5.3 Bijsturen met Tijdrovende opdracht

‘Bijsturen met tijdrovende opdracht’ is een deelgebied van de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ van Vriendelijk orde houden (VOH). Hiermee maken docenten orde. Met deze opdracht sturen zij gedrag van een leerling bij. Deze opdracht maakt de leerling buiten de les en levert deze op afgesproken moment in. De Tijdrovende opdracht is niet bedoeld om te bestraffen of te vergelden, maar om de leerling aan te sporen om verantwoordelijkheid te nemen en om de leerling te rehabiliteren.

De Tijdrovende opdracht is de kern van aansturen en bijsturen omdat deze opdracht een leerling tijd kost. Omdat mijn leerlingen weten dat ik na de tweede Tip een Tijdrovende opdracht geef, stoppen ze als ik twee Tips heb gegeven met het verstoren van de les.

Ellen van Kooten (schoolopleider HvA): “Ik hoor mijn studenten nooit over bijsturende opdrachten. Ze denken dat kijken voldoende is. Wat ze wel doen is iemand eruit sturen. Daar balen ze van. Ze willen geen politieagent zijn“.

Nu beantwoorden

Wat gebruik ik tot op heden als een zo efficiënt en effectief mogelijke maatregel?

Thuis beantwoorden

In de toekomst ziet mijn efficiënte en effectieve maatregel er als volgt uit:

Tijdrovende opdracht

Nieuwsberichten op deze site over de module tijdrovende opdracht:

Josie vertelt over haar ervaring met het geven van een Tijdrovende opdracht. Bij deze video de kanttekening dat Vriendelijk orde houden in de klas aanraadt om maximaal twee Tijdrovende opdrachten per les uit te delen. Onderaan de pagina een uitgebreide overweging van de gebeurtenissen uit deze film bij het punt: ‘Commentaar van leerlingen op een Tijdrovende opdracht‘

Inleiding

Dit deelgebied Bijsturen met Tijdrovende opdracht van de invalshoek Aansturen en bijsturen, is te zien als een losse module. Met deze module vraag je een leerling op een vriendelijke en duidelijke manier na te denken over eigen gedrag en vraag je de leerling zichzelf een advies op het gebied van gedrag te geven. Daarmee maak je orde.

VOH raadt aan om een leerling die de les verstoort bij te sturen met een Tijdrovende opdracht. Deze opdracht vraagt van de leerling te overdenken wat er is gebeurd en vraagt van de leerling te zoeken naar een oplossing van de verstoring. De leerling ondertekent de opgeschreven intentie en levert deze vervolgens bij jou in. Met de Tijdrovende opdracht maak je de leerling eigenaar van de oplossing van verstoring en versterk je daarmee de band tussen jou en de leerling. Voorafgaande aan de Tijdrovende opdracht gebruik je je eigen manier van aansturen of maakt je gebruik van de manier van aansturen van VOH: Eerst met aansturen met lichaamstaal en dan met aansturen met Tip.

De naam Tijdrovende schrijft VOH met een hoofdletter omdat het een cruciale stap is waarmee je gedrag van een leerling bijstuurt. Een Tijdrovende opdracht is effectief omdat deze de leerling tijd kost, vandaar de naam. De Tijdrovende opdracht is niet alleen op het moment zelf effectief ook op termijn heeft het effect. Leerlingen zullen na verloop van tijd tegen elkaar zeggen: “Bij meester/juf X moet je een beetje oppassen want daar krijg je een Tijdrovende opdracht”.

Het geven van een Tijdrovende opdracht kost jou weinig tijd. Aarzel daarom niet deze toe te passen. Pas als je de eerste Tijdrovende opdracht het uitgedeeld en van de leerling hebt ontvangen, is het duidelijk dat aansturen met lichaamstaal en aansturen met Tips niet vrijblijvend is.

Een  Tijdrovende opdracht zet je in bij verschillende werkvormen:  frontaal lesgeven, zelfstandig werken en huiswerk maken.

Bij elke leeftijdscategorie en type onderwijs pas je de Tijdrovende opdracht iets aan en geef je de opdracht een eigen titel b.v.

  1. Bij het basisonderwijs –  brief aan de juf of meester (onderbouw en middenbouw)
  2. Bij het VO-onderbouw – reflectieverslag (zie punt 3 of bekijk alternatieven)
  3. Bij VO-bovenbouw, MBO en lerarenopleidingen past wellicht de titel functioneringsgesprek het best.

