3. Lesinhoud

Lesinhoud is een van de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH). Enerzijds bieden docenten structuur en anderzijds geven zij leerlingen ruimte voor eigen initiatief. Wederzijdse beoordeling versnelt ieders ontwikkeling.

Aan de ene kant bied ik mijn leerlingen structuur en aan de andere kant stel ik ze in staat om daar op een vrije manier mee om te gaan. Mijn lessen veranderen geleidelijk doordat mijn leerlingen mij suggesties geven voor het verbeteren van het lesmateriaal.

“De Amerikaanse psycholoog bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Deze vraag is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een nieuwe beweging. Over een nieuw realisme. Want niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen”. Bregman (2019)

Nu beantwoorden

Hoe zorg ik nu voor een uitdagend lesaanbod?

Thuis beantwoorden

Hoe zorg ik in de toekomst voor een uitdagend lesaanbod?

Introductievideo Lesinhoud

Voorbeelden

Een uitdagende lesinhoud is een van de vijf invalshoeken die bijdragen aan een goede orde.

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud (deze pagina)
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen

Inleiding

De invalshoek Lesinhoud en de deelgebieden daarvan zijn te zien als losse modules. Met een of meer modules verzorg je een uitdagende lesinhoud en daarmee maak je orde.

De deelgebieden van deze invalshoek zijn:

  1. Vrijheid (Struktuur – gesloten opdrachten, Creatief – open opdrachten)
  2. Werkvormen (Docentgestuurd onderwijs, Leerlinggestuurd onderwijs, Samenwerken)
  3. Beoordeling

Hoe je ook lesgeeft, altijd bepaal jij de mate van vrijheid die je je leerlingen geeft en kies je voor bepaalde werkvormen. Naast de afspraken van de overheid/school/sectie, heb jij een zekere vrijheid in het bepalen hoe je je leerlingen beoordeelt.

VOH pleit ervoor om bij je voorbereiding van lessen zowel de behoefte van leerlingen aan structuur te betrekken als hun behoefte aan eigen initiatief. Tussen beide polen ontwikkelt een leerling zich en geeft jij ze de kans hun ontwikkeling een persoonlijk karakter te geven. Bij het verwerkelijken van hun eigen plannen stel jij je eerder op als coach dan als docent. Je helpt ze bij het plannen van hun werk en je stimuleert hun ontwikkeling. Daarbij verlies je niet uit het oog dat je ze een stevige basis geeft van vaardigheden en kennis.

Die stevige basis is nodig omdat ministerie van onderwijs bepaalt waaraan leerlingen aan het einde van hun schoolloopbaan moeten voldoen. De manier waarop je jouw leerlingen aan deze eisen laat voldoen, bepaal jij voor een groot deel zelf. Je kunt daarbij kiezen voor docentgestuurd onderwijs waarbij jij bepaalt wat iedereen op een bepaald moment doet, of je kunt ervoor kiezen leerlingen meer vrijheid te bieden bij de keuze waaraan ze werken met leerlinggestuurd onderwijs.

Keuzevrijheid is een middel om leerlingen te motiveren (Leerlinggestuurd onderwijs). Door samenwerking tussen leerlingen onderling te stimuleren betrek je hen bij de les (Samenwerken). Door de manier waarop je je leerlingen beoordeelt, beïnvloed je het uiteindelijke resultaat. Enerzijds beoordeel jij je leerlingen. Anderzijds geef je hen de kans jouw lesmateriaal te beoordelen. Met hun suggesties ter verbetering daarvan versnel je de ontwikkeling van jouw eigen manier van lesgeven (Beoordeling).

Ook als jij de basisstof bepaalt, is het mogelijk om leerlingen zelf laten bepalen wanneer ze aan de basisstof werken én stel je ze in de gelegenheid  zichzelf op een zelfgekozen moment met een app te beoordelen. Naast een stevige basis van kennis en vaardigheden zijn je leerlingen ook in staat hun werkzaamheden in te delen en verantwoordelijkheid te nemen. Bovendien krijgen ze inzicht in eigen kunnen. Voor leerlingen is het een extra stimulans als ze met met twee of meer leerlingen tegelijk de app in spelvorm kunnen gebruiken en daarmee hun resultaten onderling vergelijken.

Lees in dit verband op deze website het artikel over betekenisvol onderwijs en op de website van Kennisland een artikel over efficiency denken

Uit dit laatste artikel een citaat waaruit blijkt dat de manier waarop je je lesinhoud presenteert bijdraagt aan orde (je voorkomt symptoombestrijding).

Op welke manier geef je leiding aan verandering, zonder dat het eindresultaat al vaststaat?

“Bij de start van dit proces ontstond de metafoor: van georganiseerde reis naar trektocht. Dat is een manier van veranderen waarbij het heel belangrijk is dat je met elkaar een beeld schept van wat je ‘in het hier en nu’ doet. We hebben geen routekaart, maar we hebben ambities en een gedeeld beeld ontwikkeld van wanneer het goed is. We formuleren met elkaar uitgangspunten en leidende principes, van waaruit je kunt werken: alles wat daarbij past is goed. Op deze manier voorkom je bovendien symptoombestrijding.” 

Inhoudsopgave

  1. Belang van keuzes
    1.1 Wel keuzes
    1.2 Geen keuzes
    1.3 Starten met keuzes
  2. Vrijheid
    2.1 Structuur – gesloten opdrachten
    2.2 Creatief – open opdrachten
  3. Werkvormen
    3.1 Docentgestuurd onderwijs
    3.2 Leerlinggestuurd onderwijs
    3.3 Samenwerken
  4. Beoordeling
  5. Samenvatting
  6. Credits

1 Belang van keuzes

1.1 Wel keuzes

Als je leerlingen de kans geeft zelf te bepalen waaraan ze gaan werken en hoe ze gaan werken, kiezen ze iets dat past bij hun eigen niveau en gaan ze in een eigen tempo aan de slag. Daarmee betrek je alle leerlingen bij de les en maak je het onderwijs inclusief. Je vraagt daarbij aan het einde van een periode snelle leerlingen om langzame leerlingen te helpen. Als je alle keuzes die een leerling maakt bij elkaar optelt, maken deze van hem of haar een uniek persoon (Onderwijsdoelen: Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming).

1.2 Geen keuzes

Hoe minder keuzes je een leerling laat maken, hoe minder het onderwijs voor een leerling een persoonlijke tint krijgt.

Als je alle leerlingen vraagt om op hetzelfde moment hetzelfde te doen, krijg je onvermijdelijk te maken met niveauverschillen. Die verschillen komen schrijnend aan het licht. De ene leerling vindt een opdracht te moeilijk en een andere te makkelijk. Als jij tijdens het voorbereiden van een les rekening houdt met deze verschillen (omdat de opdracht voor iedereen is) en je kiest een middenweg wat betreft niveau, dan beperk je het lesaanbod. Je zoekt dan naar een gemiddelde waar iedereen iets mee kan. Maar hoe je het ook aanpakt: voor snelle leerlingen is de opdracht te makkelijk is, zij vervelen zich en de opdracht biedt hen geen uitdaging; Als de opdracht te moeilijk is, zorgt deze bij een minder snelle leerling voor problemen. Deze symptomen die bij deze aanpak zonder keuzes horen dien je dan weer te bestrijden.

Allemaal dezelfde opdracht

1.3 Starten met keuzes

Bij het voorbereiden van je lessen raadt Vriendelijk orde houden (VOH) aan om te zoeken naar mogelijkheden om leerlingen (een deel van) hun eigen ontwikkeling zelf vorm te laten geven. Dat maakt onderwijs voor leerlingen aantrekkelijker en persoonlijker en motiveert je leerlingen. Daarmee maak je orde. Nu volgen een aantal randvoorwaarden (vijf invalshoeken van VOH) waarmee je deze individuele aanpak ondersteunt:

Vriendelijk

Als je een nieuwe groep voor het eerst ziet, stel je dan vriendelijk op, ook al is de groep onrustig. Als je op hun onrust ook weer met onrust reageert, geef je op dat moment niet het goede voorbeeld.

+ Duidelijk

Als je voor de eerste keer de aandacht hebt van de groep, bespreek je direct het kader waarbij je aangeeft dat jij zelf gaat proberen vriendelijk en duidelijk te zijn. Als dat niet lukt, mogen jouw leerlingen je daarop aanspreken. Ook geef je aan dat jij omgekeerd van hen vraagt vriendelijk en duidelijk te zijn. Je laat weten dat je hen hierop aanspreekt als dat niet lukt.

+ Lesinhoud

Als het kader is vastgesteld en je hebt kennismaakt met je leerlingen, geef je aan dat je hen een zekere vrijheid geeft om zelf te bepalen wat ze gaan doen. Je vraagt je leerlingen dan om op een verantwoordelijke manier om te gaan met de door jou geboden vrijheid én je spreekt uit dat je er vertrouwen in hebt dat je de leerlingen van de vrijheid gebruik maken én verantwoordelijkheid nemen.

Als dit allemaal duidelijk is, en jij bent zowel vriendelijk als duidelijk, gaan je leerlingen met een zekere zelfstandigheid aan het werk.

+ Observeren

Jij kijkt hoe de leerlingen werken en geeft complimenten als leerlingen goed werken.

+ Aansturen en bijsturen

Je leerlingen begrijpen dat het noodzakelijk is dat jij , als een leerling de les verstoort, dit gedrag aanstuurt en/of bijstuurt.

Als je op deze manier lesgeeft, verandert je rol van docent in coach. Een cursist bedacht hiervoor het woord Motivatiecoach. Bekijk de Checklist voor motivatiecoach

2 Vrijheid

Hoe bepaalt een leerling wat voor volwassene hij of zij wil worden? Een leerling komt daar achter als je hem of haar de vrijheid geeft om zelf beslissingen te nemen en daarnaar te handelen. Leerlingen die zelf iets maken, zelf iets scheppen, kunnen daar trots op zijn. Eigenheid krijg je niet als je anderen navolgt.

