• Link naar Instagram
  • Link naar LinkedIn
  • Link naar Facebook
De Stichting Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) die zich inzet voor het onderwijs.
Vriendelijkordehouden.nl
  • Home
  • Winkel
  • Zelfstudie
    • Zelfstudie
    • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
    • Stoppen met Boos worden
    • Aan de slag
    • VOH alle pagina’s
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Testimonials
    • Teamtraining
    • HBO
    • Blog: De lerende docent
    • Blog: De lerende juf
    • Nieuwsbrief
    • Publiciteit
    • Diploma
  • Over ons
    • Over ons
    • Bronplan
    • Contact
    • ANBI
    • CRKBO – Beoordeling cursus
    • Historie
    • Gert Biesta
    • Gebruikte termen – Jargon
    • Gebruikte literatuur – References
    • privacyverklaring
    • Klachten
  • Veelgestelde vragen
  • Klik om het zoekinvoerveld te openen Klik om het zoekinvoerveld te openen Zoek
  • English English
  • Menu Menu
U bevindt zich hier: Home1 / Cursus Vriendelijk Orde Houden in de Klas2 / Zelfstudie3 / 3. Lesinhoud4 / 3.1 Docentgestuurd Onderwijs

3.1 Docentgestuurd Onderwijs

LInk naar:1. Vriendelijk

Op deze pagina

  • Inleiding
  1. Starten met Docentgestuurd Onderwijs 
  2. Taken voor de docent
    2.1 Voorbereiding op Docentgestuurd Onderwijs
    2.2 Wat zien leerlingen bij Docentgestuurd Onderwijs 
  3. Valkuil Docentgestuurd Onderwijs 
    3.1 Te veel sturing
    3.2 Symbiose in het onderwijs
    3.3 Toetsing
    3.4 Valkuil vermijden
  4. Voorbeelden
  5. Samenvatting
  6. Credits

Bij ‘Docentgestuurd onderwijs‘ neemt de docent tijdelijk de leiding over het leerproces. De docent introduceert nieuwe kennis, begeleidt het klassengesprek en laat leerlingen oefenen met wat zij zojuist hebben geleerd. Zo ontstaat een gezamenlijke basis voor verdere verdieping en zelfstandig leren.

Ik draag op een expressieve manier kennis over. Ik vraag om aandacht, geef uitleg aan de hele groep en leid een klassengesprek. Ik verbind oefeningen of opdrachten aan mijn uitleg zodat mijn leerlingen vertrouwd raken met wat ik zojuist heb behandeld. Ik nodig alle leerlingen uit actief deel te nemen en spreek hen aan op hun inzet.

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe draag ik nu kennis over en inspireer ik mijn leerlingen?

Toekomstige aanpak:

Hoe draag ik in de toekomst kennis over en inspireer ik mijn leerlingen?

Inleiding

‘Docentgestuurd Onderwijs‘ is één van de drie modules van de invalshoek ‘Lesinhoud’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding 32: Lesinhoud (overzicht)

Tijdens ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ neem jij de hele groep onder je hoede. Jij bent dan voor je leerlingen een reisleider (zie ‘Lesinhoud Inleiding‘). Jij bent een presentator die belangrijke onderwerpen voor het voetlicht brengt en leerlingen daarmee in contact brengt. Je inspireert, je hebt een duidelijk verhaal, je praat verstaanbaar en je enthousiasmeert.

Tijdens frontaal lesgeven geef je met de Driehoek een visueel signaal voor aandacht en deelname. Je vraagt je leerlingen om:

  • op te letten, te luisteren en vragen te stellen tijdens jouw uitleg.
  • mee te doen aan klassikale opdrachten die volgen op jouw uitleg.

Afbeelding 121: Driehoek zichtbaar bij frontaal lesgeven (overzicht)

Door leerlingen tijdens oefeningen in wisselende groepen te laten samenwerken, leren zij elkaar beter kennen (Socialisatie). Zij brengen dan de lesstof in de praktijk en verankeren daarmee de zojuist opgedane kennis (zie bij ”Lesinhoud Inleiding’ een video over de werking van het brein).

