Johan ’t Hart,

Bij Vriendelijk orde houden gebruiken docenten een kader om aan te geven hoe ze met hun leerlingen willen werken. Hierdoor komen talenten van hun leerlingen tot hun recht en kan iedereen zijn wie die is.

De achterliggende gedachte bij het instellen van een Kader is dat je de leerlingen vraagt om af te zien van drie vormen van verwerpelijk gedrag:

  1. Anderen beledigen
    Op school krijg ik de kans mijn eigen leven vorm te geven als ik mij houd aan twee eenvoudige aanwijzingen: vriendelijk en duidelijk. Om mijn eigen leven vorm te kunnen geven zie ik ervan af anderen te beledigen.
  2. Handelen zonder inmenging van anderen.
    Op school leer ik samenwerken. Dit vraagt van mij de bereidheid om mij zo nodig bij te laten sturen.
  3. Ingaan tegen het bestaande kader.
    Mijn school heeft een kader opgesteld waardoor iedereen meetelt. Het stelt ons in staat samen te werken, onze talenten te ontwikkelen en onze eigenheid te ontdekken. Om dit mogelijk te maken houd ik mij aan het kader en zal ik ma zo min mogelijk tegen het kader te verzetten.

Over de herkomst van deze opsomming: Deze vormen van verwerpelijk gedrag zijn geformuleerd na het lezen van een boek van Rob Wijnberg getiteld “Nietsche en Kant lezen de krant”. Wijnbergen (2011). Wijnbergen gaat in zijn boek, in op de door Nietzsche benoemde altijd aanwezige machtsstrijd. De kunst is om deze machtsstrijd vriendelijke, duidelijke en met open vizier te voeren.

In zijn boek spreekt hij over drie ‘rechten’. Bij dit onderwerp Kader is dat naast andere aanpassingen, veranderd in ‘vormen van verwerpelijk gedrag’.

Niet alle leerlingen zien direct af van verwerpelijk gedrag. Deze leerlingen stuur je bij want je neemt het door jou ingestelde Kader serieus en ziet het als jouw taak om dit te bewaken (Orde Houden).