3.3 Beoordeling

De manier waarop docenten en leerlingen elkaar beoordelen, heeft invloed op het hele onderwijsproces. Bij deze module ligt het accent op het onderwijsdoel Kwalificatie.

Ik zoek naar een manier van beoordelen die de intrinsieke motivatie van mijn leerlingen vergroot. De manier waarop ik beoordeel, is bepalend voor de resultaten en voor het wel of niet voldoen aan de eisen van het onderwijs. Uiteraard beoordeel ik mijn leerlingen. Ook vraag ik aan mijn leerlingen om mijn stijl van lesgeven en mijn lesmateriaal te beoordelen.

In opdracht van UNICEF Nederland heeft het Trimbos-Instituut samen met Stichting Alexander en de Universiteit Utrecht, onderzoek gedaan in welke mate jongeren spanning of stress ervaren en op welke (positieve) manier zij hier zelf mee om gaan. Het onderzoek ‘Geluk onder Druk?’ geeft voor het eerst landelijke cijfers over hoe jongeren stress en prestatiedruk ervaren en hun prestaties vergelijken met anderen. Op grond van dit onderzoek heeft UNICEF de volgende adviezen geformuleerd. Allereerst is het belangrijk te investeren in het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren, zowel thuis als op school. Daarnaast pleit UNICEF om samen met jongeren te bekijken hoe de schooldruk kan worden verlaagd. Ook vraagt zij om een schoolklimaat waarin leerlingen gezien worden, zichzelf kunnen zijn en hulp kunnen vragen en voor meer dialoog in de school.” Citaat uit een artikel genaamd ‘Staat het geluk van de Nederlandse kinderen onder druk?’

Huidige aanpak:

Hoe beoordeel ik nu mijn leerlingen?

Toekomstige aanpak:

Hoe beoordeel ik in de toekomst mijn leerlingen?

Introductievideo

Docenten en leerlingen geven elkaar feedback: een wederzijds proces.

Nieuwsbericht op deze site over Beoordeling

Voorbeelden

Inleiding

Beoordeling is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden en is te zien als een losse module met het accent op Kwalificatie

Beoordeling kan van verschillende kanten komen. In de onderstaande afbeelding zie je vijf manieren van beoordelen aangegeven met pijlen:

  1. Docent beoordeelt prestatie leerling
  2. Leerling beoordeelt prestatie docent
  3. Docent beoordeelt prestatie docent
  4. Leerling beoordeelt prestatie leerling
  5. Docent en leerling beoordelen samen prestatie leerling

In een opzicht is deze afbeelding niet symmetrisch: In het midden staat: ‘Docent en leerling beoordelen samen prestatie leerling’. Dat is een geschikt moment om leerlingen te coachen en daarvoor ben jij bevoegd als leraar. In deze afbeelding ontbreekt: Leerling en docent beoordelen samen de prestatie van de docent. Dit heeft geen zin omdat een leerling de rol van coach naar de docent niet op zich kan nemen door onvoldoende ervaring en levenswijsheid. Dat neemt niet weg dat een leerling op eigen initiatief soms iets tegen jou kan zeggen dat blijk geeft van levenswijsheid en jij kunt gebruiken als advies.

In deze module laten wij zien dat je leerlingen met een bepaalde manier te beoordelen, stimuleert en motiveert. Ook laten wij zien hoe je leerlingen de kans geeft om jou manier van lesgeven en jouw lesmateriaal te beoordelen. Met deze manieren van beoordelen maak je orde.

Bij de invalshoek Lesinhoud horen naast deze module Beoordeling ook de modules docent gestuurd onderwijs en leerling gestuurd onderwijs. Beide manieren van werken vragen om een specifieke manier van beoordelen.

Zowel met docent gestuurd onderwijs als met leerling gestuurd onderwijs kun je leerlingen de kans geven om in eigen tempo te werken.

Als je ervoor kiest om met leerling gestuurd onderwijs meer vrijheid te geven aan je leerlingen en hen in hun eigen tempo te laten werken, volgen ze hun eigen plan en doen ze niet meer allemaal hetzelfde. Aan een voorgeschreven activiteit besteden leerlingen op een eigen moment aandacht. Zoek, als je dit proces in gang zet, naar een manier van beoordelen die aansluit bij de vrijheid die je je leerlingen geeft. Een gezamenlijke toets als enige middel om te toetsen is dan minder vanzelfsprekend. Toch blijft het jouw verantwoordelijkheid om je leerlingen voor te bereiden op het examen. Toetsing blijft belangrijk.

Is het mogelijk leerlingen die een eigen pad kiezen te beoordelen en er tevens voor te zorgen dat ze hun examen halen? Hoe zorg je ervoor dat jouw manier van beoordelen leerlingen motiveert en kwalificeert? Hoe zorg je ervoor dat leerlingen met een zekere vrijheid toch voldoen aan alle eisen? In deze module gaan wij hier dieper op in.

Nu volgen vier vragen die je op weg helpen bij het veranderen van jouw manier van beoordelen.

vraag 1. Onderwijsdoelen

Hoe beoordeel je naast Kwalificatie de onderwijsdoelen Socialisatie en Persoonsvorming? (de drie domeinen van Biesta)
Geef je voor Socialisatie en Persoonsvorming cijfers?

Stel jezelf de volgende vragen:

  1. In hoeverre is deze leerling gekwalificeerd? (Kwalificatie)
  2. Hoe functioneert deze leerling in de groep? (Socialisatie)
  3. In hoeverre geeft deze leerling blijk van persoonsvorming? (Persoonsvorming)

Vertaal je deze beoordelingen in een cijfer?

vraag 2. Omgaan met verschillen

Bij deze afbeelding, waarbij de docent verschillende dieren vraagt in een boom te klimmen, is direct duidelijk dat iedere dier andere capaciteiten heeft en dat niet ieder dier in de boom kan klimmen. Dat roept de volgende vragen op:

  1. Hoe ga je om met verschillen in aanleg en capaciteit tussen leerlingen?
  2. Hoe beoordeel je op een manier die rekening houdt met deze verschillen?
  3. Hoe draagt jouw manier van  beoordelen ertoe bij dat jouw leerlingen minstens voldoen aan de minimumeisen?

vraag 3. Docent gestuurd- of Leerling gestuurd onderwijs

Lees meer over het verschil tussen docent gestuurd- en leerling gestuurd onderwijs.

Voor een deel bepalen het ministerie van onderwijs, jouw school en jouw sectie welke lesstof je presenteert en bepalen zij welke kennis jij dient over te dragen. Daarnaast bepaal jij zelf hoe je de lesstof aan je leerlingen presenteert en welke werkvormen je kiest bij het behandelen van de lesstof. Jij bepaalt hoe je de door anderen geselecteerde kennis overdraagt.

Je kunt dan kiezen voor docent gestuurd onderwijs met daarbij frontale lessen of je kunt kiezen voor leerling gestuurd onderwijs dat meer gericht is op zelfstandig werken. Welke rol speelt beoordeling in beide situaties? Welke manier van beoordelen motiveert mijn leerlingen het meest?

Bij zowel docent gestuurd onderwijs als bij leerling gestuurd onderwijs stel je de volgende vragen:

  1. Hoe kan ik het beste een onderwerp inleiden?
  2. Hoe draag ik de basisstof het beste over?
  3. Welke vrijheden dragen bij aan het beheersen van de basisstof?
  4. Hoe coach je leerlingen als ze aan het werk zijn met zelf gekozen of door jou bepaalde onderwerpen.
  5. Hoe betrek je je leerlingen bij het beoordelen van hun resultaten op een manier die hun leerproces ondersteunt?
  6. Hoe coach je zelfsturing?
  7. Welke rol speelt samenwerking bij de beoordeling?

Blog over deze afbeelding

vraag 4. Wederzijdse beoordeling – gelijkwaardigheid

Dat jij jouw leerlingen beoordeelt, is inherent aan jouw beroep als docent. Dat jouw leerlingen jou beoordelen is minder vanzelfsprekend. Wellicht schrik je hiervoor terug omdat je kritiek verwacht van leerlingen.

Vragenlijst waarmee jouw leerlingen jouw lesmateriaal en jouw stijl van lesgeven beoordelen 

Als jij suggesties van leerlingen, die voortkomen uit de bovenstaande vragenlijst, serieus neemt en als jij hun aanvullingen opneemt in jouw lesmateriaal, dan geef je ‘klantgericht’ les (de leerling is hier de klant). De ervaring leert dat leerlingen suggesties en aanvullingen geven. Als jij hun suggesties verwerkt, profiteert iedereen. Je voorkomt daarmee dat je in volgende periodes de fouten in- en de onvolledigheid van jouw huidige  lesmateriaal jou en je leerlingen blijven achtervolgen. Zo verbeter je geleidelijk de kwaliteit en de breedte van jouw lesaanbod.

Beoordeling is een module die hoort bij de invalshoek Lesinhoud.

