Lees- en werkwijzer

Bij het maken van deze cursus kozen we voor een bepaalde indeling van informatie en een specifieke volgorde waarin je die informatie tot je neemt en verwerkt. Wij raden aan om eerst de onderstaande lees- en werkwijzer te lezen, voordat je aan de slag gaat met het cursusmateriaal.

1. Terminologie Vriendelijk orde houden

Gaandeweg is Vriendelijk orde houden gebruik gaan maken van jargon. Sommige termen bedachten wij zelf (Handelingsladder, Spiegelmap, Spiekbrief), andere zijn bedacht door cursisten (Tip, Tipboek), weer andere termen zijn ons aangereikt door deskundigen (Verwachtingsmanagement, Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming).

De pagina ‘Gebruikte termen – Jargon‘ geeft uitleg over deze termen en is direct te bereiken via het menu ‘Over ons’. Als je daarop klikt zie je onderaan de link naar deze pagina.

Overal waar wij deze termen gebruiken schrijven wij deze met een hoofdletter om de lezer eraan te herinneren dat Vriendelijk orde houden in de klas aan deze termen een specifieke betekenis geeft.

3. Advies volgorde van werken

Bij elke invalshoek staat een advies over de volgorde van werken. Het advies van VOH is om als je een groep voor het eerst ziet deze vriendelijk te ontvangen (hoe ze zich ook gedragen) en als je voor het eerst de aandacht van de hele groep hebt, je het kader met ze bespreekt. Hoe je daarna verder gaat, hangt af van jouw situatie.

Bepaal daarom zelf welke invalshoek voor jou belangrijk is en ga daar eerste mee aan de slag. Gebruik de nu volgende indeling om te bepalen waar je mee wilt beginnen.

  1.  Orde Maken, behandelt de vijf invalshoeken van VOH: Vriendelijk, Duideljk, Lesinhoud, Oberveren en Aansturen en bijsturen.
  2. Implementeren, behandelt hoe je VOH implementeert op school of opleidingsinstituut.

4. Vaste rubrieken per invalshoek

  • Samenvatting invalshoek / Affirmatie / Anekdote-Citaat
  • NU-vraag en THUIS-vraag
  • Introductievideo
  • Voorbeelden die horen bij de invalshoek
  • Inleiding
  • Inhoudsopgave
  • Volgorde van werken
  • Content
  • Wat gebeurt er als je deze invalshoek wel of niet toepast?
  • Bijzonderheden
  • Samenvatting
  • Tips

Bij citaten staat er een link bij naar een overzicht van alle literatuur  gebruikte literatuur. Daar staan de auteurs op alfabetische volgorde genoemd, met het jaartal waarin hun boek is uitgekomen. Soms gaat de verwijzing naar een website of naar een afbeelding.

5. Aanspreekvorm bij de invalshoeken

Elke invalshoek beginnen met een alinea in de derde persoon: “…..de docent…”

Direct na de eerste alinea volgt een schuingedrukte alinea. Deze alinea staat in de eerste persoon: (…..ik kan…) In deze alinea ben je zelf aan het woord, de zin is zo geformuleerd dat het lijkt alsof je de invalshoek al beheerst. Je kunt je door deze zin voorstellen hoe nuttig het is om dit onderwerp te gaan bestuderen en toe te passen (affirmatie).

Ook de direct daaropvolgende twee vragen zijn opgesteld in de eerste persoon.

Als eerste de NU-vraag, deze dient als nulmeting. Je beschrijft bij deze vraag je huidige manier van werken wat betreft deze invalshoek. Interpreteer deze vraag als volgt: “Wat doe ik nu al goed m.b.t deze invalshoek?”
De tweede vraag is de THUIS-vraag: Deze vraag gaat over de veranderingen die je zelf wilt aanbrengen of al hebt aangebracht. Interpreteer deze vraag als volgt: “Welke veranderingen ga ik aanbrengen zodat mijn lessen of de samenwerking binnen de school nog beter verlopen m.b.t. deze invalshoek?”

De manier van werken door cursisten met de  nu- en thuis-vragen zou je een ‘cursistgestuurd‘ kunnen noemen. Deze aanpak is komt terug bij de invalshoek Lesinhoud.

Bij de meeste teksten is gekozen voor de aanspreekvorm ‘je’ voor docenten of leerkrachten.

Er is veel overlap tussen vo en po maar er zijn ook verschillen, deze benoemen wij per onderwijscategorie.

Veel plezier en succes!

Is deze cursus ook iets voor je collega’s? Ook zij kunnen zich aanmelden via de pagina Deelnemen.