Inleiding

In deze inleiding informatie over de samenhang tussen alle onderwerpen van Vriendelijk orde houden en een stappenplan waarmee een docent of leerkracht direct aan de slag kan gaan.

Inhoud

1 Interventie, aansturen en bijsturen
1.1 Interventie
1.2 Aansturen
1.3 Bijsturen
2 Drie cirkels
2.1  Onderwerpen binnen cirkels
2.2 Rode cirkel
2.3 Blauwe cirkel
2.4 Gele cirkel
2.5 onderwerpen met meervoudige functie
3 Interventiepalet
4 Indeling onderwerpen op deze site
4.1  Orde Maken
4.2 Orde Houden
4.3 Implementeren
5 Succesvol Orde maken én Orde houden
5.1  Starten vanuit de rode cirkel
5.2 Assessment
5.3 Geef leerlingen invloed
5.4 Hoe stel je je op tijdens het Orde maken én tijdens het Orde houden?
5.5 Hindernissen opruimen en overstijgen
5.6 Eigen gedragspatronen doorbreken
5.7 Verandering is moeilijk
6 Stappenplan voor docent en leerkracht
6.1 Voorbereiding
6.2 Leg meteen een stevige basis voor gewenst gedrag
6.3 Begin meteen met efficiënt aansturen
6.4 Bijsturen na ongeveer een week
6.5 Het volgende seizoen
7 Liemers Lijstje ter inspiratie

1 Interventie, aansturen en bijsturen

Deze drie begrippen gebruiken wij in de cursus. Hieronder geven wij aan wat wij daarmee bedoelen:

Het begrip interventie heeft in het onderwijs een heel brede toepassing, verwijzend naar zo’n beetje alles wat je kunt doen om te zorgen dat sfeer, werkhouding, aandacht, medewerking en leeropbrengst verbeteren.

1.1 Interventie

In de cursus Vriendelijk orde houden hanteren we een veel beperktere definitie: we bedoelen met interventie altijd een respons op specifiek storend gedrag (of voorbode daarvan) op het moment waarop het plaats vindt, met als doel om dat gedrag ook op dat moment te stoppen (of af te wenden). Het gaat dan dus niet over de dingen die je doet om te zorgen dat storend gedrag in het algemeen minder plaatsvindt (hoewel die twee doelen natuurlijk mogelijk wel in één handeling kunnen samenkomen).

Binnen deze definitie onderscheiden we twee categorieën interventies.

1.2 Aansturen

Interventies waarmee je storend gedrag ombuigt naar gewenst gedrag, vallen onder de noemer Orde Maken. De interventies die horen bij Orde Maken duiden we in dit hoofdstuk consequent aan met de term ‘aansturen’.

1.3 Bijsturen

Interventies die tot doel hebben om storend gedrag te laten stoppen en het gewenste gedrag via een omweg (dus buiten de les om) duurzaam op te roepen, vallen onder de noemer Orde Houden. De interventies die horen bij Orde Houden duiden we in dit hoofdstuk consequent aan met de term ‘bijsturen’.

2 Drie cirkels

Vriendelijk orde houden in de klas omvat een waaier van aspecten annex handvatten. Die vallen bijna allemaal binnen drie actiegerichte thema’s:

  • Neem met een veilig en aantrekkelijk leerklimaat de lust tot verstoren weg (‘rood’)
  • Pas effectieve interventies toe bij storend gedrag (‘blauw’)
  • Leg voor elk type interventie een goed fundament (‘geel’)

2.1  Onderwerpen binnen cirkels

Het venndiagram in deze paragraaf toont de plaats van de onderwerpen binnen de thema’s. De thema’s zie je als drie verzamelingen: de rode, gele en blauwe cirkel. De aspecten zijn (net als de thema’s) actiegericht: je brengt veranderingen aan en voert specifiek gedrag uit. Daarbuiten zie je ook enkele ‘aandachtsgebieden’: die aspecten zijn niet actiegericht doch waarnemingsgericht; daarom passen zij niet in het venndiagram. Zij belichten dus belangrijke aandachtspunten die je bij alle andere aspecten meeneemt.

