1. Vriendelijk

Vriendelijk is één van de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH). De docent geeft op een vriendelijke manier les en maakt daarmee orde. De docent geeft bewust het goede voorbeeld en is hierop aanspreekbaar. De docent creëert elke les momenten waarop leerlingen met elkaar kennismaken.

Ik geef op een vriendelijke manier les en merk dat de meeste leerlingen  mijn voorbeeld volgen. Het sociale aspect is wellicht het belangrijkste aspect van het lesgeven. Daarom geef ik mijn leerlingen regelmatig de gelegenheid voor onderling kennismaken. Als een leerling de les verstoort, stuur ik gedrag ook weer op een vriendelijk manier aan- of bij. Als iedereen vriendelijk is, voelt je je thuis.

“Vriendelijkheid is niet mijn zwakte, maar juist mijn kracht” – Stephanie Heeren docent Nederlands.

Nu beantwoorden:

Hoe vriendelijk ben ik nu?

Thuis beantwoorden:

Hoe vriendelijk wil ik in de toekomst zijn?

Vriendelijkheid is nu mijn kracht

Bekijk voorbeelden van cursisten bij

Testimonials

Bekijk ook onze tekenfilm en en een stuk over de kern van Vriendelijk orde houden bij de pagina:
Cursus vriendelijk orde houden in de klas

Inleiding

Door op een vriendelijke manier les te geven maak je orde. Daarmee geef je je leerlingen het goede voorbeeld en creëer je iedere les momenten waarbij leerlingen met elkaar kennismaken. Zo zorg je voor een goede sfeer. Hierbij de kanttekening dat vriendelijkheid alleen niet volstaat. Als je vriendelijkheid met duidelijkheid combineert, kun je ongestoord lesgeven.

Vriendelijkheid is een van de vijf aspecten die bijdragen aan een goede orde.

  1. Vriendelijk (deze pagina)
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen

Doorgeven ‘vriendelijk’ schoolbreed

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal hiervan profiteren? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

Inhoudsopgave

  1. Volgorde van werken
  2. Voorbeeldfunctie
    2.1 Toon gewenst gedrag
    2.2 Gebruik lichaamstaal
    2.3 Reguleer je energie
  3. Kennismaken
  4. Wel of niet vriendelijk
  5. Samenvatting

1 Volgorde van werken

Als je een nieuwe groep voor het eerst ziet, stel je dan vriendelijk op, ook al is de groep onrustig. Zou je daar meteen onrustig op reageren, dan geef je op dat moment niet het goede voorbeeld.

De eerste keer dat je de aandacht van de groep hebt, bespreek je direct het kader waarbij je aangeeft dat jij van iedereen, dus ook van jezelf, verwacht vriendelijk en duidelijk te zijn. Pas als je dat hebt aangegeven kun je beginnen om gedrag aan te sturen of bij te sturen.

2 Voorbeeldfunctie

2.1 Toon gewenst gedrag

De docent toont gewenst gedrag dat staat beschreven in het Kader en is hierop aanspreekbaarEen aantal leerlingen nemen dit gedrag als vanzelf over. Leerlingen die net als de docent gewenst gedrag tonen, hebben op hun beurt een voorbeeldfunctie voor hun medeleerlingen.

Samen met de andere aspecten waarmee de docent ‘orde maakt’, maakt het voorbeeldgedrag van de docent het voor iedereen vanzelfsprekend om gewenst gedrag dagelijks in praktijk te brengen.

“Ik toon het gedrag dat in het kader staat beschreven: vriendelijk en duidelijk. Mijn leerlingen nemen mijn houding meestal over. Zo gaat meer aandacht naar de les en komt de lesstof duidelijker over het voetlicht.”

“Bapuji [Mathatma Ghandi, grootvader van Arun] had andere ideeën over opvoeden dan de meeste andere mensen. Hij was van mening dat kinderen meer leerden van het karakter en het voorbeeld van hun leraren dan uit boeken. Hij moest niets hebben van het aloude advies ‘doe wat ik zeg, niet wat ik doe’; hij was ervan overtuigd dat leraren het goede voorbeeld moeten geven als ze iets van hun leerlingen verlangen.” Ghandi (2017)

Lees meer

2.2 Gebruik lichaamstaal

De docent gebruikt lichaamstaal om leerlingen op een vriendelijke, duidelijke en efficiënte manier aan- en bij te sturen. Aansturen met gebaren, of door een op een bepaalde plaats te gaan staan, kost de docent weinig energie en haalt de ruis uit de les. Niemand hoort het.

“Met lichaamstaal geef ik onhoorbaar duidelijke aanwijzingen voor gedrag. Hierdoor gaat er meer aandacht naar de les en kan ik altijd vriendelijk blijven.”

Hoe vaker het je lukt tijdens het lesgeven om met lichaamstaal aanwijzingen te geven, hoe minder deze aanwijzingen de les verbaal onderbreken. Bekijk de voorbeelden waarbij je non-verbaal deze aanwijzing geeft:  “jij mag het zeggen , ga zitten, etc”

Lees meer

Bekijk voorbeelden van gebaren

2.3 Reguleer je energie

De docent is in staat de eigen energie te reguleren en te doceren. Leerlingen volgen het voorbeeld. VOH reikt docenten en leerlingen een model aan om hun energie te reguleren.

De docent blijft vriendelijk en duidelijk, ook tijdens uitdagende situaties. De docent stuurt gedrag van leerlingen efficiënt en op een rustige manier bij en voorkomt daarbij irritaties.

“Ik reguleer mijn eigen energie. Bij een drukke groep ben ik juist ontspannen om de groep tot rust te brengen. Bij een passieve groep toon ik meer energie om de groep te enthousiasmeren”.

“Wie niet boos kan worden is een dwaas, wie het niet wil is wijs” (Seneca)

Lees meer

3 Kennismaken

Docent en leerlingen maken onderling kennis met elkaar en versterken daarmee hun band. Kennismaken komt terug in de werkvormen van elke les.  Zo ontstaat een hechte groep en kan iedereen zich concentreren. 

Relatie voor prestatie.”  Deze uitspraak onderstreept de noodzaak om eerst kennis te maken met elkaar. Door elkaar op een goede manier beter te leren kennen, ontstaat wederzijds vertrouwen en kan iedereen geconcentreerd werken en samenwerken.

 Wij maken in verschillende rollen op een vriendelijke manier kennis met elkaar. De onbekendheid verdwijnt en iedereen durft zich kwetsbaar op te stellen.

Kohlberg’s meest invloedrijke uitkomst [van zijn onderzoek] was dat de kinderen met het grootste morele besef (volgens zijn scorings-methode) degenen waren die regelmatig de gelegenheid kregen voor rolwisseling – om zichzelf te verplaatsen in iemand anders en om van vanuit het perspectief van een ander te kijken naar een probleem.” Haidt (2012)

Lees meer

4 Wel of niet vriendelijk

Je stelt je vriendelijk op

Wij imiteren elkaars gedrag. Als jij je op een vriendelijk manier opstelt, kun je verwachten dat de meeste leerlingen jouw houding overnemen. Slechts een paar leerlingen die niet kunnen geloven dat een docent werkelijk vriendelijk is, zullen de les af en toe verstoren.

De pedagoog Philippe Meirieu geeft aan dat het de plicht is van ouders en docenten om weerstand te bieden tegen impulsen van het kind: “De onderwijzer zal het kind geduldig moeten vergezellen op de weg van het leren uitstellen: hij zal het kind moeten leren om niet impulsief direct op alles te reageren met geweld of frustratie. Hij zal het kind moeten leren de tijd te nemen om zichzelf vragen te stellen, te anticiperen, te reflecteren, zijn impulsen te beheersen en zo zijn wilskracht op te bouwen.” Meirieu (2016)

Als het je lukt om tijdens het ‘weerstand bieden aan impulsen van het kind’ vriendelijk te blijven en om leerlingen die dat nodig hebben daarbij te begeleiden, dan kun je ongestoord lesgeven.

Je stelt je niet vriendelijk op

Wij imiteren elkaars gedrag. Stel je je onvriendelijk op dan kun je verwachten dat je leerlingen ook dit overnemen en dat ze zich naar jou toe niet vriendelijk zullen gedragen. Het is dan minder eenvoudig om gedrag van leerlingen bij te sturen en er ontstaat een grimmige sfeer. Daar heeft iedereen last van, zowel de leerlingen als jijzelf. Het is zeer vermoeiend om steeds maar boos te zijn. Plezier in lesgeven verdwijnt.

5 Samenvatting

Vriendelijkheid in combinatie met duidelijkheid zorgt ervoor dat je ongestoord kunt lesgeven.

Credits
Enero Moestalam – Kwaliteitszorg HkA / Docent dansEnero gaf Johan ’t Hart de opdracht een les alleen maar op lichaamstaal te letten. Voor Johan ’t Hart ging een wereld open. Hij zag direct hoe zijn leerlingen zich voelden en kon daarom beter op ze reageren. Enero heeft ervoor gezorgd dat Let op lichaamstaal is opgenomen als een van de aspecten van Vriendelijk orde houden.