3.2 Samenwerken

Docente stimuleren hun leerlingen op verschillende manier om samen te werken.  Zo ontstaat een hechte groep.

Door leerlingen op verschillende manieren te laten samenwerken ontwikkelen zij niet alleen hun cognitieve vaardigheden maar ontwikkelen zij zich ook in sociaal opzicht. Bij deze module ligt het accent op het onderwijsdoel Socialisatie.

Een citaat uit een artikel genaamd ‘Staat het geluk van de Nederlandse kinderen onder druk?’

In opdracht van UNICEF Nederland heeft het Trimbos-Instituut samen met Stichting Alexander en de Universiteit Utrecht, onderzoek gedaan in welke mate jongeren spanning of stress ervaren en op welke (positieve) manier zij hier zelf mee om gaan. Het onderzoek ‘Geluk onder Druk?’ geeft voor het eerst landelijke cijfers over stress, prestatiedruk en in hoeverre jongeren prestaties vergelijken met die van anderen. Op basis van het onderzoek is het advies te investeren in het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren, zowel thuis als op school. Daarnaast pleit UNICEF om samen met jongeren te bekijken hoe de schooldruk kan worden verlaagd, voor een schoolklimaat waarin leerlingen gezien worden, zichzelf kunnen zijn en hulp kunnen vragen en voor meer dialoog.

Als we gastvrije, inclusieve gemeenschappen willen creëren, moeten we er alles aan doen om tribalisme af te zwakken en het gevoel van gemeenschappelijke menselijkheid aan te wakkeren. De kunst is om te voldoen aan de behoefte van mensen om erbij te horen en op elkaar te reageren zonder de meer defensieve en potentieel gewelddadige aspecten van tribalisme te activeren.” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Huidige aanpak:

Hoe laat ik mijn leerlingen nu samenwerken?

Toekomstige aanpak:

Hoe laat ik mijn leerlingen in de toekomst samenwerken?

Introductievideo

Voorbeelden samenwerken

Inleiding samenwerken

Samenwerken is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud van Vriendelijk orde houden (VOH) en is te zien als een losse module. Met deze module geef je leerlingen de kans met elkaar samen te werken en daarmee maak je orde. Door samenwerking te stimuleren maak je leerlingen verantwoordelijk en laat je ze kennismaken met een vaardigheid waar ze hun verdere leven van kunnen profiteren.

Doorgeven voorbeeldfunctie

Je geeft je leerlingen een voorbeeld van samenwerking door hun te vragen om suggesties voor verbetering en aanvulling van jouw lesmateriaal. Lees meer bij beoordeling

Voorbeeldfunctie schoolbreed

  1. Jij en je collega’s werken onderling samen en laten daarmee aan de leerlingen zien hoe waardevol samenwerking kan zijn.
  2. Meirieu geeft aan dat projectonderwijs voor leerlingen een geschikte vorm is voor het verkennen van hun vrijheid Meirieu (2016). Daarbij valt ook te denken aan het geven en organiseren van voorstellingen, acties voor goede doelen, demonstraties voor ouders, open dagen, en ook oudere leerlingen die meehelpen bij een werkweek etc. Deze activiteiten bevorderen intrinsieke motivatie en zijn bij uitstek geschikt voor het stimuleren van samenwerking én voor het vervullen van verschillende rollen. Daarmee geef je leerlingen de kans om zich aan anderen te presenteren en bied je leerlingen de kans onderdeel te zijn van een groep.
  3. Durkheim beschreef mensen als “homo duplex” of “twee niveaus mens”.
    Wij zijn erg goed in het individueel najagen van onze dagelijkse doelen (Drukheim noemt dit het niveau van het ‘profane’). Maar wij hebben ook de capaciteit om ons om te vormen, tijdelijk, tot een hoger collectief plan, dat Durkheim beschrijft als het niveau van het ‘heilige’.
    Het is de functie van religieuze rituelen om mensen te brengen naar een hoger collectief niveau, om hen daarmee te binden aan een groep en hun dan terug te laten keren naar hun dagelijkse leven met versterkte loyaliteit naar de groep. Rituelen waar mensen zingen, dansen of eenstemmig zingen zijn hiervoor krachtige middelen.