Zodra je Vriendelijk orde houden in de klas gaat toepassen maak je globaal deze beweging: je begint te werken binnen het rode thema, schenkt dan specifieke aandacht aan het gele thema en aansluitend het blauwe thema. Daarna keer je natuurlijk terug in rood, waar je dan voortaan fluitend blijft werken aan een leeromgeving die nog rijker, veiliger en aantrekkelijker is. Dat wordt hieronder verduidelijkt.

2.2 Rode cirkel

De grondgedachte is: Mensen worden blij van een omgeving waarin zij zich met hart en ziel kunnen uitleven en grenzeloos veel fijne en bruikbare dingen kunnen leren. Dus als zij zien dat zo’n omgeving geboden wordt, dan laten zij het wel uit hun hoofd om hem te bederven. Alles wat de leeromgeving veiliger en aantrekkelijker maakt, zodat de behoefte tot verstoren afneemt, valt binnen de rode cirkel.

Tijdens de cursus Vriendelijk orde houden in de klas begin je met het aanbrengen van omgangsvormen die het samenleven en samenwerken voor iedereen veiliger, prettiger en gemakkelijker maken. Daardoor heeft iedereen meer gelegenheid om “zich uit te leven en (daardoor) eigen talenten te ontdekken”. Dat wordt gewaardeerd, en daardoor verwerf je op een natuurlijke manier de gunfactor bij het gros van de groep (of misschien wel iedereen).

De aspecten in de rode cirkel omvatten enerzijds aandacht en waardering voor ieder groepslid en anderzijds een duidelijke en positieve waardenstelling, en bovendien een efficiënte bekrachtiging daarvan. De beoogde leeromgeving is immers kwetsbaar: niet iedereen voelt vanzelf altijd goed aan hoe hij zich moet gedragen. Bekrachtiging (oftewel aanwij­zingen voor concreet gedrag) is dus noodzakelijk. Je leerlingen hebben daar begrip voor, maar vinden het wel fijn als je dat licht en efficiënt doet, want met verzurende en inefficiënte bekrachtigingen gaat de gedroomde leeromgeving al gauw in rook op. Aandacht daarvoor valt dus (ook) binnen de rode cirkel. Rood is de kleur van affectie en passie.

2.3 Blauwe cirkel

De grondgedachte is: Zonder effectieve begrenzing houdt geen enkele orde stand.

Wat je – inclusief je aansturende interventies – in de rode cirkel doet is voor het gros van je groep motiverend genoeg om zich te willen voegen naar zowel jouw behoeften als die van de groep, en om te willen bijdragen aan de goede leeromgeving. Helaas zijn er altijd uitzonderingen; voor enkelen zijn de aansturende vormen van begrenzing niet afdoende. Om te voorkomen dat zij het voor de grote groep bederven, moet je effectief bijsturende middelen achter de hand hebben voor hardnekkige verstoringen. Als de noodzaak zich dan voordoet, moet je die inzetten voor effectief bijsturende begrenzing.

De blauwe cirkel gaat dus over effectief begrenzende interventies, zowel aansturende als bijsturende, die er voor zorgen dat ‘misdragers’ zich vroeg óf laat omvormen tot overtuigde ‘bijdragers’. Dat lukt echter nooit zonder inbedding in ‘rood’ en ‘geel’. Blauw is de kleur van de handhaving.

2.4 Gele cirkel

De grondgedachte is: Begrenzingen moeten, om effectief te kunnen zijn, goed en specifiek zijn voorbereid en ingebed. Alles wat deel uitmaakt van die voorbereiding en inbedding valt binnen de gele cirkel. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat jouw interventie voor de leerling niet uit de lucht komt vallen, en hoe zorg je dat hij niet als arbitrair ervaren wordt maar (op zijn minst door het gros van de groep) als rechtvaardig, en hoe borg je de afhandeling?

Elk type interventie vergt zijn eigen specifieke voorbereiding en inbedding. Dat kan ook (onder meer) inhouden dat een ‘voorliggend’ type interventie al zonder gewenst effect is toegepast (zie het onderstaande schema). De goede voorbereiding maakt de interventies efficiënt en echt effectief, dus zonder terugslag van wrok en wraak. Geel is de kleur van het denken en anticiperen.

2.5 onderwerpen met meervoudige functie

Sommige aspecten zijn van toepassing op meer dan één thema. Deze hebben dus een meervoudige functie, oftewel uitwerking: “het mes snijdt aan twee (of zelfs drie!) kanten.”

