Aansturen en bijsturen inleiding

Docenten lossen een verstoring van de les op door eerst aan te sturen. Aansturen kost een leerling geen tijd. Daarna sturen zij bij. Bijsturen kost een leerling wel tijd. Op een vriendelijke en duidelijke manier geven docenten een leerling meerdere kansen zijn of haar gedrag aan te passen. Met deze aanpak van Vriendelijk orde houden (VOH) is het niet nodig om een leerling de les uit te sturen

Ik geef duidelijk mijn grenzen aan. Een leerling die de les verstoort, stuur ik aan en als dat niet het gewenste effect heeft, stuur ik deze leerling bij. Dit doe ik op een vriendelijke en ontspannen manier. Het gevolg is een les zonder verstoringen.

Tijdrovende opdracht

Leerlingen hebben een hekel aan extra werk. Als een leerling weet dat jij bij gedrag dat de les verstoort een Tijdrovende opdracht kunt geven, past de leerling ervoor op om de les te verstoren.

Huidige aanpak:

Hoe houd ik nu orde?

Toekomstige aanpak:

Hoe stuur ik in de toekomst aan- en bij?

Aansturen en bijsturen is één van de vijf invalshoeken van VOH waarmee je orde maakt.

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen (Deze pagina)

VOH beschouwt deze vijf invalshoeken als randvoorwaarden voor het onderwijs. Als je met de vijf invalshoeken aan de slag te gaat, vermindert de noodzaak om aan- en bij te sturen. Hoe evenwichtig en vakkundig je ook lesgeeft, altijd zal het nodig zijn om het proces aan- of bij te sturen.

Inleiding aansturen en bijsturen

De invalshoek Aansturen en bijsturen en de drie deelgebieden daarvan, zijn te zien als modules die bijdragen aan een les zonder verstoringen. Door aan- en bij te sturen maak je orde. Bij deze inleiding komen beide aspecten aan bod. Bij deze links vindt je per deelgebied meer informatie.

  1. Aansturen
    Toepassingen tip
  2. Bijsturen

Wat doe je precies als je aanstuurt en bijstuurt?

‘Aansturen en Bijsturen’ is te zien als een ketting met drie schakels:

Boven die ketting staan drie letters: L (aanwijzingen met lichaamstaal), T (Tip) en B (Bijsturen).

  1. De eerste stap die je verricht om een verstoring op te lossen is een ‘aanwijzingen met lichaamstaal’ (L). Dit kun je zo vaak doen als je wilt. Een aanwijzing met lichaamstaal valt onder aansturen.
  2. De tweede  stap, is het geven van een Tip aan een leerling die stoort (T). Door de Tip te noteren laat je aan de leerling zien dat de Tip niet vrijblijvend is. Door de Tips te tellen en door per les nooit meer dan een afgesproken aantal te geven, maak jij aan je leerlingen duidelijk waar bij jou de grens ligt . Het geven van een Tip valt onder aansturen.
  3. De derde stap is het bijsturen van storend gedrag met een Tijdrovende opdracht (B). Die opdracht geef je sporadisch. Je geeft een leerling twee kansen de opdracht bij jou in te leveren. Doet de leerling dit niet, dan neemt een leidinggevende op jouw verzoek het inleveren van de opdracht van jou over (bijsturen).

Onmisbare schakels

De drie schakels van de ketting waarmee je aan- en bijstuurt, zijn alle drie onmisbaar:

  1. Als je eerst aanstuurt met lichaamstaal, is het minder vaak nodig om Tips te geven. Veel Tips geven is te vergelijken met vaak waarschuwen. Vaak toegepast verliest de Tip (net als de waarschuwing) zijn werking.
  2. Tips zijn positief geformuleerde aanwijzingen die waarschuwingen vervangen. Je telt het aantal Tips per les met de Spiegelmap. Daarmee maak je jouw grens voor de leerlingen zichtbaar én beperk je het aantal Tips dat je geeft per les.
  3. Door het geven van een Tijdrovende opdracht betrek je de leerling die stoort bij het oplossen van de verstoring. De Tijdrovende opdracht vervangt strafwerk. De opdracht levert een leerling altijd in, ofwel via jou ofwel via de leiding en heeft na inleveren de functie van een contract.

Met deze aanpak is het mogelijk ontspannen en vriendelijk te blijven tijdens het aan- en bijsturen van een leerling die de les verstoort.

Beginnen met orde houden

Als je net begint met lesgeven, aan het begin van het jaar, is het vaak nog best gezellig. Wat doe je als het té gezellig wordt, wat doe je bij onrust en bij verstoringen van de les? Hoe los je dat op een manier op die in de praktijk echt werkt?

Onderwijs lijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met orde houden. Als orde houden je niet gemakkelijk afgaat, vraag je je collega’s om advies. Een veelgehoord advies van collega’s is dat je streng moet beginnen en dan langzaam de teugels moet laten vieren. De meeste docenten zijn ervan overtuigd dat je eerst streng moet zijn. Maar als je op een strenge manier een leerling uit de les verwijdert, los je daar niets mee op.

VOH biedt je een alternatief waarbij je vriendelijk en duidelijk blijft tijdens het aan- en bijsturen. Wie zichzelf te streng vindt of juist te vriendelijk kan zonder hiërarchie, zonder de baas te spelen, efficiënt aan- en bijsturen.

Oorzaken verstoringen

  1. De oorzaak van een verstoring van de les kan bij jouzelf liggen: ik ben niet vriendelijk genoeg, ik ben niet duidelijk genoeg, mijn lesinhoud kan beter, ik vergeet mijn leerlingen te observeren, het lukt mij niet om leerlingen efficiënt aan- en bij te sturen.
  2. De reden waarom een leerling de les verstoort kan van buiten komen: verliefdheid, onderlinge conflicten, jaloezie, de manier waarop klasgenoten met elkaar omgaan, spanning thuis of tegenvallende prestaties.
  3. Externe factoren zoals brandalarm, onverwachte lokaalwisseling, Sinterklaas, een nieuwe leerling bij de groep etc.

Of de oorzaak nu bij jouzelf ligt, bij de leerlingen, of extern, het is aan te bevelen om direct te reageren op elke verstoring op een manier die de verstoring oplost. Door te werken op de manier die VOH voorstelt, volstaat in de meeste lessen aansturen. In een enkele les zal het nodig zijn om ook bij te sturen.

Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost. VOH adviseert hiervoor een (Tijdrovende opdracht) te gebruiken.

  1. Door aan te sturen voorkom je dat je vaak een maatregel (Tijdrovende opdracht) neemt. Aansturen heeft hier een preventieve werking omdat je het moment van bijsturen uitstelt. (preventief)
  2. Door bij te sturen met een Tijdrovende opdracht, los je een probleem op. Het probleem zal zich daarna in de meeste gevallen niet meer voordoen. Daarom heeft een Tijdrovende opdracht een ‘genezende’ werking die VOH ‘curatief’ noemt. (curatief)

Door ‘aan- en bij te sturen’ reageer je zowel tijdens frontaal lesgeven als tijdens zelfstandig werken op het gedrag van een leerling die de les verstoort of op een voorbode daarvan op het moment waarop de verstoring plaats vindt.

Door direct te reageren herinner je een leerling aan het kader en geef je een leerling de gelegenheid in een vroeg stadium zijn of haar gedrag aan te passen. Je doel is om dat gedrag op dat moment te stoppen of af te wenden. Dat afwenden doe je in vier stappen: Eerst stuur je aan met lichaamstaal, dan met Tips (aansturen).

Vervolgens stuur je indien nodig bij met het geven van een Tijdrovende opdracht. Door samen te werken met je leidinggevende zorg je ervoor dat een leerling een Tijdrovende opdracht altijd inlevert (bijsturen).

Deze vier stappen komen samen in de Handelingsladder. Als je op deze manier verstoringen oplost, geef je de klas de ruimte om ongestoord te werken.

Voorspelbaar

Voordat je gaat aansturen of bijsturen bespreek je de manier waarop je dit gaat doen met je leerlingen. Tijdens het aansturen en bijsturen blijf je vriendelijk en ben je duidelijk: Je bent voorspelbaar. Je neemt (een aantal) stappen van de Handelingsladder steeds in dezelfde volgorde.

Tips in verschillende situaties

Hoe je Tips geeft, verschilt per situatie. Je kunt Tips geven tijdens frontaal lesgeven, tijdens zelfstandig werken of voor het niet maken van huiswerk.

Lees hier meer over hoe je Tips geeft in verschillende situaties.

Individueel verantwoordelijk

Zowel bij frontaal lesgeven, zelfstandig werken als huiswerk maken, zijn leerlingen individueel aanspreekbaar op hun gedrag. Zij weten dat jij per leerling slechts twee Tips geeft per periode. Jij geeft als je de tweede Tip hebt gegeven aan dat bij een volgende verstoring een Tijdrovende opdracht volgt. Doorgaans past de leerling dan het gedrag aan om dat te voorkomen.

lees meer over individuele verantwoordelijkheid.

Collectieve verantwoordelijkheid

Naast individuele verantwoordelijkheid maak je ook gebruik van collectieve verantwoordelijkheid  door de groep als geheel verantwoordelijk te maken voor het goede verloop van de les.

Drie begrenzingen

Waar je je bij VOH vooral bij beperkt, is het geven van Tips en bij het uitdelen van een Tijdrovende opdracht. Deze beperkingen gelden niet voor ‘aansturen met lichaamstaal’.

