1.11 Geef leerlingen invloed

De docent geeft leerlingen de ruimte om invloed uit te oefenen en maakt ze daarmee eigenaar van hun eigen leerproces. Hierdoor ontdekken leerlingen hun eigen kracht en individualiteit ontstaat intrinsieke motivatie. Om dit mogelijk te maken bereidt de docent een omgeving voor waarbij leerlingen hun talenten kunnen ontdekken.

“Doordat mijn leerlingen eigenaar zijn van hun eigen leerproces komen ze allemaal als uniek persoon tevoorschijn. Naast het beheersen van de basisstof, ontdekken mijn leerlingen ook andere aspecten van mijn vak. Ook voor mij is dat interessant.”

  • Nu beantwoorden:
    Welke keuzes kunnen mijn leerlingen tot op heden maken binnen mijn lessen?
  • Thuis beantwoorden:
    Hoe geef ik in de toekomst mijn leerlingen keuzemogelijkheden?

Introductievideo

Geef leerlingen invloed door zelf minder aan het woord te zijn.

Voorbeelden

www.onzeles.nl

bekijk een van deze website over een app waarmee leerlingen feedback kunnen geven op de les.

https://www.leerlevels.nl/
Een website om leerlingen zelfstandig te laten werken bij het vak Natuurkunde.

filmpje op Youtube – Next Level atelier gepersonaliseerd leren

Toetsen als je er klaar voor bent

Wie leerlingen invloed wil geven, kan een praktijkvoorbeeld bekijken via de onderstaande link naar het onderzoek over de lespraktijk van Johan ’t Hart als muziekdocent op het Pieter Nieuwland College. De lessen bestonden daar voor de helft uit zelfstandig werken en voor de helft uit samenwerken in een kring. In die opzet was er weinig ruimte voor klassikale uitleg. Uitleg kregen de leerlingen in voorbereide onderwerpen op internet. Dit onderzoek is uitgevoerd door Kees van der Meer in opdracht van Evert Bisschop-Boele.

weblink naar onderzoek over muziekpraktijk Johan ’t Hart

Hoe zorg je voor een veilig en aantrekkelijk leerklimaat?

Tijdens een cursus Vriendelijk orde houden in Vianen beantwoordden docenten deze vraag als volgt:

  1. Gebruik eigen input van leerlingen.
  2. Maak een praatje aan het begin van de les. Geef leerlingen de tijd om te landen.
  3. Laat leerlingen zelf kiezen in welke volgorde ze een aantal taken uitvoeren.
  4. Wees zelf ontspannen.
  5. Differentieer
  6. Gebruik meerdere vormen van presenteren: film, samenwerkend leren, onderzoek.
  7. Stel als eis: “Je moet met iedereen kunnen samenwerken, dat is later in je beroep ook noodzakelijk”.
  8. Gebruik de expert methode: Aan leerlingen die goed zijn in je vak vraag je het volgende:  “Ik wil graag dat iedereen aan bod komt. Daarbij heb ik jullie nodig om te helpen iets uit te leggen aan je medeleerlingen”.

Valkuil bij ‘Geef leerlingen invloed’

Als je begint met het geven van keuzevrijheid en verantwoordelijkheid, dan bestaat de kans dat je het overzicht kwijtraakt en individuele leerlingen niet kunt aansturen zoals je dat wilt. Als je deze manier van werken als te complex ervaart, kan er onrust ontstaan en werkt het averechts. Vermijdt deze onrust door er pas mee aan het werk te gaan nadat je ervaring hebt opgedaan met bijsturen in klassikale situaties, middels o.a. een Tijdrovende opdracht. Als je in klassikale situaties succesvol bijstuurt, ga dan pas nadenken over hoe je leerlingen keuzes kunt bieden en verantwoordelijkheid kunt laten nemen én ze tegelijkertijd kunt bijsturen.

Als je succesvol bijstuurt en er rust is in de les, kun je erop vertrouwen dat je ook bij complexere werkvormen deze rust kunt behouden.

