3.3 Beoordeling

De manier waarop docenten en leerlingen elkaar beoordelen, heeft invloed op het hele onderwijsproces.

Uiteraard beoordeel ik mijn leerlingen. Daarbij zoek ik naar manieren van beoordelen die bijdragen aan de intrinsieke motivatie van mijn leerlingen. Op mijn beurt vraag ik aan mijn leerlingen om mijn stijl van lesgeven en mijn lesmateriaal te beoordelen. De manier waarop ik beoordeel is, bepalend voor de resultaten en voor het wel of niet voldoen aan de eisen van het onderwijs. Bij deze module ligt het accent op het onderwijsdoel Kwalificatie.

In opdracht van UNICEF Nederland heeft het Trimbos-Instituut samen met Stichting Alexander en de Universiteit Utrecht, onderzoek gedaan in welke mate jongeren spanning of stress ervaren en op welke (positieve) manier zij hier zelf mee om gaan. Het onderzoek ‘Geluk onder Druk?’ geeft voor het eerst landelijke cijfers over hoe jongeren stress en prestatiedruk ervaren en hun prestaties vergelijken met anderen. Op grond van dit onderzoek heeft UNICEF de volgende adviezen geformuleerd. Allereerst is het belangrijk te investeren in het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren, zowel thuis als op school. Daarnaast pleit UNICEF om samen met jongeren te bekijken hoe de schooldruk kan worden verlaagd. Ook vraagt zij om een schoolklimaat waarin leerlingen gezien worden, zichzelf kunnen zijn en hulp kunnen vragen en voor meer dialoog in de school.” Citaat uit een artikel genaamd ‘Staat het geluk van de Nederlandse kinderen onder druk?’

Huidige aanpak:

Hoe beoordeel ik nu mijn leerlingen?

Toekomstige aanpak:

Hoe beoordeel ik in de toekomst mijn leerlingen?

Introductievideo

Jij geeft je leerlingen feedback én jouw leerlingen geven jou feedback. Het is een wederzijds proces. Als je die beoordeling zo geeft dat de leerling bij elke taak die ze krijgen een hoger rapportcijfer krijgen, dan is het voor hen altijd interessant om te werken. Dan hoeven ze zich niet te storen aan een gemiddelde wat maar niet opschuift. Hoe meer taken ze doen, hoe hoger het rapportcijfer. Dat is een beoordeling met vinkjes. Ik kan het iedereen aanraden. Je leerlingen gaan dan heel hard werken.

Voorbeelden

Inleiding

Beoordeling is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden en is te zien als een losse module. Met deze module krijgt iedereen de kans elkaar te beoordelen en daarmee maak je orde.

Als je ervoor kiest om meer vrijheid te geven aan je leerlingen, vraagt dat om een andere manier van beoordelen. Je leerlingen doen niet meer allemaal hetzelfde en als ze wel hetzelfde doen, doen ze dat wellicht op een ander moment. Dit maakt een gezamenlijke toets niet vanzelfsprekend. Toch is het jouw verantwoordelijkheid om je leerlingen voor te bereiden op het examen. Misschien lijkt het lastig om deze beide elementen te combineren: vrijheid en voldoen aan eisen. In deze module laten wij zien dat dit wel degelijk mogelijk is.

De nu volgende vier vragen helpen je op weg bij het veranderen van jouw manier van beoordelen. Om je te oriënteren op de verschillende mogelijkheden van beoordelen stellen wij eerst een paar vragen.

vraag 1. Onderwijsdoelen

Hoe beoordeel je naast Kwalificatie de onderwijsdoelen Socialisatie en Persoonsvorming? (de drie domeinen van Biesta)
Geef je voor Socialisatie en Persoonsvorming cijfers? De volgende vragen komen dan bijvoorbeeld naar voren:

  1. In hoeverre is deze leerling gekwalificeerd? (Kwalificatie)
  2. Hoe functioneert deze leerling in de groep? (Socialisatie)
  3. In hoeverre geeft deze leerling blijk van persoonsvorming? (Persoonsvorming)

vraag 2. Omgaan met verschillen

Bij deze afbeelding waarbij verschillende dieren de boom in gaan klimmen, is duidelijk te zien dat iedere dier andere capaciteiten heeft.

  1. Hoe ga je in lessen om met verschillen in aanleg en capaciteit tussen leerlingen?
  2. Hoe houd je tijdens het beoordelen rekening met deze verschillen?
  3. Hoe zorg je ervoor dat jouw manier van beoordelen ervoor zorgt dat jouw leerlingen minstens aan de minimumeisen voldoen?

vraag 3. Docentgestuurd- of Leerlinggestuurd onderwijs

Lees meer over het verschil tussen docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs.

Voor een deel bepalen het ministerie van onderwijs, jouw school of jouw sectie welke lesstof je presenteert en bepalen zij welke kennis jij overdraagt. Daarnaast bepaal jij zelf hoe je de lesstof aan je leerlingen presenteert en welke werkvormen je kiest bij het behandelen van de lesstof. Jij bepaalt hoe je de door anderen geselecteerde kennis overdraagt.

Je kunt dan kiezen voor docentgestuurde onderwijs met daarbij frontale lessen of voor leerlinggestuurd onderwijs dat meer gericht is op zelfstandig werken. Welke rol speelt beoordeling in beide situaties? Bij zowel docentgestuurd onderwijs als bij leerlinggestuurd onderwijs stel je de volgende vragen:

  1. Hoe vrij kun je leerlingen laten als ze werken aan de basisstof?
  2. Hoe coach je leerlingen als ze aan het werk zijn met zelf gekozen of door jou bepaalde onderwerpen.
  3. Hoe betrek je je leerlingen bij het beoordelen van hun resultaten op een manier die hun leerproces ondersteunt?
  4. Hoe coach je zelfsturing?
  5. Welke rol speelt samenwerking bij de beoordeling?

vraag 4. Wederzijdse beoordeling – gelijkwaardigheid

Dat jij jouw leerlingen beoordeelt, is inherent aan jouw beroep als docent. Dat jouw leerlingen jou beoordelen is minder vanzelfsprekend. Wellicht verwacht je kritiek.

Voorbeelden van vragen waarmee jouw leerlingen jouw lesmateriaal en jouw stijl van lesgeven te beoordelen 

Als jij suggesties van leerlingen serieus neemt en hun aanvullingen opneemt in jouw lesmateriaal, dan ben jij ‘klantgericht’ aan het lesgeven (de leerling is hier de klant). De ervaring leert dat leerlingen zinnige kritiek hebben. Van het verwerken van hun kritiek profiteert iedereen, ook jij! Je voorkomt ermee dat je in volgende periodes de fouten in- en de onvolledigheid van het bestaande lesmateriaal jou en je leerlingen blijven achtervolgen. Zo verbetert geleidelijk de kwaliteit en de breedte van jouw lesaanbod.

Beoordeling is een module die hoort bij de invalshoek Lesinhoud.

Deze afbeelding is onderdeel van het Overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoudsopgave

  1. Belang van beoordeling
    1.1 Starten met een nieuwe vorm van beoordelen
  2. Docent beoordeelt leerling
    2.1 Behandel je leerlingen als gelijken
    2.2 Beoordeling bij docentgestuurd onderwijs
    2.3 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs
    2.4 Samen cijfers geven
    2.5 Leerling beoordeelt in hoeverre het gestelde doel is behaald
    2.6 Hoe betrek je de inspanning van een leerlingen bij de beoordeling?
    2.7 Docent stelt leerling open vragen
    2.8 Speuren naar talent
    2.9 Valkuil accent op docentgestuurd of leerlinggestuurd
  3. Leerling beoordeelt docent
    3.1 App waarmee je leerlingen om feedback vraagt
    3.2 Leerlingen beoordelen jouw stijl van lesgeven
    3.3 Leerlingen beoordelen de lesstof
    3.4 Jij gaat aan het werk met feedback van je leerlingen
  4. Docent beoordeelt zichzelf
  5. Beoordeling van basisstof met app
    4.1 Apps met of zonder verbinding met internet
    4.2 Op tijd aan het werk met de basisstof
    4.3 De langzame groep
    4.4 Centrale proefwerk
    4.5 Kunstmatige intelligentie
  6. Bonuspunt voor leerling een andere leerling helpt
  7. Praktijkvoorbeeld leerlinggericht onderwijs bij het vak muziek
  8. Samengesteld cijfer voor een toets
  9. Vinkjes: Rapportcijfers baseren op hoeveelheid afgeronde opdrachten
    9.1 Vooruitwerken
    9.2 Zowel snelle als achterblijvende leerlingen stimuleren
  10. Beloning en waardering inzetten om het onderwijsproces te versnellen
  11. Samenvatting

1 Belang van beoordeling

Beoordeling bepaalt doorgaans of iemand ergens voor gekwalificeerd is. Beoordeling heeft meer effect als deze:

  1. wederzijds is en in dienst staat van de ontwikkeling van alle betrokkenen (docent en leerlingen).
  2. aanvoelt als persoonlijke begeleiding of coaching.
  3. ervoor zorgt dat wij (docent en leerlingen) actief met de lesstof bezig zijn en blijven.

1.1 Beoordeling bij zelfstandig werken

Als elke leerling tijdens zelfstandig werkt aan een zelfgekozen onderwerp, vraagt dat om beoordeling op maat. Als jij je leerlingen de gelegenheid geeft om zelf een onderwerp te kiezen, is het belangrijk om van te voren na te denken hoe je de verschillen die dan ontstaan, beoordeelt. Bij een presentatie van een door de leerling gekozen onderwerp, vraag je de leerling zichzelf voorafgaande aan een presentatie een cijfer te geven. Dat cijfer vergelijk je na de presentatie met het cijfer dat je er zelf voor geeft.

Daarnaast vraag je om de zoveel tijd aan je leerlingen om feedback over het lesmateriaal en jouw manier van lesgeven.

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module beoordeling? Zet Vriendelijk orde houden in de klas dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Docent beoordeelt leerling

De manier waarop je je leerlingen beoordeelt, bepaalt voor een deel het resultaat.

2.1 Behandel je leerlingen als gelijken

Onderschat leerlingen niet en beschouw hen als gelijken. Oordeel niet te snel (labelen). De oorzaak van slechte resultaten kan zijn: ontbrekende kennis, motivatie- of concentratieproblemen of persoonlijke beperkingen. Als je met de leerling daar een oplossing voor vindt, en bijvoorbeeld met hulp van medeleerlingen of met externe hulp ontbrekende kennis vergaart, verbeteren de resultaten. Startpunt is vertrouwen in je leerlingen. Zou je in een vroeg stadium een leerling labelen als zwak, dan is het voor jou daarna moeilijker te accepteren als een leerling zich plotseling snel ontwikkelt. Je bent dan genoodzaakt toe te geven dat jouw beoordeling niet klopte. Dit labelen voorkom je door minder absolute eisen te stellen aan de groei van je leerlingen. Wees je er daarbij van bewust dat jij enerzijds globaal de groei van leerlingen aanstuurt en dat jij anderzijds de leerlingen zelf invulling laat geven aan hun persoonlijke groeitraject. Bij dat laatste geef jij je leerlingen vertrouwen en laat je ze los en geef je ze vrijheid.

2.2 Beoordeling bij docentgestuurd onderwijs

Als je wilt dat leerlingen kennis en vaardigheden opdoen op het gebied van de basisstof en je wilt dit kunnen meten, zorg er dan voor dat de beoordeling voldoet aan de kenmerken van SMART: Specifiek, Meetbaar, Accuraat, Realistisch, Tijdgebonden. Bespreek dit ook met je leerlingen, dan begrijpen ze waarom je voor deze manier van beoordelen kiest. Als de SMART-specificaties hieronder aan de orde komen, staan deze tussen haakjes vermeld.

Aan het begin van een periode (van acht weken) geef je aan welke basisstof de leerlingen aan het einde van de periode moeten beheersen (SMART/tijdgebonden). Elke leerling bepaalt in die periode zelf wanneer hij of zij met de basisstof aan de slag gaat. Tijdens het werken met de basisstof zorg jij voor apps waarmee jouw leerlingen zelf beoordelen of ze het door jou aangegeven niveau van de basisstof beheersen. Aan het einde van een periode geef jij alle leerlingen tegelijk een toets over de basisstof (SMART/meetbaar).

Bij deze manier van werken hebben leerlingen een zekere vrijheid om te plannen en kunnen ze zichzelf toetsen. Bij punt 3 – hieronder – vind je meer informatie over hoe leerlingen zichzelf met een app kunnen beoordelen.

2.3 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs begint een leerling aan een eigen traject. Jouw beoordeling heeft dan meer weg van coaching dan van een eindbeoordeling.

Hoe coach je de eigen ontwikkeling van een leerling? Hoe zorg je ervoor dat de ontwikkeling niet stopt na een beoordeling, maar dat de beoordeling de verdere ontwikkeling juist stimuleert?

Nadat leerlingen een onderwerp hebben gekozen ronden zij hun werkzaamheden af met een presentatie. Waar let je dan op? Welke aspecten spelen voor de leerling een rol?

  1. Vergaren van kennis
  2. Samenvatten van kennis
  3. Leren organiseren
  4. Leren omgaan met presentatiemiddelen
  5. Zelfvertrouwen verkrijgen
  6. Leren presenteren

2.4 Samen cijfers geven

Je vraagt een leerling die gaat presenteren om voorafgaande aan zijn of haar presentatie zichzelf een cijfer te geven. Je bespreekt na afloop van de presentatie het cijfer dat de leerling zichzelf gaf en vergelijkt dat met het cijfer dat jij na afloop van de presentatie geeft. Beide cijfers leiden tot één cijfer dat jij bepaalt. Het voordeel hiervan is dat jij ziet hoe een leerling zichzelf inschat. Een leerling kan zichzelf onder- maar ook overschatten. In beide gevallen is het goed de beoordeling met de leerling te bespreken.

