Samenvatting VOH

Onlangs vroeg een cursist naar een samenvatting van de aanpak van Vriendelijk orde houden.

1) Het begint met het afspreken van een voor iedereen acceptabel kader. Zolang iedereen zich aan dat kader houdt, gaat alles goed.

2) Als er ondanks het kader toch verstoringen plaatsvinden, staat in de linker cirkel hoe de docent daarmee omgaat. Met deze aanpak lost de docent de meeste problemen zelf op.

3) Tussen de twee cirkels staat het protocol. Dit is een afspraak tussen schoolleiding en docent die alleen gebruikt wordt als een leerling een maatregel niet uitvoert.

4) De rechter cirkel geeft aan hoe docent, ouders en schoolleiding en indien nodig het zorgteam volgens protocol handelen in de uitzonderlijke gevallen waarbij een leerling zich door de maatregel niet laat bijsturen.

Nu volgt een aanvulling die aansluit bij de hoofdstukindeling van Vriendelijk orde houden: 1 Orde maken, 2 Orde houden.
Onvrede en boosheid bij leerlingen beïnvloedt de stemming van de docent. Zo ontstaat een negatieve spiraal waar je als docent uit wilt komen. Hoe doe je dat?

Orde Maken
Hiermee voorkom je dat je als docent zelf de aanleiding bent van verstoringen.

1 Duidelijkheid begint bij het afspreken van een gemeenschappelijk Kader waaraan iedereen, ook de docent zich aan dient te houden. Door het Kader weet iedereen welk gedrag gewenst en welk gedrag ongewenst is.

2 Vervolgens geeft de docent duidelijke opdrachten en toont deze op het bord. De leerlingen weten wat de docent van ze verwacht (Verwachtingsmanagement).

3 De docent vervangt gesproken instructie zoals :’stop met praten’, ‘draai je om’ ‘let op’, enz door gebaren. Bij het maken van deze gebaren kijkt de docent vriendelijk (Gebruik lichaamstaal).

4 Als de gebaren niet het gewenste effect hebben, formuleert de docent bij verstoringen van de les positieve tips (Geef en administreer tips) en noteert deze met de naam van degenen die de les verstoort in een zogenaamd ‘tipboek’. Dit voorkomt het herhaaldelijk waarschuwen van dezelfde persoon.

Aanvulling bij stap 2
Zoek naar mogelijkheden om voorkennis van leerlingen te activeren. Laat daarbij leerlingen zelf bepalen met wie ze samenwerken en bereid meerdere onderwerpen voor waaruit leerlingen kunnen kiezen. Zo zijn de leerlingen eigenaar (van een deel)  van hun eigen leerproces. Er ontstaat zelfsturing én diversiteit. Deze diversiteit kunnen leerlingen weer aan elkaar doorgeven. Zo bied je de leerlingen de kans hun talent te ontdekken. 

Orde Houden
Bijsturen van ongewenst gedrag.

1 Na twee tips geeft de docent een Tijdrovende opdracht die de leerling vraagt de verstoring te beschrijven en een oplossing aan te dragen die verdere verstoring voorkomt. Het is de bedoeling dat de leerling deze opdracht de volgende dag inlevert. Dan is de emotie gezakt en is het mogelijk constructief te spreken over de gemaakte opdracht. Meestal is het probleem dan opgelost.

2 Als een leerling deze opdracht niet inlevert, gebruikt de docent het Protocol. Daarin staat dat de docent de schoolleiding en ouders informeert en hen vraagt om de leerling/hun kind aan te sporen de opdracht alsnog te maken.

3 Als deze aansporingen niet helpen, vraagt de docent de volgende les de leerling de opdracht buiten de les te maken en de opdracht aan het einde van de les in te leveren met een uitstuurbriefje erbij.

4 Als de leerling ook nu niet meewerkt, neemt de schoolleiding de afhandeling van de opdracht van de docent over en is de leerling tijdelijk de toegang tot de les ontzegd. Zo voorkomt de school verdere escalatie tussen docent en leerling.

De rest van de klas merkt weinig van de stappen 2 tot en met 4 en kan rustig doorwerken.