1.3 Reguleer je emoties

Op deze pagina

  1. Belang van het reguleren van emoties
    1.1 Reguleren je emotie
    1.2 Niet reguleren van je emotie
    1.3 Starten met het reguleren van je emotie
  2. Emoties
    2.1 Emoties en taalgebruik
    2.2 Stationaire emotie
    2.3 Flexibiliteit met emoties
  3. Emotie van een groep beïnvloeden
    3.1 Emotie reguleren bij frontaal lesgeven en bij zelfstandig werken
  4. Klaslokaal met zolder en kelder
    4.1 Empathie
    4.2 Van de zolder naar het klaslokaal
    4.3 Van de kelder naar het klaslokaal
    4.4 Uit je comfortzone – terugkeren naar je comfortzone
  5. Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk?
    5.1 Streng blijven
    5.2 Alleen vriendelijk
    5.3 Streng en rechtvaardig
    5.4 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen
  6. Samenvatting
  7. Credits

Onderwijs verloopt beter als docent en leerlingen constructief en coöperatief zijn, als leerlingen en docent wat betreft het vakgebied op dezelfde golflengte zitten. Om op dezelfde golflengte te komen, reguleren docenten hun emoties. Zij blijven onder alle omstandigheden vriendelijk en duidelijk, ook tijdens uitdagende, dynamische situaties. Leerlingen volgen dit voorbeeld. Vriendelijk Orde Houden (VOH) reikt docenten en leerlingen een model aan om hun emoties te reguleren.

Wij zijn geneigd elkaars lichaamstaal over te nemen. Daar maak ik gebruik van als ik lesgeef. Daarom blijf ik altijd vriendelijk. Als de klas onrustig is, blijf ik rustig en neem hun onrust niet over. Als de klas passief is, neem ik hun passiviteit niet over maar enthousiasmeer ik mijn leerlingen. Ik toon bewust een bepaalde hoeveelheid energie als voorbeeld aan mijn leerlingen met de verwachting dat zij mijn energie overnemen.

Wie niet boos kan worden is een dwaas, wie het niet wil is wijs” (Seneca)

Het wordt een pan. In een pan kan ik niet leren (Jan Wolters)

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Waarom zou je je emoties reguleren? In deze video zie je wat er met leerlingen gebeurt als hun docent boos is. Je ziet ook hoe je door bewust een stemming te tonen, je lessen kunt verbeteren.

Huidige aanpak:

Hoe ga ik op dit moment om met mijn emoties?

Toekomstige aanpak:

Hoe ga ik in de toekomst om met mijn emoties?

Voorbeelden van het reguleren van emoties

  1. Openheid over emotie in het PO
  2. Een nieuwe groep doorloopt een aantal stadia: Storming, forming, performing.
    Bij een klas die zich in de ‘stormingfase’ bevindt, neem jij een tegenovergestelde energie aan: je blijft rustig, vriendelijk en duidelijk. Met deze voorbeeldhouding krijg je jouw groep leerlingen eerder in de ‘formingfase’ dan wanneer jij, aangestoken door hun energie, nerveus en onrustig bent. Bekijk hieronder ‘Emoties’. Gebruik in de stormingfase werkvormen waarbij je leerlingen hun energie kwijt kunnen.
  3. Meten is weten: Met een Fitbit horloge met bijbehorende app, of een vergelijkbaar apparaat, kun je zien hoe snel je hartslag is. Met dit meetinstrumenten kun je nauwkeurig bepalen in hoeverre je in staat bent je emoties te reguleren en je hartslag onder controle te krijgen tijdens het lesgeven. Te vaak een snelle hartslag is uitputtend en zorgt ervoor dat je moe thuiskomt.
  4. Bekijk in artikel ‘Muziek en Vriendelijk Orde Houden‘ de video met een verhaal over het cool-down effect.
  5. Dit voorbeeld speelt zich af tijdens een First-ID project van de stichting Rapucation in 2010 bij een project op een vmbo-school met de workshopleiders Peter van der Bosch en Johan ’t Hart.
    Tijdens een workshop creatief schrijven vroeg Peter van der Bosch (de Rapper Tony Scott, the chief) aan leerlingen om om de beurt een woord te noemen. Toen hij zeven woorden had genoteerd, vroeg hij de leerlingen om met deze zeven woorden een eigen tekst te schrijven. Terwijl de leerlingen hun tekst schreven, liet Peter van der Bosch  rustige new age muziek horen. Na enige tijd kwam de docent die deze klas gewoonlijk lesgaf en die bij de les aanwezig was naar Peter toe. Hij wees hem op een tekst die een leerling zojuist had geschreven. Peter vroeg haar de tekst voor te lezen. Zij barstte in tranen uit. Haar medeleerlingen troostten haar en als reactie moest iedereen huilen terwijl er nog niets was voorgelezen! Wat was er aan de hand? Bij het overdenken van deze situatie, kwam de gedachte op dat door de rust die ontstond door het draaien van de new age muziek en de open vraag om een eigen tekst te schrijven de leerlingen de kans kregen onbewuste (en in dit geval traumatische) herinneringen naar boven te halen. Na afloop van de les wilden alle leerlingen Peter een hand geven. Een aantal leerlingen hadden het lokaal al verlaten, maar kwamen weer terug om Peter opnieuw een hand te geven. Voelden zij een sterke verbinding met elkaar en met Peter en wilden zij die verbinding nog even voelen?
  6. Een app waarmee je allerlei oefeningen kunt doen met dans, taal of muziek. Deelnemers reageren daarbij op de veranderende ‘Moods’. Deze voorbeelden van moodsprogramma’s zijn gemaakt door de Stichting Rapucation. Op de site van Scratch: https://scratch.mit.edu/ vul je bij het zoekvenster in:
    rapucation
    Kies dan een van de geboden opties.
    Meer over 4 moods is te vinden op de site van de Conductors Band.
  7. Wat is het verband tussen emotie en de manier waarop je praat? Bij muziek met een Cool down, dwz een afname van energie, gebruikt een rapper zijn stem steeds op een andere manier.
  8. Wat is het verband tussen tempo en ontspanning? Lees de uitleg en beluister Sleep Tight of beluister het album ‘Classic Slowdown’ van de Conductors Band op Spotify. Deze muziek is speciaal bedoeld om bij in slaap te vallen.

Inleiding

‘Reguleer je emoties’ is één van de vier modules van de invalshoek ‘Vriendelijk’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding 7: voorbeeldfunctie (Overzicht)

Met deze module laat je je niet regeren door je emoties, in plaats daarvan toon je doelbewust de meest geschikte emotie aan de leerlingen. Boosheid laat je weg.

1 Belang van het reguleren van emoties

1.1 Reguleer je emoties

Eerst observeer je de emoties van je leerlingen.

  1. Als een klas druk is, blijf jij (uiterlijk en liefst ook innerlijk) rustig. De leerlingen zien dan dat jij hun onrust niet overneemt. Zij nemen jouw rustige houding over. Blijft een leerling onrustig, dan geef je ook weer op een rustige manier aanwijzingen met lichaamstaal. Indien nodig stuur je storend gedrag aan- of bij.
  2. Is de klas voor jouw gevoel te passief, dan neem je een energieke houding aan om de groep in beweging te krijgen.

Door te letten op de emotie van je leerlingen, weet je welke leerling je aan- of bij dient te sturen. Met het gebaar “zachter” vraag je een leerling, of de hele groep om zachter te praten.

Met de aanpak van VOH voer je geen machtsstrijd. Door de manier waarop je op een drukke leerling reageert, verandert deze in een coöperatieve leerling. Als het je lukt de emotie van een drukke leerling bij te sturen, is drukte voor jou niet meer bedreigend en is machtsvertoon overbodig.

1.2 Niet reguleren emotie

Als de onrust van een klas voor jou belastend of bedreigend is, kun je daarop reageren met machtsvertoon. Je kijkt dreigend en zegt bijvoorbeeld: ‘Dit is de laatste waarschuwing’. Ongewild zit je nu in een machtsspel. Een leerling kan denken “Ik mag geen plezier maken, ik vind deze docent niet aardig” waarna deze leerling zich tegen jou kan gaan verzetten. Voor je het weet heb je dan een “escalatieladder” nodig (Teitler) die ervoor zorgt dat de leerling terugdeinst voor jouw steeds zwaardere maatregelen.
Als je jouw boos worden als volgt goed praat: ‘Ik speel dat ik boos ben, maar ik ben het niet echt’, dan ben jij de enige die weet of je wel of niet ‘echt’ boos’ wordt. Dan kan het gebeuren dat wat eerst een spel is, ontaardt in werkelijke boosheid.

1.3 Starten met het reguleren van je emoties

Je kunt direct beginnen je emoties doelbewust te reguleren.

2 Emoties

Bij iedereen, zowel bij jouzelf als bij je leerlingen, wisselen verschillende emoties zich af.


Afbeelding 24: Emotie-Assenstelsel

Met dit model breng je emoties in kaart zonder daarover een oordeel te vellen. Op de x-as staat aan de linkerkant rustig en aan de rechterkant druk. Op de y-as staat onder zwaar en boven licht. Zo ontstaan vier ‘Moods’:

  1. Licht+Rustig: Eenhoorn, een niet bestaand dier, hoort bij je fantasie en dromen. Of je nu slaapt of waakt, je kunt altijd onbezorgd fantaseren en creatief zijn.
  2. Rustig+Zwaar: Uil, de uil staat voor bedachtzaamheid. Nadenken kan met ogen open of met ogen dicht.
  3. Licht+Druk: Puppy, dit hondje is blij, vrolijk, springerig en onbezorgd.
  4. Zwaar+Druk : Specht, de specht maakt veel geluid. De specht heeft veel energie.

Als jij als docent in staat bent te schakelen tussen deze vier verschillende emoties dan is het makkelijker om contact te leggen met je leerlingen dan wanneer jij  slechts met één emotie toont. Als je altijd wilt dat je leerlingen rustig zijn en geconcentreerd werken, geef je hen weinig kans met het hele spectrum van emoties in aanraking te komen.

Lees meer bij  4 moods op de site van de Conductors Band.

2.1 Emoties en taalgebruik

Let zowel op je eigen eigen taalgebruik en manier van spreken als dat van de leerlingen. Als een leerling zich op een ongepaste manier uitdrukt, stuur je dit bij. Ruwe taal zal vooral bij de specht (Zwaar + Druk) makkelijker naar voren komen dan bij de eenhoorn (Licht + Rustig). Meer informatie hierover bij Observeren taalgebruik

2.2 Stationaire emotie

Een auto (met benzinemotor) die is gestart en waarbij je geen gas geeft, draait stationair d.w.z. op een rustig toerental. Als de auto niet goed is afgesteld, draait de motor stationair op een te hoog, of een te laag toerental.

Als je dit vergelijkt met jouw stemmingen, dan heb jij ook een stemming die je van nature aanneemt. Je zou dit jouw ‘Stationaire stemming’  kunnen noemen. Per persoon zijn er verschillen. Waar de een meestal rustig is, is de ander gewoonlijk druk.

Voor ieder mens is de stationaire emotie van belang omdat deze emotie vertrouwd aanvoelt. Een mogelijk functie van deze ‘Stationaire emotie’ is om jezelf af te schermen voor ongewenste ervaringen of voor andere stemmingen waarbij je je niet op je gemak voelt.

2.3 Flexibiliteit met emoties

Iedereen heeft een ‘Stationaire emotie’ met een bepaalde hoeveelheid energie. Door middel van yoga, meditatie, new-age muziek, kun je je energie verlagen. Die ontspanning kan zowel positieve als negatieve gevoelens opleveren:

  1. Positief: Ontspanning waarvan je geniet.
  2. Negatief: Onaangename verdrongen herinneringen komen door de ontspanning naar voren (zie voorbeeld 4 hierboven). Als je onaangename herinneringen op een goede manier verwerkt, heb je daar in een vergelijkbare situatie minder last van. Als je een onaangename herinnering onderdrukt, blijft dit onaangename gevoel in vergelijkbare situaties terugkeren en blijf je daar last van ondervinden

Door te sporten kun je je energie juist verhogen. Die verhoging kan ook zowel positieve als negatieve gevoelens opleveren.

  1. Positief: Emotie waar je van geniet
  2. Negatief: Emotie waar je onwel van wordt (b.v. een voor jou te heftige draaimolen)

Voordat je in staat bent de emoties van een groep te regelen is het belangrijk dat je zelf in verbinding staat met verschillende emoties, dat je meerder emoties kunt hanteren. De kunst is precies die emotie te tonen, die je ook bij je leerlingen terug wilt zien.

3 Emotie van een groep beïnvloeden

Hoe enthousiasmeer je een groep of hoe laat je een groep juist rustig werken? Hoe zorg je ervoor dat een alle leerlingen geconcentreerd zelfstandig werken?

Eidhof (2021) noemt in dit verband: Vertragen, onderbreken en begeleiden

In aansluiting daarop geeft VOH je het advies om met jouw emoties de emoties van een groep te beïnvloeden. Daarvoor moet je eerst zelf in staat zijn van emotie te wisselen. Jij kiest dan een emotie waarmee je de klas aanstuurt.

Je observeert en handelt op een zichtbare manier. Je maakt een inschatting van de emotie van de groep (Observeren lichaamstaal). Na jouw waarneming neem je een beslissing: Je bent tevreden over de manier waarop de groep zich opstelt, of je zou graag willen dat de groep een andere energie zou uitstralen. Jij toont dan de door jou gewenste emotie.

In de twee kolommen hieronder zie je hoe VOH omgaat met de verschillen in aanpak bij docentgestuurd onderwijs en leerlinggestuurd onderwijs.

3.1 Emotie reguleren bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken

Emotie reguleren bij frontaal lesgeven

Tijdens frontaal lesgeven is het prettig als de klas geconcentreerd werkt. Wil je rust in de klas, beweeg dan zelf rustige. Als je wilt dat de klas wat meer energie toont, beweeg dan juist energiek. Leerlingen nemen dan jouw manier van bewegen over.

Voorkom dat jij automatisch meegaat met de emotie van de klas en daarmee (onbewust) hun drukke manier van bewegen overneemt.

Cool down – warming up

Om goed met een klas te kunnen werken is het belangrijk dat niet alleen jij je emoties reguleert, maar ook dat de groep die je lesgeeft in staat is om met verschillende emoties om te gaan. Op de website van de Conductors Band is deze theorie van ‘Moods’ omgezet in een serie muziekstukken met wisselende emoties. Deze ‘Moods’ in een bepaalde volgorde hebben een effect op je leerlingen. Door een oefening te doen met afnemende energie (Cool down) kunnen leerlingen zich beter concentreren. Met een oefening met toenemende energie (Warming-up) activeer je je leerlingen. Bekijk de links bij voorbeeld 5 hierboven.

Reguleer je emotie bij zelfstandig werken

Om geconcentreerd te werken tijdens zelfstandig werken, hebben leerlingen behoefte aan rust en stilte. Hoe zorg jij daarvoor?

  1. Door zacht te praten geef je voor je leerlingen het goede voorbeeld. Je praat alleen met een leerling als jullie vlak bij elkaar zijn.
  2. Je observeert.
  3. Je handelt op een zichtbare manier.
  4. Als alles goed gaat, grijp je niet in. Opvoeden is de kunst van het steeds meer loslaten.
  5. Geef compliment met de duim omhoog.
  6. Je coacht, begeleidt en motiveert.
  7. Als een leerling een andere leerling stoort, los je de verstoring op door aan- of bij te sturen (Lichaamstaal, Tips in indien nodig een ‘Brief over toekomstig gedrag’).
  8. Bij een ernstige verstoring  onderbreek je het zelfstandig werken. Je pauzeert en neemt daarmee de tijd om met de klas het zojuist gebeurde én je eigen reactie te overdenken.

4 Klaslokaal met kelder en zolder

VOH adviseert docenten nooit boos te worden. Als dat lukt, heb je de onderstaande informatie niet nodig. Mocht je toch boos worden, dan zie je hier wat er gebeurt met de leerlingen. In dit model zijn een denkbeeldige kelder en zolder aan je klaslokaal toegevoegd. In het klaslokaal is een brandalarm dat afgaat als er een conflict is. Je klaslokaal bevat ook een ladekast. Deze ladekast staat voor het vermogen van jou en je leerlingen om te communiceren en empathie te tonen. De ladekast vertegenwoordigt ook het vermogen van zowel leerlingen als van jou om het geheugen te gebruiken. Op zolder of in de kelder heeft niemand toegang tot deze ladekast. Communiceren en overleggen werkt niet meer en niemand neemt goede beslissingen. Op zolder of in de kelder verdwijnt de empathie en en worden herinneren sterk gekleurd door het conflict.

Afbeelding 25: klaslokaal met kelder en zolder

Net als jij hebben de leerlingen ieder een bepaalde verhouding deze vier emoties in zich. Het klaslokaal is een prettige en sociale plek waar jij en je leerlingen graag willen zijn. Alle emoties horen thuis in het klaslokaal. Je lokaal staat op de begane grond. Wie dat wil, kan naar buiten. Naar wens vraag jij een leerling die te druk is om iets rustiger aan te doen of vraag je een te passieve leerling om wat meer energie te tonen.

Iedereen beschikt in het lokaal over een scala van vier emoties Als je deze emoties bij je leerlingen herkent, als jij deze emoties kunt demonstreren én als jij kunt laten zien hoe je energie loslaat of hoe je energie opbouwt, stel je je leerlingen in staat om zelf ook op een vergelijkbare manier met hun emoties om te gaan.

Als je boos op een leerling reageert, gaat voor iedereen in jouw klaslokaal het brandalarm af. Een aantal leerlingen vluchten naar zolder en een aantal naar de kelder. Dat voorkom je als jij je emoties reguleert.

4.1 Empathie

Je kunt je geheugen op een goede manier gebruiken als je je op je gemak voelt. De ladekast in de klas staat voor geheugen en empathie.
Voor je leerlingen gaat het brandalarm af als ze in conflict zijn met elkaar of als jij te boos of te ruw op ze reageert. Ze vluchten dan naar zolder of naar de kelder. Op beide plaatsen kunnen ze hun geheugen niet goed gebruiken. Als je te ruw bent geweest, voelen ze geen empathie voor jou en jij ook niet voor hen,

  1. Leerlingen die naar zolder vluchten hebben te veel energie (vechten/vluchten).
  2. Leerlingen die naar de kelder gaan, hebben te weinig energie (bevriezen/flauwvallen).

Zowel in de kelder als op zolder kunnen ze hun geheugen niet goed gebruiken. Juist om te leren hebben ze hun geheugen nodig. Versterk daarom positief gedrag bij je leerlingen op een vriendelijke en duidelijke manier. Dan belanden leerlingen niet op zolder of in de kelder.

4.2 Van de zolder naar het klaslokaal

Op zolder heb je teveel energie. Hoe laat je energie los zodat je weer terug kunt naar het klaslokaal?

  • Middenrifademhaling (diepe en langzame buikademhaling)
  • Overtollige energie afschudden of stampen
  • Zwaar werk, rondje rennen om de school
  • Muziek (rustgevende en kalmerende muziek en geluiden)

4.3 Van de kelder naar het klaslokaal

In de kelder heb je te weinig energie. Hoe verhoog ik je energie zodat ik weer terug kan komen naar het klaslokaal?

  • Alles wat de zintuigen prikkelt
  • Beweging
  • Dansen en muziek

4.4 Uit je comfortzone – terugkeren naar je comfortzone

Wat er met je gebeurt als je uit je comfortzone bent, toont deze afbeelding: Window of tolerance. De afbeelding bij die link vertoont overeenkomsten met de afbeelding van Vriendelijk Orde Houden die gaat over een klaslokaal met kelder en zolder.

Als je uit je comfortzone raakt, is moeilijk om het goede voorbeeld te geven, om gewenst gedrag te tonen. Dat je uit je comfortzone gaat, heb je zelf niet altijd in de gaten. Een voorbeeld daarvan in deze video:

Op YouTube staat deze video met een Ted talk van Laura van Dernoot Lipsky. Zij beschrijf hoe zij door de dood van haar moeder een trauma oploopt en hoe zij vervolgens getraumatiseerden gaat helpen. Al het leed waar zij mee te maken krijgt, veroorzaakt bij haar een zware last die uiteindelijk zijn tol eist. Laura zelf zag dit niet aankomen.  Haar omgeving maakte haar er op attent.

Een vertaling naar het onderwijs: Je bent met de beste bedoelingen het onderwijs in gegaan. Gaandeweg voel je je steeds meer persoonlijk verantwoordelijk voor al je leerlingen. Die last wordt te zwaar, zeker als je leerlingen niet meewerken.

Nu volgt eerst een beschrijving van wat er dan met je gebeurt als je uit je comfortzone bent, daarna volgen adviezen hoe je weer terug kunt komen in je comfortzone zodat je weer gewenst gedrag kunt vertonen.

Je voelt je persoonlijk verantwoordelijk voor al je leerlingen, dat voelt als een zware last. Je krijgt het gevoel:

  • Het gevoel dat je nooit genoeg kunt doen
  • Hyper waakzaamheid
  • Verminderde creativiteit
  • Onvermogen om complexiteit te omarmen
  • Minimaliseren
  • Chronische uitputting
  • Onvermogen om te luisteren/opzettelijke vermijding
  • Dissociatieve momenten
  • Gevoel van vervolging
  • Schuld
  • Angst
  • Je niet kunnen inleven – Geen empathie kunnen opbrengen/verdoven.
    Zie theorie van moods met het klaslokaal met kelder en zolder. Deze theorie staat beschreven bij ‘Reguleer je energie‘. De vraag is dan hoe kom je uit de kelder of zolder.
  • Woede en cynisme
  • Verslaving
  • Grootheidswaanzin: Je identiteit draait alleen nog maar om werk

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van te veel verantwoordelijkheid nemen voor je leerlingen? De nu volgende lijst bevat uitspraken van Laura Dernoot die door Vriendelijk Orde Houden zijn aangepast en aangevuld.

  • Leg een deel van de verantwoordelijkheid bij de leerlingen. Dit komt terug bij Leerlinggestuurd onderwijs en bij Bijsturen
  • Niemand reageert positief op een opgeheven vingertje (zie citaat helemaal bovenaan deze module)
    Als docent is het zaak het opgeheven vingertje (waarschuwingen) weg te laten en andere vormen van communicatie te hanteren waarmee je het goede voorbeeld geeft.
  • We delen de gedachte dat je niemand kwaad mag doen.
    Dit is een onderdeel van het kader.
  • Als jouw grenzen zijn overschreden, als je boos bent of totaal uitgeput, ben je niet meer empathisch. Je hebt niet meer in de gaten of ook jij anderen kwaad kan doen (brandalarm in afbeelding klaslokaal met kelder en zolder).
  • Als je verdriet verdooft, verdooft ook je geluk. Doe daarom oefeningen met verschillende energieniveaus zodat je je energie kunnen laten stromen (Moods).
  • Het gaat om de moed om in het nu te zijn, om altijd in staat te zijn je energieniveau aan te passen.
    Om steeds je ‘voorbeeld energieniveau’ aan de klas kunnen tonen. Zo blijf je in contact met je leerlingen.
  • Afhankelijk van de dynamiek van de groep ontspan je je, of straal je energie uit, luister je aandachtig en misschien stel je af en toe een vraag of geef een advies als daar ruimte voor is. Laat vooral zien hoe leuk het is om te leven! Zie nieuwsbericht
  • Vraag niet wat de wereld nodig heeft, vraag jezelf af wat je nodig hebt om tot leven te komen en doe dat.
  • Het is mogelijk om elk trauma dat zich voordoet te transformeren. Een voorwaarde daarvoor is dat je je je energieniveau bewust kunt aanpassen.
  • Het is mogelijk om systematische onderdrukking, wat de oorzaak is van veel leed, te ontmantelen. Het is mogelijk om alles wat zich in het leven voordoet op een goede manier te veranderen.
  • Het doel is om werkelijk transformerend te zijn. Een voorbeeld hiervan is Nelson Mandela.

Niet alleen docenten kunnen uit hun comfortzone treden, ook leerlingen hebben daarmee te maken. Hoe begeleid je leerlingen die hindernissen ervaren bij het zelfstandig werken? Hoe zorg je ervoor dat leerlingen bepaalde manieren van redeneren die hen in de weg staan vermijden?

5 Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk?

Aan het begin van een cursus Vriendelijk Orde Houden in de klas beschrijft elke deelnemer een situatie die te maken heeft met orde houden. Vaak geven cursisten aan welk advies collega’s geven om ordeproblemen op te lossen. Meestal krijgen ze het advies: “Je moet streng zijn en dan langzaam de teugels laten vieren”. De gedachte achter dit advies is dat je op die manier eerst op een strenge manier orde afdwingt én daarna als de docent de touwtjes in handen blijft houden op een iets vriendelijker manier.
Vriendelijk Orde Houden in de klas geeft een ander advies: “Wees vanaf het eerste moment zowel vriendelijk als duidelijk”. Welke van deze twee adviezen is de juiste?

Het probleem is niet wát er gebeurt, of welke tegenslag je ondervindt, maar hoe je daarmee omgaat” (Grondbeginsel van Stoïcisme).

Lees voor een antwoord op deze vraag ook dit artikel

Bijsturen kan op twee manieren:

  1. Je lost een verstoring op door tegelijkertijd vriendelijk en duidelijk te zijn. Als je een verstoring op die manier oplost, accepteren leerlingen jouw manier van bijsturen.
  2. Je kunt een verstoring op een strenge manier oplossen. Doe je het op een strenge manier, dan verstoor je de relatie met de leerling.

5.1 Streng blijven

In het Engels vertaal je streng met strict. Strict betekent in het Engels ook nauwkeurig en nauwgezet! Dat zijn twee eigenschappen die verwant zijn aan duidelijk! Andere vertalingen van streng zijn: severe, rigorous, stringent en stern. Deze laatste vertalingen associeer je met boosheid en dat wil je met Vriendelijk Orde Houden in de klas nu juist achterwege laten. In het Nederlands associeer je streng meestal met de emotie boos, gespannen.

Door leerlingen op een strenge te benaderen, stuur je een aantal leerlingen naar de kelder of naar de zolder. Wie garandeer jou dat je de teugels kunt laten vieren en dat je dan een goede verstandhouding krijgt? Misschien heb je leerlingen definitief van je afgestoten en moet je wel streng blijven

Misschien is de oorzaak voor jouw strengheid dat bij jou het alarm is afgegaan. Jij bent als het ware ‘op zolder’ en hebt de neiging om impulsief de verstoring op te lossen door te dreigen of door heftig en/of boos te reageren. Daarmee zet je je leerlingen onder druk. Al naar gelang de aard gaat een leerling naar zolder of naar de kelder.

  1. Naar de kelder: stil, verkrampt of flauwvallen. In de kelder verstoren leerlingen de les niet, maar zijn ze gespannen, staan onder druk en ze voelen zich onveilig.
  2. Naar zolder: actie, vechten of vluchten. Op zolder blijven leerlingen de les verstoren. Ze voelen zich gespannen en onveilig.

In beide gevallen bereik je niet het gewenste effect. Bij gebrek aan een ontspannen sfeer bevinden leerlingen zich wat betreft hun energie op zolder of in de kelder en daar kunnen zij zich niet concentreren. Bovendien kost streng zijn jou veel energie én ben jij niet in staat om in je boosheid goede beslissingen te nemen. Als je boos bent heb je oogkleppen op. Je ziet niets meer behalve het conflict. Je kunt als je boos bent niet goed observeren en objectief herinneren wat er gebeurt is.

Een strenge aanpak kan het gewenste effect hebben (leerlingen zijn rustig). Als je over het algemeen vriendelijk bent, maar het soms nodig vindt om streng te zijn, dan zul je daarmee bij een aantal groepen succes hebben. Helaas komt het voor dat een groep averechts reageert op jouw strengheid. Als je streng reageert, zit jij wat betreft je energie op zolder. Je bent dan niet meer in staat om empathie voor storende leerlingen op te brengen en je kunt niet meer op een goede manier met je leerlingen omgaan.
Door boos te reageren op een klas die niet meewerkt, verstoor je je eigen les. Als leerlingen weten dat jij snel boos wordt, stel je ze in staat om moedwillig en collectief jouw gezag te ondermijnen door jou expres boos te maken. Jij bent dan de marionet en zij trekken aan de touwtjes. De inhoud van de les komt niet tot zijn recht.

Het lucht geven aan woede om die over te laten gaan , is even effectief als benzine gebruiken om een brand te blussen.’ Deze uitspraak is van Brad J. Bushman. Hij nam de proef op de som. Hij maakte niet minder dan 1600 proefpersonen kwaad. De helft kreeg meteen daarna een boksbal om de woede eruit te slaan. Ze werden zonder uitzondering nog kwader. Van boos gedrag word je alleen maar bozer, er gieren steeds meer hormonen door je lijf. Veel beter kun je iets anders gaan doen: aai je poes of tel tot tien. Tot honderd is nog beter. Daarna taal je niet meer naar de [boks]bal. Dekker (2006), Midas

5.2 Alleen vriendelijk

Alleen maar vriendelijk is al gauw té vriendelijk. Je laat te veel toe. Waarom kiezen veel docenten voor een (eenzijdig) vriendelijk houding. Zij gaan ervan uit dat wie goed doet goed ontmoet.

Om bij spreekwoorden te blijven: té vriendelijk leidt tot een ander spreekwoord: zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Door vriendelijk zijn te combineren met inefficiënt (of niet) bijsturen, ben je zelf de veroorzaker van onrust.

5.3 Streng en rechtvaardig

Vaak geven cursisten van Vriendelijk Orde Houden aan dat streng zijn af en toe nuttig is.
Het nu volgende citaat bevestigt deze gedachte én pleit er ook voor om boosheid indien mogelijk weg te laten:
“Wie niet boos kan worden is een dwaas, wie het niet wil is wijs” (Seneca)

Voor leerkrachten is de kwalificatie “streng doch rechtvaardig” doorgaans een compliment. Met die stijl van lesgeven bereik je veel. Toch schuilt bij “streng doch rechtvaardig” een addertje onder het gras:

Streng

Wie controleert of jouw strengheid niet te streng is? Dat kun jij bij deze stijl van lesgeven kun jij dat alleen maar zelf controleren. Als je kiest voor deze stijl van werken, dan ben jij de enige die jouw strengheid reguleert. Als je per ongeluk te streng bent, ervaren jouw leerlingen jou dan nog als rechtvaardig? Voor je het weet, krijgen ze een hekel aan je of je maakt ze angstig (zolder + kelder). Daarmee schaad je de relatie met je leerlingen.

Rechtvaardig

Wie controleert of je rechtvaardig bent? Bij deze stijl van lesgeven (Streng en rechtvaardig) kun jij dat alleen maar zelf. Stel dat je per ongeluk een beslissing neemt die niet rechtvaardig is, mogen leerlingen daar dan op reageren? Als dat niet mag, ervaren de leerlingen jou niet meer als rechtvaardig. Zij merken dat je niet naar hen luistert. Vervolgens spiegelen ze jouw gedrag en luisteren ze ook niet meer naar jou.

De adder onder het gras is hier: “streng doch rechtvaardig” gaat naadloos over in “te streng en niet rechtvaardig”.

Vermijden van adders onder het gras

Bij Vriendelijk Orde Houden spreek je eerst een kader af (vriendelijk en duidelijk). Vervolgens is iedereen, docent en leerlingen, gerechtigd elkaar hierop aan te spreken. Als iemand boos is of onrechtvaardig, helpt iedereen elkaar terug te keren naar vriendelijk en duidelijk. Het feit dat iedereen hierbij mag helpen, zorgt voor gelijkwaardigheid en dit maakt het kader geloofwaardig. Zo ontstaat een aantrekkelijk leerklimaat waarin talenten tot hun recht komen en iedereen zichzelf kan zijn.

Wat voegt VOH toe aan jouw manier van lesgeven?

Met VOH komt de regulering van alle kanten komt. Niet alleen help jij je leerlingen, maar ook jouw leerlingen helpen jou je emoties te reguleren.

5.4 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen

In plaats van té streng, geef je vriendelijk en duidelijk je grens aan. Met de ‘Handlingsladder‘ voorkom je dat je wild omspringt met je emoties. Door rustig te blijven tijdens het bijsturen, door vier stappen steeds planmatig in dezelfde volgorde te nemen, behoud je een goede verstandhouding met je leerlingen en ben je consequent en consistent.
Met rust én de mogelijkheid om je emoties te reguleren, kun je ongestoord lesgeven en ontstaat er een aantrekkelijk leerklimaat. Voor concentratie is rust nodig. Reageer daarom altijd op een vriendelijke en duidelijke manier op je leerlingen. In het model hierboven is er in het klaslokaal een alarm. Als bij jou het alarm afgaat, als een leerling je les verstoort, handel je als volgt:

  1. Je gebruikt eerst lichaamstaal om iets duidelijk te maken (Aansturen met lichaamstaal). Helpt dat niet, dan geef je een positief geformuleerde Tip. Je gaat niet mee met het negatieve gedrag van een leerling, je spiegelt de leerling niet.
  2. Je blijft rustig, je ademt rustig, je staat rechtop en beweegt langzaam.
  3. Je geef complimenten als het goed gaat.
  4. Je blijft positief. Je leerlingen merken dat je verstoringen op een vriendelijke manier oplost.
  5. Het gecombineerde advies is: wees zowel vriendelijk als duidelijk. Dit is effectief en kost je weinig energie. Je gebruikt dan al je energie voor het lesgeven.

6 Samenvatting

Wij zijn geneigd elkaars emotie over te nemen. Het advies van VOH is een uitzondering op die regel. VOH adviseert om de drukte of passiviteit van je leerlingen niet over te nemen. In plaats daarvan toon je de emotie die je terug wilt zien bij je leerlingen. De meeste leerlingen nemen jouw emotie over. Op hun beurt geven ze die emotie weer aan elkaar door. Door op de emotie van een leerling te letten, zie je direct wat een leerling nodig heeft en weet je of het nodig is hem of haar aan- en/of bij te sturen.

  • Citaat uit aflevering 4 van 100 dagen voor de klas. “Als leraar moet je empathie tonen, dan geef je een teken van vertrouwen af. Soms gaat er dan bij de kinderen een luikje open en durven ze iets van zichzelf te laten zien.”
  • Als een leerling boos is, vraag dan: “Wat maakt je boos, kan ik iets voor je doen?” Zo voorkom je dat je meegaat in de boosheid van de leerling.
  • Vooral jonge kinderen hebben de neiging snel naar de hoogste energie te gaan (specht). Als leerlingen te druk worden, vraag je centraal om aandacht en start je de volgende oefening. Bedenk daarom van te voren voor deze jonge leerlingen voor een les meerdere oefeningen met een verschillend karakter. Elke oefening start je met het vuurtorengebaar. Daarmee zorg je ervoor dat ze rustig aan de volgende oefening beginnen. Als iedereen oplet, geef je aan hoe de volgende oefening eruitziet.
  • Als je teveel praat, ben je teveel aanwezig en ben je onbedoeld een stoorzender voor je leerlingen. Hoe minder woorden je gebruikt hoe beter. Indien mogelijk, geef je een non-verbale aanwijzing. Een leerling die de les verstoort, stuur je eerst aan met één van de series gebaren (Gebaren).
  • Het volume waarmee je iets zegt, bepaalt hoe je overkomt. De rust in de klas is bepalend voor de verstaanbaarheid. Met een te groot volume wek je ergernis op, praat je te zacht dan verstaan je leerlingen je niet. Pas je volume daarom aan de omstandigheden aan. Vergeet niet eerst om stilte te vragen voordat je zacht gaat praten. Ook als iedereen zelfstandig werkt, praat jij zacht of fluister je. Daarmee voorkom je dat andere leerlingen last hebben van de instructie die je geeft aan één leerling. Hoe meer rust in de klas, hoe zachter jij kunt praten.
  • Als je frontaal lesgeeft, praat dan zacht en vriendelijk. Als je leerlingen opletten, verstaan ze je prima en vinden ze het prettiger om naar jouw zachte stem te luisteren. Vraag voordat je iets gaat zeggen met het vuurtorengebaar of met een ander stiltegebaar om aandacht.
  • Jij bepaalt het timbre van je eigen stem, je kunt dit naar believen aanpassen. Door zachter, iets lager van toon en langzamer te praten, kom je rustig en ontspannen over. Articuleert goed en formuleer zorgvuldig. Dan luisteren leerlingen graag naar jou.

7 Credits

Darren Abrahams en Celina Souza
Tijdens een cursus in Ede genaamd ‘Train the trainer’ van Musicians without borders, gaf Darren Abrahams uitleg over “mates house”. Deze theorie laat de noodzaak van een vriendelijke houding zien en sluit daarom naadloos aan bij de aanpak van Vriendelijk Orde Houden. Bij VOH is de ‘huiskamer’ veranderd in ‘klaslokaal’. Zie: http://matesbrainregulationprogram.com/