1.3 Kader

Een Kader geeft iedereen (docent en leerlingen) algemene aanwijzingen voor gedrag. Hierdoor is voor iedereen duidelijk welk gedrag er wordt verwacht. Met een duidelijk Kader ziet de docent direct of een leerling wel of niet aan deze verwachtingen voldoet.

Een kader geeft richtlijnen van algemene strekking voor gedrag in de klas en op school. Het beschrijft een ideaal, een situatie om naar te streven. Tussen kader en praktijk zal altijd een zekere spanning bestaan. Als het gezamenlijke ideaal duidelijk en bondig is geformuleerd, en iedereen zich erin kan vinden, dan is de kans groot dat iedereen zich eraan wil houden. Zo ontstaat wederzijds vertrouwen.

Mijn (ons) kader geeft aan hoe ik (wij) ons het beste kunnen opstellen: vriendelijk, duidelijk, verantwoordelijk, constructief en consequent. (docent, leerlingen, schoolleiding en onderwijs ondersteunend personeel)

Children recognize that rules that prevent harm are moral rules, which Turiel defined as rules related to “justice, rights, and welfare pertaining to how people ought to relate to each other. Haidt (2012)

  • Nu beantwoorden:

    Dit gebruik ik tot op heden als kader:….

  • Thuis beantwoorden:

    Mijn toekomstige kader ziet er als volgt uit:……

Introductievideo

Stephanie Heeren aan het woord over het onderwerp Kader.

Lees aansluitend bij het onderwerp Kader twee blogs van Johan ’t Hart

Kader gezocht

Humanisme

Voorbeelden van een kader

  • Vriendelijk en duidelijk (advies VOH).
  • Vrijheid, Verantwoordelijkheid en Vertrouwen (lees meer over dit kader op de website van het Bonhoeffer College)
  • Aan de muur hangt een affiche met: Aardig, waardig en vaardig

Lees meer over hoe de school dit kader specificeert bij paragraaf 5.6 Schoolregels van deze schoolgids van het Pieter Nieuwland College).

Inhoud

  1. Samenhang met de overige onderwerpen
  2. Volgorde van werken
  3. Wel of geen kader
    3.1 Wel een kader
    3.3 Geen kader
  4. Toelichting kader
    4.1 Het effect van een kader
    4.2 Een kader vraagt de leerlingen afzien te zien van storend gedrag
    4.3 Kader als start van Vriendelijk orde houden
    4.4 Tegendeel kader
    4.5 Kader en onderwijsdoelen
    4.6 Valkuil kader
    4.7 Kader en autoriteit
  5. Kader legt fundament
    5.1 Docent neemt initiatief voor kader
    5.2 School neemt initiatief voor kader
  6. Reikwijdte van een kader
    6.1 In de klas, maar ook daarbuiten
    6.2 Werkweken
  7. Opstellen kader
    7.1 Kader voor leerlingen én docent
  8. Verband tussen kader en schoolregels
  9. Kader in historisch perspectief
  10. Valkuilen
  11. Tips

1 Samenhang met de overige onderwerpen

Een kader werkt als een filter voor de verstoringen van de les. Als je dit filter gebruikt zijn er minder verstoringen tijdens de les en zijn verstoringen tevens beter te herkennen en bij te sturen. Met een kader schep je de voorwaarden voor een veilige leeromgeving én een kader geeft je richting bij het oplossen van verstoringen als die zich voordoen en hoort daarom bij het interventiepalet. Alles wat buiten het kader valt stuur je bij.

Interventiepalet

alle onderwerpen

2 Volgorde van werken

Nadat je hebt kennisgemaakt geef je aan wat het Kader is. Een kader is te vergelijken met een speelveld. Alles wat binnen het Kader valt is geoorloofd. Alles wat daarbuiten valt stuur je bij. Het Kader behandel je in de eerste les en je hangt het Kader ook aan de muur: b.v. Vriendelijk en Duidelijk

3 Wel of geen kader

3.1 Wel een kader

Met een kader wil je iets bereiken b.v. Positieve vrijheid: ons kader maakt iedereen duidelijk wat de bedoeling is en biedt iedereen binnen een begrenzing de ruimte om energie en aandacht te ontplooien. Als je leerlingen dit kader kennen en waarderen, dan komen ze minder snel in de verleiding om de les te verstoren en vermijden ze dat je hen corrigeert. Door het stellen van een kader (voortgezet onderwijs), of door het samen ontwikkelen van een kader (primair onderwijs) aan het begin van een seizoen haal je direct een groot deel van de potentiële ruis uit je lessen. Een Kader maakt het mogelijk dat een hecht netwerk ontstaat. Bekijk bij Kennismaken het punt ‘Groepsvorming’

3.2 Geen kader

Bij afwezigheid van een kader is er sprake van Negatieve vrijheid. Dat wil zeggen: zonder kader is er ‘vrijheid van betutteling en belemmering’, dus iedereen lijkt in eerste instantie te kunnen doen wat hij wil. Maar dat is slechts schijn, want als leider zul je evengoed een orde moeten handhaven om te zorgen dat er een krachtige leeromgeving blijft bestaan. Het verschil is, dat je bij gebrek aan een kader bij elk incident ter plekke beslist welk gedrag je corrigeert. Je neemt dan beslissingen die in de ogen van leerlingen willekeurig zijn. Daardoor kan je interventie omstreden zijn en kunnen conflicten escaleren.

4 Toelichting kader

I define morality by what it does, rather that by specifying what content counts as moral Haidt (2012).

4.1 Het effect van een kader

Een formuleren van een kader heeft zin als het iets teweeg brengt waar de leerlingen direct van aanvoelen dat zij er iets aan hebben. Dan zullen de meeste leerlingen zich loyaal opstellen ten opzichte van het kader. Jij, als docent, bent de aangewezen persoon om het kader uit te leggen en te bewaken. Indien nodig leerlingen stuur je leerlingen bij met verwijzing naar het kader. Als je dat doet is het kader effectief. Doordat het kader helder is en doordat de leerlingen er het nut van inzien, weet je meteen wanneer je een leerling moet aansturen en snapt de leerling waarom je hem aanstuurt. Bovendien verleent het kader jou de autoriteit om bij te mogen sturen. Informatie over hoe je bijstuurt staat in hoofdstuk 2: Orde houden.

Als jij je houdt aan het kader, verkrijg je daarmee vertrouwen van de leerlingen. Een goed kader zorgt ervoor dat iedereen begrijpt wat mag. Als een leerling hiervan afwijkt zou je kunnen wachten tot deze persoon zichzelf tot de orde roept. Doet deze persoon dat niet, dan is het geen optie om niet in te grijpen, want dat zou betekenen dat het kader niet bewaakt wordt. Dat is voor iedereen onveilig. Zo ontstaat er dus op een natuurlijke manier de behoefte aan uitoefening van gezag. Een goed kader legitimeert de toepassing en bewaking ervan door jou én door de leerlingen onderling.

4.2 Een kader vraagt de leerlingen afzien te zien van eerdere rechten

De achterliggende gedacht bij het het instellen van een Kader is dat je de leerlingen vraagt om af te zien van drie rechten:

  1. Het recht om te beledigen
    Op school krijg ik de kans mijn eigen leven vorm te geven onder voorwaarde dat ik mij houdt aan twee eenvoudige aanwijzingen: vriendelijk en duidelijk. Het vorm geven van mijn eigen leven is voor mij belangrijker dan het recht op beledigen.
  2. Het recht om te handelen zonder inmenging van anderen.
    Op school leer ik samenwerken. Dit vraagt van mij de bereidheid om mij zo nodig bij te laten sturen.
  3. Het recht om een identiteit uit te dragen die ingaat tegen het bestaande kader.
    Mijn school heeft een kader dat is zo gemaakt dat het niemand buitensluit. Het stelt ons in staat samen te werken, onze talenten te ontwikkelen en onze eigenheid te ontdekken. Ik zie geen aanleiding om mij hiertegen te verzetten.

Overgenomen uit Wijnbergen (2011)

Niet alle leerlingen geven de drie genoemde rechten direct op. Deze leerlingen stuur jij bij want je neemt het door jou ingestelde Kader serieus en je wilt het bewaken.

