Rense heeft bovendien alle teksten van deze site al twee keer geredigeerd en daarbij delen herschreven of zelf geschreven. Daarmee is hij van onschatbaar belang voor Vriendelijk orde houden.