1.3 Reguleer je Emotie
Op deze pagina
- Hippocrates – Temperamentenleer
1.1 Vormen van je karakter - Model met vier energietoestanden
2.1 Energie en taalgebruik
2.2 Basisenergietoestand
2.3 Flexibiliteit met energie
2.4 Openheid over emoties in PO
2.5 Overeenkomsten temperamenten en energietoestanden
2.6 Verschillen temperamenten en energietoestanden
2.7 Oefenen met energietoestanden - Model van een klaslokaal met kelder en zolder
3.1 Ladekast – Geheugen en empathie
3.2 Alarm
3.3 Van de zolder naar het klaslokaal
3.4 Van de kelder naar het klaslokaal - Energietoestand reguleren bij frontaal lesgeven en bij zelfstandig werken
- Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk?
5.1 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen - Voorbeelden
- Samenvatting
- Credits
Docenten reguleren hun emotie. Met een rustige houding vergroten zij de kans dat leerlingen ook rustiger reageren.
Als ik vriendelijk en duidelijk lesgeef en aan- en bijstuur zonder uit balans te raken, verdwijnt mijn onrust — en die van mijn leerlingen.
De wereld is als een spiegel: kijk er boos in en zij kijkt boos terug, glimlach en zij glimlacht terug.” (Herbert Louis 1st Viscount Samuel)
Introductievideo
Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.
Huidige aanpak:
Hoe ga ik op dit moment om met mijn emoties?
Toekomstige aanpak:
Hoe ga ik in de toekomst om met mijn emoties?
Inleiding
‘Reguleer je emoties‘ is één van de vier modules van de invalshoek ‘Vriendelijk’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding 7: Vriendelijk (Overzicht)
Boosheid, spanning en frustratie zijn normale emoties. Dat je bij teveel prikkels boos wordt, geldt vermoedelijk voor iedereen in meer of mindere mate. Door boos te reageren op een verstoring van de les, krijg je leerlingen mogelijk weer onder controle maar de sfeer wordt er niet beter op. Jij komt daardoor moe thuis. VOH nodigt docenten uit om bewust te kiezen hoe zij op boosheid reageren én laat zien hoe zij zelf boosheid kunnen vermijden.
Deze module start met de indeling in temperamenten door Hippocrates (ca. 460 v Chr.)
Dan volgen twee modellen.
- Het eerste model onderscheidt vier energietoestanden waar ieder mens in kan verkeren. Dit model nodigt je uit om -naast de energietoestand waartoe je meestal neigt – ook andere energietoestanden te verkennen en daar dan bewust per situatie voor te kiezen.
- Het Model van een klaslokaal met kelder en zolder laat zien hoe je energietoestanden tijdens een les herkent bij leerlingen en laat zien dat je het beste op een rustige beheerste manier op je leerlingen kunt reageren.
1. Hippocrates – Temperamentenleer
Historisch gezien werden mensen vaak ingedeeld in vier temperamenten. Bij deze temperamenten is een negatief oordeel ingebouwd:
- Sanguinicus: oppervlakkig,
- Flegmaticus: onbewogen,
- Cholericus; opvliegend,
- Melancholicus: zwaarmoedig.
Zie Wikipedia
1.1 Vormen van je karakter
Iedereen (docent en leerling) kan werken aan het vormen van zijn of haar karakter en daarmee de bovenstaande negatieve oordelen vermijden. Je vermijdt dan
- emotief,
- primair of
- passief
te reageren. In plaats daarvan handel je niet-emotief, secundair en actief.
Een voorbeeld:
- Niet-emotief i.p.v. emotief: Hoffelijk i.p.v. opvliegend.
- Actief i.p.v. passief: Fouten analyseren en ervan leren i.p.v. dezelfde fouten herhalen.
- Secundair i.p.v. primair: Tot 10 tellen voor je reageert i.p.v. direct reageren.
Een docent die zo handelt, is een voorbeeld voor leerlingen.