Samenhang met de andere onderwerpen

Als je goed kunt aansturen en bijsturen is het tijd om na te denken over het geven van invloed aan de leerlingen over hun eigen leerproces en over complexere werkvormen. Tips hiervoor vind je ook bij het onderwerp Assessment. Leerlingen invloed geven vereist voorbereiding en gaat beter als je samenwerkt met collega’s.

Wel of niet geven van invloed aan leerlingen.

Wel invloed geven:

Bedenk dat je niet de eigenaar bent van het ontwikkelingsproces van je leerlingen. Onderschat ze niet en behandel ze als gelijken. Wacht met oordelen (labelen). Zie het als je taak om ze in contact te brengen met meerdere aspecten van je vak, zodat ze nieuwe wegen inslaan en nieuwe ontdekkingen doen. Stel je daarbij altijd vriendelijk en duidelijk op (Toon gewenst gedrag). Geef je leerlingen keuzevrijheid en geef ze de verantwoording over (een deel van) hun leerproces en maak ze daarmee eigenaar van hun leerproces. Laat je verrassen door de resultaten.

Geef je leerlingen de kans om keuzes te maken over de manier waarop ze jouw vak bestuderen. Zo ontdekt iedere leerling andere aspecten van jouw vak. Met hun kennis inspireren ze jou en elkaar. Ze raken intrinsiek gemotiveerd. Jouw vak voelt voor hen aan als een avontuur. Deze aanpak maakt het mogelijk dat leerlingen in hun eigen tempo aan het werk gaan.

Vriendelijk orde houden in de klas pleit zowel voor het vervangen van strengheid door duidelijkheid als voor het geven van invloed aan leerlingen. Zo creëer je een veilige omgeving waarin je leerlingen de ruimte geeft om zelfstandig beslissingen te nemen én geef je ze  invloed op (een deel van) hun leerproces. Aansluitend hierbij een citaat van Koen de Boer: “Mijn ervaring is vaak geweest dat ik moest luisteren naar wat de leraar vertelde. Wat zou er gebeuren als het andersom was? Als ik de leraar vertel wat ik wil leren en hij mij zou vragen hoe hij mij hierbij kan helpen?” Een ander veelzeggend citaat van een leerling: “De docenten praten steeds door mij heen.”

In het onderstaande artikel een pleidooi van Koen de Boer om de natuurlijke aangeboren interesse van leerlingen te behouden in het onderwijs.

Geen invloed geven:

Je gaat ervan uit dat je leerlingen nog niet in staat zijn om te kiezen en om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Daarom kies je ervoor om zelf te bepalen op welke manier ze jouw vak leren. Of: Je bent nog bezig met het voorbereiden van keuzeonderwerpen en aan het nadenken over hoe je zelfstandig werken in de praktijk gaat vormgeven.

Ongelijkheid ligt bij onderwijs op de loer: de docent is de baas en indien nodig streng. De leerlingen dienen zich aan de docent aan te passen. Sommige leerlingen voelen zich bij deze aanpak niet serieus genomen. Als je ze streng toespreekt, ervaren ze dit als een vernedering. Als je op een hiërarchische, ongelijke, strenge manier, de onderwijseisen afdwingt, ontstaat er bij de leerlingen een gevoel van onmacht en onvrede en zullen ze zich alleen voor het hoogst noodzakelijke inzetten. Als leerlingen geen invloed hebben op de lesstof en ook niet op het moment van toetsing, dan vertaalt zich dat in matige resultaten en in onrust in de klas. Voor een strenge docent is het dubbel vermoeiend om deze onrust met nog meer strengheid weg te nemen.

Consequentie voor de docent van het geven van invloed.

Als je goed kunt bijsturen is het tijd om na te denken over het geven van invloed aan de leerlingen op hun eigen leerproces en complexere werkvormen. Tips hiervoor vind je ook bij het onderwerp Assessment. Leerlingen invloed geven vereist voorbereiding en meestal samenwerking met collega’s.

Start met het geven van invloed als je effectief kunt bijsturen én een duidelijk plan hebt ten aanzien van zelfstandig werken. Je zult dan merken dat het geven van keuzes en verantwoordelijkheid leidt tot verschillende onverwachte capaciteiten bij leerlingen én van intrinsieke motivatie zowel bij jezelf als bij de leerlingen. Leerlingen hebben pas invloed op hun eigen leerproces als ze zelf keuzes mogen maken over de onderwerpen waaraan ze gaan werken én als ze hun eigen leerstijl daarbij mogen gebruiken. Zo leggen ze contact met hun eigen wensen en gaan ze uit eigen interesse aan de slag.

Laat talenten tot bloei komen

Tijdens het zelfstandig werken profiteer je van het eerder met de leerlingen afgesproken Kader. Door dit Kader ontstaat er rust en veiligheid en komen talenten tot bloei. Zonder Kader kunnen talenten zich ook in negatieve zin openbaren (het recht van de sterkste, wie heeft de macht). Ter illustratie de volgende afbeelding, waarin duidelijk wordt dat invloed geven aan leerlingen bij hen zowel vertrouwen in eigen kunnen vereist als goede bedoelingen. Met een duidelijk Kader appelleer je aan hun goede bedoelingen.

Als je succes hebt met bijsturen in klassikale situaties gebruik je de volgende onderwerpen bij zelfstandig werken: Let op lichaamstaal, gebruik lichaamstaal, Verwachtingsmanagement, Assessment, Geef en administreer tips, Beperk tips, Tijdrovende opdracht en Protocol. Zo ontstaat nu, net als bij klassikale situaties, ook tijdens het zelfstandig werken een goede sfeer en voelt iedereen zich veilig.

Bij Beperk het aantal tips staat informatie over het inzetten van tips bij klassikale situaties en bij zelfstandig werken.

Verbinden en begrenzen

De termen verbinden en begrenzen worden genoemd in de theorie van Evert Bisschop-Boele (ideocultuur). Deze theorie onderzoekt de mogelijkheid om in te spelen op bij de leerlingen aanwezige verbinding met het vak. Hieronder staan twee stijlen van lesgeven die duidelijk maken dat jouw wens om de werkprocessen te beheersen strijdig kan zijn met de behoefte aan autonomie en welbevinden van je leerlingen.

  1. Mijn leerlingen hebben niet genoeg kennis om zelf te bepalen wat nuttig is om te gaan doen. Daarom presenteer ik mijn lesstof in afgepaste delen zodat ze precies weten wat ze moeten doen. Ik begrens hun activiteiten en daarmee voldoe ik aan de minimumeisen van mijn vak (begrenzen). Leerlingen die bovengemiddeld presteren kiezen misschien mijn vak om in door te studeren (verbinden).
  2. Ik bied mijn leerlingen keuzes. Daardoor krijgen zij de kans eigen wegen in te slaan en zo hun eigen leerstijl te ontdekken. Naast de basisstof ontdekken mijn leerlingen op hun eigen manier de uithoeken van mijn vak en krijgen daarmee de kans te bepalen of dit vak voor hen in de toekomst mogelijkheden biedt om verder in door te studeren. Zo verbinden ze zich met mijn vak en ontstaat er binnen de groep diversiteit (verbinden). Doordat ik aan het begin van het blok de einddoelen omschrijf en aan het eind van het blok basisvaardigheden centraal toets, voldoen alle leerlingen aan de minimumeisen (begrenzen).

Je kunt zelf bepalen welke optie bij jou past. Betrek bij het maken van een keuze de volgende aspecten:

  • Jouw vaardigheid om aan te sturen en bij te sturen tijdens zelfstandig werken met behulp van het Interventiepalet.
  • Jouw mogelijkheid om keuzes, doelen en toetsen aan te bieden waarmee jouw leerlingen gericht voldoen aan de minimumeisen.

Maak afspraken wanneer je start met zelfstandig werken

De complexiteit van een situatie waarbij alle leerlingen andere dingen doen, vraagt van jou overzicht en een rustige houding. Het is aan te bevelen om bij de start van zelfstandig werken waarbij je je leerlingen keuze geeft, met je leerlingen afspraken te maken over hoe ze aan het werk gaan en over wanneer ze tijdens het zelfstandig werken aan jou iets kunnen vragen. Een voorbeeld:

“Ik heb mijn opleiding afgerond (vertel iets over je opleiding). Daarna ben ik op deze school aangenomen als docent en mag nu samen met jullie vorm geven aan mijn vak.

Ik kies ervoor om dat te doen op de volgende manier:
Ik vraag jullie een keuze te maken uit een aantal opdrachten die ik heb voorbereid. Daarbij maak ik onderscheid tussen standaard opdrachten die horen bij de basisstof en vrije opdrachten. Bij de standaard opdrachten hoort een app waarmee je jezelf kunt toetsen (veel methodes bieden deze apps aan). Als je een nieuw level haalt met de app, kun je dat mij laten zien. Dat telt dan, naast de gezamenlijke toetsen, mee voor je rapportcijfer. Elk blok vraag ik je om (aantal..) opdrachten met basisstof te doen en (aantal..) zelf gekozen opdrachten (Het aantal opdrachten is afhankelijk van het vak).

Omdat iedereen de gelegenheid krijgt om zelfstandig te werken is er niet veel tijd om onderwerpen klassikaal behandelen. Als je vragen hebt over zelfgekozen opdrachten kan ik tijdens het zelfstandig werken af en toe met je meekijken. Ik hou mij aanbevolen voor suggesties van jullie om het online materiaal te verbeteren.

Het heeft mij als docent flink wat tijd gekost om alle opdrachten voor te bereiden. Ik wil jullie vragen om op een verantwoordelijke manier om te gaan met deze aanpak. Ik hoop dat jullie door het zelf bepalen van je eigen koers het vak waarin ik lesgeef gaan waarderen. Voor de vrijheid die ik jullie hierbij geef, vraag ik ook iets terug. Tijdens mijn lessen vraag ik van jullie een verantwoordelijke houding.” Hou je daarbij aan het kader: Vriendelijk én duidelijk.

Mogelijke doelen die je kunt stellen bij zelfstandig werken

  1. De leerling maakt keuzes met daarin ruimte voor eigen talent, plannen en initiatieven (maatschappelijke verantwoordelijkheid).
  2. Leerlingen helpen elkaar. Soms neem een leerling t.a.v een andere leerling de de rol van docent op zich (Rolwisseling).
  3. De leerling bepaalt zelf een leerstijl die past bij het besturen van het onderwerp (Leerstijl).
  4. De leerling beschikt op elk moment over apps om te bepalen of een vereist niveau is behaald (App).
  5. De tijd die docent en leerling besteden aan het bepalen of een niveau is gehaald is beperkt en effectief (Beoordeling).

1 Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Talenten die leerlingen op school ontdekken en/of tot bloei te laten komen, kunnen ze later inzetten bij hun loopbaan. Een op school ontwikkeld talent kan een belangrijke rol spelen bij de studiekeuze en kan daarmee bepalend zijn voor het type werk dat een leerling gaat verrichten en welke maatschappelijke verantwoordelijkheid zij op zich zullen nemen.

Stimuleer talentontwikkeling

Leerlingen hebben doorgaans het vermogen voor zichzelf te zorgen en te leren van waar ze mee bezig zijn. Dit is een krachtige vorm van leren. Door leerlingen keuzes te bieden help je leerlingen bij het ontdekken of uitbreiden van dat vermogen tot leren. Als ze voor het eerst op school komen beschikken ze al over talenten én beschikken over potentiële talenten. Bij het onderwerp Kennismaken adviseert Vriendelijk orde houden om te onderzoeken wat de leerlingen al kunnen op jouw vakgebied. Speur naar talent, bied kansen aan sluimerend talent en stimuleer je leerlingen in het verder ontwikkelen van hun talent.

Help leerlingen initiatief nemen

Als jij een aantal  keuzes aanbiedt waarmee ze aan de slag kunnen gaan, is de kans groot dat ze binnen dat spectrum iets vinden waar ze affiniteit mee hebben. Als talent gedurende een lange periode de ruimte krijgt, openbaart en ontwikkelt dit zich in jouw leerlingen. Met Assessment, waarmee je zelf ervaring hebt opgedaan bij de cursus Vriendelijk orde houden in de klas, help je de leerling bij het bepalen van doelen en het zelfstandig nemen van initiatief wat betreft de keuze van onderwerp van studie, met de keuze van hun leerstijl en met de evaluatie van de resultaten.

Zo voelen de leerlingen zich serieus genomen en zullen ze zich maximaal inzetten. Voor iedere docent is het prettig om les te geven aan intrinsiek gemotiveerde, actieve, aandachtige, sociale en ambitieuze leerlingen.

Goede voorbereiding

Het aanbieden de verschillende onderwerpen waaruit je leerlingen laat kiezen, vereist veel voorbereiding. Deze taak kun je verlichten door bij de voorbereiding samen te werken met collega’s van jouw sectie of met collega’s van andere scholen. Spreek onderling af wie welk onderwerp online voorbereidt. Ook is het aan te raden om hierbij ondersteuning te organiseren van buiten school. De manier waarop je leerlingen zelfstandigheid geeft kan verschillen:

  • 1e graad zelfstandig leren: jij bepaalt het wat maar niet het hoe.
  • 2e graad zelfstandig leren: Jij bepaalt niet het wat én niet het hoe. Je begeleidt de leerling in zijn leerproces dat aansluit bij keuzes die de leerling zelf maakt.

Eigenaarschap over eigen leerproces

In twee afbeeldingen zijn ingrediënten te zien die leerlingen eigenaarschap kunnen geven over hun eigen leerproces.

De eerste afbeelding is een variatie op een afbeelding van Jac Hielema. Het betreft een assenstelsel met op de horizontale as het wel of niet zelf mogen bepalen wat je gaat leren en op de verticale as het wel of niet samenwerken. Bij het onderwijs van de toekomst bepalen leerlingen zelf wat ze samen gaan leren. De keerzijde hiervan is onderwijs waar de docent de leerstof bepaald en iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen cijfer. Met de SU bedoelt hij de sovjet unie (De kameraden doen alles samen maar bepalen niets.) en met US de Verenigde staten van Amerika (Iedereen bepaalt los van elkaar eigen doelen).

N.B. Leerlingen die geen invloed kunnen uitoefenen op hun leerproces kunnen hun onvrede daarover uiten. Het ligt dan voor de hand je deze onvrede bestrijdt met strengheid, discipline en gezag. Dat lost misschien tijdelijk het protest op, maar het probleem dat hieraan ten grondslag ligt verdwijnt niet. Een strenge aanpak versterkt de ergernis van de leerlingen.

Pyramide van Maslow


De pyramide van Maslow gaat ervan uit dat zelf-realisatie de hoogste stap is van een ontwikkeling. Vriendelijk orde houden in de klas maakt het mogelijk om al snel te beginnen met (aspecten van) zelf-realisatie.

  • Let op signalen van leerlingen die duiden op lichamelijke behoeften en laat blijken dat je hun behoefte gezien hebt (Let op lichaamstaal/Maslow-lichamelijke behoeften).
  • Tijdens zelfstandig werken adresseer je gedrag dat niet past bij afgesproken Kader eerst met non-verbale gebaren (Gebruik lichaamstaal), tips (Geef en administreer tips) en indien nodig stuur je bij met Beperk het aantal tips en Tijdrovende opdracht.  Zo voelt iedereen zich veilig en zeker. (Orde Maken en Orde Houden/Maslow-veiligheid-en-zekerheid).
  • Maak kennis op zowel persoonlijk vlak als op het gebied van kennis en vaardigheden. Zo voldoe je aan de behoefte van je leerlingen om sociaal contact, erkenning en waardering te krijgen voor hun al aanwezige vaardigheden én voor nieuw verworven vaardigheden  (Kennismaken/Maslow-behoefte-aan-sociaal-contact).
  • Stel je leerlingen in staat om verworven vaardigheden eerst individueel te meten via apps en bepaal later het resultaat voor alle leerlingen met een gezamenlijke toets (Geef leerlingen invloed/Maslow-erkenning-en-waardering)
  • Stel leerlingen in staat om de leiding te nemen. Bedenk opdrachten waarbij het sociale aspect voorop staat en waar als bij toeval vakmatige vaardigheden ontstaan. Als iedereen de groep goed kan leiden en zich in die rol kan verplaatsten in degenen die hij of zij leidt, dan ontstaat er succesvolle samenwerking. Je leerlingen komen zowel in aanraking met het uitoefenen van autoriteit als met het accepteren daarvan. Deze vaardigheid komt van pas bij groepsopdrachten of bij opdrachten waarbij de hele groep samenwerkt. Bied leerlingen de kans om kennis aan elkaar over te dragen. Als je leerlingen ervaring opdoen met nemen van de leiding en met het accepteren van leiding ontstaat er wederzijdse erkenning en waardering.  (Geef leerlingen invloed/Maslow-zelfrealisatie).

2 Rolwisseling

Normaal gesproken sta je er alleen voor om de klas aan te sturen. Aansturen is echter ook een kunst waar ook de leerlingen zich in kunnen bekwamen. Bij een democratie zijn er om de zoveel jaar nieuwe leiders. Bij groepswerk kun je het wisselen van leider frequent laten plaatsvinden. Door regelmatig van rol te wisselen, enerzijds aansturen als leider en anderzijds volgen als groepslid, krijgt iedereen begrip voor beide rollen: zowel de leiding op je nemen en autoriteit uitoefenen als loyaal volgen van iemand die de leiding op zich neemt en daarmee autoriteit accepteren. Zo begrijpt iedereen wat er voor nodig is om als groep samen te kunnen werken.

Gebruik lichaamstaal

Oefen met alle leerlingen de gebaren zoals beschreven bij Gebruik lichaamstaal zodat ze deze kunnen gebruiken als ze een groep aansturen.

De waarde van rolwisseling

De waarde van rolwisseling komt naar voren in dit citaat Jonathan Haidt – The Righteous mind 2012:

“Kohlberg’s most influential finding was that the most morally advanced kids (according to his scoring technique) were those who had frequent opportunities for role taking – for putting themselves into another person’s shoes and looking at a problem from that person’s perspective.”

Als je merkt dat leerlingen om wat voor reden dan ook nog geen connectie met de leerstof hebben dan help je ze op weg tot ze genoeg weten om er zelfstandig mee verder te gaan. Als leerlingen na verloop van tijd bezig met verschillende onderwerpen kunnen ze ook weer van elkaar leren. En als blijkt dat ze een bepaalde vaardigheid beheersen, vraag ze dan deze vaardigheid aan anderen door te geven. Bied je leerlingen tijdens zelfstandig werken de gelegenheid om samen te werken. Vraag bij complexere opdrachten je leerlingen verschillende verantwoordelijkheden (rollen) binnen hun team te definiëren.

3 Leerstijl

Elke leerling heeft andere interesses en een andere stijl van leren. Laat leerlingen daarom zelf een onderwerp kiezen uit een door jou bepaald aanbod. Binnen het spectrum van mogelijke onderwerpen dat je aanbiedt, vindt de leerling altijd iets dat het meeste aansluit bij de eigen interesse. Geef ze binnen een opdracht de kans om aan het werk te gaan met hun eigen leerstijl. Soms zullen leerlingen onderwerpen kiezen met gesloten opdrachten en een duidelijke structuur. Andere leerlingen zullen graag op onderzoek uitgaan en daarbij kiezen voor open opdrachten.

Onderzoekend leren

Onderzoekend leren begint met een kennisvraag en met vragen die aan deze kennisvraag voorafgaan.  Bij de onderstaande uitwerking gaan wij uit van werken in groepen. Werken in een groep maakt de kans kleiner dat vragen subjectief worden beantwoord. Hieronder een voorbeeld van een onderzoeksopdracht aan een groep.

  1. Bepaal een onderzoeksvraag, doe onderzoek en presenteer dat in de vorm van een film.
    Om het onderzoek te starten beantwoord je als groep deze vragen.
    Wat wil je te weten komen over….
    Wat is de beste techniek om aan de slag te gaan en het onderzoek te realiseren.
  2. Verslaglegging:
    Maak een overzicht met daarin een lijst waarop te zien is van wie waaraan heeft gewerkt en hoeveel tijd dit heeft gekost.
    Welk onderdeel van het onderzoek heeft jullie het meeste tijd gekost?
    Heeft een van de groepsleden tijdens het onderzoek met een vondst voor een doorbraak gezorgd? Wie was dit en hoe kwam deze doorbraak tot stand?
  3. Presentatie:
    Hoe kun je het onderzoek overtuigend presenteren in de vorm van een film.
    Voor welke doelgroep is de presentatie van jullie onderzoek in de vorm van een film interessant?
    Hoe zorg je ervoor dat anderen iets kunnen leren van deze film.

4 App

Het is noodzakelijk om na te denken over toetsing. Elk vak heeft zo zijn eisen. Als bij elke eis online toetsing beschikbaar is, kan elke leerling een eigen koers varen en zichzelf daarbij in eigen tempo toetsen. Doorgaans beheersen leerlingen op het moment van een klassikale toets slechts een deel van de lesstof.

Is het mogelijk om leerlingen pas een toets te laten maken als ze de lesstof volledig beheersen? Deze utopie komt binnen bereik door het gebruik van apps waarmee leerlingen vaardigheden op een zelfgekozen moment kunnen toetsen. Methodes leveren vaak apps die verbonden zijn met wifi. Zo kan de docent de voortgang van de leerling op afstand volgen. Vriendelijk orde houden pleit voor apps die niet met internet verbonden zijn.

Een verhaal uit de praktijk

Voor het vak muziek liet Johan ’t Hart een app maken genaamd ‘in 1 klap’. Deze app stuurde gegevens door naar Kennisnet waar Johan dan toegang had tot de resultaten die met de app door verschillende leerlingen werden bereikt. Al snel probeerden leerlingen de beveiliging te kraken om zo hun cijfer voor muziek kunstmatig te verhogen.

Vandaar dat Rapucation een tweede versie maakte die niet met internet verbonden is genaamd ‘In tempo’. Deze app is nu beschikbaar voor iPad, maar binnenkort ook voor meerdere types telefoon. Met deze app is zeer snel te zien welk niveau een leerling heeft. Als een leerling wil laten zien dat hij een nieuw niveau heeft bereikt, vraagt deze leerling de docent om een beoordeling. De leerling toont dan de nieuwe vaardigheden aan de docent en die geeft daarvoor een cijfer. Fraude is hiermee niet mogelijk. Bovendien is het contact met de docent bij de toetsing voor beide partijen plezierig en geeft het duidelijk aan wat op dit moment het niveau is. Tijdens zelfstandig werken is er gelegenheid om samen met een leerling de te werken met de app. De leerling haalt dan waar jij bij bent met de app een bepaald level.

Geef de leerling invloed op het moment van toetsing

In deze opzet bepaalt jouw leerling het moment waarop deze het nieuwe level van de app jou laat zien en bepaal jij het moment van centraal toetsen. Als er genoeg leerlingen het niveau beheersen kun je met de groep een gezamenlijke toetsing afspreken. Zo is er een zekere garantie voor goede resultaten en voorkom je onnodig nakijken van toetsen waarvoor leerlingen zich onvoldoende hebben voorbereid.

Hoe geef je als docent zelfsturing en eigenaarschap vorm in je lessen?

Anders geformuleerd: Hoe leg je de leerverantwoordelijkheid en de leerenergie bij de studenten? Raadpleeg hiervoor het boek van L. Dee Fink “Creating   significant learning experience” gaat over critical alignment, situational factors en ‘backward design’. Backward als in: je begint met de gewenste leeruitkomsten (toetsing, assesment e.d.) en gaat dan naar de leerdoelen kijken…

Een voorbeeld van Backward design: Je selecteert een aantal toetsbare vaardigheden en stelt voor het toetsen daarvan apps beschikbaar.

Vervolgens organiseer je leeractiviteiten waarbij je leerlingen rondom deze vaardigheden activiteiten ontwikkelen waarin ze deze vaardigheden nodig hebben. Tijdens dit proces kunnen de leerlingen met de app meten of ze inmiddels over de juiste vaardigheden beschikken. Voorafgaand aan de toets kan elke student met de app meten hoe groot de kans is te slagen voor een eindtest.

5 Beoordeling

In een boek van Victor Lamme geeft hij aan hoe beloning zou moeten werken.  “Vertaal een beloning in de toekomst naar een beloning in het nu. Dat is het recept voor een betere wereld…Beloning werkt als het individueel, direct, eerlijk en met controle is over het eigen lot.” (Victor Lamme – Waarom, Op zoek naar wat men werkelijk drijft – P 56) .

Bevestiging

Apps zijn in staat om een beloning in deze vorm te geven! Voordat een leerling naar jou toe komt om een nieuw level te tonen, heeft deze eerst met de app gecheckt of hij of zij het level beheerst. Als jouw leerling jou vervolgens laat zien dat een bepaald level is behaald, dan bevestig je samen met de leerling dat het nieuwe niveau is behaald. Natuurlijk geef je dan een compliment. Dit versterkt de band tussen jou en de leerling. Als je vervolgens wacht tot de meeste leerlingen het nieuwe niveau met de app hebben laten zien en dan pas klassikaal toetst, is het resultaat over het algemeen goed en krijgen de leerlingen door de toets nogmaals de bevestiging dat ze stof beheersen.

Zoek daarom naar apps waarmee je basisvaardigheden kunt toetsen en die de mogelijkheid bieden om snel te beoordelen of een leerling een bepaald niveau beheerst. Zo beoordeel je op een manier die jou weinig tijd kost en die voor jou én voor de leerling effectief is.

Een voorbeeld

Leerlingen tonen jou met de app dat ze een bepaald niveau hebben gehaald. Een geschikt moment hiervoor is tijdens zelfstandig werken of je kunt daarvoor een moment na de les reserveren. Je ziet dan snel of de leerling verstand van zaken heeft. Als je pas na zo’n demonstratie de leerling toelaat tot de klassikale toets, weet je vrijwel zeker dat de leerling een tijdens deze toets een hoog cijfer zal halen. Zo geef je leerlingen invloed op het moment van toetsing en kun je toch de hele klas de vereiste basisvaardigheden bijbrengen. Door dit persoonlijke contact, hou je de vinger aan de pols van de verschillende koersen die de leerlingen inzetten. Je houdt daarbij in de gaten of je leerlingen het juiste tempo aanhouden om te voldoen aan het gehele pakket van eisen.

Als een taak is afgerond kan de leerling ervoor kiezen om zich te specialiseren in een onderwerp en daarmee het rapportcijfer te verhogen.

Tips

  • Bekijk bovenaan deze pagina staat de link naar “Toetsen als je er klaar voor bent”.
  • De wens om leerlingen invloed te geven en het nut daarvan is door het bovenstaande wellicht duidelijk gemaakt. De stap om die wens om te zetten in een concreet lespakket is een omvangrijke klus. Als je ermee aan de slag wilt gaan, begin dan ruimschoots van te voren met de voorbereiding.
  • Zes rollen van de docent: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog, coach, afsluiter. Tijdens een cursus kwam de vraag naar voren: heeft een leerling maar een rol? Luisteren en doen wat er gezegd wordt? Bedenkt ook zes rollen voor leerlingen en zes rollen voor schoolleiding!

Bekijk hieronder een gefilmd voorbeeld, bij 1 maatschappelijke verantwoordelijkheid waarbij een leerling met met plezier de rest van de klas dirigeert en daarmee op een positieve manier invloed uitoefent. Met een dergelijke werkvorm doorbreek je hiërarchie (de docent als de enige leider) en stimuleer je samenwerking (de leerlingen reageren onderling op elkaar zonder tussenkomst van de docent).

Ideale les:

Een leerling stuurt zijn eigen klas aan met lichaamstaal. Als voorbeeld dirigeren tijdens een muziekles.
2.55 Een leerling gebruikt het vuurtorengebaar. De gebaren zijn in deze klas algemeen geaccepteerd en in gebruik genomen.
2.59 Een leerling dirigeert met gebaren. Hier zie je hoe leerlingen onderling de gebaren succesvol gebruiken.

Credits
Evert Bisschop Boele – Lector Hanzehogeschool Groningen, Buitengewoon hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam.Evert Bisschop Boele houdt zich bezig met de vraag hoe je onderwijs relevant maakt voor de leerlingen. Hij pleit ervoor te appelleren aan de identiteit van de individuele leerling (idio-cultuur) en deze bepalend te maken bij keuzes van leerlingen. In zijn theorie gebruik hij de termen ‘verbinden’ en ‘begrenzen’.