Lesinhoud: inleiding

Lesinhoud is een van de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH).  Docenten beginnen met een periode met docentgestuurd onderwijs (frontaal lesgeven) en gaan dan verder met een periode met Leerlinggestuurde onderwijs (zelfstandig werken). Zij wisselen deze twee werkvormen af. Daarmee geven zij hun leerlingen steeds meer verantwoordelijkheid. Met die verantwoordelijkheid stellen zij hun leerlingen in staat om op eigen kracht vaardigheden te verwerven. Tijdens het op een eigen manier verwerven van basiskennis en het werken aan eigen projecten, verbinden leerlingen zich met elkaar en met de wereld. Docent en leerlingen beoordelen elkaar. Deze wederzijdse beoordeling versnelt ieders ontwikkeling.

Ik maak mijn leerlingen tijdens frontaal lesgeven enthousiast voor het vak. Bij zelfstandig werken geef ik mijn leerlingen, binnen een door mij aangegeven structuur, de kans een eigen koers te bepalen. Daarmee vergroot ik hun intrinsieke motivatie en benutten zij meer kansen. Een leerling die een eigen koers volgt, is minder geneigd de les te verstoren. De weinige verstoringen die nog overblijven, los ik vriendelijk en duidelijk op.

Bij de start van dit proces ontstond de metafoor: van georganiseerde reis naar trektocht. Dat is een manier van veranderen waarbij het heel belangrijk is dat je met elkaar een beeld schept van wat je ‘in het hier en nu’ doet. We hebben geen routekaart, maar we hebben ambities en een gedeeld beeld ontwikkeld van wanneer het goed is. We formuleren met elkaar uitgangspunten en leidende principes, van waaruit je kunt werken: alles wat daarbij past is goed. Op deze manier voorkom je bovendien symptoombestrijding.” Lees meer bij dit blog over een interview met Dick Bruinzeel

De Amerikaanse psycholoog bij wie de revolutie in het donken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Deze vraag is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een nieuwe beweging. Over een nieuw realisme. Want niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen.” Bregman (2019)

Het is mooi om te zien als leerlingen gemotiveerd zijn. Door het kader, de onderwijsdoelen en door verwachtingsmanagement krijgt hun ontwikkeling de juiste koers en durf ik ze los te laten.” Docent VO 

Lesinhoud // Vriendelijk Orde Houden in de Klas

Overzicht van Vriendelijk orde houden

Huidige aanpak:

Hoe zorg ik nu voor een uitdagend lesaanbod?

Toekomstige aanpak:

Hoe zorg ik in de toekomst voor een uitdagend lesaanbod?

Bij deze video zie je links in beeld het overzicht van Vriendelijk orde houden.

De invalshoek lesinhoud heeft drie aspecten:

  1. Vrijheid: Je geeft je leerlingen, binnen een door jou bepaalde structuur, de gelegenheid om zelf te bepalen op welke manier ze aan de slag gaan.
  2. Je gebruik verschillende werkvormen. Daarbij kun je denken aan docentgestuurd of leerlinggestuurd en allerlei vormen van samenwerking.
  3. Beoordeling komt van twee kanten. Vraag je leerlingen ook om  jou te beoordelen.

Lesinhoud is een van de vijf invalshoeken die bijdragen aan een goede orde.

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud (deze pagina)
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen

Lesinhoud: inleiding

Elke leerling is uiteindelijk op zichzelf is aangewezen. Dit is de hoofdzaak. Op die realiteit bereiden docenten hun leerlingen voor door hun steeds meer verantwoordelijkheid te geven.

1 Education always arrives as an unwarranted intervention (Onderwijs geeft geen garantie). 2 Education always arrives as an act of power (Jij bepaalt hoe je je onderwijs vormgeeft). Biesta (2022), Gert JJ

Hoe geef je, met twee stellingen van Biesta in gedachten in gedachten, je onderwijs vorm?

De invalshoek Lesinhoud en de deelgebieden daarvan zijn te zien als losse modules. Met een of meer modules verzorg je een uitdagende les en daarmee maak je orde. Vriendelijk orde houden onderscheidt wat betreft orde maken preventieve acties zoals het werken binnen een kader, het bieden van vrijheid binnen een structuur met daarbij ruimte voor creativiteit. Daarnaast  onderscheidt VOH curatieve acties die verwantschap hebben met ‘orde houden’ (bijsturen met tijdrovende opdracht). Dit alles valt bij Vriendelijk orde houden onder Orde Maken.

De deelgebieden van de invalshoek lesinhoud zijn:

  1. Vrijheid:
    – Structuur
    – Creatief
  2. Werkvormen:
    Docentgestuurd onderwijs
    Leerlinggestuurd onderwijs 
    Samenwerken
  3. Beoordeling

In combinatie helpen deze deelgebieden leerlingen met het zo volledig mogelijk benutten van hun potentie, met het overgaan naar een volgende groep of klas en tenslotte bij het behalen van hun examen. Door aandacht te besteden aan deze deelgebieden verhoog je de motivatie van je leerlingen en zijn zij minder geneigd de les te verstoren (preventief). Welke verwachtingen heb jij van je leerlingen? Hoe maak je leerlingen (geleidelijk) onafhankelijk? Hoe zorg je ervoor dat zij steeds meer vaardigheden, zelfvertrouwen en zelfstandigheid krijgen én dat zij aan de eindtermen voldoen? Daarvoor zet je een proces in gang dat zich laat omschrijven met de volgende metafoor: Van georganiseerde reis naar persoonlijke trektocht. Lees meer hierover bij dit interview met schoolleider Dick Bruinzeel VOH pleit ervoor om bij je voorbereiding van lessen zowel de behoefte van leerlingen aan structuur te betrekken als het benutten van hun creativiteit. Bij frontaal lesgeven neem jij het initiatief (Docentgestuurd onderwijs), en bij zelfstandig werken geeft je je leerlingen de ruimte het initiatief te nemen (Leerlinggestuurd onderwijs). Door leerlingen geleidelijk steeds meer invloed te te geven op hun leerproces, verhoog je hun motivatie en zijn zij minder geneigd om de les te verstoren (preventief). Gemotiveerde leerlingen zullen ook buiten school hun werkzaamheden voortzetten: de nieuwsberichten hierboven sluiten hier op aan. Tussen beide polen, structuur en creativiteit, ontdekken leerlingen verschillende vakken en krijgt hun koers steeds meer een persoonlijk karakter. Beide polen hebben op deze site een eigen  icoon. Met deze iconen geeft VOH aan of de informatie gaat over docentgestuurd onderwijs of over leerlinggestuurd onderwijs (frontaal lesgeven of zelfstandig werken).

  1. Docentgestuurd: (icoon: baret) Bij frontaal lesgeven neem jij de leerlingen bij de hand en ben jij hun docent of in zekere zin reisleider. Je biedt structuur. Je breng je leerlingen in contact met jouw vak . Je behandelt tijdens frontaal lesgeven de basisvaardigheden (Educatie = uitleiden).
  2. Leerlinggestuurd: (icoon pet) Bij zelfstandig werken stuur jij je leerlingen op een trektocht waarbij zij werken aan een zelfgekozen onderwerp dat te maken heeft met jouw vak. Ook besteden zij tijdens zelfstandig werken aandacht aan de basisstof. Daarbij stel je hen in staat zichzelf  op een zelfgekozen moment met een app te beoordelen. Zij maken een eigen planning en werken in eigen tempo. Tijdens zelfstandig werken stel jij je eerder op als coach dan als docent. Je helpt je leerlingen bij het plannen van hun werk en je ondersteunt hun zelfgekozen koers. Je geef je leerlingen het initiatief.

Met de afwisseling van docent- en leerlinggestuurd onderwijs verzorg je een stevige basis die aansluit bij de eisen van het Ministerie van onderwijs. In beide gevallen bied jij zowel structuur als vrijheid. De manier waarop je jouw leerlingen aan deze eisen laat voldoen, bepaal jij zelf. Alleen met een zeker mate van vrijheid ontwikkelen leerlingen zich tot unieke personen die op hun eigen wijze hun verantwoordelijkheid nemen en op positieve manier omgaan met jouw lesaanbod.

Tijdens een rapportperiode geef je gefaseerd aandacht aan leerlingen. Eerst geef je de snelle leerlingen aandacht, daarna de achterblijvende leerlingen. De gedachte hierachter is dat het in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de leerling is om aan het werk te gaan: Lees meer

Education always arrives as an act of power (Biesta) 2022

Jouw ‘act of power’  bestaat er in dit geval uit dat jij docent- en leerlinggestuurd onderwijs afwisselt waarmee je zowel formeel leren (onder jouw toezicht) als informeel leren (iets leren bij toeval) de kans geeft. De indeling formeel/informeel is verder te specificeren. Hiervoor bedacht Evert Bisschop Boele de term: Meervoudig continuüm Verder kun je door de manier waarop je leerlingen benadert, door de manier waarop jij aandacht besteedt aan samenwerken én door de manier waarop jij beoordeelt, de resultaten van jouw lessen optimaliseren. Met eigen inbreng en met de stevige basis van kennis en vaardigheden zijn je leerlingen in staat steeds meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces en krijgen zij inzicht in eigen kunnen. Lees het nieuwsbericht over betekenisvol onderwijs en bekijk op de website van Kennisland een artikel over efficiency denken. (Dit is dezelfde link als eerder genoemd naar interview met Dick Bruinzeel). Uit dit artikel komt het volgende citaat waaruit blijkt dat je met de manier waarop je je lesinhoud presenteert orde maakt en daarmee symtoombestrijding voorkomt:

Op welke manier geef je leiding aan verandering, zonder dat het eindresultaat al vaststaat?

Bij de start van dit proces ontstond de metafoor: van georganiseerde reis naar trektocht. Dat is een manier van veranderen waarbij het heel belangrijk is dat je met elkaar een beeld schept van wat je ‘in het hier en nu’ doet. We hebben geen routekaart, maar we hebben ambities en een gedeeld beeld ontwikkeld van wanneer het goed is. We formuleren met elkaar uitgangspunten en leidende principes, van waaruit je kunt werken: alles wat daarbij past is goed. Op deze manier voorkom je bovendien symptoombestrijding.” – Dick Bruinzeel

Met Orde maken en de daarbij horende preventieve acties voorkom je symptoombestrijding.

Inhoud

  1. Afwisselen docentgestuurd en leerlinggestuurd
    1.1 Wel afwisselen
    1.2 Niet afwisselen
    1.3 Starten afwisselen
  2. Vrijheid
    2.1 Structuur – gesloten opdrachten
    2.2 Creatief – open opdrachten
  3. Werkvormen
    3.1 Aanwijzingen voor alle werkvormen
    3.2 Valkuilen voorkomen
    3.3 Reageren op verstoringen bij alle werkvormen
    3.4 Reisleider en trektocht
    3.5 Einddoel autonomie leerlingen
    3.6 Samenwerken
  4. Beoordeling
  5. Maatschappelijke verantwoordelijkheid
  6. Samenvatting
  7. Credits

1 Afwisselen docentgestuurd en leerlinggestuurd

1.1 Wel afwisselen

Door zowel tijd in te ruimen voor docentgestuurd- als voor leerlinggestuurd onderwijs betrek je alle leerlingen bij de les en geef je iedere leerling de gelegenheid zijn of haar eigen weg te zoeken en in eigen tempo te werken. Daarmee maak je het onderwijs inclusief.

  1. Om te starten met docentgestuurd onderwijs bereid je minimaal één les voor. Bij docentgestuurd onderwijs werk je met de hele groep aan één onderwerp en ben jij de ‘reisleider‘.
  2. Als je start met leerlinggestuurd onderwijs bereid je een aantal onderwerpen voor waar leerlingen kiezen. Ze kiezen iets dat past bij hun eigen niveau en ze gaan in hun eigen tempo aan de slag. Met leerlinggestuurd onderwijs stuur je de leerlingen op trektocht.

Aan het einde van een rapportperiode vraag je tijdens zelfstandig werken of een snelle leerling een achterblijvende leerlingen wil helpen. Hiermee voorkom je dat leerlingen afvallen. Hoe vaker leerlingen zelf keuzes maken, hoe meer dit bijdraagt aan aan het onderwijsdoel Persoonsvorming.

Als je docentgestuurd-  en leerlinggestuurd onderwijs combineert, ontstaat diversiteit. Iedere leerling beschikt na verloop van tijd over eigen expertise.

1.2 Niet afwisselen

Als je uitsluitende docentgestuurd onderwijs geeft, en je laat alle leerlingen werken aan dezelfde opdrachten, beschikken alle leerlingen na verloop van tijd over min of meer dezelfde expertise. Hoe minder keuzes je een leerling laat maken, hoe minder het onderwijs voor een leerling een persoonlijke tint krijgt (Valkuil alleen docentgestuurd onderwijs).

Als je uitsluitend leerlinggestuurd onderwijs geeft, ben je niet in de gelegenheid de hele groep van noodzakelijke informatie te voorzien. Dit kan leiden tot het ontbreken van kennis en vaardigheden (Valkuil alleen leerlinggestuurd onderwijs)

1.3 Starten met afwisselen

Bij het voorbereiden van je lessen raadt VOH aan te zoeken naar mogelijkheden om leerlingen (een deel van) hun eigen ontwikkeling zelf vorm te laten geven. Dat maakt onderwijs voor leerlingen aantrekkelijk en persoonlijk. Daarmee motiveer je leerlingen en maak je orde (preventief). Hoe ondersteun je met de vijf invalshoeken van VOH deze aanpak?

Vriendelijk

Als je een nieuwe groep voor het eerst ziet, stel je je vriendelijk en rustig op, ook al begint de groep onrustig. Als je op hun onrust ook weer met onrust en boosheid reageert, geef je op dat moment niet het goede voorbeeld.

+ Duidelijk

Je hangt het kader aan de muur (Vriendelijk + Duidelijk). Je bespreekt het kader waarbij je aangeeft dat jij zelf probeert altijd vriendelijk en duidelijk te zijn. Als dat niet lukt, mogen jouw leerlingen je daarop aanspreken. Ook geef je aan dat jij omgekeerd van hen vraagt vriendelijk en duidelijk te zijn. Je laat weten dat je hen hierop aanspreekt als dat niet lukt.

+ Lesinhoud

Als het kader is besproken en je hebt kennisgemaakt met je leerlingen, geef je aan dat je hun een zekere vrijheid geeft om zelf te bepalen wat ze gaan doen (Creativiteit). Ook geef je duidelijk de minimumeisen aan die jij stelt. Je vraagt je leerlingen dan om op een verantwoordelijke manier om te gaan met de door jou geboden vrijheid. Je spreekt uit dat je er vertrouwen in hebt dat zij van de geboden vrijheid gebruik maken én dat zij hun verantwoordelijkheid nemen (Structuur).

Als je beide aspecten combineert en jij bent zowel vriendelijk als duidelijk, gaan de meeste leerlingen gemotiveerd aan het werk. Wie niet gewend is zelfstandig te werken, volgt na een enige tijd de leerlingen die wel direct aan het werk gaan.

+ Observeren

Jij kijkt hoe je leerlingen werken en je geeft complimenten als zij goed werken. Observeren vervult een spilfunctie tussen enerzijds het kader en de lesinhoud, en anderzijds het geven van complimenten dan wel het aan- of bijsturen van leerlingen.

+ Aansturen en bijsturen

Leerlingen hebben zowel bij docentgestuurd- als bij leerlinggestuurd onderwijs behoefte aan een rustige omgeving. Jij maakt voor hen orde. Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost. Je leerlingen verwachten van jou dat jij storend gedrag bijstuurt (curatief). Zo blijft de omgeving waarin leerlingen werken rustig en kan iedereen zich concentreren. Er zijn verschillen in de manier waarop je aan- en bijstuurt bij frontaal lesgeven en bij zelfstandig werken.

Samengevat:

Invalshoeken 1 + 2 vormen samen het kader. Door het kader te bewaken (invalshoek 4 + 5) voorkom je dat je té vrijblijvend (Laissez faire) lesgeeft.

Invalshoek 3: Je biedt zowel structuur als ruimte voor creativiteit. Doordat je leerlingen met een zekere vrijheid laat werken, voorkom je dat je té bepalend bent en (Autoritair) lesgeeft.

Bij frontaal lesgeven ben je vooral docent. Tijdens zelfstandig werken ben je voornamelijk coach. Zie rollen docent. Een cursist bedacht noemde het woord Motivatiecoach. Bekijk de Checklist voor motivatiecoach

2 Vrijheid

Hoe wordt een leerling volwassen (Persoonsvorming)? Een belangrijk ingrediënt hierbij is de vrijheid om zelf beslissingen te nemen en daarnaar te handelen. Een leerling die zelf iets maakt, iets schept, een project vormgeeft, kan daar trots op zijn. Eigenheid verwerven is iets anders dan anderen na te volgen. Bied daarom je leerlingen, binnen een door jou bepaalde structuur, de vrijheid om keuzes te maken, om werkzaamheden in te delen en om deze te toetsen. Ook de basisstof hoort bij die werkzaamheden. Elke leerling bepaalt met een duidelijk doel voor ogen een eigen koers.

3 Werkvormen

VOH onderscheidt drie werkvormen:  Docentgestuurd onderwijs (frontaal lesgeven), Leerlinggestuurd onderwijs (zelfstandig werken) en Samenwerken. Bij deze drie werkvormen streef je naar het vergroten van de intrinsieke motivatie, vaardigheden en verantwoordelijkheid bij leerlingen.

3.1 Aanwijzingen voor alle werkvormen

  1. Onderwijs is een spel met regels. Iedereen is hierop aanspreekbaar.
  2. Je hebt hoge verwachtingen van je leerlingen. Jouw einddoel is een groep gemotiveerde leerlingen die goed kunnen samenwerken.
  3. Je speelt in op wat nu gebeurt (Observeren en handelen).
  4. Metafoor: Van georganiseerde reis naar trektocht
  5. Je creëert mogelijkheden voor leerlingen om zichzelf aan te sturen.
  6. Zelfsturing vergt een goede verstandhouding tussen leerlingen en tussen docent en leerlingen. Daarom ben je altijd vriendelijk en duidelijk (Vermijd boos of streng/dominant)
  7. Je wisselt frontaal lesgeven en zelfstandig werken af.
  8. Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost:
    Aansturen met lichaamstaal en Tips (preventief)
    Bijsturen met Tijdrovende opdracht (curatief)

3.2 Valkuilen voorkomen

VOH onderscheidt vijf invalshoeken.

Invalshoeken 1 + 2 vormen samen het kader. Door het bewaken van het kader (invalshoek 4 + 5) voorkomt je dat je té vrijblijvend (Laissez faire) lesgeeft.

Invalshoek 3: Je biedt zowel structuur als vrijheid. Door naast structuur ook vrijheid te bieden, voorkom je dat je té bepalend (Autoritair) lesgeeft.

Om beide valkuilen (laissez faire en autoritair) te voorkomen, balanceer je tussen orde en chaos:

Te veel wanorde is regelrecht gevaarlijk. Te veel orde maakt kwetsbaar op langere termijn, doordat het aanpassingsvermogen en de creativiteit dan teruglopen (Mark Mieras).

3.3 Reageren op verstoringen bij alle werkvormen

Je bent en blijft altijd vriendelijk en duidelijk, je handelt consequent en consistent (samenhangend, niet tegenstrijdig):

  1. Je reageert op alle verstoringen.
  2. Bij een verstoring verbind je je niet met negatief, storend gedrag.
  3. Bij een verstoring handel je voorspelbaar en neem je de stappen van Handelingsladder van onder naar boven.
  4. De eerste stap is onhoorbaar (non-verbaal), daarmee verstoor je de les niet.

Elke stap kan de oplossing zijn van een verstoring.

De manier waarop je een verstoring aanstuurt, verschilt. Bij frontaal lesgeven stuur je op een andere manier aan dan bij zelfstandig werken.

3.4 Reisleider en trektocht

VOH gebruikt regelmatig de term ‘reisleider‘ als metafoor voor de rol die je hebt als frontaal lesgevende docent.  Als leerlingen zelfstandig werken aan een eigen project gebruikt VOH daarvoor de term ’trektocht’. Tijdens die trektocht ben jij coach/wegenwacht. Lees meer over deze termen in dit blog.

3.5 Einddoel autonomie leerlingen

De afwisseling van werkvormen leidt ertoe dat je leerlingen steeds minder afhankelijk van jou zijn. Uiteindelijk komt er een moment dat je kunt stoppen om les te geven.

Twee voorbeelden:

De onderstaande link gaat naar een tweede site van Rapucation: conductorsband.com

Oud-leerling Kizzo uit het nest geduwd

Praktijkvoorbeeld

Een leerling komt mijn lokaal binnen. Ik heb hem drie jaar lesgegeven. Hij  viel niet erg op tijdens mijn lessen. Nu zit hij in de vierde en heeft hij geen les meer van mij. Hij vraagt mij of hij mag optreden met gitaar bij de Kerstviering. Deze voorstelling gaven wij jaarlijks voor alle leerlingen van de hele school. Ik vraag hem iets voor te spelen en geef aan dat hij mee kan doen. Tijdens de voorstelling speelt hij verdienstelijk sologitaar. Na de voorstelling komt hij bij mij en vraagt mij of ik wil inschatten hoelang hij al gitaarles heeft. Ik zeg ‘drie jaar?’. Hij geeft aan dat hij pas drie maanden les heeft! Hij geeft aan ‘dat ik zo snel geleerd heb, komt door u’. Ik vertel hem dat hij toen ik hem lesgaf nog nooit een gitaar had bespeeld, dus dat dit optreden geheel op zijn naam staat. Later bedacht ik mij dat hij vermoedelijk bedoelde dat hij bij mijn lessen de liefde voor het vak heeft opgevat en ook heeft leren leren.”

3.6 Samenwerken

Zowel bij Docentgestuurd onderwijs als bij Leerlinggestuurd onderwijs versnelt samenwerken het proces. Op twee manieren versterkt je het onderwijsproces:

  1. Tijden frontaal lesgeven geef je na uitleg korte oefeningen die je aansluiten bij je uitlegt. Jij deelt dan de groepen in. Daarmee geef je leerlingen de kans met medeleerlingen kennis te maken die ze zelf niet zouden kiezen. Daarmee voorkom je starre groepsvorming en vervreemding binnen de hele groep.
  2. Tijdens zelfstandig werken, laat je leerlingen zelf bepalen met wie ze samenwerken. Aan het einde van een rapportperiode vraag je een snelle leerling een langzame leerling te helpen.

Rolwisseling is van belang bij samenwerking.

Praktijkvoorbeeld

Snelle leerling helpt achterblijvende leerling
Ik heb een klas met twee snelle leerlingen en twee leerlingen met een rugzakje. Bij de laatste twee leerlingen lukt het mij niet om ze bij de les te betrekken. Op een dag stel ik voor dat zij met z’n vieren op vrijdagmiddag in mijn lokaal gaan samenwerken in twee duo’s aan een zelf verzonnen opdracht. Elk duo bestond uit een snelle en een achterblijvende leerling. Ik gaf aan dat ik, als het zou lukken om een achterblijvende leerling iets te leren, ook de snelle leerling een bonuspunt zou geven. De leerlingen kwamen om half drie. Om vijf uur moest ik ze vragen het lokaal te verlaten!”

4 Beoordeling

Uiteraard beoordeel jij je leerlingen. Het advies van VOH is om leerlingen op hun beurt jou manier van lesgeven en jouw lesmateriaal te laten beoordelen. Zo ontdek je sneller mogelijkheden voor verbetering.

Hoe zorg je ervoor dat de manier waarop jij je leerlingen beoordeelt hen motiveert? Hoe krijg je het voor elkaar om elke leerling een opdracht te geven op zijn of haar eigen niveau?

VOH geeft het advies om leerlingen te vragen de opdrachten die ze doen tijdens zelfstandig werken bij jou af te laten vinken. Hoe meer taken, hoe hoger het rapportcijfer. Deze manier van beoordelen en begeleiden maakt het mogelijk dat iedereen op eigen niveau werkt, eigen verantwoordelijkheid neemt én een hoog cijfer haalt. Hiermee bevorder je intrinsieke motivatie.

Naast het rapportcijfer dat gebaseerd is op het aantal afgevinkte taken, houd je voor jezelf bij wat het niveau is van de leerling. Je kunt deze aantekeningen  delen met de leerlingen en aangeven waarom je deze aantekeningen maakt: Tijdens een rapportvergadering waarbij je samen met collega’s de richtingkeuze bepaalt van een leerling, laat je zijn of haar werkelijke niveau meewegen.

Ook kun je af en toe een toets inlassen. De resultaten van de toets geven jou de gelegenheid de verschillende niveaus van je leerlingen te vergelijken. Ook je leerlingen krijgen daarmee inzicht in de onderlinge verschillen op dat moment.

Nu volgen twee voorbeelden die aansluiten bij de hierboven genoemde manier van beoordelen en begeleiden met vinkjes.

Praktijkvoorbeeld

Een leerling is al voordat hij bij mij in de les kwam een begenadigd drummer. In de derde klas geef ik leerling de kans zelf een onderwerp te kiezen. Hij zegt tegen mij: ik weet het allemaal wel, wat doe ik hier nog. Ik vraag hem of hij ook een 5/8 maat kan spelen. Dat bleek hij niet te kunnen. De rest van de rapportperiode zat deze leerling geconcentreerd hieraan te werken.”

Praktijkvoorbeeld

Een leerling kiest bij zelfstandig werken voor gitaarspelen. De gitaar staat naast hem op de grond en hij kijkt om zich heen. Op dat moment was het onderzoek naar mijn lessen gaande en de onderzoeker Kees van der Meer. Kees vroeg mij of ik wel gezien had dat deze jongen niet aan het werk was. Ik gaf aan dat ik dat wel gezien had maar dat de leerling niemand stoorde en dat ik rustig afwachtte tot hij iets ging doen. In de vijfde les sprak ik de klas toe en gaf aan dat de meeste leerlingen goed hadden gewerkt, maar dat een paar leerlingen nog geen taak hadden afgerond. Ik gaf aan dat ik deze leerlingen in de rest van de rapportperiode ging begeleiden. De andere leerlingen vroeg ik om mij even met rust te laten. Met deze achterblijvende leerling ging ik in gesprek, en koppelde een snelle leerling aan de achterblijvende leerling. In de volgende rapportperiode ging deze leerling eerder – en uit eigen beweging – aan het werk.”

5 Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Zowel jij als je leerlingen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wat jouw leerlingen in de maatschappij gaan doen, is grotendeels hun eigen verantwoordelijkheid. Voor een klein deel heb jij daar invloed op. Als je al wat langer lesgeeft, bestaat de kans dat er een oud-leerling naar je toekomt die aangeeft dat jij voor hem of haar het verschil hebt gemaakt. Zo’n verklaring maakt alles wat je tot dan toe hebt gedaan de moeite waard. Uit die opmerking blijkt dat deze leerling indertijd geprofiteerd heeft van jouw toenmalige leeromgeving.

Met de modules Docentgestuurd onderwijs,  Leerlinggestuurd onderwijs, Samenwerken en Beoordeling, verzorg je een leeromgeving waarbinnen talenten maximaal tot hun recht komen. De talenten die dan opbloeien, zetten je leerlingen later, zonder dat jij daar nog bij betrokken bent, in bij hun loopbaan. Een op school ontwikkeld talent speelt eerst een belangrijke rol bij de studiekeuze en kan vervolgens bepalend zijn voor het type werk of maatschappelijke functie én voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid die leerlingen op zich nemen. Het verhogen van de intrinsieke motivatie, helpt leerlingen bij het bepalen van hun studiekeuze. Een intrinsiek gemotiveerde student zal een studie eerder succesvol afronden.

6 Samenvatting

Je biedt je leerlingen zowel vrijheid als structuur. Je wisselt docentgestuurde- en leerlinggestuurde werkvormen af. Je geeft je leerlingen de gelegenheid een aantal zaken zelf te bepalen zoals het kiezen van een onderwerp, het bepalen wanneer ze de basisstof bij zichzelf toetsen met een app en hoe ze hun eigen planning maken. Verder geef je je leerlingen de gelegenheid om samen te werken. Bij Docentgestuurd onderwijs is het jouw taak de leerlingen te enthousiasmeren voor het vak. Bij Leerlinggestuurd onderwijs, is het jouw taak een uitdagende leeromgeving klaar te zetten. Jouw leerlingen gaan dan aan de slag met een van de onderwerpen die jij hebt voorbereid of met een zelfverzonnen onderwerp. Bij leerlinggestuurd onderwijs is jouw rol die van coach. Je kiest een manier van beoordelen en begeleiden die het voor je leerlingen mogelijk maakt om op hun eigen niveau te werken. Met dit alles motiveer je je leerlingen.

Voor intrinsieke motivatie, betere prestaties en een hechte groep bekijk de Checklist voor Motivatiecoach.

7 Credits

Gert Biesta Gert Biesta heeft ideeën aangedragen voor de invalshoek Lesinhoud van VOH. Zijn drie domeinen komen terug bij de modules Onderwijsdoelen, Leerlinggestuurd onderwijs en Samenwerken. In die modules zijn ideeën verwerkt uit zijn boek ‘The beautiful risk of education’ Biesta (2013), Gert J. J.

 In een mail aan Johan ’t Hart schreef Gert Biesta in 2015:
‘Het vraagt educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws inbrengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.

Andries Visser
In zijn boek ‘de mens is geest’ schrijft Visser over Kierkegaard: “Het gaat erom dat, zo schrijft Kierkegaard, om een lezer die ervan overtuigd is ‘dat iedereen op zichzelf is aangewezen en dat dit de hoofdzaak is”. Visser (2019), Andries

VOH werkt deze gedachte uit voor docenten. Als zij ervan overtuigd zijn dat hun leerlingen uiteindelijk op zichzelf zijn aangewezen, zal die gedachte bepalend zijn bij de manier waarop zij lesgeven.