5.2 Bijsturen

Docenten spreken leerlingen aan op gedrag en inzet met een maatregel.

Als het nodig is om gedrag van een leerling bij te sturen met een maatregel, vraag ik een leerling een Brief over toekomstig gedrag aan mij te schrijven.

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Welke maatregel gebruik ik nu om storend gedrag te laten stoppen.

Toekomstige aanpak:

Met welke maatregel stuur ik in de toekomst gedrag van een leerling bij.

Inleiding Bijsturen

Bijsturen’ is een van de twee modules van de invalshoek ‘Aansturen en Bijsturen’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

Afbeelding: Bijsturen (overzicht)

Een gebruikelijke maatregel in het onderwijs is strafwerk geven of het uit de les verwijderen van een leerling. Deze twee acties verstoren de band tussen docent en leerling.

Vriendelijk Orde Houden zocht naar een effectieve maatregel die niet aanvoelt als strafwerk. De huidige versie van deze maatregel heet: ‘Brief over toekomstig gedrag’ en is de derde stap van ‘Aansturen en Bijsturen’ .

Eerst tonen wij een aantal voorbeelden van zo’n brief. Daarna lees je hoe je de brief bij je leerlingen introduceert, hoe je de brief nabespreekt en hoe je ervoor zorgt dat een leerling de brief altijd inlevert.

Wat maakt de brief effectief?

De brief zorgt ervoor dat:

  1. gedrag en inzet van de leerling verbetert en de verstoring zich niet herhaalt.
  2. de leerling meedenkt bij het oplossen van het probleem.
  3. bij de nabespreking de verstandhouding tussen jou en de leerling verbetert.
  4. je de maatregel (stap 3) zelden neemt omdat je daarvoor eerst stap 1 en stap 2 neemt.
  5. de opdracht voor de leerling niet aanvoelt als strafwerk maar de leerling wel tijd kost.
  6. iedereen profiteert: leerling, klasgenoten, docent, ouders en school. De lessen verlopen goed en de leerlingen halen betere resultaten.

Daarna volgen een aantal aanwijzingen voor de docent en lees je hoe te handelen in uitzonderlijke situaties. Tenslotte een beschrijving van alternatieve maatregelen die je inzet als de ‘Brief over toekomstig gedrag’ niet het gewenste effect heeft.

1. Bijsturen met maatregel – stap 3

De maatregel van VOH is de ‘Brief over toekomstig gedrag’.

VOH adviseert als maatregel een brief . Met deze opdracht is het mogelijk om altijd vriendelijk en duidelijk te zijn en te blijven.

1.1 Voorbeeld van een maatregel

Dit voorbeeld van een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ is gemaakt i.s.m. schoolleiders uit het VO. Deze versie is zowel te gebruiken op het VO als op het PO. VOH adviseert dit voorbeeld als uitgangspunt te nemen als je zelf een maatregel gaat bepalen. Deze opdracht is kort en kost een leerling weinig tijd. Met het laten schrijven van een brief vermijd je de associatie met strafwerk.

In de brief stel je een leerling die de les verstoort twee vragen. Door deze vragen te beantwoorden, overdenkt de leerling wat er is gebeurd en bedenkt de leerling hoe hij of zij een dergelijke verstoring van de les in de toekomst kan vermijden.

Maatregel VO kort:

Brief over toekomstig gedrag

Naam___________________________Klas_____________
Beantwoord de onderstaande twee vragen in goed lopende zinnen. Voordat je de antwoorden opschrijft, maak je eerst een kladje. De docent behoudt de definitieve versie en kan hier later op terugkomen. Lever de brief op het afgesproken moment bij je docent/leerkracht in.

  1. Wat is de aanleiding voor deze brief, wat is er gebeurd, wat heb je gedaan? (Graag minstens drie hele zinnen, kop, midden en staart).
  2. Wat kun jij veranderen/verbeteren aan je gedrag? (Graag minstens drie hele zinnen, kop, midden staart).
    Handtekening van de leerling                                           Handtekening docent
    ………………………………….                                                  ……………………………………

Download deze brief als word document

1.2 Voorbeelden van een maatregel voor PO en VO

Bij elke leeftijdscategorie past een ander type opdracht met een andere omvang en met daarbij een passende naam. Bekijk deze linken met voorbeelden per leeftijdsgroep.

  1. Bij het basisonderwijs – brief aan de juf of meester (onderbouw en middenbouw), nadenkbrief (bekijk de alternatieve opdrachten voor PO)
  2. Bij het VO-onderbouw – reflectieverslag (bekijk de alternatieve opdrachten – VO)
  3. Bij VO-bovenbouw, MBO en lerarenopleidingen past wellicht de titel Voorbereiding functioneringsgesprek het best.

