Lesinhoud inleiding

Lesinhoud is een van de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH). Bij deze invalshoek richt VOH zich op docenten die ervan overtuigd zijn dat iedereen op zichzelf is aangewezen en dat dit de hoofdzaak is. Die docenten bereiden hun leerlingen voor op die realiteit door hun steeds meer verantwoordelijkheid te geven. Met die verantwoordelijkheid stellen zij hun leerlingen in staat om op eigen kracht vaardigheden te verwerven. Tijdens het op een eigen manier verwerven van basiskennis en het werken aan eigen projecten, verbinden leerlingen zich met elkaar en met de wereld. Docent en leerlingen beoordelen elkaar. Deze wederzijdse beoordeling versnelt ieders ontwikkeling.

Ik maak mijn leerlingen tijdens frontaal lesgeven enthousiast voor het vak. Bij zelfstandig werken geef ik mijn leerlingen, binnen een door mij aangegeven structuur, de kans een eigen koers te bepalen. Daarmee vergroot ik de intrinsieke motivatie van mijn leerlingen en benutten zij meer kansen. Als ze hun eigen koers volgen, zijn ze minder geneigd de les te verstoren. De weinige verstoringen die nog overblijven, los ik vriendelijk en duidelijk op.

De Amerikaanse psycholoog bij wie de revolutie in het donken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Deze vraag is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een nieuwe beweging. Over een nieuw realisme. Want niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen.” Bregman (2019)

Het is mooi om te zien als leerlingen gemotiveerd zijn. Door het kader, de onderwijsdoelen en door verwachtingsmanagement krijgt hun ontwikkeling de juiste koers en durf ik ze los te laten.” Docent VO 

Overzicht van Vriendelijk orde houden

Huidige aanpak:

Hoe zorg ik nu voor een uitdagend lesaanbod?

Toekomstige aanpak:

Hoe zorg ik in de toekomst voor een uitdagend lesaanbod?

Bij deze video zie je links in beeld het overzicht van Vriendelijk orde houden.

De invalshoek lesinhoud heeft drie aspecten:

  1. Vrijheid: Je geeft je leerlingen, binnen een door jou bepaalde structuur, de gelegenheid om zelf te bepalen op welke manier ze aan de slag gaan.
  2. Je gebruik verschillende werkvormen. Daarbij kun je denken aan docentgestuurd of leerlinggestuurd en allerlei vormen van samenwerking.
  3. Beoordeling komt van twee kanten. Vraag je leerlingen ook om  jou te beoordelen.

Voorbeelden

Lesinhoud is een van de vijf invalshoeken die bijdragen aan een goede orde.

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud (deze pagina)
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen

Inleiding

1 Education always arrives as an unwarranted intervention (Onderwijs geeft geen garantie). 2 Education always arrives as an act of power (Jij bepaalt hoe je je onderwijs vormgeeft). Biesta (2022), Gert JJ

Hoe geef je, met twee stellingen in gedachten in gedachten, je onderwijs vorm?

De invalshoek Lesinhoud en de deelgebieden daarvan zijn te zien als losse modules. Met een of meer modules verzorg je een uitdagende les en daarmee maak je orde. Vriendelijk orde houden onderscheidt wat betreft orde maken preventieve acties zoals het werken binnen een kader, het bieden van vrijheid binnen een structuur met daarbij ruimte voor creativiteit. Daarnaast  onderscheidt VOH curatieve acties die verwantschap hebben met ‘orde houden’ (bijsturen met tijdrovende opdracht). Dit alles valt bij Vriendelijk orde houden onder Orde Maken.

De deelgebieden van de invalshoek lesinhoud zijn:

  1. Vrijheid: Structuur Creatief
  2. Werkvormen: Docentgestuurd onderwijs Leerlinggestuurd onderwijs  Samenwerken
  3. Beoordeling

Al deze deelgebieden samen helpen leerlingen met het zo volledig mogelijk benutten van hun potentie, met het overgaan naar een volgende groep of klas en tenslotte bij het behalen van hun examen. Door aandacht te besteden aan deze deelgebieden verhoog je de motivatie van je leerlingen en zijn zij minder geneigd de les te verstoren (preventief). Welke verwachtingen heb jij van je leerlingen? Hoe maak je leerlingen (geleidelijk) onafhankelijk? Hoe zorg je ervoor dat zij steeds meer vaardigheden, zelfvertrouwen en zelfstandigheid krijgen én dat zij aan de eindtermen voldoen? Daarvoor zet je een proces in gang dat zich laat omschrijven met de volgende metafoor: Van georganiseerde reis naar persoonlijke trektocht. Lees meer hierover bij dit interview met schoolleider Dick Bruinzeel VOH pleit ervoor om bij je voorbereiding van lessen zowel de behoefte van leerlingen aan structuur te betrekken als het benutten van hun creativiteit. Bij frontaal lesgeven neem jij het initiatief (Docentgestuurd onderwijs), en bij zelfstandig werken geeft je je leerlingen de ruimte het initiatief te nemen (Leerlinggestuurd onderwijs). Door leerlingen geleidelijk steeds meer invloed te te geven op hun leerproces, verhoog je hun motivatie en zijn zij minder geneigd om de les te verstoren (preventief). Gemotiveerde leerlingen zullen ook buiten school hun werkzaamheden voortzetten (De nieuwsberichten hierboven sluiten hier op aan). Tussen beide polen, structuur en creativiteit, ontdekken leerlingen het vak en krijgt hun koers een persoonlijk karakter:

  1. Docentgestuurd: Bij frontaal lesgeven neem jij de leerlingen bij de hand en ben jij hun reisleider. Je breng ze met jouw vak in contact. Je behandelt tijdens frontaal lesgeven de basisvaardigheden (Educatie = uitleiden).
  2. Leerlinggestuurd: Bij zelfstandig werken stuur jij je leerlingen op een trektocht waarbij zij werken aan een zelfgekozen onderwerp dat te maken heeft met jouw vak. Ook besteden zij tijdens zelfstandig werken aandacht aan de basisstof. Daarbij stel je hen in staat zichzelf  op een zelfgekozen moment met een app te beoordelen. Zij maken een eigen planning en werken in eigen tempo. Tijdens zelfstandig werken stel jij je eerder op als coach dan als docent. Je helpt je leerlingen bij het plannen van hun werk en je ondersteunt hun zelfgekozen koers.

Bij docentgestuurd onderwijs (op deze site aangegeven met een afbeelding van een baret) ben jij de bepalende factor. Je biedt structuur. Daarbij past de benaming docent. Bij leerlinggestuurd onderwijs (op deze site aangegeven met een afbeelding van een pet) geef je leerlingen het initiatief. Met docent- en leerlinggestuurd onderwijs verzorg je een stevige basis die aansluit bij de eisen van het Ministerie van onderwijs. In beide gevallen biedt jij zowel structuur als vrijheid. De manier waarop je jouw leerlingen aan deze eisen laat voldoen, bepaal jij zelf. Alleen met een zeker mate van vrijheid ontwikkelen leerlingen zich tot unieke personen die op hun eigen wijze hun verantwoordelijkheid nemen en op positieve manier omgaan met jouw lesaanbod. Education always arrives as an act of power (Biesta) 2022 Met een balans tussen deze docent- en leerlinggestuurd onderwijs geef je zowel formeel leren (onder jouw toezicht) als informeel leren (iets leren bij toeval) de kans. De indeling formeel/informeel is verder te specifiëren. Hiervoor bedacht Evert Bisschop Boele de term: Meervoudig continuüm Verder kun je door de manier waarop je leerlingen benadert, door de manier waarop jij aandacht besteedt aan samenwerken én door de manier waarop jij beoordeelt, de resultaten van jouw lessen optimaliseren. Met eigen inbreng en met de stevige basis van kennis en vaardigheden zijn je leerlingen in staat steeds meer verantwoordelijkheid te nemen over hun eigen leerproces en krijgen ze inzicht in eigen kunnen. Lees het nieuwsbericht over betekenisvol onderwijs en bekijk op de website van Kennisland een artikel over efficiency denken. (Dit is dezelfde link als eerder genoemd naar interview met Dick Bruinzeel). Uit dit artikel komt het volgende citaat waaruit blijkt dat de manier waarop je je lesinhoud presenteert bijdraagt aan orde (je voorkomt symptoombestrijding):

Op welke manier geef je leiding aan verandering, zonder dat het eindresultaat al vaststaat?

