3.3 Beoordeling

De manier waarop docenten en leerlingen elkaar beoordelen, heeft invloed op het hele onderwijsproces.

Uiteraard beoordeel ik mijn leerlingen. Daarbij zoek ik naar manieren van beoordelen die bijdragen aan de intrinsieke motivatie van mijn leerlingen. Op mijn beurt vraag ik aan mijn leerlingen om mijn stijl van lesgeven en mijn lesmateriaal te beoordelen.

In opdracht van UNICEF Nederland heeft het Trimbos-Instituut samen met Stichting Alexander en de Universiteit Utrecht, onderzoek gedaan in welke mate jongeren spanning of stress ervaren en op welke (positieve) manier zij hier zelf mee om gaan. Het onderzoek ‘Geluk onder Druk?’ geeft voor het eerst landelijke cijfers over stress, prestatiedruk en in hoeverre jongeren prestaties vergelijken met die van anderen. Op basis van het onderzoek wordt geadviseerd te investeren in het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren, zowel thuis als op school. Daarnaast pleit UNICEF om samen met jongeren te bekijken hoe de schooldruk kan worden verlaagd, voor een schoolklimaat waarin leerlingen gezien worden, zichzelf kunnen zijn en hulp kunnen vragen en voor meer dialoog. Citaat uit een artikel genaamd ‘Staat het geluk van de Nederlandse kinderen onder druk?’

Nu beantwoorden

Hoe beoordeel ik nu mijn leerlingen?

Thuis beantwoorden

Hoe beoordeel ik in de toekomst mijn leerlingen?

Voorbeelden

Inleiding

Beoordeling is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden en is te zien als een losse module. Met deze module krijgt iedereen de kans elkaar te beoordelen en daarmee maak je orde.

Als je kiest voor het meer vrijheid geven aan je leerlingen vraagt dat om een andere manier van beoordelen. Omdat je leerlingen niet meer allemaal hetzelfde doen, of wel hetzelfde doen maar dan op een ander moment, is een gezamenlijke toets niet meer vanzelfsprekend. Toch is het jouw verantwoordelijkheid om je leerlingen voor te bereiden op het examen. Misschien lijkt het lastig om deze beide elementen te combineren: vrijheid en voldoen aan eisen. In deze module laten wij zien dat dit wel degelijk mogelijk is.

De nu volgende vier vragen helpen je op weg bij het veranderen van jouw manier van beoordelen. Beantwoord eerst deze vragen voordat je begint met het uitwerken van jou nieuwe manier van beoordelen.

vraag 1. Onderwijsdoelen

Hoe beoordeel je naast Kwalificatie de onderwijsdoelen Socialisatie en Persoonsvorming? Geef je voor Socialisatie en Persoonsvorming cijfers (de drie domeinen van Biesta)? Deze drie vragen komen dan bijvoorbeeld naar voren:

  1. In hoeverre is deze leerling gekwalificeerd? (Kwalificatie)
  2. Hoe functioneert deze leerling in de groep? (Socialisatie)
  3. In hoeverre geeft deze leerling blijk van persoonsvorming? (Persoonsvorming)

vraag 2. Omgaan met verschillen

Bij deze afbeelding waarbij verschillende dieren de boom in gaan klimmen, is duidelijk te zien dat niet iedere dier dezelfde capaciteiten heeft. Hoe ga je in lessen om met verschillen in capaciteit tussen leerlingen? Houd je tijdens het beoordelen rekening met deze verschillen? Hoe zorg je ervoor dat jouw manier van beoordelen ervoor zorgt dat jouw leerlingen minstens aan de minimumeisen voldoen?

vraag 3. Docentgestuurd- of Leerlinggestuurd onderwijs

Lees meer over het verschil tussen docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs.

Voor een deel bepalen het ministerie van onderwijs, jouw school of jouw sectie welke lesstof je presenteert en kennis jij overdraagt. In hoeverre bepaal jij zelf hoe je de lesstof aan je leerlingen presenteert? Welke werkvormen kies bij het behandelen van de lesstof? Hoe draag je kennis over? Kies je voor docentgestuurde onderwijs met daarbij frontale lessen of voor leerlinggestuurd onderwijs met daarbij zelfstandig werken. Welke rol speelt beoordeling in beide situaties? Bij zowel docentgestuurd onderwijs als bij leerlinggestuurd onderwijs de vraag:

  1. Hoe vrij kun je leerlingen laten als ze werken aan de basisstof?
  2. Hoe coach je leerlingen als ze aan het werk zijn met zelf gekozen onderwerpen en hoe beoordeel je dan hun resultaten op een manier die hen ondersteunt bij hun eigen leerproces?

Hoe coach je zelfsturing?

vraag 4. Wederzijdse beoordeling – gelijkwaardigheid

De eerdere vragen hebben betrekking op het door jou beoordelen van leerlingen. Geef jij jouw leerlingen de kans om jouw lesmateriaal en jouw stijl van lesgeven te beoordelen? (Deze link gaat naar: Leerling beoordeelt docent)

Beoordeling is een module die hoort bij de invalshoek Lesinhoud.

Bekijk het overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoudsopgave

  1. Belang van beoordeling
    1.1 Starten met een nieuwe vorm van beoordelen
  2. Docent beoordeelt leerling
    2.1 Behandel je leerlingen als gelijken
    2.2 Beoordeling bij docentgestuurd onderwijs
    2.3 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs
    2.4 Leerling beoordeelt in hoeverre het gestelde doel is behaald
    2.5 Hoe betrek je de inspanning van een leerlingen bij de beoordeling?
    2.6 Docent stelt leerling open vragen
    2.7 Speuren naar talent
    2.8 Valkuil accent op docentgestuurd of leerlinggestuurd
  3. Leerling beoordeelt docent
    3.1 App waarmee je leerlingen om feedback vraagt
    3.2 Leerlingen beoordelen jouw stijl van lesgeven
    3.3 Leerlingen beoordelen de lesstof
    3.4 Jij gaat aan het werk met feedback van je leerlingen
  4. Docent beoordeelt zichzelf
  5. Beoordeling van basisstof met app
    4.1 Apps met of zonder verbinding met internet
    4.2 Op tijd aan het werk met de basisstof
    4.3 De langzame groep
    4.4 Centrale proefwerk
    4.5 Kunstmatige intelligentie
  6. Bonuspunt voor leerling een andere leerling helpt
  7. Praktijkvoorbeeld leerlinggericht onderwijs bij het vak muziek
  8. Vinkjes: Rapportcijfers baseren op hoeveelheid afgeronde opdrachten
  9. Beloning en waardering inzetten om het onderwijsproces te versnellen
  10. Samenvatting

1 Belang van beoordeling

Beoordeling bepaalt doorgaans of iemand ergens voor gekwalificeerd is. Beoordeling heeft meer effect als deze:

  1. wederzijds is en in dienst staat van de ontwikkeling van alle betrokkenen (docent en leerlingen).
  2. aanvoelt als persoonlijke begeleiding of coaching.
  3. ervoor zorgt dat wij (docent en leerlingen) actief met de lesstof bezig zijn en blijven.

1.1 Starten met een nieuwe vorm van beoordelen

De nieuwe vorm van beoordelen gaat samen met het door jou voorbereiden van keuzemomenten voor leerlingen zodat zij een eigen koers kunnen uitzetten. Om de zoveel tijd vraag je aan je leerlingen om feedback over het lesmateriaal en jouw manier van lesgeven.

Omdat iedereen andere keuzes maakt is het zaak om van te voren na te denken hoe je die diversiteit die dan ontstaat, beoordeelt. Bij een presentatie van een door de leerling gekozen onderwerp, vraag je de leerling zichzelf voorafgaande aan een presentatie een cijfer te geven. Dat cijfer vergelijk je na de presentatie met het cijfer dat je er zelf voor geeft.

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module beoordeling? Zet Vriendelijk orde houden in de klas dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Docent beoordeelt leerling

De manier waarop je je leerlingen beoordeelt, bepaalt voor een deel het resultaat.

2.1 Behandel je leerlingen als gelijken

Onderschat leerlingen niet en beschouw hen als gelijken. Wacht je met oordelen (labelen). De oorzaak van slechte resultaten kan zijn ontbrekende kennis, motivatie- of concentratieproblemen of persoonlijke beperkingen. Als je met de leerling daar een oplossing voor vindt, en bijvoorbeeld met hulp van medeleerlingen of met externe hulp ontbrekende kennis vergaart, verbeteren de resultaten. Startpunt is vertrouwen in je leerlingen. Zou je in een vroeg stadium een leerling labelen als zwak, dan is het voor jou daarna moeilijker te accepteren als een leerling zich plotseling snel ontwikkeld. Je bent dan genoodzaakt toe te geven dat jouw beoordeling niet klopte. Dit labelen voorkom je door minder absolute eisen te stellen aan de groei van je leerlingen en door (voor een deel) het idee los te laten dat je groei centraal kunt regelen.

2.2 Beoordeling bij docentgestuurd onderwijs

Als je wilt dat leerlingen kennis en vaardigheden opdoen op het gebied van de basisstof en je wilt dit kunnen meten, zorg er dan voor dat de beoordeling voldoet aan de kenmerken van SMART: Specifiek, Meetbaar, Accuraat, Realistisch, Tijdgebonden. Bespreek dit ook met je leerlingen, dan begrijpen ze waarom je voor deze manier van beoordelen kiest. Als de SMART specificaties hieronder aan de orde komen, staan deze tussen haakjes vermeld.

Aan het begin van een periode (van acht weken) geef je aan welke basisstof de leerlingen aan het einde van de periode moeten beheersen (SMART/tijdgebonden). Elke leerling bepaalt in die periode zelf wanneer hij of zij met de basisstof aan de slag gaat. Tijdens het werken met de basisstof zorg jij voor apps waarmee je leerlingen zelf beoordelen of ze het door jou aangegeven niveau van de basisstof  beheersen (SMART/meetbaar)

Bij deze manier van werken hebben leerlingen een zekere vrijheid om te plannen en kunnen ze zichzelf toetsen. Hieronder bij punt 3 meer over hoe je een app kunt gebruiken om leerlingen zichzelf te laten toetsen.

2.3 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs begint een leerling aan een eigen traject. Jouw beoordeling heeft dan meer weg van coaching dan van een eindbeoordeling.

Hoe coach je de eigen ontwikkeling van een leerling? Hoe zorg je ervoor dat de ontwikkeling niet stopt na een beoordeling, maar dat de beoordeling de verder ontwikkeling juist stimuleert? Een voorbeeld van leerlinggestuurd onderwijs.

Nadat ze een onderwerp hebben gekozen ronden leerlingen hun werkzaamheden af met een presentatie, centrale toetsing is hierbij niet mogelijk.

Voordelen van een presentatie

  1. Vergaren van kennis
  2. Samenvatten van kennis
  3. Leren organiseren
  4. Leren omgaan met presentatiemiddelen
  5. Zelfvertrouwen verkrijgen
  6. Leren presenteren

Je vraagt een leerling die gaat presenteren om voorafgaande aan hun presentatie zichzelf een cijfer te geven. Bespreek na afloop van de presentatie het cijfer dat de leerling zichzelf gaf en vergelijk dat met het cijfer dat jij na afloop van de presentatie geeft. Beide cijfers leiden tot één cijfer dat jij bepaalt. Het voordeel hiervan is dat jij ziet hoe een leerling zichzelf inschat. Een leerling kan zichzelf onder- maar ook overschatten.

  1. Als een leerling zichzelf een 2 geeft en jij zou een 7 geven, dan geef je aan dat de leerling niet zo bescheiden hoeft te zijn. Daarmee help je een leerling bij het verkrijgen van zelfvertrouwen.
  2. Als een leerling zichzelf een 10 geeft en jij vindt het een 4, vraag dan de leerling het onderwerp opnieuw en beter te bestuderen, geef aan dat je van de leerling verwacht nogmaals de presentatie te geven op een later tijdstip en dat je voor deze presentatie geen cijfer geeft. Deze leerling merkt dan dat er met te weinig inspanning geen cijfer valt te behalen.

Bekijk hoe je deze inschattingen noteert tijdens de beoordeling. Dit voorbeeld is gemaakt voor het vak muziek. Pas dit voorbeeld aan aan je eigen situatie. Bij deze link over de muziekpraktijk van Johan ’t Hart staan onderaan de pagina twee gekleurde afbeeldingen: de groene en gele afbeelding. Voorafgaande aan een presentatie vulden leerlingen deze formuliertjes in.

Bij deze aanpak is een presentatie pas afgerond als jij ziet dat er genoeg aandacht aan is besteed. Jouw rol bij deze vorm van beoordelen lijkt meer op coachen dan op de traditionele rol van docent die iets overdraagt.

Lees meer over leerlinggestuurd onderwijs

2.4 Leerling beoordeelt in hoeverre het gestelde doel is gehaald

Bij de start van de volgende periode vraag je de leerlingen te beoordelen in hoeverre ze het doel van de vorige periode hebben gehaald. Door deze beoordeling van hun eigen resultaten zijn je leerlingen na verloop van tijd in staat realistische doelen te stellen. Hierbij hoort het advies, als je weinig resultaat hebt geboekt, kies dan het volgende doel bescheiden. Bij succes kun je een ambitieus doel stellen.

2.5 Hoe betrek je de inspanning van een leerling bij de beoordeling?

Als leerlingen zichzelf beoordelen weten ze zelf hoeveel inspanning ze hebben geleverd. Als ze er hard voor hebben gewerkt en toch een mager resultaat behalen, is het verstandig om ze voor hun inspanning te complimenteren en ze te vragen ter afronding aan één essentieel punt extra aandacht te besteden. Overweeg dan een iets te royaal cijfer te geven in de hoop dat ze daarmee hun motivatie niet verliezen en hard blijven werken.

2.6 Docent stelt leerling open vragen

  • Hoe was je inzet?
  • Hoeveel begrijp je nu van het onderwerp?
  • In hoeverre heb je het doel dat je stelde aan het begin van deze periode bereikt?

Ook met deze vragen beoordeelt de leerling zichzelf

2.7 Speuren naar talent

Door zoek gaan naar talent op cognitief, sociaal of persoonlijk vlak van leerlingen maak je orde. Zie jezelf als een scout op zoek naar talent. Ontdek je talent, dan stimuleer je de leerling dit talent uit te bouwen. Iets goed kunnen geeft een leerling zelfvertrouwen en zorgt voor intrinsieke motivatie, zeker als jij deze leerling vraagt om met de eigen expertise andere leerlingen te helpen.

2.8 Valkuil accent op docentgestuurd of op leerlinggestuurd

Teveel aandacht voor docentgestuurd onderwijs

Als jij bepaalt wat en wanneer leerlingen iets bestuderen en de resultaten centraal toetst, valt er voor leerlingen weinig te kiezen. Als je naast de basisstof weinig open opdrachten aanbiedt, lijkt het voor de leerlingen alsof jouw vak ophoudt bij de in de basisstof behandelde onderwerpen. De leerlingen maken dan geen kennis met de volle breedte van jouw vak. Een persoonlijk invulling geven aan jouw vak is voor hen niet mogelijk.

Teveel aandacht voor leerlinggestuurd onderwijs

Een presentatie van een zelfgekozen onderwerp beoordeel je mondeling. Bij die mondelinge beoordeling let je onder andere op voor vakkennis irrelevante vragen zoals: de leerling komt zelfverzekerd over, de leerlinge heeft een mooi plaatje op de voorkant van het werkstuk en weet het onderwerp goed te presenteren.

Het gevaar van uitsluitend beoordelen van open opdrachten, is dat het kan gaan lijken op een crèche: ‘Ja, uw kind heeft weer lekker gespeeld vandaag’. Als je je teveel beperkt tot open opdrachten bestaat het gevaar dat de basisstof te weinig aandacht krijgt terwijl je wel wilt dat een leerling het examen haalt. Stel dat je je bij de opleiding tot automonteur beperkt tot open vragen, open opdrachten en open beoordeling, dan is het aan te raden om voortaan te gaan fietsen!

Zou je onderwijs teveel baseren op open vragen, opdrachten en beoordeling, dan vergroot je enerzijds de mogelijkheden van de leerlingen om zelfstandig met jouw vak aan de slag te gaan. Je verkleint daarnaast de mogelijkheden voor een centrale beoordeling omdat iedereen bij open opdrachten andere vaardigheden opdoet.

Valkuilen vermijden

Om deze valkuilen te vermijden, raadt VOH aan te streven naar een mix van basisstof en keuzestof. In beide gevallen geef je leerlingen een zekere vrijheid van planning en bij de basisstof stel je voor de leerlingen een app ter beschikking waarmee leerlingen zichzelf toetsen. Zo ontstaat gelijkwaardigheid wat betreft de beoordeling (jij kunt een leerling beoordelen, maar dat kunnen ze ook zelf) met een app stimuleer je zelfsturing van je leerlingen, het bespaart jou tijd én de app is onpartijdig.

3 Leerling beoordeelt docent

Wel of niet vragen aan je leerlingen om jou te beoordelen:

  1. Wel: Met hun suggesties repareer je onvolkomenheden in het lesmateriaal en krijg je inzicht in je eigen lesstijl. Het laten beoordelen van je eigen lesmateriaal vereist lef.
  2. Niet: Je vraagt geen feedback aan je leerlingen en krijg daarom elk jaar te maken met dezelfde onvolkomenheden. Je tast in het duister over de kwaliteit van jouw aanbod.

Geschikte momenten om je door leerlingen te laten beoordelen zijn het einde van een rapportperiode, als leerlingen terugkijken op wat ze dit blok hebben gedaan of het einde van een schooljaar waarbij ze terugblikken op het hele jaar.

3.1 App waarmee je leerlingen om feedback vraagt

Bij ‘Voorbeelden’ bovenaan staat een link naar een app Survey Monkey, en onzeles.nl waarmee je de benodigde informatie kunt vergaren over jouw lesmateriaal.

3.2 Leerlingen beoordelen jouw stijl van lesgeven

Je vraagt de leerlingen in hoeverre ze het eens zijn met de onderstaande vier statements. Ze scoren per vraag van 1 tm 5
1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  1. De docent geeft op een vriendelijke manier les.
  2. De docent geeft op een duidelijk manier les.
  3. De docent geeft duidelijk aan wat we moeten doen.
  4. Ik doe wat de docent van mij vraagt.

3.3 Leerlingen beoordelen de lesstof

Je vraagt aan je leerlingen de lesstof te beoordelen:

  • Hoe beoordeel je de lesstof?
  • Welke informatie was het meest waardevol voor jou?
  • Heb je aanvullingen of verbeteringen voor de lesstof?
  • Heb je bij deze opdracht informatie gemist?
  • Zijn er nieuwe onderwerpen die je graag zou willen kiezen?
  • Wat hebben jullie van mij nodig om nog beter te kunnen werken?

3.4 Jij gaat aan het werk met feedback van leerlingen

De kans bestaat dat de beoordeling door leerlingen van jouw lesmateriaal een stortvloed aan tips oplevert. Selecteer weloverwogen een aantal verbeterpunten en verwerk die in de nieuwe cyclus. Deze verbeteringen zijn slechts een momentopname in een continu proces van verbetering. Als jij op deze manier verbeteringen aanbrengt ben je ‘klantgericht’. Je lesmateriaal vormt zich met input van je leerlingen en is dan niet uitsluitend gebaseerd op je eigen intuïtie.

Door afspraken te maken met collega’s is het mogelijk met hen de verbeterpunten onderling te verdelen en die dan afzonderlijk te implementeren. Zo creëer je gezamenlijk een veelzijdige leeromgeving en zullen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal steeds beter beoordelen. Normaal gesproken beoordeel jij de leerling. In dit geval beoordelen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal. Het feit dat iedereen elkaar beoordeelt zorgt voor gelijkheid. Deze wisseling van rol tussen jou en de leerlingen draagt bij aan een aantrekkelijk leerklimaat.

Geef je leerlingen de kans jou te beoordelen, dan laat je daarmee zien dat jij hun wensen op het gebied van het lesmateriaal serieus neemt. Daardoor neemt de kwaliteit van jouw onderwijs toe én daar genieten de huidige en toekomstige leerlingen van maar vooral jijzelf.

4 Docent beoordeelt zichzelf

Om inzicht te krijgen in je eigen manier van lesgeven stel je jezelf af en toe een aantal vragen.

1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  1. Ik praat zacht en verstaanbaar als ik lesgeef.
  2. Ik beschouw mijzelf als een vriendelijke docent
  3. Ik geef duidelijk aan wat ik vraag van de leerlingen
  4. Bij mij in de les doen leerlingen wat ik van hen vraag

Hierboven bij punt 3.2 staan dezelfde vragen over jouw die je kunt laten beantwoorden door leerlingen. Als beide vragenlijsten zijn beantwoord, kun je jouw eigen antwoorden vergelijken met die van je leerlingen. De ervaring leert dan de leerlingen vaak positiever over jou denken dan jij over jezelf denkt!

5 Beoordeling van basisstof met app

Voorafgaande aan centrale toetsing vraag je je leerlingen hun niveau van de basisstof met een app te toetsen, liefst met een app waarmee ze de lesstof in spelvorm samen kunnen toetsen. Het voordeel van een app is dat deze objectief toetst.

Het gemiddelde cijfer is doorgaans een 6.3. Met een app kun je dat gemiddelde verhogen. Je kunt met een app van je leerlingen vragen een niveau te halen dat gelijk staat aan een 8! Hoe pak je dat aan?

  1. Tijdens zelfstandig werken kan iedere leerling in een eigen tempo aan de basisstof werken.
  2. In het laatste deel van een periode vraag je een aantal snelle leerlingen een aantal langzame leerlingen te helpen met de basisstof.
  3. Jij vraagt je leerlingen om, als ze het door jouw gevraagde niveau van de basisstof met de app behalen, dat aan jou te laten zien. Een geschikt moment daarvoor is als je leerlingen zelfstandig werken. Zo hou je de vinger aan de pols en krijg je nog voor het centrale proefwerk een beeld van hun niveau. Ook zie je aan je administratie wie nog niets heeft laten zien. Die leerlingen geef je aan het eind van een periode extra aandacht. Overweeg de resultaten die ze met de app aan jou laten zien mee te tellen als bonuspunten bij het uiteindelijke proefwerkcijfer dat je geeft voor de basisstof.

Doordat jij aantekeningen maakt van de voorproefjes van kennis van je leerlingen die zij  jou laten zien, kun jevooraf inschatten hoe goed het resultaat van de afsluitende centrale toets over de basisstof zal uitpakken (zie hieronder het punt ‘centrale toets’).

Een app is geschikt om de basisstof te toetsen. Met een app kun je gesloten vragen laten beoordelen. Maar ook inzichtvragen kun je beoordelen met een app met multiple choice vragen. Een app heeft deze voordelen:

  1. Een app beoordeelt objectief (SMART/specifiek, meetbaar, accuraat, realistisch)
  2. De beoordeling kost jou minder tijd
  3. De leerling bepaalt zelf het moment van toetsing en laat dit bij goed resultaat aan jou zien.
  4. Apps in game vorm die leerlingen samen kunnen spelen zijn extra aantrekkelijk voor leerlingen.
  5. De moeilijkheidsgraad is instelbaar:  Je kunt bijvoorbeeld instellen hoe lang een leerling over een vraag mag nadenken.

Als je ziet dat een leerling snel veel vragen juist beantwoordt, dan weet je dat deze leerling ruimschoots de benodigde vaardigheden bezit. (SMART/tijdgebonden).

Zoek daarom naar apps (of maak ze zelf, of laat ze maken) waarmee leerlingen hun basisvaardigheden beoordelen en onderzoek of die jou de mogelijkheid biedt om in korte tijd te beoordelen of een leerling een bepaald niveau beheerst. Apps waarmee leerlingen zich in spelvorm samen toetsen, versterken de onderlinge band tussen leerlingen

Bij methodes horen vaak apps waarmee de docent online de resultaten kan zien. Ook zijn er apps die je installeert en die vervolgens los van internet bruikbaar zijn.

Binnen een rapportperiode kan een app op twee verschillende momenten een rol spelen:

  1. De leerling beoordeelt zichzelf af en toe met een app om te zien of het vereiste niveau al is bereikt. Deze beoordeling telt niet mee voor het cijfer.
  2. De leerling laat jou zien tijdens het zelfstandig werken, op een moment dat jij even tijd hebt, dat hij of zij een niveau met de app behaalt. Jij ziet snel of dit het geval is en deze beoordeling kost jou weinig tijd. Overweeg deze beoordeling mee te laten tellen als SO of als bonuspunt. Als een leerling voor jouw ogen bewijst dat het niveau is gehaald, complimenteer je de leerling. Zowel voor jouzelf als voor de leerling is dit een waardevol moment.

5.1 Apps met of zonder verbinding met internet

Voordat je apps gaat gebruiken is het aan te raden te bedenken wat voor app je gaat gebruiken en waar en hoe je deze app wilt inzetten. Zowel aan apps die je download en die zonder internet gebruikt, als aan apps waarvoor het nodig is met internet verbonden te zijn zijn voor- en nadelen verbonden.

Apps die wel verbonden zijn met internet

Als apps verbonden zijn met wifi/internet en jij ziet de resultaten op je scherm dan heeft dan voor- en nadelen.

Voordeel:

Vaak kun je bij dit soort app’s de voortgang van een leerling online zien.

Nadelen:

  • Je weet niet zeker of de leerling de resultaten zelf behaald of dat iemand anders de test maakt.
  • Frauderen is niet uitgesloten.
  • Als wifi niet goed functioneert, hindert dat het gebruik van de app
  • Bij deze manier van online beoordelen is er geen direct contact tussen jou en de leerling.

Apps die niet verbonden zijn met internet

Voordeel:

  • Als wifi hapert, kan de leerling gewoon doorwerken als de app van te voren is geïnstalleerd op zijn tablet. (De systeembeheerder van de school kan de app aan het begin van het jaar installeren op alle tablets van de leerlingen).
  • Tijdens het zelfstandig werken komt een leerling naar jou toe en toont de behaalde resultaten met de app. Doorgaans weet de leerling van te voren of hij of zij het vereiste niveau zal halen. Dit contactmoment bevordert de verstandhouding met de leerling.
  • Frauderen is bij deze manier van beoordelen onmogelijk.

Nadeel:

Bij apps die niet verbonden zijn met internet beschikt je niet over een digitaal overzicht van de resultaten van de leerlingen.

5.2 Op tijd aan het werk met de basisstof

Als jij naast de basisstof allemaal leuke open opdrachten hebt klaargezet, is de kans groot dat de leerlingen eerst daarmee aan de slag gaan en de basisstof in de vorm van een nieuw niveau met de app pas op het allerlaatste moment aan je laten zien. Als blijkt dat de leerlingen te lang wachten voorkom je dat als volgt door een rapportperiode in drie delen te verdelen.

Overweeg het stimuleren van een leerling om snel aan het werk gaat met de basisstof door als een leerling in het eerste deel van een periode al een resultaat laat zien twee bonuspunten te geven.

Een leerling die de resultaten met de app aan je laat zien in het middelste deel van een periode geef je één bonuspunt.

Een leerling die de resultaten met de app aan je laat zien in het laatste deel van een periode geef je geen bonuspunt. Bij het noteren van resultaten van leerlingen geef je aan wie bij het snelle deel hoorde, het middelste deel en het laatste deel. Dit kan iets zeggen over:

  • het niveau van een leerling.
  • de snelheid van werken van een leerling.
  • de werkhouding van een leerling.
  • de interesse van een leerling.
  • keuzes van een leerling.

5.3 De langzame groep

Ruim in het laatste deel van een periode tijd in om tijdens het zelfstandig werken naast een langzame leerling te gaan zitten die nog niets heeft laten zien en koppel deze leerling indien nodig aan een snelle leerlingen die al in het eerste deel van de periode de basisstof beheerste. De leerlingen horen dan van jou of ze het juiste tempo hebben of dat ze een eindsprint moeten inzetten . Zo zorg je ervoor dat iedere leerling de benodigde aandacht krijgt, dat iedereen de basisstof beheerst én dat iedereen leert plannen en op tijd klaar is met oefenen voor het proefwerk. (SMART/tijdgebonden/realistisch)

5.4 Centraal proefwerk

Als je aan het einde een periode de basisstof afsluit met een centraal proefwerk, weet je door de eerdere resultaten met de app dat de meeste leerlingen goed zullen scoren. Nog voordat je het proefwerk hebt nagekeken ben je er zeker van dat vrijwel alle leerlingen de basisstof goed beheersen (SMART/Tijdgebonden).

Als je naast de beoordeling met de app ook beoordeelt met een centrale toets, geeft dat de leerling op drie momenten inzicht in eigen kunnen:

  1. De leerling beoordeelt zijn eigen niveau wat betreft de basisstof met een app.
  2. De leerling toont het behaalde niveau met de app aan jou tijdens zelfstandig werken en krijgt een beoordeling die deels meetelt bij het proefwerk.
  3. De leerling krijgt een cijfer voor een centrale proefwerk.

Tip: Als de leerlingen bij jou komen met de app, laten ze gedurende b.v. een minuut zien dat ze vragen in een bepaald tempo succesvol kunnen beantwoorden. Je kunt overwegen voor de centrale toets ook de app te gebruiken. Bij de centrale toets krijgen de leerlingen dan gedurende een langere periode de tijd vragen te beantwoorden uit een vragenbank. Dit bespaart je tijd wat betreft nakijken. Voorwaarde is wel dat jij centraal kunt zien wat de leerlingen presteren. Hiermee reduceer je de tijd die je besteedt aan nakijken.

5.5 Kunstmatige intelligentie

Beoordeling met kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk dat de resultaten die een leerling behaalt bij test (vergelijkbaar met een app) leiden tot een advies (door het programma dat je gebruikt) voor een volgende oefening. Algoritmen bepalen dan naar aanleiding van de resultaten van een leerling welke kennis op dat moment ontbreekt. De leerling krijgt vervolgens het advies een bepaalde oefening te doen om de ontbrekende kennis aan te vullen. Een voorbeeld hiervan is de Khan Academy. Op hun website is te lezen dat bij thuiswerken deze vorm van beoordelen een uitkomst biedt. Een ander voorbeeld van een website die werkt met AI (artificial intelligence)  is Leerlevels.nl

6 Bonuspunten voor leerling die een andere leerling helpt

Als je ziet dat een achterblijvende leerling niet makkelijk door jou is te helpen, koppel deze leerling dan aan een snelle leerling die in het eerste deel van een periode de basisvaardigheden vlot beheerste aan een leerling die in de laatste periode achterblijft. Als de achterblijver de test alsnog haalt, geef je degene die bijles gaf daarvoor een beloning (bonuspunt). De middengroep redt zichzelf en heeft geen hulp nodig.

Geef alleen bonuspunten als jij de opdracht hebt gegeven om te helpen. Doe je dat niet dan komen leerlingen vragen om bonuspunten terwijl jij niet weet of ze wel of niet hebben geholpen.

7 Praktijkvoorbeeld leerlinggericht onderwijs bij het vak muziek

Een aantal aspecten van wat hierboven is besproken:

  • De beoordeling van de leerlingen van jouw lesstof en stijl van lesgeven als feedback voor jouzelf.
  • leerlingen beoordelen zichzelf met een app
  • de gezamenlijke beoordeling door docent en leerling van een presentatie van een leerling

komen aan de orde in een praktijkvoorbeeld. Dit praktijkvoorbeeld staat aan de basis van de de invalshoek Lesinhoud. Naar dit praktijkvoorbeeld is onderzoek gedaan.

Dit onderzoek is online beschikbaar:

onderzoek naar muziek praktijk van Johan ’t Hart door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer. De schrijvers van dit onderzoek zijn verbonden aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen.

In dit uitgebreide onderzoek staat (een voorloper van) deze manier van beoordeling vermeld bij punt 5.3.4.1 Assessment/ beoordeling.

Bekijk ook de pagina op deze site van Johan ’t Hart over zijn eigen lespraktijk. Op die pagina vind je filmpjes, en allerlei materiaal dat bij deze muziekpraktijk hoort.

8 Vinkjes: Rapportcijfers baseren hoeveelheid afgeronde opdrachten

Bij de inleiding van deze module stelden wij de vraag: hoe ga je om met verschillen tussen leerlingen? De nu volgende aanpak met vinkjes maakt het mogelijk dat leerlingen zich op hun eigen niveau verder ontwikkelen én het voorkomt dat leerlingen hun niveau onderling vergelijken met de bijbehorende arrogantie, afgunst en demotivering.

Deze aanpak is toegepast bij het vak muziek dat één uur per week werd gegeven. Uitleg over hoe je open opdrachten samen met de leerling beoordeelt is op deze pagina te vinden bij deze link: Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs. Bekijk voor meer informatie deze link:  Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muzieklessen.

Rapportcijfers

Rapportcijfers bereken je doorgaans als een gemiddelde van een aantal toetsen met daarbij een weging van elk cijfer. Nu volgt een pleidooi voor andere manier van beoordeling en berekening van de rapportcijfers die past bij leerlinggericht onderwijs en die is gebaseerd op het aantal met succes afgeronde opdrachten. Bij deze aanpak tel je vinkjes.

Het effect hiervan is dat leerlingen geheel zelfstandig onderwerpen kiezen en die laten vinken. Bij elke vink verhoog je hun rapportcijfer. Dit werkt voor de leerling als een beloning (vergelijk een game), de leerlingen willen zoveel mogelijk vinkjes en zijn zeer gemotiveerd. De leerlingen denken dat ze werken voor een cijfer. Wat jij ziet, is dat ze geconcentreerd en zelfstandig met jouw vak bezig zijn.

Bijzonder van deze aanpak is dat je leerlingen die al veel verder zijn dan anderen, persoonlijk een complexere opdracht kunt geven. De cijfermatige waardering is hetzelfde ongeacht niveau. Bij deze aanpak zijn niveauverschillen geen struikelblok. De werkelijke potentie van de leerlingen komt hierbij tot zijn recht.

Hoe meer vinkjes, hoe hoger het rapportcijfer

1 opdracht afgerond = 6 op het rapport
2 opdrachten afgerond  = 8 op het rapport
3 opdrachten afgerond = 9  op het rapport (leerling doet één extra opdracht)
4 opdrachten afgerond = 10 op het rapport (leerling doet twee extra opdrachten)

Deze opdrachten kunnen zowel bestaan uit open opdrachten of gesloten opdrachten. Bij vakken met meer uren, kun je het aantal opdrachten die leerlingen maken binnen een periode naar keuze uitbreiden.

Deze manier van beoordelen leidt tot drie types leerlingen:

  1. Een groep snelle leerlingen die zoveel mogelijk opdrachten doet en daarmee zo snel mogelijk een hoog cijfers wil halen.
  2. Een middengroep die op eigen kracht voldoet aan de minimum eisen.
  3. Een groep die niet op eigen kracht voldoet aan de minimum eisen. De reden hiervoor kan zijn ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap of geen aanleg voor deze vaardigheid of geen belangstelling voor het onderwerp. In het laatste deel van een periode onderzoek jij samen met deze leerling waar het probleem ligt en help jij deze leerling verder zodat mogelijk is de  minimumeis te halen (de zes op het rapport). Ook kun je een snelle leerling een langzame leerling laten helpen.

Je kunt ervoor kiezen om leerlingen de kans te geven vooruit te werken aan een vijfde opdracht die meetelt voor volgende rapport. Jij geeft snelle leerlingen de gelegenheid achterblijvende leerlingen op jouw verzoek te helpen. Alleen dan krijgt de snelle leerling een bonuspunt.

Bij vier rapportperiodes zijn minimaal 16 beoordelingen nodig om vier keer een 10 te halen. Een leerlingen met ambities, die zich niet laat afleiden en geconcentreerd werkt aan dit doel en is daarmee een inspirerend voorbeeld voor de andere leerlingen. Als je start met leerlinggestuurd onderwijs zal niet iedereen direct deze houding aannemen. De ervaring leert dat bij elke nieuwe periode meer leerlingen zich op deze positieve manier opstellen.

Wat moet ik doen als ik klaar ben?

Geen enkele leerling hoeft zich te vervelen aan het einde van een periode. Ze kunnen ook aan een extra opdracht werken en deze laten toetsen (als daar nog tijd voor is). Daarmee verhogen ze alvast het rapportcijfers voor de volgende periode. Daarbij de kanttekening dat jij aan het einde van het blok bij de beoordeling voorrang geeft aan achterblijvende leerlingen. Wie voor alle rapporten een 10 heeft zet je in als klassenassistent.

De rapportcijfers die ontstaan als je met deze manier van vinkjes geven werkt, is het voor geen enkele leerling noodzakelijk zich minder te voelen dan een ander. Wel zie jij verschillen wat betreft inzet en het tempo van werken. Om toch een reëel beeld van de  capaciteit van een leerling te krijgen, kun je los van deze vinkjes aantekeningen maken over hoe goed een leerling is. Deze aantekeningen gebruik je alleen tijdens rapportvergaderingen om iets zinnig te zeggen over de capaciteiten van leerlingen. Het mooie van deze gescheiden aantekeningen is dat leerlingen niet merken dat je hen onderling vergelijkt. Daarmee voorkom je bij de leerlingen gevoelens van superioriteit of onvermogen. Het mooie is dan dat leerlingen met een gemiddeld niveau toch een 10 kunnen halen en alleen al om die reden zich veel meer inzetten voor jouw vak. De mogelijkheid om hoge cijfers te halen, stimuleert alle leerlingen.

Nu volgen twee voorbeelden van hoe je zowel een snelle als een achterblijvende leerling kunt stimuleren.

Voorbeeld van het omzeilen van het probleem van al aanwezige voorkennis
Een leerling bij de muziekles kon steengoed drummen (beter dan de docent). Hij dacht dat de muziekles hem niet meer kon bieden. Hij verwachtte door even zijn pink op te tillen een 10 te krijgen. Bij de nieuwe aanpak met vinkjes moest hij toch iets doen maar dan op zijn eigen niveau. Hij kon zich niet voorstellen dat hij nog iets zou kunnen leren bij muziekles.  Docent: “kun je een patroon spelen waarbij je drie maten hetzelfde speelt en dan een maat steeds een andere break speelt” dat bleek hij niet te kunnen. Dat werd zijn eerste opdracht en werd zijn eerste vinkje. De volgende vraag die de docent hem stelde was: “Kun je ook in een driekwartsmaat spelen? Ja dat kon hij. “En in een vijfkwart”? Dat bleek hij niet te kunnen. Dat werd zijn tweede opdracht. enz.

Voorbeeld van het omzeilen van het probleem van geen voorkennis

Bij de muziekles bleken twee leerlingen bij geen enkele oefening gevoel voor muziek te hebben. Het lukte ze maar niet om in de maat te spelen. Ook waren er in de les twee getalenteerde leerlingen die alles moeiteloos konden. De docent stelde voor dat de twee vlotte leerlingen de langzame leerlingen op een vrijdagmiddag zouden helpen. Als ze hun klasgenoten ook maar iets konden leren dat leek op muziek, dan kregen beide leerlingen een vinkje. Ze gingen op een vrijdagmiddag aan de slag. De opdracht had van beide kanten iets in hen losgemaakt. Om vijf uur ’s middags moest de docent de vier leerlingen vragen naar huis te gaan!

9 Beloning en waardering inzetten om het onderwijsproces te versnellen

Victor Lamme geeft aan hoe beloning zou moeten werken.  “Vertaal een beloning in de toekomst naar een beloning in het nu. Dat is het recept voor een betere wereld…Beloning werkt als het individueel, direct, eerlijk en met controle is over het eigen lot.” (Victor Lamme – Waarom, Op zoek naar wat men werkelijk drijft – P 56).

“We reageren beter op positieve prikkels dan op negatieve. Als je een collega, vriend of familielid vertelt dat hij of zij een fout heeft gemaakt of niet goed genoeg is, heeft dat een negatieve weerslag. Als je mensen aanvalt, reageren ze defensief en rebels. Maar als je iets zoekt wat te prijzen of te bewonderen valt, stimuleer je het gedrag dat je op prijs stelt en dat je hoopt aan te moedigen.” Ghandi (2017)

In deze citaten een pleidooi voor beloning in het nu en voor waardering.

Een leerling laat aan jou een nieuw niveau met de app laat zien en jij complimenteert de leerling. Jij bevestigt dat de leerling het niveau heeft gehaald. Daarmee geef je deze leerling een beloning in het nu. Jij ziet dat een leerling goed aan het werk is en spreekt je waardering uit.

Maar ook de app geeft een leerling een beloning in het nu. De app geeft direct feedback. Het behalen van een nieuw niveau kan tot grote vreugde leiden! Als de beoordeling door de app van een test goed uitvalt, is dat voor een leerling een beloning in het nu.

Zoek naar mogelijkheden om snelle leerlingen met vrije tijd te belonen. Beloon de leerlingen met “golden time”. Hoe beter ze werken, hoe meer golden time ze krijgen. In deze verdiende tijd mogen ze bijvoorbeeld iets eerder dan de anderen iets voor zichzelf gaan doen. Als onderwijs leerlingen de kans zou biedt om in eigen tempo te voldoen aan de criteria dan is het onderwijs wellicht veel sneller af te ronden dan nu het geval is.

Twee voorbeelden uit het PO:

  1. Een voorbeeld uit het PO, groep 6, van complimenten en beloning. De juf tekent vijf bloemen op het bord. Elke bloem hoort bij een van de vijf tafels waar leerlingen aan zitten. Elke keer als de leerlingen aan een tafel bij een verandering van activiteit hun tafel snel opruimen, kleurt de juf een bloemblaadje van de betreffende bloem in. Hierdoor aangemoedigd proberen de leerlingen steeds snel klaar te zijn zodat de juffrouw weer een bloemblaadje inkleurt. Deze aanpak zorgt ervoor dat de vijf groepen het als een spel gaan zien om alle bloemblaadjes door de juf te laten inkleuren. Voor deze leerlingen is alleen al het inkleuren van het bloemblaadje de complete beloning.
  2. Ook voorbeeld komt ook uit het PO. Je kunt deze aanpak verder verfijnen. Als de hele bloem is ingekleurd krijgt de betreffende groep een beloning, zij mogen dan bijvoorbeeld een “energizer” kiezen. Het is raadzaam om ze daarbij uit drie opties, die jij van tevoren bepaalt, te laten kiezen. Zodra de bloem van een tafel volledig is ingekleurd en een beloning is uitgedeeld, wis je de betreffende bloem en teken je een nieuwe. Deze groep begint dan weer van voren af aan. Zo geef je de andere groepen ook kans op een beloning. Extra fijn aan deze werkwijze is dat de tafelgroep de directe beloning krijgt, maar de hele groep er ook van meeprofiteert, omdat ze allemaal samen de energizer doen.

 10 Samenvatting

Wederzijdse beoordeling, docent beoordeelt leerling en leerling beoordeelt docent, heeft de volgende voordelen:

  1. Wederzijdse beoordeling zorgt voor gelijkheid, vertrouwen in elkaar en het bevordert samenwerking.
  2. Het maak duidelijk dat iedereen naar school komt om zich te ontwikkelen, ook de docent.
  3. Doordat leerlingen jouw lesmateriaal en lesstijl beoordelen, komen voor jou mogelijkheden voor verbetering aan het licht. Suggesties van leerlingen zetten je op een nieuw spoor, bijvoorbeeld van het toevoegen van een nieuw actueel onderwerp waar je zelf niet aan had gedacht.
  4. Je kunt jezelf vraaggestuurd noemen als je de feedback van je leerlingen en hun vragen omzet in nieuw lesmateriaal.
  5. Voor iedereen blijft het onderwijs een avontuur.

  • In dit digitale tijdperk is lastig om 30 leerlingen eenzelfde toets thuis te laten maken. Een wiskundedocent besloot daarom om dertig verschillende toetsen te maken. Hij maakte de vragen zo complex dat het niet mogelijk was de antwoorden op internet op te zoeken. Voor zijn leerlingen is het dan niet meer aantrekkelijk om te spieken. Zo loste deze docent dit op. Er zijn vast nog meer methodes te bedenken.
  • Laat leerlingen voorafgaande aan de digitale toets ondertekenen dat ze niet zullen spieken en geef aan dat als ze dat wel doen ze andere leerlingen en zichzelf in gevaar brengen. Bij het vak programmeren op de HvA hielden studenten zich aan deze digitale afspraak.
  • Docent Nederlands Stephanie bespaart tijd: In plaats van een proefwerk, laat zij alle leerlingen tegelijkertijd werken aan de app. Zij staat achteraan op een tafel en overziet of iedereen met de app aan de slag is en blijft. Voorafgaande aan deze toets met de app is afgesproken dat als één leerling iets anders gaat doen, we helaas toch nog een proefwerk moeten afspreken….