4. Observeren

Observeren is één van de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden (VOH). Docenten en leerlingen letten op elkaars lichaamstaal en taalgebruik en krijgen zo een beeld van elkaars intenties.

Doordat we op elkaars lichaamstaal en taalgebruik letten, voelen wij elkaars stemming beter aan en leggen wij gemakkelijker contact.

Overzicht van Vriendelijk orde houden

Huidige aanpak:

Op welke lichaamstaal en op welk taalgebruik let ik tot op dit moment?

Toekomstige aanpak:

Op welke lichaamstaal en op welk taalgebruik ga ik in de toekomst nog meer letten?

Introductievideo

Nieuwsbericht op deze site over Observeren

Observeren is de verbindende schakel tussen de vijf invalshoeken van VOH waarmee je orde maakt. Deze invalshoek is waarnemingsgericht.

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud
  4. Observeren (deze pagina)
  5. Aansturen en bijsturen

Voorbeelden

Voorboden van een verstoring

Afbeelding artikel NRC

Afbeelding met citaat Steinmeier

Een lijstje met vragen voor je zelf en je leerlingen om te bepalen hoe vriendelijk en duidelijk je lesgeeft

Uitgebreide vragenlijst van VOH waarmee een cursist zichzelf begeleidt

Inleiding observeren

Observeren is een invalshoek van Vriendelijk orde houden (VOH).

Je observeert altijd, zowel tijdens frontaal lesgeven als tijdens zelfstandig werken. Observeren is de enige invalshoek die gericht is op waarnemen. De overige vier invalshoeken zijn actiegericht. Observeren vervult hierbij een spilfunctie.tussen de eerste drie invalshoeken: vriendelijk, duidelijk en lesinhoud en de laatste invalshoek Aan- en bijsturen.

Door te letten op lichaamstaal en taalgebruik van leerlingen krijg je al snel een indruk van hun stemming en intenties. Je merkt dan op dat de meeste leerlingen zich positief opstellen en je merkt op welke leerling de les verstoort, je ziet twee reacties:

  1. Positieve reacties op de les: Leerlingen gaan op een verantwoordelijke manier om met de geboden vrijheid. Deze leerlingen geef je een compliment. Daarmee moedig je aan door te gaan op de ingeslagen weg. Een compliment geef je eenvoudig met lichaamstaal (duim omhoog). Nog meer voorbeelden van eenduidige gebaren waarmee je aanwijzingen geeft, komen aan de orde bij de module ‘Aanwijzingen met lichaamstaal‘.
  2. Een verstoring van de les: Een leerling die de les verstoort stuur je aan- of bij. Dat doe je als eerste met lichaamstaal. Afhankelijk van het type verstoring gebruik je een bijpassende serie gebaren.  Zie ‘Aansturen met lichaamstaal‘.

Door goed te observeren, ben je in staat snel en effectief te handelen. Daardoor verloopt de les beter en zullen verstoringen minder vaak plaatsvinden (preventief).

Met deze module krijg je waardevolle informatie over (het gedrag van) je leerlingen en daarmee maak je orde. VOH adviseert daarbij vooral te letten op lichaamstaal en taalgebruik. Daarbij let je zowel op je eigen lichaamstaal en taalgebruik als op de lichaamstaal en het taalgebruik van je leerlingen. Met jouw lichaamstaal en taalgebruik heb je een voorbeeldfunctie voor je leerlingen (Vriendelijk)

  1. Met jouw eigen lichaamstaal en taalgebruik beïnvloed je de les. Als jij rustig bent, wordt de groep rustig, als jij energie uitstraalt, neemt de klas die energie over (Toon gewenst gedragReguleer je energie).
  2. De woorden die je uitspreekt tegen de groep of tegen een leerling zijn bepalend voor de manier waarop het contact verloopt.

Lichaamstaal speelt bij de communicatie van leerlingen onderling een grote rol. Als jij ook met lichaamstaal spreekt, leg je sneller contact. Door je leerlingen te observeren, door zowel te letten op lichaamstaal als taalgebruik krijg jij cruciale informatie over afzonderlijke leerlingen en over de klas als geheel.

Als iedereen elkaar op een vriendelijk manier benaderd, ontstaat een goede sfeer. Als docent ben je verantwoordelijk voor het maken van deze sfeer én voor het in stand houden daarvan.

Schoolbreed?

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module observeren? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren).