Bij de start van dit proces ontstond de metafoor: van georganiseerde reis naar trektocht. Dat is een manier van veranderen waarbij het heel belangrijk is dat je met elkaar een beeld schept van wat je ‘in het hier en nu’ doet. We hebben geen routekaart, maar we hebben ambities en een gedeeld beeld ontwikkeld van wanneer het goed is. We formuleren met elkaar uitgangspunten en leidende principes, van waaruit je kunt werken: alles wat daarbij past is goed. Op deze manier voorkom je bovendien symptoombestrijding.” – Dick Bruinzeel

Met Orde maken en de daarbij horende preventieve acties voorkom je symptoombestrijding.

Inhoudsopgave

  1. Combineren docentgestuurd en leerlinggestuurd
    1.1 Wel combineren
    1.2 Niet combineren
    1.3 Starten combineren
  2. Vrijheid
    2.1 Structuur – gesloten opdrachten
    2.2 Creatief – open opdrachten
  3. Werkvormen
    3.1 Aanwijzingen voor alle werkvormen
    3.2 Valkuilen voorkomen
    3.3 Reageren op verstoringen bij alle werkvormen
    3.4 Reisleider en trektocht
    3.5 Einddoel autonomie leerlingen
    3.6 Samenwerken
  4. Beoordeling
  5. Maatschappelijke verantwoordelijkheid
  6. Samenvatting
  7. Credits

1 Combineren docentgestuurd en leerlinggestuurd

1.1 Wel combineren

Door zowel tijd in te ruimen voor docentgestuurd- als voor leerlinggestuurd onderwijs betrek je alle leerlingen bij de les en geef je iedere leerling de gelegenheid zijn of haar eigen weg te zoeken en in eigen tempo te werken. Daarmee maak je het onderwijs inclusief.

  1. Om te starten met docentgestuurd onderwijs bereid je minimaal één les voor. Met docentgestuurd onderwijs werk je met de hele groep aan één onderwerp en ben jij de ‘reisleider‘.
  2. Om te starten met leerlinggestuurd onderwijs bereidt je een aantal onderwerpen voor waar leerlingen uit kiezen. Ze kiezen iets dat past bij hun eigen niveau en gaan ze in hun eigen tempo aan de slag.  Met leerlinggestuurd onderwijs stuur je de leerlingen op trektocht.

Aan het einde van een rapportperiode vraag je tijdens zelfstandig werken of een snelle leerling een achterblijvende leerlingen wil helpen. Hiermee voorkom je dat leerlingen afvallen. Hoe vaker leerlingen zelf keuzes maken, hoe meer dit bijdraagt aan aan het onderwijsdoel Persoonsvorming.

Als je docentgestuurd en leerlinggestuurd combineert, ontstaat diversiteit. Iedere leerling beschikt na verloop van tijd over eigen expertise.

1.2 Niet combineren

Als je uitsluitende docentgestuurd onderwijs geeft, en je laat alle leerlingen werken aan dezelfde opdrachten, beschikken alle leerlingen over ongeveer min of meer dezelfde expertise. Hoe minder keuzes je een leerling laat maken, hoe minder het onderwijs voor een leerling een persoonlijke tint krijgt (Valkuil alleen docentgestuurd onderwijs).

Als je uitsluitend leerlinggestuurd onderwijs geeft, ben je niet in de gelegenheid de hele groep van noodzakelijke informatie te voorzien. Dit kan leiden tot het ontbreken van kennis en vaardigheden (Valkuil alleen leerlinggestuurd onderwijs)

1.3 Starten combineren

Bij het voorbereiden van je lessen raadt VOH aan om te zoeken naar mogelijkheden om leerlingen (een deel van) hun eigen ontwikkeling zelf vorm te laten geven. Dat maakt onderwijs voor leerlingen aantrekkelijker en persoonlijker. Daarmee motiveer je leerlingen en maak je orde (preventief). Hoe ondersteun je met de vijf invalshoeken van VOH deze aanpak?