Een voorbeeld van zo’n aspect dat binnen meerdere thema’s valt is “Gebruik lichaamstaal”. Dit aspect behandelt efficiënte en emotieneutrale gedragsaanwijzingen middels gebaren.

Een dergelijke aanwijzing:

  • draagt rechtstreeks bij aan een veiliger leerklimaat (want is emotieneutraal) en aan een aantrekkelijker leerklimaat (want is zeer efficiënt), en valt dus binnen het rode thema, en
  • is ook een op huidig storend gedrag gerichte interventie en valt dus binnen het blauwe thema, maar
  • is tegelijk een wegbereider voor een krachtigere interventie namelijk de tip, en valt daarom ook binnen het gele thema.

Als dit op het eerste gezicht wat verwarrend is: wees gerust. Als je bestudeert hoe de instrumenten ontworpen zijn en op elkaar aansluiten, dan vallen de puzzelstukjes snel in elkaar en zal de natuurlijke samenhang gaan opvallen.

3 Interventiepalet

Bij de afbeelding van het interventiepalet, zijn interventies en hun fundering in schema gezet. Sommige aspecten zijn algemeen funderend voor interventies. Daartoe rekenen wij Toon gewenst gedrag, Verwachtingsmanagement en Kader. De grondgedachte is: Je kunt een leerling pas op zijn gedrag aanspreken, nadat helder is welke (kwaliteit van) gedraging de norm is. Andere aspecten zijn specifiek wegbereidend c.q. voorbereidend voor een bepaalde interventie. Dat kunnen zelf ook interventies zijn, want je kunt een interventie van een bepaald gewicht pas inzetten wanneer duidelijk is dat een ‘voorliggend’ type interventie niet tot (voldoende) effect leidt. Het onderstaande schema toont de aspecten die bij de interventies een rol spelen in hun samenhang.

Alle acties die je gebruikt om jouw leerlingen aan- en bij te sturen vormen samen jouw interventiepalet.

4 Indeling onderwerpen op deze site

De drie cirkels vallen niet precies samen met de hoofdstukindeling op de site!

De onderwerpen van de cursus Vriendelijk orde houden in de klas zijn verdeeld over drie hoofdstukken. De schuingedrukte woorden verwijzen naar die onderwerpen.

4.1  Orde Maken

Zowel tijdens de cursus als in de praktijk ga je eerst aan de slag met Orde Maken. In hoofdstuk 1: Orde Maken vind je, verdeeld over de onderwerpen, een aantal uitgangspunten, richtlijnen en tips waarmee je verbeteringen aanbrengt op het gebied van veiligheid, duidelijkheid en vriendelijkheid. Je geeft zelf het goede voorbeeld: je vervangt bijvoorbeeld boosheid en toegeeflijkheid door vriendelijkheid en duidelijkheid. Je maakt (doorlopend) kennis met je leerlingen. Je spreekt een kader met hen af en je zet dat kracht bij, door hen onder meer bij binnenkomst, indien nodig, aan te spreken op uitingen en lichaamstaal die niet stroken met dat afgesproken kader. Je zorgt dat zij altijd weten welke activiteit je van hen verwacht. Je stuurt hen effectief aan met gebaren en soms een tip. Je spiegelt hoe het gaat, als het niet gaat zoals je voor ogen hebt én als het wel zo gaat. (Toon gewenst gedrag, Kennismaken, Kader, Geef verbale aanwijzingen, Verwachtingsmanagement, Gebruik lichaamstaal, Geef en administreer tips, Spiegel de sfeer.)

Daarnaast hoort bij Orde maken ook Assessment en Geef leerlingen invloed. Hiermee geef je enerzijds leerlingen invloed op (een deel van) hun eigen leerproces (Assessment) en anderzijds bied je ruimte voor sociale interactie (Geef leerlingen invloed)

4.2 Orde Houden

Sommige leerlingen reageren niet goed op je duidelijke wegwijzers en aanwijzingen. Daarom zul je vroeg of laat geconfronteerd worden met het vraagstuk Orde Houden. In de cursus Vriendelijk orde houden in de klas leren we je om deze leerlingen op een vriendelijke en duidelijke manier bij te sturen. Die bijsturingsinterventie moet je voorbereiden en inbedden. Je spreekt met de leerlingen af dat je bij de derde tip een maatregel oplegt (Beperk het aantal tips). Vervolgens, als het zo ver komt, deel je de Tijdrovende opdracht uit. Die opdracht is ingericht om leerlingen vriendelijk maar duidelijk te helpen om beter te functioneren in de les.

