Orde maken

In het hoofdstuk Orde maken komt een groot aantal onderwerpen en aspecten aan bod, die docenten en leerkrachten kunnen aanwenden om de sfeer in de klas rustig en veilig te maken. Door mogelijke onrust tijdig waar te nemen en daar vriendelijk en duidelijk op te acteren, worden ordeverstoringen van de les voorkomen.

1.1 Orde maken – inleiding

De docent zorgt er met Orde maken voor zelf geen oorzaak te zijn van ruis in de les. Daardoor kunnen de leerlingen zich beter concentreren.

Lees meer

1.2 Kennismaken

Een docent versterkt de band met de leerlingen door kennis te maken én versterkt de onderlinge band tussen de leerlingen. Aandacht besteden aan Kennismaken kan gedurende de hele les en het hele jaar. Door aandacht te besteden aan Kennismaken, voelt iedereen zich veilig en kan iedereen zich concentreren.

lees meer

1.3 Kader

Een Kader geeft iedereen (docent en leerlingen) algemene aanwijzingen voor gedrag. Iedereen weet nu welk gedrag er wordt verwacht. Met een duidelijk Kader ziet de docent direct of een leerling wel of niet aan deze verwachtingen voldoet.

Lees meer

1.4 Toon gewenst gedrag

De docent toont het gewenste gedrag dat staat beschreven in het Kader. Als de docent op de goede manier handelt, nemen de leerlingen dat vanzelf over.

Lees meer

1.5 Geef en administreer tips

De docent geef leerlingen tips. Dit zijn positief geformuleerde aanwijzingen die de docent uitspreekt naar de leerling. Elke keer als de docent een tip geeft noteert hij de naam van degene die de tip krijgt én de zojuist gegeven aanwijzing. Na de lessen administreert de docent deze tips in een klassenlijst en krijgt zo na verloop van tijd een duidelijk beeld van de klas.

Lees meer

1.6 Verwachtingsmanagement

Met verwachtingsmanagement maakt de docent aan de leerlingen duidelijk wat ze op dit moment horen te doen. Als de docent begint met een andere werkvorm en daarom een andere activiteit van de groep verwacht, dan laat hij de nieuwe instructies zien met verwachtingsmanagement.

Lees meer

1.7 Let op lichaamstaal van leerlingen

Aan de lichaamstaal van leerlingen is te zien met welke mentale houding ze in de les komen. Soms is de lichaamstaal van een leerling een voorbode van storend gedrag. Als de leerlingen de klas binnenkomen, let de docent op hun lichaamstaal en krijgt zo een beeld van hun stemming en intenties.

Lees meer

1.8 Gebruik lichaamstaal

Een docent kan leerlingen aansturen met lichaamstaal. Zo verloopt het aansturen efficiënt. De docent gebruikt lichaamstaal om op een vriendelijke manier aanwijzingen te geven voor gedrag. Deze manier van aansturen kost de docent minder energie en zorgt voor minder ruis in de les. Niemand hoort het.

Lees meer

1.9 Assessment

De docent zet (Self) Assessment in om leerlingen doelen te laten formuleren en deze te laten realiseren. Daarbij hoort dat leerlingen zelf op zoek gaan naar deskundigen die hen kunnen en willen helpen bij het bereiken van hun doel.

Lees meer

1.10 Let op taalgebruik

De docent spreekt de leerlingen op een vriendelijke manier aan en vermijdt ruwe taal. Hij let op taalgebruik van leerlingen, zodat hij sneller en adequater kan reageren en stuurt aan op taalgebruik dat past bij het kader.

Lees meer

1.11 Geef leerlingen invloed

Bij Geef leerlingen invloed staan twee vragen centraal: Hoe kunnen leerlingen samen jouw vak ontdekken? Hoe kunnen ze hun expertise op jouw vakgebied met elkaar delen? Als je met dit onderwerp aan de slag gaat, verandert het klassiek beeld van één docent en dertig leerlingen die doen wat hen is opgedragen in het beeld van dertig docenten en één coach.

Lees meer

1.12 Spiegel de sfeer

De docent geeft aan wanneer de grens is bereikt door het tonen van een aantal afbeeldingen in drie stappen. De docent kan hierbij vriendelijk blijven kijken. Met het tonen van de afbeeldingen spiegelt hij de sfeer.

Lees meer

1.13 Geef verbale aanwijzingen

Een docent stuurt leerlingen aan met verbale aanwijzingen, wanneer non-verbale aanwijzingen niet mogelijk of toereikend zijn. Zo weet de leerling direct wat de bedoeling is. Indien mogelijk laat de docent deze aanwijzing voorafgaan door het gebruik van lichaamstaal.

Lees meer

1.14 Energieregulatie

Leerlingen voelen zich op hun gemak bij een docent die zijn energie kan reguleren en die met plezier lesgeeft. Vriendelijk orde houden in de klas reikt docenten een model aan voor het reguleren van energie. De docent reguleert eerst zijn eigen energie, waardoor het voor leerlingen ook mogelijk wordt om hun energie te reguleren.

Lees meer