Overzicht van Vriendelijk orde houden

Inhoud

  1. Belang van beoordeling
    1.1 Starten met een nieuwe vormen van beoordelen
  2. Beoordelen bij docent gestuurd- en bij leerling gestuurd onderwijs
  3. Docent beoordeelt leerling
    3.1 Behandel je leerlingen als gelijken
    3.2 Beoordeling bij docent gestuurd onderwijs
    3.3 Beoordeling bij leerling gestuurd onderwijs
    3.4 Hoe betrek je de inspanning van een leerlingen bij de beoordeling?
    3.5 Speuren naar talent
    3.6 Valkuil accent op docent gestuurd of leerling gestuurd
  4. Leerling beoordeelt docent
    4.1 App waarmee je leerlingen om feedback vraagt
    4.2 Niet om feedback vragen aan leerlingen
    4.3 Leerlingen beoordelen jouw stijl van lesgeven
    4.4 Leerlingen beoordelen de lesstof
    4.5 Jij gaat aan het werk met feedback van je leerlingen
  5. Docent beoordeelt zichzelf
  6. Leerling beoordeelt zichzelf
    6.1 Leerling beoordeelt zichzelf met app
    6.2 Leerling beoordeelt in hoeverre het gestelde doel is behaald
  7. Docent en leerling beoordelen samen de prestatie van de leerling
    7.1 Docent stelt leerling tijdens beoordeling open vragen
    7.2 Docent vraagt leerling zichzelf een cijfer te geven
  8. Beoordeling van basisstof met app
    8.1 Situaties waarbij je een app kunt inzetten
    8.2 Voordelen van toetsen met een app
    8.3 Aan de slag met apps
    8.4 Apps met of zonder internetverbinding
    8.5 Op tijd aan het werk met de basisstof
    8.6 De langzame groep
    8.7 Bonuspunt voor leerling een andere leerling helpt
    8.8 Centrale proefwerk
    8.9 Kunstmatige intelligentie
  9. Praktijkvoorbeeld leerlinggericht onderwijs bij het vak muziek
  10. Samengesteld cijfer voor een toets
  11. Vinkjes: Rapportcijfers baseren op hoeveelheid afgeronde opdrachten
    11.1 Afvinken opdrachten
    11.2 Rapportcijfers anders berekenen
    11.3 Vinkjes geven in de praktijk getest
    11.4 Differentiatie
    11.5 Samen beoordelen
    11.6 Inzet
    11.7 Aansporen van leerlingen
    11.8 Computerspelletjes
    11.9 Wat moet ik doen als ik klaar ben?
    11.10 Niveauverschillen
  12. Beloning en waardering inzetten om het onderwijsproces te versnellen
  13. Samenvatting

1 Belang van beoordeling

Beoordeling bepaalt doorgaans of iemand ergens voor gekwalificeerd is. Beoordeling biedt daarnaast nog meer mogelijkheden. Je kunt er ook voor zorgen dat de beoordeling:

  1. wederzijds is en in dienst staat van de ontwikkeling van alle betrokkenen (docent en leerlingen).
  2. aanvoelt als persoonlijke begeleiding of coaching.
  3. ervoor zorgt dat wij (docent en leerlingen) actief met de lesstof bezig zijn en blijven.

1.1 Starten met een nieuwe vormen van beoordelen

Welke vormen van beoordeling zorgen ervoor dat  leerlingen en docent actief met de lesstof bezig zijn en blijven. Welke manieren van beoordelen zorgen ervoor dat verschillen tussen leerlingen geen belemmeringen opwerpen?

De onderstaande vormen van beoordelen stimuleren leerlingen zelfstandig te werken en zelf de volgorde hun werk te bepalen. Deze vormen van beoordeling maken het voor leerlingen mogelijk in een eigen tempo te werken aan een zelf gekozen route. Als je een leeromgeving ontwerpt die dit alles mogelijk maakt, dan vraagt dat om een beoordeling op maat. Als je leerlingen zelf onderwerpen mogen kiezen, is het belangrijk om van te voren te bedenken hoe jij de verschillende niveaus die leerlingen aan jou presenteren, beoordeelt.

Overweeg om je leerlingen een rol te laten spelen bij de beoordeling

Als een leerling een van de opdrachten waaruit kon worden gekozen aan jou presenteert, vraag je de leerling zichzelf voorafgaande aan een presentatie een cijfer te geven. Dat cijfer vergelijk je na de presentatie met het cijfer dat je er zelf voor geeft.

Overweeg om je leerlingen jouw manier van lesgeven en jouw lesmateriaal te laten beoordelen.

Jij geeft je leerlingen een vragenlijst waarmee zij jou manier van lesgeven en jouw lesmateriaal beoordelen.

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module beoordeling? Zet Vriendelijk orde houden in de klas dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Beoordelen bij docent gestuurd- en bij leerling gestuurd onderwijs

De modules docent gestuurd onderwijs en leerling gestuurd onderwijs vragen om een specifieke manier van beoordelen. Door elke werkvorm op een specifieke manier te beoordelen, komen beide werkvormen tot hun recht. In beide gevallen kunnen leerlingen zichzelf toetsen met een app. Je vraag aan leerlingen of zij, als zij een nieuw niveau met de app behalen, dat tijdens zelfstandig werken aan jou willen laten zien.

Beoordelen bij docent gestuurd onderwijs

Als je uitgaat van deze situatie: Je geeft frontaal les, je leerlingen maken aantekeningen, maken huiswerk, bestuderen afgesproken deel van hun leerboek en maken een toets. Jij beoordeelt alle leerlingen op hetzelfde moment met b.v een proefwerk of toets. Een leerling kan dan beslissen pas op het laatste moment aan het werk te gaan en minimaal noodzakelijke inspanning te leveren. Dat doet geen recht aan de lesstof. Hoe stimuleer je leerlingen om zich meer te verdiepen in de lesstof? Bekijk hiervoor als eerste hieronder beoordeling met app.

Beoordelen bij leerling gestuurd onderwijs

Als je uitgaat van deze situatie: Jij zet een leeromgeving klaar, geeft je leerlingen een korte inleiding en laat ze dan in hun eigen tempo werken aan opdrachten die te maken hebben met de basisstof en je laat ze presentaties voorbereiden van zelfgekozen onderwerpen.  Hoe beoordeel je leerlingen dan?

Net als bij docent gestuurd onderwijs onderwijs laat je bij leerling gestuurd onderwijs elke leerling de bassistof eerst zelf beoordelen met een app. Je kunt dan overwegen om je leerlingen te vragen na elkaar aan jou het resultaat met de app tijdens zelfstandig werken te laten zien. Daarna kun je een gezamenlijke toets geven. Dit alles met een app.

De presentaties van zelfgekozen onderwerpen beoordeel je samen met de leerling.

VOH adviseert om rapportcijfers op een andere manier samen te stellen. Overweeg om een leerling bij elke voldoende afgeronde opdracht een hoger rapportcijfer te geven: Beoordeling met vinkjes. Bij deze manier van beoordelen krijg je, net als bij de gebruikelijke manier van beoordelen, een reëel beeld van hun niveau.

3 Docent beoordeelt leerling

De manier waarop je je leerlingen beoordeelt, bepaalt voor een deel het resultaat.

3.1 Behandel je leerlingen als gelijken

Onderschat leerlingen niet en beschouw hen als gelijken. Oordeel niet te snel (labelen). De oorzaak van slechte resultaten van een leerling kan zijn: ontbrekende kennis, motivatie- of concentratieproblemen of een persoonlijke beperking. Zoek met de leerling naar een oplossing bijvoorbeeld door de leerling hulp te bieden van een medeleerling of door hulp aan te bieden van externe begeleider.

Startpunt is vertrouwen in je leerlingen. Zou je in een vroeg stadium een leerling labelen als zwak, dan is het voor jou daarna moeilijker te accepteren als een leerling zich plotseling snel ontwikkelt. Je bent dan genoodzaakt toe te geven dat jouw beoordeling niet klopte. Dit labelen voorkom je door minder absolute eisen te stellen aan de groei van je leerlingen. Wees je er daarbij van bewust dat jij enerzijds globaal de groei van leerlingen aanstuurt en dat jij anderzijds de leerlingen zelf invulling laat geven aan hun persoonlijke groeitraject. Bij dat laatste geef jij je leerlingen vertrouwen, laat je ze los en geef je ze vrijheid. Je bent je ervan bewust dat niet alles valt te meten en dat je leerlingen van alles leren buiten de vastgestelde leerstof om.

3.2 Beoordeling bij docent gestuurd onderwijs

Als je wilt dat leerlingen kennis en vaardigheden opdoen op het gebied van de basisstof en je wilt dit kunnen meten, zorg er dan voor dat de beoordeling voldoet aan de kenmerken van SMART: Specifiek, Meetbaar, Accuraat, Realistisch, Tijdgebonden. Bespreek dit ook met je leerlingen, dan begrijpen ze waarom je voor deze manier van beoordelen kiest. Als de SMART-specificaties hieronder aan de orde komen, staan deze tussen haakjes vermeld.

Aan het begin van een periode (van acht weken) geef je aan welke basisstof de leerlingen aan het einde van de periode moeten beheersen (SMART/tijdgebonden). Elke leerling bepaalt in die periode zelf wanneer hij of zij met de basisstof aan de slag gaat. Tijdens het werken met de basisstof zorg jij voor apps waarmee jouw leerlingen zelf beoordelen of ze het door jou aangegeven niveau van de basisstof beheersen. Aan het einde van een periode geef jij alle leerlingen gezamenlijk een toets over de basisstof (SMART/meetbaar).

Bij docent gestuurd onderwijs geef je leerlingen de vrijheid om een planning te maken van werkzaamheden en stel je ze in staat zichzelf te toetsen.

3.3 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerling gestuurd onderwijs begint een leerling aan een eigen traject. Jouw beoordeling heeft dan meer weg van coaching dan van een eindbeoordeling (Pijl vijf)

Hoe coach je de eigen ontwikkeling van een leerling? Hoe zorg je ervoor dat de ontwikkeling niet stopt na een beoordeling, maar dat de beoordeling de verdere ontwikkeling juist stimuleert?

De leerlingen werken naar keuze zelfstandig ofwel in duo’s/groepen. In beide gevallen ronden ze dat af met een presentatie.  Waar let je dan op? Welke aspecten spelen voor de leerling een rol?

  1. Vergaren van kennis
  2. Samenvatten van kennis
  3. Leren organiseren
  4. Leren omgaan met presentatiemiddelen
  5. Zelfvertrouwen verkrijgen
  6. Leren presenteren

3.4 Hoe betrek je de inspanning van een leerling bij de beoordeling?

Als leerlingen zichzelf beoordelen weten ze zelf hoeveel inspanning ze hebben geleverd. Als ze er hard voor hebben gewerkt en toch een mager resultaat behalen, is het verstandig om ze voor hun inspanning te complimenteren en ze te vragen ter afronding aan één essentieel punt extra aandacht te besteden. Overweeg dan een iets te royaal cijfer te geven in de hoop dat ze daarmee hun motivatie niet verliezen en dat zij zich blijven inzetten.

3.5 Speuren naar talent

Een positieve manier van beoordelen is om op zoek te gaan naar talent op cognitief, sociaal of persoonlijk vlak van leerlingen. Door dat te doen maak je orde. Zie jezelf als een scout op zoek naar talent. Ontdek je talent, dan stimuleer je de leerling dit talent uit te bouwen en het talent te gebruiken in de context van de les. Iets goed kunnen, geeft een leerling zelfvertrouwen en zorgt voor intrinsieke motivatie, zeker als jij deze leerling vraagt om de eigen expertise met andere leerlingen te delen.

3.6 Valkuil accent op docent gestuurd of op leerling gestuurd

Te veel aandacht voor docent gestuurd onderwijs

Als jij bepaalt wat en wanneer leerlingen iets bestuderen en de resultaten centraal toetst, valt er voor leerlingen weinig te plannen en te kiezen. Als je naast de basisstof weinig open opdrachten aanbiedt, lijkt het voor de leerlingen alsof jouw vak ophoudt bij de in de basisstof behandelde onderwerpen. De leerlingen hebben dan geen toegang tot de volle breedte van jouw vak. Een persoonlijk invulling geven aan jouw vak is voor hen niet mogelijk.

Te veel aandacht voor leerling gestuurd onderwijs

Een presentatie van een zelfgekozen onderwerp beoordeel je mondeling. Bij die mondelinge beoordeling let je onder andere ook op voor vakkennis irrelevante vragen zoals: de leerling komt zelfverzekerd over, de leerling heeft een mooi plaatje op de voorkant van het werkstuk en weet het onderwerp goed te presenteren.

Het gevaar van uitsluitend beoordelen van open opdrachten, is dat het gaat lijken op een crèche: ‘Ja, uw kind heeft weer lekker gespeeld vandaag’. Als je je teveel beperkt tot open opdrachten bestaat het gevaar dat de basisstof te weinig aandacht krijgt terwijl je wel wilt dat een leerling het examen haalt. Stel dat je je bij de opleiding tot automonteur beperkt tot open vragen, open opdrachten en open beoordeling, dan is het niet gezegd dat de leerling van die opleiding een goede automonteur wordt.

Zou je onderwijs te veel baseren op open vragen, opdrachten en beoordeling, dan vergroot je enerzijds de mogelijkheden van de leerlingen om zelfstandig met jouw vak aan de slag te gaan. Je verkleint daarnaast de mogelijkheden voor een centrale beoordeling omdat iedereen bij open opdrachten andere vaardigheden opdoet.

Valkuilen vermijden

Om deze valkuilen te vermijden, raadt VOH aan om tijdens zelfstandig werken een mix van basisstof en keuzestof aan te bieden. In beide gevallen geef je leerlingen een zekere vrijheid van planning. Bij de basisstof stel je, indien mogelijk, voor de leerlingen een app ter beschikking waarmee leerlingen zichzelf toetsen. Zo ontstaat gelijkwaardigheid wat betreft de beoordeling: jij kunt een leerling beoordelen, maar dat kunnen ze ook zelf. Met een app stimuleer je zelfsturing van je leerlingen, het bespaart jou tijd én de app is onpartijdig. Met de app kun je de lat hoog leggen.

4 Leerling beoordeelt docent

Nu volgt een pleidooi voor het laten beoordelen door leerlingen van jouw lesmateriaal en jouw manier van lesgeven. Bij beoordeling denk je niet als eerste aan het jezelf laten beoordelen door leerlingen. Met het bevragen van je leerlingen over hoe jij lesgeeft ontvang je van hen waardevolle informatie. Hun antwoorden zetten jou op het spoor om je manier van lesgeven te verbeteren. Als je daarmee aan de slag gaat, zorg je voor gelijkheid én geef je de aanzet tot samenwerking.  Zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat.

Wel of niet vragen aan je leerlingen om jou te beoordelen:

  1. Wel: Met hun suggesties repareer je onvolkomenheden in het lesmateriaal en krijg je inzicht in je eigen lesstijl. Ook krijg je van je leerlingen suggesties voor andere onderwerpen die jij tot nu toe nog niet aanbood. Het laten beoordelen van je eigen lesmateriaal vereist lef.
  2. Niet: Je vraagt geen feedback aan je leerlingen. Leerlingen in de daarop volgende jaren krijgen dan te maken met steeds dezelfde onvolkomenheden. Jij tast in het duister over de kwaliteit van jouw aanbod. Een reden om geen feedback te vragen is dat je verwacht dat je leerlingen jouw lesmateriaal negatief zullen beoordelen.

Geschikte momenten om je door leerlingen te laten beoordelen:

  1. Bij het afronden van een rapportperiode, als leerlingen terugkijken op wat ze dit blok hebben gedaan
  2. Bij het afronden van een schooljaar waarbij je met de groep terugblikt op het hele jaar.

4.1 App waarmee je leerlingen om feedback vraagt

Bij ‘Voorbeelden’ bovenaan staat een link naar een app Survey Monkey, en onzeles.nl waarmee je de benodigde informatie kunt vergaren over jouw lesmateriaal.

4.2 Niet vragen om feedback

Het nu volgende citaat is op te vatten als een gevolg van het jezelf niet ter discussie stellen. Daardoor kom minder snel op ideeën om je lessen te verbeteren. De reden dat je je leerlingen niet betrekt in dit proces kan zijn dat je verwacht dat leerlingen negatief over jou oordelen.

Why is it that the only people who never matriculate from their own courses are teachers?  Schafer (1975), R. Murray

Vertaling: Hoe komt het dat de enige mensen die nooit afstuderen van hun eigen cursussen leraren zijn? Lees meer

4.3 Leerlingen beoordelen jouw stijl van lesgeven

Je geeft je leerlingen een lijst met vragen waarbij zij aangeven in hoeverre ze het eens zijn met de onderstaande vier beweringen. Ze scoren per vraag van 1 tm 5
1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  1. De docent geeft op een vriendelijke manier les.
  2. De docent geeft op een duidelijk manier les.
  3. De docent geeft duidelijk aan wat we moeten doen.
  4. Ik doe wat de docent van mij vraagt.

Feedbackformulier VO
Klik op de afbeelding om te downloaden.

Feedbackformulier PO meester
Klik op de afbeelding om te downloaden.

Feedbackformulier PO juf
Klik op de afbeelding om te downloaden.

4.4 Leerlingen beoordelen de lesstof

Je vraagt aan je leerlingen de lesstof te beoordelen:

  • Hoe beoordeel je de lesstof?
  • Welke informatie was het meest waardevol voor jou?
  • Heb je aanvullingen of verbeteringen voor de lesstof?
  • Heb je bij deze opdracht informatie gemist?
  • Zijn er nieuwe onderwerpen die je graag zou willen kiezen?
  • Wat hebben jullie van mij nodig om nog beter te kunnen werken?

4.5 Jij gaat aan het werk met feedback van leerlingen

Als je begint met deze manier van beoordelen bestaat de kans dat je leerlingen jou een stortvloed aan tips geven. Probeer hun aanwijzingen niet te zien als kritiek. Selecteer weloverwogen een aantal verbeterpunten en verwerk die in de nieuwe cyclus. Deze verbeteringen zijn slechts een momentopname in een continu proces van verbetering. Als jij op deze manier verbeteringen aanbrengt ben je ‘klantgericht’ (leerling is hier de klant). Je lesmateriaal blijft zich dan ontwikkelen op basis van je eigen intuïtie én op basis van de suggesties van leerlingen.