Maar wat nu als een leerling de bovengenoemde opdracht niet inlevert? In het Protocol staat beschreven hoe, in het Voortgezet Onderwijs de schoolleiding en docent, en in het Primair Onderwijs leerkracht en ouders, samenwerken om er voor te zorgen dat de leerling de opdracht uitvoert. Dat protocol is ‘waterdicht’ en daardoor effectief. Met Orde Houden stuur je leerlingen vrijwel niet meer uit de les en lossen conflicten zich op, terwijl jij vriendelijk en duidelijk blijft.

Het Interventiepalet vat samen hoe je aan en bijstuurt.

4.3 Implementeren

Vriendelijk orde houden stelt docenten en schoolleiding in staat om efficiënt samen te werken in het bijsturen van gedrag van leerlingen én biedt kansen om het onderwijs inhoudelijk interessant te maken voor zowel de docent als de leerling. Het initiatief voor de implementatie van Vriendelijk orde houden kan komen van docenten, schoolleiding, leerlingen, studenten, lerarenopleidingen of van de ouders.

5 Succesvol Orde maken én Orde houden

Zoals gezegd keer je na succesvolle arbeid in de gele en blauwe thema’s terug in het rode thema. De manier van werken van de cursus zet je op het spoor om leerlingen eigenaar te maken van hun eigen leerproces. Dan hebben we het dus over orde op een hoger niveau, een natuurlijke orde die ontstaat wanneer iedereen intrinsiek gemotiveerd bezig is met het eigen leerproces (Assessment) en het gezamenlijke leerproces (Geef leerlingen invloed). Het is dus niettemin een vorm van Orde Maken en je vindt deze onderwerpen dan ook onder Hoofdstuk 1.

5.1  Starten vanuit de rode cirkel

Als je het schooljaar wilt beginnen met een aantrekkelijk leerklimaat, zou je je leerlingen aan het begin van het schooljaar het volgende kunnen voorleggen. Hieronder staat het in de vorm van een brief:

Beste leerlingen,

De komende tijd laat ik jullie kiezen tussen verschillende opties. Je hebt dus de vrijheid om te kiezen wat je gaat doen en je mag zelf bepalen hoe je aan het werk gaat. Met een app kun je jezelf op een zelfgekozen tijdstip toetsen. Bij de beoordeling van jouw resultaten vraag ik eerst of je jezelf wilt beoordelen. Daarna bespreken we zowel jou als mijn beoordeling en bepaal ik vervolgens het cijfer.
Tijdens het zelfstandig werken hebben jullie de ruimte om elkaar te helpen en elkaar te inspireren met wat je hebt ontdekt op mijn vakgebied.

Omdat iedereen een eigen koers vaart, is mijn rol meer te vergelijken met die van een coach dan met die van een docent.

Ik verwacht van jullie dat je verantwoordelijk omgaat met de geboden ruimte en wens jullie heel veel plezier.

Jullie docent

5.2 Assessment

Tijdens de cursus maak je als cursist al kennis met een manier van werken die we Assessment noemen (in het PO spreken we van Onderzoekend leren). Daarbij hoort het maken van keuzes en het stellen van doelen. Je hebt voorbereidingen getroffen om je leerlingen ook te laten werken met assessment. Daarmee beoog je het volgende:

  • Ik stel mijn leerlingen in staat keuzes te maken, zodat ze eigenaar worden van en/of sturing geven aan hun eigen leerproces.
  • Ik stel mijn leerlingen in staat zichzelf te toetsen met app’s.
  • Ik betrek mijn leerlingen in de beoordeling van hun eigen resultaten.

5.3 Geef leerlingen invloed

Assessment (en Onderzoekend leren) geeft leerlingen invloed op hun eigen leerproces.

Er zijn meer manieren om leerlingen invloed te geven. Je kunt hen bijvoorbeeld ook invloed geven op het groepsproces en ze ervaring laten opdoen met verschillende rollen binnen het groepsproces; zo ontdekken ze hun eigen rol, houding en gedrag in een groep en ze maken kennis met democratie, diversiteit van werkvormen, spelvormen, rolwisseling en leidingswisseling. (Geef leerlingen invloed)

  • Ik zet mijn leerlingen constructief aan het werk met interessante werkvormen.
  • Ik zorg ervoor dat mijn leerlingen elkaar ondersteunen en verder helpen (rolwisseling).
  • Ik stimuleer democratische besluitvorming.