2. Model met vier energietoestanden
VOH hanteert in plaats van de vier temperamenten een neutraler model met vier energietoestanden. Dit model ontstaat door de indeling rustig-druk en licht-zwaar. Er zijn dan vier energietoestanden te onderscheiden waartussen iedere docent en leerling kan wisselen. Aan deze energietoestanden zijn geen negatieve oordelen gekoppeld.
Dit model kun je gebruiken om je eigen energietoestand te herkennen en te begrijpen. Het model nodigt je uit tussen energietoestanden te wisselen en helpt je bij het herkennen van de vier energietoestanden bij leerlingen Als je zelf in staat bent te schakelen tussen deze vier verschillende energietoestanden leg je beter contact met je leerlingen en leer je hen te schakelen tussen de verschillende energietoestanden. De onderstaande vier afbeeldingen van dieren representeren in dit model vier energietoestanden:

Afbeelding 24: Energietoestanden-Assenstelsel
Een energietoestand van een leerling herken je op de volgende manier:
- Observeer hoe een leerling beweegt. In dit model geeft de x-as de beweging aan: links rustig, rechts druk.
- Beoordeel de energie van een leerling: In dit model geeft de y-as de energie aan: onder zwaar en boven licht.
Vier energietoestanden zijn nu te onderscheiden:
- Rustig en licht – Eenhoorn → creatief, ontspannen
- Rustig en zwaar – Uil → bedachtzaam
- Druk en licht – Jong hondje → energiek, speels, vrolijk
- Druk en zwaar – Specht → intens, krachtig
2.1 Energie en taalgebruik
Deze energietoestanden zie je terug in de manier waarop leerlingen met elkaar spreken en in hoe je leerlingen aanspreekt. Ruwe taal zal bij de energietoestand Druk en zwaar eerder naar voren komen dan bij de energietoestand Rustig en licht. Meer informatie hierover bij Observeren taalgebruik.
2.2 Basisenergietoestand
Iedereen heeft een basisenergietoestand. Als je niet bewust kiest voor een andere energietoestand, neig je naar die basisenergietoestand. Die basisenergie kan van persoon tot persoon verschillen. Waar de een meestal rustig is, is de ander gewoonlijk druk. Weer een ander verkeert meestal in een fantasiewereld of is juist heel speels.
2.3 Flexibiliteit met energie
Om de energie van een groep te kunnen beïnvloeden, is het belangrijk dat je zelf kunt schakelen tussen de vier genoemde energietoestanden. Als je een klas tot rust wilt brengen, zorg je er eerst voor dat je zelf rustig bent.
2.4 Openheid over emotie in het PO
Met een emotieladder nodig je leerlingen uit om openheid te geven over hun gevoel. Als je weet hoe iemand zich voelt, kun je makkelijker rekening met elkaar houden. Deze emotieladder is in het PO in gebruik. Deze hang je in de klas en iedere leerling heeft een persoonlijke knijper met naam. Bij binnenkomst hangt elke leerling een knijper bij het gevoel wat op dat moment bij hem of haar past. Dit hoeft verder niet besproken te worden, maar het kan je als leerkracht een aanwijzing geven wat er bij individuele leerlingen speelt. Daar kun je dan rekening mee houden. Als je deze emotieladder gaat gebruiken, maak dan deze afspraken met je leerlingen:
- we praten niet zomaar over iemand,
- je verplaatst alleen je eigen knijper.
Afbeelding 54: emotieladder
2.5 Overeenkomsten temperamenten en energietoestanden
Zowel de temperamenten van Hippocrates als energietoestanden van VOH bestaan uit vier delen. Dit zijn de overeenkomsten:
- De sanguinicus – Jong hondje
- De flegmaticus – Eenhoorn
- De cholericus – specht
- De melancholicus – Uil
2.6 Verschillen temperamenten en energietoestanden
- Bij het model met de energietoestanden van VOH is nadrukkelijk gezocht naar een neutrale aanduidingen zodat het plakken van negatieve etiketten op leerlingen achterwege kan blijven.
- Het model van de temperamenten beschrijft eenzijdig één aspect van een mens. Het model met de vier energietoestanden gaat er juist van uit dat ieder mens tussen deze vier energietoestanden kan wisselen.
2.7 Oefenen met energietoestanden
Bij Voorbeelden hieronder zie je een beschrijving van muziekprogramma’s waarmee je energietoestanden kunt laten wisselen. Met deze programma’s kun je leerlingen met de verschillende energietoestanden laten experimenteren.
3. Model van een klaslokaal met kelder en zolder
Dit model laat de negatieve gevolgen zien van een conflict. Bij sterke stress reageren mensen vaak met vechten, vluchten of verstarren. Dit model is afgeleid van het model Mateshouse. In het oorspronkelijke model van het Mateshouse is sprake van een huiskamer met ladenkast, alarm en met zolder en kelder. In deze aangepaste versie van het Mateshouse plaatst VOH de vier energietoestanden van leerlingen in een klaslokaal.
Dit model maakt duidelijk dat het belangrijk is dat jij als docent niet emotioneel (niet-emotief – zie vormen karakter hierboven) reageert op ongewenst gedrag. Doe je dat wel dan roep je bij je leerlingen datzelfde gedrag op.
Afbeelding 25: klaslokaal met kelder en zolder
Iedereen in het klaslokaal (ook de docent) kan wisselen tussen vier energietoestanden. In de praktijk heb je op een bepaald moment vier groepen leerlingen:
- Rustig en licht – Eenhoorn → creatief, ontspannen
- Rustig en zwaar – Uil → bedachtzaam
- Druk en licht – Jong hondje → energiek, speels, vrolijk
- Druk en zwaar – Specht → intens, krachtig
Kenmerken van het model klaslokaal met kelder en zolder
Dit model van een klaslokaal met kelder en zolder laat zien dat bij een goede les leerlingen zich prettig voelen, zich kunnen concentreren en dat ze hun geheugen kunnen gebruiken. Als jij de energietoestand uil of eenhoorn toont, vergroot je de kans dat een leerling met de specht-energietoestand rustiger wordt.
- In het klaslokaal zie je:
– groepen leerlingen weergegeven als dieren
– een ladekast
– een alarm
In het klaslokaal reguleer jij je energietoestand, je past er voor op om boos te worden. Het lokaal bevindt zich op de begane grond. Leerlingen kunnen (met jouw toestemming) in en uit lopen. - De ladekast staat voor het geheugen en empathie (alleen te gebruiken in het klaslokaal)
- Het alarm signaleert een conflict.
- De zolder staat voor een toestand met teveel energie waar geheugen en empathie is verstoord (vechten/vluchten).
- De kelder staat voor een toestand met te weinig energie waar geheugen en empathie is verstoord (verstarren/flauwvallen).
Voor een optimale les is het noodzakelijk dat iedereen zijn geheugen kan gebruiken en empathie kan tonen. Als je rustig en vriendelijk blijft, stuur je leerlingen niet naar zolder of naar de kelder. Je leerlingen blijven dan beschikken over hun geheugen.
Waarom zou je je emotie reguleren? In deze video zie je wat er met leerlingen gebeurt als hun docent boos is. Je ziet ook hoe je door bewust een stemming te tonen, je lessen kunt verbeteren.
3.1 Ladekast – Geheugen en empathie
Het klaslokaal staat voor een prettige omgeving waarbij iedereen zich op zijn gemak voelt. In het klaslokaal staat de ladekast voor het kunnen gebruiken van je geheugen en voor het kunnen tonen van empathie. Als je je op je gemak voelt kun je:
- je geheugen op een goede manier gebruiken.
- empathie opbrengen voor anderen.
3.2 Alarm
Bij een conflict gaat bij iedereen het alarm af. Dat kan een conflict zijn tussen leerlingen maar dat kan ook ontstaan als jij boos of ruw op een leerling reageert die de les verstoort. Bij een conflict zijn er twee mogelijke reacties:
- je komt in een toestand die je zolder kunt noemen.
- je komt in een toestand die je kelder kunt noemen.
In beide gevallen kun je je geheugen niet goed gebruiken en toon je geen empathie. Als jij ruw reageert, ontstaat er afstand tussen jou en de leerlingen.
Afbeelding: twee opties
Stel dat het toch gebeurt dat jij wat betreft je energie naar zolder of de kelder gaat. Hoe kom je dan terug in het klaslokaal?
3.3 Van de zolder naar het klaslokaal
Hoe laat je energie los zodat je weer terug kunt naar het klaslokaal?
- Rustig ademhalen
- Mediteren
- Muziek (rustgevende en kalmerende muziek en geluiden)
3.4 Van de kelder naar het klaslokaal
Hoe verhoog je je energie zodat je weer terug kunt komen naar het klaslokaal?
- Energizer
- Beweging
- Dansen en muziek
4. Energietoestand reguleren bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken
Reguleer je energietoestand bij frontaal lesgeven
Als een leerling ongewenst gedrag vertoont, gebruik je de drie stappen: non-verbaal, verbaal en maatregel. Daarmee voorkom je dat je boos wordt (zie ‘Aansturen en Bijsturen‘)
Jij beïnvloedt de energietoestand van de groep door zelf de energietoestand te tonen die je van leerlingen verwacht. Daarmee vergroot je de kans dat leerlingen jouw energietoestand overnemen. Als de klas druk is, neem je hun energie niet over, je blijft rustig.
Reguleer je energietoestand bij zelfstandig werken
Jij blijft rustig tijdens zelfstandig werken zodat leerlingen in een rustige omgeving kunnen werken.
- Praat zacht en geeft daarmee het goede voorbeeld.
- Praat met een leerling als jullie vlak bij elkaar zijn. Loop als je iets tegen een leerling wilt zeggen naar de leerling toe. Je leerlingen nemen dit voorbeeld van je over.
- Loop rond en observeer.
- Handel op een zichtbare manier. Dat doe je bijvoorbeeld door een lijst bij je te hebben waarop je Tips noteert, op de achterkant van die lijst staat de groene afbeelding van de driehoek. Door die afbeelding aan een leerling te laten zien die te druk is, los je een verstoring non-verbaal op.
- Beoordeel of je iets op zijn beloop kan laten. Opvoeden is de kunst van het steeds meer loslaten.
- Geef een compliment met een gebaar: duim omhoog (in plaats van de naam van de leerling en het compliment te benoemen.)
- Los een verstoring op eerst met lichaamstaal, dan met Tips en, indien nodig met een Brief over toekomstig gedrag.
5. Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk
- Strengheid (té duidelijk) kan voortkomen uit angst. Te streng zijn schept afstand.
- Altijd vriendelijk willen blijven (té vriendelijk) als je lesgeeft, kan er mee te maken hebben dat je geen sturing durft te geven. Als je alleen maar vriendelijk bent is dat voor leerlingen onduidelijk.
VOH pleit er daarom voor om zowel vriendelijk als duidelijk te zijn.
Het advies van collega docenten: begin streng en laat dan langzaam de teugels vieren komt bij VOH terug in de ‘Oefenperiode‘. Zie raakvlakken Oefenperiode met bestaande onderwijspraktijk.
Lees voor een antwoord op deze vraag ook dit artikel
5.1 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen
In plaats van streng (té duidelijk), geef je vriendelijk en duidelijk je grens aan. Met ‘Aansturen en Bijsturen‘ voorkom je dat je wild omspringt met je emoties. De eerste twee stappen (zie ‘Aansturen‘) zijn een buffer waardoor je de maatregel (het laten schrijven van een brief) niet vaak neemt. Door rustig te blijven tijdens het bijsturen, door drie stappen steeds planmatig in dezelfde volgorde te nemen, behoud je een goede verstandhouding met je leerlingen en ben je consequent en consistent.
Bij een verstoring van de les handel je als volgt:
- Je spreekt een leerling eerst aan met ‘Gebaren‘ (Non-verbaal aansturen). Helpt dat niet, dan geef je een positief geformuleerde Tip. Door zo te handelen, ga je niet mee met het negatieve gedrag van een leerling, je spiegelt de leerling niet.
- Je blijft rustig, je ademt rustig, je staat rechtop en beweegt langzaam.
- Je geeft met het gebaar Compliment aan dat een leerling zich goed inzet.
- Je blijft positief. Je leerlingen merken dat je verstoringen op een vriendelijke manier oplost.
- Het gecombineerde advies is: wees zowel vriendelijk als duidelijk. Dit is effectief en kost je weinig energie. Je gebruikt dan al je energie om les te geven.
6. Voorbeelden
App om hartslag te meten
Meten is weten: Met je horloge met bijbehorende app, zie je hoe snel je hartslag is. Met dit meetinstrument zie je in hoeverre je tijdens het lesgeven in staat bent je emoties te reguleren en je hartslag onder controle te krijgen. Te vaak een snelle hartslag is uitputtend en zorgt ervoor dat je moe thuiskomt.
Energietoestanden omzetten vier muzikale varianten met dezelfde muzikale structuur – reageren op deze vier varianten.
Voor de muzikanten onder ons een vertaling van de vier emoties naar muzikale instructie om mee te improviseren:
Rustig + licht: Eenhoorn
Weinig tonen – langzaam tempo – alla breve b.v. 1,2,3,4 (om de tel een accent) – geen lage tonen – majeur -zeer zacht (pp)
Rustig + zwaar: Uil
Rubato (los van de puls) of langzaam tempo – weinig tonen – alla breve b.v. 1,2,3,4 (om de tel een accent) – wel lage tonen -mineur – zacht (p).
Druk + licht: Jong hondje
In de maat – vlot tempo – veel tonen – elke tel een accent b.v. 1,2,3,4 – wel lage tonen – majeur – sterk (f)
Druk + zwaar: Specht
rubato (los van de puls) of een vlot/virtuoos tempo – Veel tonen (elke tel een accent b.v. 1,2,3,4) – wel lage tonen – mineur -zeer sterk (ff).
Deze muzikale omzettingen zijn uitgewerkt in een app Moods waarmee je allerlei oefeningen kunt doen met dans, taal of muziek. Deelnemers reageren daarbij op de veranderende energietoestanden. programma’s waarbij je muziek van energie kan laten veranderen, zijn te vinden bij de website van Scratch onder de naam van Rapucation (zie naamswijziging naar VOH). Op de site van Scratch: https://scratch.mit.edu/ vul je bij het zoekvenster in:
rapucation.
Je kunt ook direct dit scratch programma openen waarmee je tussen verschillende emoties kunt wisselen. In dat ene programma zitten vier verschillende nummers verborgen.
Bekijk deze video waarin Wietske Tijssen vertelt hoe zij het cool down effect gebruikt om met haar leerlingen op de basisschool te starten na de pauze.
Wat is het verband tussen emotie en de manier waarop je praat? Bij dit rapnummer Cool down, (dwz een afname van energie) gebruikt een rapper zijn stem steeds op een rustigere manier.
Wat is het verband tussen tempo en ontspanning? Beluister het album Classic Slowdown van de Conductors Band op Spotify. Deze muziek is speciaal bedoeld om kinderen te helpen in slaap te vallen.
Citaat dat aansluit bij het reguleren van energietoestanden:
Maar als je het onderscheid tussen spreken en geweld blijft maken, staan er veel meer mogelijkheden voor je open: Ten eerste kun je de stoïcijnse reactie volgen en je vermogen ontwikkelen om onbewogen te blijven. Zoals Marcus Aurelius adviseerde: Kies ervoor om niet gekwetst te worden – en je zult je niet gekwetst voelen. Voel je niet gekwetst – en je bent niet gekwetst…….De stoïcijnen begrepen dat woorden niet direct stress veroorzaken; ze kunnen alleen stress en lijden teweegbrengen bij iemand die een gastspreker als schadelijk heeft geïnterpreteerd. Je kunt je gevechten zorgvuldig kiezen, je energie steken in het veranderen van beleid dat voor jou belangrijk is, en jezelf immuun maken voor trollen. ” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt
Praktijkvoorbeeld
Workshop creatief schrijven
Leerlingen bereiden zich tijdens een workshop voor op het schrijven van een persoonlijke tekst. Zij noemen om de beurt een woord. De workshopleider noteert deze op het bord. Als zeven woorden zijn verzameld, volgt de opdracht: schrijf naar aanleiding van deze woorden een eigen tekst. Tijdens het schrijven klinkt new age muziek. Na enige tijd spreekt de docent die deze klas gewoonlijk lesgaf de workshopleider aan. Hij wijst op een tekst die een leerling zojuist heeft geschreven. De leerling leest de tekst voor en barst in tranen uit. Haar medeleerlingen troostten haar en als reactie moest iedereen huilen terwijl er nog niets was voorgelezen! Wat was er aan de hand? Bij het overdenken van deze situatie, kwam de gedachte op: Mogelijk kregen leerlingen door de rust en de open opdracht ruimte om persoonlijke herinneringen en emoties te ervaren. Na afloop van de les wilden alle leerlingen de workshopleider een hand geven. Een aantal leerlingen hadden het lokaal al verlaten, maar kwamen weer terug om hem opnieuw een hand te geven. Deze opdracht zorgde voor verbinding.
Dit betrof een noodsituatie waarin direct fysiek ingrijpen noodzakelijk was om de veiligheid van een leerling te waarborgen:
Praktijkvoorbeeld
Uitzondering boos worden: Een leerling grijpt een andere leerling bij de strot. De jongen loopt rood aan. Ik geef duidelijk aan dat hij daarmee op moest houden maar dat doet hij niet. Ik pak hem om zijn middel, sleur hem van de andere leerling af en smijt hem de gang op, doe de deur dicht en ga zitten. Ik zeg tegen de verbijsterde leerlingen: “De eerste 10 minuten zegt niemand iets.”
Na tien minuten is mijn ademhaling weer rustig. Ik loop naar de gang en vraag de jongen binnen te komen. Ik vertel hem dat hij in alle daaropvolgende lessen in de uiterste hoek zit. Dat heeft hij braaf gedaan. Met de klas en met de leiding heb ik hier niet meer over gesproken.”
7. Samenvatting
Bij het eerste Model met vier energietoestanden ontstaan door de indeling rustig-druk en licht-zwaar vier energietoestanden waartussen iedere docent en leerling kan wisselen. Aan deze energietoestanden zijn geen negatieve oordelen gekoppeld. De vier afbeeldingen van dieren (eenhoorn, uil, jong hondje en specht) representeren in dit model vier energietoestanden.
Bij het tweede Model van een klaslokaal met kelder en zolder zie je de negatieve gevolgen van een conflict. Bij sterke stress reageren mensen vaak met vechten, vluchten of verstarren. In dit tweede model is sprake van een klaslokaal met ladenkast, alarm en met zolder en kelder. In het klaslokaal bevinden zich vier groepen leerlingen: (eenhoorn, uil, jong hondje en specht).
Het advies van VOH is om boosheid niet leidend te laten zijn voor je handelen. Daardoor verlopen je lessen beter. Daarvoor is het noodzakelijk dat je kunt schakelen tussen de verschillende energietoestanden. Een stoïcijnse benadering benadrukt dat gebeurtenissen niet automatisch bepalen hoe wij ons voelen; onze interpretatie speelt daarbij een belangrijke rol.
8. Credits
| Darren Abrahams en Celina Souza |
Tijdens een cursus in Ede genaamd Train the trainer van Musicians without Borders, gaf Darren Abrahams uitleg over Mates house. Bij het Mates house is sprake van een huiskamer, ladekast, alarm, kelder en zolder. Zie: http://matesbrainregulationprogram.com/ |
| José Caballero |
José gebruikt voor een mentorles een PowerPoint die begint met uitleg over temperament en karakter (zie punt 1, Hippocrates – Temperamentenleer). José adviseert om niet-emotief, secundair en actief te handelen (zie Vormen van je karakter bij punt 1.1). |









