1.3 Reguleer je energie

Docenten zijn in staat de eigen energie te reguleren en te doceren. Onder alle omstandigheden blijven zij vriendelijk en duidelijk, ook tijdens uitdagende, dynamische situaties. Leerlingen volgen dit voorbeeld. Vriendelijk orde houden (VOH) reikt docenten en leerlingen een model aan om hun energie te reguleren.

Als de klas druk is, blijf ik rustig en neem hun drukte niet over. Als de klas passief is, straal ik energie uit met als doel dat leerlingen mijn energie overnemen. Ik ben in staat om emoties zowel te ervaren als los te laten. Met dat laatste maak ik ruimte voor andere emoties. Ik laat een aan de situatie aangepaste hoeveel energie zien.

“Wie niet boos kan worden is een dwaas, wie het niet wil is wijs” (Seneca)

Nu beantwoorden

Hoe ga ik op dit moment om met mijn energie?

Thuis beantwoorden

Hoe ga ik in de toekomst om met mijn energie?

Introductievideo

Nieuwsbericht op deze site over de module ‘Reguleer je energie’:

Voorbeelden reguleer je energie

Voorbeeld 1

Een nieuwe groep doorloopt een aantal stadia: Storming, forming, performing.

Bij een klas die zich in de ‘stormingfase’ bevindt, neem jij een tegenovergestelde energie aan: je blijft rustig, vriendelijk en duidelijk. Met deze voorbeeldhouding krijg je jouw groep leerlingen eerder in de ‘formingfase’ dan wanneer jij, aangestoken door hun energie, nerveus en onrustig bent. Bekijk hieronder ‘Moods’. Gebruik in de stormingfase werkvormen waarbij je leerlingen hun energie kwijt kunnen.

Voorbeeld 2

Meten is weten: Met een Fitbit horloge met bijbehorende app, of een vergelijkbaar apparaat, kun je zien hoe snel je hartslag is. Met dit meetinstrumenten kun je nauwkeurig bepalen in hoeverre je in staat bent je energie te reguleren en je hartslag onder controle te krijgen. Te vaak een snelle hartslag is uitputtend en zorgt ervoor dat je moe thuiskomt.

Voorbeeld 3

Bekijk daarvoor de video hierboven met een verhaal over het cool-down effect.

Voorbeeld 4

Dit voorbeeld speelt zich af tijdens een First-ID project van de stichting Rapucation in 2010 bij een project op een vmbo-school met de workshopleiders Peter van der Bosch en Johan ’t Hart.

Tijdens een workshop creatief schrijven vroegen wij leerlingen als voorbereiding van een  om de beurt een woord te noemen. Toen wij zeven woorden hadden genoteerd, vroegen wij de leerlingen om met deze zeven woorden een eigen tekst te schrijven. Terwijl de leerlingen hun tekst schreven, liet Peter van der Bosch (de Rapper Tony Scott, the chief)  new-age-muziek horen. Na enige tijd kwam de docent die deze klas gewoonlijk lesgaf naar ons toe. Hij wees ons op een tekst die een leerling zojuist had geschreven en Peter vroeg haar de tekst voor te lezen. Zij barstte in tranen uit. Haar medeleerlingen troostten haar en als reactie moest iedereen huilen terwijl er nog niets was voorgelezen! Wat was er aan de hand?

Bij het overdenken van deze situatie, bedachten wij ons later dat door de rust die ontstond door het draaien van de new age muziek en de open vraag om een eigen tekst te schrijven de leerlingen de kans kregen onbewuste (en in dit geval traumatische) herinneringen naar boven te halen. Na afloop van de les wilde alle leerlingen ons een hand geven. Een aantal leerlingen die al het lokaal hadden verlaten, kwamen weer terug om ons opnieuw een hand te geven. Voor ons was duidelijk dat leerlingen zowel behoefte hebben aan expressie als aan verbinding.

Voorbeeld 5

Een app waarmee je allerlei oefeningen kunt doen met dans, taal of muziek. Deelnemers reageren daarbij op de veranderende ‘Moods’.
Deze voorbeelden van moodsprogramma’s zijn gemaakt door de Sichting Rapucation.

Op de site van Scratch:
https://scratch.mit.edu/

Vul je bij het zoekvenster in:

rapucation

Kies een van de geboden opties.

Meer over 4 moods is te vinden op de site van de Kizzo Band.

Voorbeeld 6

Wat is het verband tussen energie en de manier waarop je praat? Bij muziek met een Cool down, dwz een afname van energie, gaan rappers anders praten.

Voorbeeld 7

Wat is het verband tussen tempo en ontspanning? Lees de uitleg en beluister Sleep Tight

Inleiding reguleer je energie

Dit deelgebied Reguleer je energie van de invalshoek Vriendelijk is te zien als een losse module. Met deze module zorg je ervoor dat jouw leerlingen met de juiste energie aan het werk gaan en daarmee maak je orde.

Drie onderwerpen van VOH hebben te maken met jouw voorbeeldfunctie en het doorgeven daarvan. Naast Reguleer je energie zijn dat: Toon gewenst gedrag en Gebruik lichaamstaal.

Bekijk het overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoud

  1. Belang van het reguleren van energie
    1.1 Wel reguleren energie
    1.2 Niet reguleren energie
    1.3 Starten met het reguleren van je energie
  2. Moods
    2.1 Moods en taalgebruik
    2.2 In welke Mood(s) ben je meestal?
    2.3 Flexibiliteit met Moods
  3. Energie van een groep beïnvloeden
    3.1 De-escaleren
  4. Klaslokaal met zolder en kelder
    4.1 Empathie
    4.2 The window of tolerance
    4.3 Van de zolder naar de woonkamer. Hoe laat ik energie los?
    4.4 Hoe kom ik vanuit de kelder naar het klaslokaal? Hoe verhoog ik mijn energie?
  5. Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk?
    5.1 Streng blijven
    5.2 Alleen vriendelijk
    5.3 Streng en rechtvaardig
    5.4 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen
  6. Samenvatting
  7. Credits

1 Belang van het reguleren van energie

1.1 Wel reguleren energie

Als een klas druk is, blijf jij (uiterlijk en liefst ook innerlijk) rustig. De leerlingen zien dat jij hun onrust niet overneemt. De leerlingen nemen jouw rustige uitstraling van jou over. Als een leerling dat niet doet, geef je ook weer op een rustige manier aanwijzingen met lichaamstaal. Indien nodig stuur je storend gedrag bij.

Is de klas voor jouw gevoel te passief, dan neem je een energieke houding aan om de groep in beweging te krijgen.

Observeer de energie van je leerlingen. Jouw waarnemingen stellen je in staat degenen die een hoeveelheid energie gebruiken die niet past bij de situatie effectief aan- en bij te sturen bijvoorbeeld met het gebaar Zachter

1.2 Niet reguleren energie

Als de drukte van een klas voor jou belastend of bedreigend is, kun je daarop reageren met machtsvertoon. Je kijkt dreigend en zegt bijvoorbeeld: ‘Dit is de eerste waarschuwing’. Ongewild zit je nu in een machtsspel. Een leerling kan denken “ik vind deze docent niet aardig” waarna deze leerling zich tegen jou verzet. Voor je het weet heb je dan een “escalatieladder” nodig (Teitler). Die ladder moet ervoor zorgen dat de leerling terugdeinst voor jouw steeds zwaardere maatregelen. Met de aanpak van VOH stap je uit dit machtsspel en verander je een drukke leerling in een coöperatieve leerling. Als dat lukt en je weet hun energie bij te sturen, is hun drukte voor jou niet meer bedreigend en heb je geen machtsvertoon meer nodig.

1.3 Starten met het reguleren van je energie

Met bewust omgaan met je energie kun je direct beginnen.

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van het reguleren van energie? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Moods

Bij jouw leerlingen en bij jou wisselen de verschillende stemmingen (“Moods”) zich af.


4Moods-Assenstelsel

Op de x-as staat aan de linkerkant rustig en aan de rechterkant druk. Op de y-as staat onder zwaar en boven licht. Zo ontstaan vier ‘Moods’:

  1. Licht+Rustig: Eenhoorn, een niet bestaand dier, hoort bij je fantasie en dromen. Of je nu slaapt of waakt, je kunt altijd fantaseren en creatief zijn.
  2. Licht+ Zwaar: Uil, de uil staat voor nadenken. Nadenken kan met ogen open of met ogen dicht.
  3. Licht +Druk: Puppy, dit hondje is blij, vrolijk, springerig en onbezorgd
  4. Zwaar + Druk : Specht, de specht maakt veel geluid. De specht heeft veel energie.

Als jij als docent in staat bent te schakelen tussen deze verschillende niveaus dan is het makkelijker om contact te leggen met leerlingen dan wanneer jij slechts een energietoestand hanteert en altijd wilt dat je leerlingen rustig zijn en geconcentreerd werken.

Lees meer bij  4 moods op de site van de Kizzo Band.

2.1 Moods en taalgebruik

Vriendelijk orde houden adviseert docenten om op hun eigen taalgebruik te letten. Als een leerling zich op een ongepaste manier uitdrukt, stuur je dit bij. Ruwe taal zal vooral bij de laatste Mood (Zwaar + Druk) makkelijker naar voren komen dan bij de eerste ‘Mood’ (Licht + Rustig). Bekijk hiervoor het onderwerp Observeren taalgebruik

2.2 In welke Mood(s) ben je meestal?

Een auto (met benzinemotor) draait stationair als de motor draait en jij niet op het gaspedaal drukt. Afhankelijk van de afstelling van de auto draait de motor stationair op een rustig toerental of op een (te) hoog toerental. Daarmee vergelijkbaar heb jij ook een stemming die je van nature aanneemt. Je zou dit jouw ‘Stationaire mood’ kunnen noemen. Per persoon zijn er verschillen. Waar de een altijd rustig is, is de ander van nature druk.
Voor ieder mens is de stationaire energie van belang omdat dit energieniveau vertrouwd aanvoelt. Een mogelijk functie van deze ‘Stationaire Mood’ kan zijn dat je jezelf afschermt voor ongewenste ervaringen of voor stemmingen waarbij je je niet op je gemak voelt.

2.3 Flexibiliteit met Moods

Jouw ‘Stationaire mood’ heeft zoals eerder vermeld een bepaalde hoeveelheid energie. Door middel van yoga, meditatie of new-age-muziek kun je je energie verlagen. Die ontspanning kan zowel positieve als negatieve gevoelens opleveren:

  1. Ontspanning waarvan je geniet.
  2. Onaangename verdrongen herinneringen komen door de ontspanning naar voren (zie voorbeeld 3 hierboven). Als je onaangename herinneringen op een goede manier verwerkt, heb je daar in een vergelijkbare situatie minder last van. Als je een onaangename herinnering onderdrukt, blijft dit onaangename gevoel in vergelijkbare situaties terugkeren en blijf je daar last van ondervinden

Door te sporten kun je je energie juist verhogen. Die verhoging kan zowel positieve als negatieve gevoelens opleveren

  1. Energie waar je van geniet
  2. Energie waar je onwel van wordt (b.v. een voor jou te heftige draaimolen)

Voordat je in staat bent de energie van een groep te regelen is het belangrijk dat je zelf verschillende energieniveaus uittest en je in meerdere niveaus prettig voelt.

3 Energie van een groep beïnvloeden

Hoe enthousiasmeer je een groep of hoe laat je een groep juist rustig werken?

Voordat je in staat bent om met jouw energie de energie van een groep te beïnvloeden moet je zelf in staat zijn je energieniveau te regelen. Eerst moet jij in staat zijn om zelf naar wens van energieniveau te wisselen.

Je maakt dan een inschatting van het energieniveau van de groep (Observeren lichaamstaal). Na jouw waarneming neem je een beslissing: Je streeft naar een lagere of juist naar een hogere energietoestand. Als je wilt dat de klas naar een lagere energietoestand gaat, neem je zelf een rustige houding aan. Als je wilt dat de klas wat meer energie toont, neem dan zelf een energieke houding aan. Door zelf te wisselen van energieniveau, reguleer je het energieniveau van de klas.

Wat je hiermee voorkomt, is dat jij automatisch meegaat met het energieniveau van de klas en daarmee (onbewust) hun energie overneemt.

3.1 De-escaleren

Om goed met een klas te kunnen werken is het belangrijk dat niet alleen jij je energie kunt reguleren, maar ook dat de groep die je lesgeeft in staat is hun energie door jou te laten reguleren. Op de website van de Kizzo Band is deze theorie van ‘Moods’ omgezet in een serie muziekstukken met wisselende energie. Deze ‘Moods’ in een bepaalde volgorde hebben een effect op je leerlingen. Met afnemende energie (Cool down) kunnen ze zich dan beter concentreren. Met toenemende energie (Warming-up) activeer je je leerlingen. Bekijk de links bij voorbeeld 5 hierboven.

4 Klaslokaal met kelder en zolder

Bij deze afbeelding zie je een huis met huiskamer, een kelder en zolder. Alle emoties horen thuis in de huiskamer.

Dit model maakt duidelijk wat het effect is van de manier waarop je reageert op verstoringen. Het model helpt je om je energie te reguleren. De huiskamer (jouw klaslokaal) is in dit model een prettige en sociale plek waar jij en je leerlingen graag willen zijn. Alle emoties horen erbij. Naar wens vraag jij een leerling die te druk is om iets rustiger aan te doen of vraag je een te passieve leerling om wat meer energie.

Je lokaal staat op de begane grond. Wie dat wil, kan naar buiten. In je lokaal staat een ladekast. Deze kast staat voor je vermogen om te kunnen communiceren, voor empathie en voor je geheugen. In je lokaal is ook een brandalarm.

4.1 Empathie

Je beschikt over je ladenkast (geheugen – empathie) als je je op je gemak voelt. Je beschikt met dit model in de kamer (jouw klaslokaal) over een scala van emoties, de vier ‘Moods’. Als je deze energietoestanden bij je leerlingen herkent en aan hen demonstreert hoe je energie loslaat of hoe je energie opbouwt, stel je hen in staat om zelf ook op een vergelijkbare manier met energie om te gaan.

Als je je niet fijn voelt in de begane grond,  ga je of naar de zolder of naar de kelder. Op beide plekken is de ladenkast niet te gebruiken en is de energie om je heen niet meer op een vriendelijke manier aan- of bij te sturen.

De zolder staat voor boosheid en hoort wat energie betreft bij de ‘Mood’ met als afbeelding de specht. Je energie is dan hoog. Als je in staat bent om op een vriendelijk en duidelijk manier met minder energie bij te sturen, staat de boosheid je niet langer in de weg.

De kelder staat voor passief, je energie vloeit uit je weg en hoort wat betreft de mood bij de afbeelding eenhoorn. Ook in de kelder is je geheugen en je empathie beperkt.

4.2 The window of tolerance

Bij het leggen van contact staat boosheid in de weg. Met boosheid stoot je af. Met vriendelijkheid leg je contact.

In ons model staat ‘tolerance’ voor een aantrekkelijk leerklimaat. Op zolder of in de kelder lukt het niet om je empatisch en tolerant op te stellen. De vraag is nu hoe kom je vanuit de zolder of vanuit de kelder weer terug in de woonkamer? Hoe krijg je weer een voor jou beheersbare energie?

De suggesties om weer terug te komen in de huiskamer bij punt 4.3 en 4.4 zijn afkomstig zijn van deze url:
https://www.attachment-and-trauma-treatment-centre-for-healing.com/blogs/understanding-and-working-with-the-window-of-tolerance

4.3 Van de zolder naar de woonkamer. Hoe laat ik energie los?

  • Middenrifademhaling (diepe en langzame buikademhaling)
  • Overtollige energie afschudden of stampen
  • Zwaar werk
  • Muziek (rustgevende en kalmerende muziek en geluiden)

4.4 Hoe kom ik vanuit de kelder naar het klaslokaal? Hoe verhoog ik mijn energie?

  • Alles wat de zintuigen prikkelt
  • Beweging
  • Dansen en muziek

5 Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk?

Aan het begin van een cursus Vriendelijk orde houden in de klas beschrijft elke deelnemer een situatie die te maken heeft met orde houden. Vaak geven cursisten aan welk advies collega’s geven om ordeproblemen op te lossen. Meestal krijgen ze het advies: “Je moet streng zijn en dan langzaam de teugels laten vieren”. De gedachte achter dit advies is dat je op die manier orde afdwingt én als de docent de touwtjes in handen houdt.

Vriendelijk orde houden in de klas geeft een ander advies: “Wees zowel vriendelijk als duidelijk”. Welke van deze twee adviezen is de juiste?

“Het probleem is niet wát er gebeurt, of welke tegenslag je ondervindt, maar hoe je daarmee omgaat” (Grondbeginsel van Stoïcisme).

Bijsturen kan op twee manieren: Je kunt een verstoring op een strenge manier oplossen of je lost deze op door tegelijkertijd vriendelijk en duidelijk te zijn. In dat laatste geval accepteren leerlingen jouw manier van bijsturen. Doe je het op een strenge manier, dan verstoor je de relatie met de leerling.

5.1 Streng blijven

Toegepast op de afbeelding hierboven van een huis, bestaat het gevaar dat je daarmee je leerlingen, als je streng begint, naar zolder of naar de kelder stuurt én dat jezelf wat betreft energie op zolder zit. Bovendien, wie garandeer jou dat je de teugels kunt laten vieren? Misschien moet je bij een enkele groep wel streng blijven.

De oorzaak voor jouw strengheid kan zijn dat bij een verstoring van de les bij jou het alarm afgaat. Je lost de verstoring op door te dreigen, heftig en/of boos te reageren. Daarmee zet je een leerling onder druk. De leerling gaat dan afhankelijk van de aard van deze leerling naar zolder of naar de kelder.

  • Naar zolder: actie, vechten of vluchten, doorgaan met het verstoren van de les, gespannen, onveilig.
  • Naar de kelder: stil, verkrampen of flauwvallen. Oogt braaf maar is gespannen, staat onder druk, onveilig.

In beide gevallen bereik je niet het gewenste effect. Bij gebrek aan een veilige sfeer kan deze leerling zich niet concentreren. Bovendien kost streng zijn jou veel energie.

Een strenge aanpak kan het gewenste effect hebben (leerlingen zijn rustig). Als je over het algemeen vriendelijk bent, maar het soms nodig vindt om streng te zijn, dan zul je daarmee bij een aantal groepen succes hebben. Toch is er vaak een groep waarbij jouw strengheid averechts werkt. Als je streng reageert, zit jij wat betreft je energie op zolder. Je bent dan niet meer in staat om empathie voor een leerling op te brengen die jou stoort en je kunt niet meer op een goede manier met deze leerling omgaan.

Een boze reactie op een klas die niet meewerkt, bederft de sfeer. Als leerlingen weten dat jij snel boos wordt, stel je ze in staat om moedwillig en collectief jouw gezag te ondermijnen door jou expres boos te maken. Jij bent dan de marionet en zij trekken aan de touwtjes. De inhoud van de les komt niet tot zijn recht.

In het Engels vertaal je streng met strict. Strict betekent in het Engels ook nauwkeurig en nauwgezet! Dat zijn twee eigenschappen die verwant zijn aan duidelijk! Andere vertalingen van streng zijn: severe, rigorous, stringent en stern. Deze laatste vertalingen associeer je met boosheid en dat wil je met Vriendelijk orde houden in de klas nu juist achterwege laten. In het Nederlands associeer je streng meestal met de emotie boos.

5.2 Alleen vriendelijk

Alleen maar vriendelijk is al gauw té vriendelijk. Je laat te veel toe. Waarom kiezen veel docenten voor een vriendelijk houding. Zij gaan ervan uit dat wie goed doet goed ontmoet.

Om bij spreekwoorden te blijven: té vriendelijk valt samen met een ander spreekwoord: zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Door niet efficiënt bij te sturen veroorzaak je zelf onrust in je lessen.

5.3 Streng en rechtvaardig

Vaak geven cursisten van Vriendelijk orde houden aan “Streng zijn is af en toe nuttig”.

Het nu volgende citaat bevestigt deze gedachte én pleit er ook voor om boosheid indien mogelijk weg te laten.
“Wie niet boos kan worden is een dwaas, wie het niet wil is wijs” (Seneca)

Voor leerkrachten is de kwalificatie “streng doch rechtvaardig” doorgaans een compliment. Met die stijl van lesgeven bereik je veel.

Ook bij “streng doch rechtvaardig” schuilt er een addertje onder het gras:

Streng

Wie controleert of jouw strengheid niet te streng is? Dat kun jij bij deze stijl van lesgeven alleen maar zelf. Als je kiest voor deze stijl van werken, dan ben jij de enige die jouw strengheid reguleert. Als je per ongeluk te streng bent, ervaren jouw leerlingen jou dan nog als rechtvaardig? Voor je het weet, krijgen ze een hekel aan je of je maakt ze angstig. Daarmee beschadig je de onderlinge relatie.

Rechtvaardig

Wie controleert of je rechtvaardig bent? Bij deze stijl van lesgeven kun jij dat alleen maar zelf. Stel dat je per ongeluk een beslissing neemt die niet rechtvaardig is, mogen leerlingen daar dan op reageren? Als dat niet mag, ervaren de leerlingen jou niet meer als rechtvaardig. Zij merken dat je niet naar hen luistert. Vervolgens spiegelen ze jouw gedrag en luisteren ze ook niet meer naar jou.

De adder onder het gras is hier: “streng doch rechtvaardig” gaat naadloos over in “te streng en niet rechtvaardig”.

Bij Vriendelijk orde houden spreek je eerst een kader af (vriendelijk en duidelijk). Vervolgens is iedereen, docent en leerlingen, gerechtigd elkaar hierop aan te spreken. Als iemand boos is of onrechtvaardig, helpt iedereen elkaar terug te keren naar vriendelijk en duidelijk. Het feit dat iedereen hierbij mag helpen, zorgt voor gelijkwaardigheid en dit maakt het kader geloofwaardig. Zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat waarin talenten tot hun recht komen en iedereen zichzelf kan zijn.

Het verschil tussen “streng en rechtvaardig” en “Vriendelijk orde houden” is dat in het eerste geval de docent zijn of haar eigen energie reguleert en dat bij “Vriendelijk orde houden” die regulering van alle kanten komt. Niet alleen help jij je leerlingen, maar ook jouw leerlingen helpen jou.

5.4 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen

In plaats van té streng, geef je vriendelijk en duidelijke je grens aan. Met de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ voorkom je dat je wild omspringt met je energie. Door rustig te blijven tijdens het bijsturen, behoud je een goede verstandhouding met je leerlingen.

Met rust én de mogelijkheid om je energie te reguleren, kun je ongestoord lesgeven en ontstaat er een aantrekkelijk leerklimaat. Voor concentratie is rust nodig. Reageer daarom altijd op een vriendelijke en duidelijke manier op je leerlingen. In het model hierboven is er in het klaslokaal een alarm. Als bij jou het alarm afgaat, als een leerling je les verstoort, handel je als volgt:

  • Je gebruikt eerst lichaamstaal om iets duidelijk te maken (Gebruik lichaamstaal). Helpt dat niet, dan geef je een positief geformuleerde Tip. Daardoor verbind je je niet aan negatief gedrag.
  • Je blijft rustig, je ademt rustig, je staat rechtop en beweegt langzaam.
  • Je geef complimenten als het goed gaat.

Je blijft positief. Je leerlingen merken dat je verstoringen op een vriendelijke manier oplost. Ze hebben nu twee opties:
1. Een leerling geeft gehoor aan jouw positief geformuleerde tip.
2. Leerlingen blijven ondanks de Tip de les verstoren.

In het laatste geval geef je, nog steeds op een vriendelijke manier, een leerling (Niet dezelfde als die de Tip kreeg!) een Tijdrovende opdracht. (“Ik moet je helaas deze opdracht geven”). Als je dit een aantal keer hebt gedaan, vermijden de leerlingen het krijgen van de opdracht omdat ze weten dat ze een hoop werk en gedoe kunnen verwachten als ze de opdracht niet op tijd inleveren. Zij zitten er niet op te wachten dat jij hun ouders of de afdelingsleider erbij betrekt. Daarom maken de meeste leerlingen liever direct de opdracht. Verzet tegen de opdracht heeft door de samenwerking tussen docent en schoolleiding voor hen geen zin. Tegelijkertijd houd jij je aan de afspraken en ben je voorspelbaar. Dat geeft rust. Door jouw aanpak ontstaat een goede sfeer en verbeteren de resultaten.

Het gecombineerde advies is: wees zowel vriendelijk als duidelijk. Dit is effectief en kost je weinig energie. Alle energie kan zo naar het lesgeven gaan.

6 Samenvatting

Wij zijn geneigd elkaars energie over te nemen. Een uitzondering op die regel is dat jij de drukte of passiviteit van je leerlingen niet overneemt. In plaats daarvan toon je een hoeveelheid energie die functioneel is bij de door jou gekozen werkvorm. De meeste leerlingen nemen deze hoeveelheid energie van jou over. Op hun beurt geven ze die hoeveelheid energie weer aan elkaar door. Door op energie van anderen te letten, zie je direct of het nodig is een leerling aan- en/of bij te sturen.

  • Uit aflevering 4 van 100 dagen voor de klas Als leraar moet je empathie tonen, dan geef je een teken van vertrouwen af. Soms gaat er dan bij de kinderen een luikje open en durven ze iets van zichzelf te laten zien.
  • Als een leerling boos is, vraag dan: “Wat maakt je boos, kan ik iets voor je doen?”
  • Vooral jonge kinderen gaan graag en al snel naar de hoogste energie (specht bij moods). Als leerlingen te druk worden, vraag je centraal om aandacht en start je de volgende oefening. Bedenk daarom van te voren voor deze jonge leerlingen voor een les meerdere oefeningen met een verschillend karakter. Elke oefening start je met het vuurtorengebaar. Daarmee zorg je ervoor dat ze rustig aan de volgende oefening beginnen. Als iedereen oplet, geef je aan hoe de volgende oefening eruitziet.

7 Credits

Darren Abrahams en Celina Souza
Tijdens een week in Ede “Train the trainer” van Musicians without borders, gaf Darren Abrahams uitleg over “mates house”. Deze theorie laat de noodzaak van een vriendelijke houding zien en sluit daarom naadloos aan bij de aanpak van Vriendelijk orde houden. Zie: http://matesbrainregulationprogram.com/
Sam Taylor – Student Psychologie Sam wees op het bestaan van ‘The window of tolerance’. Lees meer over dit onderwerp op de site van: Attachment and trauma treatment centre for healing.