Met een Tijdrovende opdracht roof je tijd. Daarmee maak je duidelijk dat je geen verstoringen van de les toelaat. Tegelijkertijd ben je vriendelijk omdat:

  1. Een Tijdrovende opdracht is gericht op introspectie en rehabilitatie van degene die de opdracht maakt met als gevolg een beter functioneren in de groep.
  2. Een Tijdrovende opdracht is, de eerste keer dat je deze geeft, kort. Daarmee voorkom je de associatie met strafwerk.
  3. Je verstrekt een Tijdrovende opdracht op een vriendelijke manier: “Jammer dat ik deze opdracht nu moet geven, maar dat is nu de afspraak.” Zo toon je compassie met de leerling voor het werk dat je hem of haar meegeeft. Zo blijf je vriendelijk tijdens het bijsturen en voorkom je dat je de relatie met de leerling beschadigt. Tijdens het bijsturen laat je zien dat je niet uit bent op vergelding en blijf je vriendelijk en duidelijk. Als een leerling de opdracht inlevert, bedankt je de leerling voor de inspanning.

Een Tijdrovende opdracht is samen met Gebruik van lichaamstaal, Aansturen met Tip en Hulp leidinggevende onderdeel van de invalshoek Aansturen en bijsturen.

Bekijk de ladder met de genoemde vier handelingen linksboven in het overzicht van Vriendelijk orde houden

Inhoudsopgave

  1. Belang van een Tijdrovende opdracht
    1.1 Wel een Tijdrovende opdracht geven
    1.2 Geen Tijdrovende opdracht geven
    1.3 Starten met het geven van een Tijdrovende opdracht
  2. Voorbeeld Tijdrovende opdracht VOH
  3. Inleveren  en nabespreken Tijdrovende opdracht
    3.1 Verschillen nabespreken PO en VO
  4. Bijsluiter
    4.1 Verschillen PO en VO stilleggen van de les
  5. Leerling levert Tijdrovende opdracht niet in
    5.1 Inleveren aan het begin van de volgende les
    5.2 Inleveren buiten de les om
  6. Leerling weigert opdracht te maken  – verschillen VO en PO
  7. Alternatieve maatregelen om storend gedrag bij te sturen
    7.1 Reflectieve schrijfopdracht Astrid Boon
    7.2 Leerling verzint zelf corrigerende maatregel
    7.3 Besef consequentie handelen door leerling
    7.4 Een gepensioneerde leerkracht vertelt
    7.5 Een ervaring van Johan ’t Hart om nooit te vergeten
    7.6 Eerdere versies Tijdrovende opdracht
    7.7 Schrijfopdracht bij Teitler
    7.8 Creatieve schrijfopdracht passend bij Vriendelijk orde houden
    7.9 Gesprek met ouders, schoolleiding, leerkracht en docent
  8. Reacties van leerlingen op Tijdrovende opdracht
    8.1 Wij willen liever na de les even praten
    8.2 Wat te doen als een leerling de les ondanks een tijdrovende opdracht blijft verstoren?
  9. Samenvatting Tijdrovende opdracht
  10. Credits

1  Belang van een Tijdrovende opdracht

1.1 Wel een Tijdrovende opdracht geven

Om gedrag bij te sturen gebruik je een Tijdrovende. Je vraagt aan de leerling de verstrekte opdracht bij jou in te leveren. Na het maken van de opdracht past de leerling doorgaans het gedrag aan en maakt vervolgens goed gebruik van jouw lessen.

Het is een vorm van omdenken om een Tijdrovende opdracht als een cadeau te beschouwen aan de betreffende leerling. Hoe gaat dit omdenken in zijn werk? Beschouw het geven van een Tijdrovende opdracht als een mogelijkheid voor de leerling om zichzelf een Tip te geven. Als je succes hebt met deze manier van aansturen en bijsturen, als dit leidt tot een betere opstelling in de klas, dan  profiteert iedereen: de leerling, jij als docent, de ouders en de schoolleiding. Jouw aanpak is duidelijk, voorspelbaar en vriendelijk.

Met elke stap (Gebruik lichaamstaal, Aansturen met Tip, Bijsturen met Tijdrovende opdracht en Bijsturen met hulp leidinggevende) geef je een leerling de kans om zich van zijn/haar positieve kant te laten zien én geef je de klas de ruimte om ongestoord te werken.

Voordelen van een Tijdrovende opdracht:

  • De leerling heeft na het krijgen van de opdracht tijd om na te denken over het getoonde gedrag en krijgt de vraag hoe dit is te verbeteren. De tijd tussen het opleggen en inleveren zorgt ervoor dat beide partijen de directe emotie een plaats hebben gegeven;
  • De leerling overweegt voortaan of de kosten van het verstoren (het verkrijgen van populariteit in de klas of het maken van een autonome indruk) wel opwegen tegen de nadelen (tijdverlies en moeten nadenken over en herzien van eigen gedrag);
  • Het blijkt in de praktijk dat zowel docent als de leerling de afhandeling van de opdracht zo snel mogelijk willen afsluiten. Daarom leveren de meeste leerlingen de opdracht direct in;
  • De nabespreking tijdens het inleveren verloopt doorgaans prettig. Dat komt onder meer doordat de opdracht gericht is op het echt overdenken van wat er is gebeurd. Soms komen er daarbij dingen naar voren die de docent niet had kunnen weten, maar die wel een rol speelden in de actie van de leerling. Dat zorgt voor wederzijds begrip. De docent en de leerling kunnen elkaar echt ontmoeten en de band herstellen.

