• Link naar Instagram
  • Link naar LinkedIn
  • Link naar Facebook
De Stichting Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) die zich inzet voor het onderwijs.
Vriendelijkordehouden.nl
  • Home
  • Winkel
  • Zelfstudie
    • Zelfstudie
    • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
    • Stoppen met Boos worden
    • Aan de slag
    • VOH alle pagina’s
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Testimonials
    • Teamtraining
    • HBO
    • Blog: De lerende docent
    • Blog: De lerende juf
    • Nieuwsbrief
    • Publiciteit
    • Diploma
  • Over ons
    • Over ons
    • Bronplan
    • Contact
    • ANBI
    • CRKBO – Beoordeling cursus
    • Historie
    • Gert Biesta
    • Gebruikte termen – Jargon
    • Gebruikte literatuur – References
    • privacyverklaring
    • Klachten
  • Veelgestelde vragen
  • Klik om het zoekinvoerveld te openen Klik om het zoekinvoerveld te openen Zoek
  • English English
  • Menu Menu

3.3 Beoordeling

Op deze pagina

  • Inleiding
  1. Docent Beoordeelt Leerling
    1.1 SMART – basisstof
    1.2 Beoordelen van keuzeopdrachten
  2. Leerling Beoordeelt Docent
    2.1 Vragenlijsten voor leerlingen
    2.2 App om feedback van leerlingen te verzamelen
    2.3 Docent leert ook – positief leerklimaat
  3. Docent Beoordeelt Zichzelf
  4. Leerling Beoordeelt Zichzelf
    4.1 Leerling beoordeelt basisstof
    4.2 Leerling beoordeelt zichzelf met behulp van AI
  5. Docent en Leerling Beoordelen Samen de Leerling
    5.1 Overschatten en onderschatten
    5.2 Twee leerlingen werken aan dezelfde opdracht
  6. Valkuilen
    6.1 Aanleg van leerlingen verschilt
    6.2 Basisstof en keuzeopdrachten niet in evenwicht
    6.3 Kanttekening bij de gebruikelijke manier van beoordelen
  7. Beoordelen met Vinkjes – Samengesteld Toetscijfer
    7.1 Verschillen in tempo van werken
    7.2 Verschillen in niveau
    7.3 Basisstof en keuzeopdrachten in evenwicht
    7.4 Planning en evaluatie
    7.5 Wat moet ik doen als ik klaar ben?
    7.6 Citaten
    7.7 Video die beoordeling met vinkjes aanraadt
  8. Voorbeelden
    8.1 Drie vragenlijsten voor PO en VO
    8.2 Praktijkvoorbeelden PO en VO
  9. Samenvatting

Docent en leerling beoordelen elkaar en versnellen daarmee elkaars ontwikkeling.

Ik vraag mijn leerlingen regelmatig mijn manier van lesgeven en mijn lesmateriaal te beoordelen

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe beoordeel ik nu mijn leerlingen?

Toekomstige aanpak:

Hoe beoordeel ik in de toekomst mijn leerlingen?

Inleiding

‘Beoordeling’ is een van de vier modules van de invalshoek ‘Lesinhoud’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding 32: Lesinhoud (overzicht)

Bij deze module ligt het accent op Kwalificatie.

Gelijkwaardige beoordeling

Beoordelen is binnen VOH geen eenrichtingsverkeer. Niet alleen de docent beoordeelt de leerling; ook leerlingen beoordelen de docent, beoordelen zichzelf en denken mee over hun eigen ontwikkeling. Daardoor wordt beoordelen een hulpmiddel om te leren in plaats van alleen een middel om prestaties vast te leggen. Jij start dit proces door leerlingen om feedback te vragen die zij jou uit eigen beweging niet snel zouden geven.

Afbeelding 50: verschillende soorten beoordelingen

Vijf soorten beoordelingen (en niet zes)

In deze afbeelding ontbreekt een zesde pijl waarbij leerling en docent samen de docent beoordelen. Deze pijl is weggelaten omdat een leerling in eerste instantie op school komt om te leren en niet om de docent te coachen.

Verbeterpunten blijven onopgemerkt

Vraag je geen feedback aan je leerlingen, dan blijven verbeterpunten in je lessen vaak onopgemerkt.

