1.1 Toon gewenst gedrag

Docenten geven het goede voorbeeld. De meeste leerlingen nemen hun houding als vanzelf over.

Ik geef vriendelijk en duidelijk les. Daardoor gaat alle aandacht naar de les.

Bapuji [Mahatma Gandhi, grootvader van Arun] had andere ideeën over opvoeden dan de meeste andere mensen. Hij was van mening dat kinderen meer leerden van het karakter en het voorbeeld van hun leraren dan uit boeken. Hij moest niets hebben van het aloude advies ‘doe wat ik zeg, niet wat ik doe’; hij was ervan overtuigd dat leraren het goede voorbeeld moeten geven als ze iets van hun leerlingen verlangen.” Gandhi (2017) Arun

Afbeelding: Haim Ginott

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe toonde ik tot op heden gewenst gedrag?

Toekomstige aanpak:

Hoe toon ik in de toekomst gewenst gedrag?

Inleiding toon gewenst gedrag

Toon gewenst gedrag‘ is één van de vier modules van de invalshoek ‘Vriendelijk’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).


Afbeelding 7: Vriendelijk (overzicht)

Onder gewenst gedrag verstaat VOH dat docenten onder alle omstandigheden zowel vriendelijk als duidelijk lesgeven. Als je daarbij lesgeeft met goede bedoelingen én over de nodige tact beschikt, is de verwachting dat de meeste leerlingen jouw voorbeeldgedrag overnemen en op den duur verinnerlijken. Met het tonen van gewenst gedrag nodig je je leerlingen uit om zich ‘gewenst’ te gedragen. Met jouw houding beïnvloed en stuur je het gedrag van je leerlingen. Jouw goede voorbeeld is één van de manieren waarmee je orde maakt en een positieve leeromgeving creëert.

Bij het tonen van gewenst gedrag maak je gebruik van  lichaamstaal en spreek je op een vriendelijke manier. Gewenst gedrag tonen is een vaardigheid die je ontwikkelt. Daarbij maak je soms fouten. Juist door op je eigen gedrag te letten en dit bespreekbaar te maken, leer je sneller. Het tonen van gewenst gedrag begint met het letten op je eigen gedrag. Ook let jij ook  op het gedrag van je leerlingen.

 De wereld is als een spiegel: kijk er boos in en ze kijkt boos terug, lach en ze lacht ook.Samuel (1937), Herbert

1. Starten met het tonen van gewenst gedrag

Je kunt op ieder moment beginnen met het tonen van gewenst gedrag. Hang het ‘Kader’ (Vriendelijk + Duidelijk) zichtbaar op, bespreek het met de leerlingen en pas het toe. Als jij consequent vriendelijk en duidelijk handelt, merken leerlingen deze verandering snel op. zie Oefenperiode

2. Wanneer toon je gewenst gedrag?

Gewenst gedrag toon je als je lesgeeft. Je let dan op je houding, het tempo van bewegen en het timbre van je stem. Daarnaast let je ook op deze aspecten:

  • Je zorgt voor een opgeruimd lokaal.
  • Op bent tijd aanwezig en rond taken op tijd af.
  • Je gebruikt vriendelijke, hoffelijke taal in de omgang met leerlingen en in je mails.

2.1 Toon ook gewenst gedrag tijdens het aan- en bijsturen

Het is een uitdaging om ook tijdens het aanspreken van een leerling op gedrag en inzet vriendelijk en duidelijk te blijven. Als dat lukt, geeft je met vertrouwen les. Je leerlingen nemen jouw rust over en alle aandacht gaat naar de les.

Deze afbeelding laat zien dat 95 procent van de leerlingen de houding van de docent overneemt. 5% van de leerlingen het gedrag niet over. Deze leerlingen stuur je op een vriendelijke en duidelijke manier aan en als dat nodig is stuur je hen bij (Aansturen en Bijsturen).

Afbeelding 10: de meeste leerlingen nemen jouw gedrag over

2.2 Toon gewenst gedrag bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken

Gewenst gedrag toon je zowel tijdens frontaal lesgeven als tijdens zelfstandig werken. In beide gevallen:

  1. gebruik je lichaamstaal. Je handelt zichtbaar.
  2. geef  je complimenten (liefst met het gebaar duim omhoog) of spreek je een leerling als eerste aan met lichaamstaal  op gedrag en inzet.
  3. zorg je voor wederzijds vertrouwen.
  4. benader je je leerlingen vriendelijk en duidelijk.
  5. blijf je observeren.

De verschillen in aanpak bij beide werkvormen zie je in de onderstaande twee kolommen

Toon  gewenst gedrag tijdens frontaal lesgeven

  1. Bij frontaal lesgeven lijkt jouw rol op die van een reisleider. Je sluit aan bij de belevingswereld leerlingen én vergroot hun belevingswereld. Op een aantrekkelijke, inspirerende manier presenteer je de lesstof en leid je het klassengesprek.
  2. Bij oefeningen die volgen op jouw uitleg bepaal jij in welke combinaties leerlingen samenwerken. Daardoor leren je leerlingen elkaar kennen.

Toon gewenst gedrag tijdens zelfstandig werken

  1. Je coacht individuele leerlingen of kleine groepjes leerlingen.
  2. Je praat  zacht (wel goed articuleren). Met je stem leid je de overige leerlingen dan niet af.
  3. Jouw rol lijkt op die van de wegenwacht. Een leerling die vastloopt, geef je hulp op maat, je stelt vooral helpende vragen. Jij coacht leerlingen op hun persoonlijke trektocht.
  4. Je geeft je leerlingen (binnen een structuur) een zekere vrijheid. Met die vrijheid ontwikkelen zij zich op een persoonlijke manier.
  5. Je geeft je leerlingen de gelegenheid iets te kiezen op eigen niveau.
  6. Je geeft je leerlingen de gelegenheid om zelf te bepalen met wie ze samenwerken. Met elkaar leggen zij contact met het vak en met ‘de wereld’.

3. Raakvlakken Roos van Leary – VOH

De Roos van Leary omvat een waaier van gedrag, waarbij elk gedrag een reactiegedrag oproept bij de ander. Tegenover elk gedrag kun je een contrasterend gedrag tonen om daarmee gedragsverandering bij een leerling te bewerkstelligen.

Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de Roos van Leary en de aanpak van VOH?

Leary stelt haat tegenover liefde en  dominantie tegenover onderdanigheid. Als je liefde opvat als vriendelijk en dominantie als duidelijk, komen Leary en VOH overeen in één punt: Vriendelijk + Duidelijk werkt het best.

Dominant heeft deze negatieve bijbetekenis: pedant, arrogant en dogmatisch. Probeer dat te vermijden. Vermijd ook de negatieve bijbetekenis van vriendelijk: weekhartig.  Als je je weekhartig opstelt ben je té lief.

Afbeelding 20: Vriendelijk en duidelijk in het assenstelsel van Leary

Meer informatie over de Roos van Leary op Wikipedia (‘Interpersoonlijk circumplex’).

3.1 Bewust niet spiegelen van gedrag

Soms spiegel je het gedrag van een leerling. Als een leerling boos is en jij reageert boos, ontstaat vaak een machtsstrijd. Nu volgen een aantal voorbeelden waarbij je met contrasterend gedrag meer bereikt dan met het spiegelen van gedrag.

  1. Als de klas druk is, en je wilt om aandacht vragen, begin dan met het Vuurtorengebaar. Met dat gebaar straal je rust uit, wordt het snel stil en kun jij als het stil is met zachte stem uitleg geven.
  2. Als een leerling jou op een ruwe manier aanspreekt, reageer je juist heel beleefd. Je spreekt deze leerling vriendelijk en duidelijk aan op gedrag en inzet.
  3. Een leerling toont uitdagende lichaamstaal. Je vraagt dan vriendelijk: “Ik zie dat er iets aan de hand is, wil jij mij iets vertellen?”

Als je je ergert aan dit uitdagende gedrag en ingaat op de uitdaging, dan ontstaat er een machtsstrijd. Het komt er dus op neer dat jij het gedrag dat je wenst te zien bij de leerling modelleert. Een leerling let op de intentie waarmee je iets zegt en neemt dan meestal jouw intentie over.

Met deze voorbeelden voorkom je dat je impulsief toegeeft aan de neiging om ongewenst gedrag van leerlingen te spiegelen.

4. Stemgebruik

Je kunt je stem op meerdere manieren gebruiken. Met hun stem zorgen mensen, bewust of onbewust, voor onrust in de klas.
Om het stemgebruik in de klas goed te begeleiden, is het belangrijk om hierover duidelijke afspraken met de klas te maken. Hiervoor gebruik je de stemvolumekaart. Met deze kaart maak je duidelijk wat voor verschillende stemmen je in de klas kunt gebruiken en welk volume daarbij hoort. Met een knijper of een magneet maak je per moment duidelijk welke stem je van je leerlingen verwacht.
Deze lijst met stemaanwijzingen zorgt er ook voor dat je op je eigen stemvolume let. Wanneer jij van je leerlingen een spionnenstem vraagt, geldt dat ook voor jou!

Afbeelding 22: stemvolume

Wat betreft jouw eigen stemgebruik:

Hard praten heeft vaak te maken met spanning, je gaat dan ook sneller praten wat weer zorgt voor onduidelijkheid. Hard praten kan ook een middel zijn om de leiding te nemen. Je kunt dit vermijden door voordat je iets zegt tegen de klas het vuurtorengebaar te gebruiken waarmee je om stilte vraagt. Dan begint jouw uitleg in alle rust en vinden leerlingen het prettig om naar je te luisteren. Er is een uitzondering waarbij ook VOH adviseert een luide stem te gebruiken.

Een voorbeeld van hoe je in de praktijk de Stemvolumekaart gebruikt.

5. Valkuil als je geen gewenst gedrag toont

Met het Kader aan de muur, vraagt je iedereen, dus ook jezelf, om vriendelijk en duidelijk te zijn. Wat als je één element weglaat?

Valkuil 1: Vriendelijk maar niet duidelijk

Dan word je te toegeeflijk en het lukt je niet om gedrag van leerlingen aan- of bij te sturen.

Valkuil 2: Duidelijk maar niet vriendelijk

Dan word je streng. Door streng op te treden, roep je (onbewust) ongewenst gedrag op en verlies je recht van spreken om gedrag aan- of bij te sturen. Door streng op te treden, schaad je het vertrouwen van je leerlingen. Als je je macht naar willekeur gebruikt, accepteren leerlingen jouw leiding niet.

Valkuil 3: boos reageren

Dan ontstaat spanning en verlies je vertrouwen. Zie bij ‘Reguleer je emotie‘: Klaslokaal met kelder en zolder

afbeelding 4 bang en boos

Als een leerling de les verstoort en je reageert boos dan heeft dat waarschijnlijk te maken met onmacht of omdat je je autoriteit wilt onderstrepen. Met jouw boosheid breng jij de rust en aandacht in gevaar. Als je boos lesgeeft, heb je geen plezier in je werk. Het doet niet alleen iets met jezelf, maar ook iets met je leerlingen. Als je boos bent (of speelt dat je boos bent – wat sommige docenten van zichzelf zeggen), schaad je het wederzijds vertrouwen en beschadig je de band met je leerlingen. Boos worden is vooral vermoeiend.

Als de hele wereld uitgaat van de oog-om-oog-filosofie, worden alle mensen blind.Arun Ghandi (2017)

Bekijk in dit verband het blog over Les Choristes met twee interpretaties van actie reactie: Het goede voorbeeld geven of Oog om oog, tand om tand.

6. Voorbeelden bij toon gewenst gedrag

Praktijkvoorbeeld Wietske, leerkracht groep 8

Leerlingen spiegelen niet alleen het gedrag van de leerkracht maar ook elkaars gedrag. Sinds wij Taakspel spelen heb ik de kracht van complimenten ontdekt. Als ik duidelijk mijn verwachtingen uitspreek, hoef ik daarna alleen maar de voorlopers te complimenteren met hun concrete gedrag. De meeste leerlingen willen ook graag complimenten en gaan daarom het gedrag van de voorlopers spiegelen. De laatste leerling(en) die hier niet gevoelig voor is (zijn), kan ik vervolgens met een gebaar of een persoonlijke opmerking op fluistertoon bijsturen. Dit hele proces kost weinig energie, sterker nog, het geven van complimenten levert energie op!

In een muziekles op het Pieter Nieuwland College gegeven door Johan ’t Hart dirigeert een leerling zijn klasgenoten. Van te voren had deze leerling gevraagd of hij de instrumenten mocht toewijzen aan medeleerlingen. In deze video toont deze leerling gewenst gedrag. Hij dirigeert zijn medeleerlingen op een rustige en duidelijke manier.

In deze video uit zie je achtereenvolgens:

  • docent begroet leerlingen
  • leerling neemt de leiding
  • docent bedankt leerlingen

Stephanie aan het woord. Zij heeft de Cursus Vriendelijk Orde Houden gevolgd én een diploma VOH ontvangen:

“Ik dacht ik streng moest zijn voor drukke klassen, een soort terror-juf. Dat is niet nodig als ik maar duidelijk en natuurlijk vriendelijk ben.”

Docent aan het woord die de Cursus Vriendelijk Orde Houden heeft gevolgd:

2.58 “Wat ik geef, krijg ik terug. Ik word vaker begroet, ik krijg vaker complimenten en leerlingen staan, als ik ze aanspreek, veel meer open voor een gesprek.”

7. Samenvatting

Jij toont zelf gedrag dat je graag bij jouw leerlingen wilt zien. Meestal nemen je leerlingen jouw gedrag over. Ook wanneer leerlingen het gewenste gedrag niet tonen, blijf jij vriendelijk en duidelijk.