5.4 Hoe stel je je op tijdens het Orde maken én tijdens het Orde houden?

Het Kader is hierbij leidend (Vriendelijk + Duidelijk). Neem een rustige vriendelijke houding aan. Hiermee leg je contact met je leerlingen. Lees hierover meer bij het onderwerp Energieregulatie.
Jouw innerlijke grondhouding en de manier waarop je kijkt naar de relatie met je leerlingen, zijn doorslaggevende factoren in jouw optreden. Juist en vooral als een of meerdere leerlingen niet vanuit zichzelf meewerken. Oefen om jouw relatie met elke leerling te zien als ‘te allen tijde in hetzelfde team’. Net zoals een ouder het eigen kind altijd zo blijft zien. Nodig leerlingen via Orde maken uit om zich op een goede manier in te zetten en beloon hun gedrag positief. Heb daarbij vertrouwen in hun goede bedoelingen en hun kunnen. Als het nodig is om Orde te houden, doe dat dan vanuit diezelfde grondhouding en zienswijze. Orde houden is niet een overgang naar een andere houding – integendeel: het is de voortzetting van dezelfde grondhouding en zienswijze met andere middelen.

5.5 Hindernissen opruimen en overstijgen

Er zijn ongetwijfeld (al dan niet beladen) denkbeelden die je tegenhouden om vriendelijk én duidelijk te zijn. Ruim die uit de weg. Vraag jezelf daartoe: Wat houdt mij tegen om vriendelijk te zijn? En wat houdt mij tegen om duidelijk te zijn?

Ga voor jezelf na:

  1. In hoeverre staat vriendelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): toegeeflijk, inschikkelijk, meegaand, voorzichtig, conflict mijdend, bang, passief, tolerant, onderdanig, gunstig stemmen, gedogen, tevreden stellen, tevreden houden, te vriend houden, niet tegen de haren instrijken, niet tegen je in het harnas jagen, confrontatie vermijden, het over je kant laten gaan, behagen?
  2. In hoeverre staat duidelijk voor mij gelijk aan (/is het voor mij verbonden met/verwar ik het met): streng, hard, dreigend, boos, agressief, te assertief, star, kortaf, ongenaakbaar, betweterig, dwingend, kleinerend, neerbuigend, belerend, de les lezen, gehoorzaamheid eisen, macht uitoefenen of mijn wil is wet?

5.6 Eigen gedragspatronen doorbreken

Een andere hindernis is er een waar iedereen mee te kampen heeft: onze menselijke gehechtheid aan onze vertrouwde rol‑ en gedragspatronen. We maken het in allerlei situaties mee: we kunnen wel bedenken en inzien hoe lonend het zou zijn om ons anders te gedragen en onze rol anders in te kleuren, maar ons huidige gedrag en en onze inkleuring voelen nu eenmaal als een oude jas die als gegoten zit.

Verandering, hoe lonend ook, brengt altijd ongemak met zich mee en ook afscheid, losse eindjes, miskleunen, onduidelijkheid, acceptatieperikelen, niet-weten, onbegrip, eigen weerstand, tegenslag, afstemmingsproblemen en ga zo maar door. Deze ‘grote randverschijnselen’ maken het aantrekkelijk om binnen de bestaande patronen door te blijven gaan of er snel naar terug te keren als het even tegenzit. Dan kan het moeilijk zijn om door te zetten.

5.7 Verandering is moeilijk

Vriendelijk orde houden in de klas biedt dan wel een scala aan nieuwe gedrags‑ en rolopties die zeer lonend zullen zijn. Maar deze gaan uiteraard wel gepaard met alle ‘nadelen’ die horen bij ‘verandering’. Hoe los je dit dilemma op? Op twee manieren.

Ten eerste kun je houvast ontlenen aan de ervaringen van degenen die je zijn voorgegaan in deze verandering, en van de gebruiksklare methoden en sjablonen die zij ontwikkeld en getest hebben. Belangrijke nieuwe inzichten voor Vriendelijk orde houden komen vaak van Cursisten. Nieuwe inzichten vermelden wij onderaan elk onderwerp ‘credits’.