Door afspraken te maken met collega’s is het mogelijk met hen de verbeterpunten onderling te verdelen en die dan afzonderlijk te implementeren. Zo creëer je gezamenlijk een veelzijdige leeromgeving en zullen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal steeds beter beoordelen. Normaal gesproken beoordeel jij de leerling. In dit geval beoordelen leerlingen ook jouw (jullie) lesmateriaal. Het feit dat iedereen elkaar beoordeelt, zorgt voor gelijkheid. Deze wisseling van rol tussen jou en de leerlingen draagt bij aan een aantrekkelijk leerklimaat.

Als jij je leerlingen de kans geeft om jou te beoordelen, laat je daarmee zien dat jij hun wensen op het gebied van het lesmateriaal serieus neemt. Omdat jij de fouten uit jouw lesmateriaal verbetert, neemt de kwaliteit van jouw onderwijs toe. Daar genieten de huidige en toekomstige leerlingen van en ook jijzelf.

Als het je lukt om je leerlingen te motiveren en uit eigen beweging constructief te laten werken, houd je energie over om jouw leeromgeving verder te verfijnen. Je leerlingen hebben nu zeggenschap over (een deel van) hun eigen leerproces. Jouw intrinsiek gemotiveerde leerlingen verrassen jou met steeds nieuwe invalshoeken zodat jij zelf steeds breder op de hoogte raakt van de jouw eigen vak.

5 Docent beoordeelt zichzelf

Om inzicht te krijgen in je eigen manier van lesgeven stel je jezelf (per groep) af en toe een aantal vragen.

1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  1. Ik praat zacht en verstaanbaar als ik lesgeef.
  2. Ik beschouw mijzelf als een vriendelijke docent.
  3. Ik geef duidelijk aan wat ik vraag van de leerlingen.
  4. Bij mij in de les doen leerlingen wat ik van hen vraag.

Hierboven staan dezelfde vragen gesteld aan leerlingen over jouw rol in de klas.

Als beide vragenlijsten zijn beantwoord, kun je jouw eigen antwoorden vergelijken met die van je leerlingen. De ervaring leert dat leerlingen positiever over jou denken dan jij over jezelf denkt!

6 Leerling beoordeelt zichzelf

Als een leerling in staat is zichzelf te beoordelen, kan de leerling ook progressie maken zonder jouw bemoeienis. Hieronder een aantal voorbeelden hoe je dit in gang kunt zetten.

6.1 Leerling beoordeelt in hoeverre het gestelde doel is behaald

Een leerling heeft een periode gewerkt aan een zelfgekozen onderwerp. Bij de start van de volgende periode vraag je aan je leerlingen te beoordelen in hoeverre ze het doel dat ze de vorige periode hebben gesteld, hebben behaald. Bij die vraag geef je aan dat ze, als ze weinig resultaat hebben geboekt, bij de volgende periode een bescheiden doel te kiezen. Bij succes kunnen zij een ambitieuzer doel stellen.

Door het beoordelen van hun eigen resultaten zijn je leerlingen na verloop van tijd in staat realistische doelen te stellen.

6.2 Leerling beoordeelt zichzelf met app

Zie beoordeling basisstof met app.

7 Docent en leerling beoordelen samen de prestatie van een leerling

Als jij samen met een leerling de prestatie van een leerling beoordeelt, kun je dat moment gebruiken om te coachen.

7.1 Docent stelt leerling tijdens beoordeling open vragen

  • Hoe was je inzet?
  • Wat ben je over het onderwerp te weten gekomen?
  • In hoeverre heb je het doel dat je stelde aan het begin van deze periode bereikt?

Met dezelfde vragen beoordeelt de leerling zichzelf.

7.2 Docent vraagt leerling zichzelf een cijfer te geven.

Voorafgaande aan een presentatie vraag je de leerling (of de leerlingen in het geval van samenwerken) zichzelf een cijfer te geven. Je bespreekt na afloop van de presentatie het cijfer dat de leerling zichzelf gaf (gaven) en vergelijkt dat met het cijfer dat jij na afloop van de presentatie geeft. Beide cijfers leiden tot één cijfer dat jij bepaalt. Het voordeel hiervan is dat jij ziet hoe leerlingen zichzelf inschatten. Ze kunnen zichzelf onder- maar ook overschatten. In beide gevallen is het aan te raden om dit met de leerling te bespreken.

  1. Als een leerling zichzelf een 2 geeft en jij zou een 7 geven, dan geef je aan dat de leerling niet zo bescheiden hoeft te zijn. Daarmee help je een leerling bij het verkrijgen van zelfvertrouwen.
  2. Als een leerling zichzelf een 10 geeft en jij vindt het een 4, vraag dan de leerling het onderwerp opnieuw en beter te bestuderen, geef aan dat je van de leerling verwacht nogmaals de presentatie te geven op een later tijdstip. Voor de zojuist gegeven presentatie geef je geen cijfer. Deze leerling merkt dan dat er met te weinig inspanning geen cijfer valt te behalen.

Hieronder staat een link naar een manier van beoordelen waarbij je dit soort inschattingen noteert. Dit voorbeeld is gemaakt voor het vak muziek. Pas dit voorbeeld aan aan je eigen situatie. Bij deze link over de muziekpraktijk van Johan ’t Hart staan onderaan de pagina twee gekleurde afbeeldingen: de groene en gele afbeelding. Voorafgaande aan een presentatie beoordeelden leerlingen zichzelf met behulp van een van beide formulieren.

Bij deze aanpak is een presentatie pas afgerond als jij ziet dat er genoeg aandacht aan is besteed. Jouw rol bij deze vorm van beoordelen lijkt meer op coachen dan op de traditionele rol van docent die iets overdraagt.

Lees meer deze manier van presenteren bij leerlinggestuurd onderwijs

8 Beoordeling van basisstof met app

Een app is geschikt om de basisstof te toetsen. Met een app kun je gesloten vragen laten beoordelen. Maar ook inzichtvragen kun je beoordelen met een app met multiple choice vragen. Toetsen met een app kan in verschillende situaties en heeft een aantal voordelen.

8.1  Situaties waarbij je een app kunt inzetten

  1. Leerling beoordeelt zichzelf met de app. Als eerste vraag je je leerlingen hun niveau van de basisstof met een app te toetsen. De leerling bepaalt zelf het moment van toetsing, krijgt door de app direct feedback. De leerling beoordeelt zichzelf af en toe met een app om te zien of het vereiste niveau al is bereikt. Deze beoordeling telt niet mee voor het cijfer.
  2. Leerling toont op eigen initiatief aan de docent de behaalde resultaten met de app. Jij noteert het resultaat. Deze beoordeling kost jou weinig tijd. Overweeg deze beoordeling mee te laten tellen als SO of als bonuspunt. Als een leerling voor jouw ogen bewijst dat het niveau is gehaald, complimenteer je de leerling. Zowel voor leerling als jou is dit een waardevol moment (Quality time).
  3. Docent beoordeelt alle leerlingen tegelijkertijd met de app. De resultaten kunnen tellen als proefwerk.

8.2 Voordelen van toetsen met een app

  1. Een app toetst objectief (SMART/specifiek, meetbaar, accuraat, realistisch)
  2. Met een app maakt het mogelijk resultaten te vergelijken.
  3. Een app waarmee leerlingen zich samen in spelvorm kunnen toetsen biedt kan een extra stimulans zijn om met de lesstof aan het werk te gaan. Apps in game-vorm die leerlingen samen kunnen spelen, zijn extra aantrekkelijk voor leerlingen.
  4. Met een app kun je de lat hoog leggen. De moeilijkheidsgraad is bij een app instelbaar:  Je kunt bijvoorbeeld instellen hoe lang je over een vraag mag nadenken.
  5. De beoordeling kost jou minder tijd

Praktijkvoorbeeld VO

Alle leerlingen op onze school maakten gebruik van een app waarmee leerlingen hun vaardigheden op muziekgebied konden toetsen. Iedereen kon elkaars prestaties daarbij zien. Voordat ik de leerlingen met deze app liet werken, maakte ik een account aan en testte ik de app. Iedere gebruiker kon elkaars resultaten zien dus zagen mijn leerlingen hoeveel punten ik totaal had behaald. Een aantal leerlingen hielden dit scherp in de gaten en wilden altijd een hoger aantal punten dan ik. Om de zoveel tijd haalde ik er dan weer punten bij en gingen ze weer aan het werk!

Het gemiddelde cijfer is doorgaans een 6.3. Met een app kun je dat gemiddelde verhogen. Je kunt met een app van je leerlingen vragen een niveau te halen dat gelijk staat aan een 8! Hoe pak je dat aan?

  1. Tijdens zelfstandig werken kan iedere leerling in een eigen tempo aan de slag gaan met de basisstof.
  2. In het laatste deel van een periode vraag je een aantal snelle leerlingen een aantal achterblijvende leerlingen te helpen met de basisstof.
  3. Jij vraagt je leerlingen om, als ze met de app het door jouw gevraagde niveau van de basisstof behalen, dat aan jou te laten zien. Een geschikt moment daarvoor is als je leerlingen zelfstandig werken. Voor een leerling is het leuk om een goed resultaat te laten zien en voor jou is het leuk om te zien dat een leerling een goed resultaat behaalt. Vandaar de eerder genoemde term: Quality time. Zo houd je de vinger aan de pols en krijg je nog voor het centrale proefwerk een beeld van het niveau van alle leerlingen. Ook zie je aan je administratie wie nog niets heeft laten zien. Die leerlingen geef je aan het eind van een periode extra aandacht. Overweeg de resultaten die ze met de app aan jou laten zien mee te tellen als bonuspunt bij het uiteindelijke proefwerkcijfer dat je geeft voor de basisstof. Dat stimuleert de leerlingen om al vroeg aan de door jou gestelde eisen te voldoen. Door op deze manier na elkaar met individuele leerlingen mee te kijken, kun je voorafgaande aan een afsluitende toets inschatten hoe leerlingen de afsluitende centrale toets zullen maken.
  4. Als een leerling jou het resultaat met de app laat zien en de leerling beantwoordt in een snel tempo vragen op de juiste manier, dan weet je dat deze leerling ruimschoots de benodigde vaardigheden bezit. (SMART/tijdgebonden).

8.3 Aan de slag met apps

Zoek daarom naar apps (of maak ze zelf, of laat ze maken) waarmee leerlingen hun basisvaardigheden beoordelen en onderzoek of die app jou de mogelijkheid biedt om in korte tijd te beoordelen of een leerling een bepaald niveau beheerst.

Bij methodes horen vaak apps waarmee de docent online de resultaten kan zien. Ook zijn er apps die je installeert en die vervolgens los van internet bruikbaar zijn.

8.4 Apps met of zonder verbinding met internet

Voordat je apps gaat gebruiken, is het aan te raden te bedenken wat voor app je gaat gebruiken en waar en hoe je deze app wilt inzetten. Er zijn apps die je download en die je zonder internet gebruikt. Ook zijn er apps waarbij je wel internet nodig hebt. Aan beide soorten apps zijn voor- en nadelen verbonden.

Apps die wel verbonden zijn met internet

Als apps verbonden zijn met wifi/internet en jij ziet de resultaten op je scherm dan heeft dat voor- en nadelen.

Voordeel:

Vaak kun je bij dit soort apps de voortgang van een leerling online zien.

Nadelen:

  • Je weet niet zeker of de leerling de resultaten zelf behaald of dat iemand anders de test maakt. Frauderen is niet uitgesloten.
  • Als wifi niet goed functioneert, hindert dat het gebruik van de app.
  • Bij deze manier van online beoordelen is er geen direct contact tussen jou en de leerling.

Apps die niet verbonden zijn met internet

Voordeel:

  • Als wifi hapert, kan de leerling gewoon doorwerken als de app van tevoren is geïnstalleerd op zijn tablet. (De systeembeheerder van de school kan de app aan het begin van het jaar installeren op alle tablets van de leerlingen).
  • Tijdens het zelfstandig werken komt een leerling naar jou toe en toont de behaalde resultaten met de app. Doorgaans weet de leerling van te voren of hij of zij het vereiste niveau zal halen. Dit contactmoment bevordert de verstandhouding tussen jou en de leerling.
  • Frauderen is bij een individuele manier van beoordelen onmogelijk.

Nadeel:

Bij apps die niet verbonden zijn met internet beschik je niet over een digitaal overzicht van de resultaten van de leerlingen.

8.5 Op tijd aan het werk met de basisstof

Als jij naast de basisstof allemaal leuke open opdrachten hebt klaargezet, is de kans groot dat de leerlingen eerst daarmee aan de slag gaan en  dat je leerlingen de basisstof in de vorm van een nieuw niveau met de app pas op het allerlaatste moment aan je laten zien. Als blijkt dat veel leerlingen lang wachten met resultaten aan jou te laten zien, kun je dat beïnvloeden door een rapportperiode in drie delen te verdelen en in de eerste delen van de periode voor de zelfbeoordeling van de basisstof met de app bonuspunten te geven. Dat zou je op de volgende manier kunnen doen:

Een leerling die snel aan het werk gaat met de basisstof en een goed resultaat laat zien, geef je in het eerste deel van een periode twee bonuspunten.

Een leerling die aan het werk gaat met de basisstof en een goed resultaat laat zien, geef je in het middelste deel van een periode één bonuspunt.

Een leerling die de resultaten met de app aan je laat zien in het laatste deel van een periode geef je geen bonuspunt. Bij het noteren van resultaten van leerlingen geef je aan wie bij het snelle deel hoorde, het middelste deel en het laatste deel. Dit kan iets zeggen over:

  • het niveau van een leerling.
  • de snelheid van werken van een leerling.
  • de werkhouding van een leerling.
  • de interesse van een leerling.
  • keuzes van een leerling.

8.6 De langzame groep

In het laatste deel van de periode ruim je tijd in om tijdens het zelfstandig werken naast een langzame leerling te gaan zitten die nog geen resultaten aan jou heeft laten zien. Bied deze leerling de hulp aan van een snelle leerling die al heeft laten zien zien de betreffende basisvaardigheden vlot te beheersten (Zie voorbeeld 2).
De achterblijvende leerling hoort dan van jou hoeveel tijd er nog beschikbaar is voor  een eindsprint. Zo zorg je ervoor dat iedere leerling de benodigde aandacht krijgt, dat iedereen de basisstof beheerst én dat iedereen leert plannen en op tijd klaar is met oefenen voor het proefwerk. (SMART/tijdgebonden/realistisch)

8.7 Bonuspunten voor leerling die een andere leerling helpt

Als de achterblijver de test alsnog haalt, geef je degene die bijles gaf daarvoor een beloning (bonuspunt). De middengroep redt zichzelf en heeft geen hulp nodig.
Let op: Geef alleen bonuspunten aan een snelle leerling als jij de opdracht hebt gegeven om te helpen. Doe je dat niet dan komen leerlingen vragen om bonuspunten terwijl jij mogelijk niet kunt beoordelen of ze wel of niet hebben geholpen.

8.8 Centraal proefwerk

Als je aan het einde een periode de basisstof afsluit met een centraal proefwerk, weet je door de eerdere resultaten met de app dat de meeste leerlingen goed zullen scoren. Nog voordat je het proefwerk hebt nagekeken, ben je er zeker van dat vrijwel alle leerlingen de basisstof goed beheersen (SMART/Tijdgebonden).

Als je naast de beoordeling met de app ook beoordeelt met een centrale toets, geeft dat de leerling op drie momenten inzicht in eigen kunnen:

  1. De leerling beoordeelt zijn eigen niveau wat betreft de basisstof met een app.
  2. De leerling toont het behaalde niveau met de app aan jou tijdens zelfstandig werken en krijgt een beoordeling die voor een deel meetelt bij het proefwerk.
  3. De leerling krijgt een cijfer voor een centraal proefwerk.

Tip: Als de leerlingen bij jou komen met de app, laten ze gedurende b.v. een minuut zien dat ze vragen in een bepaald tempo succesvol kunnen beantwoorden. Je kunt overwegen voor de centrale toets ook de app te gebruiken. Bij de centrale toets krijgen de leerlingen dan gedurende een langere periode de tijd vragen te beantwoorden uit een vragenbank. Dit bespaart je tijd wat betreft nakijken. Voorwaarde is wel dat jij centraal kunt zien wat de leerlingen presteren. Hiermee reduceer je de tijd die je besteedt aan nakijken.

8.9 Kunstmatige intelligentie

Beoordeling met kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk dat de resultaten die een leerling behaalt bij test (vergelijkbaar met een app) leiden tot een advies (door het programma dat je gebruikt) voor een volgende oefening. Algoritmen bepalen dan naar aanleiding van de resultaten van een leerling welke kennis op dat moment ontbreekt. De leerling krijgt via de algoritmen vervolgens het advies een bepaalde oefening te doen om de ontbrekende kennis aan te vullen. Een voorbeeld hiervan is de Khan Academy. Op hun website is te lezen dat bij thuiswerken deze vorm van beoordelen een uitkomst biedt. Een ander voorbeeld van een website die werkt met AI (artificial intelligence) is Leerlevels.nl

9 Praktijkvoorbeeld leerlinggericht onderwijs bij het vak muziek

Aan de basis van de invalshoek Lesinhoud staat een praktijkvoorbeeld van muziekdocent Johan ’t Hart. Hij gebruikte de hieronder besproken  beoordeling met vinkjes. In het derde jaar dat hij op deze manier werkte is er naar zijn praktijk onderzoek gedaan. Dit onderzoek is online beschikbaar: onderzoek naar muziek praktijk van Johan ’t Hart door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer. De schrijvers van dit onderzoek zijn verbonden aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. In dit uitgebreide onderzoek staat (een voorloper van) deze manier van beoordeling vermeld bij punt 5.3.4.1 Assessment/ beoordeling.
Dit praktijkvoorbeeld staat aan de basis van de de invalshoek Lesinhoud. Naar dit praktijkvoorbeeld is onderzoek gedaan.