  1. Als een leerling zichzelf een 2 geeft en jij zou een 7 geven, dan geef je aan dat de leerling niet zo bescheiden hoeft te zijn. Daarmee help je een leerling bij het verkrijgen van zelfvertrouwen.
  2. Als een leerling zichzelf een 10 geeft en jij vindt het een 4, vraag dan de leerling het onderwerp opnieuw en beter te bestuderen, geef aan dat je van de leerling verwacht nogmaals de presentatie te geven op een later tijdstip. Voor de zojuist gegeven presentatie geef je geen cijfer. Deze leerling merkt dan dat er met te weinig inspanning geen cijfer valt te behalen.

Hieronder staat een link naar een manier van beoordelen waarbij je dit soort inschattingen noteert. Dit voorbeeld is gemaakt voor het vak muziek. Pas dit voorbeeld aan aan je eigen situatie. Bij deze link over de muziekpraktijk van Johan ’t Hart staan onderaan de pagina twee gekleurde afbeeldingen: de groene en gele afbeelding. Voorafgaande aan een presentatie beoordeelden leerlingen zichzelf met behulp van deze formulieren.

Bij deze aanpak is een presentatie pas afgerond als jij ziet dat er genoeg aandacht aan is besteed. Jouw rol bij deze vorm van beoordelen lijkt meer op coachen dan op de traditionele rol van docent die iets overdraagt.

Lees meer deze manier van presenteren bij leerlinggestuurd onderwijs

2.5 Leerling beoordeelt in hoeverre het gestelde doel is gehaald

Bij de start van de volgende periode vraag je de leerlingen te beoordelen in hoeverre ze het doel van de vorige periode hebben behaald. Door het beoordelen van hun eigen resultaten zijn je leerlingen na verloop van tijd in staat realistische doelen te stellen. Je adviseert ze daarbij om als ze weinig resultaat hebt geboekt, bij de volgende periode een bescheiden doel te kiezen. Bij succes kunnen zij een ambitieuzer doel stellen.

2.6 Hoe betrek je de inspanning van een leerling bij de beoordeling?

Als leerlingen zichzelf beoordelen weten ze zelf hoeveel inspanning ze hebben geleverd. Als ze er hard voor hebben gewerkt en toch een mager resultaat behalen, is het verstandig om ze voor hun inspanning te complimenteren en ze te vragen ter afronding aan één essentieel punt extra aandacht te besteden. Overweeg dan een iets te royaal cijfer te geven in de hoop dat ze daarmee hun motivatie niet verliezen en hard blijven werken.

2.7 Docent stelt leerling open vragen

  • Hoe was je inzet?
  • Hoeveel begrijp je nu van het onderwerp?
  • In hoeverre heb je het doel dat je stelde aan het begin van deze periode bereikt?

Met dezelfde vragen beoordeelt de leerling zichzelf.

2.8 Speuren naar talent

Een positieve manier van beoordelen is om op zoek te gaan naar talent op cognitief, sociaal of persoonlijk vlak van leerlingen. Door dat te doen maak je orde. Zie jezelf als een scout op zoek naar talent. Ontdek je talent, dan stimuleer je de leerling dit talent uit te bouwen en te gebruiken in de context van de les. Iets goed kunnen geeft een leerling zelfvertrouwen en zorgt voor intrinsieke motivatie, zeker als jij deze leerling vraagt om de eigen expertise met andere leerlingen te delen.

2.9 Valkuil accent op docentgestuurd of op leerlinggestuurd

Te veel aandacht voor docentgestuurd onderwijs

Als jij bepaalt wat en wanneer leerlingen iets bestuderen en de resultaten centraal toetst, valt er voor leerlingen weinig te kiezen. Als je naast de basisstof weinig open opdrachten aanbiedt, lijkt het voor de leerlingen alsof jouw vak ophoudt bij de in de basisstof behandelde onderwerpen. De leerlingen maken dan geen kennis met de volle breedte van jouw vak. Een persoonlijk invulling geven aan jouw vak is voor hen niet mogelijk.

Te veel aandacht voor leerlinggestuurd onderwijs

Een presentatie van een zelfgekozen onderwerp beoordeel je mondeling. Bij die mondelinge beoordeling let je onder andere ook op voor vakkennis irrelevante vragen zoals: de leerling komt zelfverzekerd over, de leerling heeft een mooi plaatje op de voorkant van het werkstuk en weet het onderwerp goed te presenteren.

Het gevaar van uitsluitend beoordelen van open opdrachten, is dat het gaat lijken op een crèche: ‘Ja, uw kind heeft weer lekker gespeeld vandaag’. Als je je teveel beperkt tot open opdrachten bestaat het gevaar dat de basisstof te weinig aandacht krijgt terwijl je wel wilt dat een leerling het examen haalt. Stel dat je je bij de opleiding tot automonteur beperkt tot open vragen, open opdrachten en open beoordeling, dan is het niet gezegd dat de leerling van die opleiding een goede automonteur wordt.

Zou je onderwijs te veel baseren op open vragen, opdrachten en beoordeling, dan vergroot je enerzijds de mogelijkheden van de leerlingen om zelfstandig met jouw vak aan de slag te gaan. Je verkleint daarnaast de mogelijkheden voor een centrale beoordeling omdat iedereen bij open opdrachten andere vaardigheden opdoet.

Valkuilen vermijden

Om deze valkuilen te vermijden, raadt VOH aan te streven naar een mix van basisstof en keuzestof. In beide gevallen geef je leerlingen een zekere vrijheid van planning en bij de basisstof stel je voor de leerlingen een app ter beschikking waarmee leerlingen zichzelf toetsen. Zo ontstaat gelijkwaardigheid wat betreft de beoordeling: jij kunt een leerling beoordelen, maar dat kunnen ze ook zelf. Met een app stimuleer je zelfsturing van je leerlingen, het bespaart jou tijd én de app is onpartijdig.

3 Leerling beoordeelt docent

Normaal gesproken beoordeel jij de leerling. Nu volgt een pleidooi voor het laten beoordelen door leerlingen van jouw lesmateriaal en jouw manier van lesgeven. Als je daarmee aan de slag gaat, zorgt dat voor gelijkheid én je geeft de aanzet tot samenwerking.  Zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat.

Wel of niet vragen aan je leerlingen om jou te beoordelen:

  1. Wel: Met hun suggesties repareer je onvolkomenheden in het lesmateriaal en krijg je inzicht in je eigen lesstijl. Ook krijg je van je leerlingen suggesties voor andere onderwerpen die jij tot nu toe nog niet aanbood. Het laten beoordelen van je eigen lesmateriaal vereist lef.
  2. Niet: Je vraagt geen feedback aan je leerlingen. Leerlingen in de daarop volgende jaren krijgen dan te maken met steeds dezelfde onvolkomenheden. Jij tast in het duister over de kwaliteit van jouw aanbod.

Geschikte momenten om je door leerlingen te laten beoordelen zijn het afronden van een rapportperiode, als leerlingen terugkijken op wat ze dit blok hebben gedaan of het einde van een schooljaar waarbij ze terugblikken op het hele jaar.

3.1 App waarmee je leerlingen om feedback vraagt

Bij ‘Voorbeelden’ bovenaan staat een link naar een app Survey Monkey, en onzeles.nl waarmee je de benodigde informatie kunt vergaren over jouw lesmateriaal.

3.2 Leerlingen beoordelen jouw stijl van lesgeven

Je vraagt de leerlingen in hoeverre ze het eens zijn met de onderstaande vier beweringen. Ze scoren per vraag van 1 tm 5
1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  1. De docent geeft op een vriendelijke manier les.
  2. De docent geeft op een duidelijk manier les.
  3. De docent geeft duidelijk aan wat we moeten doen.
  4. Ik doe wat de docent van mij vraagt.

3.3 Leerlingen beoordelen de lesstof

Je vraagt aan je leerlingen de lesstof te beoordelen:

  • Hoe beoordeel je de lesstof?
  • Welke informatie was het meest waardevol voor jou?
  • Heb je aanvullingen of verbeteringen voor de lesstof?
  • Heb je bij deze opdracht informatie gemist?
  • Zijn er nieuwe onderwerpen die je graag zou willen kiezen?
  • Wat hebben jullie van mij nodig om nog beter te kunnen werken?

3.4 Jij gaat aan het werk met feedback van leerlingen

De kans bestaat dat de beoordeling door leerlingen van jouw lesmateriaal een stortvloed aan tips oplevert. Probeer hun aanwijzingen niet te zien als kritiek. Selecteer weloverwogen een aantal verbeterpunten en verwerk die in de nieuwe cyclus. Deze verbeteringen zijn slechts een momentopname in een continu proces van verbetering. Als jij op deze manier verbeteringen aanbrengt ben je ‘klantgericht’ (leerling is hier de klant). Je lesmateriaal vormt zich met suggesties van je leerlingen en is dan niet langer uitsluitend gebaseerd op je eigen intuïtie.

Door afspraken te maken met collega’s is het mogelijk met hen de verbeterpunten onderling te verdelen en die dan afzonderlijk te implementeren. Zo creëer je gezamenlijk een veelzijdige leeromgeving en zullen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal steeds beter beoordelen. Normaal gesproken beoordeel jij de leerling. In dit geval beoordelen leerlingen ook jouw (jullie) lesmateriaal. Het feit dat iedereen elkaar beoordeelt, zorgt voor gelijkheid. Deze wisseling van rol tussen jou en de leerlingen draagt bij aan een aantrekkelijk leerklimaat.

Geef daarom je leerlingen de kans jou te beoordelen. Je laat daarmee zien dat jij hun wensen op het gebied van het lesmateriaal serieus neemt. Daardoor verdwijnen fouten uit jouw lesmateriaal en neemt de kwaliteit van jouw onderwijs toe. Daar genieten de huidige en toekomstige leerlingen van en ook jijzelf.

Als het je lukt om je leerlingen te motiveren en uit eigen beweging constructief te laten werken, houd je energie over om jouw leeromgeving verder te verfijnen. Je leerlingen hebben nu zeggenschap over (een deel van) hun eigen leerproces. Jouw intrinsiek gemotiveerde leerlingen verrassen jou met steeds nieuwe invalshoeken zodat jij zelf steeds breder op de hoogte raakt van de jouw eigen vak.

4 Docent beoordeelt zichzelf

Om inzicht te krijgen in je eigen manier van lesgeven stel je jezelf af en toe een aantal vragen.

1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  1. Ik praat zacht en verstaanbaar als ik lesgeef.
  2. Ik beschouw mijzelf als een vriendelijke docent.
  3. Ik geef duidelijk aan wat ik vraag van de leerlingen.
  4. Bij mij in de les doen leerlingen wat ik van hen vraag.

Hierboven bij punt 3.2 staan dezelfde vragen maar dan over jouw rol in de klas. Deze vragen laat je beantwoorden door leerlingen. Als beide vragenlijsten zijn beantwoord, kun je jouw eigen antwoorden vergelijken met die van je leerlingen. De ervaring leert dan de leerlingen vaak positiever over jou denken dan jij over jezelf denkt!

5 Beoordeling van basisstof met app

Voorafgaande aan centrale toetsing vraag je je leerlingen hun niveau van de basisstof met een app te toetsen, liefst met een app waarmee ze de lesstof in spelvorm samen kunnen toetsen. Het voordeel van een app is dat deze objectief toetst.

PraktijkvoorbeeldVO

Alle leerlingen op onze school maakten gebruik van een app waarmee leerlingen hun vaardigheden op muziekgebied konden toetsen. Iedereen kon elkaars prestaties daarbij zien. Voordat ik de leerlingen met deze app liet werken, maakte ik een account aan en testte ik de app. Iedere gebruiker kon elkaars resultaten zien dus zagen mijn leerlingen hoeveel punten ik totaal had behaald. Een aantal leerlingen hielden dit scherp in de gaten en wilden altijd een hoger aantal punten dan ik. Om de zoveel tijd haalde ik er dan weer punten bij en gingen ze weer aan het werk!

Het gemiddelde cijfer is doorgaans een 6.3. Met een app kun je dat gemiddelde verhogen. Je kunt met een app van je leerlingen vragen een niveau te halen dat gelijk staat aan een 8! Hoe pak je dat aan?

  1. Tijdens zelfstandig werken kan iedere leerling in een eigen tempo aan de basisstof werken.
  2. In het laatste deel van een periode vraag je een aantal snelle leerlingen een aantal langzame leerlingen te helpen met de basisstof.
  3. Jij vraagt je leerlingen om, als ze met de app het door jouw gevraagde niveau van de basisstof behalen, dat aan jou te laten zien. Een geschikt moment daarvoor is als je leerlingen zelfstandig werken. Zo houd je de vinger aan de pols en krijg je nog voor het centrale proefwerk een beeld van hun niveau. Ook zie je aan je administratie wie nog niets heeft laten zien. Die leerlingen geef je aan het eind van een periode extra aandacht. Overweeg de resultaten die ze met de app aan jou laten zien mee te tellen als bonuspunten bij het uiteindelijke proefwerkcijfer dat je geeft voor de basisstof.

Doordat jij aantekeningen maakt van de voorproefjes van kennis van je leerlingen die zij  jou laten zien, kun je vooraf inschatten hoe goed het resultaat van de afsluitende centrale toets over de basisstof zal uitpakken (zie hieronder het punt ‘centrale toets’).

Een app is geschikt om de basisstof te toetsen. Met een app kun je gesloten vragen laten beoordelen. Maar ook inzichtvragen kun je beoordelen met een app met multiple choice vragen. Een app heeft de volgende voordelen:

  1. Een app beoordeelt objectief (SMART/specifiek, meetbaar, accuraat, realistisch)
  2. De beoordeling kost jou minder tijd
  3. De leerling bepaalt zelf het moment van toetsing, krijgt door de app direct feedback en laat dit bij een goed resultaat aan jou zien.
  4. Apps in game-vorm die leerlingen samen kunnen spelen, zijn extra aantrekkelijk voor leerlingen.
  5. De moeilijkheidsgraad is bij een app instelbaar:  Je kunt bijvoorbeeld instellen hoe lang je over een vraag mag nadenken.

Als je ziet dat een leerling in een snel tempo vragen juist beantwoordt, dan weet je dat deze leerling ruimschoots de benodigde vaardigheden bezit. (SMART/tijdgebonden).

Zoek daarom naar apps (of maak ze zelf, of laat ze maken) waarmee leerlingen hun basisvaardigheden beoordelen en onderzoek of die app jou de mogelijkheid biedt om in korte tijd te beoordelen of een leerling een bepaald niveau beheerst.

Bij methodes horen vaak apps waarmee de docent online de resultaten kan zien. Ook zijn er apps die je installeert en die vervolgens los van internet bruikbaar zijn.

Binnen een rapportperiode kan een app op twee verschillende momenten een rol spelen:

  1. De leerling beoordeelt zichzelf af en toe met een app om te zien of het vereiste niveau al is bereikt. Deze beoordeling telt niet mee voor het cijfer.
  2. De leerling laat jou zien tijdens het zelfstandig werken of op een moment dat jij even tijd hebt, dat hij of zij een niveau met de app behaalt. Jij ziet snel of dit het geval is en deze beoordeling kost jou weinig tijd. Overweeg deze beoordeling mee te laten tellen als SO of als bonuspunt. Als een leerling voor jouw ogen bewijst dat het niveau is gehaald, complimenteer je de leerling. Zowel voor leerling als docent is dit een waardevol moment.

5.1 Apps met of zonder verbinding met internet

Voordat je apps gaat gebruiken, is het aan te raden te bedenken wat voor app je gaat gebruiken en waar en hoe je deze app wilt inzetten. Er zijn apps die je download en die je zonder internet gebruikt en er zijn apps waarbij je wel internet nodig hebt. Aan beide soorten apps zijn voor- en nadelen verbonden.

Apps die wel verbonden zijn met internet

Als apps verbonden zijn met wifi/internet en jij ziet de resultaten op je scherm dan heeft dat voor- en nadelen.

Voordeel:

Vaak kun je bij dit soort apps de voortgang van een leerling online zien.

Nadelen:

  • Je weet niet zeker of de leerling de resultaten zelf behaald of dat iemand anders de test maakt.
  • Frauderen is niet uitgesloten.
  • Als wifi niet goed functioneert, hindert dat het gebruik van de app.
  • Bij deze manier van online beoordelen is er geen direct contact tussen jou en de leerling.

Apps die niet verbonden zijn met internet

Voordeel:

  • Als wifi hapert, kan de leerling gewoon doorwerken als de app van tevoren is geïnstalleerd op zijn tablet. (De systeembeheerder van de school kan de app aan het begin van het jaar installeren op alle tablets van de leerlingen).
  • Tijdens het zelfstandig werken komt een leerling naar jou toe en toont de behaalde resultaten met de app. Doorgaans weet de leerling van te voren of hij of zij het vereiste niveau zal halen. Dit contactmoment bevordert de verstandhouding tussen de leerling en de docent.
  • Frauderen is bij deze manier van beoordelen onmogelijk.

Nadeel:

Bij apps die niet verbonden zijn met internet beschik je niet over een digitaal overzicht van de resultaten van de leerlingen.

5.2 Op tijd aan het werk met de basisstof

Als jij naast de basisstof allemaal leuke open opdrachten hebt klaargezet, is de kans groot dat de leerlingen eerst daarmee aan de slag gaan en de basisstof in de vorm van een nieuw niveau met de app pas op het allerlaatste moment aan je laten zien. Als blijkt dat de leerlingen te lang wachten, kun je dat voorkomen door een rapportperiode in drie delen te verdelen en in de eerste delen van de periode voor de zelfbeoordeling van de basisstof met de app bonuspunten te geven. Dat zou je op de volgende manier kunnen doen:

Een leerling die snel aan het werk gaat met de basisstof en een goed resultaat laat zien, geef je in het eerste deel van een periode twee bonuspunten te geven.

Een leerling die aan het werk gaat met de basisstof en een goed resultaat laat zien, geef je in het middelste deel van een periode één bonuspunt.

Een leerling die de resultaten met de app aan je laat zien in het laatste deel van een periode geef je geen bonuspunt. Bij het noteren van resultaten van leerlingen geef je aan wie bij het snelle deel hoorde, het middelste deel en het laatste deel. Dit kan iets zeggen over:

  • het niveau van een leerling.
  • de snelheid van werken van een leerling.
  • de werkhouding van een leerling.
  • de interesse van een leerling.
  • keuzes van een leerling.

5.3 De langzame groep

In het laatste deel van de periode ruim je tijd in om tijdens het zelfstandig werken naast een langzame leerling te gaan zitten die nog geen resultaten aan jou heeft laten zien. Als het nodig is, koppel je deze leerling aan een snelle leerling die al in het eerste deel van de periode de basisstof beheerste. Deze langzame leerlingen horen dan van jou hoeveel tijd ze nog hebben en of ze een eindsprint moeten inzetten. Zo zorg je ervoor dat iedere leerling de benodigde aandacht krijgt, dat iedereen de basisstof beheerst én dat iedereen leert plannen en op tijd klaar is met oefenen voor het proefwerk. (SMART/tijdgebonden/realistisch)

5.4 Centraal proefwerk

Als je aan het einde een periode de basisstof afsluit met een centraal proefwerk, weet je door de eerdere resultaten met de app dat de meeste leerlingen goed zullen scoren. Nog voordat je het proefwerk hebt nagekeken, ben je er zeker van dat vrijwel alle leerlingen de basisstof goed beheersen (SMART/Tijdgebonden).

Als je naast de beoordeling met de app ook beoordeelt met een centrale toets, geeft dat de leerling op drie momenten inzicht in eigen kunnen:

  1. De leerling beoordeelt zijn eigen niveau wat betreft de basisstof met een app.
  2. De leerling toont het behaalde niveau met de app aan jou tijdens zelfstandig werken en krijgt een beoordeling die voor een deel meetelt bij het proefwerk.
  3. De leerling krijgt een cijfer voor een centraal proefwerk.

Tip: Als de leerlingen bij jou komen met de app, laten ze gedurende b.v. een minuut zien dat ze vragen in een bepaald tempo succesvol kunnen beantwoorden. Je kunt overwegen voor de centrale toets ook de app te gebruiken. Bij de centrale toets krijgen de leerlingen dan gedurende een langere periode de tijd vragen te beantwoorden uit een vragenbank. Dit bespaart je tijd wat betreft nakijken. Voorwaarde is wel dat jij centraal kunt zien wat de leerlingen presteren. Hiermee reduceer je de tijd die je besteedt aan nakijken.

5.5 Kunstmatige intelligentie

Beoordeling met kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk dat de resultaten die een leerling behaalt bij test (vergelijkbaar met een app) leiden tot een advies (door het programma dat je gebruikt) voor een volgende oefening. Algoritmen bepalen dan naar aanleiding van de resultaten van een leerling welke kennis op dat moment ontbreekt. De leerling krijgt via de algoritmen vervolgens het advies een bepaalde oefening te doen om de ontbrekende kennis aan te vullen. Een voorbeeld hiervan is de Khan Academy. Op hun website is te lezen dat bij thuiswerken deze vorm van beoordelen een uitkomst biedt. Een ander voorbeeld van een website die werkt met AI (artificial intelligence) is Leerlevels.nl

6 Bonuspunten voor leerling die een andere leerling helpt

Als je ziet dat een achterblijvende leerling meer hulp nodig heeft, koppel je deze aan een snelle leerling. Die snelle leerling heeft eerder in deze periode laten zien de basisvaardigheden vlot te beheersten (Zie voorbeeld 2). Als de achterblijver de test alsnog haalt, geef je degene die bijles gaf daarvoor een beloning (bonuspunt). De middengroep redt zichzelf en heeft geen hulp nodig.

Let op: Geef alleen bonuspunten als jij de opdracht hebt gegeven om te helpen. Doe je dat niet dan komen leerlingen vragen om bonuspunten terwijl jij niet weet of ze wel of niet hebben geholpen.

7 Praktijkvoorbeeld leerlinggericht onderwijs bij het vak muziek

Aan de basis van de invalshoek Lesinhoud staat een praktijkvoorbeeld van muziekdocent Johan ’t Hart. Hij gebruikte de onderstaande soort beoordeling met vinkjes. In het derde jaar dat hij op deze manier werkte is er naar zijn praktijk onderzoek gedaan. Dit onderzoek is online beschikbaar: onderzoek naar muziek praktijk van Johan ’t Hart door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer. De schrijvers van dit onderzoek zijn verbonden aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. In dit uitgebreide onderzoek staat (een voorloper van) deze manier van beoordeling vermeld bij punt 5.3.4.1 Assessment/ beoordeling.
Dit praktijkvoorbeeld staat aan de basis van de de invalshoek Lesinhoud. Naar dit praktijkvoorbeeld is onderzoek gedaan.

Een aantal aspecten van wat er bij deze module is besproken waren onderdeel van de genoemde praktijk:

  • De beoordeling van de leerlingen van jouw lesstof en stijl van lesgeven als feedback voor jouzelf.
  • Leerlingen beoordelen zichzelf met een app.
  • Een gezamenlijke beoordeling door docent en leerling van een presentatie van een leerling.

8 Samengesteld cijfer voor een toets

In dit voorbeeld beschrijft een docent Economie een optie die hij zijn leerlingen biedt om alvast 20 procent van het cijfer van de toets te behalen.

PraktijkvoorbeeldVO

Hoe help je leerlingen in 6 VWO die moeite hebben om de discipline die nodig is bij de ‘lagere studievaardigheden als reproductie’ op te brengen?

Leerlingen konden bij mij punten scoren door voorafgaande aan de toets over de hele stof onderweg toetsjes te maken waarmee ze 20% (2 punten) van het cijfer konden halen. Dat waren dan een aantal reproductievragen (de dingen die je voor 100% moet onthouden om te kunnen toepassen). Voor die toetsen mocht je geen fouten maken. Dus 1 fout geen punten. 0 fouten een 10!

Makkelijk nakijken voor de docent. Het is goed of fout. Als leerling kon je zelf bepalen of je hiervan gebruik maakte. Er was slechts één leerling die dat niet deed. Die haalde bij de eindtoets dan meestal een hoog aantal punten. Dan had hij bijv een 9. Want hij deed niet mee aan de tussentijdse toetsen. Er waren dan ook leerlingen die een 9 haalden met meer fouten, omdat ze 2 punten meenamen van de vrijwillige toetsen. Deze leerling toonde zich altijd enigszins ambivalent hierover. Hij schiep er genoegen in om mij te laten zien dat hij mij kon laten zien dat zijn aanpak werkte (hij was slim). Anderzijds zat het gevoel dat zijn 9 ‘meer waard’ zou zijn dan die van een ander hem ook wel dwars.

Ik hield hem voor de hij een 10 kon halen door de ‘Koninklijke route’ te volgen waartoe ik hem niet verplichtte. Hij koos er zelf voor om dit niet te doen. Terwijl ik hem ook voorhield dat de leerlingen die mijn route volgden op termijn meer kennis opbouwden. Dat heb ik nooit kunnen bewijzen uiteraard, maar als je kijkt naar de vergeetcurve van Ebbinghaus is dit voor grotere groepen wel aangetoond.

9 Vinkjes: Rapportcijfers baseren hoeveelheid afgeronde opdrachten

Bij de inleiding van deze module is de vraag gesteld: hoe ga je om met verschillen tussen leerlingen? De nu volgende aanpak met vinkjes maakt het mogelijk dat leerlingen zich op hun eigen niveau verder ontwikkelen. Je voorkomt dat leerlingen met hoge cijfers naast hun schoenen gaan lopen. Je voorkomt ook afgunst t.a.v. deze leerlingen door leerlingen met minder hoge cijfers. Bovendien voorkom je dat leerlingen gedemotiveerd raken van de hoge cijfers van anderen en de lagere van henzelf.

Deze aanpak is toegepast bij het vak muziek dat één uur per week werd gegeven. Uitleg over hoe je open opdrachten samen met de leerling beoordeelt, is op deze pagina te vinden bij deze link: Samen cijfers geven. Bekijk voor meer informatie deze link:  Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muzieklessen.

Rapportcijfers

Rapportcijfers bereken je doorgaans als een gemiddelde van een aantal toetsen met daarbij een weging van elk cijfer. Nu volgt een pleidooi voor een andere manier van beoordeling en berekening van de rapportcijfers die past bij leerlinggestuurd onderwijs. De hoogte van het rapportcijfer is bij deze afwijkende manier van beoordelen gebaseerd op het aantal met succes afgeronde opdrachten. Bij elke afgeronde opdracht krijgt een leerling een vinkje. Het aantal behaalde vinkjes bepaalt de hoogte van het rapportcijfer.

Het effect hiervan is dat leerlingen geheel zelfstandig onderwerpen kiezen en het resultaat dat ze behalen bij jou laten afvinken. Elk vinkje verhoogt hun rapportcijfer. Dit werkt voor de leerling als een beloning (vergelijk een game), de leerlingen willen zo snel mogelijk zoveel mogelijk vinkjes en zijn zeer gemotiveerd. Ze werken nu voor cijfers maar er is geen sprake van slaafs opdrachten uitvoeren. Ze voeren hun eigen opdrachten zo goed mogelijk uit. Wat jij ziet, is dat ze geconcentreerd en zelfstandig met jouw vak bezig zijn en blijven.

Bijzonder aan deze aanpak is dat jij leerlingen die al veel verder zijn dan anderen, persoonlijk een complexere opdracht kunt geven (zie voorbeeld 1 hieronder). Omgekeerd kun je leerlingen die geen aanleg voor jouw vak hebben belonen voor hun inspanning (zie voorbeeld 2 hieronder). Beide inspanningen waardeer je met een vinkje. Bij deze manier van beoordelen kunnen de leerlingen hun resultaten niet met elkaar vergelijken. Bij deze aanpak zijn niveauverschillen geen struikelblok maar eerder een uitdaging voor de docent om iedereen op eigen niveau te laten presteren. De werkelijke potentie van de leerlingen komt hierbij tot zijn recht.

Hoe meer vinkjes, hoe hoger het rapportcijfer

1 opdracht afgerond = 6 op het rapport
2 opdrachten afgerond  = 8 op het rapport
3 opdrachten afgerond = 9  op het rapport (leerling doet één extra opdracht)
4 opdrachten afgerond = 10 op het rapport (leerling doet twee extra opdrachten)

Deze opdrachten kunnen zowel bestaan uit open opdrachten of gesloten opdrachten. Bij vakken met meer uren, kun je het aantal opdrachten binnen een periode naar keuze uitbreiden.

Bij deze manier van beoordelen zul je zien dat elke leerling in een van de volgende groepen is in te delen:

  1. Een groep snelle leerlingen die zoveel mogelijk opdrachten wil halen en daarmee zo snel mogelijk een hoog cijfers wil halen.
  2. Een middengroep die op eigen kracht voldoet aan de minimumeisen.
  3. Een groep die niet op eigen kracht voldoet aan de minimumeisen. De reden hiervoor kan nogal uiteenlopen: ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap of geen aanleg voor deze vaardigheid of geen belangstelling voor het onderwerp. In het laatste deel van een periode onderzoek jij samen met deze leerling waar het probleem ligt en help jij deze leerling verder zodat het ook voor hem/haar mogelijk is de minimumeis te halen (Een vinkje en een zes op het rapport). Ook kun je een snelle leerling een langzame leerling laten helpen (zie voorbeeld 2 hieronder)

9.1 Vooruitwerken

Een aanvulling op deze manier van rapportcijfers geven: geef je leerlingen de kans vooruit te werken aan een vijfde opdracht die meetelt voor volgende rapport. Een voorbeeld van zo’n opdracht die meetelt voor het volgende rapport: Jij geeft een snelle leerling de gelegenheid een achterblijvende leerling op jouw verzoek te helpen. Alleen dan krijgt de snelle leerling een bonuspunt.

Bij vier rapportperiodes zijn minimaal 16 beoordelingen nodig om vier keer een 10 te halen. Een leerling met ambities, die zich niet laat afleiden en geconcentreerd werkt aan dit doel en is daarmee een inspirerend voorbeeld voor de andere leerlingen. Als je zestien vinkjes aan een leerling hebt gegeven, vraag je de leerlingen jou te helpen bij het coachen van de groep. Indien gewenst kan de leerling in jouw lokaal ook aan andere vakken werken.

Als je start met leerlinggestuurd onderwijs zal niet iedereen direct deze houding aannemen. De ervaring leert dat bij elke nieuwe periode meer leerlingen zich op deze positieve manier opstellen.

Wat moet ik doen als ik klaar ben?

Geen enkele leerling hoeft zich te vervelen aan het einde van een periode. Ze kunnen aan een extra opdracht werken en deze laten toetsen (als daar nog tijd voor is). Daarmee verhogen ze alvast het rapportcijfers voor de volgende periode. Daarbij is het belangrijk dat jij aan het einde van het blok bij de beoordeling voorrang geeft aan achterblijvende leerlingen. Wie voor alle rapporten een 10 heeft, zet je in als klassenassistent. Deze leerling mag ongevraagd leerlingen helpen. Als deze leerling dat doet, is het niet voor een cijfer maar omdat het leuk is om iemand te helpen.

Als je werkt met deze manier van beoordelen met vinkjes, is het voor geen enkele leerling noodzakelijk zich minder te voelen dan een ander. Wel zie jij verschillen wat betreft inzet en het tempo van werken. Om toch een reëel beeld van de capaciteit van een leerling te krijgen, kun je los van deze vinkjes aantekeningen maken over hoe goed een leerling is. Deze aantekeningen gebruik je alleen tijdens rapportvergaderingen bij besprekingen van overgang of richtingkeuze om iets zinnig te zeggen over de capaciteiten van leerlingen. Het mooie van deze gescheiden aantekeningen is dat leerlingen niet merken dat jij hen onderling vergelijkt. Daarmee voorkom je bij je leerlingen gevoelens van superioriteit of onvermogen. Het mooie is dan dat leerlingen met een gemiddeld niveau toch een 10 kunnen halen en alleen al om die reden zich maximaal inzetten voor jouw vak. De mogelijkheid om hoge cijfers te halen, stimuleert alle leerlingen.

9.2 Zowel snelle als achterblijvende leerlingen stimuleren.

Nu volgen twee voorbeelden van hoe je met deze manier van beoordelen zowel snelle als achterblijvende leerlingen stimuleert.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling volgt op school muziekles en kon al voor hij bij de muziekles kwam steengoed drummen (beter dan de docent). Deze leerling had het idee dat de muziekles hem niets had te bieden. Hij verwachtte door even zijn pink op te tillen een 10 te krijgen. Bij de nieuwe aanpak met vinkjes moest hij toch iets doen maar dan op zijn eigen niveau. Hij kon zich niet voorstellen dat hij nog iets zou kunnen leren bij muziekles. Docent: “kun je een patroon spelen waarbij je drie maten hetzelfde speelt en dan een maat steeds een andere break speelt” dat bleek hij niet te kunnen. Dat werd zijn eerste opdracht en werd zijn eerste vinkje. De volgende vraag die de docent hem stelde was: “Kun je ook in een driekwartsmaat spelen? Ja dat kon hij. “En in een vijfkwartsmaat”? Dat bleek hij niet te kunnen. Dat werd zijn tweede opdracht. enz.

PraktijkvoorbeeldVO

Bij de muziekles bleken twee leerlingen bij geen enkele oefening gevoel voor muziek te hebben. Hun grootste struikelblok was dat ze maar niet in de maat konden spelen. Ook waren er in de les twee getalenteerde leerlingen die alles moeiteloos konden. De docent stelde voor dat de twee vlotte leerlingen de langzame leerlingen op een vrijdagmiddag zouden helpen. Als ze hun klasgenoten ook maar iets konden leren dat leek op muziek, dan kregen beide leerlingen een vinkje. Ze gingen op een vrijdagmiddag aan de slag. De opdracht had van beide kanten iets in hen losgemaakt. De snelle leerlingen zagen het als uitdaging de langzame te helpen en de langzame leerlingen zetten zich onvermoeibaar in. Om vijf uur ’s middags moest de docent de vier leerlingen vragen naar huis te gaan!

10 Beloning en waardering inzetten om het onderwijsproces te versnellen

Als onderwijs leerlingen de kans zou bieden om in eigen tempo te voldoen aan de criteria dan is het onderwijs wellicht veel sneller af te ronden dan nu het geval is. In de onderstaande citaten een pleidooi voor eerlijke, individuele directe beloning en waardering in het nu.

Victor Lamme geeft aan hoe beloning zou moeten werken.
Vertaal een beloning in de toekomst naar een beloning in het nu. Dat is het recept voor een betere wereld…Beloning werkt als het individueel, direct, eerlijk en met controle is over het eigen lot.” V Lame (2016), Victor

We reageren beter op positieve prikkels dan op negatieve. Als je een collega, vriend of familielid vertelt dat hij of zij een fout heeft gemaakt of niet goed genoeg is, heeft dat een negatieve weerslag. Als je mensen aanvalt, reageren ze defensief en rebels. Maar als je iets zoekt wat te prijzen of te bewonderen valt, stimuleer je het gedrag dat je op prijs stelt en dat je hoopt aan te moedigen.” Ghandi (2017)

Voorbeelden primair onderwijs

  1. Een voorbeeld uit het PO, groep 6, van complimenten en beloning. De juf tekent vijf bloemen op het bord. Elke bloem hoort bij een van de vijf tafels waar leerlingen aan zitten. Elke keer als de leerlingen aan een tafel bij een verandering van activiteit hun tafel snel opruimen, kleurt de juf een bloemblaadje van de betreffende bloem in. Hierdoor aangemoedigd proberen de leerlingen steeds snel klaar te zijn zodat de juffrouw weer een bloemblaadje inkleurt. Deze aanpak zorgt ervoor dat de vijf groepen het als een spel gaan zien om alle bloemblaadjes door de juf te laten inkleuren. Voor deze leerlingen is alleen al het inkleuren van het bloemblaadje de complete beloning.
  2. Ook dit voorbeeld komt ook uit het PO. Je kunt deze aanpak verder verfijnen. Als de hele bloem is ingekleurd, krijgt de betreffende groep een beloning, zij mogen dan bijvoorbeeld een “energizer” kiezen (een spel waar leerlingen enthousiast van worden). Het is raadzaam om ze daarbij uit drie opties, die jij van tevoren bepaalt, te laten kiezen. Zodra de bloem van een tafel volledig is ingekleurd en een beloning is uitgedeeld, wis je de betreffende bloem en teken je een nieuwe. Deze groep begint dan weer van voren af aan. Zo geef je de andere groepen ook kans op een beloning. Extra fijn aan deze werkwijze is dat de tafelgroep de directe beloning krijgt, maar de hele groep er ook van meeprofiteert, omdat ze allemaal samen de energizer doen.
  3. Snelle leerlingen kun je belonen met vrije tijd (golden time). Hoe beter ze werken, hoe meer tijd ze krijgen om zelf te kiezen wat ze gaan doen. In deze verdiende tijd mogen zij iets eerder dan de anderen iets voor zichzelf gaan doen.

Voorbeelden Voortgezet onderwijs

  1. Een leerling laat aan jou een nieuw niveau met de app laat zien en jij complimenteert de leerling. Jij bevestigt dat de leerling het niveau heeft gehaald. Daarmee geef je deze leerling een beloning in het nu. Jij ziet dat een leerling goed aan het werk is en spreekt je waardering uit. Leerling en docent zijn allebei trots op elkaar.
  2. Maar ook als een leerling de app gebruikt tijdens zelfstandig werken, kan het resultaat met de app voor de leerling al voldoende beloning geven. De app geeft direct feedback. Het behalen van een nieuw niveau kan tot grote vreugde leiden! Een docent stond met een camera een leerling te filmen (een tijd geleden toen dit nog mocht) die met een app bezig was. De leerling had dit niet in de gaten. De leerling behaalde een nieuw niveau, juichte en gooide de armen omhoog. Daarmee sloeg zij de camera uit de handen van de docent. Als de beoordeling door de app van een test goed uitvalt, is dat voor een leerling een beloning in het nu.
  3. De genoemde voorbeelden van beoordeling met vinkjes zijn ook voorbeelden van waardering in het nu.
  4. Een snelle leerling kan een langzame leerling helpen. Dat is heilzaam voor allebei.

 11 Samenvatting

Wederzijdse beoordeling, docent beoordeelt leerling en leerling beoordeelt docent, heeft de volgende voordelen:

  1. Wederzijdse beoordeling zorgt voor gelijkheid, vertrouwen in elkaar en het bevordert samenwerking.
  2. Het maakt duidelijk dat iedereen naar school komt om zich te ontwikkelen, ook de docent.
  3. Doordat leerlingen jouw lesmateriaal en lesstijl beoordelen, komen voor jou mogelijkheden voor verbetering aan het licht. Suggesties van leerlingen zetten je op een nieuw spoor, bijvoorbeeld van het toevoegen van een nieuw actueel onderwerp waar je zelf niet aan had gedacht.
  4. Je kunt jezelf vraaggestuurd noemen als je de feedback van je leerlingen en hun vragen omzet in nieuw lesmateriaal.
  5. Voor iedereen blijft het onderwijs een avontuur.

  • In dit digitale tijdperk is lastig om 30 leerlingen eenzelfde toets thuis te laten maken. Een wiskundedocent besloot daarom om dertig verschillende toetsen te maken. Hij maakte de vragen zo complex dat het niet mogelijk was de antwoorden op internet op te zoeken. Voor zijn leerlingen is het dan niet meer aantrekkelijk om te spieken. Zo loste deze docent dit op. Er zijn vast nog meer methodes te bedenken.
  • Laat leerlingen voorafgaande aan de digitale toets ondertekenen dat ze niet zullen spieken en geef aan dat als ze dat wel doen ze andere leerlingen en zichzelf in gevaar brengen. Bij het vak programmeren op de HvA hielden studenten zich aan deze digitale afspraak.
  • Docent Nederlands Stephanie bespaart tijd: In plaats van een proefwerk, laat zij alle leerlingen tegelijkertijd werken aan de app. Zij staat achteraan op een tafel en overziet of iedereen met de app aan de slag is en daarmee aan het werk blijft. Voorafgaande aan deze toets met de app is afgesproken dat als één leerling iets anders gaat doen, zij helaas toch nog een proefwerk met deze klas moet afspreken….