Inhoudsopgave

  1. Spilfunctie observeren
    1.1 De relatie tussen observeren en de overige vier invalshoeken
  2. Belang van observeren
    2.1 Wel observeren
    2.2 Niet observeren
    2.3 Starten met observeren
  3. Observeren leerlingen
    3.1 Observeren leerlingen bij twee werkvormen
  4. Efficiënt handelen na een observatie
  5. Observeren lichaamstaal
    5.1 Onderzoeksvraag
    5.2 Acteren met lichaamstaal
  6. Observeren taalgebruik
    6.1 Lijst met manieren van redeneren
    6.2 Vaktaal – jargon
    6.3 Vormen van communiceren
    6.4 Taalgebruik en ‘Moods’
    6.5 Herkomst observeren taalgebruik
  7. Elkaar zien
  8. Openheid over emotie in het PO
  9. Voorboden van verstoringen
  10. Samenvatting
  11. Video
  12. Credits

1 Spilfunctie observeren

Observeren is de verbindende schakel ussen de overige vier invalshoeken en heeft daarmee een spilfunctie bij Vriendelijk orde houden.

1.1 De relatie tussen observeren en de overige vier invalshoeken

Voordat je effectief kunt observeren,

  1. bereid je je les voor (Lesinhoud)
  2. toon je aan de groep een vriendelijke houding (Vriendelijk)
  3. spreek je een duidelijk kader af dat geldt voor iedereen, dus ook voor jou (Duidelijk)

Veel verstoringen voorkom je door taalgebruik en lichaamstaal te observeren (Observeren)

Uit je observaties trek je conclusies die je waarna je handelt.

Voorbereiding

Nog voordat je met een nieuwe groep gaat werken, bereid je je lessen voor. Tijdens deze voorbereiding neem je beslissingen over welke structuur je aanbiedt, Tijdens deze voorbereiding raadt Vriendelijk orde houden (VOH) je aan om te zoeken naar mogelijkheden om leerlingen iets te laten kiezen en daarmee (een deel van) hun eigen ontwikkeling vorm te laten geven. Dat maakt onderwijs voor hen aantrekkelijker en persoonlijker. Daarmee maak je orde (Lesinhoud).

Vriendelijk

Als je een nieuwe groep voor het eerst ziet, stel je dan vriendelijk op, ook al is de groep onrustig. Als je op hun onrust ook weer met onrust reageert, geef je op dat moment niet het goede voorbeeld. Voordat je inhoudelijk aan de slag gaat, maak je eerst kennis met je leerlingen.

Duidelijk

Bespreek het kader (Vriendelijk + duidelijk) waarbij je aangeeft dat jij zelf probeert vriendelijk en duidelijk te zijn. Als dat niet lukt, mogen jouw leerlingen jou daarop aanspreken. Ook geef je aan dat jij van hen vraagt vriendelijk en duidelijk te zijn. Je laat weten dat je hen hierop aanspreekt als dat niet lukt.

Lesinhoud

Als het kader is vastgesteld en je hebt kennisgemaakt met je leerlingen, vraag je aan hen om op een verantwoordelijke manier om te gaan met de door jou geboden vrijheid. Jij laat zien dat je vertrouwen hebt in hen en je nodigt hen uit om constructief aan de slag te gaan.

Aansturen en bijsturen

Als je het voorafgaande in praktijk brengt, begrijpen je leerlingen dat je aan- of bijstuurt als een van hen storend gedrag vertoont.

Bekijk ook de overige invalshoeken van Vriendelijk orde houden: Vriendelijk, Duidelijk, Lesinhoud en Aansturen en bijsturen

2 Belang van observeren

2.1 Wel observeren

Door te observeren weet je wanneer een leerling zich wel of niet goed inzet. In het eerste geval geef je een compliment, in het tweede geval stuur je aan- of bij (zie voorboden van verstoringen).

Je let op lichaamstaal van je leerlingen bij het binnenkomen van het lokaal, tijdens de les én als ze het lokaal verlaten. Daarmee spreek je ‘hun’ taal.

Als je je je eigen lichaamstaal inzet. Als je vertrouwen hebt in jezelf en je rustig opstelt, dan zorgt dat ervoor dat jouw leerlingen de gebaren die jij gebruikt om aan te sturen serieus nemen.

Wanneer je bewust je eigen lichaamstaal inzet, leer je veel van de effecten ervan. Daardoor kun je de lichaamstaal van de leerlingen beter inschatten.

Als iedereen op zijn woorden let, krijgen conflicten geen kans te ontstaan. Als jij en je leerlingen zorgvuldig formuleren én als jij een leerling die ruwe taal gebruikt direct met een gebaar daarmee laat stoppen, verdwijnt ruwe taal uit jouw les. Dat betekent minder conflicten en minder vaak aan- of bijsturen.

2.2 Niet observeren

Als je vergeet te observeren, zie je niet of een leerling zich goed inzet. Je vergeet dan ook een compliment te geven. Een gemiste kans om deze leerling te stimuleren. Ook zie je niet dat een leerling de les verstoort. Omdat je dat niet hebt gezien, stuur je niet aan- of bij. Mogelijk gaan nu ook andere leerlingen de les verstoren.