Docentgestuurd Onderwijs is bij uitstek geschikt voor het:

  1. behandelen van nieuwe onderwerpen.
  2. geven van voorlichting en het in contact brengen met cultuur. In dit verband organiseert de school ontmoetingen met externe organisaties. Zie voorbeeld
  3. elkaar (laten) vertellen van persoonlijke verhalen (Johari venster). Daardoor groeit het onderlinge vertrouwen en verbetert de samenwerking.
  4. kennismaken met klasgenoten.

Door ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ af te wisselen met ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ zet je een proces in gang dat valt samen te vatten met deze metafoor: Van georganiseerde reis naar trektocht.
In het begin bepaal jij de route. Geleidelijk leren leerlingen zelf keuzes maken en verantwoordelijkheid dragen voor hun leerproces.

1. Starten met Docentgestuurd Onderwijs

Bij ‘Oefenperiode‘ vind je een handleiding voor het introduceren van de vijf invalshoeken van VOH:

Afbeelding 80: VOH vijf invalshoeken

In die periode:

  • geef je het goede voorbeeld waarna je erop rekent dat je leerlingen jouw voorbeeld overnemen.
  • wissel je frontaal lesgeven en zelfstandig werken af.
  • reageer je consequent op verstoringen: non-verbaal, verbaal en met een maatregel (Aansturen en Bijsturen).

Bij elke werkvorm, dus ook bij ‘Docentgestuurd Onderwijs‘, bedenk je vooraf welke beperkingen er gelden:

  • Wat mag wel en niet?
  • Hoe bied je weerstand tegen impulsieve neigingen van leerlingen?
  • Hoe help je je leerlingen om te gaan met het uitstellen van verlangens?

Citaat van Meirieu over de plicht om weerstand te bieden:
Pedagogen laten kinderen niet over aan de natuur, waarbij ze zich inbeelden dat diezelfde kinderen dan spontaan een democratische samenleving zouden kunnen opbouwen – alles wijst inderdaad op het tegenovergestelde – , maar zij creëren situaties die zowel laagdrempelig als uitdagend zijn en waarin kinderen tegelijkertijd zowel kunnen leren wat hun is opgelegd als hun vrijheid kunnen verkennen”. Meirieu (2016).

Verbeteren van jouw manier van lesgeven en het lesmateriaal

Na de ‘Oefenperiode‘ vraag je (een aantal) leerlingen om jouw manier van lesgeven en jouw lesmateriaal te beoordelen. De suggesties die zij geven en ook wat je zelf als verbeterpunten bedenkt, verwerk je in de daaropvolgende lessen.

2. Taken voor de docent

2.1 Voorbereiding op Docentgestuurd Onderwijs

  1. Je introduceert de eerste les het ‘Kader‘ en de Driehoek (Oefenperiode).
  2. Je kiest een onderwerp en bereidt minimaal één les voor.
  3. Je zoekt vervolgopdrachten die aansluiten bij wat jij behandelt.
  4. Je sluit aan bij de leefwereld van je leerlingen én je vergroot de belevingswereld van je leerlingen.

2.2 Wat zien leerlingen bij Docentgestuurd Onderwijs?

De leerlingen zien dat jij op de volgende manier handelt:

  1. Je geeft het goede voorbeeld en rekent erop dat je leerlingen dit overnemen.
  2. Als je een compliment geeft, doe je dat (zonder iets te zeggen) met een gebaar (duim omhoog). Lees meer over hoe lichaamstaal in het algemeen gebruikt.
  3. Je geeft leerlingen de gelegenheid persoonlijke verhalen te vertellen (Johari Venster).
  4. Je stuurt de manier waarop leerlingen samenwerken en zorgt voor variatie wat betreft de groepssamenstelling waardoor iedereen elkaar leert kennen.
  5. Je biedt structuur. Binnen die structuur hebben leerlingen een zekere vrijheid.
  6. Je observeert leerlingen. Daarbij let je erop of leerlingen zich coöperatief opstellen, niemand storen, elkaar vertrouwen, elkaar de ruimte geven.
  7. Het beoordelen van leerlingen hoort bij jouw rol. Je beoordeelt resultaat: wat hebben de leerlingen van de lesstof begrepen, kunnen ze vaardigheden toepassen?
  8. Je geeft je leerlingen de gelegenheid zichzelf te beoordelen.
  9. Je vraagt je leerlingen om jouw manier van lesgeven te beoordelen. Daardoor ontdek je sneller punten ter verbetering.

Van deze gelijkwaardige beoordeling (laatst drie punten) profiteert iedereen. Zie ‘Beoordeling‘

3. Valkuil Docentgestuurd Onderwijs

Bij het beroepsonderwijs valt de hoeveelheid stof die je moet behandelen nog mee. Bij het voorgezet onderwijs kan het voorkomen dat leerlingen zeven uur achter elkaar les krijgen van verschillende docenten die allemaal frontaal lesgeven en waarbij de leerlingen les na les dienen op te letten en dienen mee te werken aan oefeningen die volgen op uitleg.

3.1 Te veel sturing

Als het accent bij jouw lessen ligt op ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ dan ben je (te) veel aan het sturen.

Horace Greeley:
“Maak een man tot slaaf en je vernietigt zijn ambitie, zijn ondernemingszin, zijn vermogens.” Lepore (2018), Jill

Drie redenen waarom je er niet voor kiest om leerlingen vrij te laten:

  1. Je bent van mening  dat leerlingen alleen efficiënt kunnen werken met behulp van jouw sturing.
  2. Je vermoedt dat er chaos ontstaat als je leerlingen een eigen koers varen.
  3. Je weet niet hoe je een leeromgeving vormgeeft die zelfstandigheid van leerlingen stimuleert.

Bij te veel sturing ontstaan deze problemen.

  • Leerlingen kunnen hun aandacht slechts beperkte tijd richten op één activiteit
  • Leerlingen hebben behoefte vrijheid, autonomie en het maken van eigen keuzes.
  • Jij hebt te weinig tijd en aandacht voor individuele leerbehoeften van leerlingen.
  • Leerlingen krijgen uitsluitend te maken met door jou gekozen onderwerpen. Ze krijgen niet de kans in aanraking te komen met de volle breedte van het vak.
  • Niet alleen de leerlingen zitten in jouw greep, ook jij houdt jezelf op deze manier in de greep. Steeds werk je met de hele groep en nooit laat je je leerlingen werkelijk los. Dat is zowel voor leerlingen als voor jou beklemmend.

Discipline

Met ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ en (externe) disciplinering zijn goede resultaten te behalen maar er is een keerzijde:

  • Wat gebeurt er als een leerling niet voldoet aan jouw verwachtingen? Word je dan nog strenger?
  • Hoe zelfstandig zijn je leerlingen?

Ervaring docent en leerling bij te veel sturing

  1. Als jij voortdurend stuurt, is het voor je leerlingen steeds de vraag of zij willen meewerken. Zij bepalen voortdurend of zij wel of niet actief meewerken. Als leerlingen niet mee willen werken, spelen ordeproblemen een steeds grotere rol.
  2. Stel dat het jou lukt om leerlingen optimaal bezig te houden tijdens ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ en dat de ordeproblemen geen rol spelen, ook dan is het mogelijk dat jij steeds minder zin hebt om de hele groep op sleeptouw te nemen en steeds weer succeslessen af te draaien. Ergens begint dan iets te knagen. Ondanks je succes merk je dat de leerlingen weinig de kans krijgen om op eigen initiatief jouw vak te onderzoeken.

3.2 Symbiose in het onderwijs

Symbiose is een begrip in de psychologie: Bij symbiose in het onderwijs bestaat er een te sterke betrokkenheid en afhankelijkheid tussen jou en je leerlingen.

  • Je bent afhankelijk van leerlingen: zonder leerlingen is lesgeven niet mogelijk.
  • De leerlingen zijn afhankelijk van jou: zonder jou krijgen zij geen les.

Als je te veel stuurt, krijgen je leerlingen te weinig gelegenheid om zelfstandig te werken en ontstaat er een knellende symbiotische relatie tussen jou en de leerlingen.