1.3 Starten met het gebruik van de brief als maatregel

In de ‘Oefenperiode’ bespreek je met je leerlingen het ‘Kader‘ en de ‘Driehoek‘ (Verwachtingsmanagement). Je introduceert de ‘Brief over toekomstig gedrag’ al in de eerste les omdat:

  1. alleen het aankondigen dat je deze opdracht gaat uitdelen niet effectief is. Ook is het niet effectief om eerst te gaan werken met de eerste twee stappen (non-verbaal en verbaal) omdat je leerlingen dan nog niet weten dat je een effectieve maatregel hebt. Pas als de eerste leerling bij jou een brief heeft ingeleverd, ervaren alle leerlingen het effect ervan. Daarom is het advies al in de eerste les van de ‘Oefenperiode‘ – indien nodig – een brief uit te delen. Verloopt de eerste les goed, dan deel je de eerste brief op zijn vroegst in de vierde les uit.
  2. de eerste leerling die een brief schrijft, is te beschouwen als verkenner. Deze leerling laat aan klasgenoten dien dat jij een duidelijke grens hebt. Als leerlingen zien dat jij de speelruimte voor verstoringen effectief beperkt, zien zij dit als een gegeven. Nadat je de eerste brief hebt laten schrijven en deze is ingeleverd, vermijden alle leerlingen het schrijven van deze opdracht omdat ze van de verkenner die de opdracht als eerste maakte, horen dat je die opdracht maar beter kunt vermijden omdat deze veel tijd kost. De andere leerlingen overwegen voortaan of de voordelen van het verstoren (het verkrijgen van populariteit in de klas of het maken van een autonome indruk) wel opwegen tegen de nadelen (tijdverlies en moeten nadenken over- en het moeten herzien van eigen gedrag).

1.4 De brief nabespreken – PO en VO

De nabespreking tijdens het inleveren verloopt doorgaans prettig. Dat komt onder meer doordat:

  1. de directe emotie is verdwenen. Je vraagt de leerling de opdracht buiten de les te maken. De tijd tussen het opleggen van de opdracht en inleveren daarvan zorgt ervoor dat beide partijen de directe emotie een plaats hebben gegeven.
  2. de opdracht gericht is op het echt overdenken van wat er is gebeurd.
  3. het gesprek prettig verloopt is dat er geen anderen bij aanwezig zijn. Voor de leerlingen is er geen aanleiding om stoer te doen.
  4. er soms bij het gesprek dingen naar voren komen die jij niet had kunnen weten, maar die wel een rol spelen bij het functioneren van de leerling. Dat zorgt voor wederzijds begrip.
  5. Met dit gesprek herstellen jullie de band. Jij de leerling voor de inspanning. Het onderstaande citaat maakt duidelijk waarom het bedanken van een leerling zo belangrijk is.

 Van mijn voormalige studente Sara Algoe leerde ik dat we dankbaarheid niet uiten om schulden af te lossen, maar om relaties te versterken.Haidt (2012)

PO

In een pauze of na schooltijd, liefst nog dezelfde dag, bespreek je de opdracht met de leerling. Hoe eerder je de opdracht bespreekt, hoe sneller je weer op goede voet met elkaar verder kunt gaan. Vraag de leerling om samen te vatten wat er is gebeurd en vraag wat de leerling van plan is daaraan te doen. Bij een bevredigend antwoord geef je aan dat het nu is opgelost. Bedank de leerling voor het inleveren. Het probleem is opgelost en jullie beginnen met een schone lei.
Bij jonge kinderen die nog niet kunnen schrijven, vraag je het kind over de gebeurtenissen een tekening over te maken. Bij het bespreken van de tekening vertelt de leerling wat hij of zij heeft getekend.

VO

De nabespreking zelf kan kort zijn. Vraag de leerling om samen te vatten wat er is gebeurd en vraag wat de leerling van plan is daaraan te doen. Na een voor jou acceptabel antwoord van de leerling geef je aan dat het is opgelost. Je bedankt de leerling en bewaart de brief om de leerling later aan intenties genoteerd in de brief te kunnen herinneren. Als je genoeg tijd hebt, vraag dan of de leerling jou ook een ‘Tip‘ wil geven. Dat maakt het nagesprek gelijkwaardig.

1.5 De brief altijd inleveren – PO en VO

Het blijkt in de praktijk dat zowel docent als de leerling de afhandeling van de opdracht zo snel mogelijk willen afsluiten. Daarom leveren leerlingen de ‘Brief over toekomstig gedrag ‘ meestal direct in.

PO

Als je een brief hebt uitgedeeld, probeer dit dan met de betreffende leerling af te handelen en op te lossen nog voor het volgende dagdeel. Zo kun je het nieuwe dagdeel weer positief en zonder ruis starten.

VO

Het is van groot belang dat als je een leerling een opdracht geeft, deze leerling de opdracht ook inlevert. Ook is het belangrijk dat jij rustig kunt blijven tijdens het afhandelen van het inleveren en dat er geen conflict ontstaat. Wat doe je als een leerling de brief niet bij jou inlevert?

Jou reactie is afhankelijk van de context. Nu volgt eerst een mogelijke afspraak en daarna de reactie als die afspraak niet wordt nagekomen.

1. Afspraak: De leerling levert de brief buiten de les om bij jou in. De leerling komt niet opdagen.

In dit geval bel je de ouders en vraag je hen toe te zien op het inleveren van de opdracht bij de volgende les. De eerste keren dat je ouders belt, zul je dit vermoedelijk als spannend ervaren. Gelukkig blijken ouders meestal blij te zijn met jouw vraag om hulp. Niet voor alle leerlingen draagt de hulp van de ouders eraan bij om de brief toch in te leveren, maar voor de meeste wel. Met het bellen geef je de opdracht extra gewicht en laat je zien dat jij de opdracht serieus neemt. In uitzonderlijke gevallen kiezen ouders volledig partij voor hun kind. Je bedankt de ouders dan toch voor het gesprek en wacht af of de leerling de volgende les de brief bij zich heeft. Met deze stap is het mogelijk het inleveren in eigen hand te houden.

2. Afspraak: De leerling levert de brief de volgende les in. De leerling komt dan niet opdagen. Jij lost dit dan zelf op (zonder hulp van de schoolleiding) .

Check of de leerling die dag absent is. Is de leerling wel op school dan ga jij – als je een tussenuur hebt – naar het lokaal waar de leerling die de brief niet heeft ingeleverd op dat moment les heeft (Bespreek dit van te voren met de collega waar de leerling dan les heeft) . Je vraagt de leerling dan even mee te lopen en de brief in jouw aanwezigheid te schrijven, daarna bespreek je met de leerling wat is opgeschreven.

3. Afspraak: De leerling levert de brief de volgende les in. De leerling heeft de brief dan niet bij zich.

Je vraagt dan de leerling de (reguliere) uitstuurbrief van de school te halen én geeft de leerling een kopie van de brief. Je vraagt de leerling zich na afloop van de lesuur bij jou te melden de gemaakte opdracht én de uitstuurbrief van school. Met deze actie stuur je een leerling uit de les, niet uit boosheid, maar omdat de leerling de opdracht niet bij zich heeft. De opdracht en de uitstuurbrief levert de leerling aan het einde van de les bij jou in. Hieronder lees je wat te doen als de leerling dan niet komt opdagen.

4. Afspraak: je vraagt een leerling de brief buiten de les te maken, een uitstuurbriefje te halen en zich te melden aan het einde van de les. De leerling komt dan niet opdagen.

Je geeft door aan de leiding dat deze leerling heeft gespijbeld. Je neemt contact op met de leiding en overlegt hoe dit verder af te handelen.

Voorstel voor een afspraak tussen jou en de schoolleiding (De schoolleiding beslist over de uiteindelijke vorm van deze afspraak).

Jij vertelt de schoolleiding dan je werkt met de ‘Brief over toekomstig gedrag’  en dat je er alles aan doet om ervoor te zorgen dat de leerling de brief altijd inlevert. Jij vraag de schoolleiding of zij jou willen steunen als jouw inspanningen geen resultaat opleveren. In de praktijk handel je dan samen met de schoolleiding het inleveren als volgt af:

Jij vertelt de schoolleiding welke leerling een brief niet bij jou heeft ingeleverd. Iemand van de schoolleiding zoekt de leerling op en draagt de leerling op de brief om 7:30 uur bij de conciërge op te halen (Een stapeltje kopieën ligt daar klaar van de ‘Brief over toekomstig gedrag’ van VOH). De leerling schrijft de brief direct en levert deze nog voor de lessen in bij de schoolleiding.

1.6 Waar schrijft de leerling de brief?

Kies zelf een van beide opties:

1. Op school aan het einde van de lesdag

Je kunt ervoor kiezen om met een leerling een afspraak te maken om de opdracht buiten de les om in jouw aanwezigheid te maken. Je geeft de opdracht dan pas aan de leerling als de leerling terugkomt op het afgesproken moment. Je kunt nadat de leerling de opdracht heeft ingevuld, de opdracht direct bespreken. Dit een eenvoudige en effectieve optie omdat het nablijven de leerling ook extra tijd kost wat het effect van de opdracht versterkt.

2. Thuis

Je vraagt de leerling de brief in de tas te stoppen en thuis te maken. Je spreekt met de leerling een dag en tijdstip af waarop de leerling de opdracht bij jou inlevert.

