1.11 Geef leerlingen invloed

Bij Geef leerlingen invloed staan twee vragen centraal: Hoe kunnen leerlingen samen jouw vak ontdekken? Hoe kunnen ze hun expertise op jouw vakgebied met elkaar delen? Als je met dit onderwerp aan de slag gaat, verandert het klassieke beeld van één docent en dertig leerlingen die doen wat hen is opgedragen in het beeld van dertig docenten en één coach.

“Doordat ik mijn leerlingen de ruimte geef voor samenwerking en omdat ik ze stimuleer om elkaar les te geven, ontwikkelen ze zich niet alleen wat betreft hun cognitieve vaardigheden maar ontwikkelen ze zich ook in sociaal opzicht.”

Citaat uit tijdschrift van 12-18 oktober 2020

Horace Greeley: Maak een man tot slaaf en je vernietigt zijn ambitie, zijn ondernemingszin, zijn vermogens. Lepore (2018), Jill

Een citaat uit een artikel genaamd ‘Staat het geluk van de Nederlandse kinderen onder druk?’

In opdracht van UNICEF Nederland heeft het Trimbos-Instituut samen met Stichting Alexander en de Universiteit Utrecht, onderzoek gedaan in welke mate jongeren spanning of stress ervaren en op welke (positieve) manier zij hier zelf mee om gaan. Het onderzoek Geluk onder Druk? geeft voor het eerst landelijke cijfers over stress, prestatiedruk en in hoeverre jongeren prestaties vergelijken met die van anderen. Op basis van het onderzoek wordt geadviseerd te investeren in het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren, zowel thuis als op school. Daarnaast pleit UNICEF om samen met jongeren te bekijken hoe de schooldruk kan worden verlaagd, voor een schoolklimaat waarin leerlingen gezien worden, zichzelf kunnen zijn en hulp kunnen vragen en voor meer dialoog tussen volwassenen en jongeren om meer inzicht in hun leefwereld te krijgen.

  • Nu beantwoorden:
    Hoe gaan mijn leerlingen nu met elkaar om?
  • Thuis beantwoorden:
    Hoe gaan mijn leerlingen in de toekomst met elkaar om?

Introductievideo

Geef leerlingen vrijheid en stel je op als coach.

Voorbeelden bij Geef leerlingen invloed

Activerende Werkvormen

www.onzeles.nl

Bekijk een video van onzeles.nl over een app waarmee leerlingen feedback kunnen geven op de les.

app quizlet

https://www.leerlevels.nl/
Een website om leerlingen zelfstandig te laten werken bij het vak Natuurkunde.

filmpje op Youtube – Next Level atelier gepersonaliseerd leren

Toetsen als je er klaar voor bent

Praktijkvoorbeeld Leerlinggestuurde aanpak bij het vak muziek

Quest to learn

High impact learning

Engelse tuin

Inleiding geef leerlingen invloed

Een groep die kan samenwerken functioneert het beste. Een voorwaarde hiervoor is dat iedereen, ongeacht afkomst, geloof of politieke voorkeur, welkom is. In dit hoofdstuk komen samenbindende factoren aan bod zoals leerlingen expertise laten delen, elkaar les laten geven en het uit handen geven van de leiding aan leerlingen.

Durkheim beschreef mensen als “homo duplex” of “twee niveau’s mens”. Wij zijn erg goed in het individueel najagen van onze dagelijkse doelen (Drukheim noemt dit het niveau van het ‘profane’). Maar wij hebben ook de capaciteit om ons om te vormen, tijdelijk, tot een hoger collectief plan, dat Durkheim beschrijft als het niveau van het ‘heilige’.

“Het is de functie van religieuze rituelen om mensen te brengen naar een hoger collectief niveau, om hen daarmee te binden aan een groep en hun dan terug te laten keren naar hun dagelijkse leven met versterkte loyaliteit naar de groep. Rituelen waar mensen zingen, dansen of eenstemmig zingen zijn hiervoor krachtige middelen. “
Beide citaten zijn afkomstig van Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Inhoudsopgave

  1. Verband met andere onderwerpen
  2. Volgorde van werken
  3. Wel of niet geven van invloed aan leerlingen
    3.1 Wel invloed geven
    3.2 Geen invloed geven
  4. Toelichting geef leerlingen invloed
    4.1 Volgorde van werken bij geef leerlingen invloed
    4.2 Kader bij geef leerlingen invloed
    4.3 Leerlinggestuurd onderwijs
    4.4 Geef leerlingen invloed
    4.5 Sociaal kapitaal
    4.6 Discipline
    4.7 Verbinden en begrenzen
  5. Leerlingen delen expertise
  6. Maatschappelijke verantwoordelijkheid
  7. Hielema – Maslov
    7.1 Hielema – Samen/zelf bepaald
    7.2 Piramide van Maslow – Zelfrealisatie
  8. Rolwisseling
  9. Zelfstandig leren
    9.1  1e graad zelfstandig leren
    9.2  2e graad zelfstandig leren
    9.3 Onderzoekend leren
  10. Biesta
  11. Conclusie

1 Verband met andere onderwerpen

De onderwerpen Geef leerlingen invloed en Leerlinggestuurde aanpak horen bij de rode cirkel in de afbeelding hieronder. Met deze onderwerpen verzorg je een veilig en aantrekkelijk leerklimaat dat de lust tot verstoren wegneemt. Binnen die omgeving krijgen leerlingen de ruimte hun eigen talenten te ontdekken.

Alle onderwerpen Vriendelijk orde houden

Hoe verzorg je een aantrekkelijk leerklimaat? Bij de nu volgende lijst staat bij elk punt een samenbindende kracht met daarachter tussen haakjes een hoofdstuk van Vriendelijk orde houden wat aansluit bij die kracht. Uit het grote aantal punten blijkt dat een aantrekkelijk leerklimaat van veel factoren afhankelijk is:

  1. Geef leerlingen de gelegenheid te bepalen waar hun voorkeur wat betreft jouw vakgebied naar uitgaat en stimuleer vervolgens dat ze hun eigen keuzes uitwerken. Laat leerlingen zelf kiezen in welke volgorde ze een aantal taken uitvoeren. Zo gebruik je het eigen initatief van leerlingen (Leerlinggstuurde aanpak).
  2. Maak een praatje aan het begin van de les. Geef leerlingen de tijd om te landen. Verzin werkvormen waarbij leerlingen kennis met elkaar maken (Kennismaken).
  3. Neem zelf als eerste de houding aan die je van je leerlingen verwacht (Toon gewenst gedrag)
  4. Ontspan jezelf (Energieregulatie).
  5. Verzin interactieve werkvormen met steeds wisselende groepssamenstelling. Laat leerlingen samen een vorm van presenteren kiezen: film, samenwerkend leren, onderzoek, uitdagende werkvormen. Verzin werkvormen waarbij steeds nieuwe groepen vormen. Gebruik de expert methode: Aan leerlingen die goed zijn in je vak vraag je het volgende:  “Ik wil graag dat iedereen aan bod komt. Daarbij heb ik jullie hulp nodig bij het geven van uitleg. Als een medeleerling iets niet snapt en jij weet hoe het werkt, help hem of haar dan”. Geef je leerlingen de ruimte om elkaar les te geven.  (Geef leerlingen invloed).

2 Volgorde van werken

Doe eerst ervaring op met aan- en bijsturen van gedrag. Als je gedrag succesvol kunt bijsturen ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat waarbij iedereen zich kan concentreren en er ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven. Die tijd kun je besteden aan dit onderwerp Geef

3 Wel of niet geven van invloed aan leerlingen

3.1 Wel invloed geven

Jouw leerlingen doen tijdens Leerlinggestuurde lessen  ervaringen op met jouw vak. Vervolgens delen ze hun expertise met elkaar bij Geef leerlingen invloed. Gebruik daarvoor onder andere de interactieve werkvormen die bovenaan vermeld staan bij voorbeelden. Als je leerlingen ervaring opdoen met leiding geven, groeien ze in die rol. Als ze zowel kunnen volgen als leiden, verbetert de samenwerking en ontstaat een hechte groep. Je kunt dan zeggen: “Mijn les is zo leuk dat ze vergeten deze te verstoren. Hier word ik blij van.”

Vriendelijk orde houden in de klas pleit, naast het vervangen van strengheid door duidelijkheid, voor het geven van invloed aan leerlingen. Zo creëer je een aantrekkelijk leerklimaat waarin je leerlingen de ruimte geeft om zelfstandig beslissingen te nemen én geef je ze  invloed op (een deel van) hun leerproces. Aansluitend hierbij een citaat van Koen de Boer: “Mijn ervaring is vaak geweest dat ik moest luisteren naar wat de leraar vertelde. Wat zou er gebeuren als het andersom was? Als ik de leraar vertel wat ik wil leren en hij mij zou vragen hoe hij mij hierbij kan helpen?” Een ander veelzeggend citaat van een leerling: “De docenten praten steeds door mij heen.”

In het onderstaande artikel een pleidooi van Koen de Boer om de natuurlijke aangeboren interesse van leerlingen te behouden in het onderwijs.

Pleidooi voor leerlinggestuurd onderwijs door Koen de Boer

Valkuil bij Geef leerlingen invloed
Als je te snel start met complexe werkvormen en je geeft teveel ruimte voor eigen initiatief, dan raak je het zicht kwijt op wat leerlingen doen. Centrale toetsen is dan een probleem.

3.2 Geen invloed geven

Je merkt dat je leerlingen niet in staat zijn om te kiezen en om zelf verantwoordelijkheid te nemen en elkaar aan te sturen. Daarom kies je ervoor om zelf te bepalen op welke manier ze jouw vak leren. Of: Je bent bezig met de voorbereiding van keuzeonderwerpen en aan het nadenken over hoe je zelfstandig werken in de praktijk gaat vormgeven. Pas als die voorbereiding is afgerond, en je brengt je plannen in praktijk, krijgen de leerlingen de kans  invloed uit te oefenen.

Valkuil bij het niet geven van invloed aan leerlingen
Ongelijkheid ligt bij onderwijs op de loer: de docent is de baas en indien nodig streng. De leerlingen dienen zich aan de docent aan te passen. Sommige leerlingen voelen zich bij deze aanpak niet serieus genomen. Als je ze streng toespreekt, ervaren ze dit als een vernedering. Als je op een hiërarchische, ongelijke, strenge manier, de onderwijseisen afdwingt, ontstaat er bij de leerlingen een gevoel van onmacht en onvrede en zullen ze zich alleen voor het hoogst noodzakelijke inzetten. Als leerlingen geen invloed hebben op de lesstof en ook niet op het moment van toetsing, dan vertaalt zich dat in matige resultaten en in onrust in de klas. Voor een strenge docent is het dubbel vermoeiend om deze onrust met nog meer strengheid weg te nemen.

Aansluitend een bespreking van twee termen die te maken hebben met wel of geen invloed geven: Verbinden en begrenzen

4 Toelichting geef leerlingen invloed

Als je begint met het geven van keuzevrijheid en het overdragen van verantwoordelijkheden aan leerlingen, bestaat de kans dat je het overzicht kwijtraakt en individuele leerlingen niet kunt aansturen zoals je dat wilt. Als je deze manier van werken als te complex ervaart, kan er onrust ontstaan en werkt het averechts. Ons advies is: Doe eerst ervaring op met Orde Maken, geef eerst het juiste voorbeeld (Toon gewenst gedrag) en doe ervaring om met het bijsturen van leerlingen bij frontale lessituaties en tijdens zelfstandig werken (Orde Maken) Raadpleeg de volgende hoofdstukken:

Als je met deze onderwerpen succesvol kunt bijsturen, ontstaat er rust is in de les en kun je erop vertrouwen dat je ook bij complexere werkvormen (Leerlinggestuurde aanpak en Geef leerlingen invloed) deze rust kunt behouden.

4.1 Volgorde van werken bij geef leerlingen invloed

  1. Leg uit dat het Kader bedoeld is om goed te kunnen samenwerken
  2. Geef je leerlingen de ruimte om zelfstandig keuzes te maken (Leerlinggestuurde aanpak).
  3. Geef je leerlingen de ruimte om zelf te bepalen met wie ze samenwerken. Wissel dit af met het at random genereren van nieuwe groepen zodat ze leren met iedereen samen te werken (Geef leerlingen invloed).

4.2 Kader bij geef leerlingen invloed

Wil je aan de slag met Geef leerlingen invloed, begin dan met het stellen van een kader waarbij je de samenwerking expliciet benoemt als vanaf nu behorend bij het kader.

Bespreek het Kader ‘Vriendelijk + Duidelijk’ en leg uit waarom het een voorwaarde is voor:
– een aantrekkelijk leerklimaat, waar je je goed kunt concentreren,
– een ruimte om samen te werken en elkaar indien nodig te helpen (Geef leerlingen invloed),
– een hechte en sociale groep.
Je leerlingen begrijpen dan waarom je het Kader bewaakt en verwachten ze dat ook van je.

4.3 Leerlinggestuurd onderwijs

Omdat je leerlingen zelf keuzes maken, beschikken ze na verloop van tijd over verschillende vormen van expertise. Je zult merken dat het geven van keuzes en verantwoordelijkheid leidt tot verschillende onverwachte capaciteiten bij leerlingen én dat dit de intrinsieke motivatie zowel bij jezelf als bij de leerlingen verhoogt. Nu volgen keuzes die je de leerlingen kunt bieden bij  Leerlinggestuurd onderwijs.

  • Zelf bepalen aan welk onderwerpen ze gaan werken,
  • Zelf hun manier van werken / leerstijl kiezen,
  • Zelf bepalen welke ‘intelligentie ze benutten: Muzikale-, Lichamelijk-kinesthetische, logisch-mathematische, taalkundige, ruimtelijke-, interpersoonlijke en intrapersoonlijke intelligentie Gardner (1993), Howard. Als je hiermee aan de slag zou gaat, blijkt dat je als docent zoals ieder mens maar over een beperkt aantal intelligenties beschikt. Je merkt dan dat je leerlingen andere capaciteiten en intelligenties hebben dan jijzelf en jouw regelmatig op een deelgebied wat betreft kennis en vaardigheden overtreffen. Er kan dan wederzijds bewondering zijn voor elkaars capaciteiten. Hierdoor neemt de gelijkwaardigheid van docent en leerling toe en ook verhoogt het de behoefte om samen te werken.
  • Zelf het moment bepalen waarop ze de basisstof bij zichzelf beoordelen met een app.

