3.4 Docentgestuurd onderwijs

Tijdens frontaal lesgeven geeft een docent uitleg aan-, herhaalt lesstof met- of demonstreert iets aan de hele groep. Aansluitend geeft de docent korte oefeningen en opdrachten die aansluiten bij wat zojuist is behandeld. De docent neemt hierbij het initiatief. Dit alles valt bij Vriendelijk orde houden (VOH) onder Docentgestuurd onderwijs.

Tijdens frontaal lesgeven neem ik de groep bij de hand. Mijn rol is te vergelijken met die van een reisleider. Ik vraag om aandacht en geef vervolgens uitleg aan de hele groep. Daarna verbind ik korte oefeningen of opdrachten aan mijn uitleg zodat mijn leerlingen met wat zojuist is behandeld vertrouwd raken. Bij deze module ligt het accent ligt op de onderwijsdoelen Kwalificatie en Socialisatie.

Huidige aanpak:

Op welke manier neem ik nu het iniatief tijdens frontaal lesgeven?

Toekomstige aanpak:

Op welke manier neem ik in de toekomst het initiatief bij frontaal lesgeven.

Inleiding Docentgestuurd onderwijs

Bij Docentgestuurd onderwijs bereid je een les voor. Deze werkvorm start met uitleg tijdens frontaal lesgeven. Jij bent tijdens die les de presentator, je praat duidelijk en verstaanbaar en je enthousiasmeert.  Onderdeel van deze werkvorm is het laten lezen van een stuk tekst die te maken heeft met wat je hebt behandeld of het doen van een (korte) oefening die daarbij past. Daarbij kun je ervoor kiezen om als docent groepen in te delen zodat leerlingen al hun klasgenoten leren kennen.

Je bent vriendelijk en duidelijk. Je sluit aan bij de leefwereld van je leerlingen én je vergroot de belevingswereld van de leerlingen: Educatie = uitleiden. Bij Docentgestuurd onderwijs maak je ruimte voor persoonlijke verhalen (Johari venster). Daardoor ontstaat wederzijds vertrouwen. Tijdens het lesgeven observeer je, reageer je, stuur je aan en stuur je bij.

Onder Docentgestuurd verstaat VOH alles waarbij jij het initiatief neemt. Jij bent voor je leerlingen de reisleider. Jij bent een presentator die een onderwerp voor het voetlicht brengt en alle leerlingen met dat onderwerp laat kennismaken.

Indien mogelijk je leerlingen de beschikking over een app waarmee zij de lesstof die jij hebt behandelt bij zichzelf toetsen op een zelfgekozen moment. De resultaten die ze behalen met de app laten ze aan jou zien tijdens zelfstandig werken. Ook laat je tijdens zelfstandig werken je leerlingen zelf een planning maken bij door jou voorgeschreven werkzaamheden. Dit alles rond je af met een centrale toets.

PraktijkvoorbeeldVO

Een voorbeeld van enthousiasmeren:
In de brugklas
besteedde ik als muziekdocent een aantal lessen aan het demonstreren van verschillende instrumenten. Ik liet dan zien hoe je ze bespeelde. Om alle leerlingen de kans te geven de basgitaar te bespelen maakte ik plankjes met daarop getekend de snaren met de bijbehorende tonen. Wie op dat plankje een patroon kon aanwijzen mocht dat uitproberen op een gitaar en als dat lukte op de basgitaar.

Soms reageerden leerlingen bij zo’n introductie heel sterk op een instrument. Een leerling zag mij de basgitaar demonstreren, had binnen twee weken een eigen basgitaar en speelde vervolgens mee bij elke voorstelling. Bij dezelfde les in een andere klas vroeg een leerling of hij de basgitaar even mocht vasthouden. Hij ging direct staan in de heavy metal stand en wist toen: Dit is mijn toekomst!

Vriendelijk orde houden (VOH) maakt onderscheid tussen Docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs. Elementen van beide manieren van werken wissel je doorgaans af. Het is mogelijk beide werkvormen in één les te combineren. Door deze twee werkvormen af te wisselen, voorkom je ordeproblemen (preventief). Op een aantal plaatsen op deze site is het verschil tussen beide manieren van werken met deze twee afbeeldingen en in twee kolommen aangegeven:

Docentgestuurd

Met docentgestuurd onderwijs geef je vooral aandacht aan de onderwijsdoelen Kwalificatie en Socialisatie (Drie domeinen Biesta).

Leerlinggestuurd

Met leerlinggestuurd onderwijs geef je vooral aandacht aan het onderwijsdoelen persoonsvorming (Drie domeinen Biesta).

1 Belang docentgestuurd onderwijs

1.1 Wel docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs neem jij het initiatief. Jij bepaalt waarover je les geeft en welke werkvormen je daaraan koppelt. Daarbij zet je zowel jouw didaktische, pedagogische als vakmatige vaardigheden in. Jij hebt de leiding. Alleen als jouw leerlingen meewerken komt jouw les tot zijn recht. Daarom vraag je om medewerking van je leerlingen.

Met docentgestuurd onderwijs ligt het accent op de onderwijsdoelen Kwalificatie en Socialisatie.  Je zorgt ervoor dat je leerlingen voldoen aan de eisen. Met oefeningen en opdrachten die volgen op jouw uitleg bevorder je de cohesie in de groep door leerlingen in wisselende samenstellingen te laten samenwerken.

1.2 Geen docentgestuurd onderwijs

Jij geeft voornamelijk leerlinggestuurd onderwijs. Er is dan weinig gelegenheid om de hele groep bij de hand te nemen. Je laat kansen voorbijgaan om aan iedereen tegelijk iets uit te leggen of om belangrijke vaardigheden gezamenlijk te oefenen. Zie valkuil leerlinggestuurd onderwijs

1.3 Starten met docentgestuurd onderwijs

Met docentgestuurd onderwijs kun je direct beginnen. Als beginnend docent zul je dat in de meeste gevallen ook doen.

Verbeteren van jouw manier van lesgeven en het lesmateriaal

Na elke periode vraag je (een aantal) leerlingen om jouw manier van lesgeven en jouw lesmateriaal te beoordelen. De suggesties die zij geven en uiteraard wat je zelf als verbeterpunten bedenkt, verwerk je in de daaropvolgende lessen.

Goede orde

Bij dit alles de kanttekening dat docentgestuurd onderwijs staat of valt met goede orde. Daarom adviseert VOH om de vijf invalshoeken Vriendelijk, Duidelijk, Observeren, lesinhoud en ‘Aansturen en bijsturen’ te betrekken bij de start van docentgestuurd onderwijs.

Jij geeft het goede voorbeeld en daarmee geef je richting aan de houding van je leerlingen en de manier waarop zij zich tijdens jouw les opstellen. Bij elke context, dus ook bij een docentgestuurde context, horen beperkingen: Wat mag wel en niet? Hoe bied je weerstand tegen impulsieve neigingen van leerlingen? Hoe leer je hen om te gaan met het uitstellen van verlangens? Bekijk hiervoor de invalshoek Aansturen en bijsturen.

Citaat van Meirieu over de plicht om weerstand te bieden.
Pedagogen laten kinderen niet over aan de natuur, waarbij ze zich inbeelden dat diezelfde kinderen dan spontaan een democratische samenleving zouden kunnen opbouwen – alles wijst inderdaad op het tegenovergestelde – , maar zij creëren situaties die zowel laagdrempelig als uitdagend zijn en waarin kinderen tegelijkertijd zowel kunnen leren wat hen is opgelegd als hun vrijheid kunnen verkennen”. Meirieu (2016).

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module leerlinggestuurd onderwijs? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Jouw activiteiten bij docentgestuurd onderwijs

Een deel van jouw activiteiten komen terug bij zowel docentgestuurd onderwijs als bij leerlinggestuurd onderwijs. Die activiteiten staan beschreven bij de inleiding van de invalshoek Lesinhoud. Bekijk deze link voordat je verder leest.

Jouw rol bij frontaal lesgeven is te vergelijken met een die van een reisleider die een georganiseerde reis begeleidt. Als reisleider is het jouw doel de wereld van je leerlingen te verruimen: Educatie = uitleiden.

Als je van plan bent om frontaal les te gaan geven, waar let je dan op bij het voorbereiden van een les? Waar let je op als je je leerlingen observeert? Hoe handel je efficiënt tijdens frontaal lesgeven? Hoe stuur je leerlingen aan en bij tijdens frontaal lesgeven?

2.1 Voorbereiding docentgestuurd onderwijs

  1. Bij frontaal lesgeven staan Kwalificatie en Socialisatie centraal.
  2. Je kiest een onderwerp en bereidt minimaal één les voor.
  3. Je zoekt vervolgopdrachten die aansluiten bij wat jij behandelt.
  4. Je sluit aan bij de leefwereld van je leerlingen én je vergroot de belevingswereld van je leerlingen: Educatie = uitleiden.

Je zet een proces in gang dat valt samen te vatten met deze metafoor: Van georganiseerde reis naar trektocht

2.2 Jouw handelen tijdens docentgestuurd onderwijs

Voordat je gaat lesgeven, geef jij aan dat je van je leerlingen verwacht dat zij zich coöperatief opstellen. Zie toelichting kader

De leerlingen zien dat jij op de volgende manier handelt:

  1. Je geeft uitleg en je enthousiasmeert. Je introduceert onderwerpen en geeft belangrijke informatie door aan de hele groep. Aansluitend doe je (korte) oefeningen met de groep die aansluiten bij wat jij hebt behandeld. Hiermee breng je je leerlingen in contact met jouw vak.
  2. Je bent duidelijk verstaanbaar (Presentator)
  3. Als je een compliment geeft, doe je dat met een gebaar (duim omhoog – hiermee geef je geen aanleiding voor jaloezie).
  4. Je maakt ruimte voor kennismaken en voor het vertellen van persoonlijke verhalen (Johari Venster).
  5. Je geeft je leerlingen vertrouwen.
  6. Je biedt leerlingen structuur waardoor ze voldoen aan eisen.

Je zorgt voor variaties wat betreft de groepssamenstelling zodat je leerlingen met meerdere leerlingen kunnen samenwerken.

2.3 Observeren van leerlingen tijdens docentgestuurd onderwijs

Tijdens frontaal lesgeven let je op deze punten:

  1. Stellen mijn leerlingen zich coöperatief op?
  2. Storen zij niemand?
  3. Is er wederzijds vertrouwen?
  4. Zijn zij in staat indien nodig in te schikken en te incasseren?

2.4 Zichtbaar aan- en bijsturen bij docentgestuurd onderwijs

Je stuurt zowel de hele groep als individuele leerlingen aan en bij. Als een leerling een andere leerling stoort, los je de verstoring op door aan- of bij te sturen met:

  1. lichaamstaal,
  2. een (duidelijk verstaanbare) Tip die je noteert in je Tipboek. Je telt de Tips die je per les geeft met de Spiegelmap. Daarmee geef je jouw grens aan. Na de tweede Tip geef je de derde leerling die stoort een Tijdrovende opdracht.
  3. een Tijdrovende opdracht
  4. hulp van je leidinggevende.

Bij een ernstige verstoring pauzeer je samen met de klas. Je neemt daarmee de tijd om wat er zojuist is gebeurd én je eigen reactie te overdenken.
Bij frontaal lesgeven handel je zichtbaar en zo mogelijk onhoorbaar tijdens het oplossen van een verstoring én altijd vriendelijk en duidelijk:

  1. Freeze – stap naar leerling – gebaar
  2. Door b.v. naar de Spiegelmap te lopen weten de leerlingen dat je overweegt een Tip te geven.
  3. Bij frontaal lesgeven past bijna altijd de Tip: Graag opletten. Bij een verstoring door een groep leerlingen geef je een algemene Tip.

Als je een Tijdrovende opdracht pakt, is dat een vooraankondiging. Als een leerling stopt met storen, leg je de opdracht weer weg.

2.5 Valkuil van te veel docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs bepaal jij het onderwerp van de les en bedenk je een lesplan. Je geeft instructie en kiest oefeningen die passen bij jouw uitleg. Zou je uitsluitend docentgestuurd onderwijs geven, dan ben je té bepalend en beperkt je daarmee de ruimte voor eigen initiatief van je leerlingen en daarmee hun vrijheid. Dit is de valkuil van docentgestuurd onderwijs.

Als je uitsluitend frontaal lesgeeft, houd je jezelf en je leerlingen voortdurend in de greep. Leerlingen kunnen dit als beklemmend ervaren. Jij bepaalt hoe de les verloopt. Bij (te veel) docentgestuurde lessen is het altijd de vraag of je leerlingen steeds opnieuw aan jouw plannen willen deelnemen. Het is dan de vraag hoe lang je leerlingen bereid zijn om jou te volgen, zich coöperatief te blijven opstellen. Het is dan de vraag tot wanneer ze willen meewerken aan jouw plannen.

Als je te veel tijd besteed aan frontaal lesgeven en leerlingen daarbij niet de gelegenheid krijgen zelf keuzes te maken, krijg je te maken met niveauverschillen. Die verschillen kunnen schrijnend aan het licht komen. De ene leerling vindt jouw opdracht te moeilijk en een andere te makkelijk. Als jij tijdens het voorbereiden van een les rekening houdt met deze verschillen (omdat de opdracht voor iedereen is) en je noodgedwongen kiest voor een middenweg wat betreft niveau, dan beperk je het lesaanbod. Je zoekt dan naar een gemiddelde waar iedereen iets mee kan. Maar hoe je het ook aanpakt:

  1. Voor snelle leerlingen is de opdracht dan te makkelijk. Zij vervelen zich en de opdracht biedt hun geen uitdaging.
  2. Als de opdracht te moeilijk is voor achterblijvende leerlingen, zorgt deze opdracht bij hen voor problemen. Door die problemen zijn zij eerder geneigd de les te verstoren. Die verstoringen dien je dan weer te bestrijden (zie symptoombestrijding aan het einde van de inleiding van deze pagina).

Allemaal dezelfde opdracht

Bij het praktijkvoorbeeld hierboven breng je je leerlingen wel in aanraking met een onderwerp maar verplicht je niet om allemaal met dat onderwerp een bepaald niveau te behalen. Wat leerlingen later met jouw instructie doen komt voort uit hun eigen motivatie.

Altijd de leiding nemen

Als je je beperkt tot docentgestuurd onderwijs, houd jij altijd de touwtjes in handen. Dat is op den duur voor jou vermoeiend. Je bent dan té bepalend en daarmee vergroot je de neiging bij de leerlingen om de les te verstoren:

Gevolgen van de lesstof richten op de middengroep

  1. Als je uitsluitend docentgestuurd onderwijs geeft, krijgen snelle leerlingen te weinig uitdaging. Als zij zich vervelen ontstaat bij hen de neiging de les te verstoren.
  2. Achterblijvende leerlingen die moeite hebben met het niveau, raken gefrustreerd en verstoren de les.
  3. Als je slaagt in je streven naar uniformiteit, zie je uniforme resultaten.
  4. Je leerlingen zijn minder geneigd elkaar te helpen en doen alleen het hoogstnoodzakelijke.
  5. Voor jou is nakijken eentonig.
  6. Je leerlingen maken alleen kennis met het deel van jouw vak dat jij aanbiedt.
  7. Jij bent druk bezig met het geven van je les. Daarom kom je te weinig toe aan het begeleiden van individuele leerlingen.
  8. Bij frontaal lesgeven is het niet makkelijk om de rolverdeling docent –  leerling te doorbreken.

3 Toelichting docentgestuurd onderwijs

3.1 Kader

Bij docentgestuurd onderwijs is aandacht en medewerking van je leerlingen een voorwaarde. Je bespreekt het kader en geeft aan dat jij je vriendelijk en duidelijk opstelt én dat je leerlingen als dat niet lukt jou daarop aan mogen spreken. Omgekeerd vraag jij van je leerlingen ook vriendelijk en duidelijk te zijn en spreekt jij hen daar indien nodig op aan. Als je leerlingen jouw voorbeeld volgen, is het goed mogelijk om samen te werken. Bij de vervolgopdrachten die jij laat volgen op jouw uitleg laat je je leerlingen steeds in andere samenstellingen samenwerken zodat iedereen elkaar leert kennen.

3.2 Beoordeling

Bij docentgestuurd onderwijs beoordeel jij de leerling. Ook kun je de leerlingen de gelegenheid geven zichzelf te beoordelen. Met een app laat je leerlingen hun niveau bepalen. Een app geeft hun een objectief beeld van hun niveau. Daarnaast vraag je je leerlingen om jouw lessen en jouw manier van lesgeven te beoordelen.

Doordat alle betrokkenen in het onderwijs elkaar en zichzelf beoordelen, deelt iedereen de verantwoording voor de gehele onderwijscontext. Op aanwijzing van je leerlingen verbeter jij jouw manier van lesgeven. Als je leerlingen merken dat jij hun suggesties serieus neemt, verhoogt dat hun motivatie.

Lees meer over beoordeling

4 Samenvatting docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs breng je je leerlingen in contact met belangrijke onderwerpen die horen bij jouw vak. Na jouw uitleg geef  je je leerlingen oefeningen en opdrachten die hierbij aansluiten. Jouw rol hierbij  is te vergelijken met die van een reisleider. Door het kader weet iedereen welk gedrag jij verwacht. Voldoet het gedrag van een leerling niet aan het kader dan stuur jij aan- of bij.