Een aantal aspecten van wat er bij deze module beoordeling is besproken waren onderdeel van de genoemde praktijk:

  • De beoordeling door leerlingen van de lesstof en stijl van lesgeven van de docent als feedback.
  • Leerlingen konden zichzelf beoordelen met een app.
  • Een presentatie werd gezamenlijke beoordeeld door docent en leerling
  • Hoe meer resultaten de leerlingen lieten zien hoe meer vinkjes en hoe hoger het rapportcijfer.

10 Samengesteld cijfer voor een toets

In dit voorbeeld beschrijft een docent Economie een optie die hij zijn leerlingen biedt om alvast 20 procent van het cijfer van de toets te behalen.

PraktijkvoorbeeldVO

Hoe help je leerlingen in 6 VWO die moeite hebben om de discipline die nodig is bij de ‘lagere studievaardigheden als reproductie’ op te brengen?

Leerlingen konden bij mij punten scoren door voorafgaande aan de toets over de hele stof onderweg toetsjes te maken waarmee ze 20% (2 punten) van het cijfer konden halen. Dat waren dan een aantal reproductievragen (de dingen die je voor 100% moet onthouden om te kunnen toepassen). Voor die toetsen mocht je geen fouten maken. Dus 1 fout geen punten. 0 fouten een 10!

Makkelijk nakijken voor de docent. Het is goed of fout. Als leerling kon je zelf bepalen of je hiervan gebruik maakte. Er was slechts één leerling die dat niet deed. Die haalde bij de eindtoets dan meestal een hoog aantal punten. Dan had hij bijv een 9. Want hij deed niet mee aan de tussentijdse toetsen. Er waren dan ook leerlingen die een 9 haalden met meer fouten, omdat ze 2 punten meenamen van de vrijwillige toetsen. Deze leerling toonde zich altijd enigszins ambivalent hierover. Hij schiep er genoegen in om mij te laten zien dat hij mij kon laten zien dat zijn aanpak werkte (hij was slim). Anderzijds zat het gevoel dat zijn 9 ‘meer waard’ zou zijn dan die van een ander hem ook wel dwars.

Ik hield hem voor de hij een 10 kon halen door de ‘Koninklijke route’ te volgen waartoe ik hem niet verplichtte. Hij koos er zelf voor om dit niet te doen. Terwijl ik hem ook voorhield dat de leerlingen die mijn route volgden op termijn meer kennis opbouwden. Dat heb ik nooit kunnen bewijzen uiteraard, maar als je kijkt naar de vergeetcurve van Ebbinghaus is dit voor grotere groepen wel aangetoond.

11 Vinkjes: Rapportcijfers baseren hoeveelheid afgeronde opdrachten

Lees ook het blog over dit onderwerp

Met deze manier van beoordelen met vinkjes zie je aan de gegeven cijfers (die geen rol spelen voor het rapportcijfer maar wel door jou worden genoteerd) het werkelijke niveau van elke leerling en kun je bijvoorbeeld bij rapportvergaderingen een zinnig advies geven over een vervolg van de opleiding van de leerling.

Beoordeling met vinkjes is een manier van beoordelen waarbij je het rapportcijfer baseert op het aantal afgeronde opdrachten per rapportperiode. Deze manier van beoordelen sluit zowel aan bij docent gestuurd onderwijs als bij leerling gestuurd onderwijs.

Met deze manier van beoordelen zorg je ervoor dat al je leerlingen zich op een zinvolle manier inzetten voor jou vak. Deze manier van beoordelen is primair gebaseerd op inzet. Daarmee maak je het voor je leerlingen mogelijk om zich op eigen niveau en in een eigen tempo te ontwikkelen. Hierbij beoordelen  leerlingen in eerste instantie zichzelf. Jij vraagt van hen om jou (na elkaar) op de hoogte houden van hun vorderingen tijdens zelfstandig werken. Die actie om naar jou toe te komen, is in het begin van een rapportperiode hun eigen verantwoording.

Met deze manier van werken:

  1. zie je dat je leerlingen geconcentreerd en zelfstandig met jouw vak bezig zijn en blijven.
  2. voorkom je dat de ene leerling zich minder voelt dan de ander.
  3. kan iedere leerling ongeacht niveau toch een 10 halen. Hoge cijfers zijn voor leerlingen een stimulans om zich maximaal in te zetten voor jouw vak.

Bij de inleiding van deze module is de vraag gesteld: hoe ga je om met verschillen tussen leerlingen?

De ‘eerlijk’ genoemde opdracht van deze afbeelding zorgt voor problemen. Die probelemen voorkom je met ‘beoordelen met vinkjes’ en de bijbehorende manier van begeleiden van leerlingen. Onderdeel van deze manier van beoordelen is dat je een deel van de totale onderwijstijd beschikbaar stelt voor zelfstandig werken.

Met deze aanpak maakt je het mogelijk dat elke leerling zich op eigen niveau ontwikkelt. Je voorkomt ermee dat een leerling met hoge cijfers naast de schoenen gaan lopen. Ook voorkom je ermee dat je een leerling met lage cijfers demotiveert. Met deze manier van beoordelen en begeleiden, stimuleer je leerlingen om tijdens zelfstandig werken in eigen tempo een eigen koers te varen.

Onderdeel van deze aanpak is dat je een deel van de onderwijstijd besteedt aan docent gestuurd onderwijs of wel frontaal lesgeven én een deel van je onderwijstijd besteedt aan zelfstandig werken. De onderwerpen die je tijdens het frontaal lesgeven behandelt, werken je leerlingen met een zekere vrijheid uit tijdens zelfstandig werken. Dat maakt het mogelijk dat elke leerling tot zijn recht komt. Niveauverschillen tussen leerlingen zijn bij de beoordeling met vinkjes geen belemmering maar bieden juist mogelijkheden. Verschillen tussen leerlingen benoemt Kierkegaard als ‘hoekigheid’. De ‘hoekigheid’ van het zelf moet volgens Kierkegaard worden aangeslepen i.p.v afgeslepen.

Maar dat hoekige ‘moet juist niet afgeslepen, het moet juist eerder nog wat ‘worden aangeslepen’. Je moet het niet ‘uit mensenvrees helemaal opgeven’ jezelf te zijn in je ‘meer wezenlijke toevalligheid, waarin je jezelf bent”. Visser (2019), Andries

Anders geformuleerd vanuit het perspectief van de docent: “Met deze manier van beoordelen, geef ik mijn leerlingen de gelegenheid zichzelf te worden”.

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze manier van beoordelen?

11.1 Afvinken opdrachten

Aan het begin van een rapportperiode vraag je aan je leerlingen om tijdens zelfstandig werken bij jou opdrachten te laten afvinken. Die opdrachten bestaan zowel uit zelfgekozen onderwerpen die leerlingen als presentatie aan jou laten zien, als uit basisstof die leerlingen bij zichzelf regelmatig toetsen met een app. Van beide type opdrachten geef jij aan hoeveel vinkjes nodig zijn voor een voldoende rapportcijfer. Ook geef je aan hoe het rapportcijfer oploopt bij het laten zien van meerdere opdrachten.

Vanuit het perspectief van de leerlingen: Met elk vinkje verhoogt ik mijn rapportcijfer. Deze manier van belonen is vergelijkbaar met een game. Ik wil zo snel mogelijk zoveel mogelijk vinkjes!

11.2 Rapportcijfers anders berekenen

Deze manier van het berekenen van het rapportcijfer wijkt af van de manier waarop docenten doorgaans het rapportcijfers berekenen. Doorgaans zijn rapportcijfers gebaseerd op het gemiddelde van resultaten van verschillende schriftelijke toetsen. Bij deze manier van beoordelen valt het uiteindelijke rapportcijfer door een leerling al snel nauwelijks meer te beïnvloeden en ontstaat de neiging te mikken op minimaal een 6. Deze manier van beoordelen motiveert niet alle leerlingen. De nu volgende berekening van rapportcijfers aan de hand van het aantal behaalde opdrachten motiveert leerlingen wel.

Afvinken van een opdracht

Een leerling komt, nadat een opdracht is afgerond naar jou toe. Als de opdracht voldoende is, geef jij een vinkje dat je noteert in je cijferlijst. Hoe meer vinkjes, hoe hoger het rapportcijfer. Bij vier opdrachten binnen een rapportperiode krijgt een leerling een 10 op het rapport.

1 opdracht afgerond = 6 op het rapport
2 opdrachten afgerond  = 8 op het rapport
3 opdrachten afgerond = 9  op het rapport
4 opdrachten afgerond = 10 op het rapport

Bij dit voorbeeld is uitgegaan van een vak dat je één uur per week geeft. Geef je twee uur, drie of vier uur per week, dan kun je het uren dat je per week lesgeeft vermenigvuldigen met de vier opdrachten per uur. (2 uur per week: acht opdrachten per rapportperiode, 3 uur per week: twaalf opdrachten per rapportperiode etc.)