Als je niet let op lichaamstaal van leerlingen, herken je ook storend gedrag te laat. Daardoor krijgen leerlingen de kans om de les te verstoren en jou uit je concentratie te halen.

Ondertussen letten leerlingen nauwgezet op jouw houding, ook als jijzelf niet op je eigen lichaamstaal let. Contact leggen op het niveau van lichaamstaal met je leerlingen is voor jou niet weggelegd. Een gemiste kans!

In een artikel van de NRC (18 juni 2019) over toenemend geweld in Duitsland staat een citaat van President Steinmeier: “Waar de taal ruwer wordt, is de strafdaad niet meer ver weg.” Een vertaling hiervan naar de onderwijspraktijk: Weer grove taal uit de les en voorkom daarmee verstoringen van de les.

Afbeelding artikel NRC

Afbeelding met citaat Steinmeier

2.3 Starten met observeren

Je kunt direct beginnen met tegelijkertijd aandacht te geven aan lichaamstaal en taalgebruik van je leerlingen en van jezelf.  In eerste instantie reageer je op wat je waarneemt met lichaamstaal (Aanwijzingen met lichaamstaal – Aansturen met lichaamstaal). Door op lichaamstaal en taalgebruik van leerlingen te letten, ben je beter in staat om zowel positieve intenties te herkennen en te waarderen, als om mogelijke verstoringen snel te herkennen en deze effectief aan- en bij te sturen.

Wil je dat jouw leerlingen ook buiten jouw lokaal profiteren van de module observeer lichaamstaal? Zet Vriendelijk orde houden dan schoolbreed in (Implementeren)

3  Observeren leerlingen

Bij het observeren van leerlingen let je altijd op deze punten:

  1. Storen zijn niemand of leiden zij niemand af?
  2. Is er wederzijds vertrouwen
  3. Zijn zij in staat indien nodig in te schikken en te incasseren?

Daarnaast let je ook op andere aspecten:

3.1  Observeren leerlingen bij twee werkvormen

In twee kolommen staan een aantal aandachtspunten die specifiek gelden voor frontaal lesgeven en zelfstandig werken. Opvalt is dat de lijst van zelfstandig werken veel langer is.

Observeren leerlingen tijdens frontaal lesgeven

Voordat je gaat lesgeven, geef jij aan dat je van je leerlingen verwacht dat zij zich coöperatief opstellen. Tijdens frontaal lesgeven let je zowel op de hele groep als op de individuele leerling:

  1. Stellen zij zich coöperatief op? Zie toelichting kader
  2. + bovengenoemde drie punten.

Observeren leerlingen tijdens zelfstandig werken

Bij zelfstandig werken richt je je op de individuele leerling.

  1. Welk initiatief nemen leerlingen, zijn ze taakgericht zijn en intrinsiek gemotiveerd?
  2. Doen ze voldoende kennis van de basisstof?
  3. Leveren zij een minimale inspanning?
  4. Bepalen zij zelf het moment van toetsing? Geven zij jou op gezette tijden feedback over hun vorderingen?
  5. Kiezen ze onderwerpen op jouw vakgebied die aansluiten bij hun wensen en hun eigen leerstijl?
  6. Ronden zij hun onderwerp af met een presentatie?
  7. Zijn ze in staat om (voor een deel) op eigen kracht hun talent te ontdekken?
  8. Zijn ze in staat zowel zichzelf als jouw lesmateriaal te beoordelen?
  9. Ontdekken ze nieuwe aspecten van jouw vak? Doen ze expertise op die voor jou nieuw is? Als hun ontdekking ook voor andere leerlingen interessant is, kun jij hun onderwerp opnemen in een volgende serie lessen.
  10. + bovengenoemde drie punten.

4  Efficiënt handelen na een observatie

  1. Niets doen
    Als je merkt dat een leerling niet aan de slag gaat en de les niet verstoort, hoef je in eerste instantie, als de groep nieuw voor je is, niets te doen. Ken je de groep langer dan kun je met zo’n leerling een gesprek aanknopen over de vraag waarom de leerling niet aan de slag gaat.
  2. Compliment
    Als een leerling zich goed inzet, geef je hem of haar onhoorbaar een compliment (duim omhoog).
  3. Aansturen
    Passen de intenties van een leerling niet bij het kader (waarbij je zelf een voorbeeldfunctie vervult), dan stuur je eerst efficiënt aan (met lichaamstaal en Tips) en indien nodig stuur je bij (met Tijdrovende opdracht en hulp leidinggevende). Daarmee geef je op een vriendelijke en duidelijke manier je grens aan.

