• Link naar Instagram
  • Link naar LinkedIn
  • Link naar Facebook
De Stichting Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) die zich inzet voor het onderwijs.
Vriendelijkordehouden.nl
  • Home
  • Winkel
  • Zelfstudie
    • Zelfstudie
    • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
    • Stoppen met Boos worden
    • Aan de slag
    • VOH alle pagina’s
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Testimonials
    • Teamtraining
    • HBO
    • Blog: De lerende docent
    • Blog: De lerende juf
    • Nieuwsbrief
    • Publiciteit
    • Diploma
  • Over ons
    • Over ons
    • Bronplan
    • Contact
    • ANBI
    • CRKBO – Beoordeling cursus
    • Historie
    • Gert Biesta
    • Gebruikte termen – Jargon
    • Gebruikte literatuur – References
    • privacyverklaring
    • Klachten
  • Veelgestelde vragen
  • Klik om het zoekinvoerveld te openen Klik om het zoekinvoerveld te openen Zoek
  • English English
  • Menu Menu
U bevindt zich hier: Home1 / Cursus Vriendelijk Orde Houden in de Klas2 / Zelfstudie3 / 3. Lesinhoud4 / 3.2 Leerlinggestuurd Onderwijs

3.2 Leerlinggestuurd Onderwijs

Op deze pagina

  • Inleiding
  1. Voorbereiding
  2. Starten met Leerlinggestuurd Onderwijs
    2.1 Instructie aan het begin van periode zelfstandig werken
    2.2 Bij de start van een volgende periode
    2.3 Leerlingen werken aan keuzeopdrachten en aan basisstof
    2.4 Tempo van werken
    2.5 Samenwerken
    2.6 Leerstijl
    2.7 Hoe zou een (model) leerling die gebruik maakt van deze leeromgeving de manier van werken beschrijven?
  3. Rollen van de Docent bij Leerlinggestuurd Onderwijs
    3.1 Wegenwacht
    3.2 Coach
    3.3 Tuinman
    3.4 Vroedvrouw
    3.5 Detective
  4. Valkuil
  5. Voorbeelden
  6. Samenvatting
  7. Credits

Met ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ laten docenten hun leerlingen op een speelse manier ervaring opdoen met het op zich nemen van verantwoordelijkheid. Zij stimuleren hun leerlingen om steeds autonomer te worden omdat zij uiteindelijk zelf hun weg moeten vinden. Daarbij sturen zij vooral indirect.

Per rapportperiode reserveer ik een deel van de tijd voor zelfstandig werken. Leerlingen werken in eigen tempo aan de basisstof en zelfgekozen onderwerpen.

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe gaf ik tot op heden mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Toekomstige aanpak:

Hoe geef ik in de toekomst mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Inleiding

‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ is één van de drie modules van de invalshoek ‘Lesinhoud’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding 32: Lesinhoud (overzicht)

Bij ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ stuurt elke leerling zichzelf (deels) aan en krijgt elke leerling de kans om (voor een deel) het eigen onderwijs vorm te geven. Tijdens ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ maakt een leerling voortdurend eigen keuzes. Wanneer een leerling verantwoord met die vrijheid leert omgaan, ontwikkelt hij of zij autonomie.

Afbeelding 122: Leerlinggestuurd Onderwijs (overzicht)

Wel minimumeisen maar geen uniformiteit

Met ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ maakt elke leerling op zijn of haar manier gebruik van de leeromgeving die jij klaar zet. In die omgeving stel je wel minimumeisen maar dwing je leerlingen niet tot uniformiteit. In plaats van voortdurend te bepalen wat iedere leerling doet, ben je nu een coach voor je leerlingen die hun eigen plan trekken. Voor jou kan dit aanvoelen als een bevrijding, voor de leerlingen als een avontuur. Jij laat je verrassen door hun resultaten.

Afwisselen Docentgestuurd Onderwijs en Leerlinggestuurd Onderwijs

Naast ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ biedt je ook ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ aan. Met de combinatie van beide werkvormen bevorder je Persoonsvorming. In het spanningsveld tussen vrijheid en structuur ontdekken leerlingen hun eigenheid.
Door deze afwisseling zet je een proces in gang dat valt samen te vatten met deze metafoor: Van georganiseerde reis naar trektocht.

