2.3 Verwachtingsmanagement
Op deze pagina
- Driehoek – Map verwachtingsmanagement
1.1 Driehoek
1.2 Map verwachtingsmanagement - Opvolgen van aanwijzingen
- Nadere instructie over zelfstandig werken
3.1 Volledige instructie
3.2 Leerlingen werken aan twee soorten opdrachten
3.3 Agenda – Doe direct – Leerdoelen - Complimenten
4.1 Valkuilen complimenten - Voorbeelden
- Samenvatting
- Credits
Met ‘Verwachtingsmanagement‘ maken docenten duidelijk wat zij van leerlingen verwachten.
Met de Driehoek geef ik aan of ik van mijn leerlingen verwacht dat zij opletten of dat ik verwacht dat zij aan de slag te gaan met opdrachten.
Introductievideo
Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.
Huidige aanpak:
Hoe maak ik tot op heden mijn verwachtingen duidelijk? Welke informatie toon ik op het bord en welke geef ik mondeling?
Toekomstige aanpak:
Hoe maak ik in de toekomst mijn verwachtingen duidelijk aan de klas?
Inleiding verwachtingsmanagement
‘Verwachtingsmanagement‘ is één van de drie modules van de invalshoek ‘Duidelijk’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).
Afbeelding 27: VOH invalshoek Duidelijk (overzicht)
Verwachtingen zijn wederzijds. Je geeft aan wat je van leerlingen verwacht en je leerlingen weten wat zij van jou kunnen verwachten. In deze module zie je hoe je met de Driehoek duidelijk aangeeft hoe je van de ene werkvorm overgaat naar de andere. Door verwachtingen positief te formuleren, voorkom je dat leerlingen juist gaan doen wat je niet wilt.
Bij ‘Oefenperiode‘ staat aangegeven hoe je de Driehoek samen met het ‘Kader‘ en ‘Aansturen en Bijsturen‘ in de eerste drie lessen introduceert.
1. Driehoek – Map verwachtingsmanagement
Hier volgt een bespreking van twee hulpmiddelen die je gebruikt bij het duidelijk te maken wat je van leerlingen verwacht.
- De Driehoek heeft twee afbeeldingen die je toont bij de betreffende werkvorm.
- Met de Map verwachtingsmanagement kun je je aanwijzingen verder nuanceren.
1.1 Driehoek
Met de Driehoek geef je op een eenvoudige manier per werkvorm aan wat je van leerlingen verwacht. Als je begint met een werkvorm toon je de betreffende zijde van de Driehoek. Het voordeel is dat het digibord vrij blijft voor andere informatie.
Voordat je de leerlingen binnenlaat, zet je de Driehoek goed zichtbaar neer, met de afbeelding van de werkvorm waarmee je begint gericht naar de leerlingen. Met de Driehoek heb je – ook bij een lokaalwisseling – je verwachtingsmanagement op orde én heb je tijd om aan het begin van de les een praatje te maken met je leerlingen.
afbeelding 104: driehoek Verwachtingsmanagement
Hoe maak je een Driehoek?
Print dan deze pdf in kleur en op A3 formaat uit, maak drie vouwen en verbind de onderkant met twee stukjes plakband.
1.2 Map Verwachtingsmanagement
Afbeelding 105 – map Verwachtingsmanagement
Als je naast de twee aanwijzingen van de Driehoek nog meer aanwijzingen wilt gebruiken, gebruik dan een map van het type dakstandaard. Deze map heeft klemmen. In die klemmen stop je transparante inlegvellen waarin je extra aanwijzingen stopt.
Voorbeelden van extra aanwijzingen:
- Frontaal lesgeven: De docent stelt een vraag én wijst iemand aan die het antwoord geeft (geen vingers).
Deze aanwijzing gebruik je als je wilt weten of leerlingen de leerstof van de vorige les beheersen. Zie ook cold calling
Frontaal lesgeven: We behandelen een nieuw onderwerp: Als je iets weet over dit onderwerp steek dan je vinger op.
Je wijst dan met het Startgebaar een leerling aan die een vinger opsteekt. Je noteert op het bord de opmerking van een leerling en wijst daarna een andere leerling aan. Deze aanwijzing is geschikt voorkennis op te sporen. - Zelfstandig werken: Eerst 5 minuten zonder praten werken, daarna – na het geluid van de timer – zachtjes overleggen.
Met deze aanwijzing verloopt de start van zelfstandig werken minder rommelig. - Schermen zo plaatsen dat deze zichtbaar zijn vanaf het midden van de klas.
Met deze aanwijzing spelen leerlingen geen computerspelletjes.
Als de gevouwen Driehoek voor jou volstaat, kun je deze map weglaten.