Bij het zelfstandig werken kan de app quizlet leerlingen stimuleren om lesstof grondig te bestuderen.

Op een gegeven moment introduceerde Johan ’t Hart een app die een ranking liet zien van het niveau dat alle leerlingen met die app bereikten. Johan had zelf ook bij deze app een ranking onder zijn eigen naam. Regelmatig kwamen leerlingen naar mij toe met de mededeling: ik heb u ingehaald!

4.4 Geef leerlingen invloed

Vervolgens geef je je leerlingen de kans hun expertise die ze opdoen tijdens Leerlinggestuurde lessen met elkaar te delen. Ze geven elkaar les en werken samen aan projecten waarbij ze taken en rollen verdelen. Geleidelijk verandert jouw rol van docent in die van coach.

Leerlingen hebben werkelijk invloed op hun eigen leerproces als ze

  • zelf bepalen of- en met wie ze gaan samenwerken,
  • zelf op zoek gaan naar deskundigen die hen verder kunnen helpen,
  • in staat zijn met iedereen samen te werken. Stimuleer dit door af en toe at random groepen te generen.

Bij het zelfstandig werken kan de app quizlet leerlingen stimuleren om samen de lesstof grondig te bestuderen. Een leraar Duits wist met dit programma de rapportcijfers twee punten omhoog te krijgen!

Tijdens deze samenwerking is “voor wat hoort wat” op termijn de meest succesvolle strategie:

“Degenen wiens morele emoties hen verplichten “voor wat hoort wat” te spelen, waren beter uit dan degenen met een andere strategie zoals “help iedereen die dat nodig heeft” (wat uitbuiting in de hand werkt) of “neem maar geef niet” (wat maar één keer lukt per persoon; al snel wil niemand meer een deel van de taart met je delen).” (Haidt 2012)

Zo zijn ze steeds beter in staat hun eigen kompas te volgen en gaan ze uit eigen interesse aan de slag, intrinsiek gemotiveerd. Als ze daarbij elkaar ondersteunen en aansturen ontstaat een hechte groep en ontstaat ‘sociaal kapitaal’.

4.5 Sociaal kapitaal

De wortels van het begrip Sociale kapitaal liggen in het werk van de 19e-eeuwse socioloog Emile Durkheim. Die stelde onder meer dat het behoren tot een groep en het ervaren van sociale steun bescherming bieden tegen werkloosheid en zelfmoord. Belangrijk voor de recente herwaardering van het begrip zijn met name geweest de Franse socioloog Pierre Bourdieu en de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. (Bron: Wikipedia)

Having a concept such as social capital is helpful because it forces you to see the relationships within which those people are embedded, and which make those people more productive.

I propose that we take this approach one step further. To understand the miracle of moral commmunities that grow beyond the bounds of kinship we must look not just at people, and not just at the relationschips among people, but at the complete environment within which those relationships are embedded, and which makes those people more virtuous (however they themselves define that term). It takes a great deal of outside-the-mind stuff to support a moral community. (Haidt 2012)

Je kunt ervoor kiezen om de dynamiek van de groep(en) waarmee je werkt op zijn beloop te laten. Je kunt er ook voor kiezen om de dynamiek van een groep(en) actief richting te geven. Bekijk de link naar het onderwerp Kennismaken. Lees bij dat onderwerp punt 5 ‘Groepsvorming’ en bekijk deze PowerPoint die ook bij dat onderwerp te zien is.

Als je leerlingen de ruimte geeft om met elkaar kennis te maken, vergroot je het sociale kapitaal.

4.6 Discipline

Discipline en vrijheid lijken elkaars tegenpolen. Als je het als je taak ziet je leerlingen te disciplineren bestaat de kans dat je ze berooft van (een deel van) hun vrijheid. Ze gaan weliswaar gedisciplineerd aan de slag maar ze blijven van jou afhankelijk en je maakt ze niet zelfstandig. Met deze vorm van (externe) disciplinering kun je goede resultaten behalen.

Vlakkuilen bij discipline

  • Wat gebeurt er als een leerling niet voldoet aan jouw verwachtingen?
  • In hoeverre zijn je leerlingen bereid te doen wat je van ze vraagt?
  • Hoe zelfstandig zijn je leerlingen als ze op zichzelf zijn aangewezen?

Positief effect discipline

Vrijheid en discipline kunnen elkaar ook versterken. Je kunt ook een aantrekkelijk leerklimaat aanbieden waarin je leerlingen zichzelf en elkaar aansturen.  Doordat ze plezier hebben in het leren, zullen ze zich uit eigen beweging gedisciplineerd en coöperatief opstellen. Met deze aanpak gaan ze ook buiten de les verder met werken. Ze werken immers aan hun eigen doelen. Door hun intrinsieke motivatie behalen ze goede resultaten.