Bij het nieuwsbericht over dit boek van Wijnbergen met als titel Kader Gezocht gaat Wijnbergen in op de altijd aanwezige machtsstrijd. De kunst is om uit deze strijd op een vriendelijke en duidelijke manier te voeren.

4.3 Kader als start van Vriendelijk orde houden

Voordat je start met Vriendelijk orde houden in de klas bepaal je zelf een kader. Laat je inspireren door de bovengenoemde voorbeelden. In de eerste les, nadat je hebt kennisgemaakt, bespreek je het door jou gekozen kader, of het door de school bepaalde kader, met de leerlingen. Als je er voldoende tijd voor hebt, kun je het kader ook in samenspraak met de leerlingen kiezen. Bijvoorbeeld door verschillende sleutelwoorden aan te reiken.

4.4 Tegendeel kader

Bespreek het Kader ‘Vriendelijk + Duidelijk’ en leg uit waarom het een voorwaarde is voor:
– een veilige omgeving waar je je goed kunt concentreren,
– vrijheid om keuzes maken en jezelf te kunnen toetsen (Assessment),
– een ruimte om samen te werken en elkaar indien nodig te helpen (Geef leerlingen invloed),
– een hechte en sociale groep.
Dan begrijpen de leerlingen waarom je het Kader bewaakt.

Het tegendeel van het genoemde Kader (onvriendelijk en onduidelijk) verdeelt de klas in groepen die elkaar buitensluiten. Met iemand die je onvriendelijk behandelt, wil je niet samenwerken en je wilt niet dat diegene jou helpt.

4.5 Kader en onderwijsdoelen

Elk kader moet passen bij het soort relatie dat de mensen met elkaar hebben en passen bij de reden waarom ze bij elkaar zijn. Voor het onderwijs formuleerde Gert Biesta de onderstaande doelen.

Het doel van het verblijf van jongeren op school is dat zij zich ontwikkelen tot:

  • bekwame beroepsbeoefenaars (kwalificatie)
  • actieve en verantwoordelijke burgers (socialisatie)
  • unieke personen die verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en de wereld om zich heen (subjectivering).

Het samenzijn is geslaagd als al deze aspecten aan bod komen.

Drie dimensies van het onderwijs

Gert Biesta beschrijft als theoretische onderbouwing van zijn visie de drie dimensies van het onderwijs:

  • Socialisatie (attitude, omgangsvormen, deel worden van tradities en praktijken. Specifiek, zoals socialisatie in beroepspraktijken, of algemeen als socialisatie in de cultuur van de democratie)
  • Kwalificatie (verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen om iets te kunnen doen. Specifiek, zoals gekwalificeerd om een beroep uit te oefenen of algemeen, gekwalificeerd om in een complexe, multiculturele samenleving te kunnen functioneren)
  • Subjectivering (persoonsvorming, verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en de wereld om je heen).

Voor onderwijsgevenden is het de uitdaging de drie dimensies in balans te houden. Biesta merkt op dat de laatste dimensie – Subjectivering – in het huidige onderwijs vaak te weinig aan bod komt. Met de juiste balans krijgen leerlingen de kans om volwassen in de wereld te zijn. Een van Biesta’s belangrijkste adviezen: “De school heeft tot taak kwalificerings- en socialiseringsprocessen zo te laten verlopen dat elk kind of jongere op zijn eigen wijze in de (school)wereld tevoorschijn kan komen: als uniek subject.”

Om deze onderwijsdoelen te realiseren is onder meer een kader nodig.

4.6 Valkuil kader

Wat ook kan is dat je (of de school) al op voorhand precies de omgekeerde situatie van vrijheid installeert: een woud van knellende, sturende, concrete regels, die het gedrag kortwieken, zonder pedagogische waarde (in deze kale vorm) en die lang niet altijd passend bij de situatie, maar “zo zijn hier nu eenmaal de regels”.

Nu volgen een aantal citaten van uit The righteous mind van Jonathan Haidt

Slechts één principe ten grondslag leggen aan een kader heeft een gevaar in zich:

He also saw a diversity of virtues, and he rejected attempts by some of his contemporaries to reduce all of morality to a single virtue such as kindness, or to do away wiht virtues and replace them with a few moral laws.

Precies deze eenzijdige keuze voor vriendelijkheid is de valkuil die naar voren komt in de tekenfilm van Vriendelijk orde houden

Docent Koen kiest ervoor om alleen vriendelijk te zijn. In de uitzending van de VPRO Tegenlicht: 100 dagen voor de klas, kiest Tim den Besten voor benadering. Zie nieuwsbericht op deze site over deze uitzendingen.

Turiel, in contrast, defined morality as being about “justice, rights, and welfare.” But any effort to define morality by designating a few issues as the truly moral ones and dismissing the rest als ”social convention” is bound to be parochial. It is a moral community saying, “Here are our central values, and we define morality as being about our central values; to hell with the rest of you.

When you have a single clear principle, you can begin making judgments across cultures. Some cultures get a higher score than others, which means that they are morally superior.

That binding usually involves some blinding – once any person, book, or principle is declared sacred, then devotees can no longer question it or think clearly about it (Haidt (2012).

4.7 Kader en autoriteit

Als je leerlingen het het nut inzien van het Kader, zul zij in het verlengde daarvan van jou verlangen het Kader te bewaken. Dit verleent jou autoriteit zolang je jezelf houdt aan het Kader. Plaat je jezelf buiten je eigen Kader, dan zullen jouw leerlingen jouw recht om het Kader te handhaven betwisten.

Vooral leerlingen die de school als een gevangenis beschouwen zullen niet snel jouw goede bedoelingen herkennen en daarom jouw autoriteit betwisten. Het is dan een kwestie om stug vol te houden en de juiste stappen na elkaar te zetten.

5 Kader legt fundament

Een goed kader is belangrijk, omdat het vaste grond geeft aan een heleboel zaken die er op volgen. Het is een ideaal in een gegeven situatie, waar iedereen het eigen gedrag steeds naar kan richten en aan kan toetsen of bijstellen. Het geeft iedereen een rechtvaardiging om elkaar voor gewenst gedrag te waarderen en op ongewenst gedrag aan te spreken. Het geeft je de rechtvaardiging en onderbouwing voor regels, procedures (Protocol), concrete aanwijzingen en tenslotte voor een doelgerichte maatregel waarmee je het gedrag van leerlingen kunt bijsturen (Tijdrovende opdracht).

5.1 Docent neemt initiatief voor kader

Als er vanuit de school weinig duidelijkheid is over een kader, stel dan als docent je eigen kader op. Een kader verwoordt dan de richting die jij als docent op wilt. Voordat jij je kader inzet in je lessen bespreek je het met jouw leerlingen. (Je loopt het mooie risico dat je andere docenten inspireert en dat zij je kader overnemen.)

5.2 School neemt initiatief voor kader

Idealiter wordt een kader schoolbreed ingesteld. De schoolleiding formuleert dan samen met de docenten een kader en een Protocol. Het kader bepaalt de richting waar de hele school, met zowel de leerlingen als de docenten, naar toe wil. In een gecoördineer­de actie presenteren alle docenten dit kader aan de leerlingen en bespreken zij het met hen. Daarna ondersteunt de schoolleiding de docenten bij het bijsturen van leerlingen die zich niet willen/kunnen houden aan het voorgestelde kader, op de manier die staat beschreven in het Protocol. De voordelen van een gezamenlijke aanpak zijn al langer bekend. In zijn boek “Lessen in Orde” bespreekt Teitler bij hoofdstuk 9 ‘Opvoeders op één lijn’ en bij hoofdstuk 10 ‘Teamafspraken over consequenties’, de voordelen van een schoolbrede aanpak.

6 Reikwijdte van een kader

Het kader geldt voor iedereen; net zo goed voor jezelf als voor de leerlingen. Het is het ijkpunt en de toetssteen voor al het gedrag van elke leerling én jezelf. Als het kader schoolbreed wordt ingesteld, dan geldt het voor alle leerlingen, docenten, de schoolleiding en het onderwijsondersteunend personeel.

6.1 In de klas, maar ook daarbuiten

Een kader geldt in alle situaties die het bestrijkt. Dat is wel even iets om bij stil te staan. Als jij met je leerlingen een kader afspreekt, dan geldt dat tussen jullie overal waar je volgens en namens de school verantwoordelijk bent voor de instandhouding van een veilige leef‑ en werksituatie, en waar de school dus van jou verwacht dat jij die handhaaft. Dat is natuurlijk tijdens jouw les en in jouw lokaal, maar ook bij ontmoetingen in de aula en de gangen, tijdens contact bij projecten en voorstellingen en excursies, bezoek aan schooltuinen en musea of een werkweek. Hieraan kun je zien dat het veel beter is als een kader schoolbreed is ingesteld. Alle collega’s dragen dan hun steentje bij en iedereen kan elkaar hierop aanspreken.

6.2 Werkweken

Ook als het kader niet schoolbreed is vastgesteld, kun je je eigen kader (je ‘morele contract’ met je leerlingen) buiten je eigen les en klaslokaal overeind houden. Ten eerste voorkom je daarmee dat leerlingen zich buiten je les en lokaal buiten het kader plaatsen en zich met rechtvaardiging gaan misdragen. Dat is iets wat je heel vaak ziet gebeuren. Een werkweek kan bij afwezigheid van een kader snel ontaarden.

Ten tweede voorkom je dat er bij je leerlingen het beeld ontstaat dat het kader slechts een betrekkelijke, beperkte waarde en werkelijkheid heeft, waardoor ook de werkzaamheid ervan binnen je les en lokaal vermindert.

Ten derde zou het kader je ook buiten je eigen les en lokaal juist moeten helpen om het gedrag van je leerlingen te reguleren, anders schort er iets aan de formulering.

En ten slotte zou je kader wegens zijn “vanzelfsprekende aanvaardbaarheid” óók een steun moeten zijn bij het reguleren van leerlingen die niet in jouw klas zitten – zelfs al zou iemand de woorden voor het eerst horen, dan nog zouden ze een direct appèl moeten doen op gewenst gedrag. Kortom, het is van groot belang dat je met je leerlingen afspreekt dat het kader tenminste overal geldt waar jullie onder schoolverantwoordelijkheid bij elkaar zijn.

7 Opstellen kader

De formulering van een kader moet breed zijn, zo breed dat hij alle relevante aspecten van het gedrag in alle gegeven situaties omvat. Tegelijkertijd moet het echter zo bondig geformuleerd zijn, dat je er altijd gemakkelijk aan kunt denken en naar kunt verwijzen. De taal moet (daarom) ook goed aansluiten bij de doelgroep. Dat pakket van eisen is niet gemakkelijk verenigbaar. Daarom loont het de moeite om goed over de formulering na te denken.

Bij het opstellen van een kader zoek je naar aanwijzingen die richting geven voor gedrag en zoek je naar een richtlijn waar gedrag aan getoetst kan worden. Je zoekt naar aanwijzingen met een algemene strekking. Hoe duidelijker en bondiger het kader wordt geformuleerd, des te sneller kun je het uitleggen. Zo is de kans groot dat je leerlingen de aanwijzingen van het kader opvolgen.

Voortgezet onderwijs

In het VO is het Kader docent gestuurd. Bij een schoolbreed Kader is het aan te raden jouw persoonlijke en vakgerichte vertaling hiervan te geven. Bespreek aan het begin van het seizoen met alle leerlingen welk concreet gedrag er bij jouw vak hoort en waarom dit (voor hen) van belang is.

Primair onderwijs

In het PO is het waardevol om jouw- of het aanwezige schoolbrede Kader samen met de leerlingen te vertalen naar concreet gedrag. Als de leerlingen deze positief geformuleerde klassenregels zelf hebben gemaakt, zullen ze sneller geneigd zijn om zich hiernaar te gedragen en zijn ze hier makkelijker op aan te spreken.

7.1 Kader voor leerlingen én docent

Bij het opstellen van een Kader houd je rekening met de algemene geldigheid ervan. Zowel jij als de leerlingen gaan zich aan dit Kader houden.

7.2 Kader opgesteld alleen voor leerlingen

In zijn boek Lessen in orde bespreekt Teitler ook het gebruik van een kader (Teitler 2017). Hij schrijft daarover het volgende: “Houd daarbij in je achterhoofd een kader waaraan je het gedrag van leerlingen altijd kunt toetsen: Zó wil ik dat er gewerkt wordt: Optimaal en Ongestoord. Zó wil ik dat we omgaan met elkaar en het materiaal: Veilig, Vriendelijk en Verantwoordelijk.”

Zijn gebruik wijkt in enkele belangrijke opzichten af van het kader zoals wij dat hier bespreken. Ten eerste benoemt hij het als iets wat in het achterhoofd van de docent blijft. Daarmee kan het dus niet die belangrijke, zelfregulerende werking op de leerlingen hebben zoals een expliciet gemaakt en besproken kader dat wel kan.

Hij benoemt het ook als iets waaraan de docent het gedrag van leerlingen kan toetsen. Dat is op zichzelf prima, maar het gedrag van de docent blijft zo buiten schot. De kracht van het expliciet gemaakte kader is nou juist dat het werkt als een moreel contract tussen alle betrokkenen: tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en docent (vanuit de leerlingen gezien) en tussen docent en leerlingen (vanuit de docent gezien). Die wederkerigheid, die ‘eerlijkheid’, is juist een van de sterke, vertrouwen scheppende aspecten van het kader.

8 Verband tussen kader en schoolregels

Bij veel scholen hangt er aan de muur een lijst met schoolregels. Een schoolregel kan schools overkomen en daarom juist overtreding van de regel uitlokken. Als het kader kort en bondig is én algemeen geldend is, dan is het voldoende om alleen het kader op affiches te tonen in de school.

8.1 algemene toepasbaarheid schoolregels

Een kader stel je op met positieve steekwoorden. Schoolregels expliciteren deze steekwoorden. Let daarbij op de algemene toepasbaarheid van jouw schoolregels.

Als voorbeeld een bespreking van kader en schoolregels van het Pieter Nieuwland College.

Het kader van het Pieter Nieuwland College (zie link hierboven) is: “Aardig, waardig, vaardig”. Het is opgesteld met positieve steekwoorden.

De afzonderlijke termen van het kader worden in de schoolgids aangevuld met een lijst schoolregels.

Op de site van het Pieter Nieuwland College stonden in 2019 de volgende regels. Nu volgt een bespreking door Vriendelijk orde houden van de algemene geldigheid van deze regels.

  1. Onder het kopje Waardig:

“Geen pet in school en geen jas in het lokaal” – Deze regel geld zowel voor leerlingen als voor docenten. Zou je deze regel niet opstellen, dan geef je leerlingen een vrijbrief om met pet en jas permanent een signaal uitzend te zenden: ik bepaal zelf wat ik doe, ik vind het hier niet leuk, als ik zin heb kan ik meteen de deur uitlopen. Omdat deze regel voor iedereen geldt, werkt deze ook goed.

  1. Onder het kopje Aardig:

“Wij volgen aanwijzingen van schoolpersoneel op.” In deze schoolregel staat vermeld voor wie deze regel geldt en hij benadrukt de gezagsverhoudingen. Daarom is het geen algemeen geldende regel en doet deze regel afbreuk aan het algemeen geldende kader.

  1. Onder het kopje Waardig:

“Wij vertonen geen pestgedrag richting medeleerlingen/docenten”. Deze schoolregel geeft (onbedoeld) aan dat docenten leerlingen ongestraft mogen pesten. Wellicht is deze aanpassing daarom zinvol: “Wij vertonen geen pestgedrag richting leerlingen/medeleerlingen/docenten” of misschien nog beter: “Wij vertonen geen pestgedrag.”

Door vriendelijk orde houden hoef je geen strijd meer te voeren met leerlingen.
3.22 Leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Door de grenzen af te bakenen weten de leerlingen dat ze veilig zijn in de klas. Een relatie opbouwen heeft niet alleen te maken met vriendelijk zijn, maar ook met duidelijk zijn.

9 Kader in historisch perspectief

Het is belangrijk dat iedereen profiteert van het Kader. Een ander woord voor Kader is imperatief, oftewel zedelijk gebod. De filosoof Kant noemt aanwijzingen voor gedrag van algemene strekking een categorisch imperatief. Een impera­tief is categorisch als het onvoorwaardelijk en onder alle mogelijke omstandigheden voor iedereen van kracht is.

“[Kant] merkt op dat een goede theorie over opvoeding een prachtig ideaal is, en dat het helemaal niet erg is wanneer we niet direct in staat zijn dat ideaal te realiseren. Je moet de idee erachter dan niet meteen als een hersenschim beschouwen, of als een mooie maar niet te verwezenlijken droom, juist als er allerlei hindernissen (in jezelf of van buitenaf) bij de uitvoering ervan optreden. En dan zegt hij: ‘Een idee is niets anders dan een begrip van een volkomenheid die in de ervaringswerkelijkheid nog niet wordt gevonden, bijvoorbeeld een volkomen volgens regels van de rechtvaardigheid geregeerde republiek! Maar is die daarom onmogelijk?’ In ieder geval is het zaak je idee helder te krijgen, om dan zo mogelijk de hindernissen uit de weg te ruimen.”  Visser (2017)

Net als Kant zoek je, of zoekt de school naar een Kader met algemene strekking.

10 Valkuilen

  • Een aanwijzing voor gedrag valt niet onder een kader als het een persoonlijke stelregel is (maxime).
  • Een aanwijzing voor gedrag die niet altijd of slechts onder bepaalde voorwaarden geldt, kan niet gebruikt worden voor een kader (hypothetisch imperatief).
  • Bij het maken van een kader is het de kunst om te voorkomen dat je anderen buitensluit.

11 Tips

  • Stel in een les gebeurt iets onverwachts dat de les verstoort. Als je wilt dat dat je leerlingen dit voortaan achterwege laten, wees daar dan duidelijk over. Maak aan het begin van de volgende les je leerlingen duidelijk wat niet de bedoeling is en hoe dat voortvloeit uit het Kader.
  • Je formulering van jouw Kader kan woorden bevatten waarvan niet alle leerlingen weten wat ze precies betekenen. Je kunt goede redenen hebben om die woorden toch te willen gebruiken, maar je zult die betekenissen dan wel goed moeten uitleggen bij de introductie van je kader. (Bijvoorbeeld ‘waardig’ heeft een dubbele betekenis: “het waard zijn” en “van waarde zijn”. Je toont jezelf “het waard” om door anderen verrijkt te worden met leerzame ervaringen door je daarnaar te gedragen. Je bent “van waarde” voor anderen door hen te laten delen in alles wat je te bieden hebt en door anderen niet te storen of te hinderen in hun toegang tot leerzame ervaringen. Het woord ‘vaardig’ heeft in de schoolcontext een dubbele uitleg: “vaardig worden” is enerzijds de reden voor het verblijf op school, anderzijds is het een voorwaarde om aardig(er) en waardig(er) te kunnen zijn – iets waar je dus ook aan kunt werken.
  • Als je het kader gaat bespreken, zoek dan naar concrete aanknopingspunten met de termen die deel uitmaken van het kader om deze termen “op de grond te zetten” (zoals gepoogd met de schoolregels van het Pieter Nieuwland College, hierboven).
  • Als een klas niet de juiste werkhouding heeft, stel dan met de klas een lijst op met gewenst gedrag en een lijst met niet-gewenst gedrag. Noteer de uitkomsten voor iedereen zichtbaar (groen gewenst, rood ongewenst). Als de lijst is vastgesteld geef je aan dat het de bedoeling is dat iedereen zich hier voortaan aan houdt. De tijd die jij hieraan besteedt met de klas verdien je later terug doordat de leerlingen daarna gerichter aan het werk gaan. Het vastgestelde kader biedt daarvoor het ideale uitgangspunt. Doordat leerlingen zelf gewenst gedrag formuleren, is de stap om daar verantwoording voor te nemen voor hen kleiner. Nadat het gewenste gedrag is vastgesteld, kan iedereen elkaar hierop aanspreken.
  • Negatief geformuleerde regels brengen leerlingen op verkeerde gedachten: Blijkbaar zijn er leerlingen die deze regels overtreden, anders waren ze niet nodig. Formuleer je kader daarom positief. Gebruik bij het opstellen van een Kader uitsluitend positieve steekwoorden.
  • De ervaring leert dat men zich moeiteloos schikt in een gemeenschappelijk kader, mits de uitvoering van het Kader iedereen voordelen biedt en het voor iedereen geldt, inclusief de leiding.