11.3 Vinkjes geven in de praktijk getest

Deze beoordeling met vinkjes is gedurende drie jaar achtereen toegepast bij het vak muziek dat één uur per week werd gegeven. In het derde jaar daarvan is er naar deze manier van werken een onderzoek gedaan. Dit onderzoek is online beschikbaar: onderzoek naar muziek praktijk van Johan ’t Hart door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer.

11.4 Differentiatie

Bijzonder aan deze aanpak is dat jij leerlingen die al veel verder zijn dan anderen, een complexere opdracht kunt geven (zie voorbeeld 1 hieronder). Omgekeerd kun je leerlingen die geen aanleg voor jouw vak hebben belonen voor hun inspanning (zie voorbeeld 2 hieronder). Beide inspanningen waardeer je met een vinkje. Bij deze manier van beoordelen vergelijken leerlingen hun resultaten niet met elkaar en ontstaat er geen jaloezie. Leerlingen blijven gemotiveerd. Bij deze aanpak zijn niveauverschillen geen struikelblok maar eerder een uitdaging voor de docent om iedereen op eigen niveau en met eigen talent te laten presteren. De werkelijke potentie van de leerlingen komt hierbij tot zijn recht.

Twee praktijkvoorbeelden

Nu volgen twee voorbeelden van hoe je met deze manier van beoordelen met vinkjes zowel snelle als achterblijvende leerlingen stimuleert.

Praktijkvoorbeeld VO

Een leerling volgt op school muziekles en kon al voor hij bij mij  muziekles volgde steengoed drummen. Als muziekdocent had ik mijzelf leren drummen, maar hij kon het duidelijk beter. Deze leerling had het idee dat de muziekles hem niets had te bieden. Hij verwachtte door even zijn pink op te tillen een 10 te krijgen. Bij de nieuwe aanpak met vinkjes moest hij toch iets doen maar dan op zijn eigen niveau. Hij kon zich niet voorstellen dat hij nog iets zou kunnen leren bij muziekles. Ik vroeg hem: “kun je een patroon spelen waarbij je drie maten hetzelfde speelt en dan in de vierde maat steeds een andere break?” dat bleek hij niet te kunnen. Dat werd zijn eerste opdracht en werd zijn eerste vinkje. De volgende vraag die ik hem stelde was: “Kun je ook in een driekwartsmaat spelen? Ja dat kon hij. “En in een vijfkwartsmaat”? Dat bleek hij niet te kunnen. Dat werd zijn tweede opdracht. enz.

PraktijkvoorbeeldVO

Bij de muziekles bleken twee leerlingen bij geen enkele oefening gevoel voor muziek te hebben. Hun grootste struikelblok was dat ze maar niet in de maat konden spelen. Ook waren er in de les twee getalenteerde leerlingen die alles moeiteloos konden. Ik stelde voor dat de twee vlotte leerlingen de langzame leerlingen op een vrijdagmiddag zouden helpen. Als ze hun klasgenoten ook maar iets konden leren dat leek op muziek, dan kregen beide leerlingen een vinkje. Ze gingen op een vrijdagmiddag aan de slag. De opdracht had van beide kanten iets in hen losgemaakt. De snelle leerlingen zagen het als uitdaging de langzame te helpen en de langzame leerlingen zetten zich onvermoeibaar in. Om vijf uur ’s middags moest ik de vier leerlingen vragen naar huis te gaan!

11.5 Samen beoordelen

Bij deze manier van beoordelen en begeleiden, betrek je je leerlingen bij het geven cijfers. Meer uitleg over hoe je een presentatie samen met een leerling beoordeelt, is te vinden bij deze link: Samen cijfers geven. Bekijk voor meer informatie over de testperiode van drie jaar door Johan ’t Hart deze link:  Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muzieklessen.

11.6 Inzet

Als je werkt met deze vorm van beoordelen en begeleiden, vertoont niet iedere leerling direct dezelfde inzet. Direct valt de groep leerlingen uiteen in drie delen:

  1. Een groep snelle leerlingen die zoveel mogelijk opdrachten wil halen en daarmee zo snel mogelijk een hoog cijfers wil halen.
  2. Een middengroep die op eigen kracht voldoet aan de minimumeisen.
  3. Een groep die niet op eigen kracht voldoet aan de minimumeisen. De reden hiervoor kan nogal uiteenlopen: ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap of geen aanleg voor deze vaardigheid of geen belangstelling voor het onderwerp.

Als je start met deze manier van beoordelen, zal niet iedereen direct  gemotiveerd aan het werk gaan zoals in groep 1 hierboven. De ervaring leert dat bij elke nieuwe rapportperiode de groep leerlingen die gemotiveerd aan de slag gaan groeit.

Met deze manier beoordelen en begeleiden, bereik je uiteindelijk het volgende: Je leerlingen werken hard omdat ze bij jouw vak een hoog rapportcijfer kunnen halen, omdat ze keuzes mogen maken en omdat ze jouw vak daardoor leuk vinden. Ze voelen zich door jou gewaardeerd.

Hoe maak je de eerste groep groter en de derde groep kleiner? Grotendeels gaat dit vanzelf door het peergroup effect:

Peergroupeffect

Leerlingen uit de hierboven genoemde groepen twee en drie zien dat de eerste groep direct goed aan het werk gaat. Deze snelle en serieuze leerlingen geven hiermee het goede voorbeeld en hebben een voorbeeldfunctie. Bij elke nieuwe lesperiode bestaat de kans dat leerlingen uit de laatste twee groepen zich in een volgende periode aansluiten bij de eerste groep, de intrinsiek gemotiveerde. Het peergroupeffect zorgt ervoor dat de eerste groep bij elke volgende lesperiode steeds iets groter is.

Naast het peergroupeffect levert ook de manier wanneer jij leerlingen aanspoort een bijdrage aan de inzet van je leerlingen:

11.7 Aansporen

Jouw manier van aansporen verschilt per week van de rapportperiode. De eerste vijf weken gaat jouw aandacht uit naar de snelle leerlingen, Vanaf de zesde week gaat jouw aandacht vooral uit naar de achterblijvende leerlingen. Je onderscheidt per rapportperiode drie delen:

  1. Week 1-3
  2. Week 4-5
  3. Week 6-8

Snelle leerlingen

Uit de indeling hierboven valt op te maken dat er altijd een groep leerlingen zal zijn die direct aan het werk gaat. Al snel boeken die gemotiveerde leerlingen resultaten en willen zij opdrachten bij jou laten afvinken. Terwijl je daarmee bezig bent, zien leerlingen die nog niet aan het werk gaan hoe de snelle leerlingen succes boeken. De snelle leerlingen geven het goede voorbeelden en boeken resultaat, jij vinkt hun opdrachten af.

Achterblijvende leerlingen

Pas in het derde deel van een rapportperiode spoor je een leerling aan die nog geen enkele opdracht bij jou heeft afgevinkt. Je ziet dit in je cijferlijst. In week 6 kondig je aan dat je de leerlingen die nog geen vinkje hebben extra aandacht geeft. Deze leerlingen krijgen vanaf week zes van jou voorrang. De anderen zullen even moeten wachten tot jij weer tijd hebt. Je vraagt, indien nodig aan snelle leerlingen om achterblijvende leerlingen te helpen.

De kans bestaat dat een leerling die je aanspreekt al snel een vinkje krijgt. Dan geef je aan: als je nog een beetje je best doet, haal je misschien nog een 8 (twee vinkjes).
Vervolgens bestaat de kans dat een leerling die jij bij de hand hebt genomen, in de volgende periode wel weet hoe aan de slag te gaan. Vanaf dat moment is het niet meer nodig deze leerling aan te sporen.

Bij de groep leerlingen die onderpresteert, heb je tijdens zelfstandig werken de tijd om uit te zoeken waarom dat zo is. Een reden voor onderpresteren kan zijn: ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap, niet weten hoe te beginnen, geen aanleg voor de gevraagde vaardigheden of problemen die spelen op de achtergrond. Onderzoek waarom de leerling niet optimaal functioneert. Liggen de problemen op een ander vlak, zoek dan hulp voor de leerling. Heeft het met het vak te maken, geef de leerling dan ondersteuning via een snelle leerling.

11.8 Computerspelletjes

Je wilt dat leerlingen zinvol bezig zijn met jouw vak. Geef van te voren aan dat het niet de bedoeling is dat leerlingen een willekeurig computerspel spelen tijdens de les. Doet een leerling dat toch, dan geef je een Tip. Geef de leerling wel de kans om buiten de les om aan jou te laten zien dat computerspel voor hun project van belang kan zijn. Als het inderdaad nuttig is voor het project, kun je deze leerling toestemming geven toch tijdens de les met het programma te werken.

Als een leerling iets bestudeert wat volgens jou niets met jou vak te maken heeft (b.v. een leerling wil een film gaan maken en bestudeert iets wat daarmee te maken heeft) en je zou deze leerling aansporen iets ‘nuttigs’ te gaan doen, dan beperk je ruimte die jij hem of haar geeft. Beter is het de leerling eerst te vragen waarom hij of zij iets bestudeert.

11.9 Wat moet ik doen als ik klaar ben?

Geef je leerlingen met een extra opdracht de kans om in de eerste periode vooruit te werken aan een vijfde opdracht die meetelt voor het volgende rapport. Ook kun je een snelle leerling die in voor dit rapportcijfer al vier vinkjes heeft verzameld, vragen een achterblijvende leerling te helpen. Alleen als een snelle leerling op jouw verzoek een achterblijvende leerling helpt, telt dit voor de snelle leerling mee als vijfde vinkje.

Bij vier rapportperiodes heeft een leerling minimaal 16 vinkjes nodig om op elk rapport 10 te halen. Een getalenteerde leerling met ambitie, die zich niet laat afleiden en geconcentreerd werkt aan dit doel, is daarmee een inspirerend voorbeeld voor de andere leerlingen. Een leerling die zich maximaal heeft ingezet, kan aan het begin van de vierde rapportperiode 16 vinkjes hebben verzameld. Als een leerling zestien vinkjes verzamelt, geef je deze leerling de rol van klassenassistent. In die rol kan deze leerling medeleerlingen helpen. Dat doet deze leerling niet meer voor een cijfer. Uit de praktijk blijkt dat deze snelle leerlingen het prettig vinden om anderen te helpen. Ook kun je een snelle leerling vragen jou met andere taken te ondersteunen. Als de snelle leerling dat wenst is het mogelijk om in jouw lokaal aan een ander vak te werken. Ook aan andere privileges valt te denken. Met deze aanpak hoeft geen enkele leerling zich te vervelen.

Als onderwijs leerlingen de kans biedt om in eigen tempo te voldoen aan gestelde criteria dan is het onderwijs wellicht door een aantal leerlingen sneller af te ronden dan nu het geval is. In de onderstaande citaten een pleidooi voor eerlijke, individuele directe beloning en waardering in het nu.

Victor Lamme geeft aan hoe beloning zou moeten werken.
Vertaal een beloning in de toekomst naar een beloning in het nu. Dat is het recept voor een betere wereld…Beloning werkt als het individueel, direct, eerlijk en met controle is over het eigen lot.” Lame (2016), Victor

11.10 Niveauverschillen

Als leerlingen bij jou komen om een resultaat te laten zien, zie je verschillende niveaus. Om toch een reëel beeld van de capaciteit van een leerling te krijgen, om de resultaten van leerlingen onderling te kunnen vergelijken, kun als je een vinkje noteert ook een aantekeningen maken over het niveau van een leerling. Deze aantekeningen zijn waardevol bij  rapportvergaderingen en bij het besprekingen van overgang of richtingkeuze. Met deze extra gegevens kun je zinvol meepraten over de capaciteiten van jouw leerlingen. Het mooie van deze gescheiden aantekeningen is dat je je leerlingen van deze extra aantekening niet op de hoogte hoeft te stellen. Zij merken niet dat jij hen onderling vergelijkt. Daarmee voorkom je bij je leerlingen gevoelens van superioriteit of juist van onvermogen. Wat wel mogelijk is om duidelijk te maken aan je leerlingen wat het minimum niveau is dat hoort bij een bepaalde richtingkeuze of studiekeuze.

12 Beloning en waardering inzetten om het onderwijsproces te versnellen

We reageren beter op positieve prikkels dan op negatieve. Als je een collega, vriend of familielid vertelt dat hij of zij een fout heeft gemaakt of niet goed genoeg is, heeft dat een negatieve weerslag. Als je mensen aanvalt, reageren ze defensief en rebels. Maar als je iets zoekt wat te prijzen of te bewonderen valt, stimuleer je het gedrag dat je op prijs stelt en dat je hoopt aan te moedigen.” Ghandi (2017)

Voorbeelden primair onderwijs

  1. Een voorbeeld uit het PO, groep 6, van complimenten en beloning. De juf tekent vijf bloemen op het bord. Elke bloem hoort bij een van de vijf tafels waar leerlingen in vijf groepen aan zitten. Elke keer als de leerlingen aan een tafel bij een verandering van activiteit hun tafel snel opruimen, kleurt de juf een bloemblaadje van de bij hun tafel horende bloem in. Hierdoor aangemoedigd proberen de leerlingen steeds snel klaar te zijn zodat de juffrouw weer een bloemblaadje inkleurt. Deze aanpak zorgt ervoor dat de verschillende groepen het als een spel zien om alle bloemblaadjes door de juf te laten inkleuren. Voor deze leerlingen is alleen al het inkleuren van het bloemblaadje de complete beloning.
  2. Ook dit voorbeeld komt ook uit het PO. Je kunt deze aanpak verder verfijnen. Als de hele bloem van een groep is ingekleurd, krijgt deze groep een beloning. Zij mogen dan bijvoorbeeld een “energizer” kiezen (een spel waar leerlingen enthousiast van worden). Het is raadzaam om ze daarbij uit drie opties te laten kiezen die jij van tevoren bepaalt. Zodra de bloem van een tafel volledig is ingekleurd en een beloning is uitgedeeld, wis je de betreffende bloem en teken je een nieuwe. Deze groep begint dan weer van voren af aan. Zo geef je de andere groepen ook een kans op een beloning. Extra fijn aan deze werkwijze is dat de tafelgroep de directe beloning krijgt, maar de hele groep er ook van meeprofiteert, omdat ze allemaal samen de energizer doen.
  3. Snelle leerlingen kun je belonen met vrije tijd (golden time). Hoe beter ze werken, hoe meer tijd ze krijgen om zelf te kiezen wat ze gaan doen. In deze verdiende tijd mogen zij iets eerder dan de anderen iets voor zichzelf gaan doen.

Voorbeelden Voortgezet onderwijs

  1. Een leerling laat aan jou een nieuw niveau met een app zien en jij complimenteert de leerling. Jij bevestigt dat de leerling het niveau heeft gehaald. je maakt daarvan in je cijferlijst een notitie. Daarmee geef je deze leerling een beloning in het nu. Jij ziet dat een leerling goed aan het werk is en spreekt je waardering uit. Leerling en docent zijn allebei trots op elkaar.
  2. Maar ook als een leerling de app gebruikt tijdens zelfstandig werken, kan het resultaat met de app voor de leerling al voldoende beloning geven. De app geeft direct feedback. Het behalen van een nieuw niveau kan tot grote vreugde leiden! Een docent stond met een camera een leerling te filmen (een tijd geleden toen dit nog mocht) die met een app bezig was. De leerling had dit niet in de gaten. De leerling behaalde een nieuw niveau, juichte en gooide de armen omhoog. Daarmee sloeg zij per ongeluk de camera uit de handen van de docent. Als de beoordeling door de app van een test goed uitvalt, is dat voor een leerling een beloning in het nu.
  3. De genoemde voorbeelden van beoordeling met vinkjes zijn ook voorbeelden van waardering in het nu.
  4. Een snelle leerling kan een langzame leerling helpen. Niet alleen de langzame leerling profiteert, ook de snelle leerling leert uitleg te geven.

 13 Samenvatting

Wederzijdse beoordeling, docent beoordeelt leerling en leerling beoordeelt docent, heeft de volgende voordelen:

  1. Beoordeling is een sterk middel waarmee je de motivatie van leerlingen beïnvloedt.
  2. Wederzijdse beoordeling zorgt voor gelijkheid, vertrouwen in elkaar en het bevordert samenwerking.
  3. Het maakt duidelijk dat iedereen naar school komt om zich te ontwikkelen, ook de docent.
  4. Doordat leerlingen jouw lesmateriaal en lesstijl beoordelen, komen voor jou mogelijkheden voor verbetering aan het licht. Suggesties van leerlingen zetten je op een nieuw spoor, bijvoorbeeld van het toevoegen van een nieuw actueel onderwerp waar je zelf niet aan had gedacht.
  5. Je kunt jezelf vraaggestuurd noemen als je de feedback van je leerlingen en hun vragen omzet in nieuw lesmateriaal.
  6. Voor iedereen blijft het onderwijs een avontuur en een uitdaging.
  7. Met de beoordeling met vinkjes geef je iedere leerling de kans een 10 te halen. Dat motiveert elke leerling.

  • In dit digitale tijdperk is lastig om 30 leerlingen eenzelfde toets thuis te laten maken. Een wiskundedocent besloot daarom om dertig verschillende toetsen te maken. Hij maakte de vragen zo complex dat het niet mogelijk was de antwoorden op internet op te zoeken. Voor zijn leerlingen is het dan niet meer aantrekkelijk om te spieken. Zo loste deze docent dit op. Er zijn vast nog meer methodes te bedenken.
  • Laat leerlingen voorafgaande aan de digitale toets ondertekenen dat ze niet zullen spieken en geef aan dat als ze dat wel doen ze andere leerlingen en zichzelf in gevaar brengen. Bij het vak programmeren op de HvA hielden studenten zich aan deze digitale afspraak.
  • Docent Nederlands Stephanie bespaart tijd: In plaats van een proefwerk, laat zij alle leerlingen tegelijkertijd werken aan de app. Zij staat achteraan op een tafel en overziet of iedereen met de app aan de slag is en daarmee aan het werk blijft. Voorafgaande aan deze toets met de app is afgesproken dat als één leerling iets anders gaat doen, zij helaas toch nog een proefwerk met deze klas moet afspreken….