Beide citaten zijn afkomstig van Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt. Bij het laatste citaat de kanttekening van VOH dat niet alleen religieuze rituelen ons tot een hoger plan kunnen leiden. Voorstelling en evenementen zonder religieus karakter brengen ons ook naar een hoger plan.

Samenwerken is een deelgebied van de invalshoek Lesinhoud

Deze afbeelding is onderdeel van het Overzicht van Vriendelijk orde houden.

Inhoudsopgave

  1. Belang van samenwerken
    1.1 Wel samenwerken
    1.2 Niet samenwerken
    1.3 Starten met samenwerken
  2. Toelichting samenwerken
    2.1 Samenwerken frontaal lesgeven en zelfstandig werken
    2.2 Succesvol samenwerken
    2.3 Sociaal kapitaal
  3. Leerlingen delen expertise
    3.1 Twee partijen profiteren van het delen van expertise
  4. Samen/zelf bepaald – Maslov
    4.1 Samen/zelf bepaald
    4.2 Piramide van Maslow – zelfrealisatie
  5. Rolwisseling
  6. Mate van Zelfstandigheid
    6.1 Autonoom leren
    6.2 Leerlinggestuurd onderwijs
    6.3 Geleid onderwijs
    6.4 Docentgestuurd onderwijs
  7. Samenvatting

1 Belang van samenwerken

Door samen te werken doen leerlingen ervaring op met jouw vak en delen ze expertise met elkaar. Zowel bij zelfstandig werken als bij frontaal lesgeven geef je leerlingen de kans om op verschillende manieren samen te werken. Je creëert een aantrekkelijk leerklimaat waarin je leerlingen de ruimte geeft om elkaar te leren kennen en constructief samen te werken.

1.1 Wel samenwerken

Hoe beter je leerlingen samenwerken, hoe meer verantwoordelijkheid je ze kunt geven. Samenwerking draagt bij aan het onderwijsdoel Kwalificatie en Socialisatie (Biesta)

Bij docentgestuurd onderwijs heb jij de leiding. Zie dit als een kans om zelf groepsindelingen te maken waarmee je leerlingen met andere leerlingen laat kennismaken.
Bij leerlinggestuurd onderwijs nemen leerlingen zelf het initiatief. Daarbij past het beter de leerlingen zelf te laten bepalen met wie ze samenwerken.

1.2 Niet samenwerken

Er is weinig gelegenheid voor samenwerking. De leerlingen werken voornamelijk individueel.

1.3 Starten met samenwerken

Stimuleer samenwerking in allerlei vormen.

Als leerlingen samenwerken, behoort het tot jouw taak te reageren op verstoringen van de les en deze op te lossen. Zo kan iedereen ongestoord werken. Veel plezier met lesgeven aan jouw hechte, sociale, ambitieuze en getalenteerde groep!

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van deze module samenwerken? Zet Vriendelijk orde houden in de klas dan schoolbreed in (Implementeren).

2 Toelichting samenwerken

Wissel docent- en leerlinggestuurd onderwijs  af. Bij beide manieren van werken maak je op verschillende manieren ruimte voor samenwerken.

2.1 Samenwerken bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken

Hieronder zie je in twee kolommen de verschillen tussen beide werkvormen wat betref samenwerking.

Samenwerken tijdens docentgestuurd onderwijs – frontaal lesgeven

Tijdens oefeningen die volgen op frontaal lesgeven, gebruik je werkvormen waarbij leerlingen samenwerken. Binnen die werkvormen doen leerlingen ervaring op met jouw vak en delen ze expertise met elkaar. Jij zorgt ervoor dat ze regelmatig wisselen ze regelmatig van rol en zijn ze in staat zowel te volgen als te leiden. Jij zorgt er ook voor dat de leerlingen regelmatig van groep wisselen. Zo zijn ze in staat om met steeds meer klasgenoten samen te werken, en neemt de bereidheid om met anderen samen te werken toe. Zo  maak je van een klas een hechte groep. Het doorbreken van de voorkeurssamenstelling die leerlingen zelf zouden kiezen, draagt bij aan het onderwijsdoel Socialisatie.