Beoordeling met vinkjes

Later in deze module lees je hoe beoordelen met vinkjes leerlingen stimuleert om stap voor stap eigenaarschap te ontwikkelen.

1. Docent Beoordeelt Leerling

Oordeel niet te snel over een leerling (labelen). Onderzoek eerst of deze oorzaken een rol spelen bij slechte resultaten:

  • ontbrekende voorkennis,
  • motivatie- of concentratieproblemen
  • een persoonlijke beperking.

Label je in een vroeg stadium een leerling als zwak, dan is het daarna voor jou moeilijk te accepteren als deze leerling zich plotseling snel ontwikkelt. Je bent dan genoodzaakt toe te geven dat jouw beoordeling niet klopte. Wees je er daarbij van bewust dat jij voor een deel de groei van leerlingen begeleidt en dat anderzijds een leerling zelf vorm geeft aan persoonlijke groei. Niet alles valt te meten en een leerling leert van alles buiten de vastgestelde leerstof om.

1.1 SMART – basistof

Als je wilt dat leerlingen kennis en vaardigheden opdoen op het gebied van de basisstof en je wilt dit kunnen meten, zorg er dan voor dat de beoordeling voldoet aan de kenmerken van SMART: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel*, Realistisch, Tijdgebonden. Bespreek dit ook met je leerlingen, dan begrijpen ze waarom je voor deze manier van beoordelen kiest. Als deze SMART-specificaties hieronder aan de orde komen, staan deze tussen haakjes vermeld.
* Er zijn meerdere interpretaties in omloop zoals: Acceptabel, Accepted, Achievable

1.2 Beoordelen van keuzeopdrachten

Een keuzeopdracht heeft meerdere doelen:

  • Vergaren van kennis
  • Samenvatten van kennis
  • Leren organiseren
  • Leren omgaan met presentatiemiddelen
  • Zelfvertrouwen verkrijgen

Voordat je een keuzeopdracht beoordeelt, vraag je de leerling zelf de opdracht te beoordelen. Die beoordeling betrek je bij het bespreken en beoordelen van de opdracht met de leerling.

2. Leerling Beoordeelt Docent

Je vraagt leerlingen om jouw lesstijl en het lesmateriaal te beoordelen.

Geschikte momenten om je door leerlingen te laten beoordelen:

  1. Tijdens het afronden van een rapportperiode, als leerlingen terugkijken op wat ze in die periode hebben gedaan.
  2. Tijdens het afronden van een schooljaar waarbij je met de groep terugblikt op het hele jaar.

2.1 Vragenlijsten voor leerlingen

Nu volgen een aantal vragenlijsten:
Je geeft je leerlingen vragenlijsten waarbij zij aangeven in hoeverre ze het eens zijn met de onderstaande vier beweringen. Ze scoren per vraag van 1 t/m 5
1 = niet mee eens, 5 = mee eens

Feedback over lesstijl

  1. De docent praat zacht en verstaanbaar als zij lesgeeft.
  2. De docent is vriendelijk.
  3. De docent geeft duidelijk aan wat zij van ons verwacht.
  4. Als de docent iets van ons vraagt dan doe ik het.

Vaak is het oordeel van leerlingen positiever dan jouw eigen oordeel!

Feedback over lesmateriaal

  1. Hoe beoordeel je de lesstof?
  2. Welke informatie was het meest waardevol voor jou?
  3. Heb je aanvullingen of verbeteringen voor de lesstof?
  4. Ontbrak er informatie?
  5. Ontbrak er een onderwerp dat je graag had willen kiezen?
  6. Wat heb je van mij nodig om nog beter te kunnen werken?

2.2 App om feedback van leerlingen te verzamelen

SurveyMonkey

2.3 Docent leert ook – positief leerklimaat

Als je je lesstijl en lesmateriaal door leerlingen laat beoordelen, krijg je waardevolle feedback. Leerlingen kunnen aangeven welke onderwerpen ontbreken of welke uitleg beter kan. Zo ontdek je snel wat goed werkt en wat verbetering vraagt. Je laat bovendien zien dat ook jij blijft leren. Dat draagt bij aan een positief leerklimaat.