5 Observeren lichaamstaal

Leerlingen zijn gewend om op elkaars lichaamstaal te letten. Behalve op elkaars lichaamstaal letten leerlingen ook op jouw lichaamstaal. Bij VOH observeert iedereen elkaars lichaamstaal. Jij observeert de lichaamstaal van je leerlingen om zo hun intenties in te schatten. Hetzelfde doen de leerlingen bij jou. Als je vervolgens ook met lichaamstaal reageert op wat je observeert, spreek jij, net als je leerlingen, met je lichaam. Met lichaamstaal geef je complimenten of stuur je aan- of bij.

Daarnaast is het voor iedereen aan te raden om op je eigen lichaamstaal te letten. Bewust omgaan met je eigen lichaamstaal is voor jou een krachtig middel om een groep aan te sturen.

5.1 Onderzoeksvraag

Het rechterdeel van onze hersenen stuurt (o.a.) motorische functies aan en het linkerdeel stuurt (o.a.) verbale functies aan.

Wanneer je verbaal en non-verbaal reageert op een klas, gebruik je tegelijkertijd twee hersenhelften. Johan ’t Hart dacht in eerste instantie dat het non-verbaal reageren, op lichaamstaal, zijn verbale reactie in de war zou sturen. Dit bleek niet het geval. Met beide hersenhelften tegelijkertijd bleek hij zelfs beter te kunnen reageren op de leerlingen.

De aandacht van jonge kinderen is voor een groot deel op het non-verbale rechterdeel gericht. Voor een beter contact met je leerlingen, richt je daarom je aandacht en waarneming op de lichaamstaal van je leerlingen. Daardoor gebruik je het rechter motorische deel van jouw hersenen. Voor beter contact met jouw leerlingen gebruik je actief lichaamstaal. Daardoor ben je in staat om snel contact te leggen en kun je alles wat je (verbaal) hoort beter plaatsen en onthouden. Ook blijk je dat daardoor beter te formuleren (linker verbale deel van de hersenen). Door deze manier van waarnemen, reageer je direct op wat er gebeurt en kom je in het ‘nu’.  Je merkt dat je minder vaak iets oplost door te redeneren. Je gebruikt beide hersenhelften synchroon.

Is het mogelijk dit met een onderzoek te bevestigen?  Neem contact op met Vriendelijk orde houden.

5.2 Acteren met lichaamstaal

Door je eigen lichaamstaal aan te passen, door daar als een acteur mee te werken, beïnvloed je de lichaamstaal van je leerlingen. Als je bijvoorbeeld zelf langzaam beweegt, zacht praat en neutraal kijkt dan straal je daarmee rust uit. Voorkom druk bewegen, hard praten en boos kijken.

Altijd als ik lesgaf met video en ik mijzelf terugzag op het beeld, dan merkte ik op dat ik langzaam bewoog. Dat verbaasde mij in eerste instantie. Nu besef ik dat ik voortdurend lette op taalgebruik en lichaamstaal van mijn leerlingen. Ik bewoog langzaam om het gedrag van mijn leerlingen zorgvuldig te kunnen observeren. De leerlingen wisten dat ik storend gedrag snel opmerkte. Met het langzaam bewegen toonde ik eerst onbewust en later bewust mijn voelsprieten voor hun gedrag.” -Johan ’t Hart

6 Observeren taalgebruik

VOH onderscheidt twee manieren van observeren:

  1. Let op lichaamstaal
  2. Let op taalgebruik.

Met deze titel bedoelt VOH: Let op het taalgebruik van jezelf en van je leerlingen. Let vooral op het timbre van de stem.

Waarom gebruiken wij grove taal? Een voordeel ervan is: Je bent je agressie kwijt. Een nadeel, waar je op dat moment geen rekening mee houdt,  is dat wat je aanricht niet meer is terug te draaien. Met grove taal leg je de kiem voor een conflict. VOH geeft jou daarom het advies om zorgvuldig te formuleren en om op een vriendelijke manier te spreken. Door op deze manier een groep toe te spreken, maak je orde.

Welke woorden kies ik uit om jou uit te nodigen om te luisteren naar mijn verhaal?” Tony Scott – Wikipedia

Hoe let je op taalgebruik?

Bij het observeren van taalgebruik let je tegelijkertijd op het woordgebruik van een leerling en op het timbre van zijn of haar stem.  Behalve dat je probeert te begrijpen wat iemand zegt, hoor je nu ook met welke intentie iemand iets zegt. Je maakt orde door zowel je eigen als het taalgebruik van je leerlingen door een filter te halen. Zo geef je grove taal geen ruimte. Door op het taalgebruik van leerlingen te letten, herken je zowel positieve intenties als mogelijke verstoringen.

Spreek naar je leerlingen de wens uit dat zij zorgvuldig formuleren en op een vriendelijke manier met elkaar spreken. Die wens legt hun beperkingen op: je vraagt ze grove taal weg te laten. Vertel je leerlingen dat zij daardoor de gelegenheid krijgen zich ongestoord op een positieve manier te ontplooien.

Wat kan er misgaan als wij met elkaar spreken?

Als je de onderstaande lijst met cognitieve storingen  Lukianoff (2018)  herkent, kun je je leerlingen ook daarin bijsturen. Oorspronkelijk is deze lijst bedoeld voor therapeuten. Ook als docent kan deze lijst voor jou van nut zijn. Als je de onderstaande typen redeneringen bij je leerlingen herkent, kun je je leerlingen helpen om deze manieren van redeneren te vermijden, en wellicht ook het ongewenst gedrag hierbij hoort.

6.1 Lijst met manieren van redeneren

Stelt u zich eens voor dat u in een klas zit waar verschillende leerlingen zich gewoonlijk bezighouden met emotioneel redeneren, ze generaliseren en labellen. Het is de taak van de docent in deze situaties om dergelijke reacties voorzichtig te corrigeren. Deze reacties belemmeren allemaal het leren – zowel voor de studenten die op deze manier reageren als voor de andere studenten in de klas.” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Hieronder volgen de 9 meest gangbare cognitieve verstoringen die therapeuten leren herkennen via Cognitive Behavior Therapy (CBT).  Ook voor docenten is het belangrijk deze cognitieve verstoringen te herkennen en deze aan- en bij te kunnen sturen.

EMOTIONEEL REDENEREN: De interpretatie van de werkelijkheid door je gevoelens laten leiden: “Ik voel me depressief; daarom werkt mijn huwelijk niet”.

CATASTROFEREN: Focussen op de slechtst mogelijke uitkomst en die als het meest waarschijnlijk zien. “Het zou vreselijk zijn als ik faalde”.

GENERALISEREN: Het waarnemen van een algemeen patroon van negatieven op basis van een enkel incident. “Dit overkomt mij over het algemeen. “Ik schijn vaak te falen”.

ZWART-WIT DENKEN: (ook bekend onder de namen “alles-of-niets denken” en “binair denken”). Gebeurtenissen of mensen bekijken in alles-of-niets termen. “Ik word door iedereen afgewezen.” of “Het was een complete tijdverspilling”.

GEDACHTEN LEZEN: Aannemen dat je weet wat mensen denken zonder voldoende bewijs te hebben van hun gedachten. “Hij denkt dat ik een loser ben.”

LABELLEN: Globale negatieve eigenschappen aan jezelf of anderen toekennen (vaak in dienst van zwart-wit denken). “Ik ben ongewenst,” of “Hij is een slecht mens.”

NEGATIEF FILTEREN: Je richt je bijna uitsluitend op de negatieven en merkt zelden de positieven op. “Kijk eens naar al die mensen die mij niet mogen.”

POSITIEVE ASPECTEN NEGEREN: Beweren dat de positieve dingen die jij of anderen doen onbeduidend zijn, zodat je een negatief oordeel in stand kunt houden. “Dat is wat echtgenotes horen te doen – dus het telt niet als ze aardig tegen me is,” of “Die successen waren makkelijk, dus doen ze er niet toe.”

ANDEREN DE SCHULD GEVEN: De ander als de bron van je negatieve gevoelens zien; je weigert de verantwoordelijkheid te nemen om jezelf te veranderen. “Zij is de schuld van hoe ik me nu voel,” of “Mijn ouders hebben al mijn problemen veroorzaakt.”

6.2 Vaktaal – jargon

Als je van plan bent vaktaal te gebruiken, besteed daar dan aan het begin de les aandacht aan. Verklaar aan het begin van de les de moeilijke woorden, de vaktaal, het jargon dat je die les gaat gebruiken. Doe je dat niet, dan werken deze moeilijke woorden voor leerlingen als een rookgordijn. Ze begrijpen deze woorden niet (Observeer je eigen vaktaal). Door daar niet op te letten, schep je afstand tussen jou en de leerlingen. Op deze site is een lijst beschikbaar met het jargon van Vriendelijk orde houden: jargon met daarbij de betekenis die wij aan ons jargon geven. Op deze site schrijven wij deze woorden met een hoofdletter.

6.3 Vormen van communiceren

Met taalgebruik toon je intenties, overtuigingen en emoties. Taalgebruik bestrijkt de inhoud van wat wordt gezegd, inclusief alles wat daarmee tussen de regels door wordt meegedeeld. Daarbij let je op het timbre (de klank) van een stem, de woorden die iemand gebruikt en de houding iemand daarbij aanneemt. Het is van belang dat je je ervan bewust bent dat dit alles samen jou cruciale informatie geeft over wat er bij een leerling en bij de hele klas speelt.

6.4 Taalgebruik en ‘Moods’

Bij de module Reguleer je energie komen ‘Moods’ aan de orde (stemmingen, emoties). Hoe vertalen deze stemmingen zich in woorden?

Wat betreft taalgebruik vereist de ‘Mood’ rechtsonder onze aandacht. Deze ‘Mood’ heeft de hoogste energie (Zwaar + druk). In deze stemming praat je hard en bestaat de kans dat je grove taal gebruikt. Als je een conflict met een leerling op een boze manier uitvecht, bevind je je in deze energietoestand. Als jijzelf of de leerling bij een conflict in het heetst van de strijd grove taal gebruikt, ontstaat er verwijdering. Die verwijdering is na het conflict moeilijk op te lossen. Het advies is om bij een potentieel conflict zelf op je energie en je taalgebruik te blijven letten en ook op dat van je leerling. Zo blijf je met elkaar in contact en is het vinden van een oplossing eenvoudiger.

6.5 Herkomst observeren taalgebruik

Het belang van het letten op taalgebruik bleek tijdens de samenwerking tussen Johan ’t Hart en Peter van der Bosch (de rapper Tony Scott). Tijdens die samenwerking maakte Peter aan Johan duidelijk hoe belangrijk het is om vriendelijk te zijn en te blijven tijdens het lesgeven. Een uitspraak van Peter: Welke woorden kies ik uit om jou uit te nodigen om te luisteren naar mijn verhaal?”

Johan ’t Hart:
In het jaar 2000 – ik had toen al 20 jaar lesgegeven als muziekdocent – belde een oud-leerling mij op. Peter van der Bosch was toen 30 jaar oud. Hij wilde met mij samenwerken. Inmiddels stond hij bekend als rapper onder de naam Tony Scott – The Chief. Wikipedia

Chronologisch overzicht van de gebeurtenissen

Zie ook deze link naar de site van de Stichting Rapucation.
https://www.rapucation.eu/over-ons/inspiratie/

Zie ook video’s hieronder

Al op 15-jarige leeftijd kreeg Peter de kans om een rapalbum te maken. Zijn ouders vroegen hem, ga je dan ook straattaal gebruiken? Zij gaven hem het advies dat niet te doen. Zij vroegen Peter om over hun cultuur, die van de indianen in Suriname te vertellen en over de manier waarop indianen omgaan met de natuur. Peter heeft deze adviezen opgevolgd. Dat heeft geleid tot de hits in Amerika en Engeland zoals: That’s how I’m Living (1989) en The Chief (1990).

Peter gaf van 2000 tot 2015 samen met Johan ’t Hart muziekles op het PNC. Al voor 2000 was rapmuziek onderdeel van de muzieklessen van Johan ’t Hart en studeerde hij met klassen rapteksten in. Het taalgebruik was wel eens wat ruw, maar ach, dat nam Johan voor lief.

Na verloop van tijd werden de teksten steeds grover, zakten de broeken verder naar beneden en droegen rappers het liefst winterjassen met bontkragen. Op een gegeven moment besloten Tony Scott en Johan ’t Hart dat grove taal niet meer door de beugel kon. De druppel die de emmer deed overlopen was het verzoek van de leerlingen om een rapnummer van “De Jeugd van Tegenwoordig” te gebruiken genaamd “Watskeburt”. In plaats van het origineel maakten Peter en Johan een nieuwe versie van dit nummer genaamd “Wordt Gekeurd” Binnen het Pieter Nieuwland College werd deze nieuwe versie een hit. Bovendien hingen Johan en Peter de aanwijzing van de ouders van Peter aan alle vier de muren van het lokaal: Let op je woorden. Deze aanwijzing verscheen na geruime tijd ook in alle lokalen van het PNC. Weer later is deze aanwijzing vervangen door “Wees aardig, waardig en vaardig”.

De  oorspronkelijke aanwijzingen ‘Let op je woorden’ had vooral in het muzieklokaal een wonderbaarlijk effect. Peter en Johan beseften dat dit effect ook elders van nut kon zijn. Om te kijken of dit effect ook op andere scholen zou optreden zijn projecten georganiseerd door Rapucation op een groot aantal scholen (First ID projecten). Slechts op enkele scholen trad een vergelijkbaar effect op. Bij veel scholen bestond er de nodige weerstand tegen het letten op woorden. Grove taal beschouwde men als een vanzelfsprekend onderdeel van de les, ook als een recht van docenten! Zowel docenten als leerlingen gebruikten deze manier van spreken.

Succes bij muzieklessen en op het Pieter Nieuwland College leidde tot projecten op andere scholen georganiseerd door de Stichting Rapucation. Later ontstond de website Vriendelijk orde houden én tot deze invalshoek op deze website: Observeren.  Nu richt Vriendelijk orde houden zich voornamelijk tot individuele docenten die met onze aanpak aan de slag willen gaan.

Naar aanleiding van het nummer Word Gekurd (zie video hieronder) verscheen een artikel van de hand van Johan ’t Hart in het dagblad Trouw. De titel van dit nummer is expres fout gespeld in navolging van het origineel waarop dit nummer is gebaseerd: Watskeburt

Naar aanleiding van dit artikel is er van deze lespraktijk een filmopname gemaakt voor het programma Het derde Testament van de NCRV Uitgezonden op 21 oktober 2007 Nederland 2. Blijkbaar is er niet alleen op het Pieter Nieuwland College aandacht voor taalgebruik. Bij Rapucation is die aandacht altijd gebleven. Nu is ‘Observeren taalgebruik’ een deelgebied van de invalshoek ‘Observeren’ van Vriendelijk orde houden.

Wisseling van werkvorm

Als je een leswisseling aankondigt, wil je dat iedereen hoort wat je zegt. Daarom gebruik je bij een leswisseling van zelfstandig werken naar frontaal lesgeven wel een luide stem. Zou jij deze leswisseling op met een zachte stem aankondigen, dan horen je leerlingen het niet omdat zij zelf al geluid maken. Door de leswisseling luid aan te kondigen, verloopt deze snel en efficiënt.

Hoe belangrijk het is elkaar te zien, vertelt Freddie, die docent Engels is.

Hij geeft aan dat het niet alleen in het onderwijs maar ook in het leven gaat om elkaar zien en ook om door elkaar gezien worden. Als je goed naar je leerlingen kijkt en goed op hen reageert, ben je voor hen een spiegel waarmee zij zichzelf leren kennen.

Lees meer bij credits

Lees meer bij Gebruik lichaamstaal

8 Openheid geven over emotie in het PO

Naast het observeren van de lichaamstaal van je leerlingen, kun je leerlingen ook uitnodigen openheid te geven over hun gevoel. Als je weet hoe iemand zich voelt, kun je makkelijker rekening met elkaar houden. In het PO kun je hiervoor een emotieladder gebruiken. Deze hang je in de klas en iedere leerling heeft een persoonlijke knijper met naam. Bij binnenkomst hangen ze hun knijper bij het gevoel wat op dat moment bij hen past. Dit hoeft verder niet besproken te worden, maar het kan je als leerkracht een aanwijzing geven wat er bij individuele leerlingen speelt. Daar kun je dan rekening mee houden. Het is wel belangrijk heel duidelijke afspraken te maken, zoals: we praten niet zomaar over iemand, je zit alleen aan je eigen knijper.

9 Voorboden van verstoringen

Voorboden verstoringen met lichaamstaal:

  • Te grote gebaren
  • Elkaar uitlachen
  • Een provocerende houding
  • Wegkijken/geen oogcontact/jou negeren
  • Op een niet-open wijze aankijken (overdreven/uitdagend/boos/plagend/afwezig)
  • Te dichtbij komen
  • Gezichtsuitdrukking
  • Ongepaste kleding(attributen)/ongepaste kledingopschriften
  • Opvallende handelingen en ruwe gebaren
  • Rondkijken en daarbij contact zoeken
  • Niet gaan zitten/onderuithangen/achteroverzitten (stoel op twee poten)/ vooroverhangen
  • Hoofd op tafel/naar buiten staren
  • Aan andermans spullen zitten
  • Storende geluiden maken (bladritselen, penklikken, potloodtikken, tafeldrummen).

Voorboden storend taalgebruik

  • Timbre van de stem
  • Te luid praten
  • Straattaal
  • Krachttermen
  • Generaliseren
  • Te veel nadruk leggen op
  • Luid praten
  • Discrimineren
  • Minachtend spreken over anderen

10 Samenvatting

Je let op lichaamstaal en taalgebruik van jezelf en van je leerlingen. Daarmee bouw je een goede band hen op en kun je de leerlingen die jouw goede voorbeeld niet overnemen snel aan- en bij te sturen.

