5.1 Aansturen

Het aanspreken van een leerling op gedrag en inzet begint bij Vriendelijk orde houden (VOH) met ‘Aansturen’. Aansturen is verdeeld in twee stappen: Non-verbaal en Verbaal. De meeste verstoringen lossen docenten op met deze twee stappen. Deze stappen kosten een leerling geen tijd en vragen van een docent weinig inspanning.

Ik spreek een leerling eerst non-verbaal aan gedrag of inzet. Indien nodig spreek ik een leerling daarna verbaal aan. Deze verbale aanwijzingen noteer ik per leerling op een lijst per periode. Met het noteren laat ik zien dat deze aanwijzing niet vrijblijvend is en geef ik op een vriendelijke en duidelijke manier per leerling mijn grens aan. Ik laat zien dat ik niet de leerling afwijs maar het gedrag van de leerling. Het resultaat is een les met weinig verstoringen.

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe spreek ik nu leerlingen aan op gedrag en inzet?

Toekomstige aanpak:

Hoe spreek ik in de toekomst leerlingen aan op gedrag en inzet?

Inleiding

Aansturen’ is één van de twee modules van het invalshoek ‘Aansturen en Bijsturen’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding: Aansturen en Bijsturen (overzicht)

Bij deze afbeelding zie je:

  1. Links de eerste twee stappen die horen bij ‘Aansturen‘: ‘Non-verbaal aansturen’ (stap 1) en ‘Verbaal aansturen’ (stap 2).
    Deze module richt zich op het bewust en effectief inzetten van de eerste twee stappen. Door aan te sturen spreek je een leerling non-verbaal of verbaal aan op gedrag of inzet. Bij ‘Aansturen‘ is het gedrag  van leerlingen nog binnen de door jouw aangegeven grenzen.
  2. Rechts zie je de derde stap die hoort bij ‘Bijsturen’ . Je neemt dan een Maatregel‘. Bij ‘Bijsturen‘ heeft een leerling jouw grens gepasseerd en is het nodig een maatregel te nemen. Deze module gaat over de stappen 1 en 2 die horen bij ‘Aansturen‘.

Stap 1 en 2 ontlenen hun kracht aan stap 3. Door stap 1 en 2 is het minder vaak nodig om stap 3 te zetten. Daarom noemt VOH de eerste twee stappen preventief.

  • De eerste stap (Non-verbaal aansturen) voelt aan als het gebruik van een afstandsbediening, daarmee los je storend gedrag onhoorbaar op. Je maakt een gebaar, toont een afbeelding of gaat op een andere plek in het lokaal staan en het gedrag of de inzet van een leerling verandert.
    VOH adviseert om eerst non-verbaal aan te sturen met een series gebaren (zie uitleg hieronder).
    Als de eerste twee gebaren van een serie zorgen voor verbetering van gedrag, maak je het Complimentgebaar.
    Heeft het non-verbaal aansturen  geen effect, dan pas je de tweede stap toe.
  • De tweede stap (Verbaal aansturen). Verbaal geef je duidelijk je grens aan.
    VOH adviseert om daarna verbaal aan te sturen met een ‘Tip’ (zie uitleg hieronder).

Bij VOH voelt het nemen van een volgende stap niet aan als escalatie. Met deze drie stappen blijf je rustig en handel je weloverwogen.

In deze module gaan wij ervan uit dat je al een eigen manier hebt van non-verbaal of verbaal aansturen. Zie het onderstaande dan ook als een voorstel om jouw eigen aanpak te verbeteren. Je hoeft niets los te laten, je bouwt voort. Voel je vrij om met ons advies te experimenteren en aanpassingen te bedenken.

1. Non-verbaal aansturen – stap 1

Afbeelding: stap 1 – non-verbaal (Overzicht)

Non-verbaal aansturen is voor veel docenten een onbekend terrein en daarom spannend. Kijk je rustig en vriendelijk tijdens het aansturen, dan kun je daarmee ongewenst gedrag laten stoppen.