Bied daarom je leerlingen een zekere vrijheid om keuzes te maken, om hun werkzaamheden in te delen en om deze te toetsen. Zo kan iedereen een eigen koers bepalen.

De scheppende kracht lijkt, vooral om middelbare scholen, op een zijspoor beland“. Michel Couzijn

De scheppingsdaad impliceert een scheiding. Iets wat verbonden blijf met de schepper is maar half geschapen. Scheppen is iets over laten nemen wat eerder niet bestond, en daarom is het nieuw. En het nieuwe is onscheidbaar van pijn, want het is alleen“. Berger (2021), John

Horace Greeley: Maak een man tot slaaf en je vernietigt zijn ambitie, zijn ondernemingszin, zijn vermogens. Lepore (2018), Jill

Hoe combineer je vrijheid met basisstof?

Bij het beroepsonderwijs valt de hoeveelheid stof die je moet behandelen nog mee. Bij het voorgezet onderwijs kan het voorkomen dat leerlingen zeven uur achter elkaar bij verschillende docenten dienen op te letten. Leerlingen hebben een een beperkte spanningsboog wat betreft aandacht. Als jij veel zendt en je leerlingen moeten lange tijd naar jou luisteren, dan roep je daarmee ordeproblemen op. Daarom pleit VOH ervoor om leerlingen min of meer zelfstandig met de basisstof te laten omgaan. Daarbij geef je ze de mogelijkheid om zelf:

  1. te bepalen hoe ze met hun eigen leerstijl met een vak aan het werk  gaan.
  2. te bepalen of ze met een gesloten opdracht of juist met een creatieve opdracht aan het werk gaan.
  3. een planning te maken van werkzaamheden.
  4. het moment te bepalen van toetsing met een app (zie Beoordeling).
  5. iemand te kiezen om mee samen te werken.

Los daarvan spreek je met de hele groep een moment af voor een centrale toets. Daarmee voorkom je dat je leerlingen alle kanten op gaan en dat jij het overzicht kwijtraakt wat betreft kennis en vaardigheden.

2.1 Structuur – gesloten opdrachten

Bij gesloten opdrachten bedenk jij de opdracht, jij structureert. Hoe laat je gesloten opdrachten samen gaan met vrijheid?

  1. De leerling bepaalt zelf het moment van werken aan een gesloten opdracht.
  2. De leerling toetst zichzelf met een app of laat zich door een andere leerling overhoren. Zo krijgt iedere leerling een reëel beeld van het eigen niveau.
  3. De leerling kiest zelf iemand uit om mee samen te werken.
  4. De leerling maakt een planning van het werk om op tijd klaar te zijn voor de centrale toets.

2.2 Creatief – open opdrachten

De leerling bedenkt zelf de opdracht en de manier van uitvoeren. Leerlingen ronden open opdrachten af met een presentatie. Zowel de leerling als jijzelf beoordeelt de presentatie en samen vergelijken jullie de cijfers. Jij bepaalt het uiteindelijke cijfer.

Zie beoordeling

3 Werkvormen

Vriendelijk orde houden (VOH) maakt onderscheidt tussen leerlinggestuurd- en docentgestuurd onderwijs. Elementen van beide stijlen zijn doorgaans in één les terug te vinden. Jij bepaalt zelf bij welke stijl het accent ligt. Door jezelf af te vragen waar je het accent wilt leggen (bij leerlinggestuurd of bij docentgestuurd) en door je af te vragen: “Bij welke vorm van beoordelen leren mijn leerlingen het meest, of bij welke vorm van beoordelen leer ik als docent het meest” deel je de regie van de les met je leerlingen en gebruik je hun adviezen om je lespraktijk voor iedereen aantrekkelijk te maken. Met deze manier van werken maak je orde. Jouw lessen zijn zo aantrekkelijk dat je leerlingen er niet aan denken deze te verstoren.

3.1 Docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs (ook wel formeel leren) ligt het initiatief om aan de slag gaan met een vak bij de docent. Denk hierbij aan een start van de les met frontaal lesgeven waarna je leerlingen met een gerichte opdracht van jou aan de slag gaan. Bij docentgestuurd onderwijs horen zowel open opdrachten als ook gesloten opdrachten. Die laatste zijn centraal te toetsen.

5 Samenvatting

Een gevarieerd lesaanbod met keuzes voor leerlingen en mogelijkheden om zichzelf te toetsen vereist voorbereiding en een goede begeleiding door de docent / Motivatiecoach tijdens de les.

Op termijn betaalt deze voorbereiding, samen met het coachen van je leerlingen tijdens de les, zich terug met intrinsiek gemotiveerde leerlingen, een goede sfeer, een hechte groep en goede prestaties.

6 Credits

Gert Biesta Gert Biesta heeft ideeën aangedragen voor de invalshoek Lesinhoud van VOH. Zijn drie domeinen komen terug bij het onderdeel Onderwijsdoelen. Ideeën uit zijn boek ‘The beautiful risk of education’ Biesta (2013), Gert J. J. zijn verwerkt bij Leerlinggestuurd onderwijs.

 In een mail aan Johan ’t Hart schreef Gert Biesta in 2015:
‘Het vraagt educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws inbrengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.