3. Docent Beoordeelt Zichzelf

Beoordeel regelmatig jouw eigen manier van lesgeven:

1 = niet mee eens, 5 = mee eens

  • Ik praat zacht en verstaanbaar als ik lesgeef.
  • Ik beschouw mijzelf als een vriendelijke docent.
  • Ik geef duidelijk aan wat ik verwacht van mijn leerlingen.
  • Bij mij in de les doen leerlingen wat ik van hen vraag.

Zie ook Checklist Motivatiecoach

4. Leerling Beoordeelt Zichzelf

Als je leerlingen regelmatig vraagt zichzelf te beoordelen en ze gaan daar serieus mee om, stel je hen daarmee in staat om – los van jou – zichzelf in allerlei opzichten te ontwikkelen.

4.1 Leerling beoordeelt basisstof

Aan het begin van een rapportperiode geef je aan welke basisstof de leerlingen aan het einde van de periode moeten beheersen (SMART/tijdgebonden). Elke leerling bepaalt in die periode zelf wanneer hij of zij met de basisstof aan de slag gaat.

Tijdens zelfstandig werken toetsen leerlingen basisstof eerst bij zichzelf met een app.  Vaak is de moeilijkheidsgraad bij een app instelbaar, ook is het bij sommige apps mogelijk in te stellen hoe lang je over een vraag mag nadenken. Met een app kun je de lat hoog leggen. Als leerlingen de basisstof met een app samen in spelvorm kunnen toetsen, is dat voor leerlingen extra aantrekkelijk.

Bekijk de website Quest to learn. Gemaakt voor Primair Onderwijs, leeftijd 6-12. Op deze website staan o.a. interactieve spelen.

Zodra een leerling met een app een nieuw niveau heeft behaald, herhaalt hij of zij dit in jouw bijzijn. Jij ziet dan direct of de leerling het aangegeven niveau van de basisstof beheerst. Alleen als de leerling de basisstof geheel beheerst, keur je de opdracht goed. Omdat leerlingen dit weten bereiden ze zich extra goed voor.

Als een leerling tijdens zelfstandig werken aan jou een nieuw niveau met de app laat zien, voelt dat voor jullie beiden aan als een waardevol contactmoment.

4.2 Leerling beoordeelt zichzelf met behulp van AI

AI kan niet alleen nakijkwerk overnemen, maar leerlingen ook helpen hun eigen voortgang te beoordelen. AI analyseert de antwoorden van leerlingen en kan op basis daarvan passende vervolgopdrachten voorstellen. Ook bij thuiswerken biedt deze vorm van beoordelen uitkomst.
Voorbeelden:

  1. Khanacademy.org
  2. Leerlevels.nl

5. Docent en Leerling Beoordelen Samen de Leerling

Voordat je een beoordeling geeft van een presentatie van een leerling, vraag je de leerling zichzelf te beoordelen. Als je dit aan een leerling vraagt, lijkt jouw manier van beoordelen meer op coachen. Een leerling kan op eigen verzoek deze opdracht afsluiten door een presentatie te geven voor de hele groep.

5.1 Overschatten en onderschatten

Na afloop van de presentatie bespreek je het cijfer dat de leerling zichzelf gaf en je vergelijkt dat met het cijfer dat jij in gedachten hebt. Beide cijfers leiden tot één cijfer dat jij bepaalt. Het voordeel hiervan is dat jij ziet hoe een leerling zichzelf inschat. Er kan dan sprake zijn van onderschatten maar ook van overschatten. In beide gevallen is het aan te raden om dit met de leerling te bespreken.

  1. Als een leerling zichzelf een laag cijfer geeft en jij geeft een hoog cijfer, dan geef je aan dat de leerling niet zo bescheiden hoeft te zijn. Daarmee help je een leerling bij het verkrijgen van zelfvertrouwen.
  2. Als een leerling zichzelf een hoog cijfer geeft en jij geeft een laag cijfer, vraag dan de leerling het onderwerp opnieuw en beter te bestuderen, geef aan dat je van de leerling verwacht nogmaals de presentatie te geven op een later tijdstip. Deze leerling merkt dan dat te weinig inspanning niet loont.

5.2 Twee leerlingen werken aan dezelfde opdracht

Als je twee leerlingen beoordeelt die samen hebben gewerkt aan een keuzeonderwerp, vraag je beide leerlingen zichzelf onafhankelijk een cijfer te geven. Tijdens het overleg vraag je wie welk aandeel heeft gehad in de opdracht.

