1.3 Kader

Een Kader geeft docent en leerlingen algemene aanwijzingen voor gedrag. Door een duidelijk Kader ziet de docent direct of een leerling wel of niet aan de verwachtingen van het Kader voldoet. Door het Kader komt iedereen tot zijn recht en hoort iedereen erbij: Inclusief.

Een Kader geeft richtlijnen voor gedrag. Het beschrijft een na te streven ideaal. Tussen ideaal en praktijk zal altijd een zekere spanning bestaan. Als het Kader een gezamenlijk ideaal duidelijk en bondig vastlegt, is de kans groot dat iedereen zich eraan wil houden. Zo ontstaat wederzijds vertrouwen.

Het Kader geeft aan hoe wij schoolbreed ons het beste kunnen opstellen: vriendelijk, duidelijk. Iedereen is hierop aanspreekbaar. Een gevolg van het Kader is wederzijds vertrouwen en samenwerking.

Kinderen herkennen dat regels die het kwetsen van anderen voorkomen, morele regels zijn. Turiel definieert die regels als gerelateerd aan “rechtvaardigheid, rechten, en welzijn die voorschrijven hoe mensen met elkaar om horen te gaan”. Haidt (2012)

  • Nu beantwoorden:

    Dit gebruik ik tot op heden als kader:….

  • Thuis beantwoorden:

    Mijn toekomstige kader ziet er als volgt uit:……

Introductievideo

Stephanie Heeren aan het woord over het onderwerp Kader.

Nieuwsberichten op deze site over dit onderwerp

Relatie Kader tot de drie domeinen van Gert Biesta

Houd bij  de manier waarop je je onderwijs inricht het doel daarvan voor ogen:  Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming. Het inrichten van onderwijs begint met ‘orde maken’, vervolgens zoek je naar een manier om deze efficiënt in stand te houden. Een goed gekozen Kader is de verbindende schakel tussen (Orde Maken) én het bewaken van de orde (Orde Houden). Daardoor gaat alle aandacht naar het doel van het onderwijs n.l. dat jongeren zich op school ontwikkelen tot:

  • bekwame beroepsbeoefenaars (Kwalificatie)
  • actieve en verantwoordelijke burgers (Socialisatie)
  • unieke personen die verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en de wereld om zich heen (Persoonsvorming).

Daarmee geeft Vriendelijk orde houden vorm aan het credo van de Stichting Rapucation: ‘In het onderwijs willen wij een vriendelijke en duidelijke leeromgeving creëren, zodat talenten tot hun recht komen en iedereen kan zijn wie hij is.’

VOPO
In het VO is het Kader docentgestuurd. Bij een schoolbreed Kader is het aan te raden jouw persoonlijke en vakgerichte vertaling hiervan te geven. Bespreek aan het begin van het seizoen met de groep welk concreet gedrag bij jouw vak hoort en waarom dit (voor hen) van belang is.  Een nieuw type verstoring later in het jaar die je graag zien verdwijnen, bespreek je met de groep. Je rond dit gesprek af met een positief geformuleerde regel die vanaf dat moment blijft gelden.In het PO is het waardevol om jouw- of het aanwezige schoolbrede Kader samen met de leerlingen te vertalen naar concreet gedrag. Als de leerlingen deze positief geformuleerde klassenregels zelf hebben gemaakt, zullen ze sneller geneigd zijn om zich hiernaar te gedragen en zijn ze hier makkelijker op aan te spreken.

In het verloop van het schooljaar kun je deze lijst indien nodig aanvullen.

Voorbeelden van een Kader

Kader Vriendelijk orde houden

Het is een oproep om op een vriendelijke en duidelijke manier met elkaar om te gaan.

Kader Pieter Nieuwland College

Kader Bonhoeffercollege

Vervolg voorbeelden Kader

Inleiding kader

Allereerst verstaat Vriendelijk orde houden onder een Kader een mededeling aan de muur met simpele en duidelijk aanwijzingen voor gedrag b.v. Vriendelijk + Duidelijk. Met deze aanwijzingen is snel duidelijk welk gedrag wel en niet aan het Kader voldoet. Voldoet het gedrag niet aan het Kader dan stuur je dit gedrag aan- of bij.

Voorbeeldfunctie

Daarnaast toon je aan je leerlingen gedrag dat past bij het Kader: Je toont het door jou gewenste gedrag: vriendelijk + duidelijk.

Schoolbreed

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van dit onderwerp? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

Inhoud

  1. Samenhang met de overige onderwerpen
  2. Volgorde van werken
  3. Wel of geen kader
    3.1 Wel een kader
    3.3 Geen kader
  4. Toelichting kader
    4.1 Het effect van een kader
    4.2 Een kader vraagt de leerlingen afzien te zien van storend gedrag
    4.3 Kader als start van Vriendelijk orde houden
    4.4 Tegendeel kader
    4.5 Valkuil kader
    4.6 Kader en autoriteit
  5. Kader legt fundament
    5.1 Docent neemt initiatief voor kader
    5.2 School neemt initiatief voor kader
  6. Reikwijdte van een kader
    6.1 In de klas, maar ook daarbuiten
    6.2 Werkweken
  7. Opstellen kader
    7.1 Kader voor leerlingen én docent
    7.2 Kader opgesteld alleen voor leerlingen
  8. Verband tussen kader en schoolregels
    8.1 algemene toepasbaarheid schoolregels
  9. Kader in historisch perspectief
  10. Valkuilen
  11. Samenvatting Kader
  12. Tips

1 Samenhang met de overige onderwerpen

Een Kader is te vergelijken met een speelveld. Alles wat binnen het Kader valt is geoorloofd. Alles wat daarbuiten valt stuur je aan of bij met het Interventiepalet. Zo draagt een Kader bij aan een aantrekkelijk leerklimaat en filter je daarmee verstoringen uit de les.

Interventiepalet Vriendelijk orde houden

Het onderwerp Kader hoort zowel bij de gele (fundament) als bij de rode cirkel (aantrekkelijk leerklimaat)

Alle onderwerpen Vriendelijk orde houden

2 Volgorde van werken

Nog voor de eerste les hang je het Kader aan de muur. Met een nieuwe groep maak je eerst kennis. Dan bespreek je het Kader en stel je het vast.

3 Wel of geen kader

3.1 Wel een kader

Een kader biedt ‘Positieve vrijheid’ én structuur. Een Kader maakt iedereen duidelijk wat wel en niet de bedoeling is. Enerzijds geeft een Kader ruimte voor ontplooiing en anderzijds begrenst de manier van ontplooien. De grens bewaak je met het Interventiepalet (Orde Houden). Met een Kader vermindert je de noodzaak om aan- en bij te sturen (Orde Maken). Met een Kader haal je aan het begin van een seizoen een groot deel van de potentiële ruis uit je lessen.

3.2 Geen kader

Zonder kader is er naast ‘Positieve vrijheid’ ook sprake van ‘Negatieve vrijheid’. Er is dan ook ‘vrijheid van betutteling en belemmering’. Leerlingen onderling en ook docent en leerlingen kunnen elkaar dan in de weg zitten. Als je ‘negatieve vrijheid’ tolereert, zul je toch evengoed de orde moeten handhaven om te zorgen dat er een krachtige leeromgeving blijft bestaan. Het verschil is, dat je bij gebrek aan een Kader bij elk incident ter plekke beslist welk gedrag je corrigeert. Je neemt dan beslissingen die in de ogen van leerlingen willekeurig zijn. Daardoor kunnen jouw interventies omstreden zijn en ontaarden in conflicten.

4 Toelichting kader

Ik definieer moraliteit met wat het doet, liever dan te specificeren welke handelingen gelden als moreel.  Haidt (2012).

4.1 Het effect van een kader

Een goed Kader maakt iedereen duidelijk wat wel en niet mag. Het is jouw verantwoordelijkheid het Kader uit te leggen, dit te tonen in je gedrag (Toon gewenst gedrag) en het te bewaken (Interventiepalet). Door het Kader zie je direct welk gedrag je wel of niet moet bijsturen en snapt iedereen waarom je dat doet.
Een goed Kader brengt iets teweegbrengt waarvan iedereen direct het nut inziet. Daarom houden de meeste leerlingen zich aan het Kader.

Wie afwijkt van het Kader is hier in eerste instantie zelf verantwoordelijkheid voor. Bij gedrag dat afwijkt van het Kader is niet ingrijpen geen optie; een onbewaakt Kader is iedereen tot last. Een Kader gaat samen met het bewaken daarvan.

4.2 Een kader vraagt de leerlingen af te zien van storend gedrag

De achterliggende gedachte bij het instellen van een Kader is dat je de leerlingen vraagt om af te zien van drie vormen van verwerpelijk gedrag:

  1. Anderen beledigen
    Op school krijg ik de kans mijn eigen leven vorm te geven als ik mij houd aan twee eenvoudige aanwijzingen: vriendelijk en duidelijk. Om mijn eigen leven vorm te kunnen geven zie ik ervan af anderen te beledigen.
  2. Handelen zonder inmenging van anderen.
    Op school leer ik samenwerken. Dit vraagt van mij de bereidheid om mij zo nodig bij te laten sturen.
  3. Ingaan tegen het bestaande kader.
    Mijn school heeft een kader opgesteld waardoor iedereen meetelt. Het stelt ons in staat samen te werken, onze talenten te ontwikkelen en onze eigenheid te ontdekken. Om dit mogelijk te maken houd ik mij aan het kader en zal ik mij zo min mogelijk tegen het kader te verzetten.

Over de herkomst van deze opsomming: Deze vormen van verwerpelijk gedrag zijn geformuleerd na het lezen van een boek van Rob Wijnberg getiteld “Nietsche en Kant lezen de krant”. Wijnbergen (2011). Wijnbergen gaat in zijn boek, in op de door Nietzsche benoemde altijd aanwezige machtsstrijd. De kunst is om deze machtsstrijd vriendelijke, duidelijke en met open vizier te voeren.

In zijn boek spreekt hij over drie ‘rechten’. Bij dit onderwerp Kader is dat naast andere aanpassingen, veranderd in ‘vormen van verwerpelijk gedrag’.

Niet alle leerlingen zien direct af van verwerpelijk gedrag. Deze leerlingen stuur je bij want je neemt het door jou ingestelde Kader serieus, toont het zelf in je gedrag en je ziet het als jouw taak om dit te bewaken (Orde Houden).

4.3 Kader als start van Vriendelijk orde houden

Voordat je start met Vriendelijk orde houden in de klas bepaal je zelf een Kader. Laat je inspireren door de bovengenoemde voorbeelden. In de eerste les, nadat je hebt kennisgemaakt, bespreek je het door jou gekozen Kader, of het door de school bepaalde Kader, met de leerlingen.

4.4 Tegendeel kader

Bespreek het Kader ‘Vriendelijk + Duidelijk’ en leg uit waarom het een voorwaarde is voor:
– een aantrekkelijk leerklimaat waar je je goed kunt concentreren,
– vrijheid om keuzes maken en jezelf te kunnen toetsen (Leerlinggestuurde aanpak),
– een ruimte om samen te werken en elkaar indien nodig te helpen (Geef leerlingen invloed),
– een hechte en sociale groep.
Dan begrijpen de leerlingen waarom je het Kader bewaakt.

Het tegendeel van het genoemde Kader (onvriendelijk en onduidelijk) verdeelt de klas in groepen die elkaar buitensluiten. Met iemand die je onvriendelijk behandelt, wil je niet samenwerken en je wilt niet dat diegene jou helpt.

4.5 Valkuil kader

Wat Vriendelijk orde houden afraadt, is dat jij (of de school) al op voorhand precies de omgekeerde situatie van vrijheid installeert: een woud van knellende, sturende, concrete regels, die het gedrag kortwieken, zonder pedagogische waarde (in deze kale vorm) en die lang niet altijd passen bij de situatie met als excuus: “zo zijn hier nu eenmaal de regels”.

Nu volgen een aantal citaten van uit The righteous mind van Jonathan Haidt

Slechts één principe ten grondslag leggen aan een kader heeft een gevaar in zich:

Hij (David Hume) zag ook een diversiteit van deugden en hij wees pogingen van sommigen van zijn tijdgenoten af om moraliteit te reduceren tot één enkele deugd zoals ‘Vriendelijkheid”, of om alle deugden weg te doen en ze te vervangen door een paar morele wetten.Haidt (2012), Jonathan

Precies deze eenzijdige keuze voor vriendelijkheid is de valkuil die naar voren komt in de tekenfilm van Vriendelijk orde houden. Docent Koen kiest er in deze film voor om alleen vriendelijk te zijn.

In de uitzending van de VPRO Tegenlicht: 100 dagen voor de klas, kiest Tim den Besten ook voor deze benadering. Zie nieuwsbericht op deze site over deze uitzendingen.

Turiel, in contrast, defined morality as being about “justice, rights, and welfare.” But any effort to define morality by designating a few issues as the truly moral ones and dismissing the rest as ”social convention” is bound to be parochial. It is a moral community saying, “Here are our central values, and we define morality as being about our central values; to hell with the rest of you.

When you have a single clear principle, you can begin making judgments across cultures. Some cultures get a higher score than others, which means that they are morally superior.

That binding usually involves some blinding – once any person, book, or principle is declared sacred, then devotees can no longer question it or think clearly about it (Haidt (2012).

4.6 Kader en autoriteit

Als je leerlingen het nut inzien van het Kader, verlangen zij van jou dat jij het Kader bewaakt onder de voorwaarde dat jij je net als zij houdt aan het Kader. Plaat je jezelf buiten je eigen Kader, dan zullen jouw leerlingen jou het recht om het Kader te handhaven betwisten.

Leerlingen die de school als een gevangenis beschouwen zullen niet snel jouw goede bedoelingen herkennen en daarom jouw autoriteit betwisten. Vriendelijk orde houden vraagt van je stug vol te houden en de juiste stappen na elkaar te zetten.

5 Kader legt fundament

Een Kader geeft richting. Het beschrijft een ideaal waar iedereen het eigen gedrag steeds naar kan richten en aan kan toetsen of bijstellen. Het geeft iedereen een rechtvaardiging om elkaar voor gewenst gedrag te waarderen en op ongewenst gedrag aan te spreken. Het geeft je de rechtvaardiging en onderbouwing voor regels, concrete aanwijzingen, doelgerichte maatregelen waarmee je het gedrag van leerlingen bijstuurt (Tijdrovende opdracht) en voor procedures die deze maatregelen borgen (Protocol).

5.1 Docent neemt initiatief voor kader

Als jij vindt dat de school geen duidelijkheid Kader heeft, stel dan je eigen Kader op. Jouw Kader verwoordt dan de richting die jij als docent op wilt. Voordat jij je Kader inzet in je lessen bespreek je het met jouw leerlingen. Als jij van jouw Kader profiteert, bestaat de kans dat andere docenten jouw Kader overnemen.

5.2 School neemt initiatief voor kader

Idealiter wordt een kader schoolbreed ingesteld. De schoolleiding formuleert dan samen met de docenten een Kader en een Protocol.  Het Kader bepaalt de richting schoolbreed. In een gecoördineer­de actie presenteren alle docenten dit Kader aan de leerlingen en bespreken zij dit met hen. De schoolleiding ondersteunt de docenten als leerlingen zich niet late bijsturen met het Protocol.

6 Reikwijdte van een kader

Een Kader geldt voor iedereen; net zo goed voor jezelf als voor de leerlingen. Het is het ijkpunt en de toetssteen voor al het gedrag van elke leerling én jezelf. Als het Kader schoolbreed is ingesteld, dan geldt het voor alle leerlingen en het team, de schoolleiding en het Onderwijs ondersteunend personeel.

6.1 In de klas, maar ook daarbuiten

Een kader geldt in alle situaties die het bestrijkt. Dat is wel even iets om bij stil te staan. Als jij met je leerlingen een Kader afspreekt, dan geldt dat tussen jullie overal waar je volgens en namens de school verantwoordelijk bent voor de instandhouding van een aantrekkelijk leerklimaat, en waar de school dus van jou verwacht dat jij die handhaaft. Dat is natuurlijk tijdens jouw les en in jouw lokaal, maar ook bij ontmoetingen in de aula en de gangen, tijdens contact bij projecten en voorstellingen en excursies, bezoek aan schooltuinen en musea of een werkweek. Hieraan kun je zien dat het veel beter is een Kader schoolbreed in te stellen. Dan dragen alle collega’s hun steentje bij en kan iedereen elkaar hierop aanspreken.

6.2 Werkweken

Ook als het kader niet schoolbreed is vastgesteld, kun je je eigen kader (je ‘morele contract’ met je leerlingen) buiten je eigen les en klaslokaal overeind houden. Ten eerste voorkom je daarmee dat leerlingen zich buiten je les en lokaal buiten het Kader plaatsen en zich met rechtvaardiging gaan misdragen. Dat is iets wat je heel vaak ziet gebeuren. Een werkweek kan bij afwezigheid van een Kader snel ontaarden.

Ten tweede voorkom je dat er bij je leerlingen het beeld ontstaat dat het Kader slechts een betrekkelijke, beperkte waarde en werkelijkheid heeft, waardoor ook de werkzaamheid ervan binnen je les en lokaal vermindert.

Ten derde zou het Kader je ook buiten je eigen les en lokaal juist moeten helpen om het gedrag van je leerlingen te reguleren, anders schort er iets aan de formulering.

En ten slotte zou het Kader wegens zijn “vanzelfsprekende aanvaardbaarheid” óók een steun moeten zijn bij het reguleren van leerlingen die niet in jouw klas zitten – zelfs al zou iemand de woorden voor het eerst horen, dan nog zouden ze een direct appèl moeten doen op gewenst gedrag. Kortom, het is van groot belang dat je met je leerlingen afspreekt dat het Kader overal geldt waar jullie onder schoolverantwoordelijkheid bij elkaar zijn.

7 Opstellen kader

De formulering van een kader moet breed zijn, zo breed dat hij alle relevante aspecten van het gedrag in alle gegeven situaties omvat. Tegelijkertijd moet het echter zo bondig geformuleerd zijn, dat je er altijd gemakkelijk aan kunt denken en naar kunt verwijzen. De taal moet (daarom) ook goed aansluiten bij de doelgroep. Dat pakket van eisen is niet gemakkelijk verenigbaar. Daarom loont het de moeite om goed over de formulering na te denken.

Bij het opstellen van een kader zoek je naar aanwijzingen die richting geven voor gedrag en zoek je naar een richtlijn waar gedrag aan getoetst kan worden. Je zoekt naar aanwijzingen met een algemene strekking. Hoe duidelijker en bondiger het kader wordt geformuleerd, des te sneller kun je het uitleggen. Zo is de kans groot dat je leerlingen de aanwijzingen van het kader opvolgen.

7.1 Kader voor leerlingen én docent

Bij het opstellen van een Kader houd je rekening met de algemene geldigheid ervan. Het geldt zowel voor de leerlingen als voor jou.

7.2 Kader opgesteld alleen voor leerlingen

In zijn boek Lessen in orde bespreekt Teitler ook het gebruik van een kader (Teitler 2017). Hij schrijft daarover het volgende: “Houd daarbij in je achterhoofd een kader waaraan je het gedrag van leerlingen altijd kunt toetsen: Zó wil ik dat er gewerkt wordt: Optimaal en Ongestoord. Zó wil ik dat we omgaan met elkaar en het materiaal: Veilig, Vriendelijk en Verantwoordelijk.”

Zijn gebruik wijkt in enkele belangrijke opzichten af van het kader zoals wij dat hier bespreken. Ten eerste benoemt hij het als iets wat in het achterhoofd van de docent blijft. Daarmee kan het dus niet die belangrijke, zelfregulerende werking op de leerlingen hebben zoals een expliciet gemaakt en besproken kader dat wel kan.

Hij benoemt het ook als iets waaraan de docent het gedrag van leerlingen kan toetsen. Dat is op zichzelf prima, maar het gedrag van de docent blijft zo buiten schot. De kracht van het expliciet gemaakte kader is nou juist dat het werkt als een moreel contract tussen alle betrokkenen: tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en docent (vanuit de leerlingen gezien) en tussen docent en leerlingen (vanuit de docent gezien). Die wederkerigheid, die ‘eerlijkheid’, is juist een van de sterke, vertrouwen scheppende aspecten van het kader.

8 Verband tussen kader en schoolregels

Bij veel scholen hangt er aan de muur een lijst met schoolregels. Een schoolregel kan schools overkomen en daarom juist overtreding van de regel uitlokken. Als het Kader kort en bondig is én algemeen geldend, dan is het voldoende om alleen het Kader op affiches te tonen in de school.

8.1 algemene toepasbaarheid schoolregels

Een Kader stel je op met positieve steekwoorden. Schoolregels expliciteren deze steekwoorden. Let daarbij op de algemene toepasbaarheid van jouw schoolregels.

Als voorbeeld een bespreking van Kader en schoolregels van het Pieter Nieuwland College.

Het Kader van het Pieter Nieuwland College (zie link hierboven) is: “Aardig, waardig, vaardig”. Het is opgesteld met positieve steekwoorden.

Kader PNC

De afzonderlijke termen van het kader worden in de schoolgids aangevuld met een lijst schoolregels.

Op de site van het Pieter Nieuwland College stonden in 2019 de volgende regels. Nu volgt een bespreking door Vriendelijk orde houden van de algemene geldigheid van deze regels.

  1. Onder het kopje Waardig:

“Geen pet in school en geen jas in het lokaal” – Deze regel geld zowel voor leerlingen als voor docenten. Zou je deze regel niet opstellen, dan geef je leerlingen een vrijbrief om met pet en jas permanent een signaal uitzend te zenden: ik bepaal zelf wat ik doe, ik vind het hier niet leuk, als ik zin heb kan ik meteen de deur uitlopen. Omdat deze regel voor iedereen geldt, werkt deze ook goed.

  1. Onder het kopje Aardig:

“Wij volgen aanwijzingen van schoolpersoneel op.” In deze schoolregel staat vermeld voor wie deze regel geldt en hij benadrukt de gezagsverhoudingen. Daarom is het geen algemeen geldende regel en doet deze regel afbreuk aan het algemeen geldende kader.

  1. Onder het kopje Waardig:

“Wij vertonen geen pestgedrag richting medeleerlingen/docenten”. Deze schoolregel geeft (onbedoeld) aan dat docenten leerlingen ongestraft mogen pesten. Wellicht is deze aanpassing daarom zinvol: “Wij vertonen geen pestgedrag richting leerlingen/medeleerlingen/docenten” of misschien nog beter: “Wij vertonen geen pestgedrag.”

Door vriendelijk orde houden hoef je geen strijd meer te voeren met leerlingen.
3.22 Leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Door de grenzen af te bakenen weten de leerlingen dat ze elkaar kunnen vertrouwen. Een relatie opbouwen heeft niet alleen te maken met vriendelijk zijn, maar ook met duidelijk zijn.

9 Kader in historisch perspectief

Het is belangrijk dat iedereen profiteert van het Kader. Een ander woord voor Kader is imperatief, oftewel zedelijk gebod. De filosoof Kant noemt aanwijzingen voor gedrag van algemene strekking een categorisch imperatief. Een impera­tief is categorisch als het onvoorwaardelijk en onder alle mogelijke omstandigheden voor iedereen van kracht is.

“[Kant] merkt op dat een goede theorie over opvoeding een prachtig ideaal is, en dat het helemaal niet erg is wanneer we niet direct in staat zijn dat ideaal te realiseren. Je moet de idee erachter dan niet meteen als een hersenschim beschouwen, of als een mooie maar niet te verwezenlijken droom, juist als er allerlei hindernissen (in jezelf of van buitenaf) bij de uitvoering ervan optreden. En dan zegt hij: ‘Een idee is niets anders dan een begrip van een volkomenheid die in de ervaringswerkelijkheid nog niet wordt gevonden, bijvoorbeeld een volkomen volgens regels van de rechtvaardigheid geregeerde republiek! Maar is die daarom onmogelijk?’ In ieder geval is het zaak je idee helder te krijgen, om dan zo mogelijk de hindernissen uit de weg te ruimen.”  Visser (2017)

Net als Kant zoek je, of zoekt de school naar een Kader met algemene strekking.

10 Valkuilen

  • Een aanwijzing voor gedrag valt niet onder een kader als het een persoonlijke stelregel is (maxime).
  • Een aanwijzing voor gedrag die niet altijd of slechts onder bepaalde voorwaarden geldt, kan niet gebruikt worden voor een kader (hypothetisch imperatief).
  • Bij het maken van een kader is het de kunst om te voorkomen dat je anderen buitensluit.

11 Samenvatting Kader

Een Kader geeft als eerste richting ons eigen gedrag. Jij geeft het goede voorbeeld door  gedrag te tonen dat past bij het Kader. Profiteer nu van het feit dat leerlingen geneigd zijn jouw gedrag over te nemen. Als jij je gedraagt op een manier die past bij het Kader, zie je dat als vanzelf terug in het gedrag van je leerlingen. Bovendien jouw voorbeeldfunctie jou het recht om een leerling die gedrag vertoont dat niet past bij het Kader aan- en bij te sturen. De ervaring leert dat men zich moeiteloos schikt in een gemeenschappelijk Kader, mits dat voor iedereen voordelen biedt én als de leidinggevenden dit Kader bewaken.

12 Tips

  • Stel in een les gebeurt iets onverwachts dat de les verstoort. Als je wilt dat je leerlingen dit voortaan achterwege laten, wees daar dan duidelijk over. Maak aan het begin van de volgende les je leerlingen duidelijk wat niet de bedoeling is en hoe dat voortvloeit uit het Kader.
  • Je formulering van jouw Kader kan woorden bevatten waarvan niet alle leerlingen weten wat ze precies betekenen. Je kunt goede redenen hebben om die woorden toch te willen gebruiken, maar je zult die betekenissen dan wel goed moeten uitleggen bij de introductie van je Kader. (Bijvoorbeeld ‘waardig’ heeft een dubbele betekenis: “het waard zijn” en “van waarde zijn”. Je toont jezelf “het waard” om door anderen verrijkt te worden met leerzame ervaringen door je daarnaar te gedragen. Je bent “van waarde” voor anderen door hen te laten delen in alles wat je te bieden hebt en door anderen niet te storen of te hinderen in hun toegang tot leerzame ervaringen. Het woord ‘vaardig’ heeft in de schoolcontext een dubbele uitleg: “vaardig worden” is enerzijds de reden voor het verblijf op school, anderzijds is het een voorwaarde om aardig(er) en waardig(er) te kunnen zijn – iets waar je dus ook aan kunt werken.
  • Als je het Kader bespreekt, zoek dan naar concrete aanknopingspunten met de termen die deel uitmaken van het kader om deze termen “op de grond te zetten” (zoals gepoogd met de schoolregels van het Pieter Nieuwland College, hierboven).

Negatief geformuleerde regels brengen leerlingen op verkeerde gedachten: Blijkbaar zijn er leerlingen die deze regels overtreden, anders waren ze niet nodig. Formuleer je Kader daarom positief. Gebruik bij het opstellen van een Kader uitsluitend positieve steekwoorden.