5.2 Bijsturen

Verstoringen van de les sturen docenten bij met een Tijdrovende opdracht. Door samen te werken met hun leidinggevende zorgen zij ervoor dat degene die de opdracht krijgt deze altijd inlevert. Bijsturen kost een leerling tijd, dat is een van de redenen waarom de opdracht effectief is. Met bijsturen los je problemen definitief op (curatief).

Ik geef duidelijk mijn grens aan. Een leerling die de les verstoort, stuur ik bij met een Tijdrovende opdracht. De Tijdrovende opdracht die VOH voorstelt om een verstoring op te lossen, is effectief als ik deze sporadisch inzet (curatief). Door de preventieve acties van orde te maken, deel ik de Tijdrovende opdracht slechts zelden uit.

Deze afbeelding is onderdeel van de Handelingsladder. Zie  Overzicht VOH

Huidige aanpak:

Hoe stuur ik nu storend gedrag van een leerling bij?

Toekomstige aanpak:

Hoe stuur ik in de toekomst gedrag van een leerling bij?

Nieuwsbericht op deze site over Bijsturen

Josie vertelt over haar ervaring met het geven van een Tijdrovende opdracht. Bij deze video maken we de kanttekening dat Vriendelijk orde houden in de klas aanraadt om maximaal twee Tijdrovende opdrachten per les uit te delen. Onderaan de pagina vind je een uitgebreide overweging van de gebeurtenissen uit deze film bij het punt: ‘Wij willen na de les liever even praten

Leerlingen geven aan dat:

  • Strafwerk niet helpt
  • Er uit sturen geen effect heeft
  • Een Tijdrovende opdracht (Reflectieverslag) wel effectief is.

Inleiding

Bijsturen is een deelgebied van de invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ van Vriendelijk orde houden. Dit deelgebied is te zien als een losse module. Met deze module stuur je gedrag van een leerling die de les verstoort bij.

Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost. VOH adviseert hiervoor een (Tijdrovende opdracht) te gebruiken. Deze maatregel maak je effectiever door ervoor te zorgen dat een leerling deze altijd inlevert. Het oplossen van de verstoring noemt VOH curatief.

Er zijn meerdere alternatieven te bedenken voor een opdracht die een leerling tijd kost. De kracht komt uit de tijd die het de leerling kost. Ander voorbeelden hiervan zijn een leerling meerdere keren na de les terug laten komen of een leerlingen laten wachten.

Het eerste deel van deze module gaat over een Tijdrovende opdracht waarbij je een leerling twee vragen schriftelijk laat beantwoorden. Deze opdracht bespreek je vooraf met je leerlingen en deel je uit op een voorspelbaar moment.

De naam Tijdrovende opdracht is bedacht door VOH. Een aantal termen, waaronder de term Tijdrovende opdracht, zijn alleen in de context van VOH te begrijpen. Die termen schrijven wij met een hoofdletter en lichten wij toe bij het jargon van VOH. De Tijdrovende opdracht komt in de plaats van strafwerk. Met een Tijdrovende opdracht neem je een leerling serieus.

Je deelt een Tijdrovende opdracht op een voorspelbaar moment uit. Daarmee ben je duidelijk. De leerling krijgt van jou een overzichtelijke opdracht die jij met empathie uitdeelt: “Ik moet je nu helaas deze opdracht geven”. Daarmee ben je vriendelijk.

Om een Tijdrovende opdracht effect te laten hebben, is het noodzakelijk om er een uit te delen. Alleen aankondigen dat je een opdracht gaat uitdelen in niet effectief. Pas als de eerste leerling bij jou een Tijdrovende opdracht heeft ingeleverd, ervaren alle leerlingen het effect ervan. Aarzel daarom niet om een Tijdrovende opdracht aan een eerste leerling te verstrekken.

Het is een vorm van omdenken om een Tijdrovende opdracht als een cadeau te beschouwen aan de betreffende leerling. Hoe gaat dit omdenken in zijn werk? Beschouw het geven van een Tijdrovende opdracht als een mogelijkheid voor de leerling om zichzelf een Tip te geven. Met een Tijdrovende opdracht vraag je een leerling te overdenken wat er is gebeurd en vraag je de leerling te zoeken naar een oplossing van de verstoring. De leerling ondertekent de opgeschreven intentie en levert deze vervolgens bij jou in. Na ondertekening verandert de oplossing van de leerling in een intentieverklaring. Na het maken en ondertekenen van een Tijdrovende opdracht is de leerling eigenaar van de oplossing van verstoring. Dat versterkt de band tussen jou en de leerling. Jij bewaart de door de leerling ondertekende opdracht. Deze krijgt daarna de functie van een contract tussen jou en de leerling.

De Tijdrovende opdracht is niet alleen op het moment zelf effectief, ook op termijn heeft deze effect. Leerlingen zullen na verloop van tijd tegen elkaar zeggen: “Bij meester/juf X moet je oppassen want daar krijg je een Tijdrovende opdracht”.

Bij dit alles de kanttekening dat alleen als een leerling de opdracht inlevert deze effectief is.  Dit inleveren borg je door een leerling zelf twee kansen te geven de opdracht bij jou in te leveren. Gebeurt dit niet, dan levert de leerling de opdracht in bij jouw leidinggevende.

Als je succes hebt met deze manier van bijsturen, als dit leidt tot een betere instelling in de klas, dan profiteert iedereen: de leerling, jij als docent, de ouders en de schoolleiding. Jouw aanpak is duidelijk, voorspelbaar en vriendelijk. De twee stappen van ‘Bijsturen’ werken samen curatief. Je lost een probleem op.

In de afbeelding van de Handelingsladder staat bijsturen bovenaan.

Bij het overzicht staat rechtsboven een inschatting van hoe vaak je een Tijdrovende opdracht nodig hebt. Toelichting bij percentages

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module Bijsturen? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

1 Belang van bijsturen

1.1 Wel bijsturen

Met een Tijdrovende opdracht stuur je het gedrag van een leerling die de les verstoort bij. Na het maken van de opdracht past de leerling doorgaans het gedrag aan en maakt vervolgens goed gebruik van jouw lessen. Deze manier van bijsturen is effectief omdat het een leerling tijd kost. Levert hij de opdracht niet bij jou in dan zorgt de leidinggevende dat hij de opdracht maakt.

1.2 Niet bijsturen

Als je geen Tijdrovende opdracht gebruikt, zijn er alternatieven die volgens VOH minder effectief zijn:

  1. Alles op zijn beloop laten, niet bijsturen en chaos accepteren.
  2. Een goed gesprek voeren zonder consequenties.
  3. Straffen.

1 Alles op zijn beloop laten, niet bijsturen en onrust accepteren

Dit heeft iets weg van een fakir die op een spijkerbed gaat zitten. Knap, maar is het aan te raden?

Je geeft je leerlingen de ruimte om de les te verstoren en doordat je niet ingrijpt, of doordat je niet effectief ingrijpt, levert het verstoren van de les voor leerlingen zelfs een voordeel op: Wie jouw autoriteit durft te betwisten, is stoer en stijgt in de achting van medeleerlingen.

Als je je beperkt tot leerlingen aankijken en waarschuwen, tot maatregelen die leerling geen tijd kosten, dan zul je merken dat jouw maatregelen steeds minder effect hebben. Jouw maatregelen maken geen indruk op calculerende leerlingen. Ze aanvaarden jouw aankijken en waarschuwen, maar je moet die maatregelen steeds vaker opleggen om het gewenste effect te krijgen. Een bijkomend effect is dat de maatregel daardoor steeds minder effect heeft. Zo levert deze manier van optreden een negatieve spiraal op.

2 Een goed gesprek voeren

Als je zoekt naar een manier om gedrag effectief bij te sturen, blijkt een ‘goed gesprek‘ doorgaans niet effectief te zijn.

3 Straffen

Straf is al zo oud als de mensheid. Prideaux maakt ons deelgenoot van de volgende veronderstelling van Nietzsche:

Op een zeker moment in de prehistorie, zo veronderstelt hij [Nietzsche], ontstond er een specifieke manier van doen die schadelijk was voor de gemeenschap. Het leidde tot het opleggen van straf. Dit was het ogenblik waarop de moraal werd geconstrueerd; dit was het moment waarop onze instincten voor het eerst werden beteugeld door een straffende maatschappij. Mettertijd leidde het opleggen van straf tot introspectie. Introspectie leidde tot het geweten.” Prideaux (2018)

Zo gezien is straf heilzaam. Het gevaar bij straf kan zijn dat ontvangende partij de maatregel als onrechtvaardig of disproportioneel ervaart. Dat zet de relatie onder druk.

In de bovenstaande video geven leerlingen aan dat de gebruikelijke straf (uit de les verwijderen) niet helpt.

1.3 Starten met bijsturen

Bij de inleiding van ‘Aansturen en bijsturen’ staan vier opties beschreven waarmee je start met aan- en bijsturen.

2 Bijsturen met tijdrovende opdracht

Een Tijdrovende opdracht zet je in bij verschillende situaties: frontaal lesgeven, zelfstandig werken en huiswerk maken.

Bij elke leeftijdscategorie en type onderwijs pas je de Tijdrovende opdracht iets aan en geef je de opdracht een eigen titel b.v.

  1. Bij het basisonderwijs –  brief aan de juf of meester (onderbouw en middenbouw)
  2. Bij het VO-onderbouw – reflectieverslag (zie voorbeeld of bekijk alternatieven)
  3. Bij VO-bovenbouw, MBO en lerarenopleidingen past wellicht de titel functioneringsgesprek het best.

Met een Tijdrovende opdracht roof je tijd van een leerling. Daarmee maak je duidelijk dat je geen verstoringen van jouw les toelaat. Tegelijkertijd ben je vriendelijk omdat:

  1. Een Tijdrovende opdracht is gericht op introspectie en rehabilitatie van degene die de opdracht maakt met als gevolg een beter functioneren in de groep.
  2. Een Tijdrovende opdracht is, de eerste keer dat je deze geeft, kort. Daarmee voorkom je de associaties met strafwerk en vergelding.
  3. Je verstrekt een Tijdrovende opdracht op een vriendelijke manier: “Jammer dat ik deze opdracht nu moet geven, maar dat is nu de afspraak.” Zo toon je compassie met de leerling voor het werk dat je hem of haar meegeeft. Zo blijf je vriendelijk tijdens het bijsturen en voorkom je dat je de relatie met de leerling beschadigt. Tijdens het bijsturen laat je zien dat je niet uit bent op vergelding. Je blijft vriendelijk en duidelijk.

Voordelen van een Tijdrovende opdracht:

  • De leerling heeft na het krijgen van de opdracht tijd om na te denken over het getoonde gedrag. Een vraag van de opdracht is hoe de leerling dit gedrag zelf denkt te verbeteren. De tijd tussen het opleggen en inleveren zorgt ervoor dat beide partijen de directe emotie een plaats hebben gegeven.
  • Alle leerlingen overwegen voortaan of de kosten van het verstoren (het verkrijgen van populariteit in de klas of het maken van een autonome indruk) wel opwegen tegen de nadelen (tijdverlies en moeten nadenken over- en het herzien van eigen gedrag).
  • Het blijkt in de praktijk dat zowel docent als de leerling de afhandeling van de opdracht zo snel mogelijk willen afsluiten. Daarom leveren leerlingen de opdracht meestal direct in.
  • De nabespreking tijdens het inleveren verloopt doorgaans prettig. Dat komt onder meer doordat de opdracht gericht is op het echt overdenken van wat er is gebeurd. Soms komen er daarbij dingen naar voren die de docent niet had kunnen weten, maar die wel een rol speelden in de actie van de leerling. Dat zorgt voor wederzijds begrip. De docent en de leerling kunnen elkaar echt ontmoeten en de band herstellen.

2.1 Voorbeeld tijdrovende opdracht

Het nu volgende voorbeeld van een Tijdrovende opdracht is gemaakt i.s.m. schoolleiders uit het VO. Deze opdracht is zowel te gebruiken op het VO als op het PO. VOH adviseert dit voorbeeld als uitgangspunt te nemen als je zelf aan de slag wilt gaan met een Tijdrovende opdracht. Deze korte opdracht kost leerlingen niet veel tijd. Met het geven van een korte opdracht vermijd je de associatie met strafwerk.

Met deze opdracht stel je een leerling die de les verstoort twee vragen. Door deze vragen te beantwoorden, overdenkt de leerling wat er is gebeurd en bedenkt de leerling hoe hij of zij een dergelijke verstoring van de les in de toekomst kan vermijden. Na ondertekening door de leerling verandert deze opdracht in een afspraak tussen jou en de leerling. Jij bewaart deze afspraak/intentieverklaring van de leerling in jouw archief. Beschouw het ondertekende document na het inleveren als een contract.