2. Opvolgen van aanwijzingen
Het aangeven van verwachtingen is alleen zinvol als je erop toeziet dat leerlingen de aanwijzingen opvolgen.
Afbeelding 30: verwachtingsmanagement – graag aan het werk
Tijdens zelfstandig werken loop je rond en controleer je of leerlingen aan het werk zijn. Alleen al door een leerling aandachtig aan te kijken, gaat deze vaak aan de slag.
Gaat een leerling nog steeds niet aan het werk, dan geef je de tip:
“Graag aan het werk.”
3. Nadere instructie tijdens zelfstandig werken
Tijdens zelfstandig werken kun je een structuur aanbrengen zodat:
- leerlingen hun tijd goed besteden;
- leerlingen zelfstandig doorwerken;
- je overzicht houdt op de groep
- leerlingen direct na de start vragen gaan stellen
3.1 Volledige instructie
Het WHHTUK model is een ezelsbruggetje dat je kan helpen bij het geven van duidelijke instructies aan leerlingen. De afkorting staat voor Wat, Hoe, Hulp, Tijd, Uitkomst, Klaar:
- Wat moet je doen? (Taakinhoud)
- Hoe moet je het doen? (Aanpak)
- Waar en hoe kun je hulp krijgen? (Hulpbronnen)
- Hoeveel tijd krijg je voor de opdracht? (Duur)
- Wat gebeurt er met de uitkomst? (Wijze van nakijken)
- Wat kun je doen als je klaar bent? (Vervolgtaak voor leerlingen die eerder klaar zijn)
Zie verder o.a. Ebbens (2005)
Geef je alle informatie alleen mondeling, dan onthouden leerlingen dit vaak niet. Toon daarom een samenvatting op het bord of online.
3.2 Leerlingen werken aan twee soorten opdrachten
Bij deze manier van werken onderscheid je twee soorten opdrachten:
- gesloten opdrachten die leerlingen met een app toetsen. Met de app kun jij snel zien of een leerling de opdracht beheerst.
- open opdrachten waarbij een individuele beoordeling meer tijd kost.
Voordat leerlingen op deze manier gaan werken geef je deze instructie:
“Je bent straks vrij om zelf te bepalen hoe je aan het werk gaat. Ik verwacht dat jullie op een verantwoordelijke manier omgaan deze vrijheid.”
- “Als je met de basisstof aan het werk gaat en je denkt dat je deze beheerst, controleer dat dan eerst met de app. Bij succes laat je dit aan mij zien en dan noteer ik het niveau dat je hebt bereikt.”
- “Als je een zelfgekozen onderwerp wilt laten beoordelen, vul dan eerst een kort formulier in.”
Je beoordeelt de leerlingen in volgorde van binnenkomst van de ingevulde formulieren.
In de lessen daarna werken leerlingen op dezelfde manier. Indien nodig geef je extra instructie vooraf en daarna vraag je je leerlingen aan het werk te gaan.
3.3 Agenda – Doe direct – Leerdoelen
Gebruik drie magneten om deze onderdelen op te hangen:
- Agenda
- Doe direct
- Leerdoelen
4. Complimenten
Geef complimenten bij voorkeur non-verbaal (duim omhoog).
Geef alleen complimenten bij daadwerkelijk goed resultaat. Te snelle complimenten kunnen leiden tot lagere inzet.
4.1 Valkuilen bij complimenten
Het geven van complimenten kent risico’s:
- Begaafde leerlingen kunnen prestatiedruk ervaren.
- Leerlingen die hard werken krijgen relatief minder complimenten.
Daarom is het beter om inspanning te waarderen.
5. Voorbeelden
Deze video is gemaakt op het Pieter Nieuwland College tijdens een muziekles gegeven door Johan ’t Hart. Deze video is speciaal gemaakt om te laten zien hoe leuk het is om les te geven aan een coöperatieve groep op de manier van Vriendelijk Orde Houden.
Na 8 seconden – Aan het begin van de les zien de leerlingen op het bord wat de docent van hen verwacht.
na 27 seconden – Na het verwelkomen van binnenkomende leerlingen loopt de docent door de klas en spoort leerlingen aan die niet aan het werk gaan met behulp van gebaren. Deze geluidloze aansporingen verstoren de rust in de klas niet. Met twee armen wijst de docent naar een leerling die zich niet voorbereidt. Als dit nodig is, herhaalt de docent mondeling de instructie die op het bord staat.
Na 56 seconden – Als iedereen zit en de juiste spullen voor zich heeft, geeft de docent enkele aanwijzingen. Daarbij is het belangrijk dat iedereen oplet, stil zit en kijkt naar de docent. Op die manier kun je je verwachtingen snel aan iedereen duidelijk maken.