Ten tweede kun je een benadering kiezen, afkomstig uit de oplossingsgerichte en andere positieve psychologische stromingen, die je houvast en vaste ankerpunten geeft en het daardoor gemakkelijker maakt om veranderingen in te zetten en vast te houden. Deze aspecten komen terug bij Assessment:

  • Omschrijf de huidige situatie, de goede en minder goede kanten; geef hem een cijfer.
  • Stel je de gewenste situatie duidelijk voor ogen en beschrijf die; geef hem een cijfer.
  • Bedenk een of enkele wijzigingen in je aanpak of benadering waarvan je verwacht dat die verbetering zullen aanbrengen en je uitkomsten richting de gewenste situatie zullen laten opschuiven. Denk daarbij ook aan alle beschikbare en hulpmiddelen en aanwezige stoorfactoren: zou het helpen als ik X toevoeg/­opzoek/­creëer? En zou het helpen als ik Y weglaat/­vermijd/­elimineer?
  • Markeer regelmatig de vooruitgang die je boekt (geef een cijfer!) en vier de successen.
  • Evalueer regelmatig en bedenk welke wijziging in je aanpak (nog) beter zou werken.

6 Stappenplan voor docent en leerkracht

Hoe start je met Vriendelijk orde houden in jouw eigen lespraktijk vanaf de eerste dag?

6.1 Voorbereiding

De eerste stap is overleg met de schoolleiding. Hierboven is deze samenwerking al genoemd bij de bespreking van Hoofdstuk 2, Orde houden. Je kunt pas starten met Orde Houden als je een eigen Protocol hebt uitgewerkt (of het voorbeeldprotocol van de cursus volledig hebt doorgrond en omarmd) en dat protocol met de schoolleiding hebt besproken en afgesproken. Je weet namelijk niet op voorhand hoe snel je zult moeten beginnen met Orde Houden, en daarom is het essentieel dat je hun medewerking en bijdrage vooraf geregeld hebt. Het is dus slim om dit protocol op te stellen en te bespreken en te regelen voordat je begint met lesgeven.

6.2 Leg meteen een stevige basis voor gewenst gedrag

Een aantal onderwerpen lenen zich om direct in de klas mee aan de slag te gaan. Met Verwachtings­management maak je je verwachtingen duidelijk. Dat helpt altijd, ook als je verder niets zou veranderen. Ook de onderwerpen Kader, Kennismaken en Toon gewenst gedrag kun je meteen in praktijk brengen. Met een kader maak je gezamenlijk afspraken over uitgangspunten van gedrag in de klas. Door op allerlei manieren kennis te maken schep je een band en door jouw voorbeeldgedrag zien leerlingen hoe zij het kader kunnen vertalen in concreet gedrag. Zij nemen dat dan voor het grootste deel over. Zo leg je de basis voor een rustige en veilige omgeving.

6.3 Begin meteen met efficiënt aansturen

Daarnaast bouw je aan die veilige en rustige omgeving ook door waarschuwingen en alle emotioneel geladen sturingswijzen te vervangen door gebaren en tips.

In de eerste les laat je aan de leerlingen zien hoe je waarschuwingen in eerste instantie vervangt door gebaren. Van dan af aan stuur je ze aan met gebaren. Dat werkt goed, omdat je de verwachtingen al helder het gemaakt door het Kader en je Verwachtingsmanagement en je goede voorbeeld (Toon gewenst gedrag). Als een aantal leerlingen niet goed reageren op de gebaren of ze negeren, geef je in tweede instantie verbale tips, die je opschrijft in een tipboek. Je noteert daarin de naam van de leerling en een positief geformuleerde aanwijzing, die je vervolgens voor de hele klas uitspreekt.

Je ondersteunt deze methodiek met andere slimme interventies. Bij het binnenkomen van de klas verwelkom je iedere leerling aan de deur. Dat bevestigt niet alleen een persoonlijke band; het maakt ook dat je verstorend gedrag in de kiem kunt waarnemen en het is tegelijkertijd het ideale moment voor korte en duidelijke persoonlijke Verbale aanwijzingen, omdat je op gespreksafstand van elkaar bent en niet meteen de hele klas als toehoorder hebt. Dat schept toenadering, verhoogt de bereidwilligheid en werkt daardoor efficiënt én effectief. Dat geldt ook voor het principe dat je de sfeer (aandacht, werkhouding, medewerking) in de klas spiegelt. Het is fijn voor leerlingen om te weten dat ze bezig zijn zoals je van hen verwacht. Mooi dus als je dit standaard expliciet maakt: jullie zijn goed bezig. Hier zijn verschillende methoden voor. Een groot voordeel is dat je daarmee ook gemakkelijk kunt signaleren wanneer het niet meer zo lekker gaat. Dat helpt de leerlingen bewust te worden van hun gedrag in relatie tot de behoeften van de groep en de docent. (Let op lichaamstaal, Let op taalgebruik, Geef verbale aanwijzingen, Gebruik lichaamstaal, Geef en administreer tips, Spiegel de sfeer).

6.4 Bijsturen na ongeveer een week

In de tweede of derde les spreek je met de klas af dat je het aantal tips gaat beperken tot drie, waarbij de laatste tip vergezeld gaat van een maatregel (Beperk het aantal tips). Bij een lastige groep is dat al in de tweede les, bij een gemiddelde groep in de derde les of vierde les.

Stel, op enig moment heb je dit dus in de klas besproken en afgesproken. Indien leerlingen daarna ondanks jouw aangegeven grens de les blijven verstoren, geef je bij de derde tip een Tijdrovende opdracht en maak je met de betreffende leerling een afspraak om die de volgende dag op een bepaald tijdstip bij jou te komen inleveren. Bij lastige klassen bouw je het aantal tips geleidelijk af (Beperk aantal tips).

Hierbij moet worden aangetekend dat je in een klassikale situatie deze tijdrovende opdracht uitdeelt bij de derde tip aan de klas als geheel, maar bij zelfstandig werken pas als één leerling zijn of haar derde tip krijgt in een vooraf vastgestelde periode. Als je binnen één les twee tijdrovende opdrachten hebt uitgedeeld (ongeacht klassikaal lesgeven of zelfstandig werken), stop je in het VO met lesgeven en vraag je de leerlingen zonder te praten huiswerk te maken. In het PO neem je een tijdelijke time out en vraag je de kinderen stil te lezen. Geef van tevoren wel duidelijk aan hoe lang, spreek duidelijk uit waarom en welke verbeterde houding je daarna verwacht. Na deze time out kan er een nieuwe start worden gemaakt.

6.5 Het volgende seizoen

Als docent heb je op een school een reputatie. Stap voor stap kun je door aanpassingen in je aanpak deze reputatie veranderen op de hier beschreven manier.

Als negatieve ervaringen je op een school blijven achtervolgen, dan is het te overwegen om met een schone lei beginnen en wellicht te starten op een nieuwe school. Je bereidt je dan voor op het gebied van orde houden, stelt een eigen structuur vast en vervolgens pas je deze op de nieuwe school toe.

7 Liemers Lijstje ter inspiratie

Dit lijstje met ‘Zeven beloftes aan leerlingen’ helpt je een om de juiste toon aan te slaan. De houding die Vriendelijk orde houden een docent aanraadt, komt grotendeels overeen met het “Liemers Lijstje“. Deze lijst is gemaakt door zeven schoolleiders in de streek Liemers ten oosten van Arnhem. Je zou ook kunnen zeggen dat Vriendelijk orde houden helpt om het Liemers Lijstje handen en voeten te geven.

Credits
Gert BiestaAan Orde houden gaat Orde Maken vooraf. Gert Biesta heeft ons hierop gewezen. Dit heeft zich bij Vriendelijk orde houden vertaalt in de twee hoofdstukken Orde Maken en Orde houden.
Rense HouwingNaast de indeling in Orde maken en Orde houden is er een tweede indeling bedacht en vormgegeven door Rense Houwing. Op deze pagina staan drie afbeeldingen die de samenhang tussen de onderwerpen van Vriendelijk orde houden op een andere manier duidelijk maken. Zijn indeling van de onderwerpen in cirkels en zijn afbeelding van het interventiepalet verschaffen extra duidelijkheid. Rense heeft bovendien alle teksten van deze site al twee keer geredigeerd en daarbij delen herschreven of zelf geschreven. Daarmee is hij van onschatbaar belang voor Vriendelijk orde houden.