Op de site van Vriendelijk orde houden (VOH) introduceren wij een aantal nieuwe begrippen, producten en gebaren. Deze begrippen geven wij aan met een hoofdletter. Deze begrippen horen bij het geven aanwijzingen met lichaamstaal en het aansturen en bijsturen van storend gedrag. Hieronder volgt een beschrijving van het gebruik van het gebaar de ‘Vuurtoren’, het ‘Tipboek’  waarin je Tips opschrijft en de ‘Spiegelmap’ waarmee je aangeeft hoeveel Tips je al hebt gegeven.  De Spiegelmap gaat na verloop van tijd werken als een assistent waar je, als de aandacht wilt richten op de les, alleen maar naar hoeft te wijzen of naar toe hoeft te lopen.

Een groep leerlingen kan van nature rustig zijn of druk. De manier waarop een groep leerlingen jouw klas binnenkomt verschilt per keer. Op weg naar jouw lokaal kan er iets gebeuren dat de groep in een onrustige stemming brengt. Een klas die doorgaans rustig is, kan op een dag toch druk binnenkomen.

Hoe de groep ook binnenkomt, het is altijd jouw taak om de les in een aandachtige en rustige stemming te beginnen zodat de leerlingen zich kunnen concentreren. Bij een drukke groep zul je dan eerst wat moeten doen aan de energie voordat je aan de inhoudelijke les kan beginnen. De Spiegelmap speelt hierbij een cruciale rol. Aan het begin van elke les zien de leerlingen de blauwe afbeelding van de Spiegelmap met de tekst ‘de klas heeft een goede werkhouding’.

Rustige binnenkomst
Als iedereen zit maak je het Vuurtorengebaar (Gebruik lichaamstaal). De leerlingen zijn dit van jou gewend en reageren snel met aandacht. Jij begint nu met de les. Bij deze rustige les speelt de Spiegelmap verder geen rol.

Stel dat er voorafgaande aan de les iets is gebeurd dat de klas volledig beheerst, men is druk er zijn allerlei heftige gesprekken gaande. Hoe reageer je daarop?

Zeer drukke binnenkomst – bijsturen van gedrag
Je maakt dan (extra) langzaam het Vuurtorengebaar (geen reactie), je pakt de Spiegelmap, je loopt (ook weer langzaam) naar een leerling en vraag deze de groene afbeelding voor te lezen “let op je werkhouding”. Dan zeg je: “graag opletten” en je noteert deze tip met de naam van de leerling in je Tipboek. Ondertussen kan de hele klas nog steeds druk blijven, en toch zien ze allemaal jouw beheerste reactie. Vervolgens maak je weer langzaam het Vuurtorengebaar (weer geen reactie). Je loopt naar een tweede leerling, toont de oranje afbeelding en vraagt een leerling die voor te lezen: ‘de kans bestaat dat iemand een reflectieverslag gaat schrijven over zijn / haar gedrag’ (naar analogie van een stoplicht weten de leerlingen nu dat zij moeten stoppen). Weer geef je de tip “graag opletten” en noteert deze in je Tipboek met de naam van de leerling erbij. Met de Spiegelmap heb je de tips geteld: alle leerlingen weten nu dat je twee Tips gaf. Weer ga je voor de klas staan en maak je het Vuurtorengebaar. Vermoedelijk is er nu wel een reactie, maar stel dat dit niet zo is: Je loopt dan naar een leerling toe en geeft deze een Tijdrovende opdracht terwijl je zegt “ik moet je nu helaas deze opdracht geven”. Je noteert in je Tipboek de naam van de leerling die je zojuist de opdracht gaf. Weer ga je voor de klas staan en maak je het Vuurtorengebaar. De kans is nu groot dat de leerlingen opletten.

Toon gewenst gedrag
Bij al deze handelingen heb jij je rustig en consequent gedragen (Toon gewenst gedrag). De leerlingen nemen (uiteindelijk) jouw voorbeeld over (want ze willen geen tijd kwijtraken aan het maken van een Tijdrovende opdracht). Als het stil is, vraag je of een van de leerlingen wil wil uitleggen waarom de klas zo druk is. Is er iets gebeurd? Na dit gesprek, waarbij de oorzaak van hun drukke houding is besproken, begin je met de les. Eventueel is er naar aanleiding van het groepsgesprek contact nodig met de leiding.

Dit alles, ook bij een extreem drukke manier van binnenkomen, neemt doorgaans weinig tijd in beslag. Zou jij als docent aan het begin van de les een drukke klas met stemverheffing om aandacht vragen, dan werkt dit averechts. (Als een rode lap op een stier). Jij neemt dan onbewust hun onrust over met weer als gevolg dat ze jouw onrust overnemen (spiraal van toenemende energie). Daarmee verstoor je jouw eigen les en jouw eigen concentratie. Bovendien wordt je er moe van. Je gooit olie op het vuur. Het kan zijn dat de klas goed reageert op jouw stemverheffing, maar wat doe je als ze niet luisteren? Als ze druk blijven, moet jij nog harder schreeuwen? Misschien lukt het om de groep te intimideren maar van gelijkwaardigheid is dan geen sprake.

Aansturen en bijsturen
De aanpak Vriendelijk orde houden bestaat uit twee elementen: aansturen en bijsturen.
Aansturen (de eerste twee tips zijn gratis) kost leerlingen geen tijd, bijsturen wel: bij de derde tip hoort een tijdrovende opdracht. Over de term Tijdrovende opdracht: Leerlingen horen jou nooit de term Tijdrovende opdracht zeggen. In plaats daarvan gebruik je op het VOH de term reflectieverslag en in het PO de term brief aan de juf/meester.  De Tijdrovende opdracht bestaat uit twee vragen aan de leerling: Wat is er gebeurd? en  Hoe lossen we dit voortaan beter op. Met deze laatste vraag geeft de leerling zichzelf een Tip en is daarmee eigenaar van de oplossing. Daarom kun je een Tijdrovende opdracht beschouwen als de derde Tip.

Bij frontaal lesgeven geef je met deze aanpak jouw groep leerlingen de ruimte voor een zekere mate van verstoring (het zijn kinderen). Maar iedere leerling ziet duidelijk aan de Spiegelmap wanneer die ruimte is verbruikt en weet dan dat de derde verstoring samengaat met een Tijdrovende opdracht.

Bij zelfstandig werken tel je de Tips die je een leerling geeft in een periode bij elkaar op. De eerste twee Tips (b.v. Tip 1 in les 2, Tip 2 in les 4) hebben voor de leerlingen nog geen consequentie (aansturen). De Tijdrovende opdracht, bijvoorbeeld in les vijf, heeft wel een consequentie: je stuurt een leerling dan bij met een Tijdrovende opdracht.

Grens
Sommige groepen (bij frontaal lesgeven) of sommige leerlingen zoeken bij deze aanpak steeds de grens op, andere groepen of andere leerlingen hebben daar helemaal geen behoefte aan. Deze aanpak past bij elk type groep, ieder type leerling en maakt de manier waarop je orde houdt doelgericht en efficiënt. Alle aandacht gaat naar de les.

Begin van de les – vervolg van de les
De aanpak van Vriendelijk orde houden, kun je gebruiken aan het begin van elke les maar ook in het vervolg van de les bijvoorbeeld bij zelfstandig werken of voor het aan- en bijsturen van de manier waarop leerlingen huiswerk maken. Om deze aanpak goed tot zijn recht te laten komen, spreek je eerst met je leidinggevende af dat een leerlingen die een Tijdrovende opdracht niet bij jou inlevert dat later doet bij je leidinggevende.  ook spreek je met de groep een kader af. Vervolgens kun je op de hierboven beschreven manier aan het werk met aansturen en bijsturen

Bij succes ontstaat ruimte een uitdagende lesinhoud. Met deze invalshoek van Vriendelijk orde houden geef je leerlingen vrijheid en maak je ze verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces.

Samenvatting
Het voordeel van deze aanpak is dat je elke les, hoe de leerlingen ook binnenkomen, op dezelfde rustige manier met de les begint. Bij een klas die rustig binnenkomt, kun je vrijwel direct aan het werk. Bij een klas die op een drukke manier binnenkomt, duurt jouw startroutine afhankelijk van de situatie iets langer. Met de Spiegelmap (voor frontaal lesgeven) en met de klassenlijst (die je bij zelfstandig werken gebruikt voor het noteren van tips), lukt het je om elke groep en iedere leerling bij elke werkvorm snel aan het werk te laten gaan. Je bent en blijft vriendelijk én duidelijk. De leerlingen weten dat ze bij jou zich op de lesstof kunnen concentreren. Ook merken ze dat je aandacht hebt voor de dingen die zij meemaken, mits dit gebeurt op een constructieve manier waarbij jij de leiding hebt.