Voordat je non-verbaal aanstuurt, heb je het volgende met je leerlingen besproken:

  1. Met het ‘Kader’ geef je aan wat je in het algemeen van leerlingen verwacht.
  2. Met de ‘Driehoek’ geef je aan wat je per werkvorm van je leerlingen verwacht.

Negeert een leerling deze aanwijzingen, kies dan een van deze drie series gebaren om een leerling (onhoorbaar – non-verbaal) aan te sturen.

Afbeelding: Aansturen Gebaren.

Zie voor meer uitleg over deze series gebaren de pagina ‘Gebaren‘.

Als je een leerling non-verbaal aanstuurt met een serie gebaren, spreekt de naam van de leerling niet uit. Dat is voor een leerling prettiger dan het krijgen van een verbale waarschuwing. Een naam noemen van een leerling kan ervaren worden als een vernedering of bij sommige leerlingen recalcitrant gedrag oproepen. Dit gebeurt vaker bij leerlingen die ook door andere docenten regelmatig bij de naam worden genoemd.
Dit alles vermijd je als je een leerling met vriendelijke serie gebaren vraagt te stoppen met storen of vraagt aan het werk te gaan.

Lichaamstaal

VOH maakt onderscheid tussen aansturen met series gebaren – deze module) en het geven van aanwijzingen met lichaamstaal. 

Mocht dit onderscheid niet duidelijk zijn, lees dan over de samenhang tussen beide aspecten in het hoofdstuk Gebruik Lichaamstaal

1.1 Non-verbaal aansturen bij twee werkvormen

Deze series gebaren zijn effectief omdat je leerlingen weten welke twee stappen je vervolgens neemt als een leerling niet goed reageert op deze gebaren: je geeft dan een – verbale – ‘Tip’. Helpt ook het geven van een ‘Tip’ niet, dan vraag je vervolgens (meestal na de tweede Tip) de leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven.

Nu volgen een aantal verschillen wat betreft non-verbaal aansturen bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken:

Docentgestuurd onderwijs – frontaal lesgeven

Bij frontaal lesgeven:

  1. legt iets uit
  2. leidt je een klassengesprek,
  3. laat leerlingen een oefening doen die aansluit op wat je hebt uitgelegd.

Als je iets uitlegt of een klassengesprek voert, ben je expressief en trek je de aandacht. Je staat op een centrale plaats in het lokaal. Je bent in staat om ook de leerlingen achteraan in de klas te bereiken. Je communiceert zowel non-verbaal als verbaal. Je spreek als het ware twee talen tegelijk. Je uitleg is daardoor rustiger en expressiever zodat je leerlingen zich beter kunnen concentreren. Hierdoor blijft de aandacht bij de les. Als je tijdens frontaal een leerling jouw uitleg verstoort, onderbreek je kort je uitleg,  en maak je vervolgens een serie gebaren (stil, stop of start). In de meeste gevallen reageert een leerling hier goed op.


Afbeelding: geest uit de fles (zie overzicht)

Leerlinggestuurd onderwijs – zelfstandig werken

Als je leerlingen zelfstandig werken, stel jij je bescheiden op. Trek je te veel de aandacht, dan kunnen zij niet zelfstandig werken. Als je contact wilt met een leerling ga je naar deze leerling toe en spreek je zachtjes met de leerling. Hierdoor blijft de aandacht van de leerlingen bij hun eigen werk. Als je tijdens zelfstandig werken met gebaren aanstuurt doe je dat dicht bij een leerling. De andere leerlingen merken hier niets van. De serie gebaren die je maakt is alleen bestemd voor de leerling waar je dicht bij bent. Tijdens zelfstandig werken gebruik je voornamelijk de serie gebaren waarmee je een leerling vraagt aan het werk te gaan.


Afbeelding 101: Geest in de fles (overzicht)

2. Verbaal aansturen – stap 2

Afbeelding: stap 2 – Verbaal (Overzicht)

In het onderwijs is het geven van een waarschuwing gebruikelijk. Een waarschuwing is vaak gekoppeld aan boosheid en kondigt een maatregel aan.