Na 1 minuut en 10 seconden – Leerlingen die zich goed hebben voorbereid, die de aanwijzingen op het bord hebben opgevolgd, krijgen van de docent toestemming om aan de slag te gaan.
Voorbeelden verwachtingsmanagement PO
Op digiborden van het PO zitten allerlei handige tools die je in kan zetten voor je verwachtingsmanagement:
- Als je wilt dat de groep sneller reageert op jouw verwachtingsmanagement, stuur je dit als volgt aan: “Als ik straks ga zitten, verwacht ik dat je alles in orde hebt” Ondertussen bereid je zelf ook iets voor zodat het er niet uitziet alsof je zit wachten. Daarmee bepaal je de timing. Er kunnen nu twee dingen gebeuren. De leerlingen maken snel alles in orde óf je vindt dat het niet snel genoeg gaat. In dat laatste geval ga je zitten, kijk je rond en loop je vervolgens naar een leerling. Als de leerling dan niet direct alles in orde maakt, geef je hem of haar een Tip.
- Op het Prowise digibord zitten geluiden van verschillende muziekinstrumenten. Deze kun je inzetten om een signaal af te geven zonder dat je daar iets bij hoeft te zeggen. Bijvoorbeeld: als het drumstel klinkt, wil de juf met de les beginnen. In de 10 seconden dat dit geluidsfragment duurt, stop je met praten, kijk je naar het bord en wacht je rustig totdat het geluidsfragment is geëindigd.
- Kies met elkaar een liedje dat je aanzet tijdens het opruimen. In de minuten dat dit liedje duurt, maken de leerlingen hun werk af en beginnen met opruimen. Spreek van tevoren duidelijk af wat je van ze verwacht als dit liedje is afgelopen. Bijvoorbeeld: je tafeltje is leeg, je zit op je plek en je bent stil. Eventueel kan je nog extra aanwijzingen op het bord typen.
- Als de leerlingen ’s ochtends of na de pauze binnenkomen is het handig om de leerlingen meteen aan het werk te zetten. Dan heb je minder kans op drukte en leerlingen die door de klas gaan zwerven. Bijvoorbeeld: pak je tablet en maak alvast som …. Pak je leesboek en zoek alvast een plekje om te (chill) lezen etc.
Voorbeelden verwachtingsmanagement VO
- Als de leerlingen ’s ochtends of na de pauze binnenkomen is het handig om de leerlingen meteen aan het werk te zetten. Dan heb je minder kans op drukte en leerlingen die door de klas gaan zwerven. Bijvoorbeeld: ‘pak je tablet en maak alvast som ….’ of ‘Pak je leesboek en zoek alvast een plekje om te lezen’ etc.
- Als je van leerlingen vraagt in een andere opstelling te gaan zitten en het wisselen gaat naar jou idee te langzaam, vraag dan aan de groep: “Hoe snel denken jullie dat jullie deze wisseling kunnen maken?” De klas maakt dan vermoedelijk een zeer scherpe inschatting. Vraag je leerlingen dan weer terug te gaan naar de vorige opstelling en dan test je met een timer of de inschatting van de klas in de praktijk klopt. Het spelelement maakt dat de leerlingen zich doorgaans maximaal inzetten voor deze race.
- Als je praktische zaken wilt toelichten, begin je pas als het helemaal stil is. In deze video zie je hiervan een voorbeeld bij 2 minuut 18 seconden. Bij dit deel van de video staan gaan drie leerlingen optreden. Zowel de drie leerlingen als de klas zijn opgewonden. De docent vraagt met een gebaar om stilte. Dit duurt even. De rust ontstaat grotendeels door non-verbale signalen: gebaren en het oppakken van de het Telraam. Uiteindelijk is er aandacht. Om dit voor elkaar te krijgen heeft de docent zijn stem niet verheft.
6. Samenvatting
Met de Driehoek maak je verwachtingen visueel duidelijk.
Met de Map verwachtingsmanagement kun je deze verder uitbreiden.
Duidelijkheid zorgt ervoor dat leerlingen sneller aan het werk gaan.
7. Credits
| Eveline Busch – Bazalt Groep | Eveline Busch keek mee bij een Cursus Vriendelijk Orde Houden. Tijdens die Cursus noemde zij de term verwachtingsmanagement. Sindsdien is ‘Verwachtingsmanagement’ een module die hoort bij de invalshoek ‘Duidelijk’. |
| Mick O’Mahony | Mick maakte duidelijk dat verwachtingen wederzijds zijn en dat je daarom niet alleen aangeeft wat je van leerlingen verwacht maar ook wat leerlingen van jou kunnen verwachten. |