3.3 Toetsing

Bij ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ baseer jij doorgaans een rapportcijfer op het gemiddelde van meerdere toetsen. Hoe meer proefwerken jij geeft, hoe meer hun rapportcijfer vast komt te staan en hoe minder leerlingen hun rapportcijfer nog kunnen beïnvloeden. Dit kan ertoe leiden dat leerlingen, als ze er goed voorstaan, zich minimaal inspannen. Ze gebruiken dan de eerder behaalde cijfers als buffer om net niet onvoldoende te komen staan. Staan ze er slecht voor, dan werken ze precies zo hard om net voldoende te staan. In beide gevallen staat ‘net voldoende’ voor half werk.

Omdat je wilt dat iedereen een opdracht kan maken, richt je je op het gemiddelde niveau. Daarmee beperk je je lesaanbod. Bij het toetsen zie je dan niveauverschillen. De ene leerling vindt de opdracht te moeilijk en een ander te makkelijk.
Wat gebeurt er als jij de lesstof noodgedwongen steeds richt op de middengroep:

  1. Snelle leerlingen krijgen te weinig uitdaging. Zij vervelen zich en krijgen de neiging de les te verstoren.
  2. Achterblijvende leerlingen die moeite hebben met het niveau, raken gefrustreerd en verstoren de les.
  3. Uniforme resultaten zijn voor jou en je leerlingen saai om na te kijken.
  4. Leerlingen zijn minder geneigd elkaar te helpen en doen alleen het hoogst noodzakelijke.
  5. Leerlingen maken alleen kennis met het volgens jou haalbare deel van jouw vak.
  6. Je bent druk bezig met lesgeven en nakijken. Daardoor kom je te weinig toe aan het begeleiden van individuele leerlingen.
  7. Als jij frontaal lesgeeft, is het lastig de rolverdeling docent/leerling te doorbreken.
  8. Er blijft weinig tijd over waarin leerlingen elkaar kunnen helpen.

Vooral bij ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ geef je de groep vaak dezelfde opdracht. De nu volgende afbeelding onderstreept waarom het – naast het geven van standaard opdrachten – ook nodig is om verschillende opdrachten klaar te zetten zodat iedere leerling een opdracht op maat kan kiezen.

Om het eerlijk te houden geef ik jullie allemaal dezelfde opdracht: Klim in deze boom.

Afbeelding 35: Dezelfde opdracht

3.4 Valkuil vermijden

  • Effectief onderwijs bestaat niet uit een keuze tussen ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ of ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘. Beide vormen vullen elkaar aan. Bekijk op deze site hoe je leerlingen binnen ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ aanspreekt op verantwoordelijkheid, gedrag en inzet.
  • Baseer het cijfer van een aantal toetsen op het aantal succesvolle contactmomenten van een leerling. Met beoordeling met vinkjes motiveer je leerlingen. Met dit type beoordeling is het onderwijs voor leerlingen een uitdaging te vergelijken met een computerspel waarbij ze steeds een volgend niveau halen.
  • Bij het praktijkvoorbeeld hieronder breng je je leerlingen wel in aanraking met een onderwerp maar verplicht je hen niet om allemaal met dat onderwerp een bepaald niveau te behalen. Wat leerlingen later (tijdens zelfstandig werken of thuis – formeel of informeel) met jouw instructie doen, hangt dan af van hun motivatie en inzet.

Hopelijk zet de beschrijving van deze valkuil van ’te veel’ ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ je aan tot het geven van opdrachten waarbij je je leerlingen op een zinvolle manier een eigen koers laat bepalen.

4. Voorbeelden

Volledige instructie voorafgaande aan Docentgestuurd Onderwijs

‘Docentgestuurd Onderwijs’ valt te vergelijken met Directe instructie.

Als je een complexe opdracht geeft en daarvoor veel tijd beschikbaar stelt, zal niet iedere leerling even snel deze opdracht afronden. Een volledige instructie voor het zelfstandig werken omvat zes punten. Lees meer bij verwachtingsmanagement

Te veel waarschuwen

Ik bied mijn leerlingen op voorhand drie escapes als zij moeite hebben met opletten: Ga uit het raam kijken. Ga in stilte een puzzel maken. Ga zitten lezen in de leeshoek.” Joek van Montfort –Docent informatica op het MLA

Praktijkvoorbeelden VO

Voorbeelden van het inspireren van leerlingen:
In de brugklas
besteedde ik als muziekdocent een aantal lessen aan het demonstreren van verschillende instrumenten. Ik liet dan zien hoe je ze bespeelde. Om de basgitaar te introduceren (waar ik er maar één van had), maakte ik plankjes met daarop getekend de snaren met de bijbehorende tonen. Wie op dat plankje een patroon kon aanwijzen mocht dat eerst uitproberen op een gitaar en als dat lukte op de (enige) basgitaar. Soms reageerden leerlingen bij zo’n introductie heel sterk op een instrument:
– Een leerling zag mij de basgitaar demonstreren, had binnen twee weken een eigen basgitaar en speelde vervolgens mee bij elke voorstelling.
– Bij dezelfde les in een andere klas vroeg een leerling of hij de basgitaar even mocht vasthouden. Hij ging direct staan in de ‘heavymetal stand’ en dacht bij zichzelf: “Ik word bassist van een heavymetalband!”

5. Samenvatting

Bij ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ breng je je leerlingen met belangrijke onderwerpen in contact. Na je uitleg vraag je je leerlingen oefeningen te doen en opdrachten te maken die hierbij aansluiten. Jouw rol hierbij is te vergelijken met die van een reisleider. Met de blauwe afbeelding van de Driehoek vraag jij je leerlingen op te letten. Met het ‘Kader‘ vraag je je leerlingen vriendelijk en duidelijk te zijn. Je spreekt elke leerling aan op gedrag en inzet. Als je deze manier van werken afwisselt met ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ verhoog je de motivatie en vergroot je de kans dat leerlingen (naast formeel leren op school) ook thuis op eigen initiatief verder werken aan hun opdrachten (informeel leren).

6. Credits

Gert Biesta

Vriendelijk Orde Houden is er door Biesta op gewezen dat er te weinig aandacht was voor ‘Docentgestuurd Onderwijs’. Inmiddels ziet VOH ‘Docentgestuurd Onderwijs’ en ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ als twee gelijkwaardige kanten van de ‘Onderwijsmedaille’.

Door naar ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’

Inhoud Zelfstudie

  • Zelfstudie
  • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
  • Stoppen met Boos worden
  • Orde Maken
  • 1. Vriendelijk
    • Inleiding: Vriendelijk
    • 1.1 Toon Gewenst Gedrag
    • 1.2 Geef Aanwijzingen met Lichaamstaal én met Taal
    • 1.3 Reguleer je Emotie
    • 1.4 Kennismaken en Samenwerken
  • 2. Duidelijk
    • Inleiding: Duidelijk
    • 2.1 Onderwijsdoelen
    • 2.2 Kader
    • 2.3 Verwachtingsmanagement
  • 3. Lesinhoud
    • Inleiding: Lesinhoud
    • 3.1 Docentgestuurd Onderwijs
    • 3.2 Leerlinggestuurd Onderwijs
      • 3.2.1 Praktijkvoorbeeld Leerlinggestuurd Muziekonderwijs
    • 3.3 Beoordeling
  • 4. Observeren
  • 5. Aansturen en Bijsturen
    • Inleiding: Aansturen en Bijsturen
    • 5.1 Aansturen
    • 5.2 Bijsturen
      • 5.2.1 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – PO
      • 5.2.2 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – VO
    • 5.3 Oefenperiode
    • 5.4 Telraam introduceren
    • 5.5 Handleiding Aansturen en Bijsturen
    • 5.6 Aansturen en Bijsturen: Instructievideo’s
  • 6. Orde Maken in de Praktijk
    • 6.1 Checklist voor Motivatiecoach
    • 6.2 Overzicht
    • 6.3 Gebruik Lichaamstaal
      • 6.3.1 Gebaren
    • 6.4 Schoolbreed Implementeren
    • 6.5 Teamtraining – Oefeningen en Informatie

Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling die zich inzet voor het onderwijs.

T 06-42045382
E info@vriendelijkordehouden.nl
www.vriendelijkordehouden.nl

In 2016 is de onderwijsmethode Vriendelijk Orde Houden gestart in Nederland. Vanaf 2023 is deze ook beschikbaar in het Engels als www.friendlyandfairteaching.com

Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde