Meer voorbeelden bij Kennismaken en Samenwerken

Een leerling van het Pieter Nieuwland College vertelde in de klas haar persoonlijke verhaal.

Het vertellen van persoonlijke verhalen was het speerpunt van de Stichting Rapucation (zie naamswijziging naar VOH). Op meerdere scholen organiseerde deze Stichting ‘First ID‘ projecten waarbij leerlingen en docenten persoonlijke verhalen schreven en die met elkaar deelden met als doel het verbeteren van de sfeer  op school.

Bekijk hier een voorbeeld van een persoonlijk verhaal van Johan ’t Hart gemaakt tijdens een First ID op zijn school, het Pieter Nieuwland College.

Op het Pieter Nieuwland College dirigeert een leerling tijdens een muziekles zijn medeleerlingen.

2.55 een leerling neemt de leiding

Tijdens een muziekles neemt een leerling de rol van dirigent op zich. Hij leert de klas als orkest kennen. Omgekeerd leert de klas hem als dirigent kennen. Zo ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor leerlingen om kennis te maken met elkaar. Deze dragen bij aan de autonomie van de groep. De leraar heeft in deze situatie de rol van coach.

Meer citaten die aansluiten bij de module ‘Kennismaken en Samenwerken

Er is voldoende bewijs voor de relatie tussen vooroordelen binnen de groep, altruïsme en competitie. Maar met behulp van wiskundige modellen evalueerden mijn medewerkers (waaronder wiskundig bioloog Feng Fu en Martin Novak) en ik of vooroordelen en samenwerking binnen de groep konden ontstaan zonder concurrentie tussen groepen. De sleutel om dit te laten gebeuren is louter het vermogen van individuen om tussen groepen te kunnen wisselen. Een vloeiende sociale dynamiek kan de vijanden van gisteren veranderen in de vrienden van vandaag.” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Als we gastvrije, inclusieve gemeenschappen willen creëren, moeten we er alles aan doen om tribalisme af te zwakken en het gevoel van gemeenschappelijke menselijkheid aan te wakkeren. De kunst is om te voldoen aan de behoefte van mensen om erbij te horen en op elkaar te reageren zonder de meer defensieve en potentieel gewelddadige aspecten van tribalisme te activeren.Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Uit onderzoek blijkt dat “voor wat hoort wat” op termijn de meest succesvolle strategie is bij samenwerking: Degenen wiens morele emoties hen verplichten “voor wat hoort wat” te spelen, waren beter uit dan degenen met een andere strategie zoals “help iedereen die dat nodig heeft” (wat uitbuiting in de hand werkt) of “neem maar geef niet” (wat maar één keer lukt per persoon; al snel wil niemand meer een deel van de taart met je delen).” Haidt (2012), Jonathan

 Het is de functie van religieuze rituelen om mensen te brengen naar een hoger collectief niveau, om hen daarmee te binden aan een groep en hen dan terug te laten keren naar hun dagelijkse leven met versterkte loyaliteit naar de groep. Rituelen waar mensen zingen, dansen of eenstemmig zingen zijn hiervoor krachtige middelen.” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt. Bij dit citaat de kanttekening van VOH dat niet alleen religieuze rituelen ons tot een hoger plan kunnen leiden. Projectonderwijs zonder religieus karakter vervult deze functie ook.

Ik stel voor dat we deze benadering een stap verder brengen. Om het wonder te begrijpen van morele gemeenschappen die groeien voorbij de grenzen van verwantschap, moeten we niet alleen kijken naar mensen, en niet alleen naar de relaties tussen mensen, maar naar de complete omgeving waarin die relaties zijn ingebed, en die die mensen deugdzamer maakt (hoe zij die term zelf ook definiëren). Er zijn heel wat niet gangbare oplossingen nodig om een morele gemeenschap te ondersteunen“. Haidt (2012)

Durkheim beschreef mensen als “homo duplex” of “twee niveaus mens”:
Wij zijn erg goed in het individueel najagen van onze dagelijkse doelen (Drukheim noemt dit het niveau van het ‘profane’). Maar wij hebben ook de capaciteit om ons om te vormen, tijdelijk, tot een hoger collectief plan, dat Durkheim beschrijft als het niveau van het ‘heilige’.”

Van het grootste belang bij vrij spel is dat het altijd vrijwillig is; iedereen kan op elk moment stoppen en de activiteit verstoren, dus kinderen moeten goed letten op de behoeften en zorgen van anderen als ze het spel gaande willen houden. Ze moeten conflicten over eerlijkheid zelf oplossen; er kan geen beroep op een volwassene worden gedaan om de kant van het ene kind tegen het andere te kiezen.” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt. Bij dit citaat de kanttekening van VOH dat docenten en schoolleiding erop toezien dat conflicten niet uit de hand lopen.

  1. Vertel je leerlingen dat je bezig bent met de Cursus Vriendelijk Orde Houden in de klas (VOH) en dat je jezelf voorneemt om vriendelijk en duidelijk te zijn. Geef aan dat je hoopt dat ook je leerlingen zich vriendelijk en duidelijk opstellen. Geef aan dat je hen, als dat niet lukt, aanspreekt én en dat zij jou ook op vriendelijkheid mogen aanspreken (gelijkwaardigheid).
  2. Bedenk groepsopdrachten waarbij leerlingen door samen te werken meer kunnen bereiken. Een voorbeeld hiervan is Modeling.
  3. Op internet vind je met de zoekopdracht “mix en ruil coöperatief leren” een grote verzameling werkvormen.
  4. Bij dit artikel vind je een overzicht van verschillende werkvormen, waarbij leerlingen de kans krijgen met elkaar kennis te maken. Artikel: Coöperatieve werkvormen
  5. Uitspraken van vmbo docenten in aflevering 4 van 100 dagen voor de klas
    • Je moet achter de maskers kijken (van de leerlingen). Dan besef je dat ze buiten schooltijd misschien meer lol hebben, maar ook meer zorgen.
    • Leerlingen hebben vaak heel veel problemen. Als je daar oog voor hebt, als je daarvoor tijd inruimt op het moment dat de leerling dat even nodig heeft, dan ben je verbindend bezig.
  6. Verplaats je in de ander. Hoe is zijn/haar/hun situatie en wat zijn zijn/haar/hun wensen. Laat zien dat je zijn/haar/hun situatie herkent en geef pas oplossingen als daarom gevraagd wordt.
  7. Luisteren – Samenvatten – Doorvragen. Dit kun je gebruiken bij een oefening waarbij leerlingen elkaar leren kennen.
  8. Bij een verstoorde relatie met een leerling vraag je de leerling waarom het contact tussen jou en de leerling stroef verloopt. Je betrek de leerling bij het vinden van een oplossing en maakt indien nodig (afwijkende) afspraken over hoe jullie voortaan met elkaar omgaan of over de plaats van de leerling in de groep.
  9. Met rustige oefeningen waarbij kennismaken centraal staat voorkom je pesten. In een drukke en rommelige omgeving maken leerlingen ook kennis met minder aangename aspecten van elkaar.