3.1.2 Praktijkvoorbeeld leerlinggestuurde muziekles

Na 34 jaar ervaring voornamelijk frontaal muziekles geven (docentgestuurd) besloot Johan ’t Hart zijn lessen op een andere manier in te richten (leerlinggestuurd). Nu volgt zijn verslag van deze omslag.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling zit op een gitaar te improviseren, het klinkt goed. Ik vraag hoe hij dat geleerd heeft. Leerling: “Maar meneer, dat heeft u zelf op internet gezet!”. Dat was ik alweer vergeten. Ooit had een leerling mij uitgelegd hoe je improviseert op een gitaar en ik zette zijn antwoord op internet.

Meer voorbeelden

Inleiding

In de eerste 34 jaar (1980-2014) dat ik muziekles gaf op het Pieter Nieuwland College, gaf ik meestal frontaal les. Ik bepaalde wat er gebeurde. Hoewel ik niet ontevreden was, kreeg ik toch het gevoel dat veel van mijn leerlingen meer zouden moeten kunnen dan ze tot op dat moment lieten zien. Bovendien was er altijd een beperkende factor: de grootte van het lokaal en de beperkte beschikbaarheid van instrumenten. Bij een les over drums was er maar één drumstel.

De laatste drie jaar (2015-2017) dat ik lesgaf veranderde ik mijn manier van lessen op een manier die een oplossing bood voor deze beperkingen. Ik liet de leerlingen elke rapportperiode een onderwerp kiezen waaraan ze konden werken. Door die keuzes een beetje te stroomlijnen, kreeg elke leerling ergens in het jaar de kans zijn eigen keuze te volgen. De eerste helft van mijn lessen liet ik de leerlingen werken aan een gekozen onderwerp (leerlinggestuurd) en daarna improviseerde ik met de groep in een kring (docentgestuurd). In het laatste deel van de les zocht ik vooral naar interactie tussen leerlingen.

Beviel het?

In het begin kreeg ik niet alle leerlingen mee. Een reden hiervoor is dat niet elke leerling ervaring heeft met zelfstandig werken. Al vrij snel keken de leerlingen van elkaar de kunst af en gingen de meeste leerlingen zelfstandig aan het werk. De resultaten waren over het geheel genomen zeer goed.

Onderzoek

In 2017, het laatste jaar dat ik lesgaf  op het Pieter Nieuwland College is door het Prins Claus Conservatorium in Groningen onderzoek gedaan naar de manier waarop ik leerlinggestuurd onderwijs gaf. Dit onderzoek is geïnitieerd door Evert Bisschop Boele en uitgevoerd door Kees van der Meer. Lees het verslag van het onderzoek. De vragen die de onderzoekers stelden hebben mijn aanpak nog verder aangescherpt. Deze samenwerking zet zich tot op de dag van vandaag voort. De afgelopen jaren heb ik een aantal lessen gegeven aan de studenten Docent Muziek van het Prins Claus Conservatorium en ben ik via Kees van der Meer, die inmiddels de leiding heeft van de opleiding Docent Muziek in Groningen,  betrokken bij de organisatie van deze opleiding.

Video

Deze videobeelden uit 2010 zijn onder te verdelen in:

Docentgestuurd onderwijs:

  1. Leerlingen nemen allemaal deel aan dezelfde oefening op hetzelfde moment.
  2. Ritme oefeningen met gebaren om aan te geven welk ritme leerlingen gaan spelen.
  3. Leerlingen vormen een orkest en voeren samen één stuk uit genaamd Faras Ali.

Leerlinggestuurd onderwijs:

  1. Leerlingen krijgen de kans zich gedurende twee lessen voor te bereiden op een presentatie.
  2. Leerlingen treden op in de klas

In deze videobeelden uit 2012 is te zien dat ook voor 2014 mijn lessen al in de richting gingen van leerlinggestuurd onderwijs.

  1. Leerlingen bereiden zich zwijgend voor op een presentatie. Ze communiceren schriftelijk en met gebaren. De manier waarop ze elkaar met lichaamstaal iets duidelijk maakten,was prachtig om te zien!
  2. Een groot aantal van mijn leerlingen trad buiten de lessen om op voor de hele school. Dit laatste droeg sterk bij aan hun motivatie.

eerste vervolg inleiding

Waarom wilde ik mijn leerlingen nog meer dan voorheen (een deel van) hun eigen ontwikkeling laten bepalen?

Ik merkte dat sommige leerlingen veel sneller leren dan anderen. Als een leerling door mijn vak werd gegrepen dan kon zo’n leerling in korte tijd een groeispurt maken. Ik wilde proberen om deze groeispurt vaker te laten plaatsvinden. Daarom maakte ik laatste drie jaar als muziekdocent  meer ruimte voor leerlinggestuurd onderwijs. Ik vroeg mijn leerlingen, meer dan voorheen, zichzelf aan te sturen.

In deze videobeelden uit 2017 gaf ik voornamelijk leerlinggestuurd onderwijs. Mijn lessen hadden in de drie jaar dat ik dit type onderwijs gaf steeds een vaste structuur. Eerst werkten mijn leerlingen 20 minuten zelfstandig en daarna improviseerden we gezamenlijk 20 minuten in een kring.

De reden dat ik deze video maakte, was dat veel docenten mijn lessen bezochten. Om ook nadat ik gestopt zou zijn nog aan docenten te laten zien wat ik versta onder leerlinggestuurd onderwijs heb ik deze video opgenomen. De belangrijkste elementen hiervan komen terug in de cursus Vriendelijk orde houden.