1.7 De brief laten schrijven bij frontaal lesgeven en tijdens zelfstandig werken

Docentgestuurd onderwijs – Frontaal lesgeven

Als een leerling binnen een periode van acht lessen al twee ‘Tips‘ kreeg en voor de derde keer binnen een periode stoort, vraag je deze leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ aan jou te schrijven. Overweeg om deze brief af te drukken op geel papier. Van de gele kleur gaat een signaalwerking uit te vergelijken met de gele kaart van een scheidsrechter.
Als je ook een tweede leerling een brief aan jou hebt laten schrijven, onderbreek je frontaal lesgeven en vraag je je leerlingen in stilte huiswerk te maken. Daarmee voorkom je dat je te veel leerlingen deze opdracht geeft waardoor de stemming kan omslaan (Professionele grens).

Leerlinggestuurd onderwijs – Zelfstandig werken

Als een leerling in twee eerdere lessen al een ‘Tip‘ kreeg en het is voor de derde keer nodig deze leerling aan te spreken op gedrag of inzet, dan vraag je de leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven.
Als je aan vier verschillende leerlingen een ‘Tip‘ hebt gegeven tijdens zelfstandig werken, onderbreek je zelfstandig werken en ga je verder met frontaal lesgeven. Het is dan te druk voor de leerlingen om zich te kunnen concentreren.

1.8 De brief zo min mogelijk laten schrijven

Weloverwogen

Je neemt eerst stap 1 (non-verbaal), dan neem je stap 2 (verbaal) en pas dan vraag je een leerling een brief te schrijven. Je handelt daarmee weloverwogen (niet impulsief) .

Non-verbaal

Voordat je een leerling een opdracht geeft, pak je een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ langzaam op. Stopt een leerling dan met storen dan leg je de opdracht weer weg. Met een knikje of een compliment (duim omhoog) bedank je de leerling. Op deze manier voorkom je non-verbaal dat je een leerling confronteert met een maatregel.

2. Aanwijzingen voor de docent

2.1 Compassie

Belangrijk is dat jij de opdracht op een vriendelijke manier uitdeelt: “Jammer dat ik deze opdracht nu moet geven, maar dat is nu de afspraak.” Zo toon je compassie met de leerling voor het werk dat je hem of haar meegeeft. Zo blijf je vriendelijk tijdens het bijsturen en voorkom je dat je de relatie met de leerling beschadigt. Tijdens het bijsturen laat je zien dat je niet uit bent op vergelding. Je blijft vriendelijk en duidelijk.

2.2 Brieven een jaar bewaren

Na ondertekening door de leerling verandert de brief in een afspraak tussen jou en de leerling. Jij bewaart alle brieven (met afspraken/intentieverklaringen van leerlingen), een jaar lang in jouw archief. Door de brief te bewaren, kun je een leerling die in een volgende periode opnieuw stoort, herinneren aan de zelf gesuggereerde oplossing.

3. Uitzonderlijke situaties

Nu volgt een beschrijving van een aantal uitzonderlijke situaties waarbij het belangrijk is een strategie achter de hand te hebben.

3.1 Leerling weigert de opdracht te accepteren PO en VO

PO

Vraag de leerling om mee te lopen en de opdracht bij een IB-er en/of schoolleider te maken. Als de leerling dit weigert zeg je: “Als je dit nu weigert, vraag ik desbetreffende IB-er of schoolleider om je uit de klas te halen”. Vraag de rest van de klas om rustig door te werken en loop naar de desbetreffende collega. Geef deze even kort uitleg en vraag of je collega de leerling rustig uit de klas wil halen. De leerling maakt de opdracht dan in aanwezigheid van deze collega. Bespreek de opdracht met de leerling en bedank de leerling. De leerling mag de klas weer in en jullie hebben het er niet meer over. Als de leerling alsnog weigert om de opdracht te maken, bespreek je met je collega wat de volgende stap is. Bijvoorbeeld: nodig de ouders uit voor een gesprek en laat de leerling tot die tijd zijn werk maken in aanwezigheid van IB-er en/of schoolleiding.

VO

Grotere opdracht

Als een leerling de brief niet accepteert op het moment dat je deze uitdeelt, zeg je: “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, ander moet ik je helaas een grotere opdracht geven”. (Bereid je hierop voor door een grotere opdracht achter de hand te hebben die inhoudelijk vergelijkbaar is) .
Het uitspreken van deze woorden heeft meestal het effect dat een leerling de eerdere kleine opdracht accepteert. Blijft de leerling protesteren, dan vraag je de leerling de klas te verlaten. Als de leerling dat weigert zeg je: “Als je nu blijft zitten wordt het een zaak van de schoolleiding. Je hebt nu nog de kans om de klas te verlaten”. Indien de leerling blijft weigeren om de klas te verlaten, loop je de klas uit en vraag je een collega om assistentie. Samen overtuigen jullie de leerling dat vertrekken nu de beste optie is. Hiermee behoud jij het initiatief.

