Aanspreekbaarheid op gedrag en inzet – Koektrommel en koekje

Orde houden valt bij Vriendelijk Orde Houden (VOH) uiteen in ‘Aansturen en Bijsturen. Met ‘Aansturen en Bijsturen’ spreekt een docent een leerling aan op gedrag of inzet. Daarnaast kan de docent ook de groep als geheel aanspreken op gedrag of inzet.

Johan ’t Hart – 7 juli 2024

In dit blog bespreek ik eerst dat jouw reactie op een verstoring of jouw reactie op het niet aan het werk gaan van een leerling bepalend is voor het succes. Daarna volgt een beschrijving van hoe je in twee kennismakingsperiodes start met ‘Aansturen en Bijsturen’ (orde houden). Daarna bespreek ik de beperkingen die je leerlingen oplegt wat betreft verstoringen van de les en ook de beperking die je je leerlingen oplegt als ze niet aan het werk gaan. Ik vergelijk die beperkingen met een koektrommel met daarin een beperkt aantal koekjes. Tenslotte laat ik zien welke rol ‘koekjes’ in twee kennismakingsperiodes met ‘Aansturen en Bijsturen’ een rol spelen.

1 Olie op het vuur uitdoven?

Als een leerling de les verstoort of niet aan het werk gaat, is jouw reactie bepalend voor het succes.

  1. Als het een leerling lukt om jou boos te laten reageren en uit de tent te lokken, dan ervaren klasgenoten deze leerling als stoer. Deze stoere leerling neemt het op tegen hun onderdrukker (door eerdere ervaringen in hun schoolloopbaan kunnen leerlingen hun docent ervaren als onderdrukker). Dat smaakt naar meer met als gevolg een toename van het aantal verstoringen.
  2. Als jij op een vriendelijke manier reageert waardoor de verstoring zich niet herhaalt of waardoor leerlingen voortaan aan het werk gaan, dan zal het geleidelijk minder vaak nodig zijn ‘aan of bij te sturen’. Je lost verstoringen op een duidelijke, congruente en consequente manier op én je maakt duidelijk dat het de bedoeling is dat leerlingen hun tijd goed besteden aan opdrachten. Van te voren bespreek je met je leerlingen welke stappen jij daarbij zet. Het gefaseerd invoeren van de componenten van ‘Aansturen en bijsturen’ is hierbij cruciaal.

2 Gefaseerd invoeren van ‘Aansturen en Bijsturen’

Bekijkt deze instructievideo’s om te zien hoe je ‘Aansturen en Bijsturen’ – dat bestaat uit zes componenten – gefaseerd introduceert bij je leerlingen.

  1. In de 1e kennismakingsperiode beperk je het aantal Tips (positieve adviezen) per leerling per periode tot twee. Daarmee spreek je in die periode elke leerling individueel aan op gedrag en inzet.
  2. In de 2e kennismakingsperiode blijf je elke leerling per periode individueel aanspreken op gedrag en inzet en voeg je er een tweede begrenzing aan toe: het aantal Tips per groep per les. Met deze begrenzing geef je jouw professionele grens aan. Je spreekt de groep per les aan op gedrag en inzet.

3 Koektrommel met koekjes

Om het geven van Tips (positieve adviezen) te onderbouwen, volgt nu een vergelijking met een koektrommel met daarin een beperkt aantal koekjes.

3.1 ‘Zoetigheid’ vergelijken met ‘een verstoring van de les’ of met ‘een leerling die niet aan het werk gaat.

  1. Het koekje in de koektrommel staat in deze vergelijking voor een verstoring door een leerling of voor het niet aan de slag gaan met een opdracht. Zolang er koekjes in de koektrommel zitten, krijgt een leerling bij een verstoring een positief advies, een Tip, en dat advies kost een leerling geen tijd en dat advies is gratis. Is de koektrommel leeg, dan geef je een leerling een opdracht die niet ‘gratis’ is, maar die de leerling wel tijd kost. Met die opdracht vraag je een leerling te reflecteren op de aanleiding van krijgen van de opdracht. Je vraagt de leerling ook hoe deze opdracht in de toekomst is te vermijden.
  2. Het aantal koekjes in de trommel staat dan voor het door jou maximaal aantal toegestane verstoringen dan wel het niet aan het werk gaan. Zitten er nog koekjes in de koektrommel, dan geef je een positief advies (een Tip), zitten er geen koekjes meer in de koektrommel, dan vraag je de leerlingen aan jou een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven. Het schrijven van die brief kost een leerling tijd.
  3. De koektrommel staat voor de beperking die jij geeft aan het aantal verstoringen en aan het aantal keren dat een leerling niet aan het werk gaat.

3.2 ‘Gezond eten’ vergelijken met ‘niet storen of niet aan het werk gaan’.

Doorgaans willen ouders graag dat hun kind gezond eet en beperken zij daarom de hoeveelheid zoetigheid die zij hun kinderen aanbieden. Docenten en leerkrachten willen graag dat hun leerlingen de les zo min mogelijk verstoren en dat zij hun tijd goed besteden aan opdrachten. Daarom spreken zij leerlingen aan op gedrag en inzet en beperken zij de mogelijkheid voor leerlingen om de les te verstoren en de mogelijkheid voor leerlingen om hun tijd te verdoen.

3.3 Een koektrommel staat bij VOH voor een door de docent ingestelde beperking

Het idee van de koektrommel komt op twee manieren terug bij ‘Aansturen en Bijsturen’. Op twee manieren beperk voor leerlingen de mogelijkheid om de les te verstoren of om niet aan het werk gaan.

  1. In de 1e kennismakingsperiode geef je elke leerling per periode een eigen koektrommel (bij wijze van spreken) die gevuld met twee koekjes. Per periode kan een leerling maximaal twee Tips krijgen. De praktische uitwerking hiervan is dat je op een lijst per leerling noteert hoeveel Tips je hebt gegeven. Op die lijst zie je wanneer een leerling de tweede Tip krijgt.
  2. In de 2e kennismakingsperiode handhaaf je de privé koektrommels voor elke leerling én voeg je daar nog twee extra koektrommels aan toe. Die koektrommels gelden voor de hele klas per les:
    – De eerste koektrommel voor de hele klas is bij frontaal lesgeven per les gevuld met twee koekjes.
    – De tweede koektrommel voor de hele klas is tijdens zelfstandig per les gevuld met vier koekjes.
    De praktische uitwerking hiervan is bij VOH het ‘telraam’.

4 Eerste kennismakingsperiode – elke leerling krijgt een privé koektrommel

In de eerste periode dat je met ‘Aansturen en Bijsturen’ gaat werken (de 1e kennismakingsperiode) stel je het volgende in: Per periode krijgt een leerling maximaal twee Tips (De privé trommel is gevuld met twee koekjes). Na de tweede Tip denkt een leerling: o.o, Ik moet nu oppassen, anders gaat mijn gedrag, of mijn niet aan het werk gaan, mij tijd kosten. In de periode dat de beperking geldt, overweegt een leerling zorgvuldig of de volgende Tip gratis is (of er nog koekjes in de privé koektrommel zitten) met als gevolg dat het aantal verstoringen afnemen en meer leerlingen aan het werk gaan.

5 Tweede kennismakingsperiode – twee extra koektrommels voor de hele klas

In een 2e kennismakingsperiode voeg je daar nog een extra beperking aan toe. Je maakt de groep als geheel verantwoordelijk voor het goede verloop van de les door het aantal Tips per les voor de hele groep te beperken tot een voor jou acceptabel minimum: hiermee geef jij jou professionele grens aan. Die grens geef je aan met het ’telraam’.

  1. Bij frontaal lesgeven vul je voor de hele klas een trommel met twee koekjes.
  2. Bij zelfstandig werken vul je voor de hele klas een trommel met vier koekjes.

Als de afbeelding van het telraam rood is, weten de leerlingen dat de betreffende trommel leeg is.

Daarmee spreek je de groep aan op inzet en gedrag. Is de betreffende trommel leeg, dan stoppen doorgaans alle leerlingen met storen of gaan alle leerlingen aan het werk.

De maatregel die je neemt als de trommel leeg is bij frontaal lesgeven is anders dan de maatregel die je neemt bij zelfstandig werken.

  1. Bij frontaal lesgeven krijgt de hele groep een koektrommel met daarin slechts twee koekjes. Dat betekent dat slechts twee leerlingen ‘gratis’ een greep in de trommel mogen doen. De groep als geheel kan maar twee keer per les tijdens frontaal lesgeven storen of niet meedoen aan een oefening.
  2. Tijdens zelfstandig werken krijgt de groep een koektrommel met daarin vier koekjes – Als het vierde koekje is versnoept is de afbeelding van het telraam rood, dan onderbreek jij zelfstandig werken en ga je verder met frontaal lesgeven (Je ontneemt de groep de gelegenheid om ongeconcentreerd hun tijd te verdoen).

Door op deze twee manieren per groep verstoringen per les te beperken en het niet aan het werk gaan te beperken, geef je aan dat je maar een beperkt deel van de tijd aandacht wilt besteden aan het aanspreken van leerlingen op gedrag en inzet. Daarmee zorg je ervoor dat alle aandacht gaat naar de les. Met deze twee extra  koektrommels geef je jouw professionele grens aan.