3.1 Leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs stelt een leerling (voor een deel) zelf doelen en realiseert deze met hulp van medeleerlingen en deskundigen. Docenten stellen zich op als coach. Zo komen individuele talenten aan het licht die vragen om individuele beoordeling. Bij leerlinggestuurd onderwijs horen zowel open opdrachten als ook gesloten opdrachten. Die laatste zijn centraal te toetsen.

Tijdens zelfstandig werken, gaan mijn leerlingen op verschillende manieren aan de slag. Ofwel ze kiezen een onderwerp en bepalen zelf op welke manier zij dat onderwerp benaderen ofwel zij kiezen ervoor in hun eigen tempo en met hun eigen planning aan de slag te gaan met de basisstof. Ik raad mijn leerlingen aan om medeleerlingen en/of deskundigen te raadplegen. In de rol van coach, stel ik mijn leerlingen vooral vragen. De lestijd die ik reserveer voor zelfstandig werken, motiveert mijn leerlingen en zorgt ervoor dat elke leerling als een uniek persoon naar voren komt. Bij deze module ligt het accent op het onderwijsdoel Persoonsvorming.

De Amerikaanse psycholoog bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Deze vraag is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een nieuwe beweging. Over een nieuw realisme. Want niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen. Bregman (2019), Rutger

Huidige aanpak:

Hoe gaf ik tot op heden mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Toekomstige aanpak:

Hoe geef ik in de toekomst mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun leerproces?

Introductie

Voorbeelden

Linken naar onderwerpen die te maken hebben met leerlinggestuurd onderwijs

Inleiding leerlinggestuurd onderwijs

Leerlinggestuurd onderwijs is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden (VOH) en is te zien als een losse module. Met deze module geef je leerlingen de kans om (voor een deel) hun eigen onderwijsproces vorm te geven.

Zelfsturing vergt een goede verstandhouding tussen leerlingen onderling en tussen docent en leerlingen. Als docent ben je je ervan bewust dat elke leerling uiteindelijk op zichzelf is aangewezen. Op die realiteit bereid je leerlingen voor, door ze steeds meer verantwoordelijkheid te geven. Daarmee stel je leerlingen steeds meer in staat om op eigen kracht vaardigheden te verwerven en verminder je hun afhankelijkheid van jou. Je geeft ze vrijheid én je vraag ze om met die vrijheid op een verantwoordelijke manier om te gaan. Daarmee vergroot je het zelfvertrouwen van je leerlingen en maak je orde. Met leerlinggestuurd onderwijs stimuleer je zowel formeel als informeel leren.

Met leerlinggestuurd onderwijs geeft een leerling vorm aan het onderwijs in plaats van het te ondergaan. Dit type onderwijs sluit aan bij een begrijpelijke wens van ieder mens die is verwoord door Simon & Garfunkel in het nummer El condor pasa: I’d rather be a hammer than a nail. Liever iets te doen, te maken, dan iets te ondergaan. Met leerlinggestuurd onderwijs maak je leerlingen verantwoordelijk. Je maakt ze baas van zichzelf. Het feit dat ze de beschikking krijgen over (een deel van hun) tijd, geeft hun zelfvertrouwen. Door je leerlingen zelfstandig te laten werken, geef je vorm aan het eerste artikel van de verklaring van de rechten van de mens: Human Beings are born and remain free and equal in rights.

Vriendelijk orde houden (VOH) maakt onderscheid tussen leerlinggestuurd- en docentgestuurd onderwijs. Elementen van beide manieren van werken, wissel je doorgaans af. Ook is het mogelijk beide elementen in één les te combineren. Op een aantal plaatsen op deze site is het verschil tussen beide manieren van werken met deze twee afbeeldingen en door twee kolommen aangegeven:

Docentgestuurd onderwijs

Leerlinggestuurd onderwijs

Jij bepaalt zelf welk deel van de les je aan zelfstandig werken besteedt. Hoe zelfstandiger leerlingen worden, hoe meer je vrijheid je ze kan geven. Uiteindelijk komt er een moment dat de leerling het verder zelf kan.

Every teacher must learn how to stop teaching when the time comes. (Biesta) 2022

Lees in aansluiting op dit citaat het blog: Oud-leerling Kizzo uit het nest geduwd

Bij leerlinggestuurde lessen geef je leerlingen vrijheid én vraag je ze met deze vrijheid op een verantwoordelijke manier om te gaan.

Metafoor tuinman

Aan leerlinglinggestuurd onderwijs ligt de gedachte ten grondslag dat leerlingen (voor een deel) hun ontwikkeling zelf kunnen vormgeven. Jouw rol als docent is bij zelfstandig werken te vergelijken met die van een tuinman. Je zorgt voor de juiste omstandigheden: mest, voldoende licht en optimale omstandigheden. Je snoeit en houdt ongedierte weg. Maar de planten in jouw tuin (lokaal) groeien volgens een eigen innerlijk plan. Je kunt hun groeiproces niet versnellen door ze uit de grond te trekken. Als je ze rustig laat groeien, verloopt de groei organisch.

Een voorwaarde voor leerlinggestuurd onderwijs is dat je geïnteresseerd bent in je leerlingen (alles wat aandacht krijgt groeit) en dat je zo min mogelijk dwang uitoefent (planten uit de grond trekken of er bovenop gaan staan). Je laat ze zelf beslissen wat ze met hun tijd doen. Daarbij beschikken ze over relevante informatie die jij ter beschikking stelt. Je geeft suggesties en advies door vragen te stellen. Je stelt ze in de gelegenheid zelf hun werk te plannen maar je geeft ook aan wanneer ze daarmee klaar horen te zijn. Steeds maak je duidelijk wat de minimum eisen zijn waar ze aan moeten voldoen.

Aansluiten bij eigen belevingswereld

Door een leerlingen onderwerpen te laten kiezen, maak je het voor hen mogelijk dat zij iets kiezen dat aansluit bij hun belevingswereld en hun voorkennis. Met dit onderwerp gaan ze in hun eigen tempo aan de slag. Met het bieden van keuzes vervalt de noodzaak om iedereen tegelijkertijd eenzelfde opdracht te laten doen in een door jou bepaald tijdsbestek (met de bijbehorende onrust en symptoombestrijding die daarbij hoort). Omdat elke leerling iets kiest wat bij hem of haar past, zijn niveauverschillen minder opvallend en storend en voelen de meeste leerlingen zich direct op hun gemak. Dit effect valt te versterken door een vorm van beoordeling te kiezen past bij zelfstandig werken: Beoordeling met vinkjes en Samengesteld cijfer.

Een uitdaging tijdens zelfstandig werken is om leerlingen zowel aan eigen projecten te laten werken én hen voldoende aandacht te laten besteden aan de basisstof. Door met je leerlingen een termijn af te spreken waarbinnen ze de tijd hebben om aan bepaalde basisstof te werken, door een toets af te spreken en door je leerlingen te helpen bij het maken van een planning tijdens zelfstandig werken, voldoen je leerlingen aan gestelde eisen.

Bij projectonderwijs betrek je verschillende vaardigheden van afzonderlijke vakken en geven vakdocenten ondersteuning (Technasium).

Bij leerlinggericht onderwijs stel je je bescheiden op en zie je de leerling als een individu. In plaats van een verheven ‘sage on the stage’ ben je voor een leerling een aanspreekbare ‘guide on the side’. Daarmee maak je leerlingen (voor een deel) eigenaar van hun eigen ontwikkeling (Motivatiecoach).