Eenmaal gewend aan deze aanpak, regelen ze steeds meer zelf. De vraag voor hen is:

  • Hoe stel ik een realistisch doel?
  • Hoe toets en evalueer ik mijzelf?
  • Hoe motiveer ik mijzelf?
  • Hoe organiseer ik hulp van medeleerlingen of van externe deskundigen?

4.7 Verbinden en begrenzen

Verbinden en begrenzen gezien vanuit de docent

De termen verbinden en begrenzen worden genoemd in de theorie van Evert Bisschop-Boele (ideocultuur). Deze theorie onderzoekt de mogelijkheid om in te spelen op al bij de leerlingen aanwezige verbinding met het vak. Hieronder staan twee stijlen van lesgeven die duidelijk maken dat jouw wens om de werkprocessen te controleren strijdig kan zijn met de behoefte aan autonomie en welbevinden van je leerlingen.

  1. Mijn leerlingen hebben niet genoeg kennis om zelf te bepalen wat nuttig is om te gaan doen. Daarom presenteer ik mijn lesstof in afgepaste delen zodat ze precies weten wat ze moeten doen. Ik begrens hun activiteiten en daarmee voldoe ik aan de minimumeisen van mijn vak (begrenzen). Leerlingen die bovengemiddeld presteren kiezen misschien mijn vak om in door te studeren (verbinden).
  2. Ik bied mijn leerlingen keuzes. Daardoor krijgen zij de kans eigen wegen in te slaan en zo hun eigen leerstijl te ontdekken. Naast de basisstof ontdekken mijn leerlingen op hun eigen manier de uithoeken van mijn vak en krijgen daarmee de kans te bepalen of dit vak voor hen in de toekomst mogelijkheden biedt om verder in door te studeren. Zo verbinden ze zich met mijn vak. Elke leerling doet een eigen vorm van expertise op tijdens mijn lessen. Mijn leerlingen krijgen ze de gelegenheid deze expertise met elkaar te delen (verbinden). Doordat ik aan het begin van het blok de einddoelen omschrijf en aan het eind van het blok basisvaardigheden centraal toets, voldoen alle leerlingen aan de minimumeisen (begrenzen).

Je kunt zelf bepalen welke optie voor jou haalbaar is en welke het beste bij jou past. Betrek bij het maken van een keuze de volgende aspecten:

  • Jouw vaardigheid om aan te sturen en bij te sturen tijdens zelfstandig werken met behulp van het Interventiepalet.
  • Jouw mogelijkheid om keuzes, doelen en toetsen aan te bieden waarmee je bepaalt of jouw leerlingen voldoen aan de minimumeisen.

Verbinden en begrenzen gezien vanuit de leerling

Een citaat waarbij zowel verbinden als begrenzen een rol speelt:

“Degenen wiens morele emoties hen verplichten “voor wat hoort wat” te spelen, waren beter uit dan degenen met een andere strategie zoals “help iedereen die dat nodig heeft” (wat uitbuiting in de hand werkt) of “neem maar geef niet” (wat maar één keer lukt per persoon; al snel wil niemand meer een deel van de taart met je delen).” (Haidt 2012)

Verbinding ontstaat als leerlingen zowel hulp geven als om hulp vragen. Begrenzing komt naar voren als leerlingen door samen te werken ontdekken dat te veel hulp geven uitputtend is én te veel hulp nemen (en daar niets tegenover stellen) leidt tot  buitensluiting. Door regelmatig anderen te helpen én door hulp te ontvangen van anderen, krijgen de leerlingen de kans de “voor wat hoort wat” strategie als de juiste te ontdekken.

N.b. De hulpvraag van een leerling kan gericht zijn op medeleerlingen maar ook op jou als docent. Het is dan raadzaam je hulp te begrenzen als één leerling te veel aandacht vraagt.

5 Leerlingen delen expertise

Bij het vergroten van ‘sociaal kapitaal’ (zie het punt hierboven) spelen nog meer factoren een rol.

Welke factoren spelen nog meer een rol bij een goed functionerende groep?

Tijdens het zelfstandig werken profiteer je van het eerder met de leerlingen afgesproken Kader. Door dit Kader kan iedereen zich concentreren en komen talenten tot bloei. Zonder Kader kunnen talenten zich ook in negatieve zin openbaren (het recht van de sterkste, wie heeft de macht?, wie heeft de grootste mond?). De volgende afbeelding illustreert dat  invloed geven aan leerlingen bij hen zowel vertrouwen in eigen kunnen vereist als goede bedoelingen. Met een duidelijk Kader appelleer je aan hun goede bedoelingen.

Bedoelingen + Eigen kunnen

Niet alleen wie hulp krijgt, profiteert van samenwerking. Ook degene die hulp geeft, zal beter gaan formuleren, de lesstof voor zichzelf herhalen en daardoor beter onthouden én zicht krijgen op de verschillende leerstijlen van degenen die hij of zij helpt.

Bij Beperk het aantal tips vind je informatie over het inzetten van tips bij frontaal lesgeven én je vindt er informatie over het geven van tips bij zelfstandig werken. Dit laatste heb je vooral nodig bij Leerlinggestuurde aanpak en Geef leerlingen invloed. Een groot deel van je les bestaat dan uit zelfstandig werken. Als leerlingen onrust veroorzaken tijdens het zelfstandig werken of tijdens het samenwerken, wijs je ze op het kader: vriendelijk + duidelijk en je geeft indien nodig een tip of een Tijdrovende opdracht.

6 Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Zowel jij als je leerling hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wat jouw leerlingen in de maatschappij gaan doen is deels hun eigen verantwoordelijkheid en deels die van jou. Als je al wat langer lesgeeft bestaat de kans dat er een oud-leerling naar je toekomt die aangeeft dat jij voor hem of haar het verschil hebt gemaakt. Zo’n verklaring maakt alles wat je gedaan hebt de moeite waard. Uit die opmerking blijkt dat deze leerling indertijd geprofiteerd heeft van jouw toenmalige leeromgeving.

Met de Leerlinggestuurde aanpak en met Geef leerlingen invloed verzorg je een leeromgeving waarbinnen talenten maximaal tot hun recht komen. De talenten die dan opbloeien zetten je je leerlingen later, zonder dat jij daar nog bij betrokken bent, in bij hun loopbaan. Een op school ontwikkeld talent speelt eerst een belangrijke rol bij de studiekeuze en is vervolgens bepalend voor het type werk of maatschappelijke functie én voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid die leerlingen op zich gaan nemen.

7 Hielema – Maslov

De onderstaande twee afbeeldingen maken duidelijk hoe leerlingen eigenaarschap kunnen krijgen over hun eigen leerproces.

7.1 Hielema – Samen/zelf bepaald

De nu volgende afbeelding is een variatie op een afbeelding van Jac Hielema (samen – zelf bepaald). Het betreft een assenstelsel met op de horizontale as het wel of niet zelf bepalen wat je leert (Zelf bepaald = Leerlinggestuurd) en op de verticale as het wel of niet samenwerken (Samen = Geef leerlingen invloed). Bij het onderwijs van de toekomst bepalen leerlingen zelf wat ze leren en door samen te werken versnellen ze hun leerproces. Dan is leren leuk. De keerzijde hiervan is onderwijs waar de docent de leerstof bepaalt en iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen cijfer (afbeelding linksonder). Met de SU bedoelt Jac Hielema de Sovjet Unie (De kameraden doen alles noodgedwongen alles samen maar bepalen niets), en met US de Verenigde staten van Amerika (Iedereen streeft eigen doelen na met als gevaar dat je geen rekening houdt met elkaar).

N.B. Leerlingen die geen invloed kunnen uitoefenen op hun leerproces uiten vroeg of laat hun onvrede daarover. Als je deze onvrede bestrijdt met strengheid, discipline en gezag, los je misschien tijdelijk het protest op, maar je komt niet tegemoet aan gerechtvaardigde wens van je leerlingen om ook zelf invloed uit te kunnen oefenen. Een strenge aanpak versterkt de ergernis van de leerlingen. Vriendelijk orde houden kiest daarom voor samen + zelf bepaald. Dit zien wij als het onderwijs van de toekomst: Samen = Geef leerlingen invloed, Zelf bepaald = Leerlinggestuurd onderwijs.

Keuzevrijheid – Samenwerking

7.2 Piramide van Maslow – zelfrealisatie

Pyramide van Maslow

De piramide van Maslow gaat ervan uit dat zelfrealisatie de hoogste stap is van een ontwikkeling. Vriendelijk orde houden in de klas maakt het mogelijk om al snel te beginnen met (aspecten van) zelfrealisatie:

  • Let op signalen van leerlingen die duiden op lichamelijke behoeften en laat blijken dat je hun behoefte gezien hebt (Let op lichaamstaal/Maslow-lichamelijke behoeften).
  • Tijdens zelfstandig werken geeft het Kader richting aan het aan- en bijsturen van  storend gedrag.  eerst stuur je aan met met non-verbale gebaren (Gebruik lichaamstaal), tips (Geef en administreer tips) en indien nodig stuur je bij met Beperk het aantal tips en Tijdrovende opdracht.  Zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat. (Orde Maken en Orde Houden/Maslow-veiligheid en zekerheid).
  • Maak kennis op zowel persoonlijk vlak als op het gebied van kennis en vaardigheden. Zo voldoe je aan de behoefte van je leerlingen om sociaal contact, erkenning en waardering te krijgen voor hun al aanwezige vaardigheden én voor nieuw verworven vaardigheden  (Kennismaken/Maslow-behoefte aan sociaal contact).
  • Stel je leerlingen in staat om verworven vaardigheden eerst individueel te meten via apps. (Geef leerlingen invloed/Maslow-erkenning en waardering)
  • Monitor regelmatig met een gezamenlijke toets de kennis van de basisstof.
  • Stel leerlingen in staat om de leiding te nemen. Bedenk opdrachten waarbij het sociale aspect voorop staat en waar als bij toeval vakmatige vaardigheden ontstaan. Als iedereen de groep goed kan leiden en zich in die rol kan verplaatsten in degenen die hij of zij leidt, dan ontstaat er succesvolle samenwerking. Je leerlingen komen zowel in aanraking met het uitoefenen van autoriteit als met het accepteren daarvan. Deze vaardigheid komt van pas bij groepsopdrachten of bij opdrachten waarbij de hele groep samenwerkt. Bied leerlingen de kans om kennis aan elkaar over te dragen. Als je leerlingen ervaring opdoen met nemen van de leiding en met het accepteren van leiding ontstaat er wederzijdse erkenning en waardering.  (Geef leerlingen invloed/Maslow-zelfrealisatie).

8 Rolwisseling

Bij Kennismaken, bij het punt ‘Groepsvorming’ staat beschreven hoe je met rolwisseling expertise kunt delen. Dat lukt als je leerlingen af e toe de rol van docent op zich laat nemen.

Welke factoren zijn nog meer van belang bij rolwisseling

Als een leerling een andere leerling lesgeeft, oefent degene die lesgeeft het helder verwoorden van kennis en maakt zo kennis met de rol van docent (rolwisseling).

Tijdens een cursus bespraken wij zes rollen van de docent: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog, coach, afsluiter. Een cursist stelde de vraag: “heeft een leerling maar een rol? Luisteren en doen wat er gezegd wordt?” Daarop bedachten we voor onszelf deze vraag: Bedenkt zowel voor leerlingen als voor de schoolleiding zes rollen!

Normaal gesproken sta je er alleen voor om de klas aan te sturen. Aansturen is echter een kunst waar ook de leerlingen zich in kunnen bekwamen. Bij een democratie zijn er om de zoveel jaar nieuwe leiders. Bij groepswerk kun je het wisselen van leider frequent laten plaatsvinden. Door regelmatig van rol te wisselen, enerzijds aansturen als leider en anderzijds volgen als groepslid, krijgt iedereen begrip voor beide rollen: zowel de leiding op je nemen als het loyaal volgen van iemand die de leiding op zich neemt. Er is nu niet meer sprake van ‘de docent’ maar van ‘wisselend docentschap’. Zo begrijpt iedereen wat er voor nodig is om als groep samen te kunnen werken.

Citaat over de waarde van rolwisseling:

Kohlberg’s meest invloedrijke uitkomst was dat de meest moreel handelende kinderen (volgens zijn manier van scoren) waren diegenen die regelmatig de gelegenheid hadden gekregen voor rolwisseling – waarbij ze een probleem vanuit het perspectief een ander konden bekijken”.  Haidt (2012)

Vraag daarom bij complexere opdrachten je leerlingen verschillende verantwoordelijkheden (rollen) binnen hun team te definiëren.

In de nu volgende video dirigeert (gebruik lichaamstaal – rolwisseling) een leerling met plezier de rest van de klas en oefent daarmee manier invloed uit (geef leerlingen invloed). Deze werkvorm doorbreekt de gebruikelijke hiërarchie (de docent als de enige leider) en stimuleert samenwerking (de leerlingen reageren onderling op elkaar zonder tussenkomst van de docent).

Ideale les:

Een leerling dirigeert tijdens een muziekles.
2.55 Een leerling gebruikt het vuurtorengebaar. De gebaren zijn in deze klas algemeen geaccepteerd en in gebruik genomen.
2.59 Een leerling dirigeert met gebaren. Hier zie je hoe leerlingen onderling de gebaren succesvol gebruiken.

9 Zelfstandig leren

Zelfstandig leren kun je in delen in 1e graads en 2e graads zelfstandig leren

9.1  1e graad zelfstandig leren

Jij bepaalt het wat maar niet het hoe. Het klaarzetten van onderwerpen waaruit leerlingen mogen kiezen is een voorbeeld van (Leerlinggestuurd onderwijs).

Voorbeeld:

Het doel bij Backward design is het leggen van de leerverantwoordelijkheid en de leerenergie bij de studenten. Backward design geeft richting aan zelfstandig werken. Bij backward design bepaal jij ‘wat’ maar niet het ‘hoe’.  Raadpleeg hiervoor het boek van L. Dee Fink “Creating   significant learning experience” Dit gaat onder ander over critical alignment, situational factors en ‘backward design’.

Een voorbeeld van Backward design: Selecteert een aantal toetsbare vaardigheden en stel voor het toetsen daarvan apps beschikbaar (Leerlinggestuurde aanpak). Geef je de leerlingen vervolgens de ruimte om rond deze vaardigheden zelf werkvormen te zoeken waarmee ze deze vaardigheden kunnen oefenen. Voordeel van Backward design is dat uiteindelijk alle leerlingen een noodzakelijke vaardigheid verwerven én ook eigen ervaringen opdoen bij de manier waarop ze die vaardigheid verwerven.

9.2  2e graad zelfstandig leren

Jij bepaalt niet het wat én niet het hoe. Je begeleidt de leerling in zijn leerproces dat aansluit bij keuzes die de leerling zelf maakt. Hierbij hoort onderzoekend leren.

9.3 Onderzoekend leren

Onderzoekend leren begint met een kennisvraag en met vragen die aan deze kennisvraag voorafgaan. Bij de onderstaande uitwerking gaan wij uit van werken in groepen. Werken in een groep maakt de kans kleiner dat vragen subjectief worden beantwoord. Hieronder een voorbeeld van een onderzoeksopdracht aan een groep.

  1. Bepaal een onderzoeksvraag, doe onderzoek en presenteer dat in de vorm van een film.
    Om het onderzoek te starten beantwoord je als groep deze vragen.
    Wat wil je te weten komen over….
    Wat is de beste techniek om aan de slag te gaan en het onderzoek te realiseren.
  2. Verslaglegging:
    Maak een overzicht met daarin een lijst waarop te zien is van wie waaraan heeft gewerkt en hoeveel tijd dit heeft gekost.
    Welk onderdeel van het onderzoek heeft jullie het meeste tijd gekost?
    Heeft een van de groepsleden tijdens het onderzoek met een vondst voor een doorbraak gezorgd? Wie was dit en hoe kwam deze doorbraak tot stand?
  3. Presentatie:
    Hoe kun je het onderzoek overtuigend presenteren in de vorm van een film.
    Voor welke doelgroep is de presentatie van jullie onderzoek in de vorm van een film interessant?
    Hoe zorg je ervoor dat anderen iets kunnen leren van deze film.

10 Biesta

Het is de wens van Biesta dat iedere leerling door het onderwijs naar voren komt als een uniek individu. De onderwerpen van Vriendelijk orde houden verzorgen enerzijds een werkbaar aantrekkelijk leerklimaat (Orde makenOrde houden) en anderzijds geven zij vorm aan het naar voren komen als uniek individu (Leerlinggestuurd onderwijsGeef leerlingen invloed)

Gert Biesta definieert drie dimensies van het onderwijs:

  • Socialisatie (Attitude, omgangsvormen, deel worden van tradities en praktijken. Specifiek zoals socialisatie in beroepspraktijken, of algemeen als socialisatie in de cultuur van de democratie)
  • Kwalificatie (Verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen om iets te kunnen doen. Specifiek, zoals gekwalificeerd om een beroep uit te oefenen of algemeen, als gekwalificeerd om in een complexe, multiculturele samenleving te kunnen leven)
  • Subjectivering (Persoonsvorming, verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en de wereld om je heen).

11 Conclusie

Vriendelijk orde houden adviseert om te beginnen met efficient aan- en bijsturen. Vervolgens bereid je een omgeving voor waar leerlingen keuzes kunnen maken. Dan doen je leerlingen verschillende vormen van kennis op en ontstaat diversiteit (Leerlinggestuurd onderwijs).

Gebruik makend van die diversiteit, geef je leerlinge de mogelijkheid deze kennis aan elkaar over te dragen.  (Geef leerlingen invloed).

Organiseer leeractiviteiten waarbij je leerlingen rondom door jou vastgestelde vaardigheden werkvormen kiezen waar mee ze de door jou gevraagde vaardigheden en oefenen (Backward design – Onderzoekend leren). Tijdens dit proces meten de leerlingen met een app of ze inmiddels over de juiste vaardigheden beschikken (Leerlinggestuurd onderwijs). De voorkeur gaat uit naar apps waarmee je samen in spelvorm de gevraagde vaardigheden kunt toetsen (Geef leerlingen invloed). Zo is iedereen goed voorbereid op de centrale toets. Met de Leerlinggestuurde aanpak en met Geef leerlingen invloed maak je van je klas een hechte  sociale, ambitieuze, getalenteerde groep waaraan je graag wilt lesgeven.

Credits
Evert Bisschop Boele – Lector Hanzehogeschool Groningen, Buitengewoon hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam.Evert Bisschop Boele houdt zich bezig met de vraag hoe je onderwijs relevant maakt voor de leerlingen. Hij pleit ervoor te appelleren aan de identiteit van de individuele leerling (idio-cultuur) en deze bepalend te maken bij keuzes van leerlingen. In zijn theorie gebruik hij de termen ‘verbinden’ en ‘begrenzen’.