Liever een gesprek

Soms vraagt een leerling om een gesprek i.p.v. een opdracht. In de video hieronder bij ‘Voorbeelden’ vertelt Josie dat zij dit heeft meegemaakt. Josie geeft les aan het MBO aan onderwijsassistenten in opleiding. Bij haar leerlingen en in het algemeen bij wat oudere leerlingen is dit een voor de hand liggende reactie op een brief: “Ik vind deze opdracht kinderachtig, ik heb liever dat u mij even aanspreekt aan het einde van de les“. Op dit verzoek ga je niet in. Deze wens van de leerling (in dit geval studenten) is begrijpelijk, maar uit onderzoek van Astrid Boon blijkt dat een ‘goed gesprek’, zeker op dat moment weinig effect heeft. Dat heeft meerdere oorzaken:
Zo’n gesprek kost de leerling weinig tijd en voor de leerling is het niet nodig te reflecteren. Omdat de leerling niet reflecteert op de oorzaak van de verstoring en op een mogelijke verbetering, vindt geen transformatie plaats.
Zonder een opdracht om thuis te maken, komt de leerling er gemakkelijk van af én verliest de leerling geen tijd.
Jij hebt na de les vaak nauwelijks tijd voor het bespreken van de verstoring van de les. Zowel jij als de leerling hebben dan nog niet een nacht geslapen. Emotie krijgt bij zo’n gesprek dan al snel de overhand. Zo’n verhit gesprek versterkt bij de leerling de indruk dat jij impulsief reageert.

3.2 Leerling gaat door met het verstoren van de les

Wat doe je als een leerling die zojuist een ‘Tip‘ of een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ kreeg de les blijft verstoren?

  1. Let in het vervolg van de les zo min mogelijk op deze leerling. Het heeft geen zin om tijdens die les krampachtig te pogen deze leerling te laten stoppen met het storende gedrag. Door bewust de overige leerlingen aandacht te geven, voorkom je dat je boos wordt .
  2. Als negeren niet het gewenste effect heeft en de leerling jou blijft provoceren, pak dan je ‘Tipboek‘. Beschrijf dan als een verslaggever het gedrag van de leerling. Je zegt niets, je schrijft. De leerling ziet dat jij iets noteert in je ‘Tipboek‘ en naar hem of haar kijkt. De leerling vermoedt dat jij aan deze aantekeningen consequenties zal verbinden. Meestal bindt een leerling dan in en dan kun je de zojuist opgeschreven opmerkingen verder laten voor wat ze zijn, je verbindt er geen consequenties aan. Er is een kleine kans dat de leerling vraagt wat jij opschrijft. Jij geeft dan aan dat je beschrijft wat hij of zij doet en dat je dat, indien nodig, zult gebruikten in een gesprek met de leiding.
  3. Zoekt een leerling dan nog de grens op, dan neem je na de les contact op met je leidinggevende met jouw aantekeningen in het ‘Tipboek‘ als gespreksonderwerp.

Deze tactiek is noodzakelijk om altijd vriendelijk te kunnen blijven. Zou je deze leerling binnen één les wel een tweede ‘Tip‘ geven, boos worden, of de leerling die al een brief moet schrijven uit de les verwijderen, dan heb je je kans voorbij laten gaan om een sluimerend conflict te de-escaleren.

3.3 Collectieve verstoring van de les

Een collectieve verstoring treedt doorgaans op tijdens frontaal lesgeven. Daarop reageer als volgt:

Gebruik eerst het Vuurtorengebaar waarmee je de groep vraagt om aandacht. Als de groep niet goed reageert, schrijf je op het bord: ‘Algemene ‘Tip: Graag opletten’. Daarmee geef je aan dat je de hele groep een ‘Tip‘ geeft. Als je het ‘Telraam’ hebt geïntroduceerd, laat je de oranje afbeelding zien. Werk je niet met het ‘Telraam’, schrijf dan op het bord met grote letter ‘Tip 1 graag opletten’.
Als de groep niet goed reageert, vraag je met hetzelfde gebaar opnieuw om stilte. Als leerlingen blijven storen, schrijf dan op het bord: ‘Tip 2 Graag opletten’.
Vraag voor de derde keer met een gebaar om stilte. Als de groep niet goed reageert, kies je willekeurig een leerling en zeg je tegen deze leerling: ‘Helaas moet ik je nu een brief laten schrijven.

3.4 Les onderbreken – Professionele grens

Tijdens het lesgeven kan jouw persoonlijke grens worden overschreden of jouw professionele grens. Met je professionele grens voorkom je je persoonlijke grens bereikt.

  1. De persoonlijke grens is de meest subjectieve en minst geschikte grens om tijdens het lesgeven te hanteren. Het draait hierbij meer om je persoonlijke ‘gevoel’. Het gevaar is dan dat je emotioneel of boos wordt.
  2. Met je professionele grens geef jij aan hoe als professional reageert. Hier gaat het om ‘weten en afwegen wanneer en waarom het belangrijk is om te reageren’ en om het volgen van een effectieve procedure.

Welke actie onderneem je als jouw professionele grens is bereikt? Dat verschilt voor frontaal lesgeven en zelfstandig werken:

Docentgestuurd onderwijs – Frontaal lesgeven

Als je bij frontaal lesgeven binnen een les een tweede leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ laat schrijven, dan is jouw professionele grens bereikt. Dan leg je de les stil. Dan vraag je alle leerlingen om in stilte huiswerk te gaan maken. Je geeft de volgende instructie: “Ik stop nu met lesgeven. Ga allemaal zonder te overleggen aan het werk met huiswerk (mag elk vak zijn)”. Je let erop dat niemand overlegt. Wie toch overlegt, zet je apart. Als er geen plaatsen meer over zijn om leerlingen apart te zetten, kondig je aan dat je de volgende leerling die praat er helaas uit de les moet verwijderen. Doorgaans adviseert VOH om geen leerlingen uit de les te verwijderen maar dit is een noodzakelijke uitzondering. Sta je in deze situatie een overleg toch toe, dan ondermijn je je eigen gezag. Het stilleggen van de les doe je sporadisch. Zie Frequentie van drie stappen waarmee je aanstuurt en bijstuurt.

Met deze aanpak voorkom je dat:

  • dat leerlingen jou als een marionet laten reageren op verstoringen van de les.
  • dat jij je emotionele grens overschrijdt en boos wordt.
  • dat er zich een machtsspel ontwikkelt waarbij jouw maatregelen steeds minder effect hebben.
  • meerdere leerlingen een brief moeten schrijven. Dit kost samen te veel tijd van de klas als geheel waardoor zij minder tijd hebben om hun huiswerk te maken. De kans is dan aanwezig dat behalve leerlingen ook ouders, collega’s en schoolleiding protesteren tegen de te grote hoeveelheid opdrachten die jij uitdeelt. Er ontstaat dan verzet tegen de manier waarop jij orde houdt.
  • Door te stoppen met de les nadat je de tweede brief hebt laten schrijven, isoleer je maximaal twee leerlingen van de groep: Deze twee leerlingen hebben een opdracht die hen tijd kost. De andere leerlingen hebben die opdracht niet. De beurt is nu aan de twee leerlingen om de opdracht te maken. Als de brief is nabesproken functioneert de hele klas beter.

Leerlinggestuurd onderwijs – Zelfstandig werken

Je spreekt met de klas af dat je bij zelfstandig werken niet meer dan vier ‘Tips‘ geeft aan vier verschillende leerlingen

  • Door maximaal vier ‘Tips‘ te geven, voorkom je dat je je eigen autoriteit uitholt (vergelijk eindeloos waarschuwen).
  • Je onderbreekt zelfstandig werken na de vierde ‘Tip‘. Je gaat dan verder met frontaal lesgeven.
  • Door te stoppen met zelfstandig werken, voorkom je ergernis bij jezelf over de vele ‘Tips‘ die je geeft en bij je leerlingen omdat zij zich niet kunnen concentreren op hun werk. Met het stoppen met zelfstandig werken voorkom je dat je jouw persoonlijke grens bereikt.
  • De manier waarop je de les onderbreekt, is anders dan bij frontaal lesgeven: Als je vier ‘Tips‘ hebt gegeven is dat voor jou een indicatie dat het te onrustig is voor de leerlingen om zelfstandig te kunnen werken. Daarom onderbreek je zelfstandig werken en ga je verder met frontaal lesgeven (zie gebaar Wisselen van werkvorm).

Neem jezelf voor om ook tijdens zelfstandig werken één of, hooguit twee brieven te laten schrijven. Je deelt bij zelfstandig werken pas een brief uit als je op de lijst van zelfstandig werken ziet dat je een leerling voor de derde keer aanspreekt op storend gedrag. Zie voor een uitgebreide toelichting ‘Oefenperiode‘.

3.5 Bijsluiter

De ‘Brief over toekomstig gedrag’ heeft een werking die vergelijkbaar is met een medicijn: curatief. Deze paragraaf is te beschouwen als een bijsluiter die hoort bij het medicijn van VOH: de brief.

In een bepaalde dosering helpt medicatie en bij een te hoge dosering werkt deze averechts. Het is onverstandig de hele klas het medicijn – een brief – toe te dienen. Bij een te hoge dosering ontstaat er oproer en ontstaat er een steeds grimmiger situatie. Hoe ga jij om met protesten van de groep leerlingen die een je een brief liet schrijven? Hoe voorkom je dat de klas, ouders, collega’s en schoolleiding zich ergeren aan de hoeveelheid werk die jij de leerlingen meegeeft? Wat doe je als zij verhaal komen halen? Hoe ontvang je ’s ochtends voor de lessen een grote groep leerlingen die de opdracht komt inleveren?

Dit alles voorkom je door:

  1. pas een brief te laten schrijven na twee ‘Tips’. Hiermee stel je het laten schrijven van een brief uit. Op zijn vroegst vraag je een leerling in les 3 een brief te schrijven.
  2. per werkvorm (frontaal lesgeven of zelfstandig werken) te streven naar het uitdelen van maximaal één brief per les. In zeer uitzonderlijke situaties deel je twee brieven per les uit.

3.6 Uitzonderingen VO wat betreft het uit de les verwijderen van leerlingen

VOH adviseert om leerlingen niet uit de les te verwijderen. Nu volgen drie uitzonderingen voor het VO waarbij je een leerling wel uit de les verwijderd:

  1. Als jij de vorige les een leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ gaf en je met de leerling de afspraak maakte de brief in de volgende les in te leveren, dan wacht je aan het begin van de volgende les de leerling op bij de deur van het lokaal. Je hebt dan een extra kopie bij de hand van brief Als je de leerling ziet aankomen, vraag je de leerling de opdracht aan jou te geven. Heeft de leerling de opdracht niet bij zich, dan geef je deze leerling een kopie van de opdracht met de mededeling dat de leerling deze opdracht buiten de les maakt en aan het einde van de les inlevert samen met een uitstuurbriefje. Nog voor de les begint, heb je deze leerling nu de les uitgestuurd.
  2. Een tweede uitzondering is ‘grensoverschrijdend gedrag’: Als een leerling een medeleerling slaat of jou of zijn medeleerlingen uitscheldt, stuur je deze leerling er direct uit. Daarmee bewaak je voor de hele groep de veiligheid.
  3. Als jij de les hebt stilgelegd en iedereen zit huiswerk te maken én je hebt leerlingen die overleggen al apart gezet, kan het gebeuren dat je geen plaats meer hebt om leerlingen apart te zetten. Dan kondig je aan dat je een leerling die nog praat uit de les verwijdert.

4. Alternatieve maatregelen om bij te sturen

De eerste keer dat je een ‘Brief over toekomstig gedrag’ inzet, is deze bewust kort. Zo voorkom je associaties met strafwerk of vergelding.
Nu volgen een aantal alternatieve maatregelen die bijdragen aan gedragsverandering. Je zet deze maatregelen in wanneer een leerling in een volgende periode opnieuw storend gedrag vertoont en de eerdere maatregel onvoldoende effect had.

4.1 Reflectieve schrijfopdracht Astrid Boon

Astrid Boon is orthopedagoog. Zij is de schrijfster van Straf/regels en van ‘Te gezellig in de les’. In deze video beschrijft zij het nut en belang van de reflectieve schrijfopdracht en vertelt zij hoe je een reflectieve schrijfopdracht opstelt.

Hoe stel je een reflectieve schrijfopdracht op?

Je schrijft samen met de leerling na de les de reflectieve schrijfopdracht en voorziet deze van een datum. Nadat de tekst is samengesteld, vraag je de leerling dit advies tien keer over te schrijven en te laten ondertekenen door de ouders. Ook geef je aan wanneer en waar de leerling de tekst inlevert.

De reflectieve schrijfopdracht spits je toe op de gebeurtenis die eraan voorafging. Een reflectieve schrijfopdracht bestaat uit vier componenten:

  1. Eigen gedrag benoemen. (Het is niet de bedoeling dat.., want.. )
  2. Stilstaan bij eigen gedrag. (Als ik …, zorg ik ervoor dat …)
  3. I.p.v. rechtvaardiging. (Ook als ik … , want zo maak ik de problemen groter i.p.v. kleiner ..)
  4. Helpende suggestie. ( Voortaan … , zodat ik … )

Voorbeeld schrijfopdracht

Ik ga voortaan niet meer duwen en trekken aan andermans kleren, ook niet als iemand mijn pen heeft afgepakt, want dat maakt de kwestie alleen maar erger. Beter is het, als ik de volgende keer als ik boos dreig te worden naar de docent loop en vraag om een andere plaats, omdat mijn buurman mij uit de tent lokt. Zo kan ik voorkomen dat ik de hele klas stoor, omdat ik mijn handen niet thuis kan houden en zo kan ik tevens voorkomen dat ik zo’n kinderachtige schrijfopdracht krijg.Boon (2009) Astrid

Een reflectieve schrijfopdracht maak je per situatie op maat en kost jou daarom tijd. De inhoud van zo’n reflectieve schrijfopdracht gaat concreet in op wat de aanleiding vormde voor deze opdracht. De reflectieve schrijfopdracht verenigt kenmerken van reflectie én ouderwetse strafregels.