Naast ’tuinman’ en ‘motivatiecoach’ ben je ook ‘maker van een pedagogische context’ waarbij je zoekt naar een wederkerige pedagogische relatie met de leerlingen. In die relatie stel je leerlingen vragen en sta je open voor hun vragen en suggesties.

Gezien van uit de leerlingen voelt deze tijd waarin ze zelfstandig werken aan als een persoonlijke trektocht temeer omdat ze met de juiste motivatie thuis en elders verder werken.

Hoe zou een leerlingen dit proces beschrijven?

Door te oefenen met de basisstof beschik ik over de nodige vakkennis. Door zelf een onderwerp te kiezen en daarbij een doel te stellen – waarbij ik rekening houd met mijn voorkennis – ben ik in staat een eigen route te volgen. Doordat ik mijn presentatie samen met de docent beoordeel, krijg ik een reëel beeld van mijn capaciteiten. Omdat ik na elke periode zelf het resultaat beoordeel, kan ik beter inschatten welk volgend doel haalbaar is. Zo krijg ik zeggenschap over en inzicht in (een deel van) mijn eigen leerproces. Na elke periode vraagt de docent mij om suggesties ter verbetering van het lesmateriaal.”

Leerlinggestuurd onderwijs is onderdeel van de invalshoek Lesinhoud

Deze afbeelding is onderdeel van het overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoudsopgave

  1. Belang leerlinggestuurd onderwijs
    1.1 Wel leerlinggestuurd onderwijs
    1.2 Geen leerlinggestuurd onderwijs
    1.3 Starten met leerlinggestuurd onderwijs
  2. Jouw activiteiten bij leerlinggestuurd onderwijs
    2.1 Voorbereiding op zelfstandig werken
    2.2 Jouw handelen tijdens zelfstandig werken
    2.3 Observeren van leerlingen tijdens zelfstandig werken
    2.4 Zichtbaar aan- en bijsturen tijdens zelfstandig werken
    2.5 Valkuil leerlinggestuurd onderwijs
  3. Toelichting leerlinggestuurd onderwijs
    3.1 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs
    3.2 Samenwerken bij leerlinggestuurd onderwijs
    3.3 Kader bij leerlinggestuud onderwijs
    3.4 Rol docent bij leerlinggestuurd onderwijs
    3.5 Leerlingen gaan op een verantwoordelijke manier om met de geboden vrijheid
    3.6 Maak een plan van uitvoering (hele taak eerst)
    3.7 Zoek informatie, vraag hulp van deskundigen
    3.8 Leerstijl
    3.9 Mate van zelfwerkzaamheid
    3.10 Chaos
    3.11 Inspiratie en naamgeving van deze module
    3.12 Praktijkvoorbeelden
    3.13 Raakvlakken
  4. Uitwisseling van expertise
  5. Talent
    5.1 Verpoppen
  6. Vraaggestuurd onderwijs
  7. Meerdere invalshoeken combineren
  8. Samenvatting leerlinggestuurd onderwijs
  9. Video
  10. Credits

1 Belang leerlinggestuurd onderwijs

1.1 Wel leerlinggestuurd onderwijs

Gedrag van leerlingen verandert als zij weten dat zij gehoord worden, gezien worden, dat zij iets kunnen behalen en door vol te houden. De term ‘volhouden’ duidt erop dat het hier gaat om een langere periode.

Een (substantiel) deel van je lessen reserveer je bij leerlinggestuurd onderwijs voor zelfstandig werken. Je verzorgt een uitdagende omgeving waarbij er voor iedere leerling iets valt te kiezen én waarbij iedere leerling geruime tijd aan een gekozen onderwerp kan werken. Hoe meer keuzes een leerling mag maken bij verschillende vakken en in de loop der jaren, hoe persoonlijker het resultaat. Je vraagt aan je leerlingen ’te laten zien’ wat zij met jouw vak kunnen.

Met leerlinggestuurd onderwijs nodig je leerlingen uit om zelf het initiatief te nemen en zelf doelen te stellen. Daarbij ben je niet alleen facilitator maar ook stel je als coach vragen bij de activiteiten van leerlingen. Deze context leidt ertoe dat leerling en docent elkaar wederzijds verrassen met nog niet eerder behaalde resultaten. Jij bent niet de enige zender, ook de leerlingen zenden. Een nieuw initiatief van een leerling vertaal jij bij een volgende serie lessen in een opdracht die andere leerlingen ook kunnen kiezen.

Met hun kennis en intrinsieke motivatie inspireren leerlingen jou en inspireren zij elkaar. Leerlinggestuurd onderwijs brengt leerlingen in contact met meerdere aspecten van jouw vak. Ze slaan daarbij nieuwe wegen in doen nieuwe ontdekkingen. Zij krijgen de kans hun talenten te ontdekken. Er ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat. Jij werkt met een enthousiaste hechte groep die het fijn vindt om bezig te zijn met jouw vak.

Tijdens zelfstandig werken gaat de aandacht van de leerlingen naar:

  1. het werken aan een zelfgekozen onderwerp. Daarbij is er ruimschoots aandacht voor het onderwijsdoel Persoonsvorming: kwaliteiten als zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en ook volwassenheid staan dan centraal.
  2. het werken aan de basisstof. Daarbij ligt het accent op meer op Kwalificatie.

1.2 Geen leerlinggestuurd onderwijs

Jij geeft voornamelijk docentgestuurd onderwijs. Leerlingen krijgen weinig gelegenheid om zelfstandig beslissingen te nemen.

1.3 Starten met leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs vraag je zelfwerkzaamheid van je leerlingen. De mate waarin leerlingen daartoe in staat zijn, verschilt. Daarom geef je opdrachten op maat. Als je leerlingen niet gewend zijn zichzelf aan te sturen, begin je voorzichtig met het aanbieden van twee alternatieven. Als je leerlingen na verloop van tijd gewend raken aan het maken van keuzes, vergroot dan het aantal alternatieven en daarmee hun keuzevrijheid. Tijdens het zelfstandig werken, ontwikkelen je leerlingen verschillende vormen van expertise.

Je kunt starten met leerlinggestuurd onderwijs als je meerdere opties waar leerlingen uit kunnen kiezen hebt voorbereid én als duidelijk is wat je van je leerlingen vraagt op het gebied van de basisstof.

Bij de start van een periode vraag je je leerlingen keuzes te maken en doelen te stellen. Na afloop van een periode vraag je je leerlingen zelf hun resultaat te beoordelen én vraag je ze om suggesties ter verbetering van jouw lesaanbod. De suggesties die zij geven en uiteraard wat je zelf als verbeterpunten bedenkt, verwerk je in het materiaal dat je aanbiedt bij de volgende periode.

Door afspraken te maken met collega’s is het mogelijk met hen de verbeterpunten onderling te verdelen en die dan afzonderlijk te implementeren. Zo creëer je gezamenlijk een veelzijdige leeromgeving en zullen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal steeds beter beoordelen. Normaal gesproken beoordeel jij de leerling. In dit geval beoordelen leerlingen jouw (jullie) lesmateriaal. Het feit dat iedereen elkaar beoordeelt zorgt voor gelijkheid. Deze samenwerking en gelijkheid verbetert de relatie tussen jou en de leerlingen en zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat.

Bij dit alles dient de kanttekening te worden gemaakt dat leerlinggestuurd onderwijs staat of valt met goede orde. Daarom adviseert VOH om de vijf invalshoeken Vriendelijk, Duidelijk, Observeren, lesinhoud en ‘Aansturen en bijsturen’ te betrekken bij de start van leerlinggestuurd onderwijs.