Opdracht VO/PO kort:

Naam___________________________Klas_____________

Beantwoord de onderstaande twee vragen in goed lopende zinnen. Voordat je de antwoorden opschrijft, maak je eerst een kladje. De docent behoudt de definitieve versie en kan hier later op terugkomen. Lever het verslag op het afgesproken moment bij je docent/leerkracht in.

1 Wat is de aanleiding voor deze brief, wat is er gebeurd? (Graag minstens drie hele zinnen, kop, midden en staart).

2 Wat kun jij veranderen/verbeteren aan je gedrag (Graag minstens drie hele zinnen, kop, midden staart).

Handtekening van de leerling

………………………………….

Tot zover de opdracht.

Doorgaans los je met deze opdracht een verstoring van de les blijvend op.

2.2 Inleveren en nabespreken tijdrovende opdracht

Als een leerling de opdracht inlevert, bedank je de leerling voor de inspanning. Daarmee versterk je de band met de leerling.

I learned from my former graduate student Sara Algoe that we don’t express gratitude in order to repay debts but rather to strengthen relationships.” Haidt (2012)

Dit citaat maakt duidelijk waarom het bedanken van een leerling zo belangrijk is.

2.3 Verschillen nabespreken PO en VO

Primair onderwijs

In een pauze of na schooltijd, liefst nog dezelfde dag, bespreek je de opdracht met de leerling. Hoe eerder je de opdracht bespreekt, hoe sneller je weer op goede voet met elkaar verder kunt gaan. Vraag de leerling om samen te vatten wat er is gebeurd en vraag wat de leerling van plan is daaraan te doen. Bij een bevredigend antwoord geef je aan dat het nu is opgelost. Bedank de leerling voor het inleveren. Jullie beginnen vanaf nu weer opnieuw.

Bij jonge kinderen die nog niet kunnen schrijven, stel je hun deze vragen en vraag je het kind over de gebeurtenissen een tekening over te maken. Bij het bespreken van de tekening vertelt de leerling wat hij of zij heeft getekend.

Voortgezet onderwijs

De nabespreking zelf kan kort zijn. Vraag de leerling om samen te vatten wat er is gebeurd en vraag wat de leerling van plan is daaraan te doen. Na een voor jou acceptabel antwoord van de leerling geef je aan dat het is opgelost en bedank je de leerling.

2.4 Leerling weigert een opdracht te maken PO en VO

Primair onderwijs

Vraag de leerling om mee te lopen en de opdracht bij een IB-er en/of schoolleider te maken. Als de leerling dit weigert zeg je: “Als je dit nu weigert, vraag ik desbetreffende IB-er of schoolleider om je uit de klas te halen”. Vraag de rest van de klas om rustig door te werken en loop naar de desbetreffende collega. Geef deze even kort uitleg en vraag of je collega de leerling rustig uit de klas wil halen zodat de leerling de opdracht in aanwezigheid van deze collega kan maken. Als de leerling de opdracht vervolgens maakt, bespreek je deze kort met de leerling en bedank je de leerling. De leerling mag de klas weer in en jullie hebben het er niet meer over. Als de leerling alsnog weigert om de opdracht te maken, bespreek je met je collega wat de volgende stap is. Bijvoorbeeld: nodig de ouders uit voor een gesprek en laat de leerling tot die tijd zijn werk maken in aanwezigheid van IB-er en/of schoolleiding.

Voortgezet onderwijs

Als een leerling de Tijdrovende opdracht weigert op het moment dat je deze uitdeelt, zeg je: “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, ander moet ik je helaas een grotere opdracht geven”. Doorgaans accepteert de leerling dan de als eerste aangeboden korte opdracht. Blijft de leerling ook nu protesteren, dan vraag je de leerling de klas te verlaten. Als de leerling dat weigert zeg je: “Als je nu blijft zitten volgt schorsing. Je hebt nu nog de kans om de klas te verlaten”.

Informeer van tevoren bij de schoolleiding of schorsing als consequentie van weigering van een leerling om de klas te verlaten, schoolbeleid is. Waarschijnlijk is dit al een standaard schoolprocedure. Indien de leerling blijft weigeren om de klas te verlaten, loop je de klas uit en vraag je een collega om assistentie. Samen overtuigen jullie de leerling dat vertrekken nu de beste optie is. Zo behoud jij het initiatief.

2.5 Bijsluiter bij Tijdrovende opdracht

De Tijdrovende opdracht heeft een werking die vergelijkbaar is met een medicijn. Deze paragraaf is te beschouwen als een bijsluiter die hoort bij het medicijn van VOH: de Tijdrovende opdracht.

In een bepaalde dosering helpt medicatie en bij een te hoge dosering werkt deze averechts. Het is onverstandig de hele klas het medicijn – een Tijdrovende opdracht – toe te dienen. Door een te hoge dosering ontstaat er oproer en ontstaat er een steeds grimmiger situatie. Hoe ga jij om met protesten van de groep leerlingen die een Tijdrovende opdracht kreeg? Hoe voorkom je dat de klas, ouders, collega’s en schoolleiding zich ergeren aan de hoeveelheid werk die jij de leerlingen meegeeft?

Dit alles voorkom je door per werkvorm (frontaal lesgeven of zelfstandig werken) als streven maximaal één Tijdrovende opdracht uit te delen. In zeer uitzonderlijke situaties deel je er twee uit. Dan leg je de les stil.

Voordat je start met een les leg je twee Tijdrovende opdrachten klaar: een gele (dit is de eerste die je uitdeelt) en een rode (dit is de laatste die je uitdeelt). Per les deel je nooit meer dan twee Tijdrovende opdrachten uit. Vergelijk dit met voetbal: De eerste gele kaart is daarbij een waarschuwing. Bij het krijgen van de tweede kaart, de rode, moet de speler het veld verlaten. Bij VOH stop je na het uitdelen van een rode Tijdrovende opdracht met lesgeven, je legt de les stil.

Stilleggen van de les

Als je de tweede, rode, Tijdrovende opdracht hebt uitgedeeld, geeft je de volgende instructie: “Ik stop nu met lesgeven. Ga allemaal zonder te overleggen aan het werk met je huiswerk”.

Daarmee geef je impliciet aan dat jouw professionele grens is bereikt. Leerlingen die toch overleggen, zet je een voor een apart en je blijft opletten dat niemand overlegt. Als er geen plaatsen meer over zijn om leerlingen apart te zetten dan kondig je eerst aan dat je, omdat er geen lege plaatsen meer zijn, je de volgende leerling die praat er helaas uit de les moet verwijderen. Dit is een noodzakelijke uitzondering bij VOH. Sta je een beetje overleggen toch toe, dan ondermijn je je eigen gezag. Door te stoppen met de les na de tweede Tijdrovende opdracht isoleer je maximaal twee leerlingen van de groep: zij hebben een opdracht die hen tijd kost. De andere leerlingen hebben die opdracht niet. De beurt is nu aan de twee leerlingen om de opdracht te maken. Als de opdracht is gemaakt en de band weer is hersteld, mogen deze twee leerlingen de volgende les weer meedoen. Als de opdracht is gemaakt en de verstandhouding van de twee leerlingen met jou verbetert, heeft dat effect op de houding van de hele klas.

De eerste leerlingen die de les verstoren zijn te beschouwen als verkenners. Zij verkennen voor de anderen de speelruimte. Als jij de speelruimte voor verstoringen effectief beperkt, accepteren de overige leerlingen deze beperking.

Met het stilleggen van de les voorkom je:

  • dat leerlingen jou als een marionet laten reageren op verstoringen van de les.
  • dat jij je professionele grens overschrijdt.
  • dat er zich een baldadig muiterijachtig machtsspel ontwikkelt vergelijkbaar met de situatie als een docent meerdere leerlingen binnen een les de klas uit stuurt.
  • dat je met een groot aantal Tijdrovende opdrachten te veel tijd van de klas als geheel rooft waardoor hun huiswerk onder druk komt te staan. De kans is dan aanwezig dat behalve leerlingen ook ouders, collega’s en schoolleiding protesteren tegen de te grote hoeveelheid opdrachten die jij uitdeelt.

Dat is allemaal niet nodig. Het is veel beter om de uitwerking van de twee uitgedeelde Tijdrovende opdrachten rustig af te wachten en dan de volgende les met een schone lei te beginnen.

2.6 Leerling protesteert tegen de tijdrovende opdracht

Niet alle leerlingen accepteren klakkeloos een Tijdrovende opdracht. Josie vertelt dat zij dit heeft meegemaakt in de video hierboven. Josie geeft les aan het MBO aan onderwijsassistenten in opleiding. Bij haar leerlingen, en in het algemeen bij wat oudere leerlingen, is een voor de hand liggende reactie op een Tijdrovende opdracht: Ik vind dit kinderachtig, ik heb liever dat u mij even aanspreekt aan het einde van de lesOp dit verzoek ga je niet in. Deze wens van de leerling is begrijpelijk, maar uit onderzoek van Astrid Boon blijkt dat een ‘goed gesprek’, zeker op dat moment, weinig effect heeft. Dat heeft meerdere oorzaken:

  • Zo’n gesprek kost de leerling weinig tijd en voor de leerling is het niet nodig te reflecteren. Omdat de leerling niet reflecteert op de oorzaak van de verstoring en op verbetering vindt geen transformatie plaats. Zonder een opdracht om thuis te maken, komt de leerling er gemakkelijk en zonder tijdsverlies af.
  • Jij hebt na de les vaak nauwelijks tijd voor het bespreken een verstoring van de les en zowel jij als de leerling hebben niet de kans gehad om er een nacht over te slapen. Emotie krijgt dan bij zo’n gesprek al snel de overhand. Dat versterkt de indruk bij de leerling dat jij als docent impulsief reageert.

Hoe kun je omgaan met een protest tegen een Tijdrovende opdracht? Je zegt dan tegen de leerling:
“Je kunt nu stoppen met dit gedrag, anders moet ik je helaas een grote opdracht geven”. Bereid je hierop voor door een grotere opdracht achter de hand te hebben. Het uitspreken van deze woorden heeft meestal het effect dat een leerling de eerdere kleine opdracht accepteert. Met dank aan Stephan Dinkgreve

2.7 Leerling krijgt twee kansen om de opdracht bij de docent in te leveren

Met een leerling die je een Tijdrovende opdracht geeft, maak je een afspraak over het moment van inleveren. Een leerling die de Tijdrovende opdracht niet op het afgesproken moment inlevert, krijgt van jou een tweede kans om de Tijdrovende opdracht nogmaals in te leveren.

Er zijn twee momenten te onderscheiden waarop een leerling de Tijdrovende opdracht bij jou inlevert. Beide momenten hebben een verschillende aanpak.

Aanpak bij inleveren aan het begin van de volgende les

Aan het begin van de les als, de leerlingen binnenkomen, sta jij bij de deur met een extra kopie van de Tijdrovende opdracht bij de hand. Er kunnen zich nu twee situaties voordoen:

Leerling heeft opdracht bij zich

Je kijkt de opdracht even door of je geeft aan dat je er zo even naar kijkt en er dan op terugkomt. Een goed moment daarvoor is tijdens zelfstandig werken (dat kan omdat de opdracht kort is). Als de opdracht in orde is, bedank je de leerling.

Leerling heeft opdracht niet bij zich

Heeft de leerling de opdracht niet bij zich, dan geef je de leerling een kopie van de opdracht en vraag je de leerling deze buiten de les te maken. Ook vraag je de leerling deze opdracht aan het einde van de les in te leveren met een uitstuurbriefje erbij. Dit is de tweede kans voor deze leerling en deze kost de leerling alweer meer tijd.

Omdat de leerling de opdracht nu buiten de les maakt, kun jij rustig lesgeven en ontstaat er tussen jou en de leerling geen conflict. De leerling merkt dat jouw maatregel niet valt te negeren en geeft dat door aan andere leerlingen. Daarom leveren andere leerlingen die hierna een Tijdrovende opdracht krijgen deze direct in.

Aanpak bij het inleveren buiten de les om

Op een afgesproken moment buiten de les om wacht jij de leerling op die de Tijdrovende opdracht kreeg. Er kunnen zich nu twee situaties voordoen:

Leerling heeft opdracht bij zich

De leerling levert opdracht op het afgesproken moment in, jij bekijkt de opdracht en je bedankt de leerling. Ook kun je de leerling vragen even samen te vatten wat hij of zij heeft opgeschreven.

Leerling houdt zich niet aan de afspraak.

Als de leerling niet komt opdagen, bel je de ouders en vraag je of ze hun zoon/dochter willen aansporen de opdracht alsnog in te leveren aan het begin van de volgende les. Met het bellen geef je de opdracht extra gewicht en laat je zien dat jij de opdracht serieus neemt. Met deze stap zorg je ervoor dat je minder leerlingen doorstuurt naar je leidinggevende.

Ouders stellen het doorgaans op prijs dat je hen belt. Als je ouders belt, zullen zij in uitzonderlijke gevallen volledig partij kiezen voor hun kind. Je bedankt de ouders dan toch voor het gesprek en vervolgens geef je aan dat je het inleveren van de opdracht intern met je leidinggevende afhandelt. De eerste keren dat je ouders belt, zul je dit als spannend ervaren. Gelukkig blijken ouders meestal blij te zijn met jouw vraag om hulp. Niet voor alle leerlingen is het een stok achter de deur om de Tijdrovende opdracht toch in te leveren, maar voor de meeste wel.

Leerling heeft de volgende les de opdracht niet bij zich

Als de leerling ook de volgende les de opdracht niet bij zich heeft, dan geef je net als hierboven de leerling een kopie van de Tijdrovende opdracht. Je geeft aan dat het nu de bedoeling is de opdracht alsnog te maken buiten de les en je vraagt de leerling deze aan het einde van de les in te leveren samen met een uitstuurbriefje.

De meeste problemen los je op deze manier samen met je leerlingen op. In uitzonderlijke gevallen doe je een beroep op je leidinggevende. Als een leerling een Tijdrovende opdracht niet bij jou inlevert, heb je iets achter de hand: de hulp van een leidinggevende.

2.8 Leerling levert opdracht in bij leidinggevende

Inleveren bij de leidinggevende is de vierde en laatste stap van de Handelingsladder.

Deze afbeelding is onderdeel van het Overzicht van VOH

Jij geeft een leerling die een Tijdrovende opdracht van jou krijgt twee kansen om deze opdracht bij jou in te leveren. Als een leerling beide kansen voorbij laat gaan, neem je contact op met je leidinggevende. Op jouw verzoek gaat de leidinggevende naar de leerling toe en vraagt aan de leerling de opdracht bij de leiding in te leveren. Pas als de leerling de Tijdrovende opdracht naar behoren bij de leiding heeft ingeleverd, mag de leerling jouw lessen weer volgen.

Door in laatste instantie de verantwoordelijkheid voor het inleveren te delegeren aan je leidinggevende, voorkom je dat jij met een leerling die zijn of haar opdracht niet inlevert in conflict komt en dat deze leerling zonder de opdracht te maken jouw les blijft verstoren.

Voordat je start met VOH is het aan te raden om deze procedure door te spreken met je leidinggevende. Dit is geen zwaktebod (ik kan orde houden niet alleen). Wat je met deze samenwerking aan je leerlingen laat zien is dat de school één lijn trekt wat betreft opvoeden.

In het VO is van groot belang dat vanaf het moment dat je leidinggevende het inleveren van jou overneemt, alles zo snel mogelijk en liefst binnen één week geregeld is. Anders gaan leerlingen in school rondhangen. Daaruit ontstaan dan weer andere problemen.

2.9 Leerling gaat door met de les verstoren

Een leerling blijft storen binnen een les

Als een leerling, ondanks het uitdelen van een Tijdrovende opdracht, de les blijft verstoren, negeer je deze leerling in het vervolg van de les zoveel mogelijk. Het heeft geen zin om tijdens die les krampachtig te pogen deze leerling te laten stoppen met het storende gedrag. Door deze leerling te negeren, voorkom je escalatie en voorkom je dat je de leerling boos benadert. Als de leerling de confrontatie zoekt, pak jij je Tipboek en maakt daarin aantekeningen over het provocerende gedrag van de leerling. Je stelt je op als een verslaggever van het gedrag van de leerling. De leerling ziet dat jij iets noteert in je Tipboek en vermoedt dat jij aan deze aantekeningen consequenties zal verbinden. Of jij hier wel of niet consequenties aan verbindt, beslis jij zelf.

Deze tactiek is noodzakelijk om vriendelijk te kunnen blijven. Zou je deze leerling een tweede tip geven, dan ontstaat er een grimmige sfeer. Als de leerling door jouw schrijven in het Tipboek stopt met storen, kun je de zojuist opgeschreven opmerkingen verder laten voor wat ze zijn, je verbindt er geen consequenties aan.

Als een leerling de les blijft verstoren, is het advies van VOH: Geef vooral aandacht aan de overige leerlingen. Ga voorspelbaar door met je normale routine van instructies, aansturen met lichaamstaal en als dat niet het gewenste effect heeft met een Tip. Blijft er een leerling storen dan neem je na de les contact op met je leidinggevende met jouw aantekeningen in het Tipboek als bewijs.

Een leerling verstoort in een volgende periode opnieuw de les

VOH raadt aan om een leerling die in een volgende periode weer een les verstoort een andere opdracht te geven. Bekijk hieronder de alternatieve mogelijkheden.

3 Stilleggen frontaal lesgeven of het onderbreken van zelfstandig werken

Met het stilleggen van frontaal lesgeven of met het onderbreken van zelfstandig werken, geef jij impliciet aan dat jouw professionele grens is bereikt. Daarmee voorkom je:

  • dat leerlingen jou als een marionet laten reageren op verstoringen van de les.
  • dat jij je professionele grens overschrijdt en boos wordt.
  • dat er zich een baldadig muiterijachtig machtsspel ontwikkelt vergelijkbaar met de situatie als een docent meerdere leerlingen binnen een les de klas uit stuurt.
  • dat je met een groot aantal Tijdrovende opdrachten te veel tijd van de klas als geheel rooft waardoor hun huiswerk onder druk komt te staan. De kans is dan aanwezig dat behalve leerlingen ook ouders, collega’s en schoolleiding protesteren tegen de te grote hoeveelheid opdrachten die jij uitdeelt.

Hieronder zie je hoe dat in zijn werk gaat bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken:

Stilleggen docentgestuurd onderwijs – frontaal lesgeven

Voordat je start met frontaal lesgeven leg je twee Tijdrovende opdrachten klaar: een gele (dit is de eerste die je uitdeelt) en een rode (dit is de laatste die je uitdeelt). Per les deel je bij frontaal lesgeven nooit meer dan twee Tijdrovende opdrachten uit.

Je begint met het geven van Tips die je noteert en telt met de Spiegelmap. Daarmee geef je jouw grens aan. De leerlingen zien wanneer jij op het punt staat een gele of rode Tijdrovende opdracht uit te delen.

Bij voetbal leidt een scheidsrechter het spel in goede banen door bij overtreding een gele of rode kaart uit te delen. Die kleuren komen terug in de twee Tijdrovende opdrachten die jij kunt uitdelen.

De eerste gele Tijdrovende opdracht is daarbij te zien als een waarschuwing. Als je de tweede rode Tijdrovende opdracht uitdeelt, aan een ander leerling, is duidelijk dat er teveel verstoringen hebben plaatsgevonden. Daarom leg je na de rode Tijdrovende opdracht de les stil.

Per les beschik je over de volgende stappen: Eerst geef je één of twee Tips aan twee verschillende leerlingen,  dat geef je één of twee Tijdrovende opdrachten (geel, daarna rood).  Na het uitdelen van de rode Tijdrovende opdracht,  leg je de les stil. Je laat iedereen in stilte huiswerk maken. Je geeft de volgende instructie: “Ik stop nu met lesgeven. Ga allemaal zonder te overleggen aan het werk met je huiswerk”.

Leerlingen die toch overleggen, zet je een voor een apart. Je blijft opletten dat niemand overlegt. Als er geen plaatsen meer over zijn om leerlingen apart te zetten, kondig je aan dat je de volgende leerling die praat er helaas uit de les moet verwijderen. Dit is een noodzakelijke uitzondering bij VOH. Sta je een beetje overleggen toch toe, dan ondermijn je je eigen gezag. Door te stoppen met de les na de tweede Tijdrovende opdracht isoleer je maximaal twee leerlingen van de groep: zij hebben een opdracht die hen tijd kost. De andere leerlingen hebben die opdracht niet. De beurt is nu aan de twee leerlingen om de opdracht te maken. Pas als de opdracht is gemaakt en de band weer is hersteld, mogen deze twee leerlingen de volgende les weer meedoen. Als de opdracht is gemaakt en de verstandhouding van de twee leerlingen met jou verbetert, heeft dat effect op de houding van de hele klas.

De eerste leerlingen die de les verstoren zijn te beschouwen als verkenners. Zij verkennen voor de anderen de speelruimte. Als jij de speelruimte voor verstoringen effectief beperkt, accepteren de overige leerlingen deze beperking.

Onderbreken leerlinggestuurd onderwijs – zelfstandig werken

Aan zelfstandig werken verbind jij voorwaarden. Van te voren spreek je met jezelf af dat je slechts vier Tips geeft binnen een les. Ook spreek je met jezelf af dat je niet meer dan één Tijdrovende opdracht uitdeelt tijdens zelfstandig werken. Doordat jij de Spiegelmap gebruikt, zien je leerlingen het moment aankomen waarbij jij het zelfstandig werken onderbreekt.

Als je tijdens zelfstandig werken binnen een les vier Tips gaf aan vier verschillende leerlingen die hun medeleerlingen storen (en dat laat zien met de Spiegelmap), ga als reactie daarop frontaal lesgeven. Daarmee voorkom je dat je nog meer Tips geeft en dat je met het geven van teveel Tips je eigen autoriteit uitholt. Met het stoppen met zelfstandig werken, voorkom je ergernis bij jezelf en je leerlingen over de vele Tips.

Bij zelfstandig werken is het niet nodig de Tijdrovende opdracht een kleur te geven. Je streeft ernaar om in de tijd dat leerlingen zelfstandig werken deze opdracht aan slechts één leerling te geven. Als het toch nodig is een tweede Tijdrovende opdracht uit te delen onderbreek je het zelfstandig werken ook.

Het geven van deze Tijdrovende opdracht aan een leerling heeft geen consequenties voor de andere leerlingen.

4  Uitzonderingen wat betreft het uit de les verwijderen van leerlingen

VOH adviseert om leerlingen niet uit de les te verwijderen. Er zijn echter uitzonderingen. Dit zijn de uitzonderingen waarbij je een leerling wel uit de les verwijderd:

  1. De eerste uitzondering zou al direct plaats kunnen vinden in de eerste les. Als je start met Vriendelijk orde houden, en je hebt ervoor gekozen nog niet te werken met de Tijdrovende opdracht. In het slechtste geval geef je die les zes tips die de leerlingen helaas allemaal negeren, vervolgens vraag je de leerlingen om zonder overleg aan hun huiswerk te werken. Daarna zet je leerlingen die toch overleggen apart. Als er geen ruimte meer is om leerlingen apart te zetten, kondig je aan dat wie blijft overleggen, de kans loopt de les te moeten verlaten.
  2. Een vergelijkbare situatie kan zich ook later in het jaar voordoen. Dan werk je inmiddels wel met de Tijdrovende opdracht. Op het moment dat je binnen een les de tweede Tijdrovende opdracht uitdeelt, leg je de les stil en vraag je de leerlingen huiswerk te gaan maken zonder te overleggen. Een leerling die toch overlegt, zet je apart en als daar geen ruimte meer voor is, stuur je een leerling die overlegt eruit. Meer info over het stilzetten van een les.
  3. Als jij de vorige les een leerling een Tijdrovende opdracht gaf, wacht je aan het begin van de les de leerling op bij de deur van het lokaal. Je hebt dan een extra kopie bij de hand van de Tijdrovende opdracht. Als je de leerling ziet aankomen, vraag je of hij of zij de opdracht bij zich heeft. Zo niet, dan geef je deze leerling de extra opdracht met de mededeling deze te maken en aan het einde van de les in te leveren met een uitstuurbriefje. Nog voor de les begint heb je deze leerling nu de les uitgestuurd.
  4. De vierde uitzondering is ‘grensoverschrijdend gedrag’: Als een leerling een medeleerling slaat of jou of zijn medeleerlingen uitscheldt, stuur je deze leerling er direct uit. Daarmee bewaak je voor de hele groep de veiligheid.

5 Alternatieve maatregelen om bij te sturen

Als een leerling in een eerdere periode een (korte) Tijdrovende opdracht maakte en in een volgende periode weer de les verstoort, is het advies van VOH om niet nogmaals dezelfde opdracht te geven. Nu volgen een aantal alternatieve maatregelen die de leerling meer tijd kosten dan de eerder gekregen opdracht:

  1. Reflectieve schrijfopdracht Astrid Boon
  2. Leerling verzit zelf een corrigerende opdracht
  3. Goed gesprek

5.1 Reflectieve schrijfopdracht Astrid Boon

Je stelt hiervoor na de les de tekst van de reflectieve schrijfopdracht op samen met de leerling en voorziet deze van een datum. Je vraagt de leerling dit advies tien keer over te schrijven en te laten ondertekenen door de ouders.  Ook geef je aan wanneer en waar de leerling de tekst inlevert.