Voordat je een beoordeling geeft van een presentatie van een leerling, vraag je de leerling zichzelf te beoordelen. Als je dit aan een leerling vraagt, lijkt jouw manier van beoordelen meer op coachen. Een leerling kan op eigen verzoek deze opdracht afsluiten door een presentatie te geven voor de hele groep.

6. Valkuilen

6.1 Aanleg van leerlingen verschilt


Om het eerlijk te houden geef ik jullie allemaal dezelfde opdracht: Klim in deze boom.

Afbeelding 35: beoordeling

Bij deze afbeelding krijgen verschillende dieren dezelfde opdracht. Een aantal van hen beschikt niet over de juiste capaciteiten om in de boom te klimmen maar beschikt wel over andere capaciteiten die niet gemeten worden.
Dat roept de volgende vragen op:

  • Hoe geef je leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun eigen leerproces.
  • Hoe ga je om met verschillen in aanleg en capaciteit tussen leerlingen?
  • Hoe beoordeel je op een manier die recht doet aan capaciteiten van leerlingen?
  • Hoe zorg je er met jouw manier van beoordelen voor dat leerlingen minstens voldoen aan de minimumeisen?
  • Hoe motiveer je leerlingen zodat zij uit eigen beweging constructief werken, zich maximaal inzetten én de kans krijgen zich op een persoonlijke
  • manier te ontwikkelen.

Als leerlingen jou verrassen met nieuwe manieren van leren, ontdek je nieuwe aspecten van je vak. Deze kun je verwerken in opdrachten voor een volgende periode.

6.2 Basisstof en keuzeopdrachten niet in evenwicht

Te veel aandacht voor de basisstof

Als jij uitsluitend basisstof aanbiedt, valt er voor leerlingen weinig te kiezen. Als je naast de basisstof geen keuzeopdrachten aanbiedt, lijkt het voor je leerlingen alsof jouw vak ophoudt bij de in de basisstof behandelde onderwerpen. Je leerlingen hebben dan geen toegang tot alle aspecten van jouw vak en ontwikkelen ook geen nieuwsgierigheid daarnaar. Een persoonlijk invulling geven aan jouw vak is voor hen niet mogelijk.

Uitsluitend keuzeopdrachten

Als jij uitsluitend cijfers geeft voor keuzeopdrachten dan zijn die cijfers niet gebaseerd op objectieve criteria maar meer op jouw intuïtie. Je weet dan niet zeker of een leerling bepaalde objectief te meten kennis heeft verworven.

6.3 Kanttekeningen bij de gebruikelijke manier van beoordelen

Het gemiddelde van meerdere cijfers zorgt voor half werk

Doorgaans beoordeel jij per rapportperiode een aantal proefwerken. Het gemiddelde van deze toetsen bepaalt het rapportcijfer. Hoe meer proefwerkcijfers bekend zijn, hoe minder een leerling het rapportcijfer kan beïnvloeden. Een aantal leerlingen is dan tevreden met voldoende op het rapport. Van het geheel beheersen van de lesstof is dan geen sprake.

Bekijk hier een video over toetsen. In deze video komt aan de orde dat leerlingen bij het leren voor een toets vaak pas een dag van te voren aan de slag gaan. Zij halen dan wel een redelijk cijfer maar onthouden weinig. Deze video eindigt met een pleidooi voor het geven van vinkjes.

7. Beoordeling met Vinkjes – Samengesteld Toetscijfer

Als je je leerlingen vertrouwt en een structuur biedt, kun je ze binnen die structuur een zekere vrijheid geven. Je registreert hun vorderingen én je springt bij als je merkt dat een leerling achterblijft. Zie de docentenrol Tuinman.

Bij deze manier van beoordelen komt een leerling die klaar is met een opdracht tijdens zelfstandig werken naar jou toe om een opdracht af te laten vinken. Bij zo’n contactmoment zie je hoe een leerling zich inzet. Als het werk in orde is, geef je een vinkje.

