3.1 Leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs stelt een leerling (voor een deel) zelf doelen en realiseert deze met hulp van medeleerlingen en deskundigen. Docenten stellen zich op als coach. Zo komen individuele talenten aan het licht die vragen om individuele beoordeling. Bij leerlinggestuurd onderwijs horen zowel open opdrachten als ook gesloten opdrachten. Die laatste zijn centraal te toetsen.

Ik bereid een omgeving voor waarbij mijn leerlingen een onderwerp kiezen. Daarna bepalen zij op welke manier ze met dat onderwerp aan de slag gaan. Ik raad ze daarbij aan hun medeleerlingen of deskundigen te raadplegen. In de rol van coach, stel ik mijn leerlingen vooral vragen. Voorafgaande aan de eindpresentatie vraag ik aan een leerling zichzelf te beoordelen. Wat betreft de basisstof gebruiken mijn leerlingen een app om op een zelfgekozen tijdstip te controleren of ze deze beheersen. Met dit alles creëer ik een leeromgeving waarbij leerlingen zichzelf motiveren.

De Amerikaanse psycholoog bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Deze vraag is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een nieuwe beweging. Over een nieuw realisme. Want niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen (Bregman (2019).

Alleen als je zelf iets goed vindt, zul je het doen  Wijnbergen (2011), Rob. Om dit citaat in werkelijkheid om te zetten, stel jij je leerlingen in staat om keuzes te maken waar ze achter staan.

Aansluitend hierbij een citaat van Koen de Boer: “Mijn ervaring is vaak geweest dat ik moest luisteren naar wat de leraar vertelde. Wat zou er gebeuren als het andersom was? Als ik de leraar vertel wat ik wil leren en hij mij zou vragen hoe hij mij hierbij kan helpen?”

In het onderstaande artikel pleit Koen de Boer ervoor om de oorspronkelijke interesses van leerlingen als startpunt te gebruiken in het onderwijs.

Pleidooi voor leerlinggestuurd onderwijs door Koen de Boer

Gedicht ter inspiratie van Antoine De Saint-Exupéry
Wanneer je een schip wilt gaan bouwen
Breng dan geen mensen bijeen
Om timmerhout te sjouwen
Of te tekenen alleen
Voorkom dat ze taken ontvangen
Deel evenmin plannen mee
Maar leer eerst mensen verlangen
Naar de eindeloze zee

Nu beantwoorden

Hoe gaf ik tot op heden mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Thuis beantwoorden

Hoe geef ik in de toekomst mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Introductie

Nieuwsbericht op deze site over Leerlinggestuurd onderwijs

Voorbeelden

Vijf linken naar onderwerpen die te maken hebben met leerlinggestuurd onderwijs

Inleiding leerlinggestuurd onderwijs

Leerlinggestuurd onderwijs is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden (VOH) en is te zien als een losse module. Met deze module geef je leerlingen de kans om (voor een deel) hun eigen onderwijsproces vorm te geven en daarmee maak je orde. Met leerlinggestuurd onderwijs combineer je formeel en informeel leren.

Met leerlinggestuurd onderwijs geeft een leerling vorm aan het onderwijs in plaats van het te ondergaan. Dit type onderwijs sluit aan bij een begrijpelijk wens van ieder mens die is verwoord door Simon & Garfunkel in het nummer El condor pasa: I’d rather be a hammer than a nail. Liever actief aan de slag dan passief af te wachten tot je hoort wat je moet doen. Met leerlinggestuurd onderwijs maak je leerlingen onafhankelijk,  je maakt ze baas van zichzelf, ze krijgen het recht op zelfbeschikking en ze krijgen zelfvertrouwen. Leerlinggestuurd onderwijs sluit aan bij het eerste artikel van de verklaring van de rechten van de mens: Human Beings are born and remain free and equal in rights.

Vriendelijk orde houden (VOH) maakt onderscheidt tussen leerlinggestuurd- en docentgestuurd onderwijs. Elementen van beide stijlen zijn doorgaans in één les terug te vinden. Jij bepaalt zelf bij welke stijl het accent ligt. In beide gevallen is het mogelijk een leerling een zekere vrijheid te bieden.

Bij docentgestuurd onderwijs bepaal jij wat een leerling gaat doen. Daarbij kun je de manier van indelen van het werk en de toetsing met een app deels overlaten aan de leerling.

Bekijk hieronder de vergelijking tussen docent- en leerlinggestuurd onderwijs

Aan leerlinglinggestuurd onderwijs ligt de gedachte ten grondslag dat leerlingen (voor een deel) hun ontwikkeling kunnen vormgeven. Bij dat proces neemt jij de rol aan van tuinman: Je zorgt voor de juiste omstandigheden: mest, voldoende licht en optimale omstandigheden. Je snoeit en houdt ongedierte weg. Maar de planten in jouw lokaal groeien volgens een eigen innerlijk plan. Je kunt hun groeiproces niet versnellen door ze uit de grond te trekken. Als je ze rustig laat groeien verloopt de groei organisch. Een voorwaarde voor leerlinggestuurd onderwijs is dat je geïnteresseerd bent in je leerlingen (alles wat aandacht krijgt groeit) en dat je je beperkt wat betreft sturing.
Om leerlinggestuurd onderwijs mogelijk te maken zorg jij voor de juiste context: Jij biedt een context waarbinnen leerlingen kiezen,  je stelt relevante informatie ter beschikking en je geeft suggesties en advies door vragen te stellen. Je stelt ze in de gelegenheid zelf hun werk te plannen maar je geeft ook aan wanneer ze daarmee klaar horen te zijn. Door je leerlingen keuzes te laten maken, maak je het voor hen mogelijk om onderwerpen te kiezen die aansluiten bij hun voorkennis.

Met het bieden van keuzes vervalt de noodzaak om iedereen tegelijkertijd eenzelfde opdracht te laten doen (met de bijbehorende onrust en symptoombestrijding die daarbij hoort). Omdat elke leerling iets kiest wat bij hem of haar past, zijn niveauverschillen minder opvallend en storend voelen de meeste leerlingen zich direct op hun gemak.

Leerlingen keuzes laten maken, mag niet tot gevolg hebben dat ze aan de basisstof onvoldoende aandacht besteden. Door het met je leerlingen een termijn af te spreken waarbinnen ze de tijd hebben om aan bepaalde basisstof te werken en door een toets af te spreken én door je leerlingen te helpen bij het maken van een planning tijdens zelfstandig werken is het goed mogelijk voor je leerlingen om aan de normen te voldoen.

Bij leerlinggericht onderwijs stel je je bescheiden op en zie je de leerling als een individu. In plaats van een verheven ‘sage on the stage’ ben je voor een leerling een aanspreekbare ‘guide on the side’. Daarmee maak je leerlingen (voor een deel) eigenaar van hun eigen ontwikkeling (Motivatiecoach).

Naast ‘tuinman’  en ‘motivatiecoach’ kun je jezelf ook zien als de ‘maker van een pedagogische context’ waarbij je zoekt naar een wederkerige pedagogische relatie met de leerlingen. In die relatie stel je leerlingen vragen en sta je open voor hun vragen en suggesties.

Leerlinggestuurd onderwijs is onderdeel van de invalshoek Lesinhoud

Bekijk het overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoudsopgave

  1. Belang leerlinggestuurd onderwijs
    1.1 Wel leerlinggestuurd onderwijs
    1.2 Geen leerlinggestuurd onderwijs
    1.3 Starten met leerlinggestuurd onderwijs
  2. Wat stuurt de leerling aan?
    2.1 Vergelijking docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs
  3. Doelgroep leerlinggestuurd onderwijs
  4. Toelichting leerlinggestuurd onderwijs
    4.1 Kader bij leerlinggestuud onderwijs
    4.2 Maak een plan van uitvoering (hele taak eerst)
    4.3 Zoek informatie, vraag hulp van deskundigen
    4.4 Werkhouding
    4.5 Beoordeling
    4.6 Inspiratie en naamgeving van deze module
    4.7 Praktijkvoorbeeld
    4.8 Raakvlakken
  5. Opbouw van de les
    5.1 Zelfwerkzaamheid
    5.2 Expertise uitwisselen tijdens frontaal lesgeven
  6. Leerling sturen zichzelf
    6.1 Leerstijl
    6.2 Coachen
    6.3 Minimumeisen die je stelt aan je leerlingen bij leerlinggestuurd onderwijs
    6.4 Talent – Leerkrachtoverstijgend
    6.5 Effecten leerlinggestuurd onderwijs
  7. Tegengeluiden
    7.1 Vergroten van de kans op succes
  8. Samenvatting leerlinggestuurd onderwijs
  9. Video
  10. Credits

1 Belang leerlinggestuurd onderwijs

1.1 Wel leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs verzorg jij een stimulerende omgeving waarbij er voor je leerlingen iets valt te kiezen. Hoe meer keuzes een leerling heeft, hoe persoonlijker het resultaat voor de leerling. Jij vraagt aan je leerlingen ‘te laten zien’ wat zij met jouw vak kunnen.

Met leerlinggestuurd onderwijs nodig je leerlingen uit om zelf het initiatief te nemen en zelf doelen te stellen. Daarbij ben je niet alleen facilitator maar stel je als coach vragen bij de activiteiten van leerlingen. Deze context leidt ertoe dat leerling en docent elkaar wederzijds verrassen met nog niet eerder behaalde resultaten. Jij bent niet de enige zender, ook de leerlingen zenden. Nieuwe initiatieven van leerlingen neem jij op in een nieuwe serie lessen. Je leerlingen dragen bij aan het verbeteren van jouw lesaanbod.

Bij leerlinggestuurd onderwijs besteed je aandacht aan het onderwijsdoel Persoonsvorming, daarbij kun je denken aan kwaliteiten als zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en ook volwassenheid.

1.2 Geen leerlinggestuurd onderwijs

Voor de leerling valt er weinig te kiezen.

1.3 Starten met leerlinggestuurd onderwijs

De start ligt bij jou voorbereiding van meerdere opties waaruit je je leerlingen laat kiezen. Als je je leerlingen de opties voorlegt dan

  1. is enerzijds jouw houding bescheiden en afwachtend. Zou je een dominante houding aannemen, dan staat dat op gespannen voet met de vrijheid die je wilt bieden. Je probeert te vermijden dat een leerling deze indruk van jou krijgt: “De docent praat steeds door mij heen”.
  2. ben je anderzijds vol vertrouwen dat je leerlingen hun verantwoordelijkheid nemen.

Jij biedt je leerlingen een onderwijsomgeving aan met ruimte om een eigen richting in te slaan en je stelt hun in staat zich (voor een deel) op eigen kracht op jouw vakgebied te ontwikkelen. Daarvoor bereid je een aantal opdrachten voor waar je leerlingen zelfstandig aan kunnen werken. Bij de start van een periode laat je elke leerling een opdracht kiezen.

Na elke periode vraag je je leerlingen om verbeterpunten voor het huidige lesmateriaal. De suggesties die zij geven en uiteraard wat je zelf als verbeterpunten bedenkt, verwerk je in het nieuwe materiaal. Door afspraken te maken met collega’s is het mogelijk met hen de verbeterpunten onderling te verdelen en die dan afzonderlijk te implementeren. Zo creëer je gezamenlijk een veelzijdige leeromgeving en zullen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal steeds beter beoordelen. Normaal gesproken beoordeel jij de leerling. In dit geval beoordelen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal. Het feit dat iedereen elkaar beoordeelt zorgt voor gelijkheid. Deze samenwerking en gelijkheid verbetert de relatie tussen jou en de leerlingen en zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat.

Bij dit alles de kanttekening dat leerlinggestuurd onderwijs staat of valt met goede orde. Daarom adviseert VOH om de vijf invalshoeken Vriendelijk, Duidelijk, Observeren, lesinhoud en ‘Aansturen en bijsturen’ te betrekken bij de start van leerlinggestuurd onderwijs.

Jij geeft het goede voorbeeld en daarmee geef je richting aan de houding van je leerlingen en de manier waarop ze aan de slag gaan. Gaandeweg vullen zij de context die jij aanbiedt aan met nieuwe ideeën. Deze wederkerigheid leidt tot een voortdurend groeiproces, zowel van je leerlingen als van jou. Met leerlinggestuurd onderwijs motiveer je je leerlingen. Na verloop van tijd ervaar je het als een voorrecht te mogen werken met autonome en intrinsiek gemotiveerde leerlingen.

She [Psychology professor Angela Duckworth, author of the book Gritt] wants young people to ‘devote themselvers to pursuits that are intriniscally fulfilling’. Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt. [Haar boek Gritt gaat over de de wens van ouders om kinderen ‘gritt’ te geven, wat zich te vaak uit als  perseverance without passion.]

Bij elke context, dus ook bij een leerlinggestuurde context, horen beperkingen: Wat mag wel en niet? Hoe bied je weerstand tegen impulsieve neigingen van kinderen? Hoe leer je ze om te gaan met het uitstellen van verlangens? Bekijk hiervoor de invalshoek Aansturen en bijsturen.

Citaat van Meirieu over de plicht om weerstand te bieden.
Pedagogen laten kinderen niet over aan de natuur, waarbij ze zich inbeelden dat diezelfde kinderen dan spontaan een democratische samenleving zouden kunnen opbouwen – alles wijst inderdaad op het tegenovergestelde – , maar zij creëren situaties die zowel laagdrempelig als uitdagend zijn en waarin kinderen tegelijkertijd zowel kunnen leren wat hen is opgelegd als hun vrijheid kunnen verkennen”.
Meirieu vindt projectonderwijs voor leerlingen een geschikte vorm voor het verkennen van hun vrijheid Meirieu (2016).

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module leerlinggestuurd onderwijs? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Wat stuurt een leerling aan?

Het antwoord is simpel: zichzelf. Waarom zou je een leerling zichzelf laten aansturen? Lees voor het antwoord de volgende citaten:

Nietzsche:
“De effectiefste manier om een jongeling in het verderf te storten: leer hem gelijkdenkenden meer te hoogachten dan de andersdenkenden”.
“Laat de jonge ziel op zijn leven terugblikken en de vraag stellen: wat heb je tot dusver waarlijk liefgehad, wat heeft je ziel aangetrokken, wat heeft haar beheerst en tegelijk gelukkig gemaakt? Zet deze dingen op een rij en misschien leveren zij, door hun aard en hun volgorde, een wet op, de fundamentele wet van je eigenlijke zelf.’

Prideaux (2018)

Hanna Holborn Gray:
“Onderwijs is niet bedoeld om mensen op hun gemak te stellen, het is ervoor bedoeld om ze te laten nadenken”. Lukianoff (2018), Greg

Van Jones:
Ik wil niet dat jullie ideologisch veilig zijn, ik wil niet dat jullie emotioneel veilig zijn. Ik wil dat jullie sterk zijn. Dat is iets anders. Ik ga het pad door de jungle niet voor jullie plaveien. Trek laarzen aan en leer om te gaan met tegenslag. Ik ben niet van plan de gewichten uit de gym te halen, daar gaat het juist om in de gym. Dit is gym.Lukianoff (2018), Greg

2.1 Vergelijking docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs

Docentgestuurd onderwijs Leerlinggestuurd onderwijs
Hoeveel ruimte krijgen de leerlingen? Jij bepaalt het onderwerp van de les, geeft opdrachten aan de leerlingen, doceert, geeft instructie en bedenkt werkvormen.

Dit vraagt veel voorbereiding. Ook vraagt het veel aandacht van de leerlingen voor jou. (Ongewild) is ruimte voor leerlingen beperkt.

Op twee manieren bied jij leerlingen ruimte:

  1. Jij bereidt onderwerpen voor en zet die indien mogelijk online klaar. Leerlingen kiezen een door jou voorbereid onderwerp en gaan daarmee aan de slag en ronden dit af met een presentatie.
  2. Aan het begin van een periode geef je aan welke basisstof je leerlingen aan het einde van de periode dienen te beheersen.

In beide gevallen bepalen de leerlingen op welk moment ze ergens mee aan de slag gaan. Zij ronden beide onderdelen af voor het einde van de periode. Jij houdt bij wie op schema ligt. Aan het einde van een periode help je vooral de achterblijvende leerlingen.

Jouw rol is voornamelijk die van coach die de groei van je leerlingen faciliteert

Motivatie Je geeft op een docentgestuurde manier les omdat je dit een efficiënte manier vindt om je leerlingen voor te bereiden op het eindexamen.

Je gaat ervan uit dat leerlingen jouw sturing nodig hebben om precies die vaardigheden op te doen die ze nodig hebben voor het examen.

Je gaat ervan uit dat leerlingen graag een goed cijfer willen halen (of een voldoende). Dat motiveert hen om aan de slag te gaan.

Je geef op een leerlinggestuurde manier les omdat je wilt inspelen op vermogens en de wensen van je leerlingen en hun intrinsieke wilt motiveren.

Omdat jouw aanpak aansluit bij hun eigen wensen gaan leerlingen ook thuis verder met werken (informeel leren). Zelfs na een beoordeling blijven ze doorgaan. Dit doen ze uit eigen vrije wil, uit interesse voor jouw vak, omdat ze het onderwerp hebben gekozen.

Doordat je leerlingen zelf aan het roer staan en beslissingen nemen én doordat ze voldoende aandacht besteden aan de basisstof, verbeteren hun resultaten.

Je vraagt snelle leerlingen of ze langzame leerlingen willen helpen. Daarmee bied je de snelle leerling de ruimte van rol te wisselen; van de rol leerling naar die van docent. Uitleg geven is vooral leerzaam voor degene die uitleg geeft! Bovendien voorkomt deze samenwerking  afvallers.

Aandachtspunten Er zijn altijd drie groepen leerlingen: de snelle groep, de middengroep en de langzame groep.

Bij docentgestuurde lessen richt je je op het gemiddelde niveau. Het is lastig om je lessen zo in te richten dat alle drie de groepen tot hun recht komen.

Je vraagt van je leerlingen om op een serieuze manier aan de slag te gaan met twee soorten opdrachten:

  1. zelf gekozen open opdrachten
  2. door jou vastgestelde gesloten opdrachten (basisstof)

Om je leerlingen ongestoord te laten werken geeft je direct een kader aan. Leerlingen die zich niet houden aan het kader stuur je aan en of bij.

Naast dat je de leerling vraagt een onderwerp te kiezen, vraag je de leerling ook om een doel te formuleren. Hoe vaker leerlingen doelen stellen en beoordelen of ze hun doel hebben gehaald, hoe meer ze een reëel beeld krijgen van hun eigen capaciteiten.

Voordat je start met deze aanpak, bereid je verschillende onderwerpen voor. Dit is vooral de eerste keer arbeidsintensief. Overweeg daarom programma’s met Artificial Intelligence te gebruiken zoals Leerlevels en Khan Academy (zie voorbeelden hierboven), of ga een samenwerkingsverband aan met andere leraren.

Gevolgen Leerlingen die moeite hebben met uniformiteit (vaak de slimste), verzetten zich hiertegen en verstoren de les.

Leerlingen die moeite hebben met het niveau, raken gefrustreerd en verstoren de les.

Als je slaagt in je streven naar uniformiteit, zie je uniforme resultaten.

Je leerlingen zijn minder geneigd elkaar te helpen en doen alleen het hoogst noodzakelijke.

Voor jou is nakijken eentonig.

Leerlingen maken alleen kennis met het deel van jouw vak dat jij aanbiedt

Leerlingen krijgen de ruimte een deel van hun leerproces aan te sturen waardoor hun intrinsieke motivatie toeneemt en er geen aanleiding is de les te verstoren.

Leerlingen verrassen je met uiteenlopende resultaten. Er ontstaat diversiteit (Er groeien ook bloemen op het gras).

Je leerlingen zien dat hun klasgenoten andere keuzes maken en komen daardoor op het idee om in een volgende periode dat onderwerp zelf te kiezen. Er ontstaan trends en groepen met verschillende expertises. Door samenwerking te stimuleren vindt uitwisseling van kennis plaats. Leerlingen ontdekken steeds nieuwe manieren om met jouw vak aan de slag te gaan.

Als leerlingen meerdere keren doelen vaststellen en realiseren, zijn ze na verloop van tijd ook op andere vlakken in staat om doelen te formuleren en te realiseren. Voor hen zijn er dan geen beperkingen en hun niveau kan ongekend stijgen. Zie hieronder het punt Talent – Leerkrachtoverstijgend

Twee beelden verduidelijken het verschil tussen deze twee typen van onderwijs Een weide met alleen raaigras. Bloemen krijgen geen kans hier te groeien
Een weide waar ook bloemen kunnen groeien.
Docentgestuurd onderwijs - visualisatie
Leerlinggestuurd onderwijs - Visualisatie

3 Doelgroep leerlinggstuurd onderwijs

Leerlingen, docenten en leerkrachten behoren tot de doelgroep. VOH richt zich tot docenten en leerkrachten die met hun leerlingen leerlinggestuurd onderwijs willen vormgeven.

4 Toelichting leerlinggestuurd onderwijs

Bij Vriendelijk orde houden beoordeel niet alleen jij de leerling, de leerling beoordeelt ook zichzelf. Daarnaast beoordeelt de leerling ook het lesmateriaal van de docent.

Doordat alle betrokkenen in het onderwijs elkaar beoordelen, deelt iedereen de verantwoording voor het gehele onderwijscontext. Deze betrokkenheid leidt tot verbetering en verbreding van het lesaanbod.

Dit proces gezien vanuit een leerling:

Door te oefenen met de basisstof beschik ik over de nodige vakkennis. Door zelf een onderwerp te kiezen en daarbij een doel te stellen waarbij ik rekening houd met mijn voorkennis, ben ik in staat onafhankelijk een eigen route te volgen. Doordat ik mijn presentatie samen met de docent beoordeel, krijg ik een reëel beeld van mijn capaciteiten. Als ik na een periode zelf het resultaat beoordeel, kan ik beter inschatten welk volgend doel haalbaar is. Zo krijg ik zeggenschap over (een deel van) mijn eigen leerproces”.  Na elke periode vraagt de docent mij om suggesties ter verbetering van het lesmateriaal.

Na verloop van tijd constateer je dat jouw leerlingen:

  1. uit eigen beweging aan de slag gaan, taakgericht zijn en intrinsiek gemotiveerd.
  2. voldoende kennis opdoen van de basisstof.
  3. onderwerpen kiezen die aansluiten bij hun wensen op jouw vakgebied en een eigen leerstijl ontwikkelen.
  4. in staat zijn om grotendeels op eigen kracht hun talent te ontdekken.
  5. in staat zijn zowel zichzelf als jouw lesmateriaal te beoordelen.
  6. soms aan de slag gaan met voor jou nieuwe aspecten van jouw vak die jij vervolgens naar keuze opneemt in de een volgende serie lessen.

Na een periode, ga je aan de slag met de suggesties van je leerlingen en verbeter je het bestaande lesmateriaal of breid je het aantal te kiezen opties uit. Zo voorkom je dat in volgende periodes de fouten in- en de onvolledigheid van het bestaande lesmateriaal jou en je leerlingen blijven achtervolgen. Zo verbetert geleidelijk de kwaliteit en de breedte van jouw lesaanbod.

4.1 Kader bij leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs is een ordelijk verloop van de lessen noodzakelijk. Ongestoord zelfstandig werken lukt alleen als je leerlingen goed samenwerken én als ze zich verantwoordelijk voelen voor hun zelf gekozen taak en deze naar behoren uitvoeren. Jij probeert hen daarbij zo min mogelijk te storen.

Voordat je start met leerlinggestuurd onderwijs, bespreek je daarom eerst met je leerlingen het kader ‘Vriendelijk + Duidelijk’ en leg je uit dat het kader een voorwaarde is voor:
– een omgeving waar je je goed kunt concentreren omdat je elkaar niet stoort.
– een omgeving met vrijheid om keuzes te maken waarin je jezelf én het lesmateriaal beoordeelt.

Je geeft dan aan dat jij je vriendelijk en duidelijk opstelt én dat je leerlingen als dat niet lukt jou daarop aan mogen spreken. Omgekeerd vraag jij van je leerlingen ook vriendelijk en duidelijk te zijn en spreekt jij ze daar indien nodig op aan.

Je leerlingen begrijpen dan waarom jij dit kader namens hen bewaakt.

Als je het kader Vriendelijk + duidelijk serieus neemt, is jouw rol bij leerlinggestuurd onderwijs te vergelijken met die van tuinman. Een tuinman geeft planten de tijd om te groeien en dwingt groei niet af. Wel begeleidt een tuinman de groei maar doet dat onopvallend (daarom gebruik je onder andere gebaren), en vermijdt je hiërarchie, dominantie en conflict. Dit vermijden van conflict heeft een noodzaak: doe je het niet, dan staan de conflicten centraal in plaats van het zelfstandig werken en hebben je leerlingen geen zin om zelfstandig met jouw vak aan de slag te gaan terwijl dat je dat nu juist wilt met leerlinggestuurd onderwijs.

4.2 Maak een plan van uitvoering (hele taak eerst)

Aan het begin van een nieuwe periode, als je leerlingen een doel hebben vastgesteld, maken zij een tijdsplanning (hele taak eerst).

4.3 Zoek informatie, vraag hulp van deskundigen

Je leerlingen raadplegen het door jou voorbereide lesmateriaal. Jouw lesmateriaal biedt aanknopingspunten voor leerlingen met een verschillende leerstijl. Daarbij raadplegen ze klasgenoten, deskundigen, ouders en kennissen. Bovendien zoeken ze online antwoorden op vragen.

Leren om online vragen te stellen

Stel een willekeurige vraag aan je leerlingen en laat ze het antwoord zoeken op internet. Wie het antwoord als eerste weet, vraag je hoe hij of zij het antwoord heeft gevonden (welke zoekterm heb je gebruikt?). Dan mag die leerling zelfstandig gaan werken. De anderen krijgen een nieuwe vraag. Dit gaat door tot iedereen een keer als eerste iets heeft gevonden op internet. Zo vergroot je hun vaardigheden om zelf antwoorden te vinden

4.4 Werkhouding

Bij leerlinggestuurd onderwijs vraag je je leerlingen verantwoordelijk om te gaan met de door jou geboden ruimte én vraag je aan hen om elkaar daarbij niet te storen. Ook geef je aan welke minimale inspanning je per periode van hen verwacht.

Als de leerlingen aan de slag gaan, herken je vier typen werkhouding.

  1. Er is een groep die de vrijheid benut om uit eigen beweging van alles te onderzoeken en te ontdekken.
  2. Er is een groep die zich beperkt tot de minimale inspanning.
  3. Er is een groep die niet aan het werk gaat.
  4. Een enkele leerling verstoort de les.

Nu volgt een beschrijving van een aantal situaties die zich kunnen voordoen tijdens leerlinggestuurd onderwijs met daarbij vermeld hoe je daarop reageert:

  • Van de eerste drie zojuist genoemde groepen heb je, als zij zich houden aan het kader, geen last, want ze storen elkaar niet. Als ze tegen de afspraak in anderen toch storen of afleiden (de vierde groep), stuur je hun gedrag aan of stuur je het bij.
  • Een leerling kijkt om zich heen maar doet niets. Dit kan te maken hebben met nog niet weten wat te doen. Misschien zit de leerling na te denken over de manier van beginnen. Misschien geniet deze leerling ervan dat er even geen druk is. Geef deze leerling de ruimte om zich heen te kijken en inspiratie op te doen. Wellicht is dit efficiënter dan deze leerling direct onder druk en aan het werk te zetten met iets waar hij of zij geen zin in heeft. Het is (zowel aan het begin als in het midden van de periode) niet nodig om het ‘niet werken’ van deze leerling bij te sturen. Geen dwang én de vrijheid om alleen het minimale te doen brengt risico’s mee: het risico dat leerlingen hun tijd verprutsen. Daarnaast levert deze vrijheid ook kansen voor leerlingen om te ontdekken waar ze werkelijk in zijn geïnteresseerd. Verveling is hierbij een onderschatte kracht.
  • Elke periode rond je af met een rapportcijfer. In het derde deel van een lesperiode kijk je naar je cijferlijst. Leerlingen die dan onvoldoende resultaten hebben behaald, geef je aandacht en je vraagt snelle leerlingen jou daarbij te helpen.
  • Wees terughoudend met oordelen. Als een leerling iets bestudeert wat volgens jou niets met jou vak te maken heeft (b.v. een leerling wil een film gaan maken en bestudeert iets wat daarmee te maken heeft) en je zou deze leerling aansporen iets nuttigs te gaan doen, dan beperk je ruimte die jij hem of haar geeft. Wat je wel kunt doen is de leerling vragen waarom hij of zij iets bestudeert.
  • De eerste intrinsiek gemotiveerde groep behaalt direct goede en opmerkelijke resultaten. Vooral aan het begin en in het midden van een periode ben je druk bezig om deze gemotiveerde groep bij te staan en beoordeel je hun resultaten.
  • Leerlingen uit groep twee, drie en vier van hierboven beschreven groepen zien dat de eerste groep goed aan het werk is. Deze snelle leerlingen geven het goede voorbeeld  (voorbeeldfunctie). Bij elke nieuwe lesperiode bestaat de kans dat leerlingen uit de laatste drie groepen bij de volgende periode het gedrag van de intrinsiek gemotiveerde leerlingen overnemen. De eerste groep is dan bij elke volgende lesperiode groter dan daarvoor.

‘het vraag educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws in brengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.’ Biesta (2013)

4.5 Beoordeling

  • Bij deze link staat lees je hoe beoordeling bij Leerlinggestuurd onderwijs van twee kanten komt: Leerling beoordeelt docent en docent beoordeelt leerling. Ook kan een leerling zichzelf beoordelen. Een aantal suggesties van leerlingen voor aanvullingen en of verbeteringen van het huidige lesmateriaal verwerk je in een volgende periode.
  • Met een app laat je leerlingen hun niveau bepalen. Een app geeft hun een objectief beeld van hun niveau.

4.6 Inspiratie en naamgeving van deze module

De naam van deze module ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ is in gebruik sinds juli 2020. Voor die tijd was de naam van deze module (aansluitend bij het bovenstaande artikel) ‘assessment’. De term assessment kent veel definities en zorgde indertijd op deze site voor verwarring. De nieuwe naam ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ neemt deze verwarring weg. Bij deze naam past maar één vraag: Wat sturen de leerlingen aan?

Aan jou de taak om leerlingen aan het stuur te zetten, keuzes te laten maken en bruikbare informatie klaar te zetten. Meer informatie over assessment? Clarke (2014) Shirley

4.7 Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurd onderwijs

De twee modules van deze site die te maken hebben met autonomie van leerlingen: Leerlinggestuurd onderwijs en Samenwerken zijn gedurende drie jaar (2014-2017) in de praktijk gebracht door Johan ’t Hart bij het vak muziek. Deze praktijk is onderzocht door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer van het Prins Claus Conservatorium van Groningen.

Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muziekles

4.8 Raakvlakken

Vergelijkbare initiatieven en modellen die te maken hebben met leerlinggestuurd onderwijs zijn ruimschoots voorhanden:

Self-Determination Theory

Vertaling van de Self-Determination Theory en aanknopingspunten met Vriendelijk orde houden.

High impact learning
bron van dit artikel: te-learning.nl

https://www.leraar24.nl/gip-model-in-het-speciaal-onderwijs/
Bij deze link meer informatie over het GIP-model. Met dit model stel je leerlingen in staat om zelfstandig te werken. Als iedereen vanuit een eigen motivatie zelfstandig met jouw vak bezig is, werkt dat verbroederend, inspirerend en kalmerend.

Leerlevels.nl

5 Opbouw van de les bij leerlinggestuurd onderwijs

Om alle aspecten van leerlinggestuurd onderwijs tot hun recht te laten komen is zowel  ruimte nodig voor eigen initiatief en zelfwerkzaamheid, als tijd voor het delen van expertise met de hele klas (Samenwerken).

5.1  Zelfwerkzaamheid

Bij leerlinggestuurd onderwijs vraag je zelfwerkzaamheid van je leerlingen. De mate waarin leerlingen daartoe in staat zijn verschilt. Daarom geef je opdrachten op maat. Als je leerlingen niet gewend zijn zichzelf aan te sturen, begin je voorzichtig met het aanbieden van twee alternatieven. Als je leerlingen na verloop van tijd gewend raken aan het maken van keuzes, vergroot dan het aantal alternatieven en daarmee hun keuzevrijheid.  Tijdens het zelfstandig werken, ontwikkelen je leerlingen verschillende vormen van expertise.

Als je merkt dat een leerling om wat voor reden dan ook geen connectie heeft met de leerstof, help deze leerling dan op weg tot hij of zij genoeg weet om zelfstandig verder te gaan. Vaak gaat het om een eerste handreiking zodat ze verder kunnen.

Bij leerlinggestuurd onderwijs merken leerlingen dat jij hun wensen serieus neemt. Dat verhoogt hun motivatie.

Nietzsche:
Om een dansende ster te baren moet je eerst chaos in je dragen. Gebrek aan consistentie, verandering van gedachte en een drang om te zwerven waren een kwestie van plicht. Een vaststaande mening was een dode mening, een vastbesloten geest een dode geest, minder waard dan een insect; hij zou vermorzeld moeten worden onder je voet en totaal vernietigd.
Prideaux (2018)

5.2 Expertise uitwisselen tijdens frontaal lesgeven

Tijdens frontaal lesgeven is de aandacht centraal. Dan is er ruimte om samen de individueel verkregen expertise te delen. Bied je leerlingen tijdens deze uitwisseling van expertise de ruimte om van rol te wisselen en in afwisseling oefeningen te leiden. Bedenk voor dit centrale deel interactieve werkvormen waarbij iedere leerling iets kan inbrengen (Samenwerken)

6 Leerlingen sturen zichzelf

Je leerlingen gaan aan de slag en kiezen één van de door jou beschikbaar gestelde onderwerpen.

6.1 Leerstijl

Leerlingen hebben verschillende leerstijlen. Bij je voorbereiding houd je al rekening met verschillen in leerstijl. Geef je leerlingen daarom de ruimte om zelf te bepalen op welke manier ze jouw vak bestuderen, met gesloten of met open opdrachten. Een aantal leerlingen zullen kiezen voor gesloten opdrachten en voor duidelijke structuur. Andere leerlingen gaan op onderzoek uit en kiezen voor open opdrachten. Zo ontdekt iedere leerling andere aspecten van jouw vak. Wie ‘creatief’ wil zijn, krijgt daarvoor met leerlinggestuurde onderwijs de gelegenheid. Daarnaast zijn er voor alle leerlingen werkzaamheden die te maken hebben met het verkrijgen van vooraf als basisstof vastgestelde vaardigheden.

6.2 Coachen

Je stelt minimumeisen maar je dwingt je leerlingen niet tot uniformiteit. In plaats van van minuut tot minuut te bepalen wat iedereen doet, ben je coach voor je leerlingen. De belangrijkste uniformiteit die je vraagt, is dat je leerlingen elkaar niet storen. Geef daarom in dat opzicht het goede voorbeeld en wees altijd vriendelijk en duidelijk (Toon gewenst gedrag). Daarnaast geef je je leerlingen de ruimte om (een deel van) hun leerproces aan te sturen en maak je hen  eigenaar van hun leerproces. Je nodigt je leerlingen uit om in hun eigen tempo aan het werk gaan. Zo voelt jouw vak voor hen aan als een avontuur en jij laat je verrassen door hun hun resultaten.

6.3 Minimumeisen die je stelt aan je leerlingen bij leerlinggestuurd onderwijs

Je vraagt elke periode steeds het volgende van je leerlingen:

  1. stoor niemand,
  2. test de basisstof met je app, als het lukt, laat het zien aan de docent als je een nieuw niveau behaalt,
  3. presenteer het door jouw gekozen onderwerp aan de docent.

Met het stellen van de eerste eis help je je leerlingen zich sociaal op te stellen.

Met het stellen van de tweede en derde eis geef je aan wat je van je leerlingen verwacht op jouw vakgebied. Daarbij bepalen jouw leerlingen zelf de manier waarop ze zich inzetten.  Weinig inspanning hoeft in dit geval niet te betekenen dat een leerling afvloeit naar een ander schooltype. Die beslissing is naast inzet ook afhankelijk van talent.

Dat levert zowel voor de leerling als voor de docent voordelen op. Bij de kleine groep leerlingen die onderpresteren, hebt de tijd om uit te zoeken waarom dat zo is. Een reden voor onderpresteren kan zijn: ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap, niet weten hoe te beginnen, geen aanleg voor de gevraagde vaardigheden of problemen die spelen op de achtergrond. Onderzoek waarom de leerling niet optimaal functioneert. Liggen de problemen op een ander vlak, zoek dan hulp voor de leerling. Heeft het met het vak te maken, geef de leerling dan ondersteuning door een snelle leerling.

Bekijk deze link met uitgebreide informatie en achtergronden over de beoordeling bij een leerlinggestuurd onderwijs.

6.4 Talent – Leerkrachtoverstijgend

Je kunt twee typen talent onderscheiden: ‘Al aanwezig talent’ en ‘potentieel talent’.  In beide gevallen kan het gebeuren dat een leerling jou niveau op een bepaald gebied overstijgt. Leerlingen die dat voor elkaar krijgen nemen jouw vak serieus.

  • Al aanwezig talent
    Bij de module Kennismaken adviseert Vriendelijk orde houden om aan het begin van het jaar te onderzoeken wat jouw leerlingen al beheersen op jouw vakgebied. Speur naar talent, bied leerlingen met al aanwezig talent de kans om direct het voortouw te nemen in je lessen en geef ze de kans hun klasgenoten te helpen. Doe je dit niet, dan voelen getalenteerde leerlingen zich bij jouw lessen miskend. Al bij de eerste ontmoeting kan een leerling op een bepaald vlak over meer vaardigheden beschikken dan jij.
  • Potentieel talent
    Doordat je leerlingen steeds nieuwe onderwerpen kiezen, krijgen ze de kans te ontdekken of ze voor nieuwe onderwerpen talent hebben. Hoe groter de motivatie van de leerlingen, hoe groter de kans dat ze hun talenten tijdens jouw lessen vergroten en wellicht ook jou daar op een bepaald vlak zullen overstijgen.

Leerlingen met talent die zich met volle inzet richten op jouw vak kunnen jouw vaardigheden overstijgen. Vaak betreft dit een deelgebied van jouw vak. Vat dit op als een compliment of als een uitdaging om zelf jouw vak op dat deelgebied nog beter te beheersen.

6.5 Effecten Leerlinggestuurd onderwijs

Met hun kennis en intrinsieke motivatie inspireren je leerlingen jou en inspireren ze elkaar. Leerlinggestuurd onderwijs brengt je leerlingen in contact met meerdere aspecten van je vak, zodat ze nieuwe wegen inslaan en nieuwe ontdekkingen doen. Zo krijgen ze de kans hun talenten te ontdekken. Er ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat. Jij werkt met een enthousiaste hechte groep die het fijn vinden om bezig te zijn met jouw vak.

Talent heeft de tijd nodig om zich te ontwikkelen en vereist voortdurend ruimte om te mogen kiezen. Talent openbaart zich geleidelijk bij jouw leerlingen. Als je de vergelijking trekt tussen een plantje dat klein begint en later uitgroeit tot een grote boom, dan werkt het averechts als je tijdens die ontwikkeling er bovenop zou gaan staan. Ook helpt het niet de jong scheut uit de grond te trekken! Laat je leerlingen rustig groeien en laat hen voornamelijk met rust.

Een ander type effect van leerlinggestuurd onderwijs is dat een leerling steeds nieuwe richtingen kiest. Hierbij pas het beeld van een verpopping of het afwerpen van een huid. Daarbij kun jij dan de indruk krijgen dat dit niet efficiënt is en dat de leerling kansen laat liggen, wacht daarom met oordelen. Het advies van Vriendelijk orde houden is om de gekozen koers zo veel mogelijk aan de leerling over te laten: Pas als de leerling de uiteindelijke gekozen weg zelf bepaalt, ontstaat intrinsieke motivatie, autonomie, zelfbeschikking en Persoonsvorming.

7 Tegengeluiden

Als je aan de slag gaat met leerlinggestuurd onderwijs, houd er dan rekening mee dat een aantal collega’s geen vertrouwen hebben in deze aanpak. Mogelijk zeggen ze: “Ik heb differentiatie vele malen om mij heen én bij mezelf zien mislukken”.

Ook de auteurs, Paul A. Kirschner , John Sweller & Richard E. Clark, van het artikel ‘Why Minimal Guidance During Instruction Does Not Work: An Analysis of the Failure of Constructivist, Discovery, Problem-Based, Experiential, and Inquiry-Based Teaching’, dat is te downloaden als pdf. hebben geen vertrouwen in experimenten waarbij je leerlingen de ruimte geeft. Om dit te onderbouwen combineren ze gegevens van vele onderzoeken.

7.1 Vergroten van de kans op succes

Om leerlinggestuurd onderwijs met succes toe te passen, raadt VOH aan om meerdere invalshoeken te combineren. Je maakt orde met een uitdagende leeromgeving terwijl je tegelijkertijd de leerlingen die op een goede manier gebruik maken van jouw lessen stimuleert én leerlingen die de les verstoren efficiënt aan- en bijstuurt.

Als het je lukt om je leerlingen te motiveren en uit eigen beweging constructief te laten werken, hou je energie over om jouw leeromgeving verder te verfijnen. Je leerlingen hebben nu zeggenschap over (een deel van) hun eigen leerproces. Om jouw lesmateriaal steeds beter te laten landen, vraag je je leerlingen de door jou gemaakte lesstof te beoordelen. Zo ontstaat er geleidelijk een steeds beter functionerende leeromgeving met feedback van twee kanten. Jij geeft je leerlingen feedback en zij geven jou feedback. Jouw intrinsiek gemotiveerde leerlingen verrassen jou met steeds nieuwe invalshoeken zodat jij zelf steeds breder op de hoogte raakt van de jouw eigen vak.

Programma’s met Artificial Intelligence (AI) zoals Leerlevels en de Khan Academy ondervangen mogelijke bezwaren ten aanzien van de voorbereiding die voorafgaat aan onderwijs waarbij leerlingen keuzes maken en wellicht zijn is met AI ook het bezwaar van de auteurs van het bovengenoemde artikel over assessment te ondervangen. Bij AI volgt iedere leerling zijn eigen route en beschikt dan bij alle gekozen routes uiteindelijk over de benodigde basisstof met als groot voordeel dat AI een groot deel van het nakijkwerk van jou overneemt. Je kunt hier overheen lezen, ongewild mis je dan een kans wat betreft het verminderen van je nakijkwerk.

8 Samenvatting leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs stellen leerlingen zelf doelen en bepalen ze zelf hoe ze te werk gaan. Je geeft hen de kans onderwerpen te kiezen die aansluiten bij hun voorkennis en leerstijl en dit leidt op termijn tot steeds meer intrinsieke motivatie. Jij neemt bij dit proces de rol aan van coach.

  • Gebruik de actualiteit als kapstok: voorbeeld voor het vak economie: salarissen voetbal, loononderhandelingen.
  • Maak voordat je leerlingen aan het werk gaan duidelijk wat jij van ze verwacht met verwachtingsmanagement.

9 Video

1.23 Iedereen is zelfstandig aan het werk.
1.46 Vraag je leerlingen als ze met een iPad werken om deze met het beeldscherm naar het centrum van de klas te richten. Zo zie je in een oogopslag wat ze doen op hun iPad. Dit sluit aan bij het thema ‘leren zichtbaar’. (Verwachtingsmanagement)
N.B. Er zijn programma’s waarmee je alle beeldschermen digitaal in een oogopslag kunt bekijken. Het nadeel daarvan is dat je zelf voortdurend naar een scherm zit te kijken en geen oog meer hebt voor wat er om je heen gebeurt.

Als je vriendelijk en duidelijk lesgeeft, ontstaat er rust in de klas. Zo krijg je de ruimte om allerlei werkvormen waarbij zelfstandig werken centraal staat uit te proberen en te vergelijken.

10 Credits

Gert Biesta
Het meedenken van Gert Biesta heeft bijgedragen aan de manier waarop de module ‘Leerlinggerichte onderwijs’ is vormgegeven.
In een mail aan Johan ’t Hart schreef Gert Biesta in 2015:
‘Het vraagt educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws inbrengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.
Nick Sorensen – Bath Spa University In 2014 stuurde Nick aan Johan ’t Hart een artikel op over Assessment: Assessment-ARF_beyond_blackbox.pdf
Mede door dit artikel gaf Johan ’t Hart zijn muzieklessen vorm op de manier van assessment. Voorheen heette deze module assessment, tegenwoordig gebruiken wij de naam ‘Leerlinggericht onderwijs’. Bovenaan deze pagina staat bij ‘Voorbeelden’ een link naar het genoemde artikel over assessment.
Evert Bisschop-Boele – Prins Claus Conservatorium
Evert Bisschop Boele houdt zich bezig met de vraag hoe je onderwijs relevant maakt voor de leerlingen. Hij pleit ervoor te appelleren aan de identiteit van de individuele leerling (idio-cultuur) en deze bepalend te maken bij keuzes van leerlingen. In zijn theorie gebruik hij de termen ‘verbinden’ en ‘begrenzen’.

In 2017 onderzocht Kees van der Meer op uitnodiging van Evert Bisschop-Boele de muziekpraktijk van Johan ’t Hart. De aanleiding voor het onderzoek was dat Evert in 2015 een stuk schreef in het tijdschrift Kunstzone dat inhoudelijk voor een groot deel samenviel met de plannen van Johan ’t Hart.
De vragen die Kees en Evert stelden aan Johan ’t Hart over zijn muziekpraktijk en over zijn leerlinggerichte aanpak, hebben deze mede vormgegeven.
Het onderzoek is beschikbaar bij de voorbeelden bovenaan deze pagina: zie ‘praktijkvoorbeeld’

Jan Wolters – Docent muziek en opleider Docent muziek.
In gesprekken met Johan ’t Hart adviseerde Jan de module ‘Assessment’ voortaan ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ te noemen. Deze nieuwe naam past veel beter bij de inhoud en maakt deze module toegankelijk voor docenten.