Met de nu volgende begrenzingen beperk voor jezelf het aantal Tips dat geeft én beperk je het aantal Tips dat een leerling zonder consequenties krijgt.

  1. Begrenzing per periode: Zowel bij frontaal lesgeven als bij zelfstandig werken,  begrens je het aantal Tips dat je geeft: Per periode geef je een leerling maximaal twee Tips. Bij een volgende verstoring geef je een Tijdrovende opdracht (individuele verantwoordelijkheid).
  2. Begrenzing bij huiswerk maken: Bepaal vooraf zelf hoeveel leerlingen je steekproefsgewijs gaat controleren op het huiswerk en hoeveel Tips je maximaal per les wilt geven voor het niet maken van huiswerk.
  3. Begrenzing per werkvorm: VOH onderscheid in drie werkvormen: frontaal lesgeven, zelfstandig werken, huiswerk maken. Per werkvorm geef je maximaal één Tip per leerling. Een leerling zou daarmee binnen een les zowel een Tip kunnen krijgen voor het verstoren van het frontaal lesgeven, als voor het verstoren van het zelfstandig werken én voor het niet maken van huiswerk!  Samen zijn dit drie Tips. Probeer dit indien mogelijk te beperken. Het advies van VOH is om per leerling per les maximaal één Tip te geven.

Lees meer bij Toepassingen Tip.

1 Handelingsladder

Met de Handelingsladder stuur je storend gedrag van een leerling in vier stappen aan en bij. De naam Handelingsladder is gekozen om aan te geven dat het gaat om neutrale handelingen. In het vervolg spreken wij over stappen en niet over handelingen. Omdat je mogelijke conflicten met de Handelingsladder direct de-escaleert, zou je deze ladder ook de-escalatieladder kunnen noemen. In het vervolg gebruikt VOH alleen de naam Handelingsladder.

Bij elke stap van de Handelingsladder waarmee je aanstuurt en bijstuurt, geef je een leerling de kans zijn gedrag aan te passen: dat doe je eerst met lichaamstaal, daarna met een Tip, en vervolgens met een Tijdrovende opdracht. Je geeft een leerling twee kansen de opdracht bij jou in te leveren.  Als een leerling ook de tweede kans laat liggen om de opdracht bij jou in te leveren, vraag je aan je leidinggevende het inleveren over te nemen. Bij elke stap ben en blijf je vriendelijk en duidelijk.

Je leest deze afbeelding van onder naar boven. Elke stap voer je op een vriendelijke, rustige en duidelijke manier uit. Op het moment dat een leerling goed reageert op een van de vier stappen van de Handelingsladder geef je die leerling een knikje of een compliment (duim omhoog) en laat de overige handelingen achterwege.

Bijsturen in twee stappen // Vriendelijk Orde Houden in the Klas

Deze afbeelding is een onderdeel van het overzicht van Vriendelijk orde houden.

1.1 Hoe vaak gebruik je de vier stappen van de Handelingsladder

Hoe vaak zul je alleen aansturen nodig hebben en hoe vaak zowel aansturen en bijsturen?  Bij het Overzicht zie je rechtsboven een inschatting van hoe vaak je bepaalde stappen zult gebruiken. Vaak gebruik je alleen de eerste sport van de ladder, soms gebruik je twee of meer sporten achter elkaar. Deze inschattingen zijn gebaseerd op de muziekpraktijk van  Johan ’t Hart op het Pieter Nieuwland College. Docenten die deze aanpak toepassen, geven doorgaans lagere percentages aan.

  1. Aansturen met lichaamstaal (A)
  2. Aansturen met positief geformuleerde Tips (B-C)
  3. Bijsturen met een Tijdrovende opdrachten (D-E)
  4. Bijsturen met hulp van leidinggevende (F)

Je kunt deze vier stappen onafhankelijk van elkaar integreren in jouw eigen aanpak.

1.2 Wisselwerking van de vier stappen van de handelingsladder

Stap 1 en 2 (aansturen) zijn bij VOH de vooraankondiging van stap 3 (Bijsturen met Tijdrovende opdracht). Stap 1 en 2 zijn niet effectief als je geen maatregel neemt. Gebruik daarom de Tijdrovende opdracht of een zelfbedachte maatregel die een leerling tijd kost. Stap 4 gebruik je alleen als een leerling de opdracht ook bij de tweede kans om die bij jou in te leveren dat niet doet. Door eerste aan te sturen, maak je van het uitdelen van een Tijdrovende opdracht een incidentele maar noodzakelijke gebeurtenis.

Als een leerling merkt dat je aan een verstoring nooit een tijdrovende maatregel verbindt, is jouw blik, gebaar of Tip voor de leerling niets waard. Zo gauw de leerlingen in de gaten hebben dat jij geen maatregelen neemt, bestaat het gevaar dat er juist meer verstoringen volgen en dat je uiteindelijk toch een leerling uit de les verwijdert.