In deze video is te zien:

  1. Leerlingen kiezen een onderwerp en werken daar zelfstandig aan met als gevolg intrinsieke motivatie.
  2. Ik gebruik lichaamstaal gebruikte. Daarmee verstoor ik zelfstandig werken zo min mogelijk.
  3. Voortdurend observeerde ik mijn leerlingen en stuurde indien nodig aan of bij.

tweede vervolg inleiding

Mijn loopbaan op het Pieter Nieuwland College in Amsterdam deel ik in in twee periodes van 34 en 3 jaar. Hieronder vergelijk ik mijn manier van werken van de eerste 34 jaar (1980 tot en met 2014) met die van de laatste 3 jaar dat ik lesgaf (2015 tot en met 2017).  Terugkijkend zie ik voornamelijk voordelen bij leerlinggestuurd onderwijs. Ik genoot ervan als mijn leerlingen met intrinsieke motivatie aan de slag gingen.

Er waren een aantal redenen waarom ik deze stap zette:

Ik maakte mijn lesmateriaal zelf en was gebonden aan een sectie die werkte met een lesmethode.

Ik had veel geleerd op het gebied van orde houden en vermoedde dat die kennis zou volstaan bij leerlinggestuurd onderwijs waarbij alle leerlingen een eigen koers uitzetten.

Met deze stap wilde ik docenten die tegen de beperkingen van docentgestuurd onderwijs aanlopen, helpen de overstap te maken naar  leerlinggestuurd onderwijs.

Bij het bepalen of een leerling wel of niet overgaat was het vak muziek op mijn middelbare school geen bepalende factor. Men noemde het vak muziek ‘een vak achter de streep’. Desondanks lukte het mij om in de laatst 3 jaar de meeste leerlingen hard te laten werken voor een cijfer door gebruik te maken van een andere manier van beoordelen: beoordeling met vinkjes.

Inhoudsopgave

  1. Intrinsieke motivatie
  2. Vergelijking Docentgestuurd- en Leerlinggestuurd onderwijs
  3. Eigen ontwikkeling vormgeven
    3.1 De eerste les van een blok van acht weken
    3.2 De eerste les van een volgend blok van acht weken
    3.3 De tweede les van een periode
  4. Hoe richt je je lokaal zo in dat 30 leerlingen zelfstandig kunnen werken
  5. Speelruimte bieden en beperken
    5.1 Administratie hierogliefen
  6. Beoordeling presentatie
    6.1 Presentatie alleen voor de docent tijdens zelfstandig werken
    6.2 Presentatie voor de hele klas tijdens het frontale deel van de les
  7. Voorbeelden resultaten
  8. Aandacht centraal
  9. Wat zie je in een wolk
  10. Leerlinggestuurde muzieklessen
  11. Zelfwerkzaamheid
    11.1 Filmfestival
    11.2 Afscheid van Peter van der Bosch
  12. Afbeeldingen

1 Intrinsieke motivatie

Met welk type onderwijs vergroot je de intrinsieke motivatie van leerlingen?

Met de combinatie van docentgestuurd- en leerlinggestuurde lessen behaalde ik al goede resultaten.

In de nieuwe opzet liet ik met pijn in het hart een aantal hoogtepunten van docentgestuurd onderwijs achter mij zoals gezamenlijk zingen. Ik had echter het sterke vermoeden dat uitsluitend leerlinggestuurd onderwijs nog meer vruchten zou afwerpen. Mijn pensioen kwam dichterbij en ik had nog maar drie jaar om dit uit te proberen. De grote stap naar leerlinggestuurd onderwijs heb ik gezet onder druk van de tijd. (Als ik het nu niet  doe, doe ik het nooit).

Wat ik van deze nieuwe opzet geleerd heb is:

  1. Het is mogelijk om elke leerling te laten werken aan een eigen onderwerp.
  2. Het is mogelijk het overzicht te houden op de activiteiten van de leerlingen.
  3. Het is mogelijk om leerlinggestuurd onderwijs in goede orde te laten verlopen.
  4. Hieronymus van Alphen schreef in 1787 “Mijn spelen is leren, mijn leren is spelen”. Ik zou hieraan nu toe willen voegen: “Mijn onderwijzen is spelen”. Zo voelde deze overstap voor mij.
  5. Bij leerlinggestuurd onderwijs werkten mijn leerlingen aan eigen projecten en verbaasden zij mij voortdurend met een originele aanpak. Ook vroeg ik hun na elke rapportperiode om suggesties en verbeteringen van het lesmateriaal en vroeg ik hun om advies over mijn stijl van lesgeven. Dit droeg bij aan de kwaliteit van mijn lessen.

Als ik als docent nu aan een nieuwe carrière zou beginnen, zou ik ik kiezen voor een afwisseling per periode:
Eerst een periode waarbij docentgestuurd onderwijs centraal staat. Vervolgens een periode waarbij leerlinggestuurd onderwijs centraal staat.

Vormgeving onderwijs

Hoe maak je een leeromgeving waarbinnen leerlingen zich ontplooien?  Bij leerlinggestuurd onderwijs vroeg ik mijn leerlingen elke lesperiode (rapportperiode/blok) zichzelf aan te sturen met de volgende serie opdrachten:

  1. Kies een onderwerp
  2. Beschrijf je voorkennis.
  3. Bepaal je doel (Wat wil je aan jou voorkennis toevoegen?)
  4. Maak een plan van uitvoering.
  5. Zoek informatie en vraag hulp van deskundigen, klasgenoten of vraag hulp aan je docent.
  6. Presenteer de resultaten van de door jou gekozen open opdracht aan de docent. Schat voordat je de presentatie geeft welk cijfer je zult krijgen. Na de presentatie vergelijkt de docent jouw cijfer met dat van hem of haar. Over het verschil tussen beide cijfers gaan jullie in gesprek.
  7. Beoordeel de basisstof op een zelfgekozen moment met een app.
  8. Toon de resultaten die je behaalt met de app aan de docent tijdens zelfstandig werken.
  9. Aan het einde van de eerste periode beoordeel je het door jou gebruikte lesmateriaal en geef je suggesties voor verbetering. De docent kiest een aantal suggesties uit en gaat daarmee aan de slag.
  10. Bij de start van een periode beoordeel je in hoeverre het doel dat je vaststelde aan het begin van de voorafgaande periode is behaald. Aan de hand daarvan bepaal je de grootte van jouw doel voor de komende periode. Bij goede resultaten in de voorafgaande periode kun je een ambitieuzer doel stellen, bij mindere resultaten is het aan te raden een bescheiden doel te kiezen.  Op termijn leer je hierdoor jezelf in te schatten en krijgt je een reëel beeld van je capaciteiten.

Bekijk de bijbehorende formulieren en informatie voor de leerlingen.

2 Vergelijking docentgestuurd- en leerlinggestuurd onderwijs

De laatste drie jaar maakte ik de overschakeling van een combinatie van docentgestuurd- + leerlinggestuurd onderwijs naar alleen maar leerlinggestuurd onderwijs.

In de onderstaande tabel zie je hoe ik als muziekdocent beide stijlen heb uitgeprobeerd en welke voor- en nadelen dat heeft.

34 jaar ervaringen met docentgestuurd onderwijs 3 jaar ervaringen met leerlinggestuurd onderwijs
Voorkennis Als beginnend docent met een afgeronde opleiding conservatorium schoolmuziek stond ik voor de vraag wat ik tijdens mijn lessen zou behandelen. Als ervaren docent stelde ik mijzelf de vraag of het mogelijk was leerlingen een deel van hun eigen ontwikkeling zelf te laten bepalen. Ik wist uit eigen ervaring dat ik het liefste alles zelf uitzocht. Zou ik mijn leerlingen ook op die manier aan het werk kunnen zetten?

Ik durfde deze stap te nemen omdat ik veel ervaring had met orde maken én omdat ik met de meeste onderwerpen ervaring had opgedaan.

Voorbereiding en format Ik gebruikte geen methode maar bereidde zelf mijn lessen voor en hoopte dat mijn leerlingen die lessen zouden waarderen. Aan het maken van een succesvolle les ging veel denkwerk en vaak jaren testen vooraf. De ene les was meer succesvol dan de andere. Gaandeweg ontstonden er een aantal succesnummers.

De meest succesvolle lessen (b.v. zingen – soundmix – drums) kregen dan iets weg van een format. Zo gaat het nu eenmaal het beste. Ik bleef die geslaagde lessen maar herhalen. Naast dat ik wist dat deze lessen goed zouden verlopen, voelde het ook als een val: Hoe meer succes, hoe meer herhaling, hoe minder creativiteit. Al deze ervaringen met het maken van lessen stelden mij n staat de stap naar leerlinggestuurd onderwijs te maken.

Verschillende onderwerpen bereidde ik voor en deze zette ik klaar op internet. Ook bedacht ik een format voor mijn lessen:

  1. De leerlingen komen binnen en bereiden zich voor op zelfstandig werken (5 minuten)
  2. Iedereen werkt aan eigen projecten (20 minuten)
  3. Overschakelen van zelfstandig werken naar frontaal lesgeven (5 minuten)
  4. Tot de bel gaat doen we gezamenlijk oefeningen waarbij leerlingen de leiding nemen (20 minuten)
Activiteiten van leerlingen Ik gaf elke les een show. De leerlingen deden mee met door mij bedachte activiteiten en oefeningen. Als je als buitenstaander een les van mij bezocht, zag je doorgaans slechts één activiteit (zie foto raaigras onderaan, een wei waar alleen maar één soort gras groeit). De leerlingen bedachten zelf wat ze gingen doen. Ter afronding van een keuze gaven mijn leerlingen een presentatie en verbaasden mij met hun uiteenlopende optredens (zie foto onderaan met een wei met bloemen)
Succes Succeslessen:

  • Vier lessen achter elkaar gezamenlijk zingen om de vleugel. De leerlingen hadden dan een multomap met 40 nummers en mochten nummers kiezen. Als ik een nummer mij begon te vervelen, wisselde ik dat nummer in voor een ander.
  • De soundmix (iedereen trad na elkaar op met microfoon en zong mee met een bestaand nummer, playbacken was niet toegestaan).
  • Drummen. Alle brugklassers kregen één les drummen. De rechtervoet tikte op de grond (basdrum). De rechterhand tikte in de lucht, de linkerhand tikte op de rechterknie. Nadat we dit gezamenlijk hadden geoefend, mochten de leerlingen om de beurt op het drumstel proberen of het daar ook lukte.
Direct werd duidelijk dat leerlingen nu op een andere manier profiteerden van mijn de kansen die ze kregen: Ze bleken thuis langer door te gaan met het werken aan opdrachten die ze zichzelf hadden gesteld. Een paar opmerkelijk verhalen:

 Ik stelde een app beschikbaar voor al mijn leerlingen. Bij die app zie ik hoever de leerlingen komen met hun muziekkennis. Zij konden ook mijn resultaten zijn met de app! Een aantal leerlingen zagen het als een uitdaging om mijn resultaten te overtreffen: Meneer, ik sta weer hoger in de app…

Verbeterpunten Naast de succesnummers waren er ook minder soepel lopende lessen. Jaar in jaar uit probeerde ik deze lessen beter te laten verlopen. Ik vroeg mijn leerlingen tijdens een evaluatie aan het einde van het jaar om verbeterpunten. Een deel van hun aanwijzingen verwerkte ik in het nieuwe lesmateriaal. De aanwijzingen van mijn leerlingen pasten lang niet altijd bij mijn bestaande aanbod. Hun suggesties hebben uiteindelijk geleid tot leerlinggestuurd onderwijs.
Na elke lesperiode van acht weken vroeg ik mijn leerlingen wat ik aan het lesmateriaal kon verbeteren. Dat zorgde voor een breder aanbod met minder fouten.
Beperkingen van deze aanpak Ik bepaalde de lesstof en gebruikte trucs (waarvan ik wist dat ze gingen werken) om mijn leerlingen mee te laten doen met mijn interactieve werkvormen.

Ik was niet meer in de gelegenheid om ergens uitleg over te geven aan de hele klas.

Show Ik gaf elke les een show en zo hield ik de leerlingen bezig. Mijn leerlingen gaven hun eigen show en namen daarbij de regie.

3 Eigen ontwikkeling vormgeven

De manier waarop ik startte met deze manier van lesgeven is cruciaal. in de eerste les maak je duidelijk dat elke leerling zelf aan het roer staat.

3.1 De eerste les van een blok van acht weken

Om een beeld te krijgen van hoe leerlinggestuurd onderwijs er in de praktijk uitziet, beschrijf ik nu hoe de eerste les bij de start van de eerste rapportperiode eruit zag.

De leerlingen krijgen van mij een formulier om in te vullen (zie onderaan de lijst met onderwerpen). Ze kiezen twee onderwerpen. Van een aantal instrumenten had ik er maar één. Van deze zeldzame instrumenten mochten ze er slechts één kiezen (DJ set, drums, elektrische gitaar). Onderaan het formulier stonden restricties. Instrumenten waarvan er veel beschikbaar waren (negen akoestische gitaren, elf elektrische piano’s, vele klokkenspellen) mochten ze altijd kiezen.

In stilte schreven de leerlingen hun wensen op. Als ze klaar waren leverden ze het formulier bij mij in. Ik controleerde of ze een toegestane keuze hadden gemaakt (drums + dj set mocht niet). Als hun keuze in orde was, gingen ze in de kring zitten. Dit alles duurt ongeveer 10 minuten. De rest van de eerste les van een periode les besteden we aan basisstofoefeningen.

Thuisgekomen bekeek ik de door de leerlingen ingevulde formulieren en maakte ik een indeling waarbij ik door de gestelde restricties in staat was meestal de eerste keus te honoreren en als dat niet ging de tweede.

3.2 Hoe ziet de eerste les van blok 2 tot en met 4 eruit?

Voor de duidelijkheid, in de eerste periode van het schooljaar is er geen voorafgaand blok, in de daarop volgende blokken wel. Om de leerlingen vanaf de tweede periode te laten reflecteren op het voorafgaande blok, gaf ik hun het eerder door henzelf ingevulde formulier van blok 1 terug samen met een nieuw formulier voor blok 2. Ze konden dan een nieuwe keuze maken voor het tweede blok,  rekeninghoudend met de resultaten die ze behaalden in het eerst blok.

Ik gaf ze vanaf blok 2 twee formulieren.

  1. Het formulier dat ze het vorige hadden ingevuld en dat ik had bewaard.
  2. Een nieuwe formulier voor het nieuwe blok waarop ze reflecteerden op het vorige blok én hun nieuwe wensen kenbaar maakten. Als het nieuwe formulier was ingevuld, leverden ze beide formulieren in en gingen ze in de kring zitten. Ook dit duurde 10 minuten.

3.3 De tweede les van een periode

Ik las de indeling die ik thuis had gemaakt aan hen voor. Ze wisten dan aan welk onderwerp ze konden gaan werken. De leerlingen pakten hun iPad, zochten de bijbehorende PowerPoint op en gingen aan het werk. Het kon dan gebeuren dat er twee leerlingen naar mij toe kwamen die van onderwerp wilden ruilen. Dat kon alleen in de tweede les, daarna niet meer.

4 Hoe richt je je lokaal zo in dat 30 leerlingen zelfstandig kunnen werken?

In de videobeelden hierboven zie je dat een aantal instrumenten bespeeld werden met een koptelefoon: piano, elektrische gitaar, dj set, basgitaar. Gitaren, percussie, blokfluit, mondharmonica en klokkenspel waren akoestisch. Aan de maximaal 4 percussionisten per klas vroeg ik of ze zacht wilden spelen. Om ruimte te creëren voor de leerlingen om te lopen en naar het instrument van hun keuze te gaan, had ik vier tafels gemaakt bestaande uit zes kleine eenpersoons tafels. Ook had ik krukken in plaats van stoelen. Daardoor konden de leerlingen zich met kruk goed verplaatsen naar een geschikte werkplek.

5 Speelruimte bieden en beperken

In het boek Nietzsche en Kant lezen de krant maakte ik voor het eerst kennis met de begrippen positieve- en negatieve vrijheid Wijnbergen (2011), Rob. Graag verduidelijk ik deze begrippen met een andere term: speelruimte.

Ik gaf als muziekleraar les aan gemiddeld 17 klassen per jaar. De laatste drie jaar dat ik lesgaf, gooide ik het roer om en gaf ik mijn leerlingen de ruimte om tijdens de muziekles en daarbuiten te werken aan zelf geïnitieerde projecten op het gebied van muziek. Hoe gingen de verschillende klassen daar mee om?

Positieve ingevulde speelruimte

Ik herinner mij een drie vwo klas. Zij hoorden mijn nieuwe plan en gingen tevreden aan de slag. In die klas was het niet nodig om bij te sturen. Deze leerlingen gebruikten de geboden speelruimte optimaal.

Negatieve ingevulde speelruimte

Waar ik al rekening mee had gehouden, was dat deze utopische situatie zich niet altijd zou voordoen. Van tevoren bedacht ik een manier om de ruimte voor verstoringen per les te beperken. Daarvoor stelde ik een lijst op met zaken die mogelijk mis konden gaan. Elk onderdeel van de lijst voorzag ik van een zelf bedacht teken. Deze lijst met mogelijke verstoringen noemde ik ‘Hiërogliefen’ en hing deze aan de muur.

Als er tijdens het zelfstandig werken een verstoring plaatsvond, noteerde ik bij mijn aantekeningen per leerling een van de door mij ontworpen hiërogliefen.

In de praktijk probeerden creatieve leerlingen nieuwe types verstoringen uit. De kunst voor mij was dan om niet boos te reageren. In plaats daarvan beschreef ik de verstoring en ontwierp ik een nieuwe hiëroglief. Vervolgens voegde ik een nieuwe regel toe aan de lijst aan de muur. Ik vond in mijn archief een versie van deze lijst genaamd ‘hierogliefen17.png’. Blijkbaar heb ik de lijst in drie jaar tijd zeventien keer bijgewerkt! Met deze lijst beperkte ik de negatieve speelruimte (de ruimte die ik mijn leerlingen gaf om de les te verstoren) effectief.

5.1 Administratie hierogliefen

Ik gaf per rapportperiode ongeveer acht lessen. In mijn aantekeningen per leerling noteerde ik de hiërogliefen boven en onder een rijtje weeknummers: 1 2 3 4 5 6 7 8

  1. Boven de weeknummers noteerde ik zaken m.b.t. spullen en werkhouding
  2. Onder de lijst met weeknummers noteerde ik alles m.b.t. hun iPad.

Deze manier van administreren had de volgende voordelen:

  1. Alleen ik begreep mijn eigen hiërogliefen. Leerlingen konden daar geen informatie over elkaar uit distilleren.
  2. Ik noteerde niet alleen het type verstoring maar noteerde ook in welke les de verstoring plaatsvond.
  3. Als ik zag dat ik binnen een periode van acht lessen een tweede hiëroglief noteerde, vertelde ik de leerling bij een volgende verstoring rekening te houden met een Tijdrovende opdracht. Daarmee gaf ik de leerling de kans het gedrag te verbeteren.

6 Beoordeling presentatie

Bij het beoordelen van het resultaat in de vorm van een presentatie, maken leerlingen voorafgaande aan de presentatie een inschatting van hun cijfer. Ik besprak het cijfer dat de leerling zichzelf gaf met het cijfer dat ik zou geven.

Voordat ze gingen presenteren, vulden de leerlingen een geel of groen beoordelingsformulier in (onderaan staan deze voorbeelden).  Groen betekende: beoordelen tijdens zelfstandig werken alleen voor de docent, Geel betekende: presenteren voor de hele klas. Om leerlingen te stimuleren de stap te zetten zich voor de klas te presenteren, kregen ze voor een gele presentatie maximaal een 10 en voor een groene maximaal een 9.

Waarom gaf ik voor een presentatie voor de klas meer punten?

34 jaar achter elkaar had ik leerlingen verplicht laten optreden. Soms kwam er een intern begeleider naar mij toe om te vertellen hoe vreselijk moeilijk leerlingen met een rugzakje dit vonden. In de laatste drie jaar liet ik mijn leerlingen altijd vrij kiezen of ze wel of niet wilden optreden. Eigenlijk zie ik bij beide oplossingen voor- en nadelen. Als iedereen optreedt, geeft dit een gevoel van saamhorigheid. De druk die het voor bepaalde leerlingen opleverde om te moeten optreden, heb ik daarbij wellicht onderschat. Dat heeft mij bij leerlinggestuurd onderwijs doen besluiten leerlingen zelf te laten bepalen of ze wel of niet voor de klas wilden optreden.

6.1 Presentatie alleen voor de docent tijdens zelfstandig werken

PraktijkvoorbeeldVO

Een meisje had gekozen voor piano en was op eigen initiatief een stukje aan het instuderen. Zij vult een groen beoordelingsformulier (alleen voor de docent) in en laat mij horen wat ze heeft ingestudeerd. beiden geven wij een vergelijkbaar cijfer. Na de beoordeling gebruikt zij haar tijd om verder te gaan met studeren. Dat is namelijk wat zij wil: zij wil het stuk kunnen spelen. Dat staat los van de beoordeling. De beoordeling is voor haar een formaliteit.

6.2 Presentatie voor de hele klas tijdens frontale deel van de les.

PraktijkvoorbeeldVO

Twee meisje geven een presentatie tijdens het frontale deel van de les. Allebei bespelen ze een Ukelele. Ze vullen een geel beoordelingsformulier in. Zij hebben een afwijkende techniek ontwikkeld. Ze spelen om de beurt één akkoord. Zij doen dat omdat ze het moeilijk vinden om snel van akkoord te wisselen. Met deze techniek hebben ze meer tijd om te wisselen. Zou je hier zonder te kijken naar luisteren, dan lijkt het net alsof er één persoon speelt. Deze techniek hadden zij voor het eerst bij mijn lessen geïntroduceerd en hielden dit jaren vol. Hun aanpak is nooit door andere leerlingen overgenomen, zij waren hierin uniek. Na elke presentatie vroeg ik de twee meisjes of ze met hun speciale techniek wilden optreden. Dat deden ze graag en jaar in jaar uit deden ze mee aan voorstellingen. Ook na de derde klas, toen ik ze al geen les meer gaf en ze in de bovenbouw zaten, deden ze nog mee. De moeder van een van de meisjes belde mij een keer op met de opmerking dat ze binnen haar gezin nu allemaal ukelele speelde en of ik dat wel goed vond. Blijkbaar is het spelen op een ukelele aanstekelijk!

 

7 Voorbeelden van resultaten

Wat deden de leerlingen tijdens het zelfstandig werken? Ze gingen aan de slag met activiteiten die ik had klaargezet én ze verzonnen daar nieuwe dingen bij. Ik zag dat de meeste leerlingen goed aan het werk gingen en ik weet zeker dat ze van alles geleerd hebben wat mij is ontgaan. Maar waarom zou ik alles moeten weten? Zij zijn toch de baas over wat ze doen? Mijn rol is alleen het faciliteren van hun ontwikkeling en hen uitnodigen om vakkennis op te doen van muziek, het vak waar ik van houd.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling praatte te veel tijdens het zelfstandig werken. Dit leidde ertoe dat hij een reflectieverslag (Tijdrovende opdracht) moest maken. Daar raakte hij van in de put. Zijn moeder belde mij op en vertelde dat hij maar niet kon begrijpen waarom ik hem een reflectieverslag liet maken. Zij vertelde dat hij thuis alle oefeningen van school samen met zijn zus deed en niet van ophouden wist. Ik vroeg aan de moeder of zij haar zoon kon vragen voor mij één zin op te schrijven: ‘Ik ga proberen iets minder te praten in de muziekles’. Hij leverde deze zin in op een heel klein strookje papier. Bovendien gaf mij een cadeau en daarna verbeterde de verstandhouding. Hij is de leerling die dirigeert in de video ‘de ideale les’.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling vindt het prettig om met de app te werken en gaat eindeloos door met het behalen van nieuwe levels. Dit verschijnsel heb ik bij meerdere vakken gezien. Zo zag ik een meisje dat bij het vak Frans eindeloos lang oefende met een app. Daarmee verkreeg ze een enorme woordenschat. Een aantal leerling ging op deze manier om met de app ‘In Tempo’ die ikzelf had klaargezet. Het leek op ‘gameverslaving’. De app is er nog maar is niet meer beschikbaar in de app store.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling kiest steeds het onderwerp muziekgeschiedenis. Dat doet zij drie jaar lang bij elke periode. In het derde jaar dat ik haar lesgeef vraag ik, waarom kies je steeds muziekgeschiedenis? Zij geeft aan dat ze muziekrecensent wil worden.

 

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling is blijven zitten en komt in een klas waarbij iedereen maximaal profiteert van de geboden ruimte. Vorig jaar zat hij in een klas met problemen en dit jaar neemt hij zich voor om weer eens lekker te gaan storen. Al meteen merkt hij dat de andere leerlingen daar geen interesse in hebben. Ze gaan lekker aan het werk. Daar zit hij dan achter een elektrische piano en denkt: Hoe kan ik deze les verstoren? Hij ziet geen andere kans dan alle stekkers uit de piano te halen. Als ik bij hem kom, zie ik dat de stekkers eruit zijn en vertel hem dat vlak daarvoor alle stekkers er nog inzaten. Hoe komt dit? Hij weet van niets. Ik stop de stekkers er weer in en vraag hem de piano te gebruiken waar deze voor bedoeld is n.l. er op te gaan spelen. Na een paar lessen vraagt de leerling: Hoe moeilijk is Claire de Lune? Ik vraag of hij het stuk van Debussy bedoelt. Hij bevestigt dit. Ik geef aan dat als ik nu begin met studeren ik als ik 80 jaar oud ben het waarschijnlijk nog niet kan spelen, het is een heel lastig stuk. Hij besluit nu om te bewijzen dat het hem toch gaat lukken. Bij elke leswisseling tussen zelfstandig werken en frontale oefeningen in het midden van de les, gaat hij net iets langer door dan de anderen en laat dan horen hoever hij is gekomen met deze oefening! Jaren later tref ik hem aan in een muziekwinkel. Daar kun je alle piano’s uitproberen. Hij oefent nog steeds Claire de Lune van Debussy!

 

PraktijkvoorbeeldVO

Tijdens zelfstandig werken zitten de leerlingen die gitaar kiezen bij elkaar. Ze lezen voornamelijk van tabs (een notatie speciaal voor gitaar) en passen dit toe op gitaar. Als iemand had ontdekte hoe het een bepaalde tab gespeeld kon worden, vroeg ik de andere de gitaristen: “kijk even naar hem, hij weet hoe het werkt.”

 

PraktijkvoorbeeldVO

Twee meisjes willen dansen, maar willen beslist niet dat anderen dat zien. Daarom oefenen ze in de gang. Ze willen de dans op de gang aan mij laten zien. Ik geef aan dat dat niet mogelijk is omdat ik dan niet kan zien wat erin de klas gebeurt. Dan besluiten zij hun presentatie aan mij te laten zien in de klas tijdens zelfstandig werken (groene afbeelding hieronder). De beoordeling begint en de hele klas is stil, iedereen kijkt. Zij geven aan dat iedereen gewoon moet doorgaan met zelfstandig werken en niet op hen moet letten. Helaas, iedereen kijkt toch.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling durft niet op te treden en bespreekt dit met mij. Ik vraag of hij ook een alternatief kan bedenken. Hij vraagt of hij ook een filmpje mag insturen. Dat mag (vanaf dat moment mocht iedereen die niet durfde op te treden een filmpje insturen).
Hij stuurt nu vier keer per jaar een filmpje op waarbij hij samenspeelt met zijn vader die popmuzikant is. Tijdens een les spreekt deze jongen mij aan. Hij vertelt dat hij een lied heeft gecomponeerd en of ik ook een zangeres wist. Die was snel gevonden. Hij vroeg mij of ik hen wilde helpen. Ik gaf aan dat ik alleen bij de eerste regel zou helpen en dat ze het daarna alleen verder moesten doen omdat het anders mijn compositie zou zijn. Bij het optreden van deze leerling met zijn zangers waren de andere leerlingen verbijsterd. Dat hadden ze nooit achter deze leerling gezocht! Op een open avond komt de moeder van deze jongen bij mij en geeft het volgende aan: Onze zoon kan nu gitaar spelen. Ik zou het fijn vinden als u hem ook leerde drummen en pianospelen. Ik gaf aan dat de leerlingen bij mij aangeven wat ze gaan leren en dat ik hun keuze respecteer. Drie jaar later kom ik deze jongen tegen in de fietsenstalling. Ik vraag of hij nog muziek maakt. Nee, hij danst nu. Hij is wereldkampioen van een bepaalde tak van dans waarbij je op een mat staat en dan meet die mat of jij bewegingen die iemand maakt op een video goed nadoet!

 

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling doet in de drie jaar dat hij van mij les heeft niet echt zijn best. Als hij in de vierde klas zit en al geen les meer van mij heeft, komt hij naar mijn lokaal en vraagt of hij mag optreden. Na het optreden komt hij naar mij toe. Hij vraagt: hoe lang denkt u dat ik les heb? Ik zeg drie jaar. Hij zegt: Drie maanden!

8 Aandacht centraal

Tijdens het gezamenlijk werken zaten wij in een kring. Er waren dan drie onderdelen:

  1. Presentaties van leerlingen voor de hele klas
  2. Oefeningen met dirigeren
  3. Samen improviseren

Nu volgen er een aantal voorbeelden van wat er zoal gebeurde als we in de kring zaten.

PraktijkvoorbeeldVO

Een leerling heeft geen aanleg voor muziek. Wat we ook proberen, hij kan niet in de maat spelen. Dan verzinnen we deze oplossing. Hij gaat dirigeren. Wij nemen ons voor zo nauwkeurig mogelijk te doen wat hij vraagt. Als hij dirigeert, hebben zijn aanwijzingen niets te maken met de maat. Voor het orkest (zijn klasgenoten) is dit een uitdaging! De manier waarop hij ons aankijkt, gebaren maakt, zijn timing waarmee hij ons in de war maakt, heel intrigerend.

PraktijkvoorbeeldVO

Ik geef les aan een klas met een aantal leerlingen met dominant gedrag. Ik laat ze om de beurt dirigeren. De meest dominante leerlingen dirigeren zeer streng. Hun gebaren en gelaatsuitdrukkingen lijken op drillen bij militaire dienst. Ik laat zien dat dat dirigeren ook vriendelijk kan en geef ze de opdracht elkaar op een vriendelijke, uitnodigende manier te dirigeren. Met enige oefening bleken ze ook vriendelijk te kunnen kijken.

PraktijkvoorbeeldVO

Een groep van zes jongens wil samen optreden. Ik geef aan dat je per presentatie maximaal met twee leerlingen kunt optreden. Ze vragen mij of ze dan met zijn zessen drie optredens mogen doen waarbij ik dan steeds op twee andere leerlingen let. Van tevoren maakten deze jongens afspraken met hun klasgenoten waardoor er bij het optreden een element kwam van een flash mob. Zo ging de klas op een afgesproken moment collectief dansen. Samen genoten we van deze presentaties.

PraktijkvoorbeeldVO

Ik heb een nieuw instrument toegevoegd aan het bestaande instrumentarium: de gong. Als ik aangeef dat iedereen een instrument mag pakken, rennen twee jongens naar de gong en willen daar allebei op spelen. Dan zegt de een, ach ga jij maar eerst, dan ga ik wel straks!

PraktijkvoorbeeldVO

Een Havo Klas 3 krijgt van mij de laatste les. Daarna is het vakantie en zie ik hen niet meer terug omdat ik in klas 4 geen lesgeef. Ik zeg: “pak maar een instrument”. Ikzelf pak mijn accordeon. Normaal gesproken vroeg ik altijd van tevoren wie wilde dirigeren. Omdat dit de laatste les was, vroeg ik dat dit keer niet. Iedereen begint hard te spelen op de instrumenten. Ik ook! Met mijn accordeon maakte ik zeer storend harde geluiden! Leerlingen ergeren zich zichtbaar. Een leerling heeft genoeg van de herrie en gaat staan op de plek waar normaal gesproken de dirigent staat. Direct is het helemaal stil. Iedereen had zin om te beginnen.

9 Wat zie je in een wolk

Soms roept een wolk een beeld bij je op. Voor je ogen verandert de wolk en doet dan denken aan een ander beeld. Het is dan moeilijk nog terug te gaan naar het eerste beeld. In dit geval is het eerste beeld docentgestuurd onderwijs en het tweede beeld leerlinggestuurd onderwijs.

Al helemaal moeilijk is het om je direct twee beelden voor ogen te stellen en die twee beelden als werkvormen in afwisseling te kunnen geven. Toch is dat laatste wat ik iedere docent zou adviseren. Wat ik ter aanmoediging van andere docenten kan zeggen is dat ik met mijn experiment is geslaagd en dat het mogelijk is om leerlingen echt zelfstandig te laten werken. Het is mij gelukt omdat ik enerzijds preventief zorgde voor orde en anderzijds wist hoe ik een verstoring kon oplossen (curatief).

Bij leerlinggestuurd onderwijs geef je leerlingen de tijd om zelf te werken en initiatieven te ontplooien. Daar is een andere structuur en voorbereiding voor nodig dan bij docentgestuurd onderwijs. Net als bij de wolken is het lastig om terug te keren naar een eerder beeld. Ik hoop dat de informatie op deze site docenten laat zien hoe ze steeds van het ene beeld naar het andere kunnen wisselen.

Bij Leerlinggestuurd onderwijs is er geen garantie voor succes. Mijn omgeving raadde mij ten sterkste af dit te proberen. Mijn ervaring was dat al direct bij de introductie van mijn nieuwe leerlinggestuurde manier van werken een prachtige zelfstandig draaiende motor ontstond die ik jaar in jaar uit nog soepeler kon laten lopen. Opvallend was het gemak waarmee leerlingen accepteerden dat ik een totaal andere vorm van lesgeven introduceerde. Leerlingen kunnen veranderen!

Lees ook mijn blog over een wolk

10 Leerlinggestuurde muzieklessen

Ik heb de laatste drie jaar waarin ik werkte als muziekdocent gekozen voor Leerlinggestuurde onderwijs. Elke les was er gelegenheid om samen te spelen. Bij veel leerlingen sloeg dit aan. Opvallend was dat leerlingen ook na de lessen thuis zelfstandig van alles uitprobeerden. In het onderzoeksverslag over mijn muziekpraktijk geef ik zelf aan waarom ik leerlinggestuurd onderwijs geef:

Johan ’t Hart: “De meerwaarde van Leerlinggestuurd onderwijs zit volgens mij in het nemen van de regie door leerlingen bij het bestuderen van onderwerpen. De leerling kiest zelf het onderwerp uit en bepaalt hoe hij/zij aan het werk gaat. Door de begeleiding van de docent die de rol aanneemt van coach, blijft de leerling in staat om gericht te werken. Verder is een niet te onderschatten effect dat er veel meer geleerd wordt dan de docent kan toetsen. Leerlingen gaan thuis door met leren, raadplegen experts en leren van elkaar. Zo kan een leerling die nooit opviel in de klas in korte tijd thuis een competentie verwerven.

Een van de argumenten om op een leerlinggestuurde manier te gaan werken, was dat ik in de eerste 34 jaar dat lesgaf voorbeelden had gezien van leerlingen die geheel op eigen kracht grote vooruitgang boekten in korte tijd. Hun manier van leren leek erg op de manier waarop ikzelf als kind te werk ging. Ik was zelf niet goed in staat om uit handleidingen en informatie uit boeken op te nemen, dus volgde ik altijd mijn eigen aanpak. Daarbij raadpleegde ik regelmatig deskundigen of liet me helpen door getalenteerde klasgenoten. Een ander argument was dat ik tijdens het ontwikkelen van Vriendelijk orde houden steeds gemakkelijker kon werken met mijn groepen en voelde dat er ruimte was om te gaan differentiëren. Eerder sprak men in het onderwijs over ‘differentiëren binnen klassenverband’. De manier waarop ik gewerkt heb is verder ontwikkeld en komt terug in de modules van VOH. Tijdens mijn voorbereiding om mijn leerlingen gedifferentieerd te laten werken, las ik een Artikel van Clark over Assessment. Dat sloot naadloos aan bij mijn plannen.

Toen ik nog muziekles gaf, liet ik aan het begin van het schooljaar een PowerPoint zien met een samenvatting van de manier waarop ik wilde lesgeven. In deze PowerPoint vergelijk ik mijn lokaal met een Engelse tuin. In een Engelse tuin groeien veel verschillende bloemen. Mijn doel was om verschillende talenten tegelijkertijd de kans te geven zich te ontwikkelen. Niet alleen de leerlingen kregen de kans zich te ontwikkelen, ook ikzelf heb de laatste jaren veel nieuwe aspecten van mijn vak leren kennen waaronder een DJset en een elektronisch drumstel.

Op dit moment geef ik geen muziekles meer. Nu ben ik coach bij de cursus Vriendelijk orde houden en ben ik betrokken bij lerarenopleidingen. Na elke cursus of workshop vraag ik de cursisten om mij te beoordelen. Met hun antwoorden op die vragen, en hun opmerkingen tijdens de cursus, ga ik aan de slag.  Doorgaans breng ik direct verbeteringen aan. De waardering door cursisten is mede daardoor van gemiddeld 8.5 in de loop van 3 jaar naar 9.6 gegaan. Mijn inspanningen zijn er nu op gericht om Vriendelijk orde houden toegankelijk te maken voor docenten zodat zij kunnen profiteren van de door VOH verzamelde kennis

Mijn muzikale ambities zijn niet verdwenen. Dagelijks oefen ik met mijn melodica, accordeon en zit ik achter de piano en met de Conductors Band geef ik voorstellingen. Ook daar betrek ik het publiek bij de voorstelling en vraag ik het publiek mee te doen met improvisaties. Ook vraag ik deelnemers te dirigeren, vandaar de naam Conductors Band.

11 zelfwerkzaamheid

Twee voorbeelden van zelfwerkzaamheid wil ik u niet onthouden.

11.1 Filmfestival

Op een dag komen er na de lessen een aantal leerlingen mijn lokaal binnen en vragen mij of ze vier nummers mogen spelen op het filmfestival. Ik vraag of ze één nummer als voorbeeld voor mij willen spelen. Dat klinkt goed. Ik vraag welke spullen ze daarvoor nodig hebben. Die leg ik klaar in een kast waar elke docent met sleutel in kan komen. Op de dag zelf zal ik er niet bij zijn en ik wens hen veel succes. Tijdens een feestje op de avond van de voorstelling word ik gebeld. Een collega geeft aan dat alles misgaat met de jongens die gaan spelen! Ik snel naar school en daar hoor ik de groep al spelen. Ze spelen de gitaarsolo van Hotel Califonia van the Eagels tweestemmig met twee elektrische gitaren. Geweldig.

11.2 Afscheid van Peter van der Bosch

Peter, de rapper Tony Scott met wie ik samenwerkte, was zeer geliefd bij de leerlingen. Leerlingen vroegen mij of ze een afscheid voor Peter mochten organiseren. Dat werd een avond met een benefiet karakter. Zij haalden geld op voor de ziekte waaraan Peter lijdt: ms. Het was een lange voorstelling van 19:00 tot 24:00 met afwisselend leerlingen van onze school die optraden, collega’s van mijn school, en artiesten met wie Peter vroeger had samengewerkt. Het geven van een voorstelling had ik in het begin van mijn carrière als zeer enerverend ervaren. De leerlingen organiseerden dit via facebook en er kwam geen repetitie aan te pas!

12 Afbeeldingen

Hieronder staan een aantal afbeeldingen die horen bij mijn aanpak van leerlinggericht onderwijs zoals ik dat gedurende drie jaar toepaste. De afbeeldingen laten zien hoe ik mijn lessen vormgaf en hoe ik de resultaten van leerlingen beoordeelde.

Toen Johan ’t Hart startte met leerlinggestuurd onderwijs en samenwerken, legde hij zijn leerlingen deze brief voor:

Uit deze lijst van onderwerpen kozen leerlingen per blok twee onderwerpen:

Twee voorkeuren voor onderwerpen vulden ze in op dit formulier. De docent bepaalde welke van de twee gemaakte keuzes door kon gaan.

Een presentatie alleen aan de docent. Nadat (een) leerling(en) dit had(den) ingevuld, volgde de presentatie. Meer informatie over het samen geven van cijfers.

Dit type presentatie kreeg een punt minder dan een presentatie voor de hele klas.

Een presentatie voor de hele klas. Nadat (een) leerling(en) dit had(den) ingevuld, volgde de presentatie. Meer informatie over het samen geven van cijfers.

Een presentatie voor de hele klas werd iets hoger gewaardeerd (één punt hoger).

Deze toelichting over de manier van werken stond op de site van het Pieter Nieuwland College en hoorde bij mijn muzieklessen.