Tijdens zelfstandig werken komen leerlingen naar jou om:

  1. vordering met de basisstof te laten zien
    Voor de basisstof heeft een leerling zichzelf al getoetst met een app en beheerst een vaardigheid. Als je ziet dat een leerling een bepaalde vaardigheid beheerst, geef je een vinkje en noteer je welke vaardigheid de leerling beheerst. Deze beoordeling kost jou weinig tijd.
  2. een zelfgekozen opdracht te presenteren.
    De leerling vult eerst een formulier in en geeft zichzelf daarbij een beoordeling. Je noteert pas een vinkje als je ziet dat er genoeg aandacht aan de opdracht is besteed.

Met elke succesvol afgeronde opdracht verhoogt een leerling het toetscijfer.

Je bespreekt deze manier van beoordelen vooraf met je leerlingen en geeft aan dat zij een cijfer voor een toets in stappen kunnen verhogen tot een tien.
Een voorbeeld van vier opdrachten die samen een 10 waard zijn:

  1. Als je één opdracht succesvol afrondt, krijg je voor die toets een 6
  2. Als je twee opdrachten succesvol afrond, krijg je voor die toets een 8
  3. Als je drie opdrachten succesvol afrondt, krijg je voor die toets een 9
  4. Als je vier opdrachten succesvol afrondt, krijg je voor die toets een 10

Je kunt er ook voor kiezen om dit cijfer voor een toets te baseren op drie of vijf opdrachten.

Deze manier van beoordelen zorgt ervoor dat een leerling na iedere beoordeling direct verder gaat met een volgende opdracht. Meerdere succesvol afgeronde opdrachten kunnen uiteindelijk leiden tot een 10. Dat maakt het hoogste cijfer voor iedere leerling haalbaar.

Als een periode is afgesloten, vertaal je het aantal vinkjes voor iedere leerling in een toetscijfer dat je noteert in je cijferlijst.

Deze aanpak is verwant aan:

  1. Aftekenkaarten bij het Montessorionderwijs
  2. Opdrachten zelfstandig maken bij scouting
  3. Studiepunten op de universiteit

7.1 Verschillen in tempo van werken

Als je werkt met deze vorm van beoordelen en begeleiden, vertoont niet iedere leerling direct dezelfde inzet. Als je start met deze manier van beoordelen valt de groep leerlingen uiteen in drie delen:

  1. Een groep snelle leerlingen die zoveel mogelijk opdrachten wil halen en daarmee zo snel mogelijk een hoog cijfer wil halen. Aan het begin van een geplande periode geef je alle aandacht aan (snelle) leerlingen die op eigen initiatief naar jou toe komen. Snelle leerlingen hebben bij deze manier van werken een voorbeeldfunctie en hun hoge cijfers wekken geen jaloezie op omdat een 10 voor elke leerling haalbaar is. Bij elke volgende rapportperiode gaan steeds meer leerlingen direct aan de slag. In de tweede helft van een geplande periode vraag je een snelle leerling om een achterblijvende leerling te helpen.
  2. Een middengroep die op eigen kracht voldoet aan de minimumeisen.
  3. Een groep die achterblijft. Als een leerling in de eerste weken van een periode niet aan het werk gaat maar ook medeleerlingen niet stoort, grijp je niet in. Je observeert de leerling maar gaat (nog) niet met de leerling in gesprek. Daarmee leg je de verantwoordelijkheid om aan het werk te gaan en om jou het resultaat te laten zien bij de leerling.
    Pas na een aantal lessen vraag je waarom deze leerling nog niet aan het werk gaat en vraagt of de leerling geholpen wil worden door een snelle leerling. Misschien ontdek je tijdens het gesprek met de leerling ontbrekende voorkennis, een taalachterstand, gebrek aan concentratie, een handicap, niet weten hoe te beginnen, niets durven te vragen, geen aanleg voor dit onderwerp of geen belangstelling voor het onderwerp. Ook is het mogelijk dat de problemen op een ander vlak liggen. Leerlingen die niet meteen uit eigen beweging aan de slag gaan, kunnen de kunst afkijken bij snelle leerlingen.

De ervaring leert dat als je beoordeelt met ‘vinkjes’, bij elke nieuwe rapportperiode een steeds grotere groep leerlingen direct gemotiveerd aan de slag gaat. Als in een volgende periode meer leerlingen direct aan het werk gaan, zorg je ervoor dat steeds meer leerlingen de basisstof beheersen, leren plannen en op tijd klaar zijn voor een afsluitend proefwerk aan het einde van de rapportperiode (SMART/tijdgebonden/realistisch).

7.2 Verschillen in niveau

Als je een vinkje noteert voor een leerling kun je een extra aantekening maken over het niveau van de leerling. Deze aantekening kan van belang zijn bij het beslissen of deze leerling wel of niet overgaat of bij het advies voor een volgend schooltype. Deze extra aantekeningen bespreek je indien nodig met de leerling. Als een leerling de voorkeur heeft voor een schooltype dat afwijkt van jouw advies, kan deze leerling jou van mening laten veranderen door een verhoogde inzet te tonen en door daarmee betere resultaten te behalen.

Bij deze aanpak zijn niveauverschillen geen struikelblok maar eerder een uitdaging voor leerlingen om op eigen niveau en met eigen talent te presteren.

7.3 Basisstof en keuzeopdrachten in evenwicht

VOH adviseert om in een geplande periode tijdens zelfstandig werken een evenwichtige mix aan te bieden van basisstof en keuzeopdrachten. Geef van tevoren aan wat je minimaal van je leerlingen verwacht op het gebied van de basisstof.

7.4 Planning en evaluatie

Aan het begin van een periode vult een leerling een formulier in en formuleert een doel en planning voor de komende periode.

Aan het einde van een periode krijgt een leerling het eerste formulier terug en vult op een tweede formulier in:

  • Beschik ik over voldoende kennis van de basisstof?
  • Heb ik mijn doel dat ik formuleerde voor de vorige periode behaald?
  • Welke onderwerpen ga ik bestuderen? (Als je weinig resultaat hebt behaald, kies dan voor deze volgende periode een bescheiden, haalbaar doel).
  • Hoe ziet mijn planning eruit voor deze periode?

Door de mate waarin het gestelde doel is behaald steeds na afloop van een periode te beoordelen, is een leerling na verloop van tijd in staat realistische doelen te stellen (SMART/realistisch).

7.5 Wat moet ik doen als ik klaar ben?

Als een leerling alle opdrachten heeft afgerond, geef je ze dit advies:

  • Kijk of je een andere leerling kunt helpen.
  • Werk verder aan dit vak met een andere leerling die ook alle opdrachten heeft afgerond.
  • Besteed je tijd aan een ander vak.

In dit voorbeeld beschrijft een docent Economie een optie die hij zijn leerlingen biedt om alvast 20 procent van het cijfer van de toets te behalen. Daarmee help hij leerlingen in 6 VWO op gang die moeite hebben om discipline op te brengen voor ‘lagere studievaardigheden zoals reproductie’.

Praktijkvoorbeeld VO

Leerlingen konden bij mij punten scoren door voorafgaande aan de toets over de hele stof onderweg toetsjes te maken waarmee ze 20% (2 punten) van het cijfer konden halen. Dat waren dan een aantal reproductievragen (de dingen die je voor 100% moet onthouden om te kunnen toepassen). Voor die toetsen mocht je geen fouten maken. Dus 1 fout geen punten. 0 fouten een 10!

Makkelijk nakijken voor de docent. Het is goed of fout. Als leerling kon je zelf bepalen of je hiervan gebruik maakte. Er was slechts één leerling die dat niet deed. Die haalde bij de eindtoets dan meestal een hoog aantal punten. Dan had hij bijv een 9. Want hij deed niet mee aan de tussentijdse toetsen. Er waren dan ook leerlingen die een 9 haalden met meer fouten, omdat ze 2 punten meenamen van de vrijwillige toetsen. Deze leerling toonde zich altijd enigszins ambivalent hierover. Hij schiep er genoegen in om mij te laten zien dat hij mij kon laten zien dat zijn aanpak werkte (hij was slim). Anderzijds zat het gevoel dat zijn 9 ‘meer waard’ zou zijn dan die van een ander hem ook wel dwars.

Ik hield hem voor de hij een 10 kon halen door de ‘Koninklijke route’ te volgen waartoe ik hem niet verplichtte. Hij koos er zelf voor om dit niet te doen. Terwijl ik hem ook voorhield dat de leerlingen die mijn route volgden op termijn meer kennis opbouwden. Dat heb ik nooit kunnen bewijzen uiteraard, maar als je kijkt naar de vergeetcurve van Ebbinghaus is dit voor grotere groepen wel aangetoond.

7.6 Citaten

We reageren beter op positieve prikkels dan op negatieve. Als je een collega, vriend of familielid vertelt dat hij of zij een fout heeft gemaakt of niet goed genoeg is, heeft dat een negatieve weerslag. Als je mensen aanvalt, reageren ze defensief en rebels. Maar als je iets zoekt wat te prijzen of te bewonderen valt, stimuleer je het gedrag dat je op prijs stelt en dat je hoopt aan te moedigen.” Ghandi (2017)

Victor Lamme geeft aan hoe beloning zou moeten werken:
Vertaal een beloning in de toekomst naar een beloning in het nu. Dat is het recept voor een betere wereld…Beloning werkt als het individueel, direct, eerlijk en met controle is over het eigen lot.” Lame (2016), Victor

7.7 Video die beoordeling met vinkjes aanraadt

Bekijk deze video van onzeles.nl

8. Voorbeelden

Drie vragenlijsten PO-VO

Klik op afbeelding om afbeelding te downloaden

Feedbackformulier PO juf
Klik op de afbeelding om te downloaden.

Afbeelding 53: rapport voor de juf

Feedbackformulier PO meester
Klik op de afbeelding om te downloaden.

Afbeelding 52: rapport voor de meester

Feedbackformulier VO
Klik op de afbeelding om te downloaden.

Afbeelding 51: feedback voor docent

Voorbeelden PO

Voorbeeld 1 – complimenten en beloning

De juf van groep 6 tekent vijf bloemen op het bord. Elke bloem hoort bij een van de vijf tafels waar leerlingen in vijf groepen aan zitten. Elke keer als de leerlingen aan een tafel bij een verandering van activiteit hun tafel snel opruimen, kleurt de juf een bloemblaadje van de bij hun tafel horende bloem in. Hierdoor aangemoedigd proberen de leerlingen steeds snel klaar te zijn zodat de juffrouw weer een bloemblaadje inkleurt. Deze aanpak zorgt ervoor dat de verschillende groepen het als een spel zien om alle bloemblaadjes door de juf te laten inkleuren. Voor deze leerlingen is alleen al het inkleuren van het bloemblaadje de complete beloning.
Je kunt deze aanpak verder verfijnen. Als de hele bloem van een groep is ingekleurd, krijgt deze groep een beloning. Zij mogen dan bijvoorbeeld een “energizer” kiezen (een spel waar leerlingen enthousiast van worden). Het is raadzaam de groep met een volledig ingekleurde bloem daarbij uit drie opties te laten kiezen die jij van tevoren bepaalt. Zodra beloning is uitgedeeld, wis je de volledig ingekleurde bloem en teken je een nieuwe. Deze groep begint dan weer van voren af aan. Zo geef je de andere groepen ook een kans op een beloning. Extra fijn aan deze werkwijze is dat de tafelgroep de directe beloning krijgt én de hele groep kan meedoen aan de energizer.

Voorbeeld 1 – Golden time

Snelle leerlingen beloon je met vrije tijd (golden time). Hoe beter een leerling werkt, hoe meer tijd om zelf iets te kiezen. In deze verdiende tijd mogen zij iets eerder dan de anderen iets voor zichzelf gaan doen.

Voorbeelden VO

Voorbeeld 1

In dit voorbeeld beschrijft een docent Economie een optie die hij zijn leerlingen biedt om alvast 20 procent van het cijfer van de toets te behalen. Daarmee helpt hij leerlingen in 6 VWO op gang die moeite hebben om discipline op te brengen voor ‘lagere studievaardigheden zoals reproductie’.
Leerlingen konden bij mij punten scoren door voorafgaande aan de toets over de hele stof onderweg toetsjes te maken waarmee ze 20% (2 punten) van het cijfer konden halen. Dat waren dan een aantal reproductievragen (de dingen die je voor 100% moet onthouden om te kunnen toepassen). Voor die toetsen mocht je geen fouten maken. Dus 1 fout geen punten. 0 fouten een 10!
Makkelijk nakijken voor de docent. Het is goed of fout. Als leerling kon je zelf bepalen of je hiervan gebruik maakte. Er was slechts één leerling die dat niet deed. Die haalde bij de eindtoets dan meestal een hoog aantal punten. Dan had hij bijv een 9. Want hij deed niet mee aan de tussentijdse toetsen. Er waren dan ook leerlingen die een 9 haalden met meer fouten, omdat ze 2 punten meenamen van de vrijwillige toetsen. Deze leerling toonde zich altijd enigszins ambivalent hierover. Hij schepte er genoegen in om te laten zien dat zijn aanpak werkte (hij was slim). Anderzijds zat het gevoel dat zijn 9 ‘meer waard’ zou zijn dan die van een ander hem ook wel dwars.
Ik hield hem voor dat hij een 10 kon halen door de ‘Koninklijke route’ te volgen waartoe ik hem niet verplichtte. Hij koos er zelf voor om dit niet te doen. Terwijl ik hem ook voorhield dat de leerlingen die mijn route volgden op termijn meer kennis opbouwden. Dat heb ik nooit kunnen bewijzen uiteraard, maar als je kijkt naar de vergeetcurve van Ebbinghaus is dit voor grotere groepen wel aangetoond.

Voorbeeld 2

Docent Nederlands Stephanie bespaart tijd: In plaats van een proefwerk, beoordeelt zij haar leerlingen door ze tegelijkertijd te laten werken aan een app. Zij staat achteraan op een tafel en overziet of iedereen met de app aan de slag is en daarmee aan het werk blijft. Met de groep spreekt zij af dat als zij tijdens de toets één leerling iets anders ziet doen dan werken met de app, zij helaas toch nog een proefwerk met hen moet afspreken….

Voorbeeld 3

Zie ook op deze site: Praktijkvoorbeeld ‘Leerlinggestuurd Onderwijs‘ bij het vak muziek

15. Samenvatting

Goede beoordeling maakt ontwikkeling zichtbaar. Wanneer docent en leerling elkaar regelmatig feedback geven en leerlingen ook zichzelf leren beoordelen, ontstaat een leerklimaat waarin vertrouwen, eigenaarschap en groei centraal staan. Beoordelen met vinkjes ondersteunt dit proces doordat leerlingen stap voor stap verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen ontwikkeling.

Door naar invalshoek ‘Observeren’

Inhoud Zelfstudie

  • Zelfstudie
  • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
  • Stoppen met Boos worden
  • Orde Maken
  • 1. Vriendelijk
    • Inleiding: Vriendelijk
    • 1.1 Toon Gewenst Gedrag
    • 1.2 Geef Aanwijzingen met Lichaamstaal én met Taal
    • 1.3 Reguleer je Emotie
    • 1.4 Kennismaken en Samenwerken
  • 2. Duidelijk
    • Inleiding: Duidelijk
    • 2.1 Onderwijsdoelen
    • 2.2 Kader
    • 2.3 Verwachtingsmanagement
  • 3. Lesinhoud
    • Inleiding: Lesinhoud
    • 3.1 Docentgestuurd Onderwijs
    • 3.2 Leerlinggestuurd Onderwijs
      • 3.2.1 Praktijkvoorbeeld Leerlinggestuurd Muziekonderwijs
    • 3.3 Beoordeling
  • 4. Observeren
  • 5. Aansturen en Bijsturen
    • Inleiding: Aansturen en Bijsturen
    • 5.1 Aansturen
    • 5.2 Bijsturen
      • 5.2.1 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – PO
      • 5.2.2 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – VO
    • 5.3 Oefenperiode
    • 5.4 Telraam introduceren
    • 5.5 Handleiding Aansturen en Bijsturen
    • 5.6 Aansturen en Bijsturen: Instructievideo’s
  • 6. Orde Maken in de Praktijk
    • 6.1 Checklist voor Motivatiecoach
    • 6.2 Overzicht
    • 6.3 Gebruik Lichaamstaal
      • 6.3.1 Gebaren
    • 6.4 Schoolbreed Implementeren
    • 6.5 Teamtraining – Oefeningen en Informatie

Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling die zich inzet voor het onderwijs.

T 06-42045382
E info@vriendelijkordehouden.nl
www.vriendelijkordehouden.nl

In 2016 is de onderwijsmethode Vriendelijk Orde Houden gestart in Nederland. Vanaf 2023 is deze ook beschikbaar in het Engels als www.friendlyandfairteaching.com

Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde