1.8 Gebruik lichaamstaal

Een docent kan leerlingen aansturen met lichaamstaal. Zo verloopt het aansturen efficiënt. De docent gebruikt lichaamstaal om op een vriendelijke manier aanwijzingen te geven voor gedrag. Deze manier van aansturen kost de docent minder energie en zorgt voor minder ruis in de les. Niemand hoort het.

“Met lichaamstaal geef ik onhoorbaar aanwijzingen voor gedrag. Hierdoor gaat er meer aandacht naar de les en kan ik altijd vriendelijk blijven.”

 

  • Nu beantwoorden:
    Welke non-verbale communicatie gebruik ik tot op heden als ik lesgeef?
  • Thuis beantwoorden:
    Deze non-verbale communicatie gebruik ik in de toekomst tijdens het lesgeven.

Introductievideos

Leerlingen reageren steeds sterk op het stiltegebaar. De docent is daar steeds weer verbaasd over.

Door lichaamstaal zelf in te zetten als middel om leerlingen aan te sturen, verstoor je de les niet en raak je zelf niet afgeleid.

Voorbeelden

  • Zes gebaren die Vriendelijk Orde Houden adviseert aan alle leraren (bekijk hier de videovoorbeelden en uitgebreide beschrijving):
    1. Vuurtoren (attentie allemaal)
    2. Start
    3. Starten
    4. Attentie 1 persoon, stil, compliment
    5. Attentie 1 persoon, stop, compliment
    6. Attentie allemaal + aankondiging wisseling van werkvorm
  • Gebaren die specifiek bedoeld zijn voor het vak muziek. (Let op: deze weblink gaat naar een andere website met een methode voor muziekonderwijs. Bij die methode zijn de bovenstaande vier gebaren ontwikkeld.)
  • Vermijd om, als de klas druk is, te beginnen of door te gaan met uitleg. Wacht met (door)praten tot de leerlingen stil zijn. Daarvoor gebruik je deze opeenvolging van gebaren: Je begint met het gebaar ‘De Vuurtoren’, met zijn ingebouwde timer. Dan hoort het stil te zijn. Leerlingen die toch nog niet opletten stuur je vervolgens individueel aan met het gebaar ‘Selecteer’ en daarna ‘Stop’ of ‘Stil’. Zodra de leerling positief reageert, rond je als compliment af met je duim omhoog.
  • Maak oogcontact. Kijk daarbij altijd ontspannen. Streng kijken is niet nodig als je weet dat je bij verstoringen kunt ingrijpen met gebaren, daarna met het geven en administreren van tips (Geef en administreer tips) en vervolgens (nadat je Orde Houden hebt geïntroduceerd) met de Tijdrovende opdracht.
  • Kies bewust een positie in de klas. Als een leerling de les verstoort, loop je een paar passen naar deze leerling toe en kijk afwachtend. De plaats waar je staat is ook een vorm van het gebruiken van lichaamstaal. Als je dichtbij staat, heb je meer invloed. Let er daarbij wel op dat je niet tegenover de leerling staat, boven de leerling uittorent of te dicht bij een leerling staat. Als je een leerling aanspreekt, ga dan naast hem of haar staan, zodat er ruimte is voor open communicatie.
  • Neem een expressieve houding aan. Sta je op een zelfverzekerde manier met een open houding, dan is de kans groter dat leerlingen je serieus nemen.
  • Gebruik gezichtsuitdrukkingen. Ontspannen kijken en wachten is vaak al genoeg. Als je ongewoon gedrag ziet, breng dan één wenkbrauw omhoog en houd je hoofd scheef met vragende blik.
  • Geef non-verbaal positieve feedback. Als een leerling een antwoord geeft op een vraag, knik je met je hoofd om te laten zien dat je het antwoord begrijpt en waardeert. Als leerlingen snel reageren op jouw verzoek bij een leswisseling, laat dan zien dat je dat waardeert met het gebaar duim omhoog.
  • Geef aanwijzingen via een handeling. Als je leerlingen zelfstandig werken aan een opdracht en de tijd is om, geef dat moment dan aan door bijvoorbeeld iets uit te delen. Het is dan niet nodig om te zeggen dat de tijd om is.
  • Gebruik signalen. Een voorbeeld van een signaal is een afbeelding met daarop een instructie of een mededeling. Die afbeelding laat je dan indien nodig zien. Een ander voorbeeld van een signaal is een geluid wat je laat horen. Met dat geluid vraag je de klas om een van tevoren afgesproken handeling uit te voeren, bijvoorbeeld: stoppen met werken.
  • Een ander voorbeeld waarmee je de periode waarin leerlingen zelfstandig werken afrondt. Terwijl iedereen werkt, doe je een ritme voor. (De afspraak is dat als de docent een ritme klapt, dat iedereen het dan overneemt.) Daarna sluit je door het stopteken het ritme af en stopt iedereen tegelijk. Van tevoren spreek je af dat je na een ritme een algemene mededeling geeft of dat je een nieuw onderwerp behandelt.

Samenhang met de overige onderwerpen

Het gebruiken van lichaamstaal is een stap in een keten van aan- en bijsturen. Indien iets wat je wilt aankaarten nog geen plaats heeft in je ‘gebarenmenu’, dan val je terug op het complement Geef verbale aanwijzingen. Indien de leerling niet reageert op je aansturende gebaren is de opvolgende interventie de tip (Geef en administreer tips) en zo nodig stuur je na een aantal tips bij met een Tijdrovende opdracht. Aan- en bijsturen, in welke vorm dan ook, vindt altijd plaats op de funderende aspecten Kader, Verwachtingsmanagement en Toon gewenst gedrag.

Wel of niet lichaamstaal gebruiken

Geen lichaamstaal gebruiken:

Als je geen lichaamstaal gebruikt, blijft er weinig anders over dan verstorend gedrag te negeren of je leerlingen verbaal aan te sturen. Als je daarbij irritatie in je stem laat meeklinken, beïnvloed je de sfeer in negatieve zin. Door verbaal aan te sturen raak je bovendien de draad van je verhaal kwijt en het haalt je uit je concentratie.

Wel lichaamstaal gebruiken:

Aansturen met lichaamstaal is onhoorbaar en verstoort de les niet. Doordat je daarbij geen naam noemt, vestig je niet de aandacht op de persoon die je aanspreekt. Met lichaamstaal kun je meerdere keren in een les een leerling aansturen zonder daarvan een aantekening te maken. Vooral voor leerlingen die zich slecht kunnen concentreren is het een verademing om niet steeds hun naam in negatieve zin te horen. Een ononderbroken uitleg is voor iedereen beter te volgen. Voor jouzelf kost het aansturen met lichaamstaal zo weinig tijd en aandacht dat je veel beter in je eigen stroom van uitleg of coaching kunt blijven.

Informatie bij het onderwerp Gebruik lichaamstaal

Een voorbeeld. Als jij begint of doorgaat met je uitleg terwijl leerlingen met elkaar (blijven) praten, krijgt de klas de indruk dat het is toegestaan om door uitleg heen te praten. Bovendien geef je daarmee het signaal dat het niet nodig is dat ze opletten. Als ze vervolgens niet opletten is de kans groot dat jij je ergert aan het feit dat ze niet opletten! Dat wil je allemaal niet. Je zult pratende leerlingen daar dus op aanspreken. En daarna pratende leerlingen ook. Maar al dat verbaal adresseren kost veel tijd en onderbreekt steeds je uitleg.

Op zichzelf maakt dat jouw uitleg voor je leerlingen al lastig te volgen, maar het trekt jou ook uit je evenwicht en maakt het jou dus ook moeilijker om je lesstof goed over het voetlicht te brengen. Leerlingen die er belang bij hebben de les te verstoren of jou uit je evenwicht te brengen merken dat. Dit geeft hen reden om juist te gaan praten. Zo stimuleer je dus dat leerlingen gaan praten, in plaats van dat je het stopt. Kortom: of je het nu negeert of leerlingen er op aanspreekt, de kans is groot dat leerlingen door je uitleg heen blijven praten met alle negatieve gevolgen van dien.

Verbaal adresseren onderbreekt de ‘flow’ van de les

Wat spreekt hieruit? Als je ongewenst gedrag negeert, krijgen de leerlingen de indruk dat dit gedrag door de beugel kan. Daardoor stimuleer je dit gedrag in plaats van dat je het laat verdwijnen. Maar ongewenst gedrag verbaal adresseren kost veel tijd en onderbreekt de ‘flow’ van de les. Dat geeft leerlingen die er belang bij hebben de les te verstoren of jou uit je evenwicht te brengen reden om juist te gaan verstoren. Uit deze vicieuze cyclus ontsnap je door gebaren te gebruiken. Gebaren kosten nauwelijks tijd. Gebaren interfereren niet met je inhoudelijke boodschap of uitleg van het moment en ze leiden jou en je leerlingen dus niet af. Gebaren bevatten geen ergernis en zo voorkom je dat je de sfeer verstoort.

Toelichting bij gebaren waarmee je non-verbaal kunt bijsturen

Duim omhoog

Het ‘duim omhoog’ gebaar gebruik je altijd nadat een leerling aan je (non-verbale) verzoek heeft voldaan, zoals de verzoeken die hieronder worden besproken. Met dit gebaar doe je heel veel belangrijke dingen in één keer: je bevestigt dat de leerling heeft gedaan wat je vroeg, je laat zien dat je de reactie van de leerling op prijs stelt, je bedankt, je complimenteert en je sluit de communicatiecyclus af.

Selecteer

Dit gebaar gebruik je om één leerling te selecteren. Je wijst naar een leerling maar je houdt daarbij de wijsvinger omhoog gericht. Direct aanwijzen kan namelijk bedreigend overkomen en bovendien keuren bepaalde culturen direct aanwijzen af. Op deze wijze selecteren is vaak al voldoende om de leerling te laten stoppen met wat niet de bedoeling is. Reageert de leerling niet goed, beweeg dan de wijsvinger langzaam van links naar rechts en terug.
Stil: Als leerlingen door uitleg heen praten vraag je met dit gebaar één leerling om stilte. Een alternatief stil-gebaar voor dezelfde situatie is het volgende. Houd je vinger bij je lip. Met je andere arm maak je het selecteer-gebaar.

Stop

Een leerling die moeilijk stil kan zitten, vraag je met dit gebaar om stil te zitten. Je vraagt dan eigenlijk “Stop met bewegen”. Dit gebaar begint met een open hand en eindigt met een vuist. Dit gebaar is algemeen bekend bij dirigenten. Muzikanten onderling gebruiken dit gebaar voor ”stop met spelen”. Een oefening voor situaties waarbij leerlingen “moeilijk stil kunnen zitten”: Laat iedereen aan het begin van de les (of wanneer je merkt dat de leerlingen drukker worden) even alle energie eruit schudden. Wanneer iedereen zijn/haar energie eruit heeft geschud, pak je de les weer op door het stop-gebaar te maken.

Attentie hele groep

Met twee handen, elk één vinger omhoog. Draai hierbij met je bovenlichaam todat je iedereen hebt gezien. Met dit gebaar vraag je de aandacht van de hele groep.

Zachter

Bij zelfstandig werken kun je individuele leerlingen of een groepje leerlingen met dit gebaar vragen minder lawaai te maken.

Start

Het ‘start’ gebaar maak je door je open hand (handpalm naar boven) naar voren te bewegen en daarmee vervang je de opmerking “ga je gang”. Met dit gebaar kun je iemand met iets laten starten, je kunt het bijvoorbeeld gebruiken als je iemand de beurt geeft.

Tips

  • Hoe meer lichaamstaal je gebruikt, hoe meer aandacht je krijgt van je leerlingen.
  • Maak alle gebaren vriendelijk, langzaam en aandachtig. Vermijd felle gebaren. Neem tijdens het maken van de gebaren een open houding aan. Met de naleving van deze aandachtspunten geef je het goede voorbeeld (Toon gewenst gedrag).
  • Indien de leerling na het maken van een gebaar niet stopt, dan is het tijd om een tip te geven (Geef en administreer tips).
  • Adresseer voorboden van ongewenst gedrag met de twee gebaren Selecteer en Stop
  • Leer de leerlingen de gebaren aan. Ze zijn niet alleen functioneel voor docenten, ook leerlingen kunnen deze gebaren onderling gebruiken. Zij kunnen hierdoor beter samenwerken en het helpt hen bij het accepteren van leiderschap binnen de groep. De leider van de groep gebruikt dan de gebaren om de groep aan te sturen. Deze gebaren maken de stap naar leiding geven voor leerlingen kleiner en bevorderen daarmee rolwisselingen en samenwerking.
  • Maak met leerlingen die veel aandacht vragen een afspraak dat als ze een vraag hebben, jij een afgesproken gebaar maakt waarmee je aangeeft dat je zo gauw je tijd hebt bij deze leerling langs gaat.
  • Spreek met leerlingen met teveel energie af dat als jij ze een time-out gebaar geeft (maak een T met beide handen), ze even een rondje mogen gaan lopen of dat ze volgens afspraak langs mogen gaan bij een leidinggevende.
  • Vermijd deze (hoorbare) correctie: de vingerknip. Dit komt over als dresseren.

Sherwin kijkt bij deze film vriendelijk en nodigt daarmee de leerlingen uit om ook vriendelijk te zijn.

Vergelijk dit eens de volgende vorm van stilte vragen. Een docent kijkt nors, doet de armen over elkaar (gesloten houding) en gaat met de benen iets gespreid in een gefixeerde houding staan. Bij deze vorm van stilte vragen eist de docent aandacht (dwingt aandacht af). Het gevolg daarvan is dat leerlingen zich geïmponeerd, onderdrukt voelen en daarom ook weer de grenzen op gaan zoeken.

Het vuurtorengebaar is om meerdere redenen totaal anders.

Tips en uitleg over gebaren bij vriendelijk orde houden bij een les Nederlands van Stephanie (Noot: deze les is in scene gezet).

0:50-1:20 “Ik vraag om aandacht met het ‘stewardess’ gebaar. Dit gebaar gebruik ik als ik wissel van werkvorm.”

1:20-1:46 “Met dit gebaar vraag ik de aandacht van iedereen (Vuurtoren).”

1:46-2:05 “Met het stiltegebaar vraag ik één leerling om aandacht (Stil). Als de leerling stil is, rond ik het af met een ‘goed zo’ gebaar, met duim omhoog.”

2:23 De leerlingen reageren niet op het Vuurtorengebaar. Hoe gaat de docent daar mee om? Als de docent ziet dat het vuurtorengebaar niet het gewenste effect heeft, pakt hij afbeeldingen met geschreven aanwijzingen (bordjes met verschillende kleuren). Bij de manier van lesgeven van deze docent zijn die afbeeldingen een voorbode van een tip. Zijn leerlingen willen geen tip! Alleen al door het tonen van de afbeeldingen stoppen zij met praten. Dit is een extra geluidloze aanwijzing die een docent kan inzetten voor een beter verloop van de les. Met het pakken van de afbeeldingen, door te handelen, creëert de docent rust door het gebruik van lichaamstaal en blijft hij vriendelijk. (Gebruik lichaamstaal).

2.47 De docent maakt het vuurtorengebaar nogmaals. Nu is het direct stil.
2.55 Een leerling gebruikt het vuurtorengebaar. De gebaren zijn nu inmiddels algemeen geaccepteerd enzowel door docent als leerlingen in gebruik genomen.
2.59 Een leerling dirigeert met gebaren. In deze video zie je hoe leerlingen onderling de gebaren succesvol gebruiken.

In 2012 bezocht de heer Kanamori op verzoek van de Stichting Rapucation het Pieter Nieuwland College. Tijdens zijn toespraak benoemde hij de noodzaak om met je hele lichaam te communiceren. Dit advies pas naadloos bij dit onderwerp.