Voorstel VOH

VOH stelt voor om verbaal aan te sturen met een ‘Tip‘ De ‘Tips‘ die je geeft, sluiten aan bij de aanwijzingen die je geeft met de ‘Driehoek‘:

  1. Graag opletten (bij frontaal lesgeven)
  2. Graag meedoen aan de oefening (bij frontaal lesgeven)
  3. Graag aan het werk (tijdens zelfstandig werken)

Een ‘Tip’ is een positief advies. Als je een ‘Tip’ geeft, kun je daarbij vriendelijk kijken. Bij het geven van een ‘Tip‘ neem je eventuele negativiteit van een leerling niet over.

Bij elke ‘Tip’ maak je een bewuste keuze: reageer je wel of niet op het gedrag? Door met ‘Tips’ te werken voorkom je impulsief reageren.

Bij het geven van een ‘Tip’ blijf je vriendelijk kijken. Je noteert de ‘Tip’, waardoor duidelijk is dat deze niet vrijblijvend is. Blijft de leerling storen, dan zie je op jouw lijst wanneer je het tijd is de leerling te vragen een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ te schrijven. Daarom is niet nodig om bij een volgende ‘Tip‘ bozer te kijken.

Tip als steekproef

Je geeft ‘Tips’ als een steekproef: leerlingen weten niet wanneer zij aan de beurt zijn. Daardoor blijven zij alert en betrokken. Door de ‘Tips‘ die je geeft over je leerlingen te verdelen, ben je eerlijk en voorkom je rancune.

Tip met hoofdletter

VOH schrijft ‘Tip‘ met een hoofdletter om aan te geven het een andere betekenis heeft dan gebruikelijk. Een cursist gebruikte het woord ‘Tip‘ voor het eerst. Zie jargon VOH. Bij VOH is een ‘Tip’ een telbare, niet vrijblijvende stap bij het aansturen van gedrag. Wanneer het maximum aantal ‘Tips‘ is gegeven, vraag je, indien nodig, een leerling aan jou een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven (stap 3). Het schrijven van een brief kost een leerling tijd én vraagt de leerling om na te denken over eigen gedrag en zelf een verandering van gedrag voor te stellen. Door op een voorspelbare manier ‘Tips‘ te geven weet een leerling wanneer jij een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ laat schrijven.

Tip geven in verschillende situaties

Tips‘ kun je geven:

  1. als je lesgeeft aan de hele klas.
  2. wanneer leerlingen zelfstandig aan het werk zijn.
  3. voor het niet maken van huiswerk. Maak als je ook op deze manier ‘Tips’ wilt noteren een derde, aparte klassenlijst speciaal voor huiswerk maken.

2.1 Tijdelijk dossier voor tips opbouwen per periode

Het ‘opbouwen van een dossier’ wordt in het onderwijs doorgaans pas aangelegd als er al veel mis met gedrag of inzet van een leerling.  In dat dossier leggen meerdere medewerkers van de school alle overtredingen van een leerling vast om deze gegevens later als bewijs te kunnen gebruiken als het de verkeerde kant op gaat met een leerling. Het tijdelijke dossier bij VOH is geen strafdossier, maar een hulpmiddel om planmatig en voorspelbaar te handelen.

Waarom wel een tijdelijk dossier van tips opbouwen bij VOH?

Met het geven van ‘Tips‘ geef je aan hoe vaak een leerling binnen een periode de les kan verstoren of zich niet goed kan inzetten. Binnen de aangegeven marge kan iedere leerling binnen een periode fouten maken en jouw grenzen verkennen. Is de afgesproken marge wat betreft ‘Tips‘ verbruikt, dan geef je geen ‘Tip‘ maar vraag je een leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ te schrijven.

Voordat je ‘Tips‘ – een ‘Tip’ is een positief advies – gaat geven, bespreek je eerst met je leerlingen dat jij per periode van acht lessen maximaal twee ‘Tips‘ aan één leerling geeft. Deze beperking geldt zowel voor frontaal lesgeven als voor zelfstandig werken. Je vertelt ook dat jij de ‘Tips‘ bij frontaal lesgeven noteert in je ‘Tipboek‘ (en na de les overschrijft op de lijst van frontaal lesgeven) en dat je tijdens zelfstandig werken ‘Tips‘ direct noteert op de lijst voor zelfstandig werken. Zie twee lijsten.

De twee lijsten waar je het dossier mee aanlegt, betreffen alle leerlingen en niet alleen de paar leerlingen waar al veel mee mis is. Heeft een leerling bijvoorbeeld twee ‘Tips’ gekregen in een eerdere serie van acht lessen, dan vervallen die bij het begin van de volgende periode en begint elke leerling weer met een schone lei. Het dossier van VOH is dus tijdelijk van aard. Met het dossier neem je binnen een periode alleen planmatig een maatregel en voorkom je dat je een leerling straft uit rancune.

Door ‘Tips‘ te noteren zorg je ervoor dat ‘Tips’ niet vervliegen:
Verba volent, scripta manent!” (gesproken woorden vliegen weg, geschreven woorden blijven).

Het is alsof je een leerling elke periode van acht lessen twee koektrommels geeft met daarin elk twee koekjes. Zie de blog over dit onderwerp.

  1. Een koektrommel met twee koekjes voor frontaal lesgeven.
  2. Een koektrommel met twee koekjes voor zelfstandig werken.

De vergelijking met een koekje is gemaakt omdat het voor leerlingen leuk kan zijn om een les te verstoren. Reageer jij adequaat op een verstoring, dan kan een leerling er geen sport van maken de les te verstoren.

2.2 Verschillen frontaal lesgeven en zelfstandig werken

Je geeft ‘Tips‘ per periode (van acht lessen). Gedurende die periode noteer je ‘Tips‘ op lijsten:

  • Een lijst voor frontaal lesgeven
  • Een lijst voor zelfstandig werken.

Elke leerling krijgt per periode maximaal twee ‘Tips‘ . Met deze twee lijsten, geef je leerlingen wel de ruimte om af en toe de les te verstoren of zich niet goed in te zetten, maar je beperkt die ruimte op een eerlijke manier.

Bij frontaal lesgeven geef je ‘Tips‘ op een iets andere manier dan tijdens zelfstandig werken:

Docentgestuurd onderwijs – Frontaal lesgeven

Wie geef jij een tip?

Je geeft een ‘Tip‘ aan een leerling die

  • de les verstoort,
  • een medeleerling stoort,
  • niet oplet tijdens uitleg of tijdens een klassengesprek,
  • niet meedoet aan een oefening die volgt op jouw uitleg.

Leerlingen die moeite hebben met autoriteit zullen vooral ‘Tips’ krijgen bij frontaal lesgeven.

Wat voor tip geef jij?

Wanneer je de hele klas lesgeeft, geef je met de ‘Driehoek‘ aan dat je wilt dat een leerling oplet.

Afbeelding 17: driehoek – graag opletten (overzicht)

De ‘Tip‘ – Graag opletten – is dan ook bij frontaal lesgeven meestal van toepassing. Tijdens oefeningen die volgen op jouw uitleg geef je een leerling die niet goed meedoet met de oefening de ‘Tip‘: Graag meedoen met de oefening.

Voor wie is de tip bedoeld

  1. Enerzijds help je met een ‘Tip‘ een leerling zich goed in te zetten.
  2. Anderzijds maak je door de ‘Tip’ duidelijk hoorbaar uit te spreken, aan alle leerlingen duidelijk hoe je wilt dat de les verloopt. Een ‘Tip‘ tijdens frontaal lesgeven is daarmee een advies voor alle leerlingen met een preventieve werking.

Tips eerst noteren in je tipboek

Als je frontaal lesgeeft, noteer je ‘Tipseerst in je ‘Tipboek‘, dat is een klein notitieboekje waarin je de naam noteert van een leerling die de les verstoort of van een leerling die niet meedoet aan een oefening. In het ‘Tipboek‘ noteer je ook de naam van een leerling die je een ‘Brief over toekomstig gedrag’ laat schrijven.

Waarom Tips eerst noteren in je ‘Tipboek’ en niet direct op een lijst?

  1. Het noteren van ‘Tips‘ in een ‘Tipboek‘ oogt vriendelijker dan ‘Tips‘ noteren op een lijst.
  2. het vereist minder nauwkeurigheid dan het noteren van ‘Tips‘ op een alfabetische lijst.
  3. het kost minder tijd
  4. Je voorkomt dat je per ongeluk een ‘Tip‘ bij een andere naam noteert.
  5. Omdat het ‘Tipboek‘ klein is, kun je het altijd bij je dragen.

Afbeelding 82: Tipboek

Op de achterkant van je ‘Tipboek’ plak je een verkleinde blauwe afbeelding van de ‘Driehoek’. Nog voor je een ‘Tip’ geeft, kun je een leerling deze afbeelding laten zien. Verandert de leerling gedrag of inzet in goede zin, dan is het niet nodig een ‘Tip’ te geven.

Na een dag lesgeven, noteer je de ‘Tips’ die je eerst in je ‘Tipboek’ schreef, op een klassenlijst voor frontaal lesgeven. Als je dan de tweede ‘Tip‘ noteert bij een leerling, dan schrijf je de naam van die leerling voor het begin van de volgende les op het bord. Je vraagt deze leerling bij binnenkomst voorzichtig te zijn, anders volgt een brief.

Afbeelding 63: frontaal lesgeven H3a

Leerlinggestuurd onderwijs – Zelfstandig werken

Wie geef je een tip?

Je geeft een ‘Tip‘ als een leerling:

  • niet aan het werk gaat.
  • een medeleerling stoort.

Leerlingen die niet gewend zijn om zelfstandig te werken zullen juist ‘Tips’ krijgen tijdens zelfstandig werken.

N.B. Als een leerling tijdens het zelfstandig werken het eerste deel van een periode niet aan de slag gaat EN niemand stoort, kun je deze leerling tijdelijk met rust laten. Als een leerling in het eerste deel van een periode rustig rondkijkt, kan dit voor die leerling een belangrijke voorbereiding zijn bij het zelf nemen van initiatief. Dit lijkt in tegenspraak met je instructie van de ‘Driehoek’ waarmee je leerlingen vraagt ​​hun tijd te besteden aan de opdrachten. Vanaf halverwege een periode onderneem je wel actie en ga je in gesprek met een leerling die nog niet aan het werk is. Het voordeel van deze terughoudendheid in het eerste deel van een periode is dat je een leerling meer de kans geeft om uit eigen beweging aan het werk te gaan. 

Als je alle leerlingen voortdurend aan het werk houdt, beperk je voor hun de mogelijkheid om te na te denken over hun volgende stappen. Een leerling die uit eigen beweging besluit te gaan werken, is door zelf te starten intrinsiek gemotiveerd en kan dan een eventuele achterstand snel inhalen.

Wat voor tip geef jij?

Voordat de leerlingen zelfstandig aan de slag gaan, geeft je met de “Driehoek’ aan dat het de bedoeling is dat zij aan de slag gaan met de opdrachten. Jouw ‘Tip’ sluit dan aan bij deze instructie.

Afbeelding 30: driehoek – graag aan het werk (overzicht)

Daarom volstaat bij zelfstandig werken meestal de ‘Tip‘ : “Graag aan het werk” of “Concentreer je op de opdracht” .

Voor wie is een tip bedoeld?

Je loopt naar de leerling toe en geeft met zachte stem de ‘Tip‘. Deze ‘Tip‘ heeft namelijk alleen betrekking op de leerling die jij op dat moment aanspreekt. De rest van de groep heeft hier niets mee te maken. Je geeft de ‘Tip’ met zachte stem om te voorkomen dat je de andere leerlingen stoort tijdens zelfstandig werken.

Tips direct noteren op een klassenlijst

Tijdens zelfstandig werken noteert je ‘Tips‘ direct op een klassenlijst voor zelfstandig werken. Door rond te lopen met een lijst zien je leerlingen dat jij tijdens zelfstandig werken de rust bewaakt om daarmee iedereen in staat te stellen zich te concentreren.

Afbeelding 64: zelfstandig werken H3a

Op de achterkant van het plankje waarop je de lijst vastzet, plak je de groene afbeelding van de ‘Driehoek’. Voordat je een ‘Tip’ geeft kun je een leerling deze afbeelding laten zien. Reageert een leerling goed dan is het niet nodig een ‘Tip’ te geven.

De reden waarom je een leerling vroeg aan jou een brief te schrijven, kun je noteren in de laatste kolom van een lijst waarop je de ‘Tips’ noteert.

2.3 Telraam – De groep verantwoordelijk maken voor gedrag en inzet

Het ‘Telraam‘ gebruik je pas als je ervaring hebt opgedaan met de ‘Oefenperiode‘. Met het ‘Telraam‘ spreek je de groep per les aan op gedrag en inzet. Met het ‘Telraam‘ betrek je alle leerlingen bij de les. Zie: Telraam introduceren.

2.4 Non-verbaal voorkomen dat je een Tip hoeft te geven

Voordat je een ‘Tip‘ geeft, kijk je een leerling aan en

  • til je de betreffende kant van de  ‘Driehoek‘ op (hiermee herhaal jij wat je van een leerling verwacht).
  • til je  het ‘Telraam‘ langzaam op (Je laat dan zien dat jij overweegt een Tip te geven).
  • – bij frontaal lesgeven kun je ook de blauwe afbeelding op de achterkant van je ‘Tipboek‘ te laten zien om een leerling eraan te herinneren welke werkhouding jij verwacht.
    – bij zelfstandig werken kun je ook de groene afbeelding van de driehoek op de achterkant van het schrijfplankje met de lijst voor zelfstandig werken laten zien.

Reageert een leerling goed dan maak je het Complimentgebaar.

Met deze non-verbale signalen voorkom je dat het nodig is een Tip te geven.

2.5 Verschillen PO – VO

Tips geven in het PO

In het basisonderwijs geef je de hele dag les aan dezelfde klas. Verdeel de dag daarom in delen en bepaal per onderdeel het maximale aantal ‘Tips‘. Bijvoorbeeld per les (taal/wiskunde/Engels) of per dagdeel (voor de kleine pauze, na de kleine pauze en de middag). Sluit de periode duidelijk af, bijvoorbeeld door een compliment te geven als je leerlingen eerst druk waren en daarna goed werkten. Bij elke periode van een halve dag zet je het ‘Telraam‘ terug in de uitgangspositie (nul ‘Tips‘). Aan het begin van elke nieuwe periode vraag je je leerlingen opnieuw om samen de ‘Tips’ in het groen te houden.

Tips geven in het VO

In het voortgezet onderwijs duurt een les meestal één of twee uur. Na elke les ga je uit elkaar. De volgende les begin je dan weer positief met het ‘Telraam‘ in de uitgangspositie (groen).

2.6 Tip heeft niet het gewenste effect

Wat doe je als een leerling niet goed reageert op een Tip:

  1. De leerling blijft de les verstoren.
  2. De leerling gaat niet aan het werk.

Zie leerling gaat door met storen

3. Valkuil bij aansturen

Nu volgen vier valkuilen. Bij elke valkuil is gekozen voor deze opzet: Eerst een korte beschrijving, dan wat er gebeurt door de valkuil. Vervolgens waarom de valkuil averechts werkt en tenslotte het VOH advies.

Valkuil 1 – Je laat alles zijn beloop en accepteert onrust.

  1. Je laat je leerlingen de les verstoren.
  2. Je lijkt dan op een fakir die op een spijkerbed zit.
  3. Omdat je niet effectief ingrijpt, levert het verstoren van de les een voordeel op voor leerlingen. Iedereen die jouw autoriteit durft uit te dagen, is stoer en krijgt steun van medeleerlingen. Niets doen is als olie op het vuur gooien.
  4. Advies VOH: Reageer op elke verstoring met een serie gebaren. Daarmee verstoor je de les niet en los je de meeste verstoringen non-verbaal direct op.

Valkuil 2 – Je waarschuwt zonder consequenties.

  1. Wanneer jij een leerling waarschuwt, kijk je boos en verbind je aan een waarschuwing geen concrete consequentie. Je waarschuwt steeds vaker omdat je wilt dat leerlingen opletten, maar je bereikt steeds minder.
  2. Jij maakt jezelf groot, fronst, dreigt.
  3. Met boos te kijken en dreigen, krijg je mogelijk tijdelijk iets gedaan bij je leerlingen. Dreigen is onaangenaam. Dreig je vaak, dan denken leerlingen al snel dat je een vervelende docent bent die macht uitoefent (sommige leerlingen kijken zo tegen alle leraren aan). Door boos te kijken en te waarschuwen, spiegel je en versterk je (onbewust) negatieve gedrag. Je moedigt daarmee onbewust je leerlingen aan om jouw dreigende gedrag te spiegelen en de les in negatieve zin te beïnvloeden. De les komt dan in een negatieve spiraal met jouw dreigen als een van de oorzaken. De berekenende leerling is van dreigen zonder consequenties niet van onder de indruk. Bovendien stoor je met een waarschuwing leerlingen die wel opletten. Zij kunnen zich niet meer concentreren.
  4. Advies VOH: Reageer direct met een serie gebaren op een verstoring en kijk daarbij vriendelijk. Daarmee verstoor je de les niet en los je de meeste verstoringen non-verbaal direct op.

Valkuil 3 – Je geeft te veel tips bij frontaal lesgeven

  1. Je geeft bij frontaal lesgeven per les een leerling maximaal twee ‘Tips’ per les. Als je de ‘Tip’ geeft, noteer je de naam van een leerling op het bord en zet achter de naam een kruisje. Bij de tweede verstoring van dezelfde leerling zet je nog een kruisje achter de naam.
  2. Je bent dan voornamelijk bezig met het noteren van ‘Tips’ en komt niet toe aan lesgeven.
  3. Veel ‘Tips‘ geven werkt averechts omdat je dan bij een klas van 30 leerlingen binnen een les 60 ‘Tips‘ kunt geven zonder daaraan een consequentie te verbinden. Dit verschijnsel kan zich dan les na les voordoen. Aan lesgeven kom je dan niet meer toe.
  4. Advies VOH: Geef bij frontaal lesgeven ‘Tips’ per periode. Noteer ‘Tips’ bij frontaal lesgeven eerst in je ‘Tipboek’ en schrijf na de les de ‘Tips’ die je hebt gegeven over op een klassenlijst voor frontaal lesgeven. Vertel je leerlingen dat ze per periode maximaal twee ‘Tips’ kunnen krijgen, daarna volgt een ‘Brief over toekomstig gedrag’.

Valkuil 4 – Je geeft maximaal 1 tip per leerling tijdens zelfstandig werken en noteert die tips per les

  1. Je geeft tijdens zelfstandig werken maximaal één Tip per leerling per les. Je noteert deze ‘Tips’ op het bord.
  2. Je bent druk bezig ‘Tips’ te geven en te noteren.
  3. Veel ‘Tips’ werkt averechts omdat je door het geven en noteren van ‘Tips’ niet toekomt aan het begeleiden van leerlingen.
  4. Advies VOH: Geef bij zelfstandig werken ‘Tips’ per periode. Noteer ‘Tips’ bij zelfstandig werken direct op een klassenlijst voor zelfstandig werken. Vertel je leerlingen dat ze per periode maximaal twee ‘Tips’ kunnen krijgen, daarna volgt een ‘Brief over toekomstig gedrag’.

4. Voorbeelden

Stephanie – docent Nederlands aan het Pieter Nieuwland College. Stephanie heeft de Cursus Vriendelijk Orde Houden gevolgd én een Diploma Vriendelijk Orde Houden ontvangen:

“Waarschuwingen zijn vrij negatief. Vandaar dat wij ‘Tips’ zijn gaan geven”.

5. Samenvatting aansturen

Gedrag aansturen doe je met een glimlach. Met series gebaren en met ‘Tips’ (positief advies) stuur je gedrag aan op een vriendelijke en duidelijke manier.

Series gebaren effectief inzetten:

  1. Reageert een leerling goed op de eerste twee gebaren van een serie, dan maak je ook het derde gebaar: het Compliment. Met dat laatste gebaar rond je het proces van non-verbaal aansturen af.
  2. Reageert een leerling niet goed op de eerste twee gebaren van een serie, geef dan een ‘Tip‘. Met het geven van een ‘Tip‘ laat je zien dat de gebaren die jij maakte niet vrijblijvend zijn.

‘Tips’ zijn effectief als je:

  1. jouw ‘Tip‘ aansluit bij de instructie die je geeft met de ‘Driehoek‘.
  2. vooraf een maximaal aantal ‘Tips‘ afspreekt voor zowel frontaal lesgeven als voor zelfstandig werken per leerling per periode. Met dit maximum geef je de grens aan.
  3. de ‘Tips‘ noteert op twee lijsten: een voor frontaal lesgeven en een voor zelfstandig werken.
  4. Bij frontaal lesgeven noteer je ‘Tips‘ eerst in je ‘Tipboek‘ en na de les schrijf je deze ‘Tips‘ over op de lijst voor frontaal lesgeven.
  5. Bij zelfstandig werken noteer je ‘Tips’ direct op de lijst voor zelfstandig werken.
  6. bij de derde verstoring van dezelfde leerling binnen een periode, deze leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ aan jou laat schrijven (‘Bijsturen‘ – jouw grens is overschreden).

6. Credits

Stephanie Heeren – Docent Nederlands

Oorsprong van de term ‘Tip’

Stephanie gaf les op dezelfde school waar Johan ’t Hart destijds muziekles gaf (Pieter Nieuwland College Amsterdam). Ze volgde de cursus VOH waarbij zij het advies kreeg om een beperkt aantal positieve aanwijzingen te geven. Stephanie gebruikte deze manier van werken in haar eigen lessen. Aan het begin van het jaar kreeg zij een groep leerlingen die zij nog niet eerder had lesgegeven. Deze leerlingen kenden wel de manier van werken van Johan. Stephanie besloot de positieve aanwijzingen ‘Tips’ te noemen. Dit maakte ze haar leerlingen als volgt duidelijk: Jongens en meisjes: ik ga dit jaar ‘Tips’ geven! De eerste twee zijn gratis, de derde kost je tijd! De leerlingen vroegen haar of zij op de manier van Johan ’t Hart ging werken. Nadat Stephanie dit had bevestigd, kon ze ongestoord lesgeven. Haar introductie van het geven van ‘Tips’ en van het bijsturen met een ‘Brief over toekomstig gedrag’ is kort en effectief.

 

Linda Timmermans – Linda heeft de cursus Vriendelijk Orde Houden gevolgd en geeft muziekles in het voortgezet onderwijs.

Oorsprong van de term ‘Tipboek’.

VOH adviseert om, wanneer je frontaal lesgeeft, ‘Tips’ eerst op te schrijven in een notitieboekje. Linda heeft dit notitieboekje de naam ‘Tipboek’ gegeven. Wanneer je de hele klas lesgeeft, ziet het opschrijven van ‘Tips’ in een ‘Tipboek’ er vriendelijker uit dan wanneer je de ‘Tips’ direct op een lijst noteert.

Let op: Bij zelfstandig werken noteer je ‘Tips’ wel direct op een lijst, daarmee geef je (impliciet) aan dat jij zorgt voor een rustige omgeving waarin iedereen zich goed kan concentreren.