1.8 Gebruik lichaamstaal

Een docent kan leerlingen aansturen met lichaamstaal. Zo verloopt het aansturen efficiënt. De docent gebruikt lichaamstaal om op een vriendelijke manier aanwijzingen te geven voor gedrag. Deze manier van aansturen kost de docent minder energie en zorgt voor minder ruis in de les. Niemand hoort het.

“Met lichaamstaal geef ik onhoorbaar aanwijzingen voor gedrag. Hierdoor gaat er meer aandacht naar de les en kan ik altijd vriendelijk blijven.”

 

  • Nu beantwoorden:
    Welke non-verbale communicatie gebruik ik tot op heden als ik lesgeef?
  • Thuis beantwoorden:
    Deze non-verbale communicatie gebruik ik in de toekomst tijdens het lesgeven.

Introductievideo’s

Leerlingen reageren steeds sterk op het stiltegebaar. De docent is daar steeds weer verbaasd over.

Door lichaamstaal zelf in te zetten als middel om leerlingen aan te sturen, verstoor je de les niet en raak je zelf niet afgeleid.

Lees in dit verband een blog van Johan ’t Hart met als titel – Hoe kun je met minimale inspanning een klas vragen om stil en aandachtig te zijn?

Voorbeelden

  • Zes gebaren die Vriendelijk Orde Houden adviseert aan alle leraren (bekijk hier de videovoorbeelden en uitgebreide beschrijving):
    1. Vuurtoren (attentie allemaal)
    2. Start
    3. Starten
    4. Attentie 1 persoon, stil, compliment
    5. Attentie 1 persoon, stop, compliment
    6. Attentie allemaal + aankondiging wisseling van werkvorm
    7. Zachter (bedoeld voor zachter praten of minder lawaai maken)
  • Gebaren die specifiek bedoeld zijn voor het vak muziek. Let op: deze weblink gaat naar de website van de Kizzo Band. De Kizzo Band is naast Vriendelijk orde houden, een initiatief van de stichting Rapucation.
  • Stuur bij met een tegenbeweging. Neem de tegenovergestelde rol aan: Straal rust uit bij een drukke klas met als doel dat ze jouw rust overnemen. Wees energiek bij een te stille klas met als doel ze te activeren. (Toon gewenst gedrag)
  • Maak oogcontact. Kijk daarbij altijd ontspannen (Streng kijken is niet nodig als je weet dat je bij verstoringen kunt ingrijpen met gebaren, daarna met het geven en administreren van tips (Geef en administreer tips) en vervolgens (nadat je Orde Houden hebt geïntroduceerd) met de Tijdrovende opdracht).
  • Begin pas met je uitleg als de klas stil is. Om ervoor te zorgen dat iedereen sitl is, gebruik je deze opeenvolging van gebaren: Je begint met het gebaar ‘De Vuurtoren’, met zijn ingebouwde timer. Dan hoort het stil te zijn. Onrustige leerlingen stuur je vervolgens individueel aan met het gebaar ‘Selecteer’ en daarna ‘Stop’ of ‘Stil’. (Stop bij onrust, stil bij praten). Zodra de leerling positief reageert, rond je af met een compliment: Duim omhoog.
  • Kies bewust een positie in de klas. Als een leerling de les verstoort, loop je een paar passen naar deze leerling toe en kijk afwachtend. De plaats waar je staat is ook een vorm van het gebruiken van lichaamstaal. Als je dichtbij staat, heb je meer invloed. Let er daarbij wel op dat je niet tegenover de leerling staat, boven de leerling uittorent of te dicht bij een leerling staat. Als je een leerling aanspreekt, ga dan naast hem of haar staan, zodat er ruimte is voor open communicatie.
  • Neem een expressieve houding aan. Sta je op een zelfverzekerde manier met een open houding, dan is de kans groter dat leerlingen je serieus nemen.
  • Gebruik gezichtsuitdrukkingen. Ontspannen kijken en wachten is vaak al genoeg. Als je ongewoon gedrag ziet, breng dan één wenkbrauw omhoog en houd je hoofd scheef met vragende blik.
  • Geef non-verbaal positieve feedback. Als een leerling een antwoord geeft op een vraag, knik je met je hoofd om te laten zien dat je het antwoord begrijpt en waardeert. Als leerlingen snel reageren, bijvoorbeeld op jouw verzoek bij een leswisseling, laat dan zien dat je dat waardeert met het gebaar duim omhoog.
  • Geef aanwijzingen via een handeling. Als je leerlingen zelfstandig werken aan een opdracht en de tijd is om, geef dat moment dan aan door bijvoorbeeld iets uit te delen. Het is dan niet nodig om te zeggen dat de tijd om is.
  • Gebruik signalen. Een voorbeeld van een signaal is een afbeelding met daarop een instructie of een mededeling. Die afbeelding laat je dan indien nodig zien. Een ander voorbeeld van een signaal is een geluid wat je laat horen. Met dat geluid vraag je de klas om een van tevoren afgesproken handeling uit te voeren, bijvoorbeeld: stoppen met werken. Bekijk voor signalen ook Spiegel de sfeer. Daar maak je het aantal gegeven tips zichtbaar met afbeeldingen.
  • Een ander voorbeeld waarmee je de periode waarin leerlingen zelfstandig werken afrondt: Spreek met de klas af dat je het einde van het zelfstandig werken aangeeft met een ritme. De bedoeling is dan dat iedereen dat ritme meeklapt. Na het stopteken begint de nieuwe uitleg. Oefen dit met de klas. Tijdens het zelfstandig werken, doe je dan volgens afspraak een ritme voor.  Daarna sluit je door het stopteken het ritme af en stopt iedereen tegelijk en jij begint met de uitleg.

Inhoud

  1. Samenhang met de overige onderwerpen
  2. Volgorde van werken
  3. Wel of niet lichaamstaal gebruiken
    3.1 Geen lichaamstaal gebruiken
    3.2 Geen lichaamstaal gebruiken
  4. Toelichting gebruik lichaamstaal
    4.1 Introductie van gebaren
    4.2 Overtuiging
    4.3 Zorgleerlingen reageren goed op gebaren
    4.4 Alternatief voor gebaar
  5. Tips

1 Samenhang met de overige onderwerpen

Het gebruiken van lichaamstaal is een stap in een keten van aan- en bijsturen. Hiervoor gebruik je het interventiepalet. Indien iets wat je wilt aankaarten dat nog geen plaats heeft in je ‘gebarenmenu’, dan geef je verbale aanwijzingen (Geef verbale aanwijzingen). Indien de leerling niet reageert op je aansturende gebaren is de opvolgende interventie de tip (Geef en administreer tips) en zo nodig stuur je na een aantal tips bij met een Tijdrovende opdracht. Aan- en bijsturen, in welke vorm dan ook, vindt altijd plaats op de funderende aspecten Kader, Verwachtingsmanagement en Toon gewenst gedrag.

Interventiepalet

Alle onderwerpen

2 Volgorde van werken

Om leerlingen aan te sturen gebruik je eerst lichaamstaal (een gebaar) en geef je vervolgens, als dat gebaar niet het door jouw gewenste effect heeft, een tip. Gebaren gaan altijd vooraf aan tips.

3 Wel of niet lichaamstaal gebruiken

3.1 Wel lichaamstaal gebruiken

Stuur pratende leerlingen bij met lichaamstaal. Zo komt jouw (verbale) uitleg ongestoord voor het voetlicht. Een ononderbroken uitleg is voor iedereen beter te volgen. Voor jouzelf kost het aansturen met lichaamstaal zo weinig tijd en aandacht dat je veel beter in je eigen stroom van uitleg of coaching kunt blijven. Verbale aanwijzingen om verstoringen bij te sturen, zijn nu niet meer nodig. Zo voorkom je dat jij zelf tijdens je uitleg uit je evenwicht raakt. De leerlingen die er belang bij hebben de les te verstoren of jou uit je evenwicht te brengen, merken dat jij niet meer verbaal op ze reageert. Jij gaat onverstoorbaar door met je uitleg terwijl je verstoringen met lichaamstaal bijstuurt.

Jouw gebaren interfereren niet met je inhoudelijke boodschap of uitleg van het moment en ze leiden jou en je leerlingen dus niet af. Je maakt de gebaren zonder ergernis te tonen. Als dat lukt, voorkom je daarmee dat je zelf met verbale aanwijzingen de sfeer verstoort.

3.2 Geen lichaamstaal gebruiken

Jij begint of je gaat door met uitleggen terwijl leerlingen met elkaar blijven praten. Je gaat door met je uitleg omdat je deze af wilt maken. De klas krijgt nu de indruk dat het is toegestaan om door uitleg heen te praten. Bovendien geef je daarmee een signaal af dat het niet nodig is dat ze opletten. Als ze vervolgens niet opletten is de kans groot dat jij je ergert aan het feit dat ze niet opletten! Dat wil je allemaal niet. Als je geen lichaamstaal gebruikt, blijft er weinig anders over dan verstorend gedrag te negeren of je leerlingen verbaal aan te sturen. Als je daarbij irritatie in je stem laat meeklinken, beïnvloed je de sfeer in negatieve zin. Door verbaal aan te sturen raak je bovendien de draad van je verhaal kwijt en het haalt je uit je concentratie.

