Changing education paradigms

In een video uit 2010 constateert Ken Robinson dat aan het onderwijs verouderde principes ten grondslag liggen. Hij stelt vragen maar biedt geen oplossingen.

Vriendelijk orde houden in de klas is op zoek naar antwoorden op zijn vragen en geeft docenten praktische handvatten voor Leerlinggestuurd onderwijs en Geef leerlingen invloed. Beoordeling speelt daarbij een cruciale rol.

Bespreking van de video

In de onderstaande video ‘Changing education paradigms’ gemaakt bij een Ted Talk uit 2010 geeft Ken Robinson aan dat het onderwijs is ontstaan in de tijd van de verlichting, tevens de tijd van het kolonialisme en hiërarchisch denken. De docent is de gevende partij en de leerlingen zijn de ontvangende partij. De onderliggende gedachte achter dit type onderwijs is centrale sturing, beloning en straf.

Als eerste beschrijf ik een alternatief type onderwijs dat gebruik maakt van internet en ICT. Dit type onderwijs is gebaseerd op vrijheid+structuur, vertrouwen, verantwoordelijkheid, samenwerking en gelijkwaardigheid.

Context met Internet en ICT

Inmiddels beschikt iedereen over een internetverbinding, is informatie beschikbaar en kun je jezelf toetsen met apps. Tijd om het roer om te gooien! Dit zijn de ingrediënten voor een context, gebaseerd op vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid, samenwerking en gelijkwaardigheid. Hoe doe je dat?

Spreek met de klas een kader (b.v. vriendelijk + duidelijk) af en toon zelf gedrag dat past bij dat kader. Creëer vervolgens een context waarbinnen zowel jijzelf als je leerlingen persoonlijk kunnen groeien en iedereen eigenaar is (een zo groot mogelijk deel) van de eigen ontwikkeling. De lesinhoud bestaat nu zowel uit basisstof als uit keuzeonderwerpen. De vrijheid om te mogen kiezen biedt leerlingen de mogelijkheid verder te bouwen op hun persoonlijke voorkennis. Eenmaal in de flow stellen leerlingen zich coöperatief op waarderen het als jij vriendelijk en duidelijk orde houdt en daarmee hun waardevolle onderwijscontext in stand houdt en verbetert.

Wat betreft de basisstof blijft, net als in het verleden, centrale toetsing een rol spelen. Het verschil  is dat er nu aan centrale toetsing een ander type toetsing voorafgaat. Leerlingen toetsen zichzelf met een app op een zelfgekozen moment. Als je deze app zo instelt dat het niveau correspondeert met cijfer 8 van de uniforme toets, weten de leerlingen dat ze bij succes met de app de centrale toets met vertrouwen tegemoet kunnen zien. Bij deze aanpak is het mogelijk om als klas gemiddeld ruim boven het cijfer 6.3 uit te komen.

Naast toetsing met een app is het ook mogelijk een zogenaamde ‘open boek’ toets te geven. Leerlingen krijgen daarbij een hoeveelheid tijd b.v. drie uur, om met open boek en in samenwerking een toets te maken met een tijdslot wat betreft het inleveren. Deze aanpak berust op verantwoordelijkheid van de leerling, samenwerking tussen leerlingen en op vertrouwen van de docent in leerlingen. Bij dit type toets beseffen de leerlingen dat alleen spieken ze geen stap verder helpt. Jij kunt er door zo’n toets te geven op rekenen dat je leerlingen drie uur geconcentreerd met jouw vak bezig zijn.

Ook in deze nieuwe context is er ongelijkheid: jij maakt de context en leerlingen maken gebruik van de context. Door leerlingen nieuwe ideeën van leerlingen op te nemen en door feedback te vragen op de door jou gemaakte context, ontstaat er over de context een vruchtbare dialoog. Door die dialoog is iedereen in zekere zin eigenaar van de context.

Met de zojuist geschetste onderwijscontext is het mogelijk elementen van het onderwijs achter ons te laten die zorgen voor problemen en frustratie

Context uit de tijd van de verlichting.

Bij deze context houdt jij als docent de leiding in handen, je geeft frontaal les met overwegend uniforme opdrachten die uitmonden in gezamenlijke centrale individuele toetsen. De stimulans voor leerlingen om aan het werk te gaan is het cijfer. Beloning komt de vorm van hoge cijfers en straf in de vorm van onvoldoendes.
Uniforme opdrachten die je op één moment centraal toetst, zijn voor een deel van de groep te makkelijk en voor een ander deel te moeilijk. Noodgedwongen richt je je bij uniforme opdrachten op de groep met een gemiddeld niveau en dat is voor jou bij het samenstellen van opdrachten inhoudelijk onbevredigend. Gevolg van jouw aanpak is dat snelle leerlingen zich vervelen en langzame leerlingen afvallen. Naast het feit dat er voor de leerlingen niets te kiezen valt, zijn de niveauverschillen aanleiding voor het verstoren van jouw les. Als jij je door de (onbewust zelf veroorzaakte) verstoringen laat provoceren, kom je tegenover de groep te staan. Dan is het lastig die vicieuze cirkel te doorbreken.

Vragen die voortvloeien uit deze video:

Hoe vermijd je Hiërarchie (macht en tegenmacht)?

Hoe stuur je bij zonder de relatie te beschadigen?

Kan ICT zelfsturing bevorderen?

Hoe ziet onderwijs eruit zonder nadelen die Ken Robinson beschrijft in deze video?