Vriendelijk

Als je een nieuwe groep voor het eerst ziet, stel je je vriendelijk en rustig op, ook al begint de groep onrustig. Als je op hun onrust ook weer met onrust en boosheid reageert, geef je op dat moment niet het goede voorbeeld.

+ Duidelijk

Je hangt het kader aan de muur. Je bespreekt het kader waarbij je aangeeft dat jij zelf probeert altijd vriendelijk en duidelijk te zijn. Als dat niet lukt, mogen jouw leerlingen je daarop aanspreken. Ook geef je aan dat jij omgekeerd van hen vraagt vriendelijk en duidelijk te zijn. Je laat weten dat je hen hierop aanspreekt als dat niet lukt.

+ Lesinhoud

Als het kader is besproken en je hebt kennisgemaakt met je leerlingen, geef je aan dat je hun een zekere vrijheid geeft om zelf te bepalen wat ze gaan doen (Creativiteit). Je vraagt je leerlingen dan om op een verantwoordelijke manier om te gaan met de door jou geboden vrijheid. Je spreekt uit dat je er vertrouwen in hebt dat zij van de geboden vrijheid gebruik maken én dat zij hun verantwoordelijkheid nemen (Structuur).

Als dit allemaal duidelijk is, en jij bent zowel vriendelijk als duidelijk, gaan de meeste leerlingen zelfstandigheid aan het werk. De rest volgt na een enige tijd.

+ Observeren

Jij kijkt hoe je leerlingen werken en geeft complimenten als zij goed werken.

+ Aansturen en bijsturen

Je leerlingen hebben zowel bij docentgestuurd- als bij leerlinggestuurd onderwijs behoefte aan een rustige omgeving. Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost. Je leerlingen verwachten van jou dat jij storend gedrag bijstuurt (curatief). Zo ontstaat een rustige omgeving waar iedereen zich kan concentreren. Er zijn verschillen in de manier waarop je aan- en bijstuurt bij frontaal lesgeven en bij zelfstandig werken.

Invalshoeken 1 + 2 vormen samen het kader. Door het kader te bewaken (invalshoek 4 + 5) voorkom je dat je té vrijblijvend (Laissez faire) lesgeeft.

Invalshoek 3: Je biedt zowel structuur als vrijheid. Door naast structuur ook vrijheid te bieden, voorkom je dat je té bepalend bent en (Autoritair) lesgeeft.

Bij frontaal lesgeven ben je vooral docent. Tijdens zelfstandig werken ben je voornamelijk coach. Een cursist bedacht hiervoor het woord Motivatiecoach. Bekijk de Checklist voor motivatiecoach

2 Vrijheid

Hoe wordt een leerling volwassen (Persoonsvorming)? Een belangrijk ingrediënt hierbij is de vrijheid om zelf beslissingen te nemen en daarnaar te handelen. Een leerling die zelf iets maakt, iets schept, een project vormgeeft, kan daar trots op zijn. Eigenheid verwerven is iets anders dan anderen na te volgen.

Bied daarom je leerlingen, binnen een door jou bepaalde structuur, de vrijheid om keuzes te maken, om werkzaamheden in te delen en om deze te toetsen. Zo bepaalt elke leerling een eigen koers.

Vertrouwen hebben in je leerlingen en het geven van vertrouwen aan je leerlingen betekent dat je ze (deels) loslaat en dat je ze niet meer ‘aan de lijn’ hebt. Jij hebt wel de eindverantwoording in de periode dat je je leerlingen lesgeeft, daarom biedt je ze structuur. Ook benut je de capaciteit van elke leerling om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Beide verantwoordelijkheden sluiten op elkaar aan en staan in dienst van de eigen koers van de leerling.

Waarover heb je als docent controle en wat laat je los?
Met de structuur die jij voor je leerlingen klaarzet, bepaalt jij welke werkzaamheden verplicht zijn en welke werkzaamheden gekozen kunnen worden. Tijdens zelfstandig werken, maken leerlingen gebruik van het materiaal dat jij hebt klaargezet. Omdat jij het kader bewaakt, kunnen zij zich concentreren.

De structuur die jij aanbrengt, zorgt ervoor dat je leerlingen hun eigen koers blijven volgen en ook dat zij op een manier met jouw vak bezig blijven die aansluit bij de exameneisen. Zo bepaalt elke leerling voor een deel een eigen invulling van jouw vak.

De volgende citaten sluiten hier bij aan:

De scheppende kracht lijkt, vooral op middelbare scholen, op een zijspoor beland.” Michel Couzijn.

De scheppingsdaad impliceert een scheiding. Iets wat verbonden blijft met de schepper is maar half geschapen. Scheppen is iets over laten nemen wat eerder niet bestond, en daarom is het nieuw. En het nieuwe is onscheidbaar van pijn, want het is alleen.” Berger (2021), John

Bij een slaaf is er letterlijk sprake van een lijn/ketting.

Horace Greeley: Maak een man tot slaaf en je vernietigd zijn ambitie, zijn ondernemingszin, zijn vermogens.” Lepore (2018), Jill

Wil je de ambitie van je leerlingen de kans geven en wil je hun intrinsieke motivatie vergroten, biedt dan naast structuur een ruimte voor creativiteit.

2.1 Structuur – gesloten opdrachten

Werken aan de basisstof

Je wilt dat al je leerlingen de basisstof beheersen. Bij het beroepsonderwijs valt de hoeveelheid stof die je moet behandelen nog mee. Bij het voorgezet onderwijs kan het voorkomen dat leerlingen zeven uur achter elkaar bij verschillende docenten die allemaal frontaal lesgeven dienen op te letten. Leerlingen hebben een beperkte spanningsboog wat betreft aandacht. Als jij veel zendt en je leerlingen moeten lange tijd naar jou luisteren, dan roep je daarmee ordeproblemen op. Daarom pleit VOH ervoor om leerlingen min of meer zelfstandig met de basisstof te laten omgaan. Jij bepaalt welke stof wanneer gekend moet zijn. Daarbij geef je elke leerling de mogelijkheid om :

  1. een planning te maken van werkzaamheden.
  2. het moment te bepalen van toetsing met een app (zie Beoordeling).
  3. iemand te kiezen om mee samen te werken.
  4. het moment te bepalen om tijdens zelfstandig werken aan jou vorderingen te laten zien.
  5. om hulp te vragen als ze achterblijven. Als jij ziet dat een leerling achterblijft, vraag jij aan een snelle leerling deze achterblijvende leerling te helpen.

Los daarvan spreek je met de hele groep een moment af voor een centrale toets. Daarmee voorkom je dat je leerlingen alle kanten op gaan en dat jij het overzicht kwijtraakt wat betreft kennis en vaardigheden.

2.2 Creatief – open opdrachten

De leerling bedenkt zelf de opdracht en de manier van uitvoeren. Met hun eigen leerstijl gaan ze met het vak aan het werk. Leerlingen ronden open opdrachten af met een presentatie. Zowel de leerling als jijzelf beoordeelt deze presentatie en samen vergelijken jullie de cijfers. Jij bepaalt het uiteindelijke cijfer.

Zie beoordeling

3 Werkvormen

VOH onderscheidt drie werkvormen:  Docentgestuurd onderwijs (frontaal lesgeven), Leerlinggestuurd onderwijs (zelfstandig werken) en Samenwerken. Bij deze drie werkvormen streef je naar het vergroten van de intrinsieke motivatie, vaardigheden en verantwoordelijkheid bij leerlingen.

3.1 Aanwijzingen voor alle werkvormen

  1. Onderwijs is een spel met regels:
  2. Iedereen is hierop aanspreekbaar.
  3. Je hebt hoge verwachtingen van je leerlingen.
  4. Jouw einddoel is een groep gemotiveerde leerlingen die goed kunnen samenwerken.
  5. Je speelt in op wat nu gebeurt (Observeren en handelen).
  6. Metafoor: Van georganiseerde reis naar trektocht
  7. Je creëert mogelijkheden voor leerlingen om zichzelf aan te sturen.
  8. Zelfsturing vergt een goede verstandhouding tussen leerlingen en tussen docent en leerlingen.
  9. Je bent altijd vriendelijk en duidelijk (Vermijd boos of streng/dominant)
  10. Je wisselt frontaal lesgeven en zelfstandig werken af.
  11. Hoe je ook lesgeeft, altijd kan er een verstoring plaatsvinden. Bij een verstoring is het goed te weten hoe je die oplost:
    Aansturen met lichaamstaal en Tips (preventief)
    Bijsturen met Tijdrovende opdracht (curatief)

3.2 Valkuilen voorkomen

VOH onderscheidt vijf invalshoeken.

Invalshoeken 1 + 2 vormen samen het kader. Door het bewaken van het kader (invalshoek 4 + 5) voorkomt je dat je té vrijblijvend (Laissez faire) lesgeeft:

Invalshoek 3: Je biedt zowel structuur als vrijheid. Door naast structuur ook vrijheid te bieden, voorkom je dat je té bepalend (Autoritair) lesgeeft.

Om beide valkuilen (laissez faire en autoritair) te voorkomen, balanceer je tussen orde en chaos:

Te veel wanorde is regelrecht gevaarlijk. Te veel orde maakt kwetsbaar op langere termijn, doordat het aanpassingsvermogen en de creativiteit dan teruglopen (Mark Mieras).

3.3 Reageren op verstoringen bij alle werkvormen

Je bent en blijft altijd vriendelijk en duidelijk, je handelt consequent en consistent (samenhangend, niet tegenstrijdig):

  1. Je reageert op alle verstoringen.
  2. Bij een verstoring verbind je je niet met negatief, storend gedrag.
  3. Bij een verstoring handel je voorspelbaar
    en neem je de stappen van de (de-escalatie) ladder van onder naar boven.
  4. De eerste stap is onhoorbaar (non-verbaal)
    daarmee verstoor je de les niet.

Elke stap kan de oplossing zijn van een verstoring.

De aanpak van een verstoring tijdens frontaal lesgeven verschilt van die van de aanpak van een verstoring tijdens zelfstandig werken. Op de site is als volgt aangegeven:

3.4 Reisleider en trektocht

VOH gebruikt regelmatig de term ‘reisleider’ als vervanging voor de rol van de frontaal lesgevende docent.  Als leerlingen zelfstandig werken aan een eigen project gebruikt VOH daarvoor de term ’trektocht’. Lees meer over deze termen in dit blog.

3.5 Einddoel autonomie leerlingen

De afwisseling van werkvormen leidt ertoe dat je leerlingen steeds minder afhankelijk van jou zijn. Uiteindelijk komt er een moment dat je kunt stoppen om les te geven.

Twee voorbeelden:

De onderstaande link gaat naar een tweede site van Rapucation: conductorsband.com

Oud-leerling Kizzo uit het nest geduwd

Praktijkvoorbeeld

Een leerling komt mijn lokaal binnen. Ik heb hem drie jaar lesgegeven. Hij  viel niet erg op tijdens mijn lessen. Nu zit hij in de vierde en heeft hij geen les meer van mij. Hij vraagt mij of hij mag optreden met gitaar bij de Kerstviering. Deze voorstelling gaven wij jaarlijks voor alle leerlingen van de hele school. Ik vraag hem iets voor te spelen en geef aan dat hij mee kan doen. Tijdens de voorstelling speelt hij verdienstelijk sologitaar. Na de voorstelling komt hij bij mij en vraagt mij of ik wil inschatten hoelang hij al gitaarles heeft. Ik zeg ‘drie jaar?’. Hij geeft aan dat hij pas drie maanden les heeft! Hij geeft aan ‘dat ik zo snel geleerd heb, komt door u’. Ik vertel hem dat hij toen ik hem lesgaf nog nooit een gitaar had bespeeld, dus dat dit optreden geheel op zijn naam staat. Later bedacht ik mij dat hij vermoedelijk bedoelde dat hij bij mijn lessen de liefde voor het vak heeft opgevat en ook heeft leren leren.”

3.6 Samenwerken

Zowel bij Docentgestuurd als bij Leerlinggestuurd versnelt samenwerken het proces. Op twee manieren versterkt je het onderwijsproces:

  1. Bij Docentgestuurd onderwijs / frontaal lesgeven deel jij groepen in. Daarmee geef je leerlingen de kans met elkaar kennis te maken. Daarmee voorkom je starre groepsvorming en vervreemding binnen de hele groep.
  2. Tijdens zelfstandig werken laat je leerlingen zelf bepalen met wie ze samenwerken. Aan het einde van een rapportperiode vraag je een snelle leerling een langzame leerling te helpen.

Praktijkvoorbeeld

Snelle leerling helpt achterblijvende leerling
Ik heb een klas met twee snelle leerlingen en twee leerlingen met een rugzakje. Bij de laatste twee leerlingen lukt het mij niet om ze bij de les te betrekken. Op een dag stel ik voor dat zij met z’n vieren op vrijdagmiddag in mijn lokaal gaan samenwerken in twee duo’s aan een zelf verzonnen opdracht. Elk duo bestond uit een snelle en een achterblijvende leerling. Ik gaf aan dat ik, als het zou lukken om een achterblijvende leerling iets te leren, ook de snelle leerling een bonuspunt zou geven. De leerlingen kwamen om half drie. Om vijf uur moest ik ze vragen het lokaal te verlaten!”

Samenwerken speelt een belangrijke rol bij de drie domeinen van Biesta.

4 Beoordeling

Uiteraard beoordeel jij je leerlingen. Het advies van VOH is om leerlingen ook jou manier van lesgeven en jouw lesmateriaal te laten beoordelen. Zo ontdek je sneller mogelijkheden voor verbetering.

Hoe zorg je ervoor dat de manier waarop jij je leerlingen beoordeelt hen motiveert? Hoe krijg je het voor elkaar om elke leerling een opdracht te geven op zijn of haar eigen niveau?

VOH geeft het advies om tijdens zelfstandig met taken te werken die leerlingen bij jou afvinken. Hoe meer taken, hoe hoger het rapportcijfer. Deze manier van beoordelen maakt het mogelijk dat iedereen op eigen niveau werkt en toch een hoog cijfer kan halen. Hiermee bevorder je intrinsieke motivatie.

Naast dit rapportcijfer dat gebaseerd is op het aantal afgevinkte taken, houd je voor jezelf bij wat het niveau is van de leerling. Tijdens een rapportvergadering waarbij je samen met collega’s de richtingkeuze bepaalt van een leerling, laat je zijn of haar werkelijke niveau meewegen.

Ook kun je af en toe een toets inlassen. Met de resultaten kun jij het niveau van je leerlingen vergelijken. Ook je leerlingen krijgen inzicht in de onderlinge verschillen op dat moment.

Praktijkvoorbeeld

Een leerling is al voordat hij bij mij in de les kwam een begenadigd drummer. In de derde klas geef ik leerling de kans zelf een onderwerp te kiezen. Hij zegt tegen mij: ik weet het allemaal wel, wat doe ik hier nog. Ik vraag hem of hij ook een 5/8 maat kan spelen. Dat bleek hij niet te kunnen. De rest van de rapportperiode zat deze leerling geconcentreerd hieraan te werken.”

Praktijkvoorbeeld

Een leerling kiest bij zelfstandig werken voor gitaarspelen. De gitaar staat naast hem op de grond en hij kijkt om zich heen. Op dat moment was het onderzoek naar mijn lessen gaande en de onderzoeker Kees van der Meer. Kees vroeg mij of ik wel gezien had dat deze jongen niet aan het werk was. Ik gaf aan dat ik dat wel gezien had maar dat de leerling niemand stoorde en dat ik rustig afwachtte tot hij iets ging doen. In de vijfde les sprak ik de klas toe en gaf aan dat de meeste leerlingen goed hadden gewerkt, maar dat een paar leerlingen nog geen taak hadden afgerond. Ik gaf aan dat ik deze leerlingen in de rest van de rapportperiode ging begeleiden. De andere leerlingen vroeg ik om mij even met rust te laten. Met deze achterblijvende leerling ging ik in gesprek, en koppelde een snelle leerling aan de achterblijvende leerling. In de volgende rapportperiode ging deze leerling eerder – en uit eigen beweging – aan het werk.”

5 Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Zowel jij als je leerlingen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wat jouw leerlingen in de maatschappij gaan doen, is grotendeels hun eigen verantwoordelijkheid. Voor een klein deel heb jij daar invloed op. Als je al wat langer lesgeeft, bestaat de kans dat er een oud-leerling naar je toekomt die aangeeft dat jij voor hem of haar het verschil hebt gemaakt. Zo’n verklaring maakt alles wat je tot dan toe hebt gedaan de moeite waard. Uit die opmerking blijkt dat deze leerling indertijd geprofiteerd heeft van jouw toenmalige leeromgeving.

Met de modules Docentgestuurd onderwijs,  Leerlinggestuurd onderwijs, Samenwerken en Beoordeling, verzorg je een leeromgeving waarbinnen talenten maximaal tot hun recht komen. De talenten die dan opbloeien, zetten je leerlingen later, zonder dat jij daar nog bij betrokken bent, in bij hun loopbaan. Een op school ontwikkeld talent speelt eerst een belangrijke rol bij de studiekeuze en kan vervolgens bepalend zijn voor het type werk of maatschappelijke functie én voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid die leerlingen op zich nemen.

6 Samenvatting

Je biedt je leerlingen zowel vrijheid als structuur. Je wisselt docentgestuurde en leerlinggestuurde werkvormen af. Je geeft je leerlingen de gelegenheid een aantal zaken zelf te bepalen zoals het kiezen van een onderwerp, het bepalen wanneer ze zichzelf toetsen met een app en hoe ze hun eigen planning maken. Verder geef je je leerlingen de gelegenheid om samen te werken. Bij Docentgestuurd onderwijs is het jouw taak de leerlingen te enthousiasmeren voor het vak. Bij Leerlinggestuurd onderwijs, is het jouw taak een uitdagende leeromgeving klaar te zetten met verschillende onderwerpen waaruit de leerlingen kunnen kiezen. Bij leerlinggestuurd onderwijs is jouw rol die van coach. Je kiest een manier van beoordelen die het voor je leerlingen mogelijk maakt om op hun eigen niveau te werken. Met dit alles motiveer je je leerlingen.

Voor intrinsieke motivatie, betere prestaties en een hechte groep bekijk de Checklist voor Motivatiecoach.

7 Credits

Gert Biesta Gert Biesta heeft ideeën aangedragen voor de invalshoek Lesinhoud van VOH. Zijn drie domeinen komen terug bij de modules Onderwijsdoelen, Leerlinggestuurd onderwijs en Samenwerken. In die modules zijn ideeën verwerkt uit zijn boek ‘The beautiful risk of education’ Biesta (2013), Gert J. J.

 In een mail aan Johan ’t Hart schreef Gert Biesta in 2015:
‘Het vraagt educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws inbrengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.

Andries Visser
In zijn boek ‘de mens is geest’ schrijft Visser over Kierkegaard: “Het gaat erom dat, zo schrijft Kierkegaard, om een lezer die ervan overtuigd is ‘dat iedereen op zichzelf is aangewezen en dat dit de hoofdzaak is”. Visser (2019), Andries

VOH werkt deze gedachte uit voor docenten. Als zij ervan overtuigd zijn dat hun leerlingen uiteindelijk op zichzelf zijn aangewezen, zal die gedachte bepalend zijn bij de manier waarop zij lesgeven.