Johan ’t Hart,

100 dagen voor de klas aflevering 4

Bij de start van de afleveringen van 100 dagen voor de klas, stond deze quote op de voorpagina van de VPRO-gids:
Tim: “Als ik leraar was, zou ik juist niet mezelf moeten zijn. Je hebt niets aan een springerige en jolige leraar.”

In de derde uitzending van 100 dagen voor de klas vraagt zijn begeleider Bjorn aan leerlingen die les kregen van Tim welk advies zij hem kunnen geven. Ze adviseren Tim vooral om rustiger te zijn.
Aan het docentschap zitten blijkbaar twee kanten:
1. Je natuurlijke uitstraling
2. Welke houding je laat zien aan de leerlingen.

Het spanningsveld tussen beide kanten heeft te maken met authenticiteit. Je kunt je dan afvragen:
1. Streef ik ernaar om mijn natuurlijke uitstraling altijd te behouden?
2. Pas ik mijn natuurlijke uitstraling aan zodat ik meer rendement haal uit mijn lessen?

Ik denk dat Tim met zijn eerste opmerking gelijk heeft. Leerlingen nemen een springerige, jolige docent, niet serieus. De kans is dan klein dat de leerlingen serieus aan het werk gaan.
Serieus aan het werk gaan is wel een voorwaarde voor het einddoel van het onderwijs, namelijk het diploma en daarbij horende vaardigheden om je in de maatschappij te kunnen redden. Om leerlingen dat diploma te laten halen stelt de overheid docenten aan.
Op de achtergrond speelt in het onderwijs een andere factor mee die minstens zo belangrijk is: Als docent ben je een rolmodel voor je leerlingen. Past bij dat rolmodel het beste een aandachtige serieuze houding. Moet Tim zijn jolige en springerige houding verbergen en zichzelf daarmee geweld aandoen?

Vriendelijk orde houden adviseert het volgende:
Wees vriendelijk en duidelijk. Als je dit vol kunt houden, ook tijdens het bijsturen van gedrag ontstaat een veilige omgeving. In die veilige omgeving is ruimte om samen plezier te maken en zullen de leerlingen de joligheid en springerigheid van hun jonge energieke docent juist waarderen!