3.2 Samenwerken

Docenten stimuleren leerlingen om samen het vak te ontdekken en expertise met elkaar te delen. Daarmee verandert het klassieke beeld van één docent met dertig leerlingen die doen wat hen is opgedragen in het beeld van dertig docenten met één coach.

Doordat ik mijn leerlingen de ruimte geef voor samenwerking en omdat ik ze stimuleer om elkaar les te geven, ontwikkelen ze zich niet alleen wat betreft hun cognitieve vaardigheden maar ontwikkelen ze zich ook in sociaal opzicht.

Een citaat uit een artikel genaamd ‘Staat het geluk van de Nederlandse kinderen onder druk?’

In opdracht van UNICEF Nederland heeft het Trimbos-Instituut samen met Stichting Alexander en de Universiteit Utrecht, onderzoek gedaan in welke mate jongeren spanning of stress ervaren en op welke (positieve) manier zij hier zelf mee om gaan. Het onderzoek ‘Geluk onder Druk?’ geeft voor het eerst landelijke cijfers over stress, prestatiedruk en in hoeverre jongeren prestaties vergelijken met die van anderen. Op basis van het onderzoek wordt geadviseerd te investeren in het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren, zowel thuis als op school. Daarnaast pleit UNICEF om samen met jongeren te bekijken hoe de schooldruk kan worden verlaagd, voor een schoolklimaat waarin leerlingen gezien worden, zichzelf kunnen zijn en hulp kunnen vragen en voor meer dialoog.

If we want to create welcoming, inclusive communities, we should be doing everything we can to turn down tribalism and turn up the sense of common humanity – The trick is to satisfy people’s needs to belong and interact without activating the more defensive and potentially violent aspects of tribalism. Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Nu beantwoorden

Hoe gaan mijn leerlingen nu met elkaar om?

Thuis beantwoorden

Hoe gaan mijn leerlingen in de toekomst met elkaar om?

Introductievideo

Samenwerken

Nieuwe video binnenkort beschikbaar

Nieuwsberichten

Voorbeelden samenwerken

  • www.onzeles.nl
  • app quizlet
  • https://www.leerlevels.nl/
    Een website om leerlingen zelfstandig te laten werken bij het vak Natuurkunde.
  • filmpje op Youtube – Next Level atelier gepersonaliseerd leren
  • Toetsen als je er klaar voor bent
  • Praktijkvoorbeeld Leerlinggestuurde aanpak bij het vak muziek
  • Quest to learn
  • High impact learning
  • Tijdens de cursus Vriendelijk orde houden, maken cursisten een keuze uit  modules van Vriendelijk orde houden. Als de keuze is gemaakt vraagt de coach de cursisten hoe ze zelf op dit moment deze module toepassen. Pas als dat uitgebreid aan de orde is geweest, geeft de coach suggesties die de cursist verder kunnen helpen.
  • Tijdens een cursus bespraken wij zes rollen van de docent: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog, coach, afsluiter. Een cursist stelde de vraag: “heeft een leerling maar een rol? Luisteren en doen wat er gezegd wordt?” Daarop bedachten we voor onszelf deze vraag: Bedenkt zowel voor leerlingen als voor de leidinggevende zes rollen!

Inleiding samenwerken

Samenwerken is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden (VOH) en is te zien als een losse module. Met deze module geef je leerlingen de kans met elkaar samen te werken en daarmee maak je orde.

Doorgeven voorbeeldfunctie

Je vraagt de leerlingen om suggesties voor verbetering en aanvulling van jouw lesmateriaal. Daarmee geef je je leerlingen een voorbeeld van samenwerking.

Lees meer bij beoordeling

Onderling bevorder je samenwerking door leerlingen expertise te laten delen, elkaar les te laten geven of door het uit handen geven van de leiding aan leerlingen.

Voorbeeldfunctie schoolbreed

Projecten en voorstellingen op school bevorderen intrinsieke motivatie en zijn bij uitstek geschikt voor het stimuleren van samenwerking én voor het vervullen van verschillende rollen. Daarmee geef je leerlingen de kans om inhoudelijke aspecten van jouw vak aan anderen te presenteren en bied je leerlingen de kans onderdeel te zijn van een groep.

Durkheim beschreef mensen als “homo duplex” of “twee niveaus mens”. Wij zijn erg goed in het individueel najagen van onze dagelijkse doelen (Drukheim noemt dit het niveau van het ‘profane’). Maar wij hebben ook de capaciteit om ons om te vormen, tijdelijk, tot een hoger collectief plan, dat Durkheim beschrijft als het niveau van het ‘heilige’.

“Het is de functie van religieuze rituelen om mensen te brengen naar een hoger collectief niveau, om hen daarmee te binden aan een groep en hun dan terug te laten keren naar hun dagelijkse leven met versterkte loyaliteit naar de groep. Rituelen waar mensen zingen, dansen of eenstemmig zingen zijn hiervoor krachtige middelen. “
Beide citaten zijn afkomstig van Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt. Bij dit laatste citaat de kanttekening van VOH dat niet alleen religieuze rituelen ons tot een hoger plan kunnen leiden. Voorstelling en evenementen die geen religieus karakter brengen ons ook naar een hoger plan.

Samenwerken is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud

Overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoudsopgave

  1. Belang van samenwerken
    1.1 Wel samenwerken
    1.2 Niet samenwerken
    1.3 Starten met samenwerken
  2. Toelichting samenwerken
    2.1 Combineer meerdere invalshoeken VOH
    2.2 Zelfsturing
    2.3 Delen expertise
    2.4 Sociaal kapitaal
    2.5 Discipline
    2.6 Verbinden en begrenzen
  3. Leerlingen delen expertise
    3.1 Profiteren van samenwerking
  4. Maatschappelijke verantwoordelijkheid
  5. Samen/zelf bepaald – Maslov
    5.1 Samen/zelf bepaald
    5.2 Piramide van Maslow – zelfrealisatie
  6. Rolwisseling
  7. Zelfstandig leren
    7.1 Eerstegraads zelfstandig leren
    7.2 Tweedegraads zelfstandig leren
  8. Samenvatting

1 Belang van samenwerken

1.1 Wel samenwerken

Jij gebruikt interactieve werkvormen om leerlingen te laten samenwerken. Binnen die werkvormen doen je leerlingen ervaring op met jouw vak en delen ze expertise met elkaar. Binnen een groep wisselen ze van rol en zijn ze in staat zowel te volgen als te leiden. Je zorgt ervoor dat de leerlingen regelmatig van groep wisselen.  Zo zijn ze in staat om met steeds meer klasgenoten samen te werken en ontstaat een hechte groep. Je kunt dan zeggen: “Mijn les is zo leuk dat ze vergeten deze te verstoren. Zo is het fijn om les te geven.” Door rolwisseling voorkom je dat steeds één persoon autoriteit heeft en de rest niet. Door bij werkvormen de leiding frequent te laten wisselen ontstaat gelijkheid en begrip voor elkaar.

VOH pleit, naast het vervangen van strengheid door duidelijkheid, voor het stimuleren van samenwerking. Zo creëer je een aantrekkelijk leerklimaat waarin je leerlingen de ruimte geeft om zelfstandig beslissingen te nemen met daarbij ruimschoots aandacht voor het groepsproces.

When a community succeeds in turning down everyone’s triabal circuits, there is more room for individuals to construct lives of their own choosing. There is more freedom for a creative mixing of peple and ideas Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt.

1.2 Niet samenwerken

De leerlingen werken voornamelijk individueel.

1.3 Starten met samenwerken

Stimuleer samenwerking op in allerlei vormen.

  • Verzin werkvormen waarbij leerlingen jouw vak kunnen verkennen. Deel (af en toe) groepen op een verschillende manier in zodat uiteindelijk alle leerlingen met elkaar kunnen samenwerken. Bij de groepsopdracht laat je leerlingen binnen de groepjes regelmatig van rol wisselen.
  • Geef je leerlingen de kans tijdens zelfstandig werken zelf te bepalen of ze alleen of dat ze samen willen werken.  Tijdens zelfstandig werken heb jij de rol aan van coach.
  • Zoek naar apps waarbij leerlingen in spelvorm samen de gevraagde vaardigheden kunt toetsen. Zo is iedereen goed voorbereid op de centrale toets. Veel plezier met lesgeven aan jouw hechte  sociale, ambitieuze, getalenteerde groep!

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van deze module samenwerken? Zet Vriendelijk orde houden in de klas dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Toelichting samenwerken

Als je begint met het geven van keuzevrijheid, het overdragen van verantwoordelijkheden aan leerlingen en het gelegenheid bieden voor samenwerking, bestaat de kans dat je het overzicht kwijtraakt enje het gevoel krijgt dat je individuele leerlingen niet kunt aansturen zoals je dat wilt. Als je deze manier van werken als te complex ervaart, kan er onrust ontstaan en werkt het averechts. Om dit te vermijden, adviseert VOH dit stappenplan:

2.1 Vrijheid

Verzin werkvormen waarbij leerlingen een zekere mate van vrijheid hebben.

Of greatest importance in free play is that it is always voluntary; anyone can quit at any time and disrupt the activity, so children must pay close attention to the needs and concerns of others if they want to keep the game going. They must work out conflicts over fairness on their own; no adult can be called upon to side with one child against another Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt.

2.2 Combineer meerdere invalshoeken VOH

Wil je succesvol samenwerking stimuleren, geef dan aandacht alle invalshoeken:

  1. Vriendelijk: Geef het goede voorbeeld, gebruik lichaamstaal en reguleer je energie.
  2. Duidelijk: Bespreek het kader en toon zelf gedrag dat past bij het kader, betrek naast Kwalificatie ook Socialisatie en Persoonsvorming bij je lessen.
  3. Maak je eigen mix van docent- en  leerlinggestuurd onderwijs met aandacht voor interactieve werkvormen
  4. Observeer lichaamstaal en taalgebruik.
  5. Als er tijdens het samenwerken onrust ontstaat, dan is het zaak dat je die efficiënt bijstuurt. Als je daar moeite mee hebt, dan overheerst de onrust al snel alle overige activiteiten.
  6. Gedrag van een leerling dat niet past bij het kader stuur je eerst aan met lichaamstaal en Tips. Indien stuur je gedrag bij met een Tijdrovende opdracht of met hulp van de schoolleiding.

2.3 Zelfsturing

Omdat je leerlingen keuzes maken, beschikken ze na verloop van tijd over verschillende vormen van expertise. Je merkt dat het geven van keuzes en verantwoordelijkheid leidt tot verschillende onverwachte capaciteiten bij leerlingen én hun intrinsieke motivatie toeneemt.

  1. Ze bepalen zelf aan welk onderwerpen ze gaan werken,
  2. Ze bepalen zelf hun manier van werken/leerstijl,
  3. Ze bepalen zelf welke ‘intelligentie ze benutten: Muzikale-, Lichamelijk-kinesthetische, logisch-mathematische, taalkundige, ruimtelijke-, interpersoonlijke en intrapersoonlijke intelligentie Gardner (1993), Howard. Als je hiermee aan de slag gaat, blijkt dat je net zoals iedereen maar over een beperkt aantal intelligenties beschikt. Je merkt dan dat je leerlingen andere capaciteiten en intelligenties hebben dan jijzelf en dat zij jou regelmatig op een deelgebied wat betreft kennis en vaardigheden overtreffen. Er ontstaat dan wederzijds bewondering voor elkaars capaciteiten. Hierdoor neemt de gelijkwaardigheid van docent en leerling toe, het neemt de druk van jouw schouders om in alles de beste te zijn of alles te moeten weten over je vak.
  4. Ze bepalen zelf het moment waarop ze de basisstof bij zichzelf beoordelen met een app, liefst een app waarbij ze in spelvorm hun niveau kunnen vergelijken.
  5. Soms bepalen je leerlingen zelf met wie ze samenwerken, soms zorg jij ervoor dat ze wisselen van groep.
  6. Ze kiezen een rol die past binnen een samenwerking.

2.4 Delen expertise

Vervolgens geef je je leerlingen de kans hun expertise die ze opdoen tijdens leerlinggestuurd onderwijs met elkaar te delen. Ze geven elkaar les en werken samen aan projecten waarbij ze taken en rollen verdelen. Geleidelijk verandert jouw rol van docent in die van coach.

Leerlingen hebben werkelijk invloed op hun eigen leerproces als ze:

  1. zelf bepalen of- en met wie ze gaan samenwerken,
  2. zelf op zoek gaan naar deskundigen die hen verder kunnen helpen,
  3. in staat zijn met iedereen in de groep samen te werken.
  4. om de zoveel tijd van rol wisselen binnen een groepsopdracht.

Bij het zelfstandig werken kan de app quizlet leerlingen stimuleren om samen de lesstof grondig te bestuderen.

“voor wat hoort wat” is op termijn de meest succesvolle strategie bij samenwerking:

“Degenen wiens morele emoties hen verplichten “voor wat hoort wat” te spelen, waren beter uit dan degenen met een andere strategie zoals “help iedereen die dat nodig heeft” (wat uitbuiting in de hand werkt) of “neem maar geef niet” (wat maar één keer lukt per persoon; al snel wil niemand meer een deel van de taart met je delen).” (Haidt 2012)

Leerlingen zijn na verloop van tijd in staat hun eigen kompas te volgen en gaan uit eigen interesse intrinsiek gemotiveerd aan de slag. Daarbij ondersteunen ze elkaar en sturen elkaar aan. Er ontstaat dan een hechte groep met ‘sociaal kapitaal’.

2.5 Sociaal kapitaal

De wortels van het begrip Sociaal kapitaal liggen in het werk van de 19e-eeuwse socioloog Emile Durkheim. Die stelde onder meer dat het behoren tot een groep en het ervaren van sociale steun bescherming biedt tegen werkloosheid en zelfmoord. Belangrijk voor de recente herwaardering van het begrip zijn met name geweest de Franse socioloog Pierre Bourdieu en de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. (Bron: Wikipedia)

Having a concept such as social capital is helpful because it forces you to see the relationships within which those people are embedded, and which make those people more productive.

Als je leerlingen de ruimte geeft om met elkaar kennis te maken, vergroot je het sociale kapitaal.

Meirieu geeft aan dat projectonderwijs voor leerlingen een geschikte vorm is voor het verkennen van hun vrijheid Meirieu (2016). Daarbij valt ook te denken aan het geven en organiseren van voorstellingen, acties voor goede doelen, demonstraties voor ouders, open dagen etc.

I propose that we take this approach one step further. To understand the miracle of moral commmunities that grow beyond the bounds of kinship we must look not just at people, and not just at the relationschips among people, but at the complete environment within which those relationships are embedded, and which makes those people more virtuous (however they themselves define that term). It takes a great deal of outside-the-mind stuff to support a moral community. (Haidt 2012)

Video

In deze video een verhaal van Kierkegaard waarin hij vergelijkt ‘wat paarden beschouwen als rijden’ met ‘wat de koetsier van de koning beschouwt als rijden’.

Vertaal je deze vergelijking naar het onderwijs, dan zou je wat leraren in het algemeen als lesgeven beschouwen kunnen vergelijken met wat idealiter mogelijk is wat betreft lesgeven.

Andries Visser leest het verhaal van Kierkegaard voor: ‘Het paard en zijn berijder. Samen met zijn vrouw Lineke vertaalt Andries originele teksten van Kierkegaard uit het Deens naar het Nederlands.

2.5 Discipline

Discipline en vrijheid lijken elkaars tegenpolen. Als je het als je taak ziet je leerlingen te disciplineren bestaat de kans dat je ze berooft van (een deel van) hun vrijheid. Ze gaan weliswaar gedisciplineerd aan de slag maar ze blijven van jou afhankelijk en je maakt ze niet zelfstandig. Met deze vorm van (externe) disciplinering kun je goede resultaten behalen maar de keerzijde krijg je erbij:

Vlakkuilen bij discipline

  • Wat gebeurt er als een leerling niet voldoet aan jouw verwachtingen?
  • In hoeverre zijn je leerlingen bereid te doen wat je van ze vraagt?
  • Hoe zelfstandig zijn je leerlingen als ze op zichzelf zijn aangewezen?

Positief effect discipline

Vrijheid en discipline kunnen elkaar ook versterken. Je kunt ook een aantrekkelijk leerklimaat aanbieden waarin je leerlingen zichzelf en elkaar laat aansturen.  Doordat ze plezier hebben in het leren, zullen ze zich uit eigen beweging gedisciplineerd en coöperatief opstellen. Met deze aanpak gaan ze ook buiten de les verder met werken. Ze werken immers aan eigen doelen. Door hun intrinsieke motivatie behalen ze goede resultaten.

Eenmaal gewend aan deze aanpak, regelen ze steeds meer zelf. De vraag voor hen is:

  • Wat is mijn volgende uitdaging?
  • Wat is daarbij een realistisch doel?
  • Hoe toets en evalueer ik mijzelf?
  • Hoe motiveer ik mijzelf?
  • Hoe organiseer ik hulp van medeleerlingen of van externe deskundigen?

2.6 Verbinden en begrenzen

De termen verbinden en begrenzen worden genoemd in de theorie van Evert Bisschop-Boele (ideocultuur). Deze theorie onderzoekt de mogelijkheid om in te spelen op een al bij de leerlingen aanwezige verbinding met het vak. Hieronder staan twee stijlen van lesgeven met daarbij de implicaties voor verbinding en begrenzing.

  1. Mijn leerlingen hebben niet genoeg kennis om zelf te bepalen wat nuttig is om te gaan doen. Daarom presenteer ik mijn lesstof in afgepaste delen zodat ze precies weten wat ze moeten doen. Ik begrens hun activiteiten en daarmee voldoe ik aan de minimumeisen van mijn vak (begrenzen). Leerlingen die bovengemiddeld presteren kiezen misschien na hun examen mijn vak als studierichting (verbinden zich met mijn vak).
  2. Ik bied mijn leerlingen keuzes. Daardoor krijgen mijn leerlingen de kans eigen wegen in te slaan en zo hun eigen leerstijl te ontdekken. Naast de basisstof ontdekken mijn leerlingen op hun eigen manier de uithoeken van mijn vak en krijgen daarmee de kans te bepalen of dit vak voor hen in de toekomst kansen biedt om verder in door te studeren. Zo verbindt iedere leerling zich op een eigen manier met mijn vak. Elke leerling doet een eigen vorm van expertise op tijdens mijn lessen. Mijn leerlingen krijgen ze de gelegenheid deze expertise met elkaar te delen (verbinden). Doordat ik aan het begin van elk blok de einddoelen omschrijf en aan het eind van het blok basisvaardigheden centraal toets, voldoen alle leerlingen aan de minimumeisen (begrenzen).

Bepaal zelf welke optie voor jou haalbaar is en welke het beste bij jou past. Betrek bij het maken van een keuze de volgende overwegingen:

  • Ben ik in staat aan te sturen en bij te sturen tijdens zelfstandig werken?
  • Door de cijfers die ik geef voor een centrale toets weten de leerlingen in hoeverre ze voldoen aan de eisen van de basisstof. Kunnen mijn leerlingen, naast mijn centrale toetsing, ook zelf bepalen of ze aan de minimumeisen voldoen?

3 Leerlingen delen expertise

Bij het vergroten van ‘sociaal kapitaal’ (zie het punt hierboven) spelen nog meer factoren een rol. Als voorbeeld de rol van het kader bij samenwerking:

Tijdens het zelfstandig werken profiteer je van het eerder met de leerlingen afgesproken kader. Door dit kader kan iedereen zich concentreren en komen talenten tot bloei. Zonder kader kunnen talenten zich ook in negatieve zin openbaren (het recht van de sterkste, wie heeft de macht? Wie heeft de grootste mond?). De volgende afbeelding illustreert dat  invloed geven aan leerlingen bij hen zowel vertrouwen in eigen kunnen vereist als goede bedoelingen. Een duidelijk kader vraagt (impliciet) om goede bedoelingen

Bedoelingen + Eigen kunnen

VOH adviseert om leerlingen te selecteren met vertrouwen in eigen kunnen en die al bewezen hebben een bepaalde vaardigheid te beheersen. Juist deze leerlingen zijn geschikt om andere leerlingen te helpen.

3.1 Profiteren van samenwerking

Niet alleen wie hulp krijgt, profiteert van samenwerking. Ook degene die hulp geeft profiteert en gaat door hulp te verlenen beter formuleren. Tijdens het hulp verlenen herhaalt de leerling de lesstof voor zichzelf en zal deze nog beter onthouden. Bovendien krijgt de leerling die hulp verleent zicht op de verschillende leerstijlen van degenen die hij of zij helpt.

4 Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Zowel jij als je leerling hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wat jouw leerlingen in de maatschappij gaan doen, is deels hun eigen verantwoordelijkheid en deels die van jou. Als je al wat langer lesgeeft, bestaat de kans dat er een oud-leerling naar je toekomt en aangeeft dat jij voor hem of haar het verschil hebt gemaakt. Zo’n verklaring maakt alles wat je tot dan toe hebt gedaan de moeite waard. Uit die opmerking blijkt dat deze leerling indertijd geprofiteerd heeft van jouw toenmalige leeromgeving.

Met leerlinggestuurd onderwijs en met samenwerking verzorg je een leeromgeving waarbinnen talenten maximaal tot hun recht komen. De talenten die dan opbloeien zetten je leerlingen later, zonder dat jij daar nog bij betrokken bent, in bij hun loopbaan. Een op school ontwikkeld talent speelt eerst een belangrijke rol bij de studiekeuze en kan vervolgens bepalend zijn voor het type werk of maatschappelijke functie én voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid die leerlingen op zich nemen.

5 Samen/zelfbepaald – Maslov

De onderstaande twee afbeeldingen maken duidelijk hoe leerlingen eigenaarschap krijgen over hun eigen leerproces.

5.1 Samen/zelf bepaald

Bij de onderstaande afbeelding zie je een assenstelsel met op de horizontale as het wel of niet zelf bepalen wat je leert. Bij leerlinggestuurd onderwijs bepalen leerlingen zelf een deel van hun onderwijsproces. Op de verticale as bepalen zij het wel of niet samenwerken. Door samen te werken versterken en verruimen leerlingen hun eigen expertise. Onderwijs is betekenisvol als leerlingen zelf bepalen wat ze leren en door samen te werken hun ontwikkeling versnellen. Dan is leren leuk. De keerzijde hiervan is onderwijs waarbij de leerling geen invloed heeft op de lesstof (anders bepaald) en waarbij iedere leerling verantwoordelijk is voor zijn eigen cijfer (los van elkaar). Bekijk het nieuwsbericht over betekenisvol onderwijs op deze site.

Bij onderwijs waarbij leerlingen niet samenwerken en waarbij de lesinhoud door de docent is bepaald, voelen leerlingen zich minder als persoon gezien. Er is geen aansluiting bij hun eigen interesses en voorkennis.  Met strengheid, discipline en gezag kun je ergernis hierover de kop indrukken en daarmee (onbewust) versterken. Je komt niet tegemoet aan de gerechtvaardigde wens van je leerlingen om ook zelf invloed te mogen uitoefenen. Vriendelijk orde houden kiest daarom voor samen + zelf bepaald. Dit ziet VOH als betekenisvol onderwijs:

5.2 Piramide van Maslow – zelfrealisatie

Pyramide van Maslow

De piramide van Maslow gaat ervan uit dat zelfrealisatie de hoogste stap is van een ontwikkeling. VOH geeft aan dat het mogelijk direct te beginnen met (aspecten van) zelfrealisatie:

  • Observeren: Let op signalen van leerlingen die duiden op lichamelijke behoeften en laat blijken dat je hun behoefte gezien hebt (Maslow-lichamelijke behoeften).
  • Vriendelijk + duidelijk: Bespreek het kader en toon gedrag dat past bij het kader, Gebruik lichaamstaal, Reguleer je energie.
  • Aansturen en bijsturen
  • Lesinhoud: Gebruik werkvormen die ervoor bedoeld zijn om leerlingen zowel op het persoonlijk vak als op het vakgebied met elkaar te laten kennismaken. Zo voldoe je aan de behoefte van je leerlingen om sociaal contact, erkenning en waardering te krijgen voor hun al aanwezige vaardigheden én voor nieuwverworven vaardigheden (Kennismaken/Maslow-behoefte aan sociaal contact).
  • Lesinhoud: Stel je leerlingen in staat om verworven vaardigheden eerst individueel te meten via apps. (Maslow-erkenning en waardering)
  • Lesinhoud: De beoordeling van het niveau per leerling van de basisstof meten zij zelf met een app én beoordeel jij met een centrale toets.
  • Lesinhoud: Nodig leerlingen uit de leiding te nemen (maar verplicht ze niet). Bedenk opdrachten waarbij het sociale aspect voorop staat en waar als bij toeval vakmatige vaardigheden ontstaan. Als de meeste leerlingen in staat zijn de groep goed te leiden en zich in die rol verplaatsten in degenen die zij leiden, ontstaat succesvolle samenwerking en wederzijdse waardering. Je leerlingen doen ervaring op met het uitoefenen van autoriteit en met het accepteren daarvan. Deze vaardigheid komt van pas bij groepsopdrachten of bij opdrachten waarbij de hele groep samenwerkt.
  • Lesinhoud: Stimuleer uitwisseling van kennis tussen leerlingen onderling. Bied leerlingen de kans om kennis aan elkaar over te dragen. Met de module samenwerken van VOH bereik je direct de door Maslov gedefinieerde zelfrealisatie.

6 Rolwisseling

Bij de module  ‘Kennismaken’, staat bij het punt ‘Groepsvorming‘ beschreven hoe je met rolwisseling expertise deelt. Dat lukt als je leerlingen af en toe de rol van docent op zich laat nemen.

Welke factoren zijn nog meer van belang bij rolwisseling

Als een leerling een andere leerling lesgeeft, oefent degene die lesgeeft het helder verwoorden van kennis en maakt zo kennis met de rol van docent (rolwisseling).

Normaal gesproken sta je er alleen voor om de klas aan te sturen. Aansturen is echter een kunst waar ook de leerlingen zich in kunnen bekwamen. Bij een democratie zijn er om de zoveel jaar nieuwe leiders. Bij groepswerk kun je het wisselen van leider frequenter laten plaatsvinden. Door regelmatig van rol te wisselen, enerzijds aansturen als leider en anderzijds volgen als groepslid, krijgt iedereen begrip voor beide rollen: zowel de leiding op je nemen als het loyaal volgen van iemand die de leiding op zich neemt. Er is nu niet meer sprake van ‘de docent’ maar van ‘wisselend docentschap’. Zo begrijpt iedereen wat ervoor nodig is om als groep samen te kunnen werken.

Citaat over de waarde van rolwisseling:

Kohlberg’s meest invloedrijke uitkomst was dat de meest moreel handelende kinderen (volgens zijn manier van scoren)  diegenen waren die regelmatig de gelegenheid hadden gekregen voor rolwisseling – waarbij ze een probleem vanuit het perspectief een ander konden bekijken”.  Haidt (2012)

Vraag daarom bij complexere opdrachten je leerlingen verschillende verantwoordelijkheden (rollen) binnen hun team te definiëren.

Wil je actief de groepssamenstelling waarin leerlingen samenwerken beïnvloeden? Bekijk dan deze PowerPoint .

Video

In de nu volgende video dirigeert een leerling met plezier de rest van de klas (gebruik lichaamstaal – rolwisseling) en oefent daarmee invloed uit (samenwerken). Deze werkvorm doorbreekt de gebruikelijke hiërarchie (de docent als de enige leider) en stimuleert samenwerking (de leerlingen reageren onderling op elkaar zonder tussenkomst van de docent).

Ideale les:

Een leerling dirigeert tijdens een muziekles.
2.55 Een leerling gebruikt het vuurtorengebaar. De gebaren zijn in deze klas algemeen geaccepteerd en in gebruik genomen.
2.59 Een leerling dirigeert met gebaren. Hier zie je hoe leerlingen onderling de gebaren succesvol gebruiken.

7 Zelfstandig leren

Zelfstandig leren kun je indelen in eerstegraads en tweedegraads zelfstandig leren

7.1 Eerstegraads zelfstandig leren

Jij bepaalt het wat maar niet het hoe. Het klaarzetten van onderwerpen waaruit leerlingen mogen kiezen is een voorbeeld van (leerlinggestuurd onderwijs). Deze onderwerpen kunnen zowel te maken hebben met de basisstof als wel met een eigen onderzoek van de leerlingen.

Voorbeeld: Backward design

Het doel bij Backward design is het leggen van de leerverantwoordelijkheid en de leerenergie bij de studenten. Backward design geeft richting aan zelfstandig werken. Bij backward design bepaal jij het ‘wat’ maar niet het ‘hoe’. Raadpleeg hiervoor het boek van
L. Dee Fink “Creating   significant learning experience” Dit gaat onder ander over critical alignment, situational factors en ‘backward design’.

Een voorbeeld van Backward design: Selecteert een aantal toetsbare vaardigheden en stel voor het toetsen daarvan apps beschikbaar waarmee leerlingen zichzelf kunnen toetsen. Geef je de leerlingen vervolgens de ruimte om rond deze vaardigheden zelf werkvormen te zoeken waarmee ze deze vaardigheden kunnen oefenen. Voordeel van Backward design is dat uiteindelijk alle leerlingen een noodzakelijke vaardigheid verwerven én ook eigen ervaringen opdoen bij de manier waarop ze die vaardigheid verwerven.

7.2 Tweedegraads zelfstandig leren

Jij bepaalt niet het wat én niet het hoe. Je begeleidt je leerlingen in hun leerproces en laat jouw begeleiding aansluiten bij de keuzes die de ze zelf maken. Hierbij hoort onderzoekend leren.

onderzoekend leren

Onderzoekend leren begint met het door de leerlingen formuleren van een kennisvraag en met vragen die aan deze kennisvraag voorafgaan. Bij de onderstaande uitwerking gaan wij uit van werken in groepen. Werken in een groep maakt de kans kleiner dat vragen subjectief worden beantwoord. Hieronder een voorbeeld van een onderzoeksopdracht aan een groep.

  1. Bepaal een onderzoeksvraag, doe onderzoek en presenteer dat in de vorm van een film.
    Om het onderzoek te starten beantwoord je als groep deze vragen.
    Wat wil je te weten komen over….
    Wat is de beste techniek om aan de slag te gaan en het onderzoek te realiseren.
  2. Verslaglegging:
    Maak een overzicht met daarin een lijst waarop te zien is van wie waaraan heeft gewerkt en hoeveel tijd dit heeft gekost.
    Welk onderdeel van het onderzoek heeft jullie het meeste tijd gekost?
    Heeft een van de groepsleden tijdens het onderzoek met een vondst voor een doorbraak gezorgd? Wie was dit en hoe kwam deze doorbraak tot stand?
  3. Presentatie:
    Hoe kun je het onderzoek overtuigend presenteren in de vorm van een film.
    Voor welke doelgroep is de presentatie van jullie onderzoek in de vorm van een film interessant?
    Hoe zorg je ervoor dat anderen iets kunnen leren van deze film.

8 Samenvatting

Samenwerking is een belangrijk onderdeel van een leeromgeving waarbij leerlingen zichzelf aansturen. Ze doen ervaring op met verschillende vormen van kennis, er ontstaat diversiteit en die delen met elkaar tijdens het samenwerken.

Samenwerken tijdens zelfstandig werken – Eerstegraads

Om dit te bevorderen organiseer je leeractiviteiten waarbij je leerlingen een keuze maken uit door jou vastgestelde vaardigheden én maak je die vaardigheden door hen meetbaar met een app. Ze kiezen bij die vaardigheden zelf werkvormen waar mee ze de door jou gevraagde vaardigheden oefenen (Backward design ).

Samenwerken tijdens zelfstandig werken- Tweedegraads

Je vraagt een groep een kennisvraag te formuleren en laat de groep vervolgens onderzoek daarnaar doen. Jij begeleidt dit proces (Onderzoekend leren).