  • Verwerk de manier waarop jij zelf observeert en non-verbaal aanwijzingen geeft in werkvormen zodat ook leerlingen daarmee vertrouwd raken. Daarmee bevorder je de samenwerking en cohesie in de groep.
  • Als je teveel praat en teveel aanwezig bent, ben je onbedoeld een stoorzender voor je leerlingen.
  • Spreek op een waardige manier over leerlingen. Spreek niet over “ze” (praat niet over je leerlingen als ‘de vijand’).
  • Jij bepaalt het timbre van je eigen stem, je kunt dit naar believen aanpassen. Door zachter en iets lager van toon te praten, kom je rustig en ontspannen over: je verandert het timbre van je stem. Je articuleert beter en je formuleert zorgvuldiger. Leerlingen luisteren dan graag naar jou.
  • Stuur indien mogelijk gedrag van leerlingen eerst aan met series gebaren (Gebaren). Hoe minder woorden je gebruikt hoe beter. Als het echt niet anders kan, geef je een verbale aanwijzing.
  • Bedenk eerst hoe je iets gaat zeggen. Haal voordat je iets zegt één keer adem. Haal wat je van plan bent te gaan zeggen door een filter heen. Zo kan iedereen ongestoord over de inhoud van het vak praten en voorkom je dat je denkt: “Stom, dat had ik niet moeten zeggen.”
  • Als je frontaal lesgeeft, praat dan zacht en vriendelijk. Als je leerlingen opletten, verstaan ze je prima en vinden ze het prettiger om naar jouw zachte stem te luisteren. Vraag daarom om stilte met het vuurtorengebaar of een ander stiltegebaar (Gebaren).
  • Het volume waarmee je iets zegt, bepaalt hoe je overkomt. De rust in de klas is bepalend voor de verstaanbaarheid. Met een te groot volume wek je ergernis op, praat je te zacht dan verstaat je leerlingen je niet. Pas je volume daarom aan de omstandigheden aan. Als iedereen zelfstandig werkt, praat jij zacht of fluister je. Daarmee voorkom je dat andere leerlingen last hebben van de instructie die je geeft. Als jij zorgt voor rust in de klas, kun jij zachter praten.

11 Video

Vriendelijk orde houden is voortgekomen uit de Stichting Rapucation. Deze stichting pleitte voor  ‘Let op je Woorden’. Bij VOH is dit initatief terug te vinden las Observeren taalgebruik.

Hieronder tref je een aantal voorbeelden van video’s aan die door deze stichting zijn gemaakt.

In de eerste video is Johan ’t Hart de acteur. De hoofdpersoon in deze film is een leerling. Hem werd gevraagd om (tegen zijn gewoonte in) boos te worden op de hoofdpersoon leerling waarvan hij (volgens script) abusievelijk het vermoeden had dat hij een bordenwisser naar hem had gegooid. Deze opdracht verschilde van zijn dagelijkse lespraktijk. In zijn dagelijkse praktijk probeerde hij boosheid juist te vermijden.

In de film heeft de hoofdpersoon (de leerling die te laat komt) twee alter-ego’s die hem adviseren wat te doen. De alter-ego aan zijn linkerhand vraagt hem het conflict op de spits te drijven. De alter-ego aan zijn rechterhand vraagt hem om het probleem op een nette manier op te lossen. De hoofdpersoon kiest voor het laatste.

Deze video uit 2008 heeft als onderwerp het ‘keuren’ van taal.

Tekst en Rap – Tony Scott
Muziek – Johan ’t Hart
Script en montage – Ernest Meholi.

De Stichting Rapucation kreeg in 2008 van het Europees Platform (inmiddels heet deze organisatie Nuffic) de opdracht een rap te schrijven over tweetaligheid. De rapper Luciano Latuny maakte deze rap samen met Tony Scott en trad er in 2008 mee op bij de “Europese dag van de talen” in Ede.

De Stichting Rapucation (ontstaan na gebleken succes met de aanwijzing ‘Let op je woorden’) kreeg via de milieuorganisatie Urgenda in 2011 het verzoek een rap te schrijven over elektrische auto’s. Een van de leerlingen van het Pieter Nieuwland College schreef samen met Tony Scott de gevraagde tekst. Met deze video op de achtergrond trad Emre in 2011 samen met Ruud Koornstra op bij de nacht van de Duurzaamheid in de Heineken Music Hall. Een week later trad Emre met dit nummer op bij Tedx Youth.

2007 Het derde Testament van de NCRV Uitgezonden op 21 oktober 2007  Nederland 2 – Taalgebruik op het Pieter Nieuwland College.

12 Credits

Rense Houwing – Redacteur Vriendelijk orde houden Rense heeft de invalshoek observeren als eerste benoemd. Nu is het één van de vijf invalshoeken van Vriendelijk orde houden.
Enero Moestalam – Kwaliteitszorg HkA / Docent dans Enero gaf Johan ’t Hart de opdracht een les alleen maar op lichaamstaal te letten. Voor Johan ’t Hart ging er een wereld open. Hij zag direct hoe zijn leerlingen zich voelden en kon daardoor beter op hen reageren. Enero heeft ervoor gezorgd dat ‘Observeren lichaamstaal’ is opgenomen als een van de aspecten van Vriendelijk orde houden.
Tony Scott – Rapper (Peter van der Bosch – The Chief) De rapper Tony Scott staat aan de wieg van Rapucation en aan die van Vriendelijk orde houden. Zie hierboven het punt “Herkomst observeren taalgebruik” .