2 Belang van aan- en bijsturen

2.1 Wel aan- en bijsturen

Doordat je eerst aanstuurt en vervolgens bijstuurt, ben je voor de leerlingen voorspelbaar. De leerlingen merken dat jij hun steeds een kans geeft hun gedrag aan te passen en dat je niet uit bent op vergelding. Ook merken ze dat jij tijdens het aan- en bijsturen rustig blijft. Door deze werkwijze neemt het aantal verstoringen af en gaat alle aandacht naar de les.

2.2 Niet aan- en bijsturen

Je waarschuwt leerlingen zonder dat je daar consequenties aan verbindt (wel aansturen maar niet bijsturen). Als er veel verstoringen zijn, zie je een aantal ervan door de vingers omdat je anders niet meer toekomt aan lesgeven (niet aansturen – geen consequenties verbinden aan observeren). Als je de verstoring te hinderlijk vindt, stuur je een leerling uit de les (Op een ruwe manier bijsturen). Dit alles kost veel energie en de volgende les krijg je te maken met de leerling die je uit de les hebt gestuurd. Dan blijkt dat het probleem niet is opgelost.

2.3 Starten met aan- en bijsturen

Jouw manieren van aan- en bijsturen hangt samen met het kader. Lees daarom eerst hoe je het kader introduceert en dat vervolgens via observeren verbindt met ‘aan-en bijsturen’.

VOH onderscheidt twee beginsituaties voor docenten die gaan werken met de Handelingsladder:

  1. De groep die jij gaat lesgeven heeft wel les gehad van een docent die de Handelingsladder gebruikt en weet wat de consequenties zijn van Tips. Die collega heeft als het goed is contact gehad met de leiding over deze aanpak en de leiding ondersteunt deze aanpak. Een kort gesprek met je leidinggevende, waarbij je aangeeft dat jij ook op deze manier gaat werken, volstaat. Jij sluit je vervolgens aan bij die manier van werken van je collega.
  2. De groep die jij gaat lesgeven heeft nog nooit les gehad van een docent die de Handelingsladder gebruikt en weet niet wat de consequenties zijn van Tips. Jij bent degene die deze aanpak introduceert bij je leerlingen.

Hoe start je met VOH als er op jou school nog geen docent op die manier werkt?

2.4 Vier opties om te starten met aansturen en bijsturen

Als jij zelf besluit om met aansturen en bijsturen te starten op de manier van VOH is het misschien te complex om direct met alle vier de stappen van de Handelingsladder te starten. Nu volgt instructie over vier verschillende manieren waarop je de verschillende stappen van de Handlingsladder gefaseerd introduceert.

Bij opties 1, 3 en 4 begin je met één stap van de Handelingsladder. Bij optie 2 begin je direct met twee stappen tegelijk. Elke optie beschrijft een aantal lessen waarin je per les een extra stap van de handelingsladder toevoegt. Alle opties eindigen met de complete Handelingsladder.

In alle gevallen, bespreek je een nieuwe stap eerst met je leerlingen zodat zij weten hoe jij reageert op een verstoring van de les. Daarmee ben je voorspelbaar en ervaren jouw leerlingen jouw handelen als redelijk en rechtvaardig. Bepaal na het doornemen van de nu volgende vier opties zelf hoe je gaat starten.

Optie 1: Je introduceert als eerste gebaren waarmee je aandacht vraagt. Bij deze optie start je met het gebruik van lichaamstaal

Je introduceert om te beginnen een aantal gebaren. Een aantal enkelvoudige gebaren horen bij de module Aanwijzingen met lichaamstaal. Twee series gebaren horen bij de module ‘Aansturen met lichaamstaal’.

In spelvorm besteed je hier aandacht aan. Hiermee kun je starten in de eerste, tweede of derde les.
In deze PowerPoint komen de volgende gebaren aan bod:

  1. Van de module Aanwijzingen met lichaamstaal:
    Vuurtorengebaar (met dit gebaar vraag je de hele groep om stilte)
  2. Van de module Aansturen met lichaamstaal:
    Attentie – stil – bedankt (Met deze serie gebaren vraag je één leerling te stoppen met praten)
    Attentie – stop – bedankt (Met deze serie gebaren vraag je één leerling ergens mee te stoppen).

Bekijk ook deze link naar video’s + instructie over de gebaren

Het voordeel van deze optie is dat je lichaamstaal direct de eerste les in de schijnwerpers zet.

Optie 2 In de eerste les begin je met zowel het geven van Tips als (indien nodig) met het geven van een Tijdrovende opdracht. Bij deze optie start je tegelijk twee stappen van de handelingsladder.

Je introduceert deze optie als volgt:
Ik ga dit jaar werken met Tips! De eerste twee zijn gratis, bij de derde krijg je van mij deze opdracht (Bij die laatste zin toon je de Tijdrovende opdracht).
Je leerlingen begrijpen dan dat je consequenties verbindt aan het verstoren van de les.
De les daarna kun je voorafgaande aan Tips en Tijdrovende opdrachten ook  Aansturen met lichaamstaal en aanwijzingen geven met lichaamstaal.

Het voordeel van deze optie is dat je direct de eerste les je grens aangeeft en (indien nodig) een maatregel neemt.

Nu volgen twee opties waarbij je met één stap van de handelingsladder begint.

  1. Bij optie 3 start je de eerste les met Tips
  2. Bij optie 4 start je de eerste les met de Tijdrovende opdracht.

Deze twee manieren van starten zijn hieronder uitgewerkt voor zowel een rustige groep als voor een drukke groep.

Bij beide opties, kom je in les drie op hetzelfde punt aan. Je gebruikt dan zowel de Tip als de Tijdrovende opdracht (in die volgorde).

Optie 3 Eerste les Tip, tweede les Tip + Tijdrovende opdracht

In de eerste les introduceer je de Tips waarmee je storend gedrag aanstuurt en in de tweede les gebruik je eerst Tips (aansturen) en daarna indien nodig ook de Tijdrovende opdracht (bijsturen).  Deze optie is aan te bevelen als je nog geen ervaring hebt met VOH.
Bekijk deze twee Powerpoints met uitgebreide instructie voor een rustige groep en voor de drukke groep.

Deze optie heeft als voordeel dat je niet direct een maatregel hoeft te nemen.

Optie 4 – Eerste les Tijdrovend opdracht, tweede les Tip + Tijdrovende opdracht

In de eerste les introduceer je de Tijdrovende opdracht (Bijsturen) in de tweede les introduceer je de Tips (Aansturen met Tip) als vooraankondiging van de Tijdrovende opdracht. Bekijk deze Powerpoints met uitgebreide instructie voor een rustige groep en voor de drukke groep. Deze optie heeft als voordeel dat leerlingen direct jouw middel om bij te sturen leren kennen: de Tijdrovende opdracht.

Tot zover de vier opties. Heb je al ervaring dan kun je direct de eerste les beginnen de vier stappen van de Handelingsladder.

3 Aan- en bijsturen bij twee werkvormen

Er zijn zowel overeenkomsten als verschillen bij het oplossen van een verstoring bij docentgestuurd onderwijs (frontaal lesgeven) en bij leerlinggestuurd onderwijs (zelfstandig werken). Eerst komen de overeenkomsten aan de orde, daarna de verschillen.

3.1 Aandachtspunten voor beide werkvormen

De nu volgende punten gelden zowel voor docentgestuurd onderwijs (frontaal lesgeven) als voor leerlinggestuurd onderwijs (zelfstandig werken)

Tijdens het lesgeven observeer je je leerlingen. Je let dan op de volgende punten:

  1. Is er wederzijds vertrouwen?
  2. Zijn mijn leerlingen coöperatief?
  3. Zijn mijn leerlingen bereid in te schikken en te incasseren als dat nodig is?

Als een leerling de les of een ander leerling stoort, blijf jij altijd vriendelijk en duidelijk. Je handelt consequent en consistent (samenhangend, niet tegenstrijdig):

  1. Je reageert op alle verstoringen.
  2. Bij een verstoring verbind je je niet met negatief, storend gedrag.
  3. Bij een verstoring handel je voorspelbaar
    en neem je de stappen van de Handelingsladder van onder naar boven.
  4. De eerste stap (aanwijzingen met lichaamstaal) is onhoorbaar (non-verbaal – je veroorzaakt geen ruis).
  5. Als je Tips geeft, gebruikt je de Spiegelmap. Lees meer over de verschillen van het gebruik van deze map bij frontaal lesgeven en bij zelfstandig werken.
  6. Bij een ernstige verstoring pauzeer je samen met de klas. Je neemt gezamenlijk de tijd om het zojuist gebeurde én je eigen reactie te overdenken (moment van de waarheid).

Elke stap kan de oplossing zijn van een verstoring. Als een leerling goed reageert op een van jouw handelingen, reageer je met een knikje of met het gebaar duim omhoog.

Kanttekening bij  ‘je reageert op alle verstoringen’. Als je al een Tip hebt gegeven en een leerling blijft de les verstoren, negeer deze leerling dan indien mogelijk. Zou je binnen een les een tweede Tip geven, dan krijgt deze leerling de indruk dat jij speciaal op hem of haar let.

Tot zover de aandachtspunten die gelden zowel voor docentgestuurd onderwijs en leerlinggestuurd onderwijs.

3.2 Aandachtspunten per werkvorm

In een aantal opzichten verschilt de manier van aan- en bijsturen bij docentgestuurd onderwijs en leerlinggestuurd onderwijs. Hieronder staan in twee kolommen de verschillen:

Aan- en bijsturen bij docentgestuurd onderwijs

Zichtbaar aansturen

Het doel van het aansturen bij docentgestuurd onderwijs is dat je ongestoord uitleg kunt geven. Bij frontaal lesgeven handel je zichtbaar en zo mogelijk onhoorbaar (met lichaamstaal) tijdens het oplossen van een verstoring én altijd vriendelijk en duidelijk.

  1. Freeze (wacht even)- doe een stap in de richting van de leerling die stoort (wacht even) – maak een gebaar waarmee je de leerling vraagt te stoppen.
  2. Door naar de Spiegelmap te lopen weten je leerlingen dat je overweegt een Tip te geven. De kans bestaat dat zij daarom stoppen met verstoren van de les.
  3. Als je een Tip geeft noteer je deze
  4. Zet de Spiegelmap een afbeelding verder. Bij deze link meer informatie over hoe je door de Spiegelmap te gebruiken de collectieve verantwoordelijkheid van de groep aanspreekt.

Hoorbaar aansturen

Als je tijdens frontaal lesgeven een Tip geeft aan een leerling, spreek je duidelijk. Jouw positief geformuleerde Tip werkt dan ook als een advies voor de overige leerlingen.

Zichtbaar bijsturen

Als je van plan bent om een Tijdrovende opdracht uit te delen, kun je als vooraankondiging een kopie met de opdracht oppakken. Als een leerling door deze zichtbare handeling stopt met storen, leg je de opdracht weer weg. Met een knikje of een compliment (duim omhoog) bedank je de leerling.

Aan en bijsturen bij leerlinggestuurd onderwijs

Het doel van aansturen bij zelfstandig werken (leerlinggestuurd onderwijs) is dat iedereen ongestoord kan werken.

  1. Als je merkt dat een leerling stoort, loop je naar de leerling die stoort. Dit heeft meestal al effect.
  2.  Als een leerling een andere leerling stoort, pak je de lijst waarop je Tips noteert. Dit heeft meestal al effect.
  3. Als je een Tip geeft, praat je zacht zodat je de concentratie van andere leerlingen niet verstoort. Door zacht te praten, richt je je enkel tot de leerling die stoort. Je noteert je Tip direct op een lijst met namen.
  4. Nadat je een Tip hebt gegeven, zet je de Spiegelmap één Tip verder. Daarmee maak je de hele groep collectief verantwoordelijk voor het goede verloop van zelfstandig werken (Dit gebruik je niet bij grote locaties waarbij de leerlingen elkaar niet zien of bij thuis werken).
  5. Als je ziet dat je bij een leerling de tweede Tip noteert, vertel je deze leerling dan dat je bij de volgende Tip een Tijdrovende opdracht geeft.

4  Tijdsinvestering aansturen en bijsturen voor docent en leerling

  1. Zowel aansturen als bijsturen kosten jou weinig tijd en energie.
  2. Als jij een leerling aanstuurt, kost dat een leerling geen tijd, als jij een leerling bijstuurt, kost dat de leerling wel tijd. Omdat bijsturen met een Tijdrovende opdracht een leerling tijd kost, zijn de vier stappen waarmee je aanstuurt en bijstuurt effectief. Die effectiviteit is pas merkbaar nadat jij een eerste Tijdrovende opdracht hebt uitgedeeld en deze door een leerling is ingeleverd.

5 Spiekbrief – Aansturen en bijsturen bij frontaal lesgeven

Nu volgt een beschrijving van wat jij precies doet als je aan – en bijstuurt tijdens frontaal lesgeven in zeven stappen. Tijdens de cursus krijg je een ‘Spiekbrief’ (overzicht van jouw handelingen). Op deze Spiekbrief staan de eerste vier van de onderstaande zeven stappen. Tijdens de cursus oefenen wij deze eerste vier stappen.

Bij de eerste drie stappen stuur je een leerling die stoort aan met lichaamstaal. De vierde stap in de onderstaande lijst is ‘Aansturen met een Tip’. Bij stap vijf stuur je bij met een Tijdrovende opdracht. Stap zes: Als een leerling de opdracht niet inlevert, vraag je de leerling deze buiten de les te maken. Bij stap zeven levert de leerling de opdracht in bij de leidinggevende. Als je deze handelingen steeds in deze volgorde na elkaar uitvoert, geef je een leerling bij elke stap ruimschoots de gelegenheid zijn gedrag te verbeteren. Met deze stappen handel je voorspelbaar én rustig.

Eerst volgt een korte uitleg en daarna volgen meer details.

5.1 Korte beschrijving aansturen en bijsturen bij frontaal lesgeven

Aansturen
met lichaamstaal
1.      Freeze + leerling die stoort aankijken

2.      Stap in de richting van de leerling die stoort

3.      Attentie – stil  of Attentie – stop

Aansturen
met Tip
4.      Spiegelmap één pagina verder + Tip + noteren
Bijsturen
met Tijdrovende opdracht
5.      Tijdrovende opdracht uitdelen

6.      Leerling maakt de Tijdrovende opdracht buiten de les

Bijsturen
met hulp leidinggevende
7.      Leerling levert opdracht in bij jouw leidinggevende

5.2 Uitgebreide beschrijving aansturen en bijsturen bij frontaal lesgeven

  1. Freeze: Kijk een leerling die stoort vriendelijk en ontspannen aan (bij frontaal lesgeven onderbreek je uitleg, je staat helemaal stil). Reageert de leerling goed, dan geef je een knikje met je hoofd ten teken dat je het waardeert dat de leerling goed reageert. Reageert de leerling niet goed dan:
  2. Loop een stukje naar leerling toe en wacht je even. Reageert de leerling goed, dan geef je een knikje met je hoofd. Zo laat je zien dat je de reactie van de leerling waardeert. Reageert de leerling niet goed:
  3. Kies dan één van deze twee series gebaren: Attentie – stil of  Attentie – stop . Pas als de leerling goed reageert, maak je het derde gebaar ‘goed gedaan’. Reageert de leerling niet goed:
  4. Sla dan de Spiegelmap een afbeelding verder. Daarna spreek je de Tip uit die je vervolgens noteert in je Tipboek (bij frontaal lesgeven) of op een lijst (bij zelfstandig werken). Bij een volgende verstoring:
  5. Voorkom binnen een les dat je dezelfde leerling nog een Tip geeft. Als je twee Tips aan twee verschillende leerlingen hebt gegeven, geef je bij frontaal lesgeven een derde leerling een (korte) Tijdrovende opdracht terwijl je aangeeft dat je het vervelend vindt dat je deze opdracht moet geven. Je vraagt de leerling de opdracht in de tas te doen en je spreekt met de leerling af wanneer hij of zij de opdracht bij jou inlevert.
  6. Wat betreft het inleveren van de Tijdrovende opdracht zijn er verschillen tussen PO en VO.
  7. Als de leerling ook deze tweede kans om de opdracht bij jou in te leveren  (met uitstuurbriefje) laat schieten, vraag je aan jouw leidinggevende de leerling op te zoeken en hem of haar te vragen de opdracht bij een leidinggevende in te leveren.

Als je bij een van deze stappen merkt dat een leerling goed reageert, geef je een hem of haar een compliment (met een knikje met je hoofd of met een duim omhoog) en laat je de overige stappen weg.

Deze manier van aan- en bijsturen heeft iets weg van een toneelstuk. Als jij dit toneelstuk kent, is het daarna niet meer nodig om bij een verstoring te improviseren of je te laten provoceren door een leerling. Je voert alle handelingen uit op een ontspannen manier. Met dit vaste patroon van handelingen voorkom je dat je emotioneel reageert op een verstoring van de les. Ook voorkom je daarmee dat je een leerling de gelegenheid geeft om jou uit te testen.

Tijdens de cursus spelen we een frontale lessituatie na. Daarbij krijg je een spiekbrief met vier verschillende stappen die je neemt voordat je een Tijdrovende opdracht geeft. Deze vier stappen hebben als doel om zo min mogelijk een Tijdrovende opdracht in te zetten. Als je de Tijdrovende opdracht sporadisch gebruikt, is deze effectiever dan wanneer je deze opdracht te pas en te onpas geeft.

Lees meer over het gebruik van lichaamstaal

6 Spiegelmap functie en herkomst

Wat is de functie van de Spiegelmap?

Met een Spiegelmap tel je het aantal Tips die jij binnen een les hebt gegeven. Je kunt de Spiegelmap vergelijken met een telraam. Je telt Tips met behulp van afbeeldingen die zijn samengevoegd in die Spiegelmap. Door de Tips te tellen geef je je grens aan. Je leerlingen weten dan, door dat de afbeeldingen van kleur veranderen, wanneer ze een actie van jou kunnen verwachten. Bij frontaal lesgeven is dat na twee Tips een Tijdrovende opdracht. Bij Zelfstandig werken is dat na vier Tips, stoppen met zelfstandig werken. Lees meer

Wat is de herkomst van de Spiegelmap?

Over de herkomst van de Spiegelmap: Kees de Heus vertelde aan Johan ’t Hart dat leerkrachten in het basisonderwijs werken met een stoplicht. Dat concept met de kleuren groen, oranje en rood past VOH nu zowel toe op het PO als op het VO.

Bij VOH komt het idee van een stoplicht terug in de Spiegelmap. Rood betekent dan stop met gedrag dat de les verstoort.

7 Scheidsrechter

Een scheidsrechter bepaalt bij een spel wat wel en niet toelaatbaar is. Een scheidsrechter heeft twee bevoegdheden.

  1. Gele en rode kaarten uitdelen
  2. Het spel stilleggen

Wat is de analogie met VOH?

  1. De kleuren komen (als oranje en rood) terug bij de afbeeldingen van de Spiegelmap waarmee je Tips telt.
  2. De kleuren rood komen terug terug bij het stilleggen van de les
  3. De kleuren geel en rood komen terug bij het uitdelen van een Tijdrovende opdracht bij Frontaal lesgeven.

Lees meer hoe VOH deze functies vertaalt voor frontaal lesgeven en zelfstandig werken.

8 Samenvatting

Door in vier stappen aan- en bij te sturen, gaat alle aandacht naar de les.

Om bij te sturen heb je een maatregel nodig waarvan jij weet dat een leerling die liever vermijdt. Dat is bij VOH de Tijdrovende opdracht (stap 3 van de Handelingsladder) Voordat je die maatregel neemt, laat je eerst non-verbaal een serie gebaren zien (stap 1), daarna geef je één of meer Tips (stap 2). Aan de Tips en aan de manier hoe jij het aantal gegeven Tips zichtbaar maakt voor de hele groep weten de leerlingen wanneer jij stap 3 zet: Jij deelt dan een Tijdrovende opdracht uit aan een leerling.
Als je Tijdrovende opdracht hebt uitgedeeld, zie je toe op het inleveren daarvan. Gebeurt dat niet dan vraag je hulp van je leidinggevende (stap 4).

Met stap 1 en 2 voorkom je dat je een Tijdrovende opdracht (stap 3) te vaak uitdeelt. Als je nooit een Tijdrovende opdracht uitdeelt, verliezen stap 1 en 2 hun kracht.

9 Bijdrage Astrid Boon

Astrid Boon heeft VOH geholpen bij het ontwikkelen de Handelingsladder en de vier stappen om aan- en bij te sturen.

In twee video’s vertelt Astrid over haar ervaringen als Orthopedagoog.

  1. Belang van orde
  2. Reflectieve schrijfopdracht

Belang van orde

Astrid beschrijft in deze video eerst welke problemen er ontstaan als het een docent niet lukt om orde te houden en wat daarvan de consequenties zijn voor docent en leerling.

VOH werkt met Astrid samen. De huidige vorm waarmee VOH gedrag corrigeert noemen wij aansturen en bijsturen. Het komt weleens voor dat een leerling niet goed reageert op een Tijdrovende opdracht. Stel dat hij in de volgende periode weer een Tijdrovende opdracht krijgt dan adviseert VOH hem de reflectieve schrijfopdracht te geven.

Meer informatie over Astrid Boon is te vinden bij de module Bijsturen en bij Credits

Reflectieve schrijfopdracht

Astrid Boon bedacht als orthopedagoog de reflectieve schrijfopdracht. Deze stel je als volgt samen met een leerling op:

1. Eigen gedrag benoemen. (Het is niet de bedoeling dat.., want.. )
2. Stilstaan bij eigen gedrag. (Als ik …, zorg ik ervoor dat …)
3. I.p.v. rechtvaardiging. (Ook als ik … , want zo maak ik de problemen groter ipv kleiner ..)
4. Helpende suggestie. ( Voortaan … , zodat ik … )

Lees bij deze link meer informatie over hoe je een reflectieve schijfopdracht opstelt

10 Credits

Rense Houwing -Redacteur Vriendelijk orde houden
Rense heeft het onderscheid gemaakt tussen aansturen en bijsturen. Dankzij hem is Observeren nu een aparte, op waarneming gerichte, invalshoek van Vriendelijk orde houden. Waarneming gaat vooraf aan Aansturen en bijsturen.
Peter Teitler
De term escalatieladder is afkomstig van Peter Teitler. Deze ladder gebruiken docenten om gedrag van leerlingen bij te sturen. Vriendelijk orde houden neemt het idee van een ladder over van Peter Teitler. VOH laat het idee van escalatie weg en vervangt het door ‘handeling’. De nieuwe naam van VOH is nu Handelingsladder. Bij de toepassing door Vriendelijk orde houden, hebben alle stappen van de Handelingsladder een vriendelijk én duidelijk karakter.
Kees de Heus –Oud-docent aan de Lerarenopleiding Aardrijkskunde en actief als opsteller van toetsvragen en toetsen voor HBO-studenten.

 

Stoplicht – Herkomst Spiegelmap
Kees de Heus vertelde aan Johan ’t Hart over het gebruik van het stoplicht in de basisschool. Bekijk de toelichting bij stoplicht hierboven