  1. Met ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ bepaal jij de route.
  2. Tijdens ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ stuur je je leerlingen op trektocht. Je bent dan voor je leerlingen een soort Wegenwacht die hen verder helpt als ze niet weten hoe verder te gaan. Lees in verband hiermee dit interview met Dick Bruinzeel.

Formeel en informeel leren

Gemotiveerde leerlingen gaan ook buiten de les verder met het onderwijs. Met hun intrinsieke motivatie behalen ze op school en ook elders goede resultaten.

1. Voorbereiding

Omdat de mate waarin leerlingen in staat zijn om een opdracht te maken, verschilt, laat je leerlingen een opdracht op maat uitzoeken. Als leerlingen niet gewend zijn zichzelf aan te sturen, begin je voorzichtig met het aanbieden van twee alternatieven. Als je leerlingen na verloop van tijd gewend raken aan het maken van keuzes, vergroot dan het aantal alternatieven en daarmee hun keuzevrijheid.

  • Je stelt een periode vast waarbinnen leerlingen zelfstandig kunnen werken.
  • Je bereidt meerdere opdrachten voor met basisstof en keuzeopdrachten. Je biedt hun de mogelijkheid om zowel met gesloten als met open opdrachten aan de slag te gaan. Bij het voorbereiden van opdrachten houd je rekening met het feit dat leerlingen verschillende leerstijlen hebben. Voeg aan elk onderwerp een video met uitleg over het onderwerp , dan kunnen leerlingen jouw uitleg op elk moment bekijken (Flip the classroom).
  • Bij het voorbereiden van opdrachten, houd je rekening met het feit dat leerlingen verschillende leerstijlen hebben. Binnen elk onderwerp dat je aanbiedt, geef je je leerlingen de ruimte om zelf te bepalen op welke manier ze dat onderwerp bestuderen.
  • Indien mogelijk voeg je aan een onderwerp een app toe waarmee leerlingen zichzelf kunnen beoordelen.
  • Bereid een formulier voor waarop leerlingen hun keuzes en motivatie aangeven (zie hieronder Instructie bij de start van een periode zelfstandig werken).
  • Indien mogelijk voeg je met behulp van AI aan een onderwerp een app toe waarmee leerlingen zichzelf kunnen beoordelen, feedback krijgen, hun voortgang kunnen volgen. Zoek naar AI-toepassingen waarmee je de voortgang van leerlingen kunt volgen, feedback kunt geven en resultaten kunt overzien.

Het voorbereiden van meerdere opdrachten is vooral de eerste keer arbeidsintensief. Overweeg om bij deze voorbereiding en bij het verbeteren van de opdrachten samen te werken met collega’s.

2. Starten met Leerlinggestuurd Onderwijs

2.1 Instructie bij de start van een periode zelfstandig werken

Zie ook (Oefenperiode)

Aan het begin van een periode geef je je leerlingen deze adviezen:

  1. Gebruik je tijd om te werken aan basisstof, keuzeopdrachten of geef zelf invulling aan dit vak.
  2. Jullie krijgen nu een zekere vrijheid, ik vraag jullie nu om met die vrijheid op een verantwoordelijke manier om te gaan.

Je geeft iedere leerling een formulier waarop ze invullen welk onderwerp zij deze periode willen gaan bestuderen. Zij kiezen een onderwerp uit een lijst van mogelijke onderwerpen die je voor die periode beschikbaar stelt. Ze geven ook aan wat zij die periode met dat onderwerp willen bereiken. Als een bepaald onderwerp niet door iedereen gekozen kan worden in verband met een beperkte aanwezigheid van materialen, vraag dan de leerling bij die keuze een alternatief aan te geven.

Afronden basisstof

Je geeft duidelijk aan welke basisstof je leerlingen aan het einde van de periode dienen te beheersen. Als er een app beschikbaar is waarmee een leerling zichzelf kan beoordelen, beoordeel de leerling eerst zichzelf. Als de app aangeeft dat een bepaald niveau is gehaald, laat je de leerling dit aan jou zien en is de opdracht afgerond.

Afronden keuzeonderwerp

Je geeft aan hoe een leerling een keuzeopdracht afrondt:

Om een keuzeopdracht af te ronden, vult de leerling eerst een (klein) formulier in over dit onderwerp waarin hij of zij zichzelf beoordeelt. Bij het afronden van keuzeonderwerpen geef je een leerling zowel de kans om een presentatie te geven voor de hele klas als de kans om de presentatie alleen aan jou te laten zien. Na de presentatie vergelijk je de beoordeling van de leerling met jouw beoordeling. Jij bepaalt het uiteindelijke cijfer.

Hoe vaker een leerling een doel stelt en zelf beoordeelt of het doel is bereikt, hoe meer deze leerling een reëel beeld krijgt van de eigen capaciteiten.

Hulp nodig?

Wat kan een leerling doen als er hulp nodig is?

  • Instructiefilmpjes kunnen bekijken die horen bij het gekozen onderwerp (Flip the classroom).
  • Elkaar te helpen, om deskundigen om raad te vragen (Socialisatie).
  • Jou om raad vragen. Jij geeft dan helpende suggesties.
  • Online vragen stellen.

2.2 Bij de start van een volgende periode

Bij een volgende periode krijgt een leerling het oorspronkelijke formulier ter inzage. Dat tweede formulier begint met de vraag hoe succesvol de vorige periode is verlopen.

  • Was de vorige periode succesvol, dan is een ambitieuzer plan voor een volgende periode passend.
  • Was de vorige periode niet succesvol dan is een minder ambitieus plan aan te raden.

Hiermee stel je je leerlingen in staat haalbare doelen te stellen. Op dat tweede formulier staat dan ook de vraag of leerlingen nog suggesties hebben ter verbetering van het lesmateriaal. Ook bij het tweede formulier selecteert een leerling opdrachten en geeft aan wat de leerling daar mee wil bereiken.
Je geeft duidelijk aan welke basisstof je leerlingen aan het einde van de periode dienen te beheersen en geeft aan hoe een leerling een opdracht afrondt.

2.3 Leerlingen werken aan keuzeopdrachten en aan basisstof

Als de planning is ingeleverd gaat iedereen alvast aan het werk met opdrachten die voor iedereen beschikbaar zijn. Bij de afbeelding van de Driehoek zien de leerlingen wat je van hen verwacht tijdens zelfstandig werken. Elke leerling werkt binnen een periode zelfstandig aan verschillende soorten opdrachten.

Bij het bieden van vrijheid aan leerlingen blijkt hoe verschillend ze zijn. Nu volgen een aantal punten waarbij die verschillen tot uiting komen: Planning, tempo van werken, samenwerken en leerstijl. Dit deel sluit af met hoe een (model) leerling gebruik zou kunnen maken van jouw leeromgeving.

2.4 Tempo van werken

Hoe een leerling de beschikbare tijd per periode indeelt, bepaalt elke leerling (deels) zelf. Direct ontstaan er twee groepen leerlingen:

  1. De ene groep gaat direct aan het werk gaat. Van deze groep komen al snel leerlingen naar jou toe die opdrachten willen laten afvinken. Deze leerlingen hebben een voorbeeldfunctie voor de overige leerlingen. Snelle leerlingen kunnen halverwege de tijd die jij beschikbaar stelt de gestelde doelen al bereiken. Je kunt hen dan het advies geven om anderen te helpen, iets leuk met jouw vak te gaan doen of voor een ander vak te gaan werken.
  2. De andere groep gaat niet direct aan het werk gaat. Als een leerling niet aan het werk gaat én niet stoort, laat je deze leerling in het begin van een periode met rust. Daarmee leg je de verantwoording voor het aan het werk gaan bij de leerling. Halverwege een periode geef je aan welke leerlingen nog geen opdrachten hebben afgetekend. Die les ga je eerst langs bij deze leerlingen. De andere leerlingen moeten wachten met vragen stellen tot jij daarmee klaar bent

Als een leerling niet aan het werk gaat en wel stoort, dan stuur je het gedrag van de leerling aan of bij met gebaren, Tips en eventueel de brief.

2.5 Samenwerken

Bij ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ geef je leerlingen de vrijheid om zelf te bepalen met wie ze samenwerken. Die samenwerking kan zich vertalen in een langdurige zelf gekozen samenwerking (zie rechter kolom bij deze link).
De stap om een andere leerling te vragen om samenwerking verklein jij door tijdens frontaal lesgeven opdrachten te geven waarbij jij bepaalt met wie ze samenwerken (zie linker kolom bovenstaande link).

2.6 Leerstijl

De leerling kiest een opdracht die past bij zijn of haar leerstijl. De praktijk wijst uit dat:

  1. een groot deel van de leerlingen kiest voor gesloten opdrachten en voor duidelijke structuur.
  2. een kleinere groep leerlingen gaat op onderzoek uit en kiest voor open opdrachten. Zo ontdekt iedere leerling andere aspecten van jouw vak.

2.7  Hoe zou een (model) leerling die gebruik maakt van deze leeromgeving de manier van werken beschrijven?

“Door te oefenen met de basisstof beschik ik over de nodige vakkennis. Steeds als ik een vaardigheid beheers op het gebied van de basisstof, laat ik dit zien aan de docent. Bij een keuzeonderwerp stel ik een doel waarbij ik rekening houd met mijn voorkennis. Tijdens zelfstandig werk ik op mijn eigen manier. Doordat ik mijn keuzeopdracht samen met de docent beoordeel, krijg ik een reëel beeld van mijn capaciteiten. Omdat ik bij elke nieuwe start van een periode kan zien in hoeverre ik mijn doelen heb bereikt, ben ik steeds beter in staat in te schatten welk doel in de nieuwe periode voor mij haalbaar is. Zo krijg ik zeggenschap over- en inzicht in (een deel van) mijn eigen leerproces. Na elke periode vraagt de docent mij om suggesties ter verbetering van het lesmateriaal.”

3. Rollen van de Docent bij Leerlinggestuurd Onderwijs

Bij alle de vijf rollen die nu volgen stel je je zo onzichtbaar en onhoorbaar op om de hele groep niet te storen in hun werkzaamheden. Deze afbeelding verbeeldt die houding.


‘geest in de fles’.

3.1 Wegenwacht

De overkoepelende rol voor jou tijdens zelfstandig werken omschrijft VOH als Wegenwacht. Tijdens zelfstandig werken, tijdens de persoonlijke trektocht van een leerling (zie interview Dick Bruinzeel) kan een leerling vastlopen. Jij vervult dan de rol van Wegenwacht en help jij deze leerling weer op weg.
Als je een leerling weet te motiveren zal deze leerling ook thuis en elders verder werken aan een onderwerp. Dit past bij het beeld van een ‘persoonlijke trektocht’ (formeel- informeel leren).

Leerlingen met een zekere vrijheid en autonomie, laten grote verschillen zien in de manier waarop ze werken. Dat betekent dat jouw ondersteuning per leerling verschilt. Om die verschillen duidelijk te maken volgen nu vier rollen die je als Wegenwacht kunt aannemen: Coach, Tuinman, Vroedvrouw en Detective. Samen met de rol van Wegenwacht zijn deze vijf rollen specifiek voor ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘.

Afhankelijk van wat je ziet bij een leerling stel je je op als:

3.2 Coach

Een coach stimuleert leerlingen zelf oplossingen te vinden en stelt daarvoor de juiste vragen. Meestal kunnen leerlingen dan weer zelfstandig verder (Zie ook Checklist Motivatiecoach).

Een coach:

  1. grijpt niet in als alles goed gaat.
  2. weet dat opvoeden de kunst is van het steeds meer loslaten.
  3. geeft helpende suggesties: beantwoord een vraag eerst met een wedervraag om een leerling op het spoor van een/het antwoord te zetten.
  4. neemt de houding aan van de ‘luie docent’,  stelt vragen en vraagt door. Het niet geven van een kant-en-klaar antwoord of het niet geven van aandacht is een bewuste pedagogische keuze.
  5. stelt zich bescheiden op en ziet de leerling als een individu (kijkend en luisterend). Voor de leerling ben je geen verheven ‘sage on the stage’ (wijze op het toneel) maar ben je een aanspreekbare ‘guide on the side’ (bereikbare gids).
  6. helpt leerlingen bepaalde manieren van redeneren die zelfstandig werken in de weg staan te voorkomen. Zie de invalshoek ‘Observeren’ manieren van redeneren.

Daarnaast is een coach ook verantwoordelijk voor de manier waarop de groep werkt. Meestal gaat dat goed omdat je leerlingen de ruimte geeft om een deel van hun leerproces aan te sturen. Voor een leerling is er dan minder aanleiding om de les te verstoren (preventief). Bovendien geef je met het ‘Kader’ en de Driehoek aan wat wel en niet mag.

Toch is het soms nodig een leerling tijdens zelfstandig werken aan te spreken op gedrag en inzet bijvoorbeeld wanneer een leerling een andere leerling stoort of zich niet met jouw vak bezig houdt. Door dat te doen blijft de leeromgeving rustig. ‘Aansturen en Bijsturen‘ doe je in deze volgorde:

  1. Je begint dan met het maken van ‘Gebaren‘ (Zie Non-Verbaal Aansturen – Stap 1).
  2. Als gebaren niet het gewenste effect hebben geef je een Tip (Zie Verbaal Aansturen – Stap 2).
  3. Indien nodig vraag je een leerling aan jou een Brief over toekomstig gedrag te schrijven (Zie Bijsturen met een maatregel – Stap 3).

Deze drie stappen introduceer je in omgekeerde volgorde in de ‘Oefenperiode‘.

Coachen is voor jou een afwisselende bezigheid omdat je elke leerling helpt op een voor die leerling passende manier. Je bent er voor je leerlingen als zij je nodig hebben: Lees meer bij het blog Quality time.

3.3 Tuinman

Een Tuinman:

  1. weet je dat een leerling groeit volgens een innerlijk plan, dat je het groeiproces niet kunt versnellen door een leerling ‘uit de grond te trekken’.
  2. laat groei op een rustige en organische manier verlopen en vermijdt het groeiproces te vertragen of te verhinderen.
  3. weet dat alles wat aandacht krijgt groeit.

3.4 Vroedvrouw

Deze edele plaaggeest [Socrates] had diepgaand begrepen wat het hoogste is dat de ene mens voor de ander doen kan: hem vrij maken, hem helpen alleen te staan. Maar tevens had hij in dit begrijpen zichzelf begrepen, dat wil zeggen, hij had begrepen dat wil dit gerealiseerd worden, de helper zichzelf moet weten te verbergen, grootmoedig zichzelf tot niets moet willen maken. In geestelijke zin was hij een vroedvrouw – zo noemde hij zichzelf – en in deze dienst spande hij zich met alle opoffering belangeloos in. Het belangeloze zat er nu juist in dat het voor degene die hij hielp verborgen bleef dat hij was geholpen en hoe.” Kierkegaard (2007), Soren

Deze afbeelding ‘geest in de fles’ sluit aan bij het zich verbergen van de helper:

Afbeelding 103: Geest in de fles (overzicht)

Twee toelichtingen bij dit citaat:

  • Door een leerling in het begin van een periode niet aan te sporen stel je je op als een Vroedvrouw. Je wacht rustig het moment van bevallen af (het moment dat een leerling uit eigen beweging aan de slag gaat en daarna jou het resultaat laat zien).
  • Dat wil niet zeggen dat je niets doet. Er komt een moment dat je de bevalling (het komen tot een resultaat) bespoedigt.

Als een leerling zelf besluit om aan het werk te gaan, heeft dit meer effect dan wanneer een leerling aan het werk gaat na een aansporing van jou.  Daarom kan (tijdelijk) niets doen waardevol zijn. Lees ook dit blog

3.5 Detective

Als je ziet dat een leerling talent heeft op een bepaald gebied, geef je een individuele aanbeveling waarmee je deze leerling helpt zich verder te ontwikkelen. In de rol van Detective speur je naar verborgen talent.

Afbeelding 106: Detective op zoek naar talent (overzicht)

Talent kan zich op allerlei manieren openbaren. Leerlingen beschikken over verschillende soorten intelligentie: muzikale-, lichamelijk-kinesthetische-, logisch-mathematische-, taalkundige-, ruimtelijke-, interpersoonlijke- en intrapersoonlijke intelligentie. Gardner (1993)

Je zult dan ook zien dat er grote verschillen optreden. Met verworven vaardigheden slaan leerlingen autonoom nieuwe wegen in, ook buiten jouw vakgebied.

Het kan voorkomen dat een leerling op een bepaald vlak over meer vaardigheden beschikt dan jij. Talent valt te herkennen op twee momenten:

  1. Als jij de groep voor het eerst ziet. Onderzoek daarom bij de eerste ontmoeting met je leerlingen (aan het begin van het schooljaar) over welke talenten de leerlingen beschikken op jouw vakgebied.
  2. Als een leerling in jouw lessen met een onderwerp in contact komt.
    Elke keer als een leerling met een onderwerp ervaring opdoet, bestaat de kans dat deze leerling voor betreffende onderwerp talent heeft.

Als een leerling blijk geeft van talent:

  1. Vraag je deze leerling in de tweede helft van een periode, achterblijvende medeleerlingen te helpen. Met deze stap zorg je ervoor dat de groep toch bij elkaar kan blijven ondanks grote niveauverschillen.
  2. Vraag een leerling om een interactieve presentatie te geven.
  3. Vraag je deze leerling verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de cultuur van de school: schoolkrant, medezeggenschapsraad, het meedoen aan voorstellingen. Zo’n uitnodiging kan bepalend zijn voor de ontwikkeling van een leerling (Verbreding en verdieping leerdoelen)

Bij het ontwikkelen van talent past het beeld van een verpopping of het afwerpen van een huid. Daarbij kun jij de indruk krijgen dat een leerling niet efficiënt te werk gaat en dat deze leerling kansen laat liggen. Wacht dan met oordelen tot de leerling de (uiteindelijke) koers bepaalt. Een leerling die de uiteindelijke gekozen weg (verpopping) zelf bepaald, beschikt over intrinsieke motivatie en autonomie. Dit draagt bij aan Persoonsvorming.
Als een leerling bij een keuzeopdracht een nieuwe richting inslaat, beoordeel dan of deze aanpak kan worden vertaald naar een opdracht voor andere leerlingen.
Zie alle rollen van de docent.

4. Valkuil Leerlinggestuurd Onderwijs

Welke problemen ontstaan als je leerlingen vrijwel alleen maar zelfstandig laten werken om hun daarmee zoveel mogelijk vrijheid te geven?

  1. Je beperkt de tijd waarin je iets aan de hele groep kunt uitleggen of met de groep iets kan oefenen. Dat kan leiden tot het ontbreken van kennis en vaardigheden. Dit kun je ondervangen door aan een onderwerp een video toe te voegen met uitleg (Flip the classroom).
  2. Als je weinig sturing geeft op sociaal gebied is het voor leerlingen lastig om binnen de groep sociaal mobiel te zijn en andere medeleerlingen uit te nodigen voor een samenwerking. Zie groepssamenstelling.

Weerstand bij collega’s

Als je een te groot deel van de lestijd besteedt aan ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ dan is de kans groot dat een aantal collega’s daar geen vertrouwen in hebben. Bekijk hiervoor deze pdf. De genoemde nadelen ondervang je door ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ af te wisselen met ‘Docentgestuurd Onderwijs‘.

5. Voorbeelden

Vraaggestuurd Onderwijs

Als je merkt dat sommige leerlingen een soortgelijk probleem hebben tijdens het zelfstandig werken, neem je dit kleine groepje leerlingen apart en geef je hun uitleg hierover. Ondertussen werken de andere leerlingen die deze uitleg niet nodig hebben zelfstandig verder. Je geeft dan een kleine groep leerlingen net op tijd de informatie die ze nodig hebben.

  • Dit is alleen mogelijk als de groep die zelfstandig werkt jouw lesgeven aan de kleine groep niet verstoort. Een goede relatie met de hele groep is een voorwaarde voor vraaggestuurd onderwijs.
  • Mocht een leerling storen, probeer dit dan eerst op te lossen met gebaren, met ‘Non-verbaal aansturen‘. Heeft dit geen effect, dan rond je de instructie aan de kleine groep eerder af en laat je iedereen weer zelfstandig werken. Als de verstoring is opgelost, ga je verder met lesgeven aan de kleine groep.

Vinkjes – Samengesteld toetscijfer

Overweeg een manier van beoordelen waar leerlingen na het afronden van een opdracht direct doorgaan met de volgende opdracht:
Bij deze manier van beoordelen, verbind je een toetscijfer aan het aantal succesvol afgeronde opdrachten. Met een aantal van die succesvol afgeronde opdrachten bouwt een leerling een toetscijfer op (bijvoorbeeld drie opdrachten succesvol laten zien aan de docent = toetscijfer 10). Als een leerling het maximale aantal opdrachten succesvol heeft afgerond kun je als beloning deze leerling vragen andere leerling te helpen of iets leuks te gaan doen met jouw vak. Ook mogen deze snelle leerlingen werken aan een ander vak. Zie beoordelen

Video over project-based learning

Sites met aandacht voor ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘

  • Leerlevels
  • https://www.leraar24.nl/gip-model-in-het-speciaal-onderwijs/
    Vakoverstijgende modules bij geofutureschool.nl

Johan ’t Hart (coach Vriendelijk Orde Houden), vertelt over hoe leerlingen reageren op VOH.

Johan ’t Hart maakte aan het einde van zijn loopbaan als docent muziek een film over hoe hij lesgaf:

“In deze video zie je steeds een andere groep leerlingen die elkaar de ruimte geven en goed met elkaar samenwerken. Je bent dan in staat allerlei werkvormen uit te proberen en te vergelijken”.

Nu volgen een aantal citaten die duidelijk maken waarom vrijheid en autonomie noodzakelijk zijn.

Citaat 1

Nietzsche:
Om een dansende ster te baren moet je eerst chaos in je dragen. Gebrek aan consistentie, verandering van gedachte en een drang om te zwerven waren een kwestie van plicht. Een vaststaande mening was een dode mening, een vastbesloten geest een dode geest, minder waard dan een insect; hij zou vermorzeld moeten worden onder je voet en totaal vernietigd.” Prideaux (2018)

‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ maakt het mogelijk te dwalen, te verdwalen en fouten te maken. Precies dat is waar je van leert.

Citaat 2

Nietzsche:
De effectiefste manier om een jongeling in het verderf te storten: leer hem gelijkdenkenden meer te hoogachten dan de andersdenkenden.”
“Laat de jonge ziel op zijn leven terugblikken en de vraag stellen: wat heb je tot dusver waarlijk liefgehad, wat heeft je ziel aangetrokken, wat heeft haar beheerst en tegelijk gelukkig gemaakt? Zet deze dingen op een rij en misschien leveren zij, door hun aard en hun volgorde, een wet op, de fundamentele wet van je eigenlijke zelf.”
Prideaux (2018)

6. Samenvatting ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’

Een deel van de tijd per geplande periode stel je beschikbaar aan je leerlingen om zelfstandig te werken. Elke leerling stelt zelf doelen en bepaalt zelf hoe aan het werk te gaan. Je geeft je leerlingen de kans onderwerpen te kiezen die aansluiten bij hun voorkennis en leerstijl en vraagt hun om voldoende aandacht te besteden aan de basisstof. In dit proces stel jij vragen, coach jij leerlingen en spreek je leerlingen aan op gedrag en inzet. Tijdens het zelfstandig werken bepalen leerlingen zelf met wie zij samenwerken. Als je deze manier van werken afwisselt met ‘Docentgestuurd Onderwijs‘ verhoog je de motivatie en vergroot je de kans dat leerlingen ook thuis op eigen initiatief verder werken aan hun opdrachten (informeel leren).

7. Credits

Nick Sorensen – Bath Spa University

 

Nick werkt mee aan het vertalen van de methode Vriendelijk Orde Houden. Zie friendlyandfairteaching.com (FFT).

In 2014 stuurde Nick aan Johan ’t Hart een artikel op over Assessment: ARF_beyond_blackbox (zie voorbeelden hierboven). Johan ’t Hart bracht deze ideeën in de praktijk. Daarna maakte VOH de module ‘assessment’. Die heet inmiddels ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’.

Nick publiceerde in 2023 het boek The Improvising Teacher. Uit zijn onderzoek naar bekwame docenten bleek dat zij in staat zijn om te improviseren in hun lessen.

 

Evert Bisschop-Boele – Prins Claus Conservatorium

 

Evert Bisschop Boele houdt zich bezig met de vraag hoe je onderwijs relevant maakt voor leerlingen. Hij pleit ervoor te appelleren aan de identiteit van de individuele leerling (idio-cultuur) en deze bepalend te maken bij keuzes van leerlingen. In zijn theorie gebruikt hij de termen ‘verbinden’ en ‘begrenzen’.

Kees van der Meer – Opleiding Docent Muziek Groningen

 

In 2017 onderzocht Kees van der Meer op uitnodiging van Evert Bisschop-Boele de muziekpraktijk van Johan ’t Hart. De aanleiding voor het onderzoek was dat Evert in 2015 een stuk schreef in het tijdschrift Kunstzone dat inhoudelijk voor een groot deel samenviel met de plannen van Johan ’t Hart. Johan reageerde op dit stuk. Daarop vroeg Evert aan Kees van der Meer onderzoek te doen naar de muziekpraktijk van Johan ’t Hart. De vragen die Kees en Evert stelden aan Johan ’t Hart over zijn muziekpraktijk en over zijn vorm van ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’, gaven weer nieuwe impulsen aan de manier waarop hij lesgaf.

Jan Wolters – Opleiding Docent Muziek Amsterdam

 

In gesprekken met Johan ’t Hart adviseerde Jan Wolters de VOH module ‘Assessment’ voortaan ‘Leerlinggestuurd Onderwijs’ te noemen. Deze nieuwe naam maakt direct duidelijk waar het bij deze module om gaat.

Door naar ‘Beoordeling’

Inhoud Zelfstudie

  • Zelfstudie
  • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
  • Stoppen met Boos worden
  • Orde Maken
  • 1. Vriendelijk
    • Inleiding: Vriendelijk
    • 1.1 Toon Gewenst Gedrag
    • 1.2 Geef Aanwijzingen met Lichaamstaal én met Taal
    • 1.3 Reguleer je Emotie
    • 1.4 Kennismaken en Samenwerken
  • 2. Duidelijk
    • Inleiding: Duidelijk
    • 2.1 Onderwijsdoelen
    • 2.2 Kader
    • 2.3 Verwachtingsmanagement
  • 3. Lesinhoud
    • Inleiding: Lesinhoud
    • 3.1 Docentgestuurd Onderwijs
    • 3.2 Leerlinggestuurd Onderwijs
      • 3.2.1 Praktijkvoorbeeld Leerlinggestuurd Muziekonderwijs
    • 3.3 Beoordeling
  • 4. Observeren
  • 5. Aansturen en Bijsturen
    • Inleiding: Aansturen en Bijsturen
    • 5.1 Aansturen
    • 5.2 Bijsturen
      • 5.2.1 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – PO
      • 5.2.2 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – VO
    • 5.3 Oefenperiode
    • 5.4 Telraam introduceren
    • 5.5 Handleiding Aansturen en Bijsturen
    • 5.6 Aansturen en Bijsturen: Instructievideo’s
  • 6. Orde Maken in de Praktijk
    • 6.1 Checklist voor Motivatiecoach
    • 6.2 Overzicht
    • 6.3 Gebruik Lichaamstaal
      • 6.3.1 Gebaren
    • 6.4 Schoolbreed Implementeren
    • 6.5 Teamtraining – Oefeningen en Informatie

Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling die zich inzet voor het onderwijs.

T 06-42045382
E info@vriendelijkordehouden.nl
www.vriendelijkordehouden.nl

In 2016 is de onderwijsmethode Vriendelijk Orde Houden gestart in Nederland. Vanaf 2023 is deze ook beschikbaar in het Engels als www.friendlyandfairteaching.com

Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde