Samenvatting Vriendelijk orde houden

Een samenvatting van alle belangrijke aspecten om vriendelijk orde te houden in de klas. Deze aspecten komen uitgebreid aan bod in de cursus en zijn online op deze site te bekijken bij de verschillende onderwerpen.

Cursus en cursusmateriaal

Op de site van Vriendelijk orde houden schrijven docenten en leerkrachten zich in voor een (online) cursus met als voornaamste doel een betere verstandhouding met hun leerlingen. Alle informatie voor cursisten is vrij toegankelijk. Docenten en leerkrachten beginnen met het vaststellen van een gemeenschappelijk kader (Vriendelijk en duidelijk). Indien nodig sturen ze hun leerlingen vriendelijk en duidelijk bij (Interventiepalet). Ook geven ze hun leerlingen de ruimte om keuzes te maken en vragen ze hun leerlingen om daar verantwoordelijk mee om te gaan (Leerlinggestuurde aanpak en Geef leerlingen invloed).

Het effect van deze aanpak

  1. Leerlingen leveren een Tijdrovende opdracht altijd in.
  2. Jij handelt de meeste verstoringen zonder tussenkomst van de leiding af
  3. Je voorkomt escalatie tussen jou en leerling.
  4. De rest van de klas merkt weinig van de stappen 2 tot en met 4 en kan rustig doorwerken.
  5. Iedereen werkt samen en leert van elkaar.

Volgorde van werken

  1. Vriendelijk orde houden in de klas begint met het afspreken van een voor iedereen acceptabel Kader waaraan iedereen, ook de docent, zich dient te houden. NB een docent kan direct met een eigen Kader aan de slag of het team kan een Kader gezamenlijk instellen.
  2. Als er ondanks het Kader toch verstoringen plaatsvinden, staat in de linker cirkel hieronder hoe de docent daarmee omgaat. Met deze aanpak lost de docent de meeste problemen zelf op.
  3. Tussen de twee cirkels staat het protocol. Dit is een afspraak tussen schoolleiding en docent die alleen gebruikt wordt als een leerling een maatregel niet uitvoert.
  4. De rechter cirkel geeft aan hoe docent, ouders en schoolleiding en indien nodig het zorgteam, volgens protocol handelen in de uitzonderlijke gevallen waarbij een leerling zich door de maatregel niet laat bijsturen.

Verschil Orde Maken en Orde Houden

Nu volgt een aanvulling die aansluit bij de hoofdstukindeling van Vriendelijk orde houden: 1 Orde maken, 2 Orde houden.
Onvrede en boosheid bij leerlingen beïnvloedt de stemming van de docent. Zo ontstaat een negatieve spiraal waar je als docent uit wilt komen. Hoe doe je dat?

Orde Maken

Hiermee voorkom je dat je als docent zelf de aanleiding bent van verstoringen.

  1. Duidelijkheid begint bij het afspreken van een gemeenschappelijk Kader waaraan iedereen, ook de docent zich aan dient te houden. Door het Kader weet iedereen welk gedrag gewenst en welk gedrag ongewenst is.
  2. Vervolgens geeft de docent duidelijke opdrachten en toont deze op het bord. De leerlingen weten wat de docent van ze verwacht (Verwachtingsmanagement).
  3. De docent vervangt gesproken instructie zoals :’stop met praten’, ‘draai je om’ ‘let op’, enz door gebaren. Bij het maken van deze gebaren kijkt de docent vriendelijk (Gebruik lichaamstaal) en is in staat tot het reguleren van de eigen energie en die van de leerlingen (Energieregulatie).
  4. Als de gebaren niet het gewenste effect hebben, geeft de docent bij verstoringen van de les positieve geformuleerde tips (Geef en administreer tips) en noteert deze met de naam van degenen die de les verstoort in een zogenaamd ‘Tipboek’.
  5. Met het onderwerp Spiegel de sfeer toont de docent hoeveel tips er per les en in deze periode zijn gegeven. Dit laatste voorkomt herhaaldelijk bijsturen van dezelfde persoon.

Orde Houden

Bijsturen van ongewenst gedrag.

  1. De docent beperkt het aantal tips (Beperk aantal tips). Na twee tips zonder consequenties geeft de docent bij de derde tip een Tijdrovende opdracht. Deze opdracht vraagt van de leerling de verstoring te beschrijven en een oplossing aan te dragen die verdere verstoring voorkomt. Indien mogelijk levert de leerling de opdracht de volgende dag in buiten de les om. Als dit roostertechnisch niet mogelijk is, levert de leerlingen de opdracht de volgende les in. Er zit dan tijd tussen het geven van de opdracht en het inleveren ervan, de emotie is gezakt en het is mogelijk constructief te spreken over de gemaakte opdracht. Meestal is het probleem dan opgelost.
  2. Als een leerling deze opdracht niet inlevert, gebruikt de docent het Protocol. Daarin staat dat de docent de schoolleiding en ouders informeert en hen vraagt om de leerling/hun kind aan te sporen om de opdracht alsnog te maken.
  3. Als deze aansporingen niet helpen, vraagt de docent de volgende les de leerling de opdracht buiten de les te maken en de opdracht aan het einde van de les in te leveren met een uitstuurbriefje erbij.
  4. Als de leerling ook nu niet meewerkt, neemt de schoolleiding de afhandeling van de opdracht van de docent over en is de leerling tijdelijk de toegang tot de les ontzegd.

Lees meer over de achtergrond en het ontstaan van Vriendelijk orde houden in een blog van Johan ’t Hart met als titel Uitvinding van de menselijkheid.