1.7 Let op lichaamstaal

Aan de lichaamstaal van leerlingen is te zien met welke mentale houding ze in de les komen. Soms is de lichaamstaal van een leerling een voorbode van storend gedrag. Als de leerlingen de klas binnenkomen, let de docent op hun lichaamstaal en krijgt zo een beeld van hun stemming en intenties.

“Door op de lichaamstaal van mijn leerlingen te letten, ben ik meer bewust van hun stemming en kan ik daar beter op inspelen. Ik leg makkelijker contact en ik zie direct wie mogelijk de les willen verstoren. Ik kan dan snel reageren. Zo kost orde handhaven mij minder energie.”

 

  • Nu beantwoorden:
    Welke lichaamstaal herken ik tot op heden als voorbode van storend gedrag?
  • Thuis beantwoorden:
    Op deze lichaamstaal ga ik in de toekomst nog meer letten.

Introductievideo

Door op lichaamstaal van leerlingen te letten kun je snel reageren op voorbodes van verstoringen.

Voorbeelden bij Let op lichaamstaal

Let bij verstoringen van de les en het zoeken naar voorboden daarvan op verschillende uitingsvormen:

  • timbre van de stem
  • te luid praten
  • elkaar uitlachen
  • een provocerende houding
  • wegkijken
  • jou negeren
  • op een niet-open wijze aankijken (overdreven/uitdagend/boos/plagend/afwezig)
  • geen oogcontact
  • te dichtbij komen
  • gezichtsuitdrukking
  • ongepaste kleding(attributen)
  • ongepaste kledingopschriften
  • opvallende handelingen en ruwe gebaren
  • rondkijken en daarbij contact zoeken
  • niet gaan zitten
  • onderuithangen
  • achteroverzitten (stoel op twee poten)
  • vooroverhangen
  • hoofd op tafel
  • naar buiten staren
  • aan andermans spullen zitten
  • storende geluiden maken (bladritselen, penklikken, potloodtikken, tafeldrummen).

Let ook op positieve uitingen van lichaamstaal, laat merken dat je het ziet en reageer daar positief op.

Bekijk de vormen van non-verbaal gedrag in tabel 1.7.1 hieronder over de Roos van Leary.

Inhoud

  1. Samenhang met de overige onderwerpen
  2. Volgorde van werken
  3. Wel of niet letten op lichaamstaal van leerlingen
    3.1 Niet letten op lichaamstaal
    3.2 Wel letten op lichaamstaal
  4. Toelichting lichaamstaal
    4.1 Openheid geven over gevoel in het PO
    4.2 Verschillende soorten gedrag
    4.3 Onderzoeksvraag
    4.4 Met je eigen lichaamstaal je leerlingen beïnvloeden.
  5. Tips

1 Samenhang met de overige onderwerpen

Dit aspect onderscheidt zich – samen met Let op taalgebruik – van de overige aspecten, omdat het zich richt op waarneming in plaats van actie. Deze waarnemingsgerichte aspecten zijn van belang bij alle uitvoeringsgerichte aspecten. Dit onderwerp is dus altijd relevant en het hangt met alle andere onderwerpen samen.

De lichaamstaal van je leerlingen is met afstand je primaire bron van informatie over de stemming in de klas, simpelweg omdat je aan hun lichaamstaal de meeste kennis kunt ontlenen over hun stemming, houding, gemoedstoestand, intenties, energiepeil, begrip, wensen et cetera. Veel meer dan bijvoorbeeld aan de verbale inhoud van hun uitingen.

Alle onderwerpen

Door op lichaamstaal te letten, ontdek je snel mogelijke verstoringen van de les. Daarop reageer je met het interventiepalet.

Interventiepalet

2 Volgorde van werken

Vanaf de eerste les let je op lichaamstaal. Met dit onderwerp bereid je je daarop voor.

3 Wel of niet letten op lichaamstaal van leerlingen

3.1 Niet letten op lichaamstaal

Je herkent storend gedrag te laat en daardoor krijgen leerlingen de kans om de les te verstoren. De verstoringen halen je uit je concentratie. Doordat je niet let op positieve lichaamstaal, mis je bovendien de kans om leerlingen daarvoor te waarderen en om een band met ze op te bouwen.

3.2 Wel letten op lichaamstaal

Je let op lichaamstaal terwijl de leerlingen het lokaal binnenkomen (bijvoorbeeld hoe ze je een hand geven), tijdens de les én als ze het lokaal verlaten. Je let enerzijds op voorboden van verstoringen van de les, zodat je deze al in de kiem kunt smoren. Anderzijds let je ook op positieve vormen van lichaamstaal, zodat je ook daarop meteen kunt reageren met een compliment, zoals het gebaar met de duim omhoog. Als je vertrouwen hebt in jezelf en je voelt je rustig, dan zorgt dat ervoor dat de leerlingen jou ook serieus nemen in de non-verbale signalen die je geeft.

Hoe beter je je bewust bent van je eigen lichaamstaal, des te beter kun je letten op lichaamstaal van de leerlingen. Waarnemingen op het gebied van lichaamstaal kun je goed onthouden. Dit maakt dat je lichaamstaal die je herkent als een voorbode van storend gedrag snel kunt opmerken. Als je dergelijke lichaamstaal opmerkt, kun je ook weer snel en efficiënt aansturen met lichaamstaal (Gebruik lichaamstaal).

4 Toelichting lichaamstaal

4.1 Openheid geven over gevoel in het PO

Naast observeren kan je leerlingen ook uitnodigen openheid te geven over hun gevoel. Als je weet hoe iemand zich voelt, kan je makkelijker rekening met elkaar houden. In het PO kan je hiervoor een emotieladder gebruiken. Deze hang je in de klas en iedere leerling heeft een persoonlijke knijper met naam. Bij binnenkomst hangen ze hun knijper bij het gevoel wat op dat moment bij hen past. Dit hoeft verder niet besproken te worden, maar je weet wel dat je wat meer rekening met deze persoon moet houden. Het is wel belangrijk heel duidelijke afspraken te maken, zoals: we praten niet zomaar over iemand, je zit alleen aan je eigen knijper.

4.2 Verschillende soorten gedrag

Bij het observeren van gedrag kun je letten op zowel verbaal als non-verbaal gedrag. De bovenstaande tabel toont de gedragingen en het zelfbeeld voor alle acht vormen gedrag. Naast het non-verbale gedrag staat in de tabel ook het bijbehorende zelfbeeld beschreven. Het is goed om te beseffen dat gedrag niet per definitie goed of fout is. Elk gedrag heeft een oorzaak. Leary stelt dat elk mens alle soorten gedragingen in zich heeft. De bovenstaande lijst helpt je bij het plaatsen van gedrag van je leerlingen. (Lees meer over de Roos van Leary bij 1.4 Toon gewenst gedrag)

Tabel 1.7.1. Roos van Leary

4.3 Rechter hersenhelft stuur motorische functies aan

Als mens heb je twee hersenhelften. Het rechter deel stuurt (o.a.) motorische functies aan en het linker deel stuurt (o.a.) de verbale functies aan. Als je je aandacht en je waarneming richt op lichaamstaal (wat hoort bij het rechter motorische deel van de hersenen) en als je ook zelf actief lichaamstaal gebruikt, ben je beter in staat om spontaan verbaal alles wat je hoort te plaatsen én kun je spontaan beter formuleren (linker verbale deel van de hersenen). Je bent in het nu, je bent verbonden met wat er gebeurt, je hoeft minder te redeneren.

Wie dit zou willen onderzoeken of meer weet over dit onderwerp vragen wij contact op te nemen met Vriendelijk orde houden.

4.4 Met je eigen lichaamstaal je leerlingen beïnvloeden

Door op je eigen lichaamstaal te letten en die aan te passen, beïnvloedt je de lichaamstaal van je leerlingen. Als je bijvoorbeeld zelf langzaam beweegt, zacht praat en neutraal kijkt dan straal je daarmee rust uit. Voorkom druk bewegen, hard praten en boos kijken.

Johan ‘t Hart: “Altijd als ik lesgaf met video en ik mijzelf terugzag op het beeld, dan merkte ik op dat ik heel langzaam bewoog. Dat verbaasde mij in eerste instantie. Nu besef ik dat ik voortdurend opmerkzaam was op taalgebruik en lichaamstaal. Mijn sluipende, langzame bewegingspatroon hoorde bij het observeren van het gedrag van mijn leerlingen. Naar de leerlingen toe toonde ik daarmee als het ware mijn voelsprieten voor hun gedrag.”

5 Tips

  • Let bij binnenkomst van de leerlingen op hun lichaamstaal. Je ziet dan direct hoe ze zich voelen.
  • Nodig leerlingen uit om openheid te geven over hun gevoel. Als je weet hoe iemand zich voelt, kun je makkelijker rekening houden met elkaar. In het Primair Onderwijs wordt hiervoor een emotiemeter gebruikt. Deze hangt in de klas en iedere leerling heeft een persoonlijke knijper met naam. Bij binnenkomst hangen ze hun knijper bij het gevoel wat op dat moment bij hen past. Dit hoeft verder niet besproken te worden, maar je weet wel dat je wat meer rekening met deze persoon moet houden. Het is daarbij belangrijk om duidelijke afspraken te maken, zoals: we praten niet zomaar over iemand, je zit alleen aan je eigen knijper.
  • Artikel: See the evolution of Donald Trump and Emmanuel Macron’s awkward handshakes
  • Wat doe je als een leerling je bij de begroeting aan het begin van de les hard in je hand knijpt? Wat zou een leerling moeten doen als de docent te hard in zijn / haar hand knijpt? Betrek bij het beantwoorden van deze vraag het Kader. Stel jezelf de vraag: ‘Hoe aardig is het om iemands hand fijn te knijpen?’
Credits
Enero Moestalam – Kwaliteitszorg HkA / Docent dansEnero gaf Johan ’t Hart de opdracht een les alleen maar op lichaamstaal te letten. Voor Johan ’t Hart ging een wereld open. Hij zag direct hoe zijn leerlingen zich voelden en kon daarom beter op ze reageren. Enero heeft ervoor gezorgd dat Let op lichaamstaal is opgenomen als een van de aspecten van Vriendelijk orde houden.