Bijsturen met Vriendelijk orde houden

Vriendelijk en duidelijk bijsturen van verstoringen van de les

Een docent die merkt dat een leerling de les verstoort zal meestal verbaal waarschuwen. Als waarschuwen niet helpt, is de volgende stap vaak strafwerk. Daarmee zet de docent de relatie met de leerling onder druk. En is het wel effectief? Als leerlingen strafwerk niet inleveren heeft een docent het meestal te druk om daar werk van te maken en zo lost het probleem zich niet op.

Een andere maatregel is het verwijderen van een leerling uit de les. Ook dit lost lang niet altijd het probleem op. In de nasleep van deze actie kan van alles misgaan. Zo kan de leerling bijvoorbeeld weigeren een uitstuurbriefje halen (wat meestal de bedoeling is) of de leerling is boos over de manier waarop je hem of haar eruit hebt gestuurd. In het nagesprek aan het eind van de les (als de leerling komt opdagen) blijkt de docent het lang niet altijd eens te zijn met de leerling over wat er is gebeurd. Bovendien kun je als docent ontevreden zijn over de afhandeling van het incident door de schoolleiding.

Door te waarschuwen en leerlingen eruit te sturen beïnvloedt de docent ongewild de sfeer van de les in negatieve zin. Is er ook een aanpak die de sfeer in positiever zin beïnvloedt?

Bijsturen met Vriendelijk orde houden in twee stappen.

1 Met Vriendelijk orde houden stuurt de docent leerlingen eerst non-verbaal op een vriendelijke manier bij. Als dat niet helpt, geeft de docent, ook weer op een vriendelijke manier, een beperkt aantal tips en noteert die in een speciaal daarvoor aangeschaft tipboek (notitieboekje). Bij de derde tip geeft de docent de leerling een tijdrovende opdracht. De meeste leerlingen vermijden om zo’n opdracht te krijgen en als ze hem krijgen, kiezen ze ervoor om de opdracht direct de volgende dag (de volgende lesdag van de docent) in te leveren. Deze opdracht vraagt van de leerlingen om na te denken over wat er is gebeurd en vraagt ze ook om een voorstel te doen waarmee ze het probleem voortaan vermijden. Het probleem is daarna meestal opgelost. Als de leerling de opdracht maakt en op tijd inlevert, blijft wat er is gebeurd tussen de docent en leerling. De meeste problemen lossen zich daarom op zonder dat de schoolleiding of ouders ervan op de hoogte zijn.

2 Als een leerlingen de opdracht niet inlevert. Schakelt de docent de ouders en schoolleiding in door te vragen of ze willen aandringen op het alsnog inleveren van de opdracht. Als bij de volgende les de opdracht niet is gemaakt, geeft de docent de leerling een nieuwe opdracht en vraagt deze buiten de les te maken. Als de aansporingen van de ouders en de vraag om de opdracht buiten de les te maken niet leiden tot het inleveren van de opdracht, neemt de schoolleiding de afhandeling over en voorkomt daarmee een escalatie tussen docent en leerling. Doordat de schoolleiding de afhandeling overneemt, krijgt de leerling niet de kans om de les te blijven verstoren. Tijdens deze afhandeling kunnen ernstiger zaken aan het licht komen die anders niet opgemerkt waren en die weer overgenomen worden door het zorgteam of de veiligheidscoördinator. Pas als de schoolleiding het groene licht geeft, mag de leerling weer in de les.

Zowel in stap 1 als stap 2 kan de docent vriendelijk en duidelijk blijven. Dit bevordert veiligheid en de sfeer in de les.