1.2 Geen Tijdrovende opdracht geven

Als je geen Tijdrovende opdracht gebruikt zijn er alternatieven die volgens VOH minder effectief zijn:

  1. Alles op zijn beloop laten, niet bijsturen en chaos accepteren.
  2. Een goed gesprek voeren zonder consequenties.
  3. Straffen.

Alles op zijn beloop laten, niet bijsturen en onrust accepteren

Dit heeft iets weg van een fakir die op een spijkerbed gaat zitten. Knap, maar is het aan te raden?

Je geeft leerlingen de ruimte om de les te verstoren en doordat je niet ingrijpt, of als je niet effectief ingrijpt, levert het verstoren van de les de leerling zelfs een voordeel op: wie jouw autoriteit durft te betwisten is stoer en stijgt in de achting van medeleerlingen.

Als je je beperkt tot leerlingen aankijken en waarschuwen, tot maatregelen die leerling  geen tijd kosten, dan worden jouw maatregelen als vanzelf steeds minder effectief. De maatregel maakt dan geen indruk op calculerende leerlingen (zeker als er compenserende statusvoordelen zijn), zodat ze de maatregel zonder bedenkingen ‘nemen’, met als gevolg dat de docent hem ook vaker moet opleggen, waardoor hij gaandeweg steeds minder indruk maakt, en zo verder in een negatieve spiraal.

Een goed gesprek voeren

Als je zoekt naar een manier om gedrag effectief bij te sturen blijkt een ‘goed’ gesprek doorgaans niet effectief te zijn. Bekijk hiervoor de video van Josie hierboven én het punt Wij willen liever praten na de les.

Straffen

Straf is al zo oud als de mensheid, lees in dit verband het volgende citaat:

“Op een zeker moment in de prehistorie, zo veronderstelt hij [Nietzsche], ontstond er een specifieke manier van doen die schadelijk was voor de gemeenschap. Het leidde tot het opleggen van straf. Dit was het ogenblik waarop de moraal werd geconstrueerd; dit was het moment waarop onze instincten voor het eerst werden beteugeld door een straffende maatschappij. Mettertijd leidde het opleggen van straf tot introspectie. Introspectie leidde tot het geweten” Prideaux (2018)

Zo gezien is straf heilzaam. Het gevaar bij straf kan zijn dat ontvangende partij de maatregel als onrechtvaardig of disproportioneel ervaart. Dat zet de relatie onder druk.

In de onderstaande video: leerlingen geven aan aan dat het straf niet helpt.

1.3 Starten met het geven van een Tijdrovende opdracht

Starten met een Tijdrovende opdracht is één van de vier opties op te starten met Aansturen en bijsturen. Bekijk eerst alle opties voordat je er een kiest. Deze vier opties staan bij de inleiding van Aansturen en bijsturen. Je kunt bij deze link kiezen uit starten met lichaamstaal, starten met Tips, Starten met Tijdrovende opdracht of starten met zowel Tips als Tijdrovende opdracht.

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module Aansturen met tijdrovende opdracht? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

Leerlingen geven aan dat:

  • Strafwerk niet helpt
  • Eruitsturen geen effect heeft
  • Een Tijdrovende opdracht (Reflectieverslag) wel effectief is.

2 Voorbeeld Tijdrovende opdracht VOH

Het nu volgende voorbeeld is gemaakt i.s.m. schoolleiders uit het VO. VOH adviseert dit voorbeeld als uitgangspunt te nemen als je zelf aan de slag wilt gaan met een Tijdrovende opdracht.

Met deze opdracht stel je een leerling die de les verstoort en die je daarom bijstuurt twee vragen. Door deze vragen te beantwoorden overdenkt de leerling wat er is gebeurd en vraag je de leerling hoe de verstoring van de les in de toekomst is te vermijden. Na ondertekening door de leerling verandert deze opdracht in een afspraak tussen jou en de leerling. Jij bewaart deze intentieverklaring van de leerling in jouw archief.

Opdracht VO kort:

Naam___________________________Klas_____________

Beantwoord de onderstaande twee vragen in goed lopende zinnen. Voordat je de antwoorden opschrijft, maak je eerst een kladje. De docent behoudt de definitieve versie en kan hier later op terugkomen. Lever het verslag op het afgesproken moment bij je docent in.

1 Wat is de aanleiding voor deze brief, wat is er gebeurd? (Graag minstens drie hele zinnen, kop, midden en staart).

2 Wat kun jij veranderen/verbeteren aan je gedrag (Graag minstens drie hele zinnen, kop, midden staart).

Handtekening van de leerling

………………………………….

Tot zover de opdracht.

Doorgaans los je met deze opdracht een verstoring van de les op.

3 Inleveren en nabespreken Tijdrovende opdracht

Als een leerling de opdracht inlevert, bedank je de leerling voor de inspanning. Daarmee versterk je de band met de leerling.

“I learned from my former graduate student Sara Algoe that we don’t express gratitude in order to repay debts but rather to strengthen relationships.” Haidt (2012)

Daarom bedankt je een leerling voor het inleveren van een opdracht.

3.1 Verschillen nabespreken PO en VO

Voortgezet onderwijs

De nabespreking zelf kan kort zijn. Vraag de leerling om samen te vatten wat er gebeurd is en wat de leerling van plan is daaraan te gaan doen. Na een voor jou acceptabel antwoord van de leerling geef je aan dat het is opgelost en bedank je de leerling.

Primair onderwijs

In een pauze of na schooltijd, liefst nog dezelfde dag, bespreek je de opdracht met de leerling. Hoe eerder je de opdracht bespreekt, hoe sneller je weer op goede voet met elkaar verder kan. Vraag de leerling om samen te vatten wat er gebeurd is en wat de leerling van plan is daaraan te gaan doen. Geef aan als het nu is opgelost. Bedank de leerling voor het inleveren. Jullie beginnen vanaf nu weer opnieuw

4 Bijsluiter

Geef maximaal twee Tijdrovende opdrachten per les. Daarna leg je de les stil.

De Tijdrovende opdracht heeft een werking die vergelijkbaar is met een medicijn. Deze paragraaf is dan te beschouwen als een bijsluiter van die hoort bij de Tijdrovende opdracht. In een bepaalde dosering helpt de medicatie en bij een te hoge dosering werkt het averechts. Het is onverstandig de hele klas het medicijn toe te dienen. Dan ontstaat er een oproer en ontstaat er een steeds grimmigere situatie (te hoge dosering). Is dit te voorkomen?

  1. Hoe voorkom je dat je een groot aantal Tijdrovende opdrachten uitdeelt?
  2. Hoe ga jij om met protesten van de groep leerlingen die een Tijdrovende opdracht kreeg?
  3. Hoe voorkom je dat de klas zich in zijn geheel keert tegen jouw manier van bijsturen

VOH raadt aan om per les twee Tijdrovende opdrachten klaar te leggen: een gele en een rode. Leg de les stil als je de tweede, de rode Tijdrovende opdracht hebt gegeven en zeg: “Ik stop nu met lesgeven. Ga allemaal zonder te overleggen aan het werk met je huiswerk”. Je laat dan zien dat jouw professionele grens is bereikt. Leerlingen die toch overleggen zet je een voor een apart en je blijft opletten dat niemand overlegt. Als er geen plaatsen meer over zijn om leerlingen apart te zetten dan stuur je een leerling die toch nog praat eruit. Dit is een noodzakelijke uitzondering bij VOH. Sta je een beetje overleggen toch toe, dan ondermijn je je eigen gezag. Door te stoppen met de les na de tweede Tijdrovende opdracht isoleer je maximaal twee leerlingen van de groep: zij hebben een opdracht die hen tijd kost. De andere leerlingen hebben die opdracht niet. De beurt is nu aan de twee leerlingen om de opdracht te maken. Als de opdracht is gemaakt en de band weer is hersteld, mogen ze de volgende les weer meedoen. Als de de opdracht is gemaakt en de verstandhouding met jou verbetert, heeft dat effect op de houding van de hele klas.

De eerste leerlingen die de les verstoren te beschouwen als verkenners. Zij verkennen voor de anderen de speelruimte. Als jij de speelruimte voor verstoringen effectief beperkt, accepteren de overige leerlingen deze beperking.

Met het stilleggen van de les voorkom je:

  • dat jij je professionele grens overschrijdt.
  • dat er zich een baldadig muiterijachtig machtsspel ontwikkelt vergelijkbaar met de situatie als je meerdere leerlingen binnen een les de klas uit stuurt.
  • dat je met een groot aantal Tijdrovende opdrachten te veel tijd van de klas als geheel rooft waardoor hun huiswerk onder druk komt. Dat brengt het risico met zich mee van protest van ouders, leerlingen, collega’s en schoolleiding.
  • dat leerlingen jou als een marionet laten reageren op verstoringen van de les.

Dat is allemaal niet nodig. Het is veel beter om de twee uitgedeelde Tijdrovende opdrachten rustig hun uitwerking te laten hebben en dan de volgende les met een schone lei te beginnen.

4.1 Verschillen PO en VO stilleggen les

Primair onderwijs

Je stopt na de tweede opdracht met lesgeven en vraagt de leerlingen in stilte zelfstandig te werken of stil te lezen. Wie dan toch nog praat, zet je apart. Na drie leerlingen apart gezet te hebben kondig je aan (afhankelijk van de schoolbrede afspraken hierover): “Wie nu nog praat moet ik er helaas uitsturen/in een andere klas aan het werk zetten/in de pauze binnen laten blijven/laten nablijven.” Dit hoef je niet van tevoren te bespreken, dit doe je gewoon als het voorkomt. Hiermee voorkom dat je het middel – de tijdrovende opdracht – devalueert.

Voortgezet onderwijs

Je stopt na de tweede opdracht met lesgeven en vraagt de leerlingen in stilte zelfstandig te werken, bijvoorbeeld aan hun huiswerk. Wie dan toch nog praat, zet je apart. Als je de derde leerling apart gezet hebt, kondig je aan: “Er is geen ruimte meer om leerlingen apart te zetten, wie nu nog praat moet ik er helaas uitsturen.” Dit hoef je niet van tevoren te bespreken, dit doe je gewoon als het voorkomt. Hiermee voorkom dat je het middel – de Tijdrovende opdracht – devalueert door er te vaak gebruik van te maken.

5 Leerling levert Tijdrovende opdracht niet in

De manier waarop je reageert als een leerling een Tijdrovende opdracht niet inlevert  is afhankelijk van het moment van inleveren:

5.1 Inleveren aan het begin van de volgende les

Je hebt met de leerling afgesproken dat de opdracht de volgende les in te leveren. Je staat bij de deur met een extra kopie van de Tijdrovende opdracht bij de hand. Als de leerling de opdracht inlevert bedank je de leerling. Heeft de leerling de opdracht niet bij zich, dan geef je de kopie van de opdracht en vraag je de leerling deze buiten de les te maken. Ook vraag je de leerling deze aan het einde van de les in te leveren met een uitstuurbriefje erbij.

5.2 Inleveren buiten de les om

Je hebt met de leerling afgesproken de opdracht op een moment buiten de les in te leveren. Als de leerling de opdracht op het afgesproken moment inlevert, bedank je de leerling. Komt de leerling niet opdagen, dan bel je de ouders en vraag je of ze hun zoon/dochter willen aansporen de opdracht alsnog in te leveren aan het begin van de volgende les. Ouders stellen het doorgaans op prijs dat je hen belt.

6 Leerling weigert opdracht te maken

Voortgezet onderwijs

Als een leerling de Tijdrovende opdracht weigert zeg je “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, ander moet ik je helaas een grotere opdracht geven”. Doorgaans accepteert de leerling dan de eerder aangeboden opdracht. Blijft de leerling ook nu protesteren, vraag de leerling dan de klas te verlaten. Als de leerling dat weigert zeg je: “Als je nu blijft zitten volgt schorsing. Je hebt nu nog de kans om de klas te verlaten.” Schorsing als consequentie van weigering om de klas te verlaten is iets dat je vooraf afstemt met de schoolleiding; waarschijnlijk is dit al een standaard schoolprocedure. Indien de leerling blijft weigeren om de klas te verlaten, loop je de klas uit en vraag je een collega om assistentie. Samen overtuigen jullie de leerling dat vertrekken nu de beste optie is. Zo behoud je het initiatief.

Primair onderwijs

Vraag de leerling om mee te lopen en de opdracht bij een IB-er en/of schoolleider te maken. Als de leerling dit weigert zeg je: “Als je dit nu weigert, vraag ik desbetreffende IB-er of schoolleider om je uit de klas te halen”. Vraag de rest van de klas om rustig door te werken en loop naar de desbetreffende collega. Geef deze even kort uitleg en vraag of je collega de leerling rustig uit de klas wil halen zodat de leerling de opdracht in aanwezigheid van deze collega kan maken. Als de leerling de opdracht vervolgens maakt, bespreek je deze kort met de leerling en bedank je de leerling. De leerling mag de klas weer in en jullie hebben het er niet meer over. Als de leerling alsnog weigert om de opdracht te maken, bespreek je met je collega wat de volgende stap is. Bijvoorbeeld: nodig de ouders uit voor een gesprek en laat de leerling tot die tijd zijn werk maken in aanwezigheid van IB-er en/of schoolleiding.

7 Alternatieve maatregelen om storend gedrag bij te sturen

7.1 Reflectieve schrijfopdracht Astrid Boon

Als het bij een leerling die eerder al een Tijdrovende opdracht maakte na verloop van tijd noodzakelijk is een volgende opdracht te geven, adviseert VOH de leerling een “reflectieve schrijfopdracht” te geven. Een reflectieve schrijfopdracht pas je aan aan de situatie en kost jou daarom meer tijd dan het uitdelen van een standaard reflectieverslag. De inhoud van zo’n reflectieve schrijfopdracht gaat concreet in op wat de aanleiding vormde voor deze opdracht. De reflectieve schrijfopdracht verenigt kenmerken van reflectie én ouderwetse strafregels. De reflectieve schrijfopdracht heeft een meer schools karakter dat goed past bij het gegeven dat de leerling de eerdere Tijdrovende opdracht niet maakte.

De reflectieve schrijfopdracht stel je samen met de leerling op na afloop van de les en spits je toe op de gebeurtenis die eraan voorafging. Je vraagt dan de leerling deze aanwijzing die jullie samen opstellen, tien keer over te schrijven en te laten ondertekenen door de ouders. Het idee van de reflectieve schrijfopdracht komt van Astrid Boon.

Video

Bekijk deze video’s  van Astrid Boon. In de eerste video beschrijft zij het nut en belang van de reflectieve schrijfopdracht en laat ze zien hoe je een reflectieve schrijfopdracht samenstelt:

1. Eigen gedrag benoemen. (Het is niet de bedoeling dat.., want.. )
2. Stilstaan bij eigen gedrag. (Als ik …, zorg ik ervoor dat …)
3. Ipv rechtvaardiging. (Ook als ik … , want zo maak ik de problemen groter ipv kleiner ..)
4. Helpende suggestie. ( Voortaan … , zodat ik … )

Vanaf 2.45 minuten beschrijft zij een geestige uitwerking van de reflectieve schrijfopdracht.

De tweede video gaat over haar werkzaamheden als orthopedagoog op verschillende scholen in Amsterdam. Over haar werk schreef zij een aantal boeken over het bijsturen van gedrag van leerlingen. Over haar werk heeft zij in het hele land lezingen gegeven.

Boon (2009), Astrid

Boon (2010), Astrid en Leo Prick

Astrid Boon, schrijfster van Straf / regels

Een leerling die zie niet laat bijsturen door een korte Tijdrovende opdracht, geef je een relectieve schrijfopdracht.

Leraar 24 heeft een film gemaakt over Astrid Boon. In deze film ziet u hoe docenten en leerlingen op verschillende scholen omgaan met de reflectieve schrijfstraf.

7.2 Leerling verzint zelf corrigerende maatregel

José Caballero, voorzitter van de stichting Rapucation waar Vriendelijk orde houden onder valt, vertelt over zijn aanpak bij het vak Scheikunde: Als een leerling niet doet wat de bedoeling is, vraag ik hem of haar in een gesprek na afloop van de les een maatregel te verzinnen die het probleem oplost. Dit spreken we dan vervolgens af. Meestal houdt de leerling zich aan de door henzelf bedachte maatregel.

7.3 Besef consequentie handelen door leerling

Een goed gesprek kan helpen als de mentor een leerling te wijst op de consequenties van het handelen (b.v. blijven zitten). Als je de leerling dan vraagt of deze dit werkelijk wil, kan dit gesprek bij de leerling een verandering van gedrag teweeg brengen.

7.4 Een gepensioneerde leerkracht vertelt

“Een jongen weigerde steeds om voor een bepaald vak een lesje te maken. Daarop vroeg ik de jongen om na te blijven en gaf hem de opdracht: maak het lesje nu en als je het af hebt kom je bij mij. De jongen ging aan het werk, ondertussen keek ik zelf het werk van de andere leerlingen na. Toen de jongen klaar was mocht hij naar huis. De volgende dag herhaalde dit patroon zich en ook de volgende week. Op een gegeven moment komt de jongen naar mij toe en vraagt: Hoe lang gaat u dit doen? Ik antwoord: “Totdat jij gewoon in de les je werk doet”. De dag daarop ging de jongen tijdens de les direct aan het werk. Het probleem loste zich vanzelf op, ik hoefde niet boos te worden”.

7.5 Een ervaring om nooit te vergeten van Johan ’t Hart

Ik zat in 6 VWO van het Hervormd Lyceum West in Amsterdam. Op een vrijdagmiddag zat ik te schaken met een vriend in een totaal verlaten school. Wij hadden, weet ik nog, bruine corduroy broeken en jasjes aan. Na het schaken pakten wij allebei een bordenwisser, een ouderwetse met krijt eraan, en begonnen elkaar hiermee te bewerken. Wij hadden veel plezier. Toen kwam er een amanuensis van scheikunde binnenlopen en die vroeg ons daarmee op te houden. Wij vonden dat echt totaal overbodig, wij zaten immers in klas zes. Bovendien hadden wij toch geen les van hem? Dus wij gingen vrolijk verder. Ongeveer een maand later werd ik uit de les gehaald door de rector de heer Huisman. Hij vroeg mij wat er gebeurd was die middag. Ik zei dat er niets was gebeurd. Daarop vroeg de rector mij bij de zogenaamde “klaagmuur” te gaan staan. Dat was een kale muur bovenaan de trap van het centrale trappenhuis waar iedereen langsliep. De rector zei dat ik daar moest wachten. Na een uur vroeg hij mij weer wat er gebeurd was. Weer zei ik: “Er is niets gebeurd.” De rector zei dat ik weer moest wachten. Inmiddels liep de school leeg en ik stond daar maar. Staan zonder iets te mogen doen, is vermoeiend. Voor de derde keer kwam de rector bij mij en vroeg wat er was gebeurd. Ik vertelde hem toen schoorvoetend dat ik met een vriend met bordenwissers aan het spelen was. De rector zei alleen: “Niet meer doen” en toen mocht ik gaan. Nu besef ik dat ik met dit voorbeeld een Tijdrovende opdracht aan den lijve heb ondervonden!

7.6 Eerdere versies van Tijdrovende opdrachten.

7.7 Schrijfopdracht bij Teitler

Teitler beschrijft hoe hij schrijfopdrachten opvoert met standaardteksten waarin het soort vergrijp, de negatieve effecten, de smoezen en de alternatieven al voorgekookt zijn, en die de leerling dan een aantal keren moet overschrijven (Lessen in orde, §5.5 Straffen)

Dat lijkt efficiënt, want de docent hoeft alleen maar de toepasselijke variant uit de la te trekken en het strafwerk weer in te nemen en daarmee is de kous af. Het vergt tijd van de leerling, maar het vergt echter niet echt van de leerling dat deze verklaart wat er is voorgevallen en daardoor leidt het niet tot erkenning van de eigen verantwoordelijkheid, tot een vrijwillig gekozen oplossing en tot een (korte!) bespreking met echte verstandhouding en verzoening. Vriendelijk orde houden prefereert daarom een vorm en inhoud die de leerling vraagt het eigen gedrag te benoemen, te onderzoeken, te evalueren en op te lossen.

7.8 Creatieve schrijfopdracht passend bij Vriendelijk orde houden

Maak het begin van een fabel met daarbij uitnodiging om deze fabel af te maken in de geest van Vriendelijk orde houden. Een voorbeeld

7.9 Gesprek met ouders, schoolleiding, leerling en docent

Als een leerling niet goed reageert op bijsturing, niet op een Tijdrovende opdracht en ook niet op een reflectieve schrijfopdracht, dan is het tijd voor een gesprek over het gedrag van de leerling met ouders, schoolleiding leerling en docent erbij. Dit vraagt van de leerling om zich te verstaan met de eigen ouders over het hoe en waarom van het gesprek (want die willen natuurlijk weten wat er aan de hand is) en vraagt van hem om ten overstaan van ouders, schoolleiding en docent te verduidelijken wat er speelt, hoe hij/zij denkt dit weer in goede banen te leiden. Behoorlijk tijdrovend dus, en niet echt iets om naar uit te zien. Dat wil je liever vermijden!

8 Reacties van leerlingen op de Tijdrovende opdracht

8.1 Wij willen na de les liever even praten

Niet alle leerlingen accepteren klakkeloos een Tijdrovende opdracht. Een voorbeeld in de video van Josie hierboven. Josie geeft les aan het MBO aan onderwijsassistenten in opleiding. Bij haar leerlingen, en in het algemeen bij wat oudere leerlingen, is een voor de hand liggende reactie op een Tijdrovende opdracht: Ik vind dit kinderachtig, ik heb liever dat u mij even aanspreekt aan het einde van de les. Op dit verzoek ga je niet in. Deze wens van de leerling is begrijpelijk, maar uit onderzoek van Astrid Boon blijkt dat een ‘goed gesprek’, zeker op dat moment, weinig effect heeft. Dat heeft meerdere oorzaken:

  • Zo’n gesprek kost de leerling weinig tijd en de leerling hoeft er vooraf geen tijdrovende reflectie aan te wijden. Zo gezien komt de leerling er dus gemakkelijk vanaf.
  • De docent heeft na de les vaak nauwelijks tijd voor de bespreking en zowel de docent als de leerling hebben niet de kans gehad om er een nacht over te slapen. Emotie krijgt dan bij zo’n gesprek al snel de overhand. Dat is dan weer koren op de molen van de leerling die het gevoel heeft dat jij als docent impulsief reageert.
  • Omdat de leerling niet reflecteert op de oorzaak van de verstoring en op verbetering vindt geen transformatie plaats.

8.2 Wat te doen als een leerling de les ondanks een Tijdrovende opdracht blijft verstoren?

Als een leerling, ondanks het uitdelen van een Tijdrovende opdracht, de les blijft verstoren, negeer je deze leerling in het vervolg van de les indien mogelijk. Het heeft dan geen zin om tijdens die les krampachtig te pogen deze leerling te laten stoppen met het storende gedrag. Door deze leerling te negeren voorkom je escalatie, en voorkom je dat je de leerling boos benadert. Wat je wel kunt doen is voor jezelf aantekeningen maken in je Tipboek van de manier waarop de leerling blijft storen. Dit laatste bespreek je niet met de leerling en kun je zien als een vorm van negeren. Deze tactiek is noodzakelijk om vriendelijk te kunnen blijven. Zou je deze leerling wel een tweede tip geven, dan ontstaat een grimmige sfeer. Het advies van VOH is in zo’n geval: Geef vooral aandacht aan de overige leerlingen. Ga gewoon (dus voorspelbaar!) door met je normale routine van instructies, aansturen met lichaamstaal en als dat niet het gewenste effect heeft met een tip. Als je de volgende Tip geeft, leidt deze nu automatisch tot het uitdelen van de volgende Tijdrovende opdracht aan een andere leerling. Als de leerling door jouw schrijven in het Tipboek stopt met storen, kun je de opmerkingen verder laten voor wat ze zijn, je verbindt er geen consequenties aan.

9 Samenvatting Tijdrovende opdracht

Bij Vriendelijk orde houden in de klas krijgen leerlingen meerdere keren de kans hun gedrag te verbeteren. De eerste vormen van aansturen kosten leerlingen geen tijd en zijn daarom in zekere zin gratis. Als leerlingen deze geboden kansen niet benutten volgt een Tijdrovende opdracht. Nu kost de opdracht de leerling tijd én krijgt de leerling via deze opdracht de kans om zelf een rol te spelen bij het verbeteren van het eigen gedrag.

Tips

  • Terwijl je de opdracht geeft, houd je voor ogen dat je de leerling helpt om voortaan beter te functioneren in de klas. Je weet dat je door bij te sturen, voorkomt dat jij en de leerling blijven steken in een machtsspelletje. Dit besef helpt je om vriendelijk te blijven.
  • Tijdens het bijsturen neem je eventuele negativiteit van de leerling niet over. Als je bijstuurt, toon je compassie en begrip voor de zware taak die de leerling wacht door te zeggen: “Ik moet je nu helaas deze opdracht geven”.
  • De stap van waarschuwen naar Tips geven kun je beschouwen als ‘omdenken’. Het is de kunst om het bijsturen met Tips en Tijdrovende opdracht als een cadeau voor de leerling te beschouwen. Het cadeau bestaat uit meerdere kansen die je een leerling geeft om zich van zijn/haar positieve kant te laten zien en bovendien geef je door dit cadeau de klas de gelegenheid om ongestoord te werken. Als deze manier van bijsturen lukt, profiteert iedereen: de docent, de leerling, de overige leerlingen, de ouders en de schoolleiding! De lessen verlopen nu ononderbroken. De goedwillende leerlingen zijn blij met deze aanpak.

10 Credits

Gabriëlle la Rose – Veiligheidscoördinator op het Pieter Nieuwland College in Amsterdam Gabriëlle bemiddelt bij conflicten tussen leerlingen en docenten. Daarbij gebruikt zij een reflectieverslag. Een reflectieverslag maken, kost een leerling tijd. Vandaar de naam van dit deze module: Bijsturen met Tijdrovende opdracht. Haar opdracht staat aan de basis van verschillende voorbeelden van Tijdrovende opdrachten van VOH.
Stephan Dinkgreve – Docent Natuurkunde Stephan bezocht een muziekles van Johan ’t Hart. Hij ging aan de slag met de manier van orde houden die hij zag in de les van Johan. In plaats van strafwerk, wat Johan toen nog gebruikte, gebruikte Stephan een variatie op het hierboven genoemde reflectieverslag. Johan nam deze nieuwe manier van bijsturen van Stephan over. Hiermee legden Johan en Stephan de basis voor Vriendelijk orde houden.
Van Stephan leerden wij ook dat als een leerling protesteert tegen het krijgen van een reflectieverslag, je als docent rustig en vriendelijk aangeeft: “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, anders moet ik je helaas een groot reflectieverslag geven.”
Astrid Boon – Orhtopedagoog Als orthopedagoog heeft Astrid op basis van talloze gesprekken met leerlingen ontdekt wat de meest effectieve maatregelen zijn. Zij ontdekte dat leerlingen een opdracht die tijd kost serieus nemen en een “goed” gesprek doorgaans niet. Zij schreef hierover twee boeken: ‘Straf/Regels’ en ‘Te gezellig in de les’. Zij maakte ook duidelijk dat een leerling uit de les sturen een uiterst middel is. Zij adviseerde een aantal kleinere stappen te nemen voorafgaande aan de inzet van dit uiterste middel. Dit heeft geleid tot de module Aansturen met Tijdrovende opdracht, de Handelingsladder met vier stappen om aan- en bij te sturen van VOH met daarin is als werkzame bestanddeel opgenomen de Tijdrovende opdracht en als dat niet helpt de Reflectieve schrijfopdracht van Astrid Boon.