Voorbeeld schrijfopdracht
Ik ga voortaan niet meer duwen en trekken aan andermans kleren, ook niet als iemand mijn pen heeft afgepakt, want dat maakt de kwestie alleen maar erger. Beter is het, als ik de volgende keer als ik boos dreig te worden naar de docent loop en vraag om een andere plaats, omdat mijn buurman mij uit de tent lokt. Zo kan ik voorkomen dat ik de hele klas stoor, omdat ik mijn handen niet thuis kan houden en zo kan ik tevens voorkomen dat ik zo’n kinderachtige schrijfopdracht krijg.” Boon (2009) Astrid

Een reflectieve schrijfopdracht past bij de situatie en kost jou daarom meer tijd dan het uitdelen van een standaard Tijdrovende opdracht die je al klaar hebt liggen. De inhoud van zo’n reflectieve schrijfopdracht gaat concreet in op wat de aanleiding vormde voor deze opdracht. De reflectieve schrijfopdracht verenigt kenmerken van reflectie én ouderwetse strafregels. De reflectieve schrijfopdracht heeft meer dan de Tijdrovende opdracht een schools karakter. Bij een leerling waarbij het niet lukt om het gedrag blijvend te verbeteren, is deze verrassende reflectieve schrijfopdracht effectiever dan het opnieuw geven van een Tijdrovende opdracht die eerder niet bleek te werken.

De reflectieve schrijfopdracht spits je toe op de gebeurtenis die eraan voorafging. Een reflectieve schrijfopdracht bestaat uit vier componenten:

1. Eigen gedrag benoemen. (Het is niet de bedoeling dat.., want.. )
2. Stilstaan bij eigen gedrag. (Als ik …, zorg ik ervoor dat …)
3. Ipv rechtvaardiging. (Ook als ik … , want zo maak ik de problemen groter i.p.v. kleiner ..)
4. Helpende suggestie. ( Voortaan … , zodat ik … )

Bekijk deze video’s van Astrid Boon. In de eerste video beschrijft zij het nut en belang van de reflectieve schrijfopdracht en laat ze zien hoe je een reflectieve schrijfopdracht opstelt.

Video

Nu volgen twee video’s. In de eerste video beschrijf Astrid vanaf 2.45 minuten een geestige uitwerking van de reflectieve schrijfopdracht.

De tweede video gaat over haar werkzaamheden als orthopedagoog op verschillende scholen in Amsterdam. Over haar werk schreef zij een aantal boeken. Daarin laat ze zien hoe je gedrag van leerlingen bijstuurt met een reflectieve schrijfopdracht.

Boon (2009), Astrid

Boon (2010), Astrid en Leo Prick

Astrid Boon heeft over haar werk in het hele land lezingen gegeven.

Astrid Boon, schrijfster van Straf/regels

Een leerling die zich niet laat bijsturen door een korte Tijdrovende opdracht, geef je een reflectieve schrijfopdracht.

Leraar 24 heeft een film gemaakt over Astrid Boon. In deze film ziet u hoe docenten en leerlingen op verschillende scholen omgaan met de reflectieve schrijfopdracht.

5.2 Leerling verzint zelf corrigerende maatregel

José Caballero, voorzitter van de stichting Rapucation waar Vriendelijk orde houden onder valt, vertelt over zijn aanpak bij het vak Scheikunde: Als een leerling niet doet wat de bedoeling is, vraag ik hem of haar in een gesprek na afloop van de les zelf een maatregel te verzinnen die het probleem oplost. Dit spreken we dan vervolgens af. Meestal houdt de leerling zich aan de bedachte maatregel.

5.3 Goed gesprek

Een goed gesprek kan helpen als de mentor een leerling wijst op de consequenties van het handelen (b.v. blijven zitten). Door de vraag te stellen of de leerling rekening heeft gehouden met de consequentie van zittenblijven, kan dit gesprek bij de leerling een verandering van gedrag teweegbrengen.

  1. Bekijk hiervoor de video van Josie hierboven
  2. Hierbij de kanttekening dat ook positieve ervaringen zijn met een goed gesprek.

5.4 Nablijven

Praktijkvoorbeeld

Nablijven 1
“Een jongen weigerde steeds om voor een bepaald vak een lesje te maken. Daarop vroeg ik de jongen om na te blijven en gaf hem de opdracht: maak het lesje nu en als je het af hebt, kom je bij mij. De jongen ging aan het werk. Ondertussen keek ik zelf het werk van de andere leerlingen na. Toen de jongen klaar was, mocht hij naar huis. De volgende dag herhaalde dit patroon zich en ook de volgende week. Op een gegeven moment komt de jongen naar mij toe en vraagt: Hoe lang gaat u dit doen? Ik antwoord: “Totdat jij gewoon in de les je werk doet”. De dag daarop ging de jongen tijdens de les direct aan het werk. Het probleem loste zich vanzelf op. Het was voor mij niet nodig om boos te worden”.

Praktijkvoorbeeld

Nablijven 2
Ik zat in 6 VWO van het Hervormd Lyceum West in Amsterdam. Op een vrijdagmiddag zat ik te schaken met een vriend in een totaal verlaten school. Wij hadden, weet ik nog, bruine corduroy broeken en jasjes aan. Na het schaken, pakten wij allebei een bordenwisser, een ouderwetse met krijt eraan, en begonnen elkaar hiermee te bewerken. Wij hadden veel plezier. Toen kwam er een amanuensis van scheikunde binnenlopen en die vroeg ons daarmee op te houden. Wij vonden dat echt totaal overbodig, wij zaten immers in klas zes. Bovendien hadden wij toch geen les van hem? Dus wij gingen vrolijk verder. Ongeveer een maand later werd ik uit de les gehaald door de rector de heer Huisman. Hij vroeg mij wat er gebeurd was die middag. Ik zei dat er niets was gebeurd. Daarop vroeg de rector mij bij de zogenaamde “klaagmuur” te gaan staan. Dat was een kale muur bovenaan de trap van het centrale trappenhuis waar iedereen langsliep. De rector zei dat ik daar moest wachten. Na een uur vroeg hij mij weer wat er gebeurd was. Weer zei ik: “Er is niets gebeurd.” De rector zei dat ik weer moest wachten. Inmiddels liep de school leeg en ik stond daar maar. Staan zonder iets te mogen doen, is vermoeiend. Voor de derde keer kwam de rector bij mij en vroeg wat er was gebeurd. Ik vertelde hem toen schoorvoetend dat ik met een vriend met bordenwissers aan het spelen was. De rector zei alleen: “Niet meer doen” en toen mocht ik gaan. Nu besef ik dat ik een Tijdrovende opdracht door de maatregel van de rector aan den lijve heb ondervonden! De maatregel kostte mij tijd en de rector bleef vriendelijk.”

