Wietske Tijssen – Leerkracht PO

De eerste negen weken van het schooljaar heten in het PO “de gouden weken“. Goud is het meest kostbare metaal, wat aangeeft dat deze eerste weken in het onderwijs belangrijk zijn. Want, als het je lukt om in de beginperiode een stevig fundament te bouwen met je klas, waarbij de leerlingen begrijpen dat zij een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de sfeer in de klas, dan heb je daar het hele jaar profijt van. Iedere leerling heeft in de vakantie periode een “eigen normaal” gehad thuis en is meestal alle regels, normen en waarden van het jaar daarvoor vergeten.

Na de vakantie moeten de leerlingen elkaar weer (opnieuw) leren kennen. Ook is het dan noodzakelijk een nieuw “gezamenlijk normaal” te creëren met bijpassende regels, normen en waarden (bij Vriendelijk orde houden noemen we dit het Kader). Als je deze groepsvorming niet goed begeleidt, bestaat de kans dat leerlingen zich onveilig voelen en daardoor niet tot leren komen.

Het belang van een duidelijk Kader heb ik ondervonden toen mijn leerlingen na de Corona lockdown weer naar school mochten. Zes weken waren ze helemaal thuis geweest en vier weken hebben ze in halve klassen gewerkt. Na tien weken waren ze dus weer voor het eerst bij elkaar, na een uitzonderlijke situatie te hebben meegemaakt.  Ik dacht dat ik weer verder kon werken op het fundament dat ik aan het begin van het schooljaar met ze had opgebouwd, maar niks was minder waar.

Doordat het schooljaar uit nog maar vier weken bestond en ze elkaar zo lang niet hadden gezien, zag ik veel ongewenst gedrag door de vingers. Ik gunde ze deze tijd samen en had gewoonweg ook te weinig tijd om naast alle Citotoetsen en lessen die we moesten inhalen veel tijd te besteden aan het herhalen en inoefenen van ons bestaand Kader. Als ik gedrag wilde bijsturen deed ik dat niet op een duidelijk manier.

Het ontbreken van een duidelijk kader en protocol zorgde voor onduidelijkheid in mijn eigen handelen, waardoor leerlingen mijn grenzen over gingen. Grenzen die ik ze niet duidelijk had gemaakt waardoor mijn handelen niet consequent was en voor veel frustratie en conflicten zorgde. Waar ik voor de crisis leerlingen op een vriendelijke en duidelijke manier kon bijsturen, betrapte ik me er nu op dat ik stond te schreeuwen voor de klas terwijl er niemand naar me luisterde.

Het mooie aan het onderwijs is dat je ook jezélf kunt bijsturen en iedere dag opnieuw richting kunt kiezen. De laatste week startte ik de maandag op fluistertoon waarop een leerling zijn vinger op stak: ‘Juf, ben je ziek? Je praat zo zacht.’ ‘Nee’ zei ik, ‘dit is mijn normale stemvolume, maar die was ik zelf ook even vergeten’. Een mooiere voorzet had ik me niet kunnen wensen. We hebben de aanwezige stemvolumewijzer weer uitgebreid met elkaar besproken, waardoor het me lukte het schooljaar af te sluiten met een duidelijke én vriendelijke stem.