Jij geeft het goede voorbeeld en daarmee geef je richting aan de houding van je leerlingen en de manier waarop ze aan de slag gaan. Gaandeweg vullen zij de context die jij aanbiedt aan met nieuwe ideeën. Deze wederkerigheid leidt tot een voortdurend groeiproces, zowel van je leerlingen als van jou. Met leerlinggestuurd onderwijs motiveer je zowel je leerlingen als jezelf. Na verloop van tijd ervaar je het als een voorrecht te mogen werken met autonome en intrinsiek gemotiveerde leerlingen.

Zij [professor in de psychologie Angela Duckworth, auteur van het boek Gritt] wil dat jongeren zich ‘wijden aan bezigheden die intrinsiek vervullend zijn’. Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt. [Haar boek Gritt gaat over de wens van ouders om kinderen ‘gritt’ te geven, wat zich te vaak uit als doorzettingsvermogen zonder passie].

Bij elke context, dus ook bij een leerlinggestuurde context, horen beperkingen: Wat mag wel en niet? Hoe bied je weerstand tegen impulsieve neigingen van kinderen? Hoe leer je hen om te gaan met het uitstellen van verlangens? Bekijk hiervoor de invalshoek Aansturen en bijsturen.

Bij deze invalshoek hoort is er een duidelijk onderscheidt tussen frontaal lesgeven en zelfstandig werken. Zelfstandig werken vraagt om een eigen aanpak. Deze staat bij deze link in de rechter kolom.

Citaat van Meirieu over de plicht om weerstand te bieden.
Pedagogen laten kinderen niet over aan de natuur, waarbij ze zich inbeelden dat diezelfde kinderen dan spontaan een democratische samenleving zouden kunnen opbouwen – alles wijst inderdaad op het tegenovergestelde – , maar zij creëren situaties die zowel laagdrempelig als uitdagend zijn en waarin kinderen tegelijkertijd zowel kunnen leren wat hen is opgelegd als hun vrijheid kunnen verkennen”.
Meirieu vindt projectonderwijs voor leerlingen een geschikte vorm voor het verkennen van hun vrijheid Meirieu (2016).

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module leerlinggestuurd onderwijs? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Jouw activiteiten bij leerlinggestuurd onderwijs

Jouw rol bij zelfstandig werken is te vergelijken met die van een wegenwacht. Leerlingen kunnen veel op eigen kracht. Als een leerling vastloopt, is het jouw taak deze leerling weer op weg te helpen.

Als je van plan bent om jouw leerlingen zelfstandig te laten werken, hoe bereid je je dan voor? Waar let je op als je je leerlingen observeert? Hoe handel je efficiënt? Hoe stuur je leerlingen aan en bij tijdens zelfstandig werken?

2.1 Voorbereiding op zelfstandig werken

Bij zelfstandig werken staat Persoonsvorming centraal. Zelfsturing vergt een goede verstandhouding tussen leerlingen en tussen docent en leerlingen.

Met leerlinggestuurd onderwijs speel je in op hun vermogens, voorkennis en de wensen. Jij stelt materiaal beschikbaar waarmee elke leerling een persoonlijke trektocht maakt. Jij creëert een omgeving met structuur en vrijheid. Jouw lesmateriaal biedt aanknopingspunten voor leerlingen met verschillende leerstijlen. Jij bereidt onderwerpen voor en zet die online klaar. Aan het begin van een periode geef jij aan welke basisstof je leerlingen aan het einde van de periode dienen te beheersen.

2.2 Jouw handelen tijdens zelfstandig werken

Voorafgaande aan zelfstandig werken vraag je je leerlingen om op een verantwoordelijke manier om te gaan met de door jou geboden vrijheid.

  1. Tijdens zelfstandig werken stel je je bescheiden en afwachtend op. Als je een dominante houding aanneemt, staat dat op gespannen voet met de vrijheid die je biedt. Bij de start van zelfstandig werken kiezen de leerlingen een onderwerp. Jij vraagt hun dan om in stilte de verschillende opties te overwegen. Jij vermijdt deze indruk: “De docent praat steeds door mij heen”.
  2. Jouw rol is voornamelijk die van coach die de groei van je leerlingen faciliteert. Jij begeleidt en motiveert.
  3. Als alles goed gaat, grijp je niet in. Opvoeden is de kunst van het steeds meer loslaten.
  4. Je neemt de houding aan van de ‘luie docent’. Je stelt vragen en vraagt door. Op die manier geef je de leerling de kans om zelf oplossingen te bedenken.
  5. De manier waarop je reageert, stem je af op een leerling (vergelijkbaar met de functie van wegenwacht).
  6. Je praat zacht (om anderen niet te storen).
  7. Je geef een leerling een compliment met de duim omhoog (Daarmee veroorzaak je geen jaloezie).
  8. Jij houdt bij wie op schema ligt.
  9. Jij stuurt indien nodig gedrag aan of stuurt het bij.
  10. Je noteert Tips direct op een lijst (niet eerst in het Tipboek).

Aan het einde van een periode begeleid je vooral achterblijvende leerlingen.

Lees ook hieronder: Rol docent bij leerlinggestuurd onderwijs

2.3 Observeren van leerlingen tijdens zelfstandig werken

Als je leerlingen zelfstandig werken, let jij erop dat zij niemand storen. Daarmee help je je leerlingen zich sociaal op te stellen.

Ook zorg jij ervoor dat zij een minimale inspanning leveren. Jij geeft duidelijk aan wat je minimaal van je leerlingen verwacht op jouw vakgebied. Zij krijgen van jou in het eerste deel van een lesperiode de verantwoordelijkheid zelf te bepalen jouw hoe ze zich inzetten. Weinig inspanning hoeft in dit geval niet te betekenen dat een leerling niets leert. Dat is vooral afhankelijk van motivatie, talent, voorkennis en leerstijl.

Tijdens zelfstandig werken let je op deze punten:

  1. Welk initiatief nemen leerlingen, zijn ze taakgericht zijn en intrinsiek gemotiveerd?
  2. Is er wederzijds vertrouwen?
  3. Storen zij niemand?
  4. Zijn zij in staat indien nodig in te schikken en te incasseren?
  5. Doen ze voldoende kennis van de basisstof?
  6. Leveren zij een minimale inspanning?
  7. Bepalen zij zelf het moment van toetsing? Geven zij jou op gezette tijden feedback over hun vorderingen?
  8. Kiezen ze onderwerpen op jouw vakgebied die aansluiten bij hun wensen en hun eigen leerstijl?
  9. Ronden zij hun onderwerp af met een presentatie?
  10. Ontdekken zij op eigen kracht hun talent?
  11. Zijn ze in staat zowel zichzelf als jouw lesmateriaal te beoordelen?
  12. Ontdekken ze nieuwe aspecten van jouw vak? Doen ze expertise op die voor jou nieuw is?  Naar keuze neem jij één of meer van hun nieuwe ideeën op in een volgende serie lessen.

2.4 Zichtbaar aan- en bijsturen tijdens zelfstandig werken

Zowel jij als de leerlingen nemen tijdens zelfstandig werken een vriendelijke en duidelijke houding aan. Uitzonderingen daargelaten praat iedereen tijdens zelfstandig werken zacht. Als een leerling een andere leerling stoort, bijvoorbeeld door te hard te praten, stuur je aan of bij met:

  1. lichaamstaal,
  2. een (zacht uitgesproken) Tip die je noteert op een lijst. De Spiegelmap zet je één Tip verder. Na de vierde Tip onderbreek je het zelfstandig werken.
  3. een Tijdrovende opdracht
  4. hulp van je leidinggevende.

Bij een ernstige verstoring pauzeer je samen met de klas. Je neemt daarmee de tijd om wat er zojuist is gebeurd én je eigen reactie te overdenken.

2.5 Valkuil leerlinggestuurd onderwijs

Zou je alleen maar leerlinggestuurd onderwijs geven, dan ontneem je jezelf de kans om iets uit te leggen aan de hele groep. Dat kan leiden tot het ontbreken van kennis en vaardigheden.

Als een deel van je lestijd vrijmaakt voor leerlinggestuurd onderwijs, houd er dan rekening mee dat een aantal collega’s geen vertrouwen hebben in deze aanpak.

Ook de auteurs, Paul A. Kirschner , John Sweller & Richard E. Clark, van het artikel ‘Why Minimal Guidance During Instruction Does Not Work: An Analysis of the Failure of Constructivist, Discovery, Problem-Based, Experiential, and Inquiry-Based Teaching’, dat is te downloaden als pdf. hebben geen vertrouwen in experimenten waarbij je leerlingen de ruimte geeft. Om dit te onderbouwen combineren ze gegevens van vele onderzoeken.

Om deze bezwaren te ondervangen adviseert VOH om leerlinggestuurd onderwijs altijd te combineren met docentgestuurd onderwijs. Bestudeer de valkuilen van een te eenzijdige aanpak. Zet de stap naar meer vrijheid voor je leerlingen niet overhaast. Bestudeer voordat je daarmee begint hoe je leerlingen  aanstuurt en bijstuurt tijdens zelfstandig werken. Met die aanwijzingen is het mogelijk je leerlingen tijdens zelfstandig werken steeds meer vrijheid te geven.

3 Toelichting leerlinggestuurd onderwijs

Wat stuurt een leerling aan? Het antwoord is simpel: zichzelf. Waarom zou je een leerling zichzelf laten aansturen? Hoeveel ruimte geef je je leerlingen? Wat doet leerlinggestuurd onderwijs met motivatie? Waar moet ik op letten bij leerlinggestuurd onderwijs? Wat zijn is het effect van leerlinggestuurd onderwijs? Nadat deze vragen zijn beantwoord, volgen een aantal citaten over het belang van zelfsturing.

Waarom zou je een leerling zichzelf laten aansturen?

Iedere leerling is anders, heeft een eigen tempo en interesses. Door ruimte te geven om zelfstandig te werken, maak je het voor je leerlingen mogelijk om in een eigen tempo te werken aan wat hen interesseert en te werken aan wat ze aankunnen. Je maakt het mogelijk dat ze werken op hun eigen niveau. Hiermee vergroot je hun intrinsieke motivatie en voorkom je frustratie.

Motivatie

Als jouw aanpak aansluit bij hun eigen wensen gaan leerlingen ook thuis verder met werken (informeel leren). Zelfs na een beoordeling blijven ze doorgaan. Dit doen ze uit eigen vrije wil, uit interesse voor jouw vak, omdat ze het onderwerp zelf hebben gekozen.

Doordat je leerlingen zelf aan het roer staan en beslissingen nemen én doordat ze voldoende aandacht besteden aan de basisstof, verbeteren hun resultaten.

Aan het einde van een periode vraag je aan een snelle leerling een achterblijvende  leerling te helpen. Daarmee bied je de snelle leerling de ruimte van rol te wisselen; van de rol van leerling naar die van docent. Hiervan profiteert niet alleen de achterblijvende leerling. Uitleg geven is ook leerzaam voor degene die uitleg geeft! Met deze samenwerking voorkom je dat achterblijvende leerlingen afvallen.

Aandachtspunten

Je vraagt van je leerlingen om op een serieuze manier aan de slag te gaan met twee soorten opdrachten:

  1. Zelf gekozen open opdrachten
  2. Door jou vastgestelde gesloten opdrachten (basisstof)

Door duidelijk afspraken te maken over de manier van beoordelen kun je voorkomen dat leerlingen zich uitsluitend richten op één van beide opties.

Het is belangrijk dat je leerlingen ongestoord kunnen werken Daarom bespreek je als je voor het eerst met een groep werkt het kader. Leerlingen die zich niet houden aan het kader stuur je aan en of bij .

Naast dat je je leerlingen vraagt een onderwerp te kiezen, vraag je elke leerling om een doel te formuleren. Hoe vaker een leerling een doel stelt en zelf  beoordeelt of het doel is bereikt, hoe meer deze leerling een reëel beeld krijgt van de eigen capaciteiten.

Voordat je start met deze aanpak, bereid je verschillende onderwerpen voor. Dit is vooral de eerste keer arbeidsintensief. Overweeg daarom programma’s met Artificial Intelligence te gebruiken zoals Leerlevels en Khan Academy (zie voorbeelden hierboven), of ga een samenwerkingsverband aan met andere leraren.

Effect

Leerlingen krijgen de ruimte een deel van hun leerproces aan te sturen waardoor hun intrinsieke motivatie toeneemt. Er is dan voor je leerlingen geen aanleiding om de les te verstoren. Hiermee maak je orde. Bovendien verrassen je leerlingen  je met uiteenlopende resultaten. Er ontstaat diversiteit. Niet alleen de leerlingen ontdekken nieuwe aspecten van jouw vak, via de leerlingen ontdek jij die ook.

Leerlingen zien dat klasgenoten andere keuzes maken en komen daardoor op het idee om in een volgende periode zelf dat onderwerp te kiezen. Er ontstaan trends en groepen met verschillende expertises. Door samenwerking te stimuleren vindt uitwisseling van kennis plaats. Leerlingen ontdekken steeds nieuwe manieren om met jouw vak aan de slag te gaan.

Als leerlingen meerdere keren doelen vaststellen en realiseren, zijn ze na verloop van tijd ook op andere vlakken in staat om doelen te formuleren en te realiseren. Voor hen zijn er dan geen beperkingen wat betreft leren.

Nietzsche:
De effectiefste manier om een jongeling in het verderf te storten: leer hem gelijkdenkenden meer te hoogachten dan de andersdenkenden”.
“Laat de jonge ziel op zijn leven terugblikken en de vraag stellen: wat heb je tot dusver waarlijk liefgehad, wat heeft je ziel aangetrokken, wat heeft haar beheerst en tegelijk gelukkig gemaakt? Zet deze dingen op een rij en misschien leveren zij, door hun aard en hun volgorde, een wet op, de fundamentele wet van je eigenlijke zelf.’

Prideaux (2018)

Hanna Holborn Gray:
Onderwijs is niet bedoeld om mensen op hun gemak te stellen, het is ervoor bedoeld om ze te laten nadenken”. Lukianoff (2018), Greg

Van Jones:
Ik wil niet dat jullie ideologisch veilig zijn, ik wil niet dat jullie emotioneel veilig zijn. Ik wil dat jullie sterk zijn. Dat is iets anders. Ik ga het pad door de jungle niet voor jullie plaveien. Trek laarzen aan en leer om te gaan met tegenslag. Ik ben niet van plan de gewichten uit de gym te halen, daar gaat het juist om in de gym. Dit is gym.Lukianoff (2018), Greg

Een aantal aspecten van leerlinggestuurd onderwijs komen nu aan bod: Hoe beoordeel je leerlingen als ze allemaal iets anders doen? Welke rol speelt samenwerking bij leerlinggestuurd onderwijs? Waarom is een kader noodzakelijk? Wat is mijn rol als leerlingen zelfstandig werken? Hoe zorg ik ervoor dat mijn leerlingen het overzicht houden over hun werkzaamheden? Op welke manieren vragen leerlingen om hulp? Welke manieren van werken zullen mijn leerlingen laten zien? In welke mate zijn mijn leerlingen zelfwerkzaam? Wat is het effect van leerlinggestuurd onderwijs? Waar komt de naam ‘leerlinggestuurd onderwijs’ vandaan? Zijn er praktijkvoorbeelden? Wat zijn de raakvlakken met andere initiatieven en modellen?

3.1 Beoordeling bij leerlinggestuurd onderwijs

Hoe maak je je leerlingen enthousiast voor jouw vak en hoe voorkom je dat ze elkaars resultaten met elkaar vergelijken met als gevolg frustraties? Hoe beoordeel je het werk van leerlingen als ze allemaal een eigen koers varen? Hoe laat je je leerlingen zelf hun niveau bepalen met een app? Waarom is het nuttig om leerlingen jouw manier van lesgeven te laten beoordelen en ook jouw lesmateriaal?

Alle zojuist gestelde vragen komen aan de orde bij: Beoordeling

3.2 Samenwerking bij leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs geef je leerlingen de vrijheid om zelf te bepalen met wie ze samenwerken. Dit in tegenstelling tot samenwerken bij frontaal lesgeven. Door de samenstelling van groepen bij frontaal lesgeven te beïnvloeden, zorg je ervoor dat leerlingen tijdens de bijbehorende oefeningen met elkaar kennismaken. Tijdens zelfstandig werken kan zich die kennismaking vertalen in een langdurige door de leerlingen zelf gekozen samenwerking (Samenwerken).

3.3 Kader bij leerlinggestuurd onderwijs

Leerlingen hebben behoefte aan rust om geconcentreerd te kunnen werken.  Ongestoord zelfstandig werken lukt alleen:

  1. als je leerlingen goed samenwerken.
  2. en als ze zich verantwoordelijk voelen voor hun zelf gekozen taak en deze naar behoren uitvoeren.

Voordat je start met leerlinggestuurd onderwijs, bespreek je daarom eerst met je leerlingen het kader ‘Vriendelijk + Duidelijk’. Je geeft dan aan dat jij je vriendelijk en duidelijk opstelt én dat je leerlingen als dat niet lukt jou daarop aan mogen spreken. Omgekeerd vraag jij van je leerlingen ook vriendelijk en duidelijk te zijn en spreekt jij hen daar indien nodig op aan. Je leerlingen begrijpen dan waarom jij dit kader namens hen bewaakt. Zo ontstaat een leeromgeving waarbij elke leerling:

  1. niemand stoort.
  2. zich goed kan concentreren.
  3. in vrijheid keuzes maakt.
  4. een planning maakt voor werkzaamheden.
  5. de eigen resultaten beoordeelt én ook jouw lesmateriaal.

3.4 Rol docent bij leerlinggestuurd onderwijs

Vermijden conflicten

Eerder deze pagina bespraken wij jouw rol van ’tuinman’. Als je leerlingen zelfstandig werken is jouw rol  te vergelijken met die van tuinman. Een tuinman geeft planten de tijd om te groeien en dwingt groei niet af. Wel begeleidt een tuinman de groei maar doet dat onopvallend (daarom gebruik je onder andere gebaren), en vermijd je hiërarchie, dominantie en conflict. Dit vermijden van conflict heeft een noodzaak: doe je het niet, dan staan de conflicten centraal in plaats van het zelfstandig werken. Bij conflicten met jou vinden de leerlingen jou niet aardig en hebben ze geen zin om zelfstandig met jouw vak aan de slag te gaan terwijl dat nu juist is wat je wilt met leerlinggestuurd onderwijs.

Om alle leerlingen de kans te geven constructief en geconcentreerd te werken is een rustige omgeving noodzakelijk. Je voorkomt daarmee dat een leerling zegt: Het wordt een pan. In een pan kan ik niet leren

Daarom is het jouw taak om het kader te bewaken en een leerling die andere leerlingen stoort tijdens zelfstandig werken aan- en bij te sturen. Zie rechter kolom van deze link.

Wel minimumeisen maar geen uniformiteit

Je stelt minimumeisen maar je dwingt je leerlingen niet tot uniformiteit. In plaats van van minuut tot minuut te bepalen wat iedereen doet, ben je coach voor je leerlingen. De belangrijkste uniformiteit die je vraagt, is dat je leerlingen elkaar niet storen. Geef daarom in dat opzicht het goede voorbeeld en ben je altijd vriendelijk en duidelijk (Toon gewenst gedrag). Daarnaast geef je je leerlingen de ruimte om (een deel van) hun leerproces aan te sturen en maak je hen eigenaar van hun leerproces. Je nodigt je leerlingen uit om in hun eigen tempo aan het werk gaan. Zo voelt jouw vak voor hen aan als een avontuur en jij laat je verrassen door hun resultaten.

3.5 Leerlingen gaan op een verantwoordelijke manier om met de geboden vrijheid

Bij leerlinggestuurd onderwijs vraag je je leerlingen verantwoordelijk om te gaan met de door jou geboden ruimte én vraag je hun om elkaar daarbij niet te storen. Ook geef je aan welke minimale inspanning je per periode van hen verwacht. Bij die minimale inspanning hoort dat ze jou op gezette tijden op de hoogte houden van hun vorderingen.

Als de leerlingen zelfstandig werken, herken je vier typen werkhouding.

  1. Er is een groep die de geboden vrijheid benut om direct uit eigen beweging van alles te onderzoeken en te ontdekken.
  2. Er is een groep die zich beperkt tot de minimale inspanning.
  3. Er is een groep die niet aan het werk gaat.
  4. Een enkele leerling verstoort de les.

Nu volgt een beschrijving van een aantal situaties die zich kunnen voordoen tijdens leerlinggestuurd onderwijs met daarbij vermeld hoe je daarop reageert:

Verstoren van de les

  • Van de eerste drie zojuist genoemde groepen heb je, als zij zich houden aan het kader, geen last, want een kenmerk van deze drie groepen is dat zij elkaar niet storen.
  • Als een leerling (uit de vierde groep) tegen het kader in anderen toch stoort of afleidt, stuur je het gedrag van deze leerling aan of stuur je het bij.

Inspanning leerlingen – beautiful risk of education

Jij legt de verantwoording om vorderingen aan jou te laten zien bij de leerlingen. Je geeft aan dat jij van hen verwacht dat ze naar jou toekomen om vorderingen te laten zien.

  • De meeste leerlingen gaan op een goede manier aan de slag.
  • Een enkele leerling kijkt om zich heen maar doet niets. Dit kan te maken hebben met nog niet weten wat te doen. Misschien zit de leerling na te denken over de manier van beginnen. Misschien geniet deze leerling ervan dat er even geen druk is. Geef deze leerling de ruimte om zich heen te kijken en inspiratie op te doen. Wees daarom terughoudend met oordelen.
  • Pas aan het einde van de periode coach je een leerling uit de derde groep. Het is (zowel aan het begin als in het midden van de periode) niet nodig om het ‘niet werken’ van deze leerling bij te sturen.
  • Geen dwang én de vrijheid om alleen het minimale te doen brengt risico’s mee: het risico dat leerlingen hun tijd verprutsen. Daarnaast levert deze vrijheid ook kansen voor leerlingen om te ontdekken waar ze werkelijk in zijn geïnteresseerd. Verveling is hierbij een onderschatte kracht met als mogelijk resultaat intrinsieke motivatie.

Het vraag educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws in brengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.” Biesta (2013)

Bij leerlinggericht onderwijs neem je het risico dat leerlingen tijdelijk niets doen met als gok dat ze na verloop van tijd een eigen koers vinden. Een voorbeeld:

PraktijkvoorbeeldVO

Leerling doen niets maar stoort niet.
Een leerling kiest ervoor om gitaar te spelen. Hij zet de gitaar naast zich neer en kijkt de eerste vier lessen als een soort Boeddha om zich heen. Op dat moment doet Kees van der Meer onderzoek naar mijn lessen en vraagt mij: heb je gezien dat die leerling niets doet? Ik geef aan dat ik dat heb gezien. Hij vraagt mij of ik daar niet iets aan moet doen. Ik geef als antwoord dat ‘je vervelen’ van waarde is. Door de leerling niet direct aan te sporen geef ik hem de kans om rustig te overwegen wat voor belangrijk is. Met deze terughoudendheid respecteer ik de vrijheid die elke leerling nodig heeft om een eigen leerstijl te ontdekken.
In de praktijk
spoorde ik deze leerling in het laatste deel van een periode wel aan om toch in ieder geval een minimale inspanning te leveren.

Link naar meer praktijkvoorbeelden

Leerlingen aansporen

Bij de kleine groep leerlingen die onderpresteren, heb je tijdens zelfstandig werken de tijd om uit te zoeken waarom dat zo is. Een reden voor onderpresteren kan zijn: ontbrekende voorkennis, gebrek aan concentratie, een handicap, niet weten hoe te beginnen, geen aanleg voor de gevraagde vaardigheden of problemen die spelen op de achtergrond. Onderzoek waarom de leerling niet optimaal functioneert. Liggen de problemen op een ander vlak, zoek dan hulp voor de leerling. Heeft het met het vak te maken, geef de leerling dan ondersteuning via een snelle leerling.

Pas aan het einde van een lesperiode spoor je leerlingen aan als je ziet zij nog geen resultaten aan jou hebben laten zien (dit zie je in je cijferlijst). Je kondigt dan aan dat je de leerlingen die jou nog niet op de hoogte hebben gesteld van vorderingen, extra aandacht geeft. Deze leerlingen krijgen in deze periode van jou voorrang. De anderen zullen even moeten wachten. Je vraagt, indien nodig aan snelle leerlingen om achterblijvende leerlingen te helpen.
De kans bestaat nu dat een leerling die jij bij de hand neemt de volgende periode weet hoe aan de slag te gaan. Vanaf dat moment is het niet meer nodig deze leerling aan te sporen.

Beoordelen of een inspanning nuttig is

Als een leerling iets bestudeert wat volgens jou niets met jou vak te maken heeft (b.v. een leerling wil een film gaan maken en bestudeert iets wat daarmee te maken heeft) en je zou deze leerling aansporen iets nuttigs te gaan doen, dan beperk je ruimte die jij hem of haar geeft. Wat je wel kunt doen is de leerling vragen waarom hij of zij iets bestudeert. Stel dat je ziet dat een leerling een computerspel speelt, dan nog kun je vragen: “Wat heeft dit computerspel met jouw project te maken?” Als een leerling geen enkel verband aan kan geven, stuur je aan- of bij.

Verdeling van jouw werk over de periode

De eerste intrinsiek gemotiveerde groep behaalt direct goede en opmerkelijke resultaten. Vooral aan het begin en in het midden van een periode ben je druk bezig om deze gemotiveerde groep bij te staan en beoordeel je hun resultaten. Pas in het laatste deel van een periode spoor je leerlingen aan die nog geen resultaten hebben behaald.

Effect peergroup

Leerlingen uit groep twee, drie en vier van hierboven beschreven groepen zien dat de eerste groep goed aan het werk is. Deze snelle en serieuze leerlingen geven het goede voorbeeld (voorbeeldfunctie). Bij elke nieuwe lesperiode bestaat de kans dat leerlingen uit de laatste drie groepen bij de volgende periode aansluiten bij het gedrag van de intrinsiek gemotiveerde eerste groep. De eerste groep is dan bij elke volgende lesperiode steeds iets groter.

Discipline

Disciplineren van leerlingen en het geven van vrijheid aan leerlingen, lijkt met elkaar in tegenspraak. Als je het (te vaak) als je taak ziet om leerlingen te disciplineren, bestaat de kans dat je leerlingen daarmee berooft van (een deel van) hun vrijheid. Zij gaan weliswaar gedisciplineerd aan de slag maar blijven van jou afhankelijk. Je maakt hen niet zelfstandig. Met deze vorm van (externe) disciplinering zijn goede resultaten te behalen maar deze keerzijde krijg je erbij:

Vlakkuilen bij (te veel) discipline

Wat gebeurt er als een leerling niet voldoet aan jouw verwachtingen?
In hoeverre zijn je leerlingen bereid te doen wat je van ze vraagt?
Hoe zelfstandig zijn je leerlingen als ze op zichzelf zijn aangewezen?

Vrijheid en discipline versterken elkaar

Op het eerste gezicht lijkt het alsof vrijheid en discipline elkaars tegenpolen zijn. Dat is niet het geval als jouw leerlingen hun vrijheid combineren met onderling gedisciplineerd werken, als zij elkaar onderling de gelegenheid geven elkaar aan te sturen.

Als leerlingen de manier waarop jij frontaal lesgeeft als prettig ervaren, zullen elementen daarvan (zoals de manier waarop jij aanstuurt) onderling inzetten bij zelfstandig werken waardoor ze beter kunnen samenwerken.

Formeel en informeel leren.

Leerlingen die tevreden zijn over het onderwijs, gaan ze ook buiten de les verder met werken. Met hun intrinsieke motivatie behalen ze op school en ook elders goede resultaten.

3.6 Maak een plan van uitvoering (hele taak eerst)

Eenmaal gewend aan deze aanpak, regelen je leerlingen steeds meer zelf (interne discipline). De vraag voor hen is:

Wat is mijn volgende uitdaging?
Wat is daarbij een realistisch doel?
Hoe toets en evalueer ik mijzelf?
Hoe motiveer ik mijzelf?
Hoe organiseer ik hulp van medeleerlingen of van externe deskundigen?

Aan het begin van een nieuwe periode, als je leerlingen een doel hebben gesteld, maken zij een tijdsplanning (hele taak eerst).

3.7 Zoek informatie, vraag hulp van deskundigen

Je leerlingen raadplegen het door jou voorbereide lesmateriaal en de door jou geselecteerde onderwerpen en opties. Daarbij raadplegen ze klasgenoten, deskundigen, ouders en kennissen. Bovendien zoeken ze online antwoorden op vragen.

Leren om online vragen te stellen

De vaardigheid om online iets op te zoeken kun je als volgt oefenen met je leerlingen. Stel een willekeurige vraag aan je leerlingen en laat ze het antwoord zoeken op internet. Wie het antwoord als eerste weet, vraag je hoe hij of zij het antwoord heeft gevonden (welke zoekterm heb je gebruikt?). Dan mag die leerling zelfstandig gaan werken. De anderen krijgen een nieuwe vraag. Dit gaat door tot iedereen een keer als eerste iets heeft gevonden op internet. Zo vergroot je hun vaardigheden om zelf antwoorden te vinden.

3.8 Leerstijl

Bij je voorbereiding houd je al rekening met het feit dat leerlingen verschillende leerstijlen hebben. Binnen elk onderwerp dat je de leerlingen aanbiedt geef je hun de ruimte om zelf te bepalen op welke manier ze jouw vak bestuderen. Dat kan via gesloten of open opdrachten, via gebaande paden of via een eigen route. Een aantal leerlingen zullen kiezen voor gesloten opdrachten en voor duidelijke structuur. Andere leerlingen gaan op onderzoek uit en kiezen voor open opdrachten. Zo ontdekt iedere leerling andere aspecten van jouw vak. Wie ‘creatief’ wil zijn, krijgt daarvoor met leerlinggestuurd onderwijs de gelegenheid. Daarnaast zijn er voor alle leerlingen werkzaamheden die te maken hebben met het verkrijgen van vaardigheden die horen bij de basisstof. De manier waarop je leerlingen die vaardigheden op het gebied van de basisstof verkrijgen, kun je aan hen onverlaten door ze zelf een planning te laten maken en door hun te vragen zichzelf met een app toetsen.

Verschillende vormen Intelligentie

Je leerstijl hangt samen met jouw ‘vormen van intelligentie’. Leerlingen beschikken over verschillende soorten intelligentie: muzikale-, lichamelijk-kinesthetische, logisch-mathematische, taalkundige, ruimtelijke-, interpersoonlijke en intrapersoonlijke intelligentie. Gardner (1993)

Doorgaans beschik je over een beperkt aantal intelligenties. Als leerlingen hun verschillende capaciteiten met elkaar delen profiteert de hele groep hiervan.

3.9  Geen affiniteit met leerstof

Als je merkt dat een leerling om wat voor reden dan ook geen binding heeft met de leerstof, help je deze leerling op weg tot hij of zij genoeg weet om zelfstandig verder te gaan. Vaak gaat het om een eerste handreiking om een leerling over een drempel heen te helpen.

3.10 Chaos

Nu volgen drie citaten die te maken hebben met orde en chaos. Deze citaten zijn als volgt in verband te brengen met leerlinggestuurd onderwijs:

Citaat 1

Wetenschapsjournalist Mark Mieras geeft aan dat je brein het beste functioneert bij een evenwicht tussen orde en wanorde. Daarom is het zo belangrijk om bij leerlinggestuurd onderwijs elke leerling zelf keuzes te laten maken en hem of haar daarmee de gelegenheid te geven om orde te scheppen uit chaos.

Te veel wanorde is regelrecht gevaarlijk. Te veel orde maakt kwetsbaar op langere termijn, doordat het aanpassingsvermogen en de creativiteit dan teruglopen (Mark Mieras).

Citaat 2

De chaos genoemd bij dit citaat is bij leerlinggestuurd onderwijs te vergelijken met de gehele leeromgeving plus het gegeven dat elke leerling zichzelf aanstuurt en daarbij mag zwerven.

Nietzsche:
Om een dansende ster te baren moet je eerst chaos in je dragen. Gebrek aan consistentie, verandering van gedachte en een drang om te zwerven waren een kwestie van plicht. Een vaststaande mening was een dode mening, een vastbesloten geest een dode geest, minder waard dan een insect; hij zou vermorzeld moeten worden onder je voet en totaal vernietigd.” Prideaux (2018)

Citaat 3

Het nu volgende citaat van Camus is op te vatten als een pleidooi voor begrenzing. Juist door je te begrenzen krijg je ergens vat op. Maak daarom bij leerlinggestuurd onderwijs aan je leerlingen dit voordeel van begrenzing duidelijk.

Dat is nu juist het genie, het intellect dat zijn grenzen kent. Een kunstenaar, die zijn grenzen kent, deze nooit overschrijdt, en in die onzekere speelruimte waar hun geest zich op instelt, over een wonderbaarlijke en meesterlijke gemakkelijkheid beschikt. Camus (1942), Albert

3.11 Inspiratie en naamgeving van deze module

De naam van deze module ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ is bij VOH in gebruik sinds juli 2020. Voor die tijd was de naam van deze module ‘Assessment’.  Meer informatie over assessment? Clarke (2014) Shirley) ‘assessment’. De term assessment kent veel definities en zorgde indertijd op deze site voor verwarring.

De nieuwe naam ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ neemt deze verwarring weg. Deze naam aangereikt door Jan Wolters. Bij deze naam past maar één vraag: Wat stuurt een leerling aan?

Elke leerling stuurt zichzelf aan gebruik makend van het door jou voorbereide materiaal.

3.12 Praktijkvoorbeelden leerlinggestuurd onderwijs

PraktijkvoorbeeldVO

Docent economie

Ik liet mijn leerlingen een lesuur per week in groepjes werken aan een werkstuk over een onderwerp naar keuze. Vooraf vroeg ik de leerlingen mij eens per week kort op de hoogte te stellen van de vorderingen. Ze konden mij altijd vragen stellen. Als leerlingen in het begin van de periode niets deden dwong ik ze nergens toe. Ik ging er af en toe wel even naast zitten en begon dan wel een gesprek hierover. Na verloop van tijd zag je dat de meeste leerlingen steeds fanatieker werden. Het onderwerp begon ze te boeien en ze merkten dat wat ze deden hun zelfvertrouwen gaf. Slechts een enkele leerling bleven volharden en weinig doen.

Aan het einde van de periode gaf ik aan: De meeste (groepen) leerlingen hebben mij op de hoogte gehouden van hun vorderingen. Een aantal nog niet. Deze leerlingen geef ik laatste lessen van dit blok alle aandacht. Daarmee wil ik voorkomen dat ze hun werkstuk niet op tijd kunnen inleveren.

 

Twee modules op deze site stimuleren de autonomie van leerlingen: De modules Leerlinggestuurd onderwijs en Samenwerken zijn gedurende drie jaar (2014-2017) in de praktijk gebracht door Johan ’t Hart bij het vak muziek. Deze praktijk is onderzocht door Evert Bisschop-Boele en Kees van der Meer van het Prins Claus Conservatorium van Groningen.

Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muziekles

3.13 Raakvlakken

Vergelijkbare initiatieven en modellen die te maken hebben met leerlinggestuurd onderwijs zijn ruimschoots voorhanden:

Self-Determination Theory

Vertaling van de Self-Determination Theory en aanknopingspunten met Vriendelijk orde houden.

High impact learning
bron van dit artikel: te-learning.nl

https://www.leraar24.nl/gip-model-in-het-speciaal-onderwijs/
Bij deze link meer informatie over het GIP-model. Met dit model stel je leerlingen in staat om zelfstandig te werken. Als iedereen vanuit een eigen motivatie zelfstandig met jouw vak bezig is, werkt dat verbroederend, inspirerend en kalmerend.

Leerlevels.nl

4 Uitwisselen expertise

Tijdens zelfstandig werken, ontstaat bij verschillende leerlingen expertise op verschillende gebieden. Tijdens frontaal lesgeven kun je een leerling of een groep leerlingen hun expertise met de hele groep laten delen. Daarbij valt te denken aan een (interactieve) presentatie.

Uitwisseling van expertise vindt ook plaats als snelle leerlingen lesgeven  aan achterblijvende leerlingen.

5. Talent

Je kunt twee typen talent onderscheiden: ‘Al aanwezig talent’ en ‘potentieel talent’.  In beide gevallen kan het gebeuren dat een leerling jouw niveau op een bepaald gebied overstijgt. Leerlingen die dat voor elkaar krijgen, nemen jouw vak serieus.

  • Al aanwezig talent
    Bij de module Kennismaken adviseert Vriendelijk orde houden om aan het begin van het jaar te onderzoeken wat jouw leerlingen al beheersen op jouw vakgebied. Al bij de eerste ontmoeting kan een leerling op een bepaald vlak over meer vaardigheden beschikken dan jij. Speur daarom naar talent en bied leerlingen met al aanwezig talent de kans om direct het voortouw te nemen in je lessen en geef ze de kans hun klasgenoten te helpen. Als je dat doet, laat je zien dat je hun talent en inzet voor de les erkent. Doe je dit niet, dan voelen getalenteerde leerlingen die hun talenten op jouw vakgebied al hebben ontwikkeld, zich bij jouw lessen miskend.
  • Potentieel talent
    Doordat je leerlingen steeds nieuwe onderwerpen kiezen, krijgen zij de kans te ontdekken of ze voor nieuwe onderwerpen talent hebben.

In beide gevallen bestaat de kans dat leerlingen op een bepaald vlak jouw kennis overstijgen. Zoek dan naar mogelijkheden waarbij leerlingen expertise delen.

Talent heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Het vereist voortdurend ruimte om te mogen kiezen. Hoe meer ruimte jij geeft, hoe groter de kans dat talent zich manifesteert.

5.1 Verpoppen

Een gevolg van leerlinggestuurd onderwijs is dat een aantal leerlingen steeds nieuwe richtingen kiezen. Hierbij past het beeld van een verpopping of het afwerpen van een huid. Daarbij kun jij dan de indruk krijgen dat dit niet efficiënt is en dat de leerling kansen laat liggen. Het advies is te wachten oordelen. Laat de gekozen koers zo veel mogelijk aan de leerling over. Als de leerling de uiteindelijke gekozen weg zelf bepaalt, heeft dat intrinsieke motivatie, autonomie, zelfbeschikking en Persoonsvorming tot gevolg.

6 Vraaggestuurd onderwijs

Als je merkt dat een aantal leerlingen tijdens zelfstandig werken een vergelijkbaar probleem hebben, kun je dit groepje apart nemen en speciaal daarover uitleg geven. Leerlingen die deze uitleg niet nodig hebben, gaan ondertussen fluisterend door met zelfstandig werken: Bij vraaggestuurd onderwijs geef je precies op tijd aan een aantal leerlingen de benodigde informatie.

Deze manier van werken verenigt aspecten van docent- en leerlinggestuurd onderwijs:

Je geeft een (kleine) groep les, daarom heeft het overeenkomsten met docentgestuurd onderwijs. Ondertussen werken de ander leerlingen zelfstandig. VOH specificeert voor docent– en leerlinggestuurd onderwijs twee verschillende vormen van aan- en bijsturen. Bij vraaggestuurd onderwijs ga je ervan uit dat de leerlingen die doorgaan met zelfstandig werken jou niet storen. Doen ze dat toch, dan rond je de instructie aan de kleine groep eerder af. Als iedereen weer zelfstandig werkt, geef je indien een leerling een andere leerling stoort een Tip en zet je de Spiegelmap één Tip verder.

6 Meerdere invalshoeken combineren

Om leerlinggestuurd onderwijs met succes toe te passen, raadt VOH aan om alle invalshoeken te combineren. Je maakt orde met een uitdagende leeromgeving waarbij je leerlingen die op een goede manier gebruik maken van jouw lessen stimuleert én leerlingen die de les verstoren efficiënt aan- en bijstuurt.

Het voorbereiden van leerlinggestuurd onderwijs vereist veel voorbereiding. Programma’s met Artificial Intelligence (AI) zoals Leerlevels en de Khan Academy ondervangen mogelijke bezwaren ten aanzien van de voorbereiding die voorafgaat aan onderwijs waarbij leerlingen keuzes maken. Wellicht is met AI ook het bezwaar van de auteurs van het bovengenoemde artikel over assessment te ondervangen. Bij AI volgt iedere leerling zijn eigen route en beschikt dan bij alle gekozen routes uiteindelijk over de benodigde basisstof met als groot voordeel dat AI een groot deel van het nakijkwerk van jou overneemt. Je kunt hier overheen lezen, ongewild mis je dan een kans wat betreft het verminderen van je nakijkwerk met behulp van AI.

7 Samenvatting leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs stellen leerlingen zelf doelen en bepalen ze zelf hoe zij aan het werk gaan. Je geeft hun de kans onderwerpen te kiezen die aansluiten bij hun voorkennis en leerstijl en dit leidt op termijn tot steeds meer intrinsieke motivatie. Jij neemt bij dit proces de rol aan van coach.

  • Voordat je je leerlingen aan het werk gaan, maak je duidelijk dat jij van ze verwacht dat ze op een verantwoordelijk manier met de geboden vrijheid omgaan (verwachtingsmanagement).

8 Video

1.23 Iedereen is zelfstandig aan het werk.
1.46 Vraag je leerlingen als ze met een iPad werken om deze met het beeldscherm naar het centrum van de klas te richten. Zo zie je in een oogopslag wat ze doen op hun iPad. Dit sluit aan bij het thema ‘leren zichtbaar’. (Verwachtingsmanagement)
N.B. Er zijn programma’s waarmee je alle beeldschermen digitaal in een oogopslag kunt bekijken. Het nadeel daarvan is dat je zelf voortdurend naar een scherm zit te kijken en geen oog meer hebt voor wat er om je heen gebeurt.

Als je vriendelijk en duidelijk lesgeeft, ontstaat er rust in de klas. Zo krijg je de ruimte om allerlei werkvormen waarbij zelfstandig werken centraal staat uit te proberen en te vergelijken.

9 Credits

Gert Biesta
Het meedenken van Gert Biesta heeft bijgedragen aan de manier waarop de module ‘Leerlinggerichte onderwijs’ is vormgegeven.
In een mail aan Johan ’t Hart schreef Gert Biesta in 2015:
‘Het vraagt educatieve wijsheid van de docent die immer de keuzes maakt en bepaalt, iets nieuws inbrengt en de jongere helpt zich los te maken van de logica van diens eigen grillen. Een educatieve wijsheid die risico toelaat.
Nick Sorensen – Bath Spa University In 2014 stuurde Nick aan Johan ’t Hart een artikel op over Assessment: Assessment-ARF_beyond_blackbox.pdf
Mede door dit artikel gaf Johan ’t Hart zijn muzieklessen vorm op de manier van assessment. Voorheen heette deze module assessment, tegenwoordig gebruiken wij de naam ‘Leerlinggericht onderwijs’. Bovenaan deze pagina staat bij ‘Voorbeelden’ een link naar het genoemde artikel over assessment.
Evert Bisschop-Boele – Prins Claus Conservatorium
Evert Bisschop Boele houdt zich bezig met de vraag hoe je onderwijs relevant maakt voor de leerlingen. Hij pleit ervoor te appelleren aan de identiteit van de individuele leerling (idio-cultuur) en deze bepalend te maken bij keuzes van leerlingen. In zijn theorie gebruik hij de termen ‘verbinden’ en ‘begrenzen’.

In 2017 onderzocht Kees van der Meer op uitnodiging van Evert Bisschop-Boele de muziekpraktijk van Johan ’t Hart. De aanleiding voor het onderzoek was dat Evert in 2015 een stuk schreef in het tijdschrift Kunstzone dat inhoudelijk voor een groot deel samenviel met de plannen van Johan ’t Hart.
De vragen die Kees en Evert stelden aan Johan ’t Hart over zijn muziekpraktijk en over zijn leerlinggerichte aanpak, hebben deze mede vormgegeven.
Het onderzoek is beschikbaar bij de voorbeelden bovenaan deze pagina: zie ‘praktijkvoorbeeld’

Jan Wolters – Docent muziek en opleider Docent muziek.
In gesprekken met Johan ’t Hart adviseerde Jan de module ‘Assessment’ voortaan ‘Leerlinggestuurd onderwijs’ te noemen. Deze nieuwe naam past veel beter bij de inhoud en maakt deze module toegankelijk voor docenten.