1.9 Leerlinggestuurd onderwijs

Voor een deel stelt een leerling zelf doelen en realiseert deze met hulp van medeleerlingen en deskundigen. De docent stelt zich op als coach. Zo komen individuele talenten aan het licht die vragen om individuele beoordeling. Daarnaast krijgen de leerlingen uniforme opdrachten met centrale toetsing.

 “Ik bereid een omgeving voor waarbij mijn leerlingen een onderwerp kiezen en bepalen op welke manier ze daarmee aan de slag gaan. Ik raad ze aan daarbij hun medeleerlingen of deskundigen te raadplegen. Zelf stel ik als coach vooral vragen. Voorafgaande aan de eindpresentatie vraag ik aan een leerling zichzelf een cijfer te geven. Wat betreft de basisstof gebruiken mijn leerlingen een app om op een zelfgekozen tijdstip te controleren of ze deze beheersen.

De Amerikaanse psycholoog bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Deze vraag is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een nieuwe beweging. Over een nieuw realisme. Want niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen (Bregman (2019).

  • Nu beantwoorden:
    Hoe gaf ik tot op heden mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?
  • Thuis beantwoorden:
    Hoe geef ik in de toekomst mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Introductie

Leerlinggestuurd onderwijs. 

Nieuwsberichten op deze site over dit onderwerp

Relatie Leerlinggestuurd onderwijs tot de drie domeinen van Gert Biesta

Het inrichten van onderwijs begint met orde ‘maken’. Vervolgens zoek je naar een manier om deze efficiënt in stand te houden (Orde Houden). Als je succesvol orde maakt, verdwijnt de neiging van leerlingen om deze orde te verstoren. Mocht het toch nodig zijn orde te houden, dan geef je op een vriendelijke en duidelijke manier jouw grenzen aan. Zo kan iedereen zich concentreren, samenwerken en staat het doel van het onderwijs centraal: Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming.

Intrinsiek motivatie ontstaat als leerlingen keuzes maken en daarmee aan de slag gaan. Daarmee geeft Vriendelijk orde houden vorm aan het credo van de Stichting Rapucation: In het onderwijs willen wij een vriendelijke en duidelijke leeromgeving creëren, zodat talenten tot hun recht komen en iedereen kan zijn wie hij is.

Voorbeelden van Leerlinggestuurd (vraaggestuurd) onderwijs.  De vraag daarbij is: Hoe stuur je zelfsturing?

Het Jan Arendtz in Alkmaar: Onze identiteit, gevormd in het verleden, krijgt een eigentijds antwoord. Ons onderwijs voldoet aan de volgende ‘pijlers’:
. Onze leerlingen ervaren voldoende Autonomie.
. Er wordt recht gedaan aan en rekening gehouden met Verschillen tussen leerlingen.
. De leerlingen ontvangen tijdig en duidelijke Feedback.
. De leerlingen ervaren dat het onderwijs, dat ze genieten, Betekenisvol voor hen is.
. Dit alles zorgt ervoor dat ze met Plezier naar school gaan.

Voordat het team van het Jan Arendts een verandering doorvoert, lopen ze eerst na of de verandering recht doet aan hun pijlers.

Meer voorbeelden:

Inleiding leerlinggestuurd onderwijs – schoolbreed

Zowel met leerlinggestuurd- als met docentgestuurd onderwijs is het mogelijk je leerlingen vorderingen te laten maken. Combineer in jouw lessen beide stijlen.

Aan dit hoofdstuk ligt enerzijds de gedachte ten grondslag dat leerlingen (voor een deel) zichzelf kunnen opvoeden. Jij neemt de rol aan van tuinman: Je zorgt voor de juiste omstandigheden: mest, voldoende licht en optimale omstandigheden. Je snoeit en houdt ongedierte weg. Maar de planten in jouw lokaal groeien volgens een eigen innerlijk plan. Je kunt hun groeiproces niet versnellen door ze uit de grond te trekken. Als je ze rustig laat groeien verloopt de groei organisch. Een voorwaarde voor Leerlinggestuurd onderwijs is dat je geïnteresseerd bent in je leerlingen en je dat je je beperkt wat betreft sturing. Wel zorg je voor de juiste context: Jij biedt een context waarbinnen ze kunnen kiezen, verstrekt informatie, geeft suggesties en advies. Daarmee geef je je leerlingen de kans hun voorkennis verder te ontwikkelen.

Verder stel je je bescheiden op en zie je de leerling als een individu. In plaats van een verheven ‘sage on the stage’ ben je voor de leerlingen een aanspreekbare ‘guide on the side’. Daarmee maak je jouw leerlingen (voor een deel) eigenaar van hun eigen opvoeding.

Naast ‘tuinman’ kun je jezelf ook zien als de maker van een pedagogische context waarbij je zoekt naar een wederkerige pedagogische relatie met de leerlingen. In die relatie stel je leerlingen vragen en sta je open voor hun vragen.

Bij een leerlinggestuurde context nodig je leerlingen uit om zelf het initiatief te nemen en zelf doelen te stellen. Daarbij ben je niet alleen facilitator maar stel je ook vragen bij de activiteiten van leerlingen. Deze context leidt ertoe dat leerling en docent elkaar wederzijds kunnen verrassen met nog niet eerder behaalde resultaten. Jij bent niet de enige zender, ook de leerlingen zenden. Nieuwe initiatieven van leerlingen neem jij op in je aanbod voor de volgende cursus.

Voorbeeldfunctie

Tenslotte de kanttekening dat Leerlinggestuurd onderwijs staat of valt met goede orde. Daarom adviseert VOH te beginnen met  de onderwerpen Kader en Interventiepalet en om bij succes een stap verder te gaan met de onderwerpen Leerlinggestuurd onderwijs en Geef leerlingen invloed. Daarbij geef jij het goede voorbeeld en geef je richting aan de houding van leerlingen waarmee ze aan de slag gaan en waarbij ze jouw context aanvullen met  nieuwe ideeën. Deze wederkerigheid leidt tot een voortdurend groeiproces, ook van jou, en het voorrecht te mogen werken met autonome en intrinsiek gemotiveerde leerlingen.

Bij elke context, dus ook bij een leerlinggestuurde context, horen beperkingen: Wat mag wel en niet? Hoe bied je weerstand tegen impulsieve neigingen van kinderen? Hoe leer je ze om te gaan met het uitstellen van verlangens? Hoe je leerlingen dit in een aantal stappen duidelijk maakt lees je bij Interventiepalet

Citaat van Meirieu uit: De plicht om weerstand te bieden
Pedagogen laten kinderen niet over aan de natuur, waarbij ze zich inbeelden dat diezelfde kinderen dan spontaan een democratische samenleving zouden kunnen opbouwen – alles wijst inderdaad op het tegenovergestelde – , maar zij creëren situaties die zowel laagdrempelig als uitdagend zijn en waarin kinderen tegelijkertijd zowel kunnen leren wat hen is opgelegd als hun vrijheid kunnen verkennen.
Meirieu geeft aan dat projectonderwijs voor leerlingen een geschikte vorm is voor het verkennen van hun vrijheid Meirieu (2016).

Schoolbreed

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van dit onderwerp? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

Inhoudsopgave

  1. Wat stuurt de leerling aan?
    1.1 Vergelijking docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs
  2. Doelgroep
  3. Samenhang met de andere onderwerpen
  4. Volgorde van werken
  5. Toelichting Leerlinggestuurd onderwijs
    5.1 Kader
    5.2 Maak een plan van uitvoering (hele taak eerst)
    5.3 Zoek informatie, vraag hulp van deskundigen
    5.4 Werkhouding
    5.5 Beoordeling
    5.6 Inspiratie en naamgeving van dit onderwerp
    5.7 Praktijkvoorbeeld
    5.8 Raakvlakken
  6. Opbouw van de les
    6.1 Zelfwerkzaamheid
    6.2 Expertise uitwisselen tijdens frontaal lesgeven
  7. Leerling sturen zichzelf
    7.1 Leerstijl
    7.2 Coachen
    7.3 Minimumeisen die je stelt aan je leerlingen
    7.4 Talent
    7.5 Effecten leerlinggestuurd onderwijs
  8. Tegengeluiden
    8.1 Valkuilen
    8.2 Vergroten van de kans op succes
  9. Samenvatting Leerlinggestuurd onderwijs
  10. Tips

1 Wat stuurt een leerling aan?

Het antwoord is simpel: zichzelf. Waarom zou je een leerling zichzelf laten aansturen? Lees voor het antwoord de volgende citaten:

Nietzsche:
“De effectiefste manier om een jongeling in het verderf te storten: leer hem gelijkdenkenden meer te hoogachten dan de andersdenkenden”.
“Laat de jonge ziel op zijn leven terugblikken en de vraag stellen: wat heb je tot dusver waarlijk liefgehad, wat heeft je ziel aangetrokken, wat heeft haar beheerst en tegelijk gelukkig gemaakt? Zet deze dingen op een rij en misschien leveren zij, door hun aard en hun volgorde, een wet op, de fundamentele wet van je eigenlijke zelf.’

Prideaux (2018)

Hanna Holborn Gray:
“Onderwijs is niet bedoeld om mensen op hun gemak te stellen, het is ervoor bedoeld om ze te laten nadenken”. Lukianoff (2018), Greg

Van Jones:
Ik wil niet dat jullie ideologisch veilig zijn, ik wil niet dat jullie emotioneel veilig zijn. Ik wil dat jullie sterk zijn. Dat is iets anders. Ik ga het pad door de jungle niet voor jullie plaveien. Trek laarzen aan en leer om te gaan met tegenslag. Ik ben niet van plan de gewichten uit de gym te halen, daar gaat het juist om in de gym. Dit is gym.Lukianoff (2018), Greg

De manier waarop je leerlingen zichzelf laat aansturen geef je als  docent richting. Het nu volgende voorbeeld is in de praktijk gebracht door Johan ’t Hart gedurende drie jaar. Elke lesperiode (rapportperiode/blok) vroeg hij de leerlingen zichzelf aan te sturen met de volgende serie opdrachten:

  1. Kies een onderwerp
  2. Beschrijf je voorkennis.
  3. Bepaal je doel (Wat wil je aan jou voorkennis toevoegen?)
  4. Maak een plan van uitvoering.
  5. Zoek informatie en vraag hulp van deskundigen, klasgenoten of vraag hulp aan je docent.
  6. Presenteer de resultaten van de door jou gekozen open opdracht aan de docent. Schat voordat je de presentatie geeft in welk cijfer je zult krijgen. Na de presentatie vergelijkt de docent jouw cijfer met dat van hem of haar.  Over het verschil tussen beide cijfers gaan jullie in gesprek.
  7. Beoordeel de basisstof op een zelfgekozen moment met een app.
  8. Toon de resultaten die je behaalt met de app aan de docent tijdens zelfstandig werken.
  9. Aan het einde van de eerste periode beoordeel je het door jou gebruikte lesmateriaal en geef je suggesties voor verbetering. De docent kiest uit al jullie suggesties een aantal uit en gaat daarmee aan de slag.
  10. Bij de start van een periode beoordeel je in hoeverre het doel dat je vaststelde aan het begin van de voorafgaande periode is behaald. Aan de hand daarvan bepaal je de grootte van jouw doel voor de komende periode. Bij goede resultaten in de voorafgaande periode kun je een ambitieus doel stellen, bij mindere resultaten bepaal je een kleiner doel.  Op termijn leer je hierdoor jezelf in te schatten en krijgt je een reëel beeld van je capaciteiten.

1.1 Vergelijking docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs

In de nu volgende tabel staan de voor- en nadelen vermeld van twee uitersten: docentgestuurde- en leerlinggestuurde lessen (doorgaans is jouw les een combinatie van beide stijlen).

Docentgestuurd onderwijs
Leerlinggestuurd onderwijs
Hoeveel ruimte krijgen de leerlingen? Jij bepaalt het onderwerp van de les, geeft opdrachten aan de leerlingen, doceert, geeft instructie en bedenkt werkvormen.

Dit vraagt veel voorbereiding. Ook vraagt het veel aandacht van de leerlingen voor jou. (Ongewild) is ruimte voor leerlingen beperkt.

Op twee manieren bied jij leerlingen ruimte:

1 Jij bereidt onderwerpen voor en zet die online klaar. Leerlingen kiezen een door jou voorbereid onderwerp en gaan daarmee aan de slag en ronden dit af met een presentatie.

2 Aan het begin van een periode geef je aan welke basisstof je leerlingen aan het einde van de periode dienen te beheersen.

In beide gevallen bepalen de leerlingen op welk moment ze ergens mee aan de slag gaan. Zij ronden beide onderdelen af voor het einde van de periode.

Jouw rol is voornamelijk die van coach.

Motivatie Je geeft op een docentgestuurde manier les omdat je dit een efficiënte manier vindt om je leerlingen voor te bereiden op het eindexamen.

Je gaat ervan uit dat leerlingen jouw sturing nodig hebben om aan het werk te gaan.

Jouw leerlingen willen graag een goed cijfer (of een voldoende). Dat motiveert hen om aan de slag te gaan.

Je geef op een leerlinggestuurde manier les omdat je in wilt spelen op  vermogens en de wensen van je leerlingen en hen intrinsieke wilt motiveren.

Omdat jouw aanpak aansluit bij hun eigen wensen gaan leerlingen (ook thuis) verder met werken. Zelfs na een beoordeling blijven ze doorgaan. Dit doen ze uit eigen vrije wil, uit interesse voor jouw vak, omdat ze het onderwerp hebben gekozen.

Doordat je leerlingen zelf aan het roer staan en beslissingen nemen én doordat ze voldoende aandacht besteden aan de basisstof, verbeteren hun resultaten.

Aandachtspunten Er zijn altijd drie groepen leerlingen: de snelle groep, de middengroep en de langzame groep.

Bij docentgestuurde lessen richt je je op het gemiddelde niveau. Het is lastig om je lessen zo in te richten dat alle drie de groepen tot hun recht komen.

Je vraagt van  je leerlingen om op een serieuze manier aan de slag te gaan met twee soorten opdrachten

  1. zelf gekozen open opdrachten
  2. door jou vastgestelde gesloten opdrachten (basisstof)

Om je leerlingen ongestoord te laten werken geeft je direct een Kader aan. Leerlingen die zich niet houden aan het Kader stuur je bij met het Interventiepalet.

Je vraagt snelle leerlingen of ze langzame leerlingen willen helpen. Daarmee bied je de snelle leerling de ruimte van rol te wisselen; van de rol leerling naar die van docent. Uitleg geven is vooral leerzaam voor degene die uitleg geeft! Bovendien voorkomt deze samenwerking afvallers.

Voordat je start met deze aanpak, bereid je verschillende onderwerpen voor. Dit is vooral de eerste keer arbeidsintensief. Overweeg daarom programma’s met Artificial Intelligence te gebruiken zoals Leerlevels en Khan Academy (zie voorbeelden hierboven), of ga een samenwerkingsverband aan met andere leraren.

Gevolgen Leerlingen die moeite hebben met uniformiteit (vaak de slimste), verzetten zich hiertegen en verstoren de les.

Als je slaagt in je streven naar uniformiteit, zie je uniforme resultaten.

Je leerlingen zijn minder geneigd elkaar te helpen en doen alleen het hoogst noodzakelijke.

Nakijken is eentonig

Leerlingen maken alleen kennis met het deel van jouw vak dat jij aanbiedt

Leerlingen krijgen de ruimte een deel van hun leerproces aan te sturen waardoor hun intrinsieke motivatie toeneemt en er geen aanleiding is de les te verstoren.

Leerlingen verrassen je met uiteenlopende resultaten. Er ontstaat diversiteit (Engelse tuin zie foto hieronder)

Je leerlingen zien dat hun klasgenoten andere keuzes maken en komen daardoor op het idee om in een volgende periode dat onderwerp zelf te kiezen. Er ontstaan trends en groepen met verschillende expertises. Door samenwerking te stimuleren vindt uitwisseling van kennis plaats. Leerlingen ontdekken steeds nieuwe manieren om met jouw vak aan de slag te gaan.

Als leerlingen meerdere keren doelen vaststellen en realiseren, zijn ze na verloop van tijd ook op andere vlakken  in staat om doelen te formuleren en te realiseren.

Twee beelden verduidelijken het verschil tussen deze twee typen van onderwijs Een weide met alleen raaigras. Andere planten lukt het niet om in een weide met raaigras te groeien. Een gevarieerde Engelse tuin met veel verschillende soorten planten.
Docentgestuurd onderwijs - visualisatie
Leerlinggestuurd onderwijs - Visualisatie

2 Doelgroep leerlinggericht onderwijs

Docenten en leerkrachten die met hun leerlingen Leerlinggericht onderwijs willen vormgeven zijn de doelgroep. Bij de cursus Vriendelijk orde houden ervaren zij hoe het is om op op een vraaggestuurde manier te werken. De cursusleider heeft dan de rol van coach.  Hoe profiteer je tijdens deze cursus van vraaggericht onderwijs? Cursistgerichte cursus.

Vriendelijk orde houden hoopt dat cursisten en zittende docenten kiezen voor Leerlinggestuurd onderwijs en stelt hen met dit onderwerp in staat hun onderwijs aan te laten sluiten bij de wensen van hun leerlingen. Belangrijk is dat ze daarbij genoeg aandacht besteden aan de minimumeisen die de overheid stelt aan het onderwijs (basisstof).

Het onderwerp Leerlinggestuurd onderwijs biedt structuur waarmee je binnen jouw onderwijs je leerlingen de ruimte geeft een eigen richting in te slaan én zorgt er daarnaast ook voor dat jouw leerlingen de basisstof beheersen.

3 Samenhang met de andere onderwerpen

De twee onderwerpen Leerlinggestuurd onderwijs en Geef leerlingen invloed dragen bij aan een aantrekkelijk leerklimaat en horen daarom bij de rode cirkel die staat voor: ‘Neem met een aantrekkelijk leerklimaat de lust tot verstoren weg.’ Het onderwerp Leerlinggestuurd onderwijs, gaat in op persoonlijke keuzes en het onderwerp Geef leerlingen invloed gaat in op groepsprocessen en verantwoordelijkheden die leerlingen daarbij kunnen nemen.

De manier van werken die hierboven in de tabel staat beschreven bij (Leerlinggestuurd onderwijs) verhoogt de intrinsieke motivatie je leerlingen, ze hebt ‘zin om iets te leren’. Daarom hoort dit onderwerp thuis in de rode cirkel (aantrekkelijk leerklimaat). Met Leerlinggestuurd onderwijs te combineren met het stimuleren van samenwerking  (Geef leerlingen invloed) ‘maak’ je orde. Daarom zijn de genoemde onderwerpen onderdeel van het hoofdstuk Orde Maken. De verwachting is dat als leerlingen mogen kiezen én mogen samenwerken er minder aanleiding is om de orde te verstoren. Orde Houden is dan minder vaak nodig (blauwe cirkel en gele cirkel).

Alle onderwerpen van Vriendelijk orde houden

Alle onderwerpen Vriendelijk orde houden

4 Volgorde van werken

Ga eerst aan de slag met het aansturen en bijsturen van gedrag. Ga wat jouw eigen lessen na of deze voldoen aan deze eisen:

  1. Je kunt gedrag van je leerlingen succesvol bijsturen en je leerlingen kunnen zich goed concentreren.
  2. Je leerlingen behalen goede resultaten.

Als jouw lessen aan deze voorwaarde voldoen, start dan met Leerlinggestuurd onderwijs met als doel intrinsieke motivatie. Na de eerste periode/blok waarbij je leerlingen zelf onderwerpen kiezen, kun je in een tweede periode stimuleren dat je leerlingen hun expertise delen. Dat doe je met het onderwerp Geef leerlingen invloed.  Je leerlingen vervullen dan ook af en toe de rol van docent.

De route naar leerlinggestuurd onderwijs

5 Toelichting leerlinggestuurd onderwijs

Bij Vriendelijk orde houden beoordeel niet alleen jij de leerling, de leerling beoordeelt ook zichzelf. Daarnaast beoordeelt de leerling ook het lesmateriaal van de docent.

Doordat alle betrokkenen elkaar beoordelen deelt iedereen de verantwoording voor het gehele onderwijscontext. Deze betrokkenheid leidt tot verbetering  en verbreding van het lesaanbod.

Een leerling kan dit proces als volgt beschrijven:

Door te oefenen met de basisstof beschik ik over de nodige vakkennis. Door zelf een onderwerp te kiezen en rekening houdend met mijn voorkennis een doel te stellen, ben ik in staat onafhankelijk een eigen route te volgen. Doordat ik mijn presentatie samen met de docent beoordeel, krijg ik een reëel beeld van mijn capaciteiten. Als ik na een periode zelf het resultaat beoordeel, kan ik beter inschatten welk volgend doel haalbaar is. Zo krijg ik zeggenschap over (een deel van) mijn eigen leerproces”. Na elke periode geef ik aan of ik fouten heb ontdekt in het lesmateriaal en geef ik suggesties voor aanvullingen.

Na verloop van tijd constateer je dat jouw leerlingen:

  1. uit eigen beweging aan de slag gaan, taakgericht zijn en intrinsiek gemotiveerd,
  2. onderwerpen kiezen die aansluiten bij hun wensen op jouw vakgebied en een eigen leerstijl ontwikkelen,
  3.  in staat zijn om op eigen kracht hun talent te ontdekken,
  4. in staat zijn zowel zichzelf als jouw lesmateriaal te beoordelen,
  5. soms aan de slag gaan met voor jou nieuwe aspecten van jouw vak die jij dan op kunt nemen in de context die je aanbiedt.

Na een periode, ga je aan de slag met de suggesties van je leerlingen en verbeter je het bestaande lesmateriaal of breid je het aantal te kiezen opties uit. Zo voorkom je dat in volgende periodes de fouten in het bestaande lesmateriaal jou en je leerlingen blijven achtervolgen. Bovendien voeg je ontbrekende delen toe en stel je extra onderwerpen beschikbaar. Zo verbetert geleidelijk de kwaliteit en de breedte van jouw lesaanbod.

5.1 Kader Leerlinggestuurd onderwijs

Bij Leerlinggestuurd onderwijs is een ordelijk verloop van de lessen noodzakelijk. Dit lukt alleen als je leerlingen elkaar niet storen én als leerlingen zich verantwoordelijk voelen voor hun zelf gekozen taak en deze naar behoren uitvoeren.

Voordat je start met leerlinggestuurd onderwijs, bespreek je daarom eerst met je leerlingen het Kader ‘Vriendelijk + Duidelijk’ en leg je uit dat het Kader een voorwaarde is voor:
– een omgeving waar je je goed kunt concentreren omdat je elkaar niet stoort.
– een omgeving met vrijheid om keuzes te maken waarin je jezelf én het lesmateriaal beoordeelt.

Je leerlingen begrijpen dan waarom jij dit Kader namens hen bewaakt.

5.2 Maak een plan van uitvoering (hele taak eerst)

Aan het begin van een nieuwe periode, als je leerlingen een doel hebben vastgesteld, maken zij een tijdsplanning (hele taak eerst).

5.3 Zoek informatie, vraag hulp van deskundigen

Je leerlingen raadplegen het door jou voorbereide lesmateriaal. Daarbij raadplegen ze klasgenoten, deskundigen, ouders en kennissen. Bovendien kunnen ze online antwoorden zoeken op vragen.

Online vragen stellen

Stel een willekeurige vraag aan je leerlingen en laat ze het antwoord zoeken op internet. Wie het antwoord als eerste weet, vraag je hoe hij of zij het antwoord heeft gevonden. Dan mag die leerling zelfstandig gaan werken. De anderen krijgen een nieuwe vraag. Dit gaat door tot iedereen een keer als eerste iets heeft gevonden op internet. Zo vergroot je hun vaardigheden om zelf antwoorden te vinden

5.4 Werkhouding

Bij leerlinggestuurd onderwijs vraag je je leerlingen verantwoordelijk om te gaan met de door jou geboden ruimte én vraag je aan hen elkaar daarbij niet te storen. Ook geef je aan welke minimale inspanning je per periode van hen verwacht.

Als de leerlingen aan de slag gaan, herken je drie typen werkhouding.

  1. Er is een groep die niet aan het werk gaat.
  2. Er is een groep die zich beperkt tot de minimale inspanning.
  3. Er is een groep die de vrijheid benut om uit eigen beweging van alles te onderzoeken en te ontdekken.

Nu volgt een beschrijving van een aantal situaties die zich kunnen voordoen tijdens leerlinggestuurd onderwijs met daarbij vermeld hoe je daarop reageert:

  • Van de eerste twee groepen heb je als zij zich houden aan het Kader geen last, want dan storen elkaar niet. Als ze tegen de afspraak in anderen toch storen of afleiden, weet je uit ervaring hoe je dit bijstuurt (Interventiepalet).
  • Een leerling kijkt om zich heen maar doet niets. Dit kan te maken hebben met nog niet weten wat te doen. Misschien zit de leerling na te denken over de manier van beginnen. Geef deze leerling de ruimte om zich heen te kijken en inspiratie op te doen. Wellicht is dit efficiënter dan deze leerling direct onder druk en aan het werk te zetten met iets waar hij of zij geen zin in heeft. Het is (zowel aan het begin als in het midden van de periode) niet nodig om het ‘niet werken’ van deze leerling bij te sturen. Geen dwang én de vrijheid om alleen het minimale te doen brengt risico’s mee: het risico dat leerlingen hun tijd verprutsen. Daarnaast levert deze vrijheid ook kansen voor leerlingen om te ontdekken waar ze werkelijk in zijn geïnteresseerd. Verveling is hierbij een onderschatte kracht
  • Wees terughoudend met oordelen: Een leerling bestudeert iets wat volgens jou niets met jou vak te maken heeft. Stel een leerling wil een film gaan maken en bestudeert iets wat daarmee te maken heeft en benut de ruimte die jij hem of haar geeft. Als jij dit niet herkent als passend bij een van jouw opdrachten en je zou er iets van zeggen dan beperk je de ruimte die je eerder had gegeven. Ook in dit geval is het beter om (zowel aan het begin, midden als einde van de periode) niet bij te sturen.
  • De derde intrinsiek gemotiveerde groep behaalt direct goede en opmerkelijke resultaten. Vooral aan het begin en in het midden van een periode ben je druk bezig om deze gemotiveerde groep bij te staan en beoordeel je hun resultaten.
  • Leerlingen uit de eerste twee groepen zien dat de derde groep goed aan het werk is (voorbeeldfunctie). Voor hen kan dit betekenen dat ze bij de volgende periode het gedrag van de intrinsiek gemotiveerde leerlingen overnemen (zowel aan het begin, midden als einde van de periode).
  • Elke periode rond je af met een rapportcijfer. In het derde deel van een periode zie jij bij je cijferlijst wie onvoldoende resultaten heeft behaald. Je kondigt aan dat jij in de laatste deel van de periode leerlingen aandacht geeft die te weinig hebben laten zien.   Bovendien vraag je een aantal snelle leerlingen hen te helpen.

‘het vraag educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws in brengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.’ Biesta (2013)

5.5 Beoordeling

Bij deze link staat uitgebreid vermeld hoe de beoordeling in zijn werk gaat bij Leerlinggestuurd onderwijs.

5.6 Inspiratie en naamgeving van dit onderwerp

Uit onderzoek in Engeland blijkt dat ‘Formative assessment’ effectief is. Een artikel hierover staat aan de basis van dit onderwerp ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ van ‘Vriendelijk orde houden in de klas’: Assessment ARF beyond blackbox

De naam ‘Leerlinggestuurd onderwijs‘ is in gebruik sinds juli 2020. Voor die tijd was de naam van dit onderwerp (aansluitend bij het bovenstaande artikel) ‘assessment’. De term assessement kent veel definities en zorgde indertijd op deze site voor verwarring. De nieuwe naam van dit onderwerp Leerlinggestuurd onderwijs neemt deze verwarring weg. Bij deze naam past maar één vraag: Wat sturen de leerlingen aan? Daarom begint dit onderwerp met het door jou voorbereiden van een reeks opdrachten waar leerlingen een keuze uit maken en daarmee zichzelf aansturen.
Meer informatie over assessment? Clarke (2014) Shirley

5.7 Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurd onderwijs

De twee onderwerpen van deze site die te maken hebben met autonomie van leerlingen: Leerlinggestuurd onderwijs en Geef leerlingen invloed zijn gedurende drie jaar (2014-2017) in de praktijk gebracht door Johan ’t Hart bij het vak muziek. Deze praktijk is onderzocht door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer van het Prins Claus Conservatorium van Groningen.

Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muziekles

5.8 Raakvlakken

Vergelijkbare initiatieven en modellen die te maken hebben met Leerlinggestuurd onderwijs zijn ruimschoots voorhanden:

Self-Determination Theory

Vertaling van de Self-Determination Theory en aanknopingspunten met Vriendelijk orde houden.

High impact learning
bron van dit artikel: te-learning.nl

https://www.leraar24.nl/gip-model-in-het-speciaal-onderwijs/
Bij deze link meer informatie over het GIP-model. Met dit model stel je leerlingen in staat om zelfstandig te werken. Als iedereen vanuit een eigen motivatie zelfstandig met jouw vak bezig is, werkt dat verbroederend, inspirerend en kalmerend.

Leerlevels.nl

6 Opbouw van de les bij leerlinggestuurd onderwijs

Om alle aspecten van Leerlinggestuurd onderwijs tot hun recht te laten komen is zowel  ruimte nodig voor eigen initiatief en zelfwerkzaamheid, als tijd voor het delen van expertise met de hele klas (Geef leerlingen invloed).

6.1  Zelfwerkzaamheid

Bij Leerlinggestuurd onderwijs vraag je zelfwerkzaamheid van je leerlingen. De mate waarin leerlingen daartoe in staat zijn verschilt. Geef daarom opdrachten op maat. Als je leerlingen niet gewend zijn zichzelf aan te sturen, begin dan voorzichtig met het aanbieden van twee alternatieven. Als je leerlingen na verloop van tijd gewend raken aan het maken van keuzes, vergroot dan het aantal alternatieven en daarmee hun keuzevrijheid.  Tijdens het zelfstandig werken, ontwikkelen je leerlingen verschillende vormen van expertise.

Als je merkt dat een leerling om wat voor reden dan ook geen connectie heeft met de leerstof, help deze leerling dan op weg tot hij of zij genoeg weet om zelfstandig verder te gaan. Vaak gaat het om een eerste handreiking zodat ze verder kunnen.

Bij Leerlinggestuurd onderwijs merken leerlingen dat jij hun wensen serieus neemt. Dat verhoogt hun motivatie.

Nietzsche:
Om een dansende ster te baren moet je eerst chaos in je dragen. Gebrek aan consistentie, verandering van gedachte en een drang om te zwerven waren een kwestie van plicht. Een vaststaande mening was een dode mening, een vastbesloten geest een dode geest, minder waard dan een insect; hij zou vermorzeld moeten worden onder je voet en totaal vernietigd.
Prideaux (2018)

6.2 Expertise uitwisselen tijdens frontaal lesgeven

Tijdens frontaal lesgeven is de aandacht centraal. Dan is er ruimte om samen de individueel verkregen expertise te delen. Bied je leerlingen tijdens deze uitwisseling van expertise de ruimte om van rol te wisselen en in afwisseling oefeningen te leiden. Bedenk voor dit centrale deel interactieve werkvormen waarbij iedere leerling iets kan inbrengen (Geef leerlingen invloed)

7 Leerlingen sturen zichzelf

Je leerlingen gaan aan de slag en kiezen één van de door jou beschikbaar gestelde onderwerpen.

7.1 Leerstijl

Leerlingen hebben verschillende leerstijlen. Geef ze daarom de ruimte om zelf te bepalen op welke manier ze jouw vak bestuderen. Een aantal leerlingen zullen kiezen voor gesloten opdrachten en voor duidelijke structuur. Andere leerlingen gaan op onderzoek uit en kiezen voor open opdrachten. Zo ontdekt iedere leerling andere aspecten van jouw vak. Wie  ‘creatief’ wil zijn, krijgt daarvoor met Leerlinggestuurde onderwijs de gelegenheid. Daarnaast zijn er voor alle leerlingen werkzaamheden die te maken hebben met het verkrijgen van vooraf in de basisstof vastgestelde vaardigheden.

7.2 Coachen

Je stelt minimumeisen maar je dwingt je leerlingen niet tot uniformiteit. In plaats van van minuut tot minuut te bepalen wat iedereen doet, ben je meer coach. De belangrijkste uniformiteit die je vraagt, is dat je leerlingen elkaar niet storen. Geef daarom in dat opzicht het goede voorbeeld en wees altijd vriendelijk en duidelijk (Toon gewenst gedrag). Daarnaast geef je je leerlingen de ruimte om (een deel van) hun leerproces aan te sturen en maak je hen  eigenaar van hun leerproces. Je nodigt je leerlingen uit om in hun eigen tempo aan het werk gaan. Zo voelt jouw vak voor hen aan als een avontuur en jij laat je verrassen door hun hun resultaten.

7.3 Minimumeisen die je stelt aan je leerlingen bij leerlinggestuurd onderwijs

Je vraagt elke periode steeds het volgende van je leerlingen:

  1. stoor niemand,
  2. test de basisstof met je app, als het lukt, laat het zien aan de docent,
  3. presenteer het door jouw gekozen onderwerp aan de docent.

Met het stellen van de eerste eis help je je leerlingen zich sociaal op te stellen.

Met het stellen van de tweede en derde eis geef je aan wat je van je leerlingen verwacht op jouw vakgebied. Daarbij bepalen jouw leerlingen zelf de manier waarop ze zich inzetten.  Weinig inspanning hoe in dit geval niet te betekenen dat een leerling afvloeit naar een ander schooltype. Die beslissing is naast inzet ook afhankelijk van talent.

Dat levert zowel voor de leerling als voor de docent voordelen op. Bij de kleine groep leerlingen die onderpresteren, hebt de tijd om uit te zoeken waarom dat zo is. Een reden voor onderpresteren kan zijn: ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap, niet weten hoe te beginnen of geen aanleg voor de gevraagde vaardigheden. Onderzoek waarom de leerling niet optimaal functioneert of laat de leerling ondersteunen  door een snelle leerling.

Vergeet niet deze link te bekijken met uitgebreide informatie en achtergronden bij de beoordeling bij een leerlinggestuurd onderwijs

7.4 Talent

Het is goed je te realiseren dat er twee typen talent zijn: ‘Al aanwezig talent’ en ‘potentieel talent’:

  • Al aanwezig talent
    Bij het onderwerp Kennismaken adviseert Vriendelijk orde houden om aan het begin van het jaar te onderzoeken wat jouw leerlingen al kunnen op jouw vakgebied. Speur naar talent, bied leerlingen met al aanwezig talent de kans om direct het voortouw te nemen in je lessen en geef ze de kans hun klasgenoten te helpen. Doe je dit niet, dan voelen getalenteerde leerlingen zich bij jouw lessen miskend.
  • Potentieel talent
    Doordat je leerlingen steeds nieuwe onderwerpen kiezen, krijgen ze de kans te ontdekken of ze voor nieuwe onderwerpen talent hebben.

7.5 Effecten Leerlinggestuurd onderwijs

Met hun kennis en intrinsieke motivatie inspireren je leerlingen jou en inspireren ze elkaar. Leerlinggestuurde onderwijs brengt je leerlingen in contact met meerdere aspecten van je vak, zodat ze nieuwe wegen inslaan en nieuwe ontdekkingen doen. Zo krijgen ze de kans hun talenten te ontdekken. Er ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat. Jij werkt met een enthousiaste hechte groep die het fijn vinden om bezig te zijn met jouw vak.

Talent heeft de tijd nodig om te ontwikkelen en vereist voortdurend ruimte om te mogen kiezen. Talent openbaart zich geleidelijk bij jouw leerlingen. Als je de vergelijking trekt tussen een plantje dat klein begint en later uitgroeit tot een grote boom, dan werkt het averechts als je tijdens die ontwikkeling er bovenop zou gaan staan. Ook helpt het niet de jong scheut uit de grond te trekken! Laat je leerlingen rustig groeien en laat hen voornamelijk met rust.

8 Tegengeluiden

Als je aan de slag gaat met Leerlinggestuurd onderwijs, houd er dan rekening mee dat een aantal collega’s geen vertrouwen hebben in deze aanpak. Mogelijk zeggen ze: “Ik heb differentiatie vele malen om mij heen én bij mezelf zien mislukken”.

Ook de auteurs, Paul A. Kirschner , John Sweller & Richard E. Clark, van het artikel ‘Why Minimal Guidance During Instruction Does Not Work: An Analysis of the Failure of Constructivist, Discovery, Problem-Based, Experiential, and Inquiry-Based Teaching’, dat is te downloaden als pdf. hebben geen vertrouwen in experimenten waarbij je leerlingen de ruimte geeft. Om dit te onderbouwen combineren ze gegevens van vele onderzoeken.

8.1 Valkuilen Leerlinggestuurd onderwijs

  1. Wie onvoldoende ervaring heeft met aan- en bijsturen krijgt bij Leerlinggestuurd onderwijs te maken met ordeproblemen.
  2. Wie op voorhand Leerlinggestuurd onderwijs afwijst, zal de eerdergenoemde voordelen (zie ook bovenaan de ‘Vergelijking docentgestuurd en leerlinggestuurd’) niet leren kennen.

8.2 Vergroten van de kans op succes

Pas als je aan de slag gaat met Leerlinggestuurd onderwijs weet je of het bij jou past. Er is geen garantie op succes.

De kans op succes vergroot je door eerst met de handvatten van Vriendelijk orde houden te werken aan Kader en Interventiepalet. Het voornaamste doel is het verbeteren van de orde en de werksfeer en ervaring opdoen met aan- en bijsturen van leerlingen. Als dat lukt en de resultaten verbeteren, ontstaat ruimte om een omgeving voor te bereiden met keuzes voor leerlingen waarmee je leerlingen zeggenschap krijgen over (een deel van) hun eigen leerproces. Om jouw lesmateriaal steeds beter te laten landen, vraag je je leerlingen de door jou gemaakte lesstof te beoordelen. Zo ontstaat er geleidelijk een steeds beter functionerende leeromgeving met feedback van twee kanten. Jij geeft je leerlingen feedback en zij geven jou feedback. Jouw intrinsiek gemotiveerde leerlingen verrassen jou met steeds nieuwe invalshoeken zodat jij zelf steeds breder op de hoogte raakt van de jouw eigen vak.

Programma’s met Artificial Intelligence zoals Leerlevels en de Khan Academy ondervangen mogelijke bezwaren ten aanzien van de voorbereiding die voorafgaat aan Leerlinggestuurd onderwijs en wellicht ook van de auteurs van het bovengenoemde artikel. Bij AI volgt iedere leerling zijn eigen route en beschikt dan bij alle gekozen routes uiteindelijk over de benodigde basisstof met als groot voordeel dat AI een groot deel van het nakijkwerk van jou overneemt.

1.23 Iedereen is zelfstandig aan het werk.
1.46 Vraag je leerlingen als ze met een iPad werken om deze met het beeldscherm naar het centrum van de klas te richten. Zo zie je in een oogopslag wat ze doen op hun iPad. Dit sluit aan bij het thema ‘leren zichtbaar’. (Verwachtingsmanagement)
N.B. Er zijn programma’s waarmee je alle beeldschermen digitaal in een oogopslag kunt bekijken. Het nadeel daarvan is dat je zelf voortdurend naar een scherm zit te kijken en geen oog meer hebt voor wat er om je heen gebeurt.

Als je vriendelijk en duidelijk lesgeeft, ontstaat er rust in de klas. Zo krijg je de ruimte om allerlei werkvormen waarbij zelfstandig werken centraal staat uit te proberen en te vergelijken.

9 Samenvatting Leerlinggestuurd onderwijs

Bij Leerlinggestuurd onderwijs stellen leerlingen zelf doelen en bepalen ze zelf hoe ze te werk gaan. Dit geeft hen de mogelijkheid onderwerpen te kiezen die aansluiten bij hun voorkennis en leerstijl en leidt op termijn tot steeds meer intrinsieke motivatie. Jij neemt bij dit proces de rol aan van coach.

10 Tips

  • Gebruik de actualiteit als kapstok: voorbeeld voor het vak economie: salarissen voetbal, loononderhandelingen.
  • Maak voordat je leerlingen aan het werk gaan duidelijk wat jij van ze verwacht met Verwachtingsmanagement.
Credits
Gert Biesta – www.gertbiesta.comHet meedenken van Gert Biesta heeft bijgedragen aan de manier waarop dit onderwerp ‘Leerlinggerichte onderwijs’ nu is vormgegeven.
In een mail aan Johan ’t Hart schreef Gert Biesta in 2015:
‘Het vraagt educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws inbrengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.
Nick Sorensen – Bath Spa UniversityIn 2014 stuurde Nick aan Johan ’t Hart een artikel op over Assessment: Assessment-ARF_beyond_blackbox.pdf
Mede door dit artikel gaf Johan ’t Hart zijn muzieklessen vorm op de manier van assessment. Informatie over dit onderwerp was bij ‘Vriendelijk Orde Houden’ eerst te vinden bij het onderwerp ‘Assessment’, inmiddels is dit onderwerp hernoemd naar ‘Leerlinggestuurd onderwijs’. Bovenaan deze pagina staat bij ‘Voorbeelden’ een link naar het genoemde artikel over assessment.
Evert Bisschop-BoeleIn 2017 onderzocht Kees van der Meer op uitnodiging van Evert Bisschop-Boele de muziekpraktijk van Johan ’t Hart. De aanleiding voor het onderzoek was dat Evert in 2015 een stuk schreef in het tijdschrift Kunstzone dat inhoudelijk voor een groot deel samenviel met de plannen van Johan ’t Hart.
De vragen die Kees en Evert stelden aan Johan ’t Hart over zijn muziekpraktijk en over zijn leerlinggerichte aanpak, hebben hem inzichten gegeven waarmee dit onderwerp mede is vormgegeven. Daarvoor dank ik hem.
Het onderzoek is beschikbaar bij de voorbeelden bovenaan deze pagina: zie ‘praktijkvoorbeeld’
Jan Wolters – Voormalig stagebegeleider en vriend van Johan ’t HartIn gesprekken met Johan ’t Hart adviseerde Jan het onderwerp ‘Assessment’ voortaan ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ te noemen. Deze nieuwe naam past veel beter bij de inhoud en maakt het onderwerp toegankelijk voor docenten.