Inleiding

Met de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH) maken studenten, leerkrachten en docenten (PO-VO-MBO-HBO) orde. VOH ziet de vijf invalshoeken als randvoorwaarden voor het onderwijs. De vijf invalshoeken én de deelgebieden die onder deze invalshoeken vallen zijn te zien als losse modules die je integreert in jouw bestaande manier van lesgeven.

Vriendelijk orde houden geeft mij een strategie om problemen systematisch op te sporen en op te lossen. Samen vormen de vijf invalshoeken van VOH een model van het onderwijs dat ik gebruik als een zoekplaatje om gebeurtenissen in de les te duiden en om problemen op te sporen. Door eerst te lezen hoe anderen vergelijkbare problemen oplossen, lukt het mij beter om zelf een oplossing te bedenken die bij mij past en om deze ook toe te passen. Door aanwijzingen van VOH toe te passen, krijgen mijn leerlingen plezier in het leren, gaan ze met plezier naar school en krijgen ze zelfvertrouwen.

Vriendelijk orde houden is een opvoedingsstijl die betrokken, begripvol, accepterend, sturend, uitnodigend en vertrouwenwekkend is. Het is een transparante stijl van opvoeden waarbij je duidelijk je grenzen aangeeft. Kinderen voelen zich bij deze opvoedingsstijl gewaardeerd.

Randvoorwaarden van het onderwijs scheppen de maatschappij van de toekomst

Hoe beter een leerling is gekwalificeerd, hoe meer kans op individueel succes in de maatschappij. Daarom staat kwalificatie centraal in het onderwijs. Daarbij de kanttekening dat succes van de een ten koste kan gaan van succes van de ander. Om dat laatste te voorkomen, pleit VOH ervoor om in het onderwijs naast kwalificatie ook aandacht te besteden aan:

  1. zorg voor elkaar
  2. het vermogen om met iedereen samen te werken
  3. creativiteit

Als deze drie aspecten in het onderwijs aan bod komen, benut je het potentieel van alle betrokkenen. De verwachting is dat leerlingen die dit op school ervaren later in de maatschappij een bijdrage leveren aan inclusiviteit en weerbaarheid.

Bildung und Wissenschaft

Bij het nu volgende citaat bespreekt Sue Prideaux ideeën van Humbold over Bildung en Wissenschaft. Dit sluit aan bij het zojuist genoemde benutten van het potentieel van mensen:

“Het uiteindelijke doel van scholing was ‘een volledige educatie voor de menselijke persoonlijkheid[…] de hoogste en meest passende ontwikkeling van de vermogens van het individu tot een volledig en samenhangend geheel’. Dit volledige en samenhangende geheel was een combinatie van twee typisch Duitse idealen: ‘Wissenschaft’ en ‘Bildung’. ‘Wissenschaft’ was de idee van studeren als een dynamisch proces dat voortdurend vernieuwd en verrijkt werd door wetenschappelijk onderzoek en onafhankelijk denken, zodat elke student bijdroeg aan de eindeloos voortschrijdende som van kennis. Het was het exacte tegendeel van dingen uit het hoofd leren.
Kennis werd beschouwd als evolutionair van aard, en hiermee gepaard ging ‘Bildung’, de evolutie van de orderzoeker zelf: een proces van spirituele groei door de verwerving van kennis dat Humboldt beschreef als een harmonieuze interactie tussen de eigen persoonlijkheid van de student en de natuur die uitmondde in een staat van innerlijke vrijheid en heelheid binnen een groter verband.”
Prideaux (2018), Sue

Zelfstudie – Cursusboek – Cursus

Docenten krijgen de kans om via zelfstudie, het cursusboek of een persoonlijke cursus aan de slag te gaan met Vriendelijk orde houden.

Hoe bereidt een docent een leerling voor op de rol van gekwalificeerde, creatieve, sociale en zorgzame burger? Wat is het geheim van een docent die van een groep leerlingen een hechte en sociale groep maakt? Vriendelijk orde houden begeleidt docenten via een persoonlijke cursus, cursusboek en geeft docenten de gelegenheid om via zelfstudie met de nu volgende vijf invalshoeken aan slag te gaan:


afbeelding 1: Gert Biesta

In deze afbeelding ‘Orde maken’ staat de invalshoek ‘Vriendelijk’ onderaan. Daar is voor gekozen omdat een vriendelijke houding is de basis waarop alles rust.

  1. Vriendelijk
    Bij vechtsport leer je je emoties te parkeren. Als je boos of bang bent, neem je geen goede beslissingen. Dit geldt ook voor het onderwijs. Door vriendelijk les te geven, voorkom je verstoringen (preventief).
  2. Duidelijk
    Als je duidelijke aanwijzingen geeft, weet iedereen wat jouw bedoeling is. Door duidelijk les te geven, voorkom je verstoringen (preventief).
  3. Lesinhoud
    Soms neem jij de leiding, dan weer laat je het initiatief aan je leerlingen. Wissel frontaal lesgeven en zelfstandig werken af, daarmee voorkom je ordeproblemen (preventief).
  4. Observeren
    Je let altijd op lichaamstaal én op taalgebruikDoordat je altijd op lichaamstaal en taalgebruik let, reageer je sneller en voorkom je verstoringen (preventief).
  5. Bijsturen
    Hoe weloverwogen, hoe vriendelijk en hoe duidelijk je ook lesgeeft, er kan altijd een verstoring plaatsvinden. Dan is het geruststellend te weten hoe je die verstoring oplost met één of meer stappen die je steeds in dezelfde volgorde neemt.

Randvoorwaarden onderwijs – Ketting met vijf schakels

Deze vijf invalshoeken zijn te zien als een ketting met vijf schakels. Waarbij elke schakel onontbeerlijk is. Als één of meerdere schakels ontbreken, dan is jouw onderwijs minder effectief. Dat merk je als je de bovenstaande vijf punten ontkennend maakt:

  1. Als je niet vriendelijk bent, willen leerlingen niet (vrijwillig) voor je werken.
  2. Als je niet duidelijk bent, weten je leerlingen niet wat jij van hen vraagt.
  3. Als jij altijd het initiatief neemt, valt er voor een individuele leerling weinig te sturen.
  4. Als je niet observeert, weet je niet welke leerling je moet bijsturen.
  5. Als je niet bijstuurt, neemt het aantal verstoringen toe.

Als leerlingen terugkijken op een schoolperiode waarbij ze door hun docenten en medeleerlingen vriendelijk en duidelijk zijn benaderd, als ze op school initiatieven konden ontplooien, gezien werden door hun docenten en indien nodig op een effectieve manier werden bijgestuurd, is te verwachten dat zij zich als burger op dezelfde manier opstellen en een waardevolle bijdrage leveren aan de maatschappij.


Afbeelding 2: schakels

Elke schakel is van vitaal belang voor het goed functioneren van het onderwijs.
VOH beschouwt deze vijf invalshoeken als de randvoorwaarden van het onderwijs.

Goed voorbeeld

VOH helpt docenten om een goed voorbeeld te geven aan hun leerlingen: een vriendelijke, duidelijke, behulpzame, sociale en creatieve docent. Als leerlingen deze houding van docenten overnemen en deze behouden als burger, profiteert de maatschappij als geheel van hun behulpzame en sociale houding. In termen van Biesta: “De toekomstige maatschappij profiteert van gekwalificeerde, sociale burgers die als persoon tot hun recht komen.”

Als je via zelfstudie, ons cursusboek of via een cursus aan de slag gaat,

  1. ontstaat er tussen jou en je leerlingen vertrouwen
  2. zijn leerlingen minder geneigd om de les te verstoren
  3. accepteren leerlingen dat jij storend gedrag bijstuurt

Preventief – curatief

Het grootste deel van je inspanning betreft het voorkomen van verstoringen. Hoe goed je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Dan is het geruststellend als je weet hoe je die verstoring oplost. Dit geheel noemt VOH ‘Orde maken’.

Nu volgt een opsomming van jouw activiteiten. Bij deze lijst zijn de meeste termen schuingedrukt. Deze hebben een preventieve werking: Vriendelijk, Duidelijk, Lesinhoud, Observeren en ‘Aansturen en bijsturen‘. Met het dikgedrukte ‘bijsturen’ los je een verstoring van de les definitief op met een Tijdrovende opdracht (curatief). Deze opdracht heeft meer effect als je deze sporadisch inzet. Lees meer over het onderscheid preventief/curatief.

Bij de ‘Zelfstudie‘ geeft VOH een advies over een volgorde van werken.


Afbeelding 1: Gert Biesta

Lees meer over de bijdrage van Gert Biesta aan Vriendelijk orde houden.

“Bij een geweldloze benadering zoeken ouders en kinderen naar wat ze gemeen hebben en naar redenen om elkaar te helpen en te steunen. De ouders accepteren dat de tekortkomingen van de kinderen waarschijnlijk voortkomen uit de tekortkomingen van de ouders zelf.” Arun Ghandi (2017)

Het evenwicht tussen groepsidentiteit en individualiteit is de sleutel tot succesvolle sociale systemen. (Christakis, 2019)

Huidige aanpak:

Hoe besteed ik tot op heden aandacht aan orde maken?

Toekomstige aanpak:

Hoe besteed ik in de toekomst aandacht aan orde maken?

Introductievideo

Links in beeld zie je het overzicht van Vriendelijk orde houden.

VOH pleit ervoor om zowel vriendelijk als duidelijk les te geven. Verstoringen van je les los je op een vriendelijk en duidelijke manier op.

Daarnaast pleit VOH ervoor om leerlingen de gelegenheid te geven een eigen koers te bepalen. Dat zorgt voor intrinsieke motivatie en voor minder verstoringen van de les.

Orde Maken

Leerlingen zijn verplicht om naar school te gaan. Op school nemen zij tegenover jou een houding aan van ‘laat maar zien’. Jij beslist dan met welke houding je hen tegemoet treedt. Je maakt beslissingen over wat je behandelt en over de manier waarop je je leerlingen opdrachten geeft.

Hoe werk je optimaal met een groep? Hoe bevorder je samenwerking bij een diverse groep? Waar ligt het juiste evenwicht tussen individualiteit en groepsidentiteit?  Hoe creëer je een hechte gemeenschap waar plaats is voor iedereen? Wat kan onze gemeenschap betekenen voor het algemeen belang?

Door te putten uit eigen ervaring, door bestaande bronnen te raadplegen en door samen te werken met deskundigen zoekt Vriendelijk orde houden (VOH) naar antwoorden op deze vragen.

Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed om te weten hoe je die oplost (Bijsturen). Efficiënt bijsturen is een vorm van orde maken.

Elke docent kan met VOH deze beweging maken:

Beginsituatie zonder VOH Met VOH
Inefficiënt bijsturen: veel waarschuwen, leerlingen eruit sturen Efficiënt aan- en bijsturen: Lichaamstaal, Tips en Tijdrovende opdracht.
Te weinig effectieve lestijd Alle aandacht voor Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming.

Focus op één invalshoek

Na de cursus, na het lezen van ons boek of door de website te gebruiken voor zelfstudie, kies je een invalshoek waarmee je aan de slag gaat. ‘Orde maken’ vraagt samen met je leerlingen om tijd, geduld en oefening voordat het effect van de verandering merkbaar is. Hoe meer invalshoeken of deelgebieden je na verloop van tijd combineert, hoe sterker het effect. Ga ervan uit dat je binnen jouw lespraktijk altijd nieuwe aspecten aandacht kunt geven. Daarmee doorbreek je bestaande patronen en blijft het onderwijs een avontuur.

Hoe meer orde je maakt, hoe minder het nodig is om gedrag van leerlingen aan- of bij te sturen. Door orde te maken, krijg je een goede band met je leerlingen en zijn zij minder geneigd om de les te verstoren. Je streeft ernaar om elke leerling de kans te geven zich (geleidelijk) te ontwikkelen tot:

Een sociale, intrinsiek gemotiveerde leerling die keuzes maakt, verantwoording neemt en zichzelf en anderen aanstuurt. Deze leerling is baas van zichzelf.

Afbeelding 3: orde maken

Deze  afbeeldingen is onderdeel van het Overzicht van Vriendelijk orde houden.

Lees meer over de term Motivatiecoach

Vijf invalshoeken

Als docent bepaal jij je eigen lesstijl. Je kunt kiezen voor ‘Laissez faire’ of voor ‘Autoritair’. Beide stijlen hebben valkuilen. Bij Laissez faire ben je te vriendelijk, bij autoritair ben je te streng. Hoe ga je daar als docent mee om?

VOH onderscheidt vijf invalshoeken:

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen

Invalshoeken 1 + 2 vormen samen het kader. Door het kader te bewaken (invalshoek 4 + 5) voorkom je dat je té vrijblijvend (Laissez faire) lesgeeft:

Invalshoek 3: Je wisselt werkvormen af: Docent gestuurd onderwijs en Leerling gestuurd onderwijs.  Door leerlingen een zekere vrijheid te bieden, voorkom je dat je té bepalend bent en te autoritair lesgeeft.

Om beide valkuilen (Laissez faire en Autoritair) te voorkomen, balanceer je tussen orde en chaos.

Te veel wanorde is regelrecht gevaarlijk. Te veel orde maakt kwetsbaar op langere termijn, doordat het aanpassingsvermogen en de creativiteit dan teruglopen (Mark Mieras).

Orde Maken

Leerlingen onderstrepen het belang van orde maken: Ons uit de les sturen, daar heb je niets aan.

Reacties van cursisten

Lees de testimonials

1 Orde maken binnen de context van jouw school

Jij bepaalt (deels) de context van jouw lessen. Ook de school (jouw sectie) en de overheid bepalen voor een deel hoe jouw lessen eruitzien.

Voordat je kunt gaan lesgeven, vraagt de overheid van jou een VOG in te leveren. Ook vraagt de overheid aan scholen om hun leerlingen een pestprotocol te laten ondertekenen. Dit alles is geen garantie voor een aantrekkelijk leerklimaat waarbij je leerlingen op een goede manier samenwerken en een hechte groep vormen.

1.1 Ongestoord lesgeven

Pesten, machtsmisbruik of ruw taalgebruik zetten de relatie tussen leerlingen onderling en de relatie tussen jou en je leerlingen onder druk. De boosheid, conflicten en verstoringen van de les die daaruit voortvloeien, verstoren jouw taak om samen met je leerlingen te werken aan de vakinhoud. Iedere docent krijgt hier in meer of mindere mate mee te maken. Dan is het lastig om je te concentreren en heeft jou les minder  rendement. VOH helpt je om oog te krijgen voor voorboden van verstoringen van de les, als deze zich ondanks jouw inspanningen toch voordoen, op te lossen (Aansturen en bijsturen). Ook helpt VOH je om leerlingen de ruimte te geven waarmee ze hun eigen leerproces (deels) kunnen vormgeven. Daarmee verhoog je hun intrinsieke motivatie (Lesinhoud).

1.2 Oplossen van verstoringen: boos of vriendelijk?

Boos

Als je in conflict raakt met een leerling of als je tijdens een conflict boos reageert, is dat mogelijk uit onmacht of omdat je je autoriteit wilt onderstrepen. Met jouw boosheid breng jij de rust en aandacht in gevaar. Als je boos bent, heb je geen plezier in je werk. Het doet niet alleen iets met jezelf, maar ook iets met je leerlingen. Als je boos bent, schaad je het wederzijds vertrouwen en beschadig je de band met je leerlingen. Boos zijn is vermoeiend.

Als de hele wereld uitgaat van de oog-om-oog-filosofie, worden alle mensen blind.Arun Ghandi (2017)

Als een leerling de les verstoort, en jij vergeldt dat met strafwerk, dan heeft dat nadelen. Je beslecht een conflict met jouw macht om strafwerk uit te delen. Door strafwerk te geven, zet je de relatie tussen jou en de leerling onder druk en doe je afbreuk aan het vertrouwen dat leerlingen in jou hebben. Er ontstaat dan een klassiek rollenspel waarbij jij in de ogen van leerlingen de kwelgeest bent en zij het slachtoffer zijn. Een leerling ziet strafwerk als vergelding.

Vriendelijk

VOH adviseert boosheid weg te laten en om in plaats daarvan met een aantal neutrale handelingen storend gedrag aan- en bij te sturen. Dat zorgt voor rust. Hierbij is het niet nodig om leerlingen te waarschuwen of om leerlingen uit de les te sturen. Je bent dan in staat ontspannen les te geven (Lees meer bij Aansturen en bijsturen + Lesinhoud).

Met een Tijdrovende opdracht geef je een leerling de kans zichzelf bij te sturen en om de verstoorde verstandhouding met jou te herstellen. De opdracht is ontworpen om het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling te vergroten en om de relatie met jou te verbeteren. Als de leerling de opdracht serieus neemt, verbetert doorgaans het gedrag. Als de opdracht is ingeleverd en besproken en het gedrag van de leerling verbetert, kun je ongestoord verder gaan met lesgeven. Alle leerlingen, ook degene die je zojuist hebt bijgestuurd, zijn nu in staat zich te concentreren. De Tijdrovende opdracht zorgt voor verbinding.

Als je verstoringen oplost met Vriendelijk orde houden, behoort machteloos schreeuwen tegen een geagiteerde groep tot het verleden.


Afbeelding 4: bang en boos

2 Rollen van de docent

Je kunt als docent verschillende rollen vervullen:

  1. Gastheer
  2. Presentator
  3. Didacticus
  4. Pedagoog
  5. Coach
  6. Afsluiter

Vriendelijk orde houden onderscheid naast deze zes genoemde rollen:

  1. Ontwerper van lessen
  2. Ontwerper van een methode
  3. Reisleider van een georganiseerde reis (Docent gestuurd onderwijs – frontaal lesgeven)
  4. Wegenwacht (Leerling gestuurd onderwijs – zelfstandig werken). Elke leerling maakt een persoonlijke trektocht. Jij  vervult voor hun de rol van ‘wegenwacht’. Lees meer over jouw rol bij leerling gestuurd onderwijs.
  5. Tuinman. Gedurende de tijd die jij beschikbaar stelt aan leerlingen om zelfstandig te werken stel jij je op als tuinman.
  6. Motivatiecoach

n.a.v. punt 1 en 2: Als docent kun je gebruik maken van bestaande lessen en methodes. Daarnaast ben je vrij om zelf bedachte elementen toe te voegen.

n.a.v. punt 3 en 4: De laatste twee rollen(reisleider en wegenwacht) zijn een uitwerking van een interview met Dick Bruinzeel. Daarin gebruikt Dick deze metafoor: ‘Van georganiseerde reis naar persoonlijke trektocht’. In die metafoor zit een geleidelijke accentverschuiving verborgen: Steeds minder een gezamenlijke georganiseerde reis naar steeds meer een persoonlijke trektocht voor elke leerling.

3 Aandachtspunten voor docenten

  1. Onderwijs is een spel met regels. Iedereen is op deze regels aanspreekbaar.
  2. Je hebt hoge verwachtingen van je leerlingen.
  3. Jouw einddoel is een groep gemotiveerde leerlingen, waarbij iedereen elkaar vertrouwt en iedereen goed kan samenwerken en iedereen trots is op zijn werk.
  4. Je observeert je leerlingen én je observeert jezelf. Dit staat aan de basis van al je handelen. Je speelt in op wat er nu gebeurt.
  5. Je creëert mogelijkheden voor leerlingen om zichzelf aan te sturen waarbij je je leerlingen naar vermogen steeds meer vrijheid geeft.
  6. Zelfsturing door leerlingen is alleen succesvol bij een goede verstandhouding tussen jou en je leerlingen. Daarom ben je altijd vriendelijk en duidelijk en vermijd je om boos, streng of dominant over te komen.
  7. Je wisselt frontaal lesgeven en zelfstandig werken af.
  8. Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost: Enerzijds stuur je aan (preventief), anderszijds stuur je bij (curatief).

4 Hoe start je met Vriendelijk orde houden?

Vriendelijk orde houden biedt je een strategie om problemen systematisch op te lossen aan de hand van vijf invalshoeken. Samen vormen deze vijf invalshoeken een model van het onderwijs dat je gebruikt als een zoekplaatje om dingen te duiden en om problemen op te sporen en te zien hoe iets werkt (Heuristiek).

Het zoeken naar oplossingen voor problemen begint met het stellen van de volgende vragen die aan sluiten bij iedere lespraktijk:

  1. Ben ik vriendelijk?
  2. Ben ik duidelijk?
  3. Ben ik inhoudelijk tevreden over mijn lessen?
  4. Ben ik tevreden over de manier waarop ik mijn leerlingen observeer?
  5. Stuur ik mijn leerlingen efficiënt aan en bij?

Met een van deze invalshoeken ga je aan de slag en daarmee ‘maak je orde’. Bij succes besteed je de tijd die vrijkomt aan een van de andere invalshoeken.

4.1 Starten met invalshoek Vriendelijk

Door vriendelijk te zijn, geef je het goede voorbeeld. De kunst is om vriendelijk te blijven ook als een klas druk binnenkomt. Wil je die vriendelijkheid vasthouden, ook al is de groep druk, dan is het aan te raden ook aan de drie invalshoeken Duidelijk, Observeren en ‘Aansturen en bijsturen’ aandacht te besteden.

Meer over het geven van het goede voorbeeld, jouw voorbeeldfunctie, lees je bij de invalshoek Vriendelijk. Bij voorbeeldfunctie horen drie deelgebieden van VOH: ‘Toon gewenste gedrag‘, ‘Aanwijzingen met lichaamstaal‘ en ‘Reguleer je energie‘. Bij dat laatste deelgebied toon jij precies die hoeveelheid energie waardoor de klas beter gaat functioneren. Bij een drukke groep ben jij rustig, bij een te rustige groep stel je je energiek op.

Bij de invalshoek Vriendelijk hoort o.a. het geven van aanwijzingen met lichaamstaal. Door lichaamstaal te gebruiken om aanwijzingen te geven, ben je minder aan het woord. Bovendien zijn je leerlingen, om volledig te begrijpen wat je bedoelt, genoodzaakt zowel te kijken als te luisteren naar jouw uitleg en letten ze beter op.

Verder hoort bij de invalshoek Vriendelijk dat je je leerlingen de kans geeft om onderling kennis te maken (zonder relatie, geen prestatie).

4.2 Starten met invalshoek Duidelijk

Bij de invalshoek Duidelijk, krijg je het advies om nog voor de start van de eerste les een kader aan de muur te hangen (b.v. vriendelijk en duidelijk). Daarmee geef je aan dat het jouw bedoeling is dat de les vriendelijk en duidelijk verloopt. In de eerste les, tijdens het eerste moment dat de hele groep aandachtig is, bespreek je dit kader met de groep en stel je dit vervolgens vast. Uiteraard houd jij je aan het kader.

Je schept voor jezelf duidelijkheid als je de onderwijsdoelen goed voor ogen hebt. Onderwijsdoelen is een deelgebied van de invalshoek Duidelijk. Betrek de drie domeinen van Biesta bij het voorbereiden van afwisselende lessen.

Ook schep je duidelijkheid met Verwachtingsmanagement. Verwachtingsmanagement is een deelgebied van de invalshoek Duidelijk. Daarmee maak je voorafgaand aan elke nieuwe werkvorm duidelijk wat je van je leerlingen verwacht en gaan je leerlingen sneller aan het werk.

4.3 Starten met invalshoek Lesinhoud

Hoe motiveer je je leerlingen? De invalshoek lesinhoud geeft hiervoor aanknopingspunten.
Het advies is verschillende werkvormen af te wisselen: Docent gestuurd onderwijs en Leerling gestuurd onderwijs.

Als leerlingen (steeds meer) zelf mogen kiezen en zich daardoor eigenaar voelen van hun eigen onderwijsproces dan zijn ze minder geneigd de les te verstoren. Het zelf mogen kiezen vergroot hun intrinsieke motivatie.

Als je lessen in goede orde verlopen, is dat een goed moment om na te denken over hoe onderwijs ‘betekenisvol’ kan zijn (link naar een blog over betekenisvol onderwijs). Een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud is Beoordeling. Daarbij zoek je naar een vorm van beoordelen die leerlingen motiveert en voorkom je dat jouw beoordeling aanvoelt als een afrekening.

4.5 Starten met invalshoek Aansturen en bijsturen

Wat doe je als een leerling de les verstoort? Jouw handelingen vallen bij VOH uiteen in aansturen als bijsturen. Daarmee kun je op elk moment starten. ‘Aansturen en bijsturen’ begint met observeren. Door te observeren weet je wat je wilt aan- of bijsturen. Met deze invalshoek begeleid je het onderwijsproces zodat jouw les ongestoord, vriendelijk en duidelijk verloopt. Alle aspecten van aan- en bijsturen komen samen in de Handelingsladder:


Afbeelding 6: aansturen en bijsturen

Onderdeel van het overzicht van Vriendelijk orde houden

Bij de inleiding die hoort bij ‘Aansturen en bijsturen’ vind je instructies over hoe je start met aansturen en bijsturen. In vier opties is uitgewerkt hoe je kunt starten met gebaren, met Tips, met een Tijdrovende opdracht of met een meerdere stappen van de Handelingsladder tegelijk.

5 Lichaamstaal onderdeel van twee invalshoeken

VOH onderscheidt twee manieren om lichaamstaal te gebruiken. Deze twee manieren komen terug bij verschillende invalshoeken:

  1. Bij de invalshoek Vriendelijk gebruik je lichaamstaal op deze manier: ‘Aanwijzingen met lichaamstaal’. Dit gebruik je als de les goed verloopt.
  2. Bij het deelgebied Aansturen van de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ gebruik je lichaamstaal om storend gedrag van een leerling te laten stoppen: ‘Aansturen met lichaamstaal’.

Als je lichaamstaal en verbale instructie combineert, spreek je tegelijkertijd twee talen. Daardoor letten leerlingen beter op.

5.1  Aanwijzingen met lichaamstaal

Met lichaamstaal kun je welwillende leerlingen aanwijzingen geven. Aanwijzingen met lichaamstaal dragen bij aan het goed verloop van een les mede omdat je met een van deze aanwijzingen je leerlingen complimenteert voor hun goede inzet.

Afbeelding 7: vriendelijk

Onderdeel van het overzicht van Vriendelijk orde houden

5.2  Aansturen met lichaamstaal

Als een leerling de les verstoort, is het eerste wat je doet de verstoring met lichaamstaal aansturen met als doel daarmee de verstoring op te lossen. Deze manier van oplossen van een verstoring draagt bij aan de orde omdat je onhoorbaar en efficiënt storend gedrag oplost. Met deze eerste stap onhoorbare stap van de Handelingsladder los je de meeste problemen op.

Afbeelding 8: aansturen met lichaamstaal

Onderdeel van het overzicht van Vriendelijk orde houden

Naast deze twee modules is er een algemeen hoofdstuk over lichaamstaal.

6 Lesinhoud

De invalshoek Lesinhoud en de deelgebieden daarvan zijn te zien als losse modules. Met een of meer modules verzorg je een uitdagende lesinhoud en daarmee maak je orde.

De deelgebieden van deze invalshoek zijn:

  1. Vrijheid (Structuur, Creatief)
  2. Werkvormen (Docent gestuurd onderwijs, Leerling gestuurd onderwijs, Samenwerken)
  3. Beoordeling

Met de invalshoek Lesinhoud krijg je de kans om je leerlingen eigenaar te maken van (een deel van) hun eigen leerproces en daarmee maak je orde. Dit is een natuurlijke orde die ontstaat wanneer leerlingen intrinsiek gemotiveerd bezig zijn met het eigen leerproces (Leerling gestuurd onderwijs) en het gezamenlijke leerproces (Samenwerken). Je geeft leerlingen de kans “zich uit te leven en (daardoor) hun eigen talenten te ontdekken”. Dat waarderen ze en daardoor ontstaat er een goede band met je leerlingen.

Het staat elke docent vrij een eigen mix te maken van docent gestuurd onderwijs en leerling gestuurd onderwijs. Bij het combineren van deze opties beslis je zelf op welke van de twee je het accent legt.

6.1 Docent gestuurd onderwijs en leerling gestuurd onderwijs

Docent gestuurd onderwijs en leerling gestuurd onderwijs hebben op deze website ieder een eigen icoon. Als er bij een onderwerp op deze website een verschil in aanpak is tussen docent gestuurd- en leerling gestuurd onderwijs, geven wij dit aan door middel van twee kolommen met daarboven de bovenstaande iconen.

Docent gestuurd onderwijs

Bij docent gestuurd onderwijs bepaal jij wat de leerlingen gaan doen. Jij hebt de leiding. Jij bepaalt aan welk onderwerp en op welke manier iedereen werkt. Ook bepaal je wanneer je leerlingen aan het werk gaan.

Ook bij docent gestuurd onderwijs is het mogelijk je leerlingen vrijheid te geven om:

  • een eigen planning te maken voor hun werkzaamheden.
  • zichzelf met een app (die jij beschikbaar stelt) te toetsen.

Op deze manier draagt docent gestuurd onderwijs bij aan de intrinsieke motivatie.

Leerling gestuurd onderwijs

Bij leerling gestuurd onderwijs laat je leerlingen deels zelf bepalen wat ze gaan doen:

  • Ik laat mijn leerlingen zelf bepalen welk onderwerp ze binnen mijn vak willen bestuderen, zodat ze eigenaar worden van en/of sturing geven aan hun eigen leerproces. Daarbij maken ze gebruik van hun eigen leerstijl.
  • Ik vraag mijn leerlingen hulp te zoeken bij externe deskundigen.
  • Voorafgaande aan een presentatie, vraag ik mijn leerlingen zichzelf te beoordelen. Deze eigen beoordeling betrek ik bij het bepalen van een cijfer.
  • Mijn leerlingen beoordelen het lesmateriaal dat ik aanbied. Zo brengen ze mij op nieuwe ideeën en halen fouten uit het bestaande lesmateriaal.

Hiermee vergroot je de intrinsieke motivatie en autonomie van je leerlingen.

6.2 Samenwerken

Er zijn meer manieren om leerlingen invloed te geven. Dat kan door je leerlingen bij frontaal lesgeven te laten samenwerken waardoor ze ervaring opdoen met verschillende rollen binnen het groepsproces. Ze ontdekken nieuwe rollen, leren ze zich te verhouden tot de groep en maken ze kennis met democratie, diversiteit van werkvormen, spelvormen en met het wisselen van de leiding. Ook stel je je leerlingen in staat om samen een planning maken van werkzaamheden die jij van te voren hebt vastgesteld.

Bij Leerling gestuurd onderwijs en onderzoekend leren geef je leerlingen invloed op hun eigen leerproces. Door ze zelf te laten bepalen of en met wie ze dan samenwerken vergroot je hun invloed.

Bij dit alles zorg je ervoor dat je leerlingen elkaar ondersteunen en stimuleer je democratische besluitvorming.

6.3 Beoordeling

Bij dit deelgebied van de invalshoek lesinhoud, vergroot je de motivatie van leerlingen door een manier van beoordelen te kiezen die hen stimuleert. Een beoordeling kun je geven in de vorm van een advies waarmee een leerling verder kan. Deze vorm van beoordelen geef je voorafgaande aan een eindbeoordeling waarna een leerling het onderwerp afsluit. Voor jouw eigen ontwikkeling en die van je lessen is het aan te raden om je leerlingen regelmatig jouw lesmateriaal te laten beoordelen. Met hun suggesties ben jij sneller in staat om fouten te ontdekken in jouw lesmateriaal en om dit veelzijdiger te maken (Beoordeling).

7 Hindernissen opruimen en overstijgen

Er zijn ongetwijfeld (al dan niet beladen) denkbeelden die je tegenhouden om vriendelijk én duidelijk te zijn. Ruim die uit de weg. Vraag jezelf: Wat houdt mij tegen om vriendelijk te zijn? En wat houdt mij tegen om duidelijk te zijn? Ook voor leerlingen zijn er hindernissen. Hoe help je hen deze op te ruimen en te overstijgen?

Ga voor jezelf na:

  1. In hoeverre staat vriendelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): toegeeflijk, inschikkelijk, meegaand, voorzichtig, conflict mijdend, bang, passief, tolerant, onderdanig, gunstig stemmen, gedogen, tevreden stellen, tevreden houden, te vriend houden, niet tegen de haren instrijken, niet tegen je in het harnas jagen, confrontatie vermijden, het over je kant laten gaan, behagen?
  2. In hoeverre staat duidelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): streng, hard,  fronzen, dreigend, boos, agressief, te assertief, star, kortaf, ongenaakbaar, betweterig, dwingend, kleinerend, neerbuigend, belerend, de les lezen, gehoorzaamheid eisen, macht uitoefenen of mijn wil is wet?

7.1 Veranderen

Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Als je iets anders wilt krijgen, zul je iets anders moeten doen.

Doorzetten en volhouden is noodzakelijk voor verandering. Tijdens een verandering krijg je te maken met hindernissen zoals jouw gehechtheid aan een vertrouwd rol‑ of gedragspatroon of het werktuigelijk aannemen van een rol zonder dat je dat wilt. We maken het in allerlei situaties mee: we kunnen wel bedenken en inzien hoe lonend het zou zijn om ons anders te gedragen en onze rol anders in te kleuren, maar ons huidige gedrag en onze huidige inkleuring voelen nu eenmaal als een oude jas die als gegoten zit.

Verandering, hoe lonend ook, brengt altijd ongemak met zich mee en ook afscheid, losse eindjes, miskleunen, onduidelijkheid, acceptatieperikelen, niet-weten, onbegrip, eigen weerstand, tegenslag, afstemmingsproblemen en ga zo maar door. Deze neveneffecten maken het aantrekkelijk om af te zien van verandering en door te gaan met bestaande patronen of maken het aantrekkelijk om snel terug te keren naar oude patronen als het even tegenzit. Dan is het belangrijk om door te zetten en vol te houden.

7.2 Profiteer van ervaring van collega’s

Vriendelijk orde houden in de klas biedt dan wel een scala aan nieuwe gedrags‑ en rolopties die lonend zijn. Maar deze gaan uiteraard wel gepaard met alle ‘nadelen’ die horen bij ‘verandering’. Hoe los je dit dilemma op? Op twee manieren.

Ten eerste kun je houvast ontlenen aan de ervaringen van degenen die je zijn voorgegaan in deze verandering en die gewerkt hebben met de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden en deze hebben getest (Zie testimonials). Belangrijke nieuwe inzichten voor Vriendelijk orde houden komen vaak van cursisten en deskundigen. Nieuwe inzichten vermelden wij onderaan elk elke invalshoek bij ‘credits’. Daar zie je welke cursist of deskundige een nieuw aspect voor VOH heeft ingebracht.

Als collega’s je deze tip geven: “Begin streng en laat dan langzaam de teugels vieren”, adviseert VOH dit advies naast je neer te leggen. Door streng te beginnen, snijd je jezelf in je vingers. Streng zijn en tegelijkertijd intrinsieke motivatie bij je leerlingen stimuleren is een moeizame combinatie. Het kan lukken, maar het kan ook helemaal misgaan.

7.3 Hoe ga je om met leerlingen met gebrekkige impulscontrole?

Leerlingen met gebrekkige impulscontrole willen zich wel voegen naar jouw kader en verwachtingsmanagement, maar lopen daarbij stuk op hun eigen impulsen. Stuur deze leerlingen aan met gebaren en lichaamstaal. Je voorkomt daarmee dat je hun naam noemt. Door vriendelijk te blijven, stel je ze gerust, geef je ze vertrouwen en steun je de leerlingen hun pogingen om het beter te doen.

Je kunt bijvoorbeeld (buiten de groep) vragen: “Waar zou jij je in deze klas het beste kunnen concentreren?” Regel de plek die de leerling aangeeft, evalueer en regel zo nodig weer een andere plek. Je kunt bij elk begin van de les vragen: “Welk doel stel je deze les? Ga je het halen?”

  • Wat is er gelukt? Waar lag dat aan?
  • Wat is er niet gelukt? Waar lag dat aan?

Je kunt ook met de leerling een persoonlijk gebaar afspreken voor het geval dat de leerling te druk is.

Tips voor leerlingen met gebrekkige impulscontrole

  • Lees het blog over de film ‘Les Choristes‘.
  • Geef deze leerlingen een persoonlijke opdracht waar ze zelfstandig aan mogen werken. Laat deze opdracht aansluiten bij hun talenten en maak de opdracht voor hen haalbaar. Zo stuur je aan op een succesbeleving.
  • Laat deze leerlingen af en toe buiten de klas werken, bij voorkeur onder begeleiding. Zo heeft de klas ook even rust.
  • Geef deze leerling, in tegenstelling tot je neiging om ze vooraan te zetten,  een plek achterin de klas. Dan hebben ze overzicht en hoeven ze zich niet om te draaien. Ze zien iedereen en zien dat iedereen geconcentreerd werkt. Wellicht nemen ze dit voorbeeld over.
  • Geef hen, indien mogelijk, de gelegenheid om in de mediatheek te werken.
  • Laat hen even een rondje lopen als ze te veel energie hebben.

8 Stappenplan voor docent en leerkracht

Kies een invalshoek van VOH en besteed daar aandacht aan. Hoe meer invalshoeken je combineert, hoe meer orde je maakt.

Bij de inleiding van de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ staan vier opties uitgewerkt waarmee je start met aansturen en bijsturen. Bij de ene optie start je met lichaamstaal, bij een ander met Tips, bij weer een andere optie start je met een Tijdrovende opdracht. Er is ook een optie waarbij je start met meerdere handelingen van de handelingsladder tegelijk. Na elke les voeg je dan een handeling toe totdat je na drie lessen de Handelingsladder compleet hebt.

9 Implementeren

Vriendelijk orde houden stelt jou met hulp van je leidinggevende in staat om een nieuwe aanpak te introduceren die zowel voor jou als voor je leerlingen aantrekkelijk is. Met die aanpak stuur je gezamenlijk (docent, leidinggevende en ouders) gedrag van leerlingen bij. Ook sturen leerlingen onderling elkaars gedrag aan.

Overweeg om met meerdere collega’s tegelijk te starten met Vriendelijk orde houden (Schoolbreed implementeren).

Het initiatief voor de implementatie van VOH kan komen van docenten, schoolleiding, leerlingen, studenten, lerarenopleidingen, van de ouders of van Onderwijs ondersteunend personeel. VOH heeft ervaring opgedaan met samenwerking met de HvA in Amsterdam, het Prins Claus Conservatorium in Groningen, NHL Stenden in Leeuwarden, de Universiteit van Wageningen WUR en de organisatie Scala in Lelystad (zie HBO)

10 Herkomst VOH

De inhoud van deze site bouwt voort op eigen ervaring, op beschikbare literatuur, op materiaal gevonden op internet en op adviezen van deskundigen. De ervaringen van gebruikers neemt VOH op in het geheel. Deze informatie rangschikt VOH op een voor docenten toepasbare manier.

Met een aantal bronnen voelt Vriendelijk orde houden zich nauw verwant:

10.1 Liemer Lijstje

Het Liemer Lijstje is tot stand gekomen door honderden gesprekken met leerlingen uit het PO over hoe zij het beste tot leren komen (Omgeving Arnhem). Ruimer opgevat geven wij (leerling, docent, schoolleider en onderwijsondersteunend personeel) elkaar met de ‘Zeven beloftes’ vertrouwen en spreken wij onderling onze verwachtingen uit en geven wij elkaar de ruimte om die verwachtingen te realiseren. Vriendelijk orde houden adviseert je om vanuit deze intenties les te geven:

Afbeelding 9: Liemers Lijstje

10.2 Vrede kun je leren

Vriendelijk orde houden herkent zich in het boekje Vrede kun je leren. Vandaar dat wij dit boekje cadeau doen tijdens de cursus en er tijdens de cursus uit citeren (Reybrouck (2017).

10.3 Citaten

Voor deze site is literatuur geraadpleegd. Citaten die aansluiten bij onze methode of die daar een nieuw licht op doen schijnen, vermelden wij met verwijzing.

11 Credits

Gert Biesta Voor de huidig opzet van onze cursus Vriendelijk orde houden zijn wij Gert Biesta dank verschuldigd. Gert Biesta is hoogleraar en onderwijspedagoog. Hij heeft ons de tip gegeven het accent te leggen op orde maken. Gert Biesta: “Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor de orde in de klas? En gaat het niet meer om orde maken en geven dan om orde houden?”
Kees van der Meer – Afdelingshoofd Docent Muziek in Groningen
Kees wees ons erop dat de naam Vriendelijk orde houden niet past bij wat wij uitdragen: Eerst orde maken! Daarom hebben wij onder ons logo toegevoegd = orde maken.
Rense Houwing
Rense heeft in een eerder stadium de site van Vriendelijk orde houden volledig geredigeerd. Hij wees ons erop dat ‘let op lichaamstaal en let op taalgebruik buiten de overige actiegerichte invalshoeken valt. Wij noemen beide waarnemingen nu ‘Observeren’. Ook maakte hij het onderscheid tussen aansturen (dat de leerlingen geen tijd kost) en bijsturen (dat de leerlingen wel tijd kost).
José Caballero – Docent Scheikunde en voorzitter van de Stichting Rapucation Opvoeden is loslaten. Je kunt je leerlingen pas loslaten als je vertrouwen in hen hebt. José wees ons hierop.
Jan Wolters – Docent muziek en opleider conservatorium docent muziek. “Als het op orde houden aankomt, ben je al te laat”.