1.10 Let op taalgebruik

De docent spreekt de leerlingen op een vriendelijke manier aan en vermijdt ruwe taal. Hij let op taalgebruik van leerlingen, zodat hij sneller en adequater kan reageren en stuurt aan op taalgebruik dat past bij het kader.

De docent neemt het initatief om op een vriendelijke en zorgvuldige manier spreken en nodigt daarmee de leerlingen uit om op hun taal te letten.

“Ik let op mijn eigen woorden en ik let op het taalgebruik van mijn leerlingen. Zo gaat alle aandacht naar de les.”

Welke woorden kies ik uit om jou uit te nodigen om te luisteren naar mijn verhaal?” Tony Scott – Wikipedia zie ook punt 3.7 op deze pagina.

 

  • Nu beantwoorden

    Hoe spreek ik tot op heden mijn leerlingen aan?

  • Thuis beantwoorden

    Hoe spreek ik voortaan mijn leerlingen aan?

Introductievideo

Letten op taalgebruik van leerlingen is gericht op waarneming. Naar aanleiding van je waarnemingen stuur je indien nodig aan of bij óf geef je complimenten.

Voorbeelden

Een leerling gebruikt ruwe taal en je wilt hem op een vriendelijke en effectieve wijze vragen om daarmee te stoppen. Bekijk daarvoor het derde voorbeeld op de gebarenpagina: Attentie – stop – goed gedaan.

Inleiding let op taalgebruik

Het doel van de cursus: cursisten aan het roer zetten van hun eigen ontwikkeling. Om de gedachten van de cursisten vrij te laten stromen begint de coach met goed luisteren. Wanneer het duidelijk is waar de behoefte van de cursisten ligt, geeft de coach suggesties waarmee de cursist toewerkt naar een eigen vernieuwde aanpak.

Inhoud

  1. Samenhang met de overige onderwerpen
  2. Volgorde van werken
  3. Wel of niet letten op taalgebruik
    3.1 Wel letten op taalgebruik
    3.2 Niet letten op taalgebruik
  4. Taalgebruik als voorbode van ongewenst gedrag
    4.1 lijst met typen gedragingen die een CBT therapeut dient te herkennen
  5. Toelichting let op taalgebruik
    5.1 Vaktaal
    5.2 Vormen van communiceren
    6.3 Taalgebruik en ‘Moods’
    5.4 Waar let je op
    5.5 Zorgvuldig formuleren
    5.6 Houding docent
    5.7 Herkomst van let op taalgebruik
  6. Tips

1 Samenhang met de overige onderwerpen

Let op taalgebruik is een van de weinige aspecten van Vriendelijk orde houden die niet van zichzelf actiegericht zijn maar waarnemingsgericht. Let op lichaamstaal is vooralsnog het enige andere aspect waarvoor dit geldt. Het gaat bij deze aspecten niet om hoe je iets (anders) doet, maar om waar je op let. Deze waarnemingsgerichte aspecten zijn dus van belang bij alle uitvoeringsgerichte aspecten. Het aspect Let op taalgebruik is dus altijd relevant en het hangt met alle andere onderwerpen samen.

Alle onderwerpen Vriendelijk orde houden

Als blijkt dat een leerling ruwe taal gebruikt, gebruik je het interventiepalet om aan- en bij te sturen.

Interventiepalet Vriendelijk orde houden

2 Volgorde van werken

Vanaf de eerste les let je op taalgebruik. Met dit onderwerp bereid je je daarop voor.

3 Wel of niet letten op taalgebruik

3.1 Wel letten op taalgebruik

Als iedereen op zijn woorden let, krijgen conflicten niet de kans te ontstaan. Als je zelf zorgvuldig formuleert en als je je leerlingen er direct op aanspreekt als zij dat onderling niet doen, dan ontstaan minder conflicten en lossen conflicten zich snel op. Dat betekent dat je minder vaak aan- of bijstuurt met het Interventiepalet.

3.2 Niet letten op taalgebruik

In een artikel van de NRC (18 juni 2019) over toenemend geweld in Duitsland staat een citaat van President Steinmeier: “Waar de taal ruwer wordt, is de strafdaad niet meer ver weg.” Een praktische vertaling van deze uitspraak voor docenten: Weer grove taal uit de les. Daarmee voorkom je verstoringen van de les.

Afbeelding met bovengenoemd artikel NRC

Afbeelding met citaat Steinmeier

Drillrap

4 Taalgebruik als voorbode van ongewenst gedrag

Ruw taalgebruik kan een voorbode zijn van ongewenst gedrag. Als je ruwe taal van anderen snel herkent en bijstuurt, vermijd je ook onderstaande lijst met cognitive distortions (Lukianoff (2018), Greg).

Oorspronkelijk is deze lijst bedoeld voor therapeuten. Ook als docent kan deze lijst voor jou van nut zijn. Als je de onderstaande typen redeneringen bij je leerlingen herkent, kun je je leerlingen helpen om deze manieren van redeneren te vermijden, en wellicht ook ongewenst gedrag vermijden.

4.1 lijst met typen gedragingen die een therapeut dient te herkennen

De negen meest gangbare cognitieve verstoringen die therapeuten leren herkennen bij CBT (Cognitive Behavior Therapy).

EMOTIONAL REASONING: Letting your feelings guide your interpretation of reality. “I feel depressed; therefore, my marriage is not working out”.

CATASTROPHIZING: Focusing on the worst possible outcome and seeing it as most likely. “It would be terrible if I failed”.

OVERGENERALIZING: Perceiving a global pattern of negatives on the basis of a single incident. “This Generally happens to me. “I seem to fail a lot of things”.

DICHOTOMOUS THINKING (also known variously as “black-and white thinking, “all-or-nothing thinking,” and “binary thinking”). Viewing events or people in all-or-nothing terms. “I get rejected by everyone.” or “It was a complete waste of time”.

MIND READING: Assume that you know what people think without having sufficient evidence of their thougths. “He thinks I’m a loser.”

LABELING: Assigning global negative traits to yourself or others (often in the service of dichotomous thinking). “I’m undesirable,” or “He’s a rotten person.”

NEGATIVE FILTERING: You focus almost exclusively on the negatives and seldom notice positives. “Look at all of the people who don’t like me.”

DISCOUTING POSITIVES: Claiming that the positive things you or others do are trivial, so that you can maintain a negative judgment. “That’s what wives are supposed to do – so it doesn’t count when she’s nice to me, “ or “Those successes were easy, so they don’t matter.”

BLAMING: Focusing on the onther person as the source of your negative feelings; you refuse to take responsibility for changing yourself. “She’s to blame for the way I feel now, “ or “My parents caused all my problems.”

5 Toelichting let op taalgebruik

Er lijkt een voordeel te zitten aan het gebruik van grove taal: Je bent je agressie kwijt. Waar je op dat moment geen rekening mee houdt is wat je aanricht en daar kun je later spijt van krijgen.

Aansturen begint met het stellen van een Kader, het geven van het goede voorbeeld (Toon gewenst gedrag), het duidelijk aangeven van je verwachtingen (Verwachtingsmanagement) én indien nodig aanspreken op ongepast taalgebruik en ongepaste lichaamstaal (Let op taalgebruik, Let op lichaamstaal). Grove taal past niet bij het Kader: Vriendelijk + Duidelijk. Als je dit kader serieus neemt moet je grove taal daarom direct bijsturen.

Om effectief te kunnen communiceren laat iedereen in de les grove taal achterwege. Zo is het mogelijk om vriendelijk en zorgvuldig te formuleren. Praat zacht en op een vriendelijke manier met je leerlingen . Zo ontstaat een rustige, veilige les waarbij iedereen zich kan concentreren op het vak.

5.1 Vaktaal

Begin de les met een taalles. Verklaar aan het begin van de les de moeilijke woorden, de vaktaal, het jargon  die je die les gaat gebruiken.  Doe je dat niet, dan werkt het voor de leerlingen als een rookgordijn, ze begrijpen je niet! (Let op je eigen vaktaal). Door er niet op te letten, schep je afstand tussen jou en de leerlingen. Zij (de leerlingen) begrijpen mij niet, hij of zij (de docent) valt niet te begrijpen.

5.2 Vormen van communiceren

Met lichaamstaal en taalgebruik toon je intenties, overtuigingen en emoties. Taalgebruik bestrijkt in principe de inhoud van wat wordt gezegd (inclusief alles wat daarmee tussen de regels door wordt meegedeeld) en lichaamstaal bestrijkt in principe al het andere wat het lichaam uitdrukt, inclusief toon en geluidssterkte van wat er wordt gezegd. Daartussen is natuurlijk een grijs gebied en het doet er niet zo veel toe waar de overgang ligt; veeleer is van belang dat je je er van bewust bent dat deze twee aspecten jou samen cruciale informatie geven over wat er bij leerlingen en in de klas gebeurt. Hoe je daar vervolgens op inspeelt is vervat in alle andere aspecten van Vriendelijk orde houden.

5.3 Taalgebruik en ‘Moods’

Bij het onderwerp Energieregulatie komen  ‘Moods’ aan de orde (stemmingen, emoties). Wat betreft taalgebruik vereist de ‘Mood’ rechtsonder onze aandacht. Hoe vertalen deze stemmingen zich in woorden?

Deze ‘Mood’ heeft de hoogste energie . In deze stemming is de kans groot dat je grove taal gebruikt. Als je een conflict met een leerling op een boze manier uitvecht zit je in deze toestand. Als iemand (jij of de leerling) bij het conflict, in het heetst van de strijd,  grove taal gebruikt, ontstaat er verwijdering en is het conflict daardoor moeilijker op te lossen. Als je, ook bij hoge energie, zelf op je taalgebruik let, en op dat van de leerling, blijf je met elkaar in contact en is een oplossing eenvoudiger te vinden.

5.4 Waar let je op

De taal die je zelf niet gebruikt en niet toestaat bij de leerlingen:

  • straattaal
  • krachttermen
  • generaliseren
  • te veel nadruk leggen op
  • luid praten met grote gebaren
  • discrimineren
  • minachtend spreken over

Dit sluit aan bij de lijst van punt vier die hoort bij Cognitieve gedragstherapie.)

Met het Kader heb je aangegeven wat je in het algemeen van de leerlingen vraagt. Een Kader is er voor iedereen, daarom spreekt het vanzelf dat jij als docent het goede voorbeeld geeft en zeker zelf geen grove taal gebruikt. Wie toch grove taal gebruikt maakt dat anderen een hekel aan hem of haar krijgen. Met mensen die grove taal gebruiken wil je niet samenwerken.

5.5 Zorgvuldig formuleren

Als je rustig, vriendelijk en zorgvuldig formuleert, is het voor de leerlingen makkelijker om zich te concentreren.

5.6 Houding docent

Vriendelijk orde houden adviseert docenten om te beginnen met het tonen van gewenst (vriendelijk en duidelijk) gedrag. Doorgaans reageren leerlingen door dit gedrag over te nemen.

Toon gewenst gedrag + aan- en bijsturen Vriendelijk orde houden

5.7 Herkomst van let op taalgebruik

Het onderwerp van Vriendelijk orde houden Let op taalgebruik, is voortgekomen uit de samenwerking van Johan ’t Hart en Peter van der Bosch. Tijdens die samenwerking maakte Peter aan Johan duidelijk hoe belangrijk het is om vriendelijk te zijn en te blijven tijdens het lesgeven. Een uitspraak van Peter: “Welke woorden kies ik uit om jou uit te nodigen om te luisteren naar mijn verhaal?”

Johan ’t Hart: “In het jaar 2000 – ik had toen al 20 jaar lesgeven als muziekdocent – belde een oud-leerling mij op (toen was Peter 30 jaar oud). Hij wilde met mij samenwerken. Inmiddels stond hij bekend als rapper onder de naam Tony Scott – The Chief. Wikipedia

Chronologisch overzicht van de gebeurtenissen

Zie ook deze link naar de site van de Stichting Rapucation.
https://www.rapucation.eu/inspiratie/

Al op 15 jarige leeftijd kreeg Peter de kans om een rapalbum te maken. Zijn ouders vroegen hem, ga je dan ook straattaal gebruiken? Zij gaven hem het advies dat niet te doen. Zij vroegen Peter om over hun cultuur (Indianen in Suriname) te vertellen en over de manier waarop indianen met de natuur omgaan. Peter heeft deze adviezen opgevolgd. Dat heeft geleid tot de hits in Amerika en Engeland zoals: That’s how I’m Living (1989) en The Chief (1990).

Peter gaf van 2000 tot 2015 samen met Johan ’t Hart muziekles op het PNC. In 2000 was rapmuziek al een onderdeel van hun lessen. Voordat Peter kwam studeerde Johan met klassen rapteksten in. Het taalgebruik was wel eens wat ruw, maar ach, dat nam Johan voor lief.

Na verloop van tijd werden de teksten steeds grover, zakten de broeken iets naar beneden en droeg men het liefst winterjassen met bontkragen. Op een gegeven moment besloten Tony Scott en Johan ’t Hart dat grove taal niet meer door de beugel kon. De druppel die de emmer deed overlopen was verzoek van de leerlingen om een rapnummer van “De Jeugd van Tegenwoord” te gebruiken genaamd “Watskeburt”. In plaats van het origineel maakten Peter en Johan  een nieuwe versie van dit nummer genaamd “Wordt Gekeurd” Binnen het Pieter Nieuwland College werd deze nieuwe versie een hit. Bovendien hingen wij de aanwijzing van de ouders van Peter aan alle vier de muren van het lokaal: Let op je woorden. Deze aanwijzing verscheen na geruime tijd ook in alle lokalen. Weer later is deze aanwijzing vervangen door “Wees aardig, waardig en vaardig”.

Deze aanwijzingen hadden vooral in het muzieklokaal een wonderbaarlijk effect. Peter en Johan beseften dat dit effect navolging verdiende. In projecten van Rapucation werkten zij dit verder uit (First ID projecten ).

Succes bij de muzieklessen en op het Pieter Nieuwland College leidde tot de Stichting Rapucation en later tot deze website Vriendelijk orde houden én tot dit hoofdstuk op deze website.”

Artikel in Trouw door Johan ’t Hart met als titel: Let op je woorden

Zie hieronder een film van de NCRV over deze periode van samenwerking.

6 Tips

  • Als je vanuit de behoefte om het gedrag en het werkproces van je leerlingen op het goede spoor te krijgen en te houden, te veel praat en te aanwezig bent, ben je onbedoeld een stoorzender voor je leerlingen. De leerlingen krijgen dan het gevoel ‘dat je door hen heenpraat’.
  • Spreek op een waardige manier over leerlingen. Spreek niet over “ze” (de vijand = de leerling).
  • Het timbre van je stem kun je zelf aanpassen. Als je rustig en ontspannen lesgeeft, verandert het timbre van je stem. Het wordt lager, langzamer, je articuleert beter en je formuleert zorgvuldiger.
  • Maak indien mogelijk eerst non-verbaal duidelijk wat je wilt (Gebruik lichaamstaal).
  • Bedenk eerst hoe je iets gaat zeggen. Haal voordat je iets zegt één keer adem. Haal wat je van plan bent te gaan zeggen door een filter heen. Zo kan iedereen ongestoord over inhoud van het vak praten en voorkom je dat je denkt: “Stom, dat had ik niet moeten zeggen.”
  • Het volume waarmee je iets zegt is bepalend voor hoe het overkomt. Laat je volume afhangen van de omstandigheden. Als iedereen zelfstandig werkt, praat dan zacht of fluister met de leerlingen die je aanwijzingen geeft. Dan heeft niemand last van de instructie die je geeft. Om een leswisseling van zelfstandig werken naar frontaal lesgeven aan te geven gebruik je wel een luide stem.
  • Als je frontaal lesgeeft, praat dan zacht en vriendelijk. Als leerling opletten, verstaan ze je prima en vinden ze het prettiger om naar je te luisteren. Vergeet daarom niet om, voordat je iets gaat uitleggen, het stiltegebaar te gebruiken (Gebruik Lichaamstaal).
  • Spreek in het algemeen zacht. Een uitzondering hierop is het aangeven van een wisseling van werkvorm (b.v. zelfstandig werken naar frontaal lesgeven). Dan is het zaak dat alle leerlingen horen wat de bedoeling is. Bekijk hiervoor de video hieronder.

Wisseling van werkvorm

Een uitzondering waarbij het functioneel is om als docent je stem te verheffen. Bij deze video vraagt de docent iedereen om op te ruimen en om in de kring te gaan zitten.

Over de onderstaande video

Tijdens het maken was  Johan ’t Hart acteur in deze film. Hem werd gevraagd om (tegen zijn gewoonte in) boos te worden op een leerling waarvan hij (volgens script) abusievelijk het vermoeden had dat hij een bordenwisser naar hem had gegooid. Deze opdracht verschilde van zijn dagelijkse lespraktijk waarin hij boosheid probeerde te vermijden.

In de film heeft de hoofdpersoon (de leerling die te laat komt) twee alter-ego’s die hem adviseren wat te doen. Degene aan zijn linkerhand vraagt hem het conflict op de spits te drijven. De alter-ego aan zijn rechterhand vraagt hem om het probleem op een nette manier op te lossen. De hoofdpersoon kiest voor het laatste. Deze film roept leerlingen op om gewenst gedrag te vertonen.

Deze video uit 2008 heeft als onderwerp het ‘keuren’ van taal.

Tekst en Rap – Tony Scott
Muziek – Johan ’t Hart
Script en montage – Ernest Meholi.

De bovenstaande rap over het ‘keuren’ van taal leverde de Stichting Rapucation de volgende opdrachten op:

De Stichting Rapucation kreeg in 2008 van het Europees Platform (inmiddels heet deze organisatie Nuffic) de opdracht een rap te schrijven over tweetaligheid. De rapper Luciano Latuny maakt deze rap samen met Tony Scott en trad er in 2008 mee op bij de “Europese dag van de talen” in Ede.

De Stichting Rapucation (ontstaan na gebleken succes met de aanwijzing ‘Let op je woorden’) kreeg via de milieuorganisatie Urgenda in 2011 het verzoek een rap te schrijven over elektrische auto’s. Een van de leerlingen van het Pieter Nieuwland College schreef samen met Tony Scott de gevraagde tekst. Met deze video op de achtergrond trad Emre in 2011 samen met Ruud Koornstra op bij de nacht van de Duurzaamheid in de Heineken Music Hall. Een week later trad Emre met dit nummer op bij Tedx Youth.

2007 Het derde Testament van de NCRV Uitgezonden op 21 oktober 2007  Nederland 2 – Taalgebruik op het Pieter Nieuwland College.

Twee docenten van het Pieter Nieuwland College, Tony Scott (Peter van der Bosch) en Johan ’t Hart vroegen hun leerlingen te letten op hun taal én studeerden met hen een parodie in op Watskeburd  van de Jeugd van Tegenwoordig met als nieuwe titel Wordt gekeurd (Word Gekurd). Grove taal verdween uit de muzieklessen en daardoor verbeterde de sfeer.  De leerlingen gingen daarna bewuster om met hun taal zowel in de les, als bij het creëren en uitvoeren van nummers. Dit succes was de aanleiding voor het oprichten van de Stichting Rapucation.

Naar aanleiding van het nummer Word Gekurd  verscheen een artikel van de hand van Johan ’t Hart in het dagblad Trouw. Naar aanleiding van dit artikel is er van deze lespraktijk een filmopname gemaakt voor het programma Het derde Testament van de NCRV Uitgezonden op 21 oktober 2007  Nederland 2. Blijkbaar is er niet alleen op het Pieter Nieuwland College aandacht voor  De aandacht voor taalgebruik is bij Rapucation altijd gebleven en is nu onderdeel van de cursus Vriendelijk orde houden

Credits
Tony Scott – Rapper (Peter van der Bosch – The Chief)De rapper Tony Scott staat aan de wieg van Rapucation en aan die van Vriendelijk orde houden. Zie hierboven het punt “herkomst let op taalgebruik” .