Wanneer een gemeenschap erin slaagt ieders tribale circuits uit te schakelen, is er meer ruimte voor individuen om een leven naar eigen keuze op te bouwen. Er is dan meer vrijheid voor een creatieve vermenging van mensen en ideeën“.  Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Bij het frontaal lesgeven kan de app quizlet leerlingen stimuleren om samen de lesstof grondig te bestuderen.

Samenwerken tijdens leerlinggestuurd onderwijs – zelfstandig werken

Bij zelfstandig werken, laat je leerlingen zelf bepalen met wie ze gedurende langere tijd samenwerken aan een zelfgekozen onderwerpen. Je geeft ze de gelegenheid te handelen op eigen initiatief in het vertrouwen dat ze verantwoordelijk omgaan met de geboden vrijheid.

Van het grootste belang bij vrij spel is dat het altijd vrijwillig is; iedereen kan op elk moment stoppen en de activiteit verstoren, dus kinderen moeten goed letten op de behoeften en zorgen van anderen als ze het spel gaande willen houden. Ze moeten conflicten over eerlijkheid zelf oplossen; er kan geen beroep op een volwassene worden gedaan om de kant van het ene kind tegen het andere te kiezen“. Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt.

Ook bevorder je samenwerking tijdens zelfstandig op deze manieren:

  1. Aan het einde van een rapportperiode,  tijdens zelfstandig werken, vraag jij een snelle leerling om een achterblijvende leerling te helpen.
  2. Je zoekt naar apps waarmee leerlingen de basisstof in spelvorm met elkaar kunnen toetsen.
  3. Je vraagt leerlingen op zoek te gaan naar deskundigen die hen verder helpen.
  4. Je vraagt leerlingen na afloop van een samenwerking te reflecteren op de manier waarop ze hebben samengewerkt: Wat was mijn rol bij de samenwerking? Hoe kan ik volgende keer nog beter functioneren in de groep?

Geleidelijk verandert jouw rol van docent in die van coach met daarbij een aantal leerlingen die jou assisteren bij het lesgeven.

2.3 Succesvol samenwerken

  1. Tijdens korte oefeningen die volgen op frontaal lesgeven bepaal jij de groepssamenstelling. Zo komt elke leerling met verschillende klasgenoten in contact. Daardoor zijn zij in staat met verschillende klasgenoten samen te werken.
  2. Tijdens zelfstandig werken bepaalt elke leerling zelf of- en met wie hij of zij gaat samenwerken. De vrijheid om zelf iemand te mogen kiezen waarmee je samenwerkt, draagt bij aan het vinden van een eigen koers. Daarmee leg je het initiatief bij de leerling.
  3. Als je door jouw inspanningen de intrinsieke motivatie van je leerlingen vergroot, is de kans op geslaagd samenwerken groter.

2.4 Sociaal kapitaal

Een hechte groep die goed samenwerkt beschikt over sociaal kapitaal. De wortels van het begrip sociaal kapitaal liggen in het werk van de 19e-eeuwse socioloog Emile Durkheim. Die stelde onder meer dat het behoren tot een groep en het ervaren van sociale steun, bescherming biedt tegen werkloosheid en zelfmoord. Belangrijk voor de recente herwaardering van het begrip zijn met name geweest de Franse socioloog Pierre Bourdieu en de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. (Bron: Wikipedia)

Een begrip als sociaal kapitaal is nuttig omdat het je dwingt de relaties te zien waarin deze mensen zijn ingebed en die deze mensen productiever maken.

Als je leerlingen de ruimte geeft om met elkaar kennis te maken en ze stimuleert om met elkaar samen te werken vergroot je het sociale kapitaal.

Ik stel voor dat we deze benadering een stap verder brengen. Om het wonder te begrijpen van morele gemeenschappen die groeien voorbij de grenzen van verwantschap, moeten we niet alleen kijken naar mensen, en niet alleen naar de relaties tussen mensen, maar naar de complete omgeving waarin die relaties zijn ingebed, en die die mensen deugdzamer maakt (hoe zij die term zelf ook definiëren). Er zijn heel wat niet gangbare oplossingen nodig om een morele gemeenschap te ondersteunen“. (Haidt 2012)

Video

In deze video een verhaal van Kierkegaard waarin hij vergelijkt ‘wat paarden beschouwen als rijden’ met ‘wat de koetsier van de koning beschouwt als rijden’.

Vertaal je deze vergelijking naar het onderwijs, dan zou je ‘wat leraren of leerlingen in het algemeen als lesgeven beschouwen’, kunnen vergelijken met ‘wat idealiter mogelijk is wat betreft lesgeven’.

Andries Visser leest het verhaal van Kierkegaard voor: ‘Het paard en zijn berijder. Samen met zijn vrouw Lineke vertaalt Andries originele teksten van Kierkegaard uit het Deens naar het Nederlands.

3 Leerlingen delen expertise

Als leerlingen tijdens zelfstandig werken keuzes maken en daar op een verantwoordelijke manier mee omgaan, beschikken ze na verloop van tijd over verschillende vormen van expertise. Dan geef jij je leerlingen de kans hun expertise met elkaar te delen. Ze geven elkaar les en werken samen aan projecten waarbij ze taken en rollen verdelen.

Als jij een leerling met meer expertise vraagt een leerling met minder expertise te helpen, verhoogt deze samenwerking de resultaten. Zoek ook naar app’s waarbij leerlingen in spelvorm hun niveau met elkaar kunnen vergelijken.

Bij het eerder genoemde vergroten van ‘Sociaal kapitaal‘ spelen meer factoren een rol. Als voorbeeld de rol van het kader bij samenwerking:

Tijdens het zelfstandig werken profiteer je van het eerder met de leerlingen afgesproken kader. Door dit kader kan iedereen zich concentreren en komen talenten tot bloei. Zonder kader kunnen talenten zich ook in negatieve zin openbaren (het recht van de sterkste, wie heeft de macht? Wie heeft de grootste mond?).

De volgende afbeelding illustreert dat  invloed geven aan leerlingen alleen positief uitpakt als zij zowel vertrouwen hebben in eigen kunnen als dat zij goede bedoelingen hebben. Met een duidelijk kader vraagt jij je leerlingen (impliciet) of zij hun goede bedoelingen willen tonen.

Bedoelingen + Eigen kunnen

Als je een snelle leerling zoekt om een achterblijvende leerling te helpen, selecteer dan een leerling met vertrouwen in eigen kunnen en die al bewezen hebben een bepaalde vaardigheid te beheersen. Betrek bij de selectie van leerlingen die je anderen wilt laten helpen of zij volgens jou goede bedoelingen hebben. Juist deze leerlingen zijn geschikt om andere leerlingen te helpen.

“voor wat hoort wat” is op termijn de meest succesvolle strategie bij samenwerking:

Degenen wiens morele emoties hen verplichten “voor wat hoort wat” te spelen, waren beter uit dan degenen met een andere strategie zoals “help iedereen die dat nodig heeft” (wat uitbuiting in de hand werkt) of “neem maar geef niet” (wat maar één keer lukt per persoon; al snel wil niemand meer een deel van de taart met je delen).” (Haidt 2012)

Leerlingen zijn na verloop van tijd in staat hun eigen kompas te volgen en gaan uit eigen interesse intrinsiek gemotiveerd aan de slag. Daarbij ondersteunen ze elkaar en sturen ze elkaar aan. Er ontstaat dan een hechte groep met ‘sociaal kapitaal’.

3.1 Twee partijen profiteren van het delen van expertise

Een leerling die een andere leerling helpt, herhaalt de lesstof voor zichzelf en zal deze nog beter onthouden. Bovendien krijgt de leerling die hulp verleent zicht op de verschillende leerstijlen van degenen die hij of zij helpt. Degene die hulp geeft, profiteert daarom minstens net zoveel van de samenwerking als degene die hij of zij helpt.

4 Samen/zelfbepaald – Maslov

De onderstaande twee afbeeldingen maken duidelijk hoe leerlingen eigenaarschap krijgen over hun eigen leerproces.

4.1 Samen/zelf bepaald

Bij de onderstaande afbeelding zie je een assenstelsel met op de horizontale as het wel of niet zelf bepalen wat je leert. Bij leerlinggestuurd onderwijs bepalen leerlingen zelf een deel van hun onderwijsproces. Dit draagt bij aan hun Persoonsvorming (Biesta). De verticale as geeft het wel of niet samenwerken aan. Door samen te werken, versterken en verruimen leerlingen hun eigen expertise. Onderwijs is betekenisvol als leerlingen zelf bepalen wat ze leren én als ze samen het vak ontdekken. Hoe meer verantwoordelijkheid leerlingen nemen, hoe meer verantwoordelijkheid je ze geeft. Opvoeden en onderwijs is daarmee de kunst van het steeds meer loslaten.

Every teacher must learn how to stop teaching when the time comes. Biesta (2022)

Eigen verantwoordelijkheid van leerlingen verhoogt de intrinsieke motivatie én tevredenheid over het onderwijs. Een tevreden leerling zal niet snel een les verstoren. Met het proces van steeds meer verantwoordelijkheid geven aan leerlingen maak je op een preventieve manier orde.
De keerzijde hiervan is onderwijs waarbij de leerling geen invloed heeft op de lesstof (anders bepaald) en waarbij iedere leerling verantwoordelijk is voor zijn eigen cijfer (los van elkaar) aanleiding kan geven voor ordeverstoringen. Bekijk het nieuwsbericht over betekenisvol onderwijs op deze site.

Bij onderwijs waarbij leerlingen niet samenwerken en waarbij de lesinhoud door anders bepaald is, voelen leerlingen zich minder als persoon gezien. Er is minder kans dat jouw lesstof aansluit bij hun eigen interesse en voorkennis. Met strengheid, discipline en gezag kun je ergernis hierover de kop indrukken en daarmee (onbewust) versterken. Je komt niet tegemoet aan de gerechtvaardigde wens van je leerlingen om ook zelf invloed te mogen uitoefenen.

De combinatie samen + zelf bepaald, ziet VOH als betekenisvol onderwijs en draagt bij aan het domein Persoonsvorming. Dit wil niet zeggen dat alleen het kwadrant rechts boven betekenisvol is. Bij frontaal lesgeven bepaal jij met welk onderwerp je de leerlingen in aanraking brengt en waar je ze mee laat werken. Ook bij frontaal lesgeven kun je gelegenheid geven voor samenwerken (anders bepaald + samenwerken).

4.2 Piramide van Maslow – zelfrealisatie

Pyramide van Maslow

De piramide van Maslow gaat ervan uit dat zelfrealisatie de hoogste stap is van een ontwikkeling. VOH pleit ervoor om direct te beginnen met (aspecten van) zelfrealisatie:

  • Observeren: Let op signalen van leerlingen die duiden op lichamelijke behoeften en laat blijken dat je hun behoefte gezien hebt (Maslow-lichamelijke behoeften –  Gebruik lichaamstaal)
  • Vriendelijk + duidelijk: Bespreek het kader en toon gedrag dat past bij het kader, Gebruik lichaamstaal, Reguleer je energie.
  • Aansturen en bijsturen: Hier mee los je een verstoring efficiënt op.
  • Gebruik werkvormen die ervoor bedoeld zijn om leerlingen zowel op het persoonlijk vak als op jouw vakgebied met elkaar te laten kennismaken. Zo voldoe je aan de behoefte van je leerlingen om sociaal contact, erkenning en waardering te krijgen voor hun al aanwezige vaardigheden én voor nieuwverworven vaardigheden (Kennismaken/Maslow-behoefte aan sociaal contact).
  •  Stel je leerlingen in staat om verworven vaardigheden eerst individueel te meten via apps. (Maslow-erkenning en waardering – Beoordeling)
  • Jij beoordeelt het niveau met een centrale toets.
  • Nodig leerlingen uit de leiding te nemen (maar verplicht ze niet). Bedenk opdrachten waarbij het sociale aspect voorop staat en waar als bij toeval vakmatige vaardigheden ontstaan. Laat leerlingen van rol wisselen
  • Stimuleer uitwisseling van kennis tussen leerlingen onderling. Bied leerlingen de kans om kennis aan elkaar over te dragen. Met de module Samenwerken van VOH besteed je aandacht aan de door Maslov gedefinieerde zelfrealisatie.

5 Rolwisseling

Door rolwisseling voorkom je dat steeds één persoon autoriteit heeft en de rest niet. Door bij werkvormen de leiding frequent te laten wisselen krijgt iedereen de gelegenheid ervaring op te doen met leiderschap en krijgen je leerlingen meer begrip voor elkaar.

Bij de module  ‘Kennismaken’, staat bij ‘Groepsvorming‘ beschreven hoe je leerlingen met rolwisseling expertise delen.

Als je lesgeeft lijkt het vanzelfsprekend dat jij alles aanstuurt. Aansturen van een groep is echter een kunst waar ook je leerlingen zich in kunnen bekwamen. Bij een democratie zijn er om de zoveel jaar nieuwe leiders. Bij groepswerk kun je het wisselen van leiding onderdeel maken van de opdracht. Door regelmatig van rol te wisselen, door leiding geven en volgen af te wisselen, krijgt iedereen begrip voor het belang van beide rollen: Een groep werkt goed samen als de groepsleden zowel de leiding kunnen nemen als zich coöperatief opstellen als een andere leerling de leiding heeft. Als jouw leerlingen hiermee aan de slag gaan is er geen sprake van ‘de docent’ maar van ‘wisselend docentschap’. Zo begrijpt iedereen wat ervoor nodig is om als groep samen te werken. Jouw rol in dat geheel is die van coach.

Citaat over de waarde van rolwisseling:

Kohlberg’s meest invloedrijke uitkomst was dat de meest moreel handelende kinderen (volgens zijn manier van scoren)  diegenen waren die regelmatig de gelegenheid hadden gekregen voor rolwisseling – waarbij ze een probleem vanuit het perspectief een ander konden bekijken”.  Haidt (2012)

Vraag bij complexere opdrachten je leerlingen om verschillende verantwoordelijkheden (rollen) binnen hun team te definiëren.

Wil je actief de groepssamenstelling waarin leerlingen samenwerken beïnvloeden? Bekijk dan deze PowerPoint .

Video
In de nu volgende video dirigeert een leerling met plezier de rest van de klas (GebarenRolwisseling) en oefent daarmee invloed uit (Samenwerken). Bij deze werkvorm doorbreekt de leerling die dirigeert de gebruikelijke hiërarchie (de docent als de enige leider). Merk op dat de leerlingen op elkaar reageren zonder tussenkomst van de docent.

Ideale les:

Een leerling dirigeert tijdens een muziekles.
2.55 Een leerling gebruikt het vuurtorengebaar. De leerlingen maken net als de docent gebruik van eerder geïntroduceerde gebaren.
2.59 Een leerling dirigeert met gebaren. Hier zie je hoe leerlingen onderling de gebaren succesvol gebruiken.

Orpheus Chamber Orchestra

Zelfsturing maakt leiderschap niet overbodig

Lees meer over deze film in het bericht van Bart Schipmölder op Linkedin

6 Mate van zelfstandigheid

Het onderwijs is te zien als een vorm van samenwerking tussen docent en leerling. Afhankelijk van wie het initiatief neemt of wie verantwoordelijkheid draagt, ontstaan in de onderstaande afbeelding vier types onderwijs.

Wanneer noem je leren ‘zelfstandig’. Op de afbeelding hieronder zie je op de verticale as het ‘wat’ bepaald door leerling of docent. Op de horizontale as zie je het ‘hoe’ bepaalt door de leerling of docent. Deze vier aspecten kunnen in verschillende verhoudingen terugkomen in jouw lessen.

6.1 Autonoom leren

Jij bepaalt niet het wat én niet het hoe. Je begeleidt je leerlingen in hun leerproces en laat jouw begeleiding aansluiten bij de keuzes die de ze zelf maken. Hierbij hoort onderzoekend leren.

onderzoekend leren

Onderzoekend leren begint met het door de leerlingen formuleren van een kennisvraag en met vragen die aan deze kennisvraag voorafgaan. Bij de onderstaande uitwerking gaan wij uit van werken in groepen. Werken in een groep maakt de kans kleiner dat vragen subjectief worden beantwoord. Hieronder een voorbeeld van een onderzoeksopdracht aan een groep.

  1. Bepaal een onderzoeksvraag, doe onderzoek en presenteer dat in de vorm van een film.
    Om het onderzoek te starten beantwoord je als groep deze vragen.
    Wat wil je te weten komen over….
    Wat is de beste techniek om aan de slag te gaan en het onderzoek te realiseren.
  2. Verslaglegging:
    Maak een overzicht met daarin een lijst waarop te zien is wie waaraan heeft gewerkt en hoeveel tijd dit heeft gekost.
    Welk onderdeel van het onderzoek heeft jullie het meeste tijd gekost?
    Heeft een van de groepsleden tijdens het onderzoek met een vondst voor een doorbraak gezorgd? Wie was dit en hoe kwam deze doorbraak tot stand?
  3. Presentatie:
    Hoe kun je het onderzoek overtuigend presenteren in de vorm van een film?
    Voor welke doelgroep is de presentatie van jullie onderzoek in de vorm van een film interessant?
    Hoe zorg je ervoor dat anderen iets kunnen leren van deze film?

6.2 Leerlinggestuurd onderwijs

Bij leerlinggestuurd onderwijs neemt een leerling op een zelfgekozen manier deel aan een door jou voorbereid programma. Jij bepaalt het wat maar niet het hoe. Het programma dat jij klaarzet kan zowel te maken hebben met de basisstof als wel met een door leerlingen gekozen doelen.

Voorbeeld: Backward design

Het doel bij Backward design is het leggen van de leerverantwoordelijkheid en de leerenergie bij de studenten. Backward design geeft richting aan zelfstandig werken. Ook bij backward design bepaal jij het ‘wat’ maar niet het ‘hoe’. Raadpleeg hiervoor het boek van
L. Dee Fink “Creating   significant learning experience” Dit gaat onder ander over critical alignment, situational factors en ‘backward design’.

Een voorbeeld van Backward design: Selecteert een aantal toetsbare vaardigheden en stel voor het toetsen daarvan apps beschikbaar waarmee leerlingen zichzelf kunnen toetsen. Geef je de leerlingen vervolgens de ruimte om rond deze vaardigheden zelf werkvormen te zoeken waarmee ze deze vaardigheden kunnen oefenen. Voordeel van Backward design is dat uiteindelijk alle leerlingen een noodzakelijke vaardigheid verwerven én ook eigen ervaringen opdoen bij de manier waarop ze die vaardigheid verwerven.

6.3 Geleid onderwijs

Bij geleid onderwijs kiest een leerling een leerdoel of programma en voert dit uit op een door jou voorgeschreven manier.

6.4 Docentgestuurd onderwijs

Bij docentgestuurd onderwijs bepaal jij het leerdoel en programma en bepaal jij ook de manier waarop leerlingen daaraan werken.

7 Samenvatting

Samenwerking is een belangrijk onderdeel van een leeromgeving. Door samen te werken, stemmen leerlingen hun activiteiten inhoudelijk en sociaal op elkaar af.