5. 5 Creatieve schrijfopdracht

Maak het begin van een fabel over een zelfverzonnen verstoring. Nodig een leerling die de les verstoort uit om deze fabel af te maken op een creatieve, vriendelijke en duidelijke manier. Een voorbeeld

5.6 gesprek met ouders, schoolleiding, leerling en docent

Als een leerling niet goed reageert op bijsturen met een Tijdrovende opdracht en ook niet een van de alternatieven zoals de reflectieve schrijfopdracht, dan is het tijd voor een gesprek over het gedrag van de leerling met ouders, schoolleiding leerling en docent erbij. Dit vraagt van de leerling om in gesprek te gaan met de eigen ouders (want die willen natuurlijk weten wat er aan de hand is) en vraagt van de leerling om ten overstaan van ouders, schoolleiding en docent te verduidelijken wat er speelt en hoe dit weer in goede banen te leiden. Behoorlijk tijdrovend dus, en niet echt iets om naar uit te zien. Dat wil je als leerling liever vermijden!

5.7 Schrijfopdracht Teitler

Teitler beschrijft hoe hij schrijfopdrachten opvoert met standaardteksten waarin het soort vergrijp, de negatieve effecten, de smoezen en de alternatieven al voorgekookt zijn, en die de leerling dan een aantal keren moet overschrijven (Lessen in orde, §5.5 Straffen)

Dat lijkt efficiënt, want de docent hoeft alleen maar de toepasselijke variant uit de la te trekken en het strafwerk weer in te nemen en daarmee is de kous af. Het vergt tijd van de leerling maar de leerling hoeft niet te vertellen wat er gebeurde, wat zijn verantwoordelijkheid was en welke oplossing hij voorstelt. Kortom er is geen sprake van een tot elkaar komen van docent en leerling.

Vriendelijk orde houden prefereert daarom een vorm en inhoud die de leerling vraagt het eigen gedrag te benoemen, te onderzoeken, te evalueren en op te lossen.

6 Samenvatting

Bij Vriendelijk orde houden in de klas krijgen leerlingen meerdere keren de kans hun gedrag te verbeteren. De eerste vormen van aansturen kosten leerlingen geen tijd en zijn daarom in zekere zin gratis. Een leerling die niet goed reageert op aansturen, stuur je bij met een Tijdrovende opdracht. Nu kost de opdracht de leerling wel tijd én krijgt de leerling via deze opdracht de kans om zelf een rol te spelen bij het verbeteren van het eigen gedrag.

  • Terwijl je de opdracht geeft, houd je voor ogen dat je de leerling helpt om voortaan beter te functioneren in de klas. Je weet dat je door bij te sturen, voorkomt dat jij en de leerling blijven steken in een machtsspelletje. Dit besef helpt je om vriendelijk te blijven.
  • Tijdens het bijsturen neem je eventuele negativiteit van de leerling niet over. Als je bijstuurt, toon je compassie en begrip voor de zware taak die de leerling wacht door te zeggen: “Ik moet je nu helaas deze opdracht geven”.

7 Credits

Gabriëlle la Rose – Veiligheidscoördinator op het Pieter Nieuwland College in Amsterdam

Gabriëlle bemiddelt bij conflicten tussen leerlingen en docenten. Daarbij gebruikt zij een reflectieverslag. Een reflectieverslag maken, kost een leerling tijd. Vandaar de naam van deze module: Bijsturen met Tijdrovende opdracht. Haar opdracht staat aan de basis van verschillende voorbeelden van Tijdrovende opdrachten van VOH.

Stephan Dinkgreve – Docent Natuurkunde

Stephan bezocht een muziekles van Johan ’t Hart. Hij ging aan de slag met de manier van orde houden die hij zag in de les van Johan. In plaats van strafwerk, wat Johan toen nog gebruikte, gebruikte Stephan een variatie op het hierboven genoemde reflectieverslag. Johan nam deze nieuwe manier van bijsturen van Stephan over. Hiermee legden Johan en Stephan de basis voor Vriendelijk orde houden.
Van Stephan leerden wij ook dat als een leerling protesteert tegen het krijgen van een reflectieverslag, je als docent rustig en vriendelijk aangeeft: “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, anders moet ik je helaas een groot reflectieverslag geven.”

Astrid Boon – Orthopedagoog

Als orthopedagoog heeft Astrid op basis van talloze gesprekken met leerlingen ontdekt wat de meest effectieve maatregelen zijn om gedrag bij te sturen. Zij ontdekte dat leerlingen een opdracht die hun tijd kost serieus nemen en een ‘goed gesprek’ doorgaans niet. Zij schreef hierover twee boeken: ‘Straf/Regels’ en ‘Te gezellig in de les’. Zij maakte ook duidelijk dat een leerling uit de les sturen een uiterst middel is. Zij adviseerde een aantal kleinere stappen te nemen voorafgaande aan de inzet van dit uiterste middel. In samenspraak met Astrid Boon heeft VOH haar suggestie vormgegeven met de vier stappen die docenten nemen om aan- en bij te sturen. Die vier stappen komen samen in de Handelingsladder. Het werkzame bestanddeel van de Handelingsladder is de Tijdrovende opdracht. De Tijdrovende opdracht is klein. Verbetert een leerling het gedrag niet,  geef dan in een volgende periode de grotere reflectieve schrijfopdracht van Astrid Boon.

Jeroen van Morselt – Schoolleider op het Pieter Nieuwland College

Jeroen van Morselt heeft samen met Johan ’t Hart (docent muziek op het PNC) deze aanpak ontwikkeld. Niet alleen Johan werkte op deze manier, ook collega’s gingen hiermee aan de slag. Het gevolg van deze samenwerking was dat docenten op het PNC minder leerlingen de les uit stuurden.