Als je leerlingen verbaal aanspreekt op verstoringen onderbreek je jouw ‘flow’ van de les. Zowel jij als de leerlingen verliezen de aandacht voor de les. Als verstoringen negeert, krijgen de leerlingen de indruk dat dit gedrag door de beugel kan. Je stimuleert dan dit gedrag in plaats van dat je het laat verdwijnen.

4 Toelichting gebruik lichaamstaal

Voordat je lichaamstaal gebruikt, let je eerst op lichaamstaal (Let op lichaamstaal) en beslis je vervolgens hoe je reageert met lichaamstaal (Gebruik lichaamstaal). Omdat leerlingen geneigd zijn jouw gedrag te spiegelen (Spiegel de sfeer), is het aan te raden het goede voorbeeld te geven  (Toon gewenst gedrag).

Als je lichaamstaal gebruikt, ben je je ervan bewust dat je het goede voorbeeld geeft.

Hoe meer lichaamstaal je gebruikt, hoe meer aandacht je krijgt van je leerlingen. Aansturen met lichaamstaal is onhoorbaar. Je noemt geen namen, en je vestigt geen aandacht op ongewenst gedrag. Zo ontstaat een les zonder ruis. Met lichaamstaal kun je meerdere keren per les een leerling aansturen zonder daarvan een aantekening te maken. Vooral voor leerlingen die zich slecht kunnen concentreren is het een verademing om niet steeds hun naam in negatieve zin te horen.

4.1 Introductie van gebaren

Bij de cursussen Vriendelijk orde houden blijkt dat lang niet iedere docent gewend is om lichaamstaal te gebruiken. Als je wilt starten met het gebruik van lichaamstaal kun je deze PowerPoint gebruiken waarmee je de eerste les begint met een spelvorm. Tijdens dit spel meet je de reactietijd van je leerlingen met de stopwatch van je telefoon.

Een andere start kun je maken door leerlingen die goed aan het werk gaan een compliment te geven in de vorm van een gebaar: duim omhoog. Hierbij is succes verzekerd. De leerlingen waarderen het als je ze een compliment geeft.

4.2 Overtuiging

Pas als je merkt dat leerlingen op jouw lichaamstaal reageren, raak je overtuigd van het nut van gebaren en zul je meer  gebaren willen inzetten. Bespreek voordat je een gebaar gaat gebruiken het gebaar met de klas. Oefen het en leg steeds uit wat het doel is van het gebaar: ongestoorde uitleg en minder aan het woord zijn zodat de leerlingen zich beter kunnen concentreren.

De gebaren op zich zijn niet afdoende om goed orde te kunnen houden. Gebaren zijn echt overtuigend als je ze gebruikt in samenhang met de andere onderdelen van het  Interventiepalet (tips, beperken tips, tijdrovende opdracht, protocol). In samenhang daarmee zijn gebaren zeer overtuigend.

4.3 Zorgleerlingen reageren goed op gebaren

Voor zorgleerlingen is het prettig als je ze bijstuurt met gebaren. Zij hebben doorgaans een hekel aan verbale reprimandes, vooral als je daarbij hun naam noemt. Je kunt met deze leerlingen afspreken dat je hun naam nooit zult noemen. Als je het per ongeluk toch doet mogen zij jou daarop wijzen.

4.4 Alternatief voor gebaar

Een andere manier om non-verbaal een leerling te vragen met storend gedrag is het neerleggen van een gele kaart met daarop het kader: s.v.p. Vriendelijk + Duidelijk. Deze handeling van het neerleggen van de gele kaart is net als de gebaren Stop of Stil non-verbaal. Het neerleggen van een kaart gaat, net als het aansturen met een gebaar, vooraf aan het geven van een tip.

Gaat deze leerling toch door met het verstoren van de les, dan geef je een tip.

5 Tips

  • Bekijk Toon gewenst gedrag. Daar vind je informatie over het aannemen van tegenovergesteld gedrag. Dit is zowel een kenmerk van de Roos van Leary als van Vriendelijk orde houden.
  • Als er veel leerlingen zijn die “moeilijk stil kunnen zitten”, laat dan iedereen aan het begin van de les (of wanneer je merkt dat de leerlingen drukker worden) even alle energie eruit schudden. Wanneer iedereen zijn/haar energie eruit heeft geschud, pak je de les weer op door het stop-gebaar te maken.
  • Maak alle gebaren vriendelijk, langzaam en aandachtig. Vermijd felle gebaren. Neem tijdens het maken van de gebaren een open houding aan. Met de naleving van deze aandachtspunten geef je het goede voorbeeld (Toon gewenst gedrag).
  • Stuur ongewenst gedrag bij met de twee gebaren: eerst Selecteer en dan één van deze twee: Stop met bewegen/geluidmaken of Stop met praten.
  • Stimuleer het gebruik van gebaren bij de leerlingen. Gebaren zijn niet alleen functioneel voor jou, ook je leerlingen kunnen deze gebaren onderling gebruiken. Zij kunnen hierdoor beter samenwerken en het helpt hen bij het accepteren van leiderschap binnen de groep. De leider van de groep gebruikt dan de gebaren om de groep aan te sturen. Deze gebaren maken de stap naar leiding geven voor leerlingen kleiner en bevorderen daarmee rolwisselingen en samenwerking.
  • Maak met leerlingen die veel aandacht vragen een afspraak dat als ze een vraag hebben, jij een afgesproken gebaar maakt waarmee je aangeeft dat je zo gauw je tijd hebt bij deze leerling langs gaat.
  • Spreek met leerlingen met teveel energie af dat als jij ze een time-out gebaar geeft (maak een T met beide handen), ze even een rondje mogen gaan lopen of dat ze volgens afspraak langs mogen gaan bij een leidinggevende.
  • Vermijd deze (hoorbare) correctie: de vingerknip. Dit komt over als dresseren.

Sherwin kijkt bij deze film vriendelijk en nodigt daarmee de leerlingen uit om ook vriendelijk te zijn.

Vergelijk dit eens de volgende vorm van stilte vragen. Een docent kijkt nors, doet de armen over elkaar (gesloten houding) en gaat met de benen iets gespreid in een gefixeerde houding staan. Bij deze vorm van stilte vragen eist de docent aandacht (dwingt aandacht af). Het gevolg daarvan is dat leerlingen zich geïmponeerd, onderdrukt voelen en daarom ook weer de grenzen op gaan zoeken.

Het vuurtorengebaar is om meerdere redenen totaal anders.

Tips en uitleg over gebaren bij vriendelijk orde houden bij een les Nederlands van Stephanie (Noot: deze les is in scene gezet).

0:50-1:20 “Ik vraag om aandacht met het ‘stewardess’ gebaar. Dit gebaar gebruik ik als ik wissel van werkvorm.”

1:20-1:46 “Met dit gebaar vraag ik de aandacht van iedereen (Vuurtoren).”

1:46-2:05 “Met het stiltegebaar vraag ik één leerling om aandacht (Stil). Als de leerling stil is, rond ik het af met een ‘goed zo’ gebaar, met duim omhoog.”

2:23 De leerlingen reageren niet op het Vuurtorengebaar. Hoe gaat de docent daar mee om? Als de docent ziet dat het vuurtorengebaar niet het gewenste effect heeft, pakt hij afbeeldingen met geschreven aanwijzingen (bordjes met verschillende kleuren). Bij de manier van lesgeven van deze docent zijn die afbeeldingen een voorbode van een tip. Zijn leerlingen willen geen tip! Alleen al door het tonen van de afbeeldingen stoppen zij met praten. Dit is een extra geluidloze aanwijzing die een docent kan inzetten voor een beter verloop van de les. Met het pakken van de afbeeldingen, door te handelen, creëert de docent rust door het gebruik van lichaamstaal en blijft hij vriendelijk. (Gebruik lichaamstaal).

2.47 De docent maakt het vuurtorengebaar nogmaals. Nu is het direct stil.
2.55 Een leerling gebruikt het vuurtorengebaar. De gebaren zijn nu inmiddels algemeen geaccepteerd enzowel door docent als leerlingen in gebruik genomen.
2.59 Een leerling dirigeert met gebaren. In deze video zie je hoe leerlingen onderling de gebaren succesvol gebruiken.

In 2012 bezocht de heer Kanamori op verzoek van de Stichting Rapucation het Pieter Nieuwland College. Tijdens zijn toespraak benoemde hij de noodzaak om met je hele lichaam te communiceren. Dit advies pas naadloos bij dit onderwerp.