Leraar 24 heeft een film gemaakt over Astrid Boon. In deze film ziet u hoe docenten en leerlingen op verschillende scholen omgaan met de ‘reflectieve schrijfopdracht’ en hoe Astrid Boon als orthopedagoog op verschillende scholen in Amsterdam een draagvlak creëerde om haar aanpak op scholen toe te passen. Over haar werk schreef zij een aantal boeken. Ook geeft zij lezingen in het hele land. Zij laat o.a. zien hoe je gedrag van leerlingen bijstuurt met een reflectieve schrijfopdracht.

4.2 Leerling verzint zelf een corrigerende maatregel

José Caballero, bestuurslid van de stichting Vriendelijk Orde Houden, vertelt over zijn aanpak bij het vak scheikunde: “Als ik een leerling aanspreek op gedrag of inzet, vraag ik hem of haar in een gesprek na afloop van de les zelf een maatregel te verzinnen die het probleem oplost. Dit spreken we dan vervolgens af. Meestal houdt de leerling zich aan de bedachte maatregel.“

4.3 Goed gesprek

Als je op een rustig moment als mentor met een leerling de consequenties van problematisch gedrag bespreekt en door rustig de vraag te stellen of de leerling rekening houdt met de consequentie van zittenblijven, kan dit gesprek bij de leerling wel een verandering van gedrag teweegbrengen.

Als er aan een ‘goed gesprek’ geen consequenties verbonden zijn voor de leerling, volgt er in de meeste gevallen geen gedragsverandering. Bekijk in dit verband deze video van Astrid Boon Daarin geeft zij aan dat een gesprek met een leerling niet altijd effectief is.

Bekijk bij voorbeelden hieronder de video van Josie die een gesprek met een leerling vermijdt omdat op dat moment tijd voor reflectie ontbreekt. Zij kiest er daarom voor het leerlingen een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te laten schrijven.

4.4 Vraag naar beweegredenen (aanvullende interventie)

Stel dat een leerling een andere leerling slaat “Vraag een leerling om op te schrijven waarom hij of zij wil slaan. Dat papiertje bewaar je dan en je komt er later met de leerling op terug. Je kunt dan vragen of dit nog steeds zo is”. Eidhof (2021), Bram

4.5 Nablijven

Twee praktijkvoorbeelden:

Hoe lang gaat u dit doen?

“Een jongen weigerde steeds om voor een bepaald vak een lesje te maken. Daarop vroeg ik de jongen om na te blijven en gaf hem de opdracht: maak het lesje nu en als je het af hebt, kom je bij mij. De jongen ging aan het werk. Ondertussen keek ik zelf het werk van de andere leerlingen na. Toen de jongen klaar was, mocht hij naar huis. De volgende dag herhaalde dit patroon zich en ook de volgende week. Op een gegeven moment komt de jongen naar mij toe en vraagt: Hoe lang gaat u dit doen? Ik antwoord: “Totdat jij gewoon in de les je werk doet”. De dag daarop ging de jongen tijdens de les direct aan het werk. Het probleem loste zich vanzelf op. Het was voor mij niet nodig om boos te worden”.

Klaagmuur

Ik zit in V6. Op een vrijdagmiddag zitten ik met een vriend uit te schaken in een totaal verlaten school. Na het schaken, pakten wij een bordenwisser, een ouderwetse met krijt eraan, en bewerkten elkaar hiermee. Een amanuensis vroeg ons daarmee op te houden. Dat vonden wij totaal overbodig, wij zaten immers in klas zes. Bovendien was het onze vrije tijd hadden wij geen les van deze amanuensis. Wij gingen dus vrolijk verder. Een maand later werd ik uit de les gehaald door de rector. Hij vroeg vriendelijk wat er gebeurd was die middag. Ik gaf aan dat er niets was gebeurd. Daarop vroeg de rector aan mij om bij de zogenaamde ‘klaagmuur’ te gaan staan. Dat was een kale muur bovenaan de trap van het centrale trappenhuis waar iedereen langsliep. De rector zei dat ik daar moest wachten. Na een uur vroeg de rector opnieuw wat er gebeurd was. Weer gaf ik het antwoord “Er is niets gebeurd.” Weer moest ik wachten. De school was inmiddels verlaten. Staan zonder iets te mogen doen, is vermoeiend. Voor de derde keer kwam de rector vragen wat er was gebeurd. Ik vertelde schoorvoetend dat ik met een vriend met bordenwissers aan het spelen was. De rector zei alleen: “Niet meer doen”. Toen mocht de jongen gaan. Dit voorbeeld laat zien dat tijdverlies, zonder boosheid, een krachtige correctie kan zijn.

4.6 Creatieve schrijfopdracht

Maak voor je leerling het begin van een fabel. Deze fabel gaat over een door jou verzonnen conflict. Nodig een leerling die de les verstoort uit om deze fabel af te maken op een manier dat er een oplossing gevonden wordt voor het conflict. Geef aan dat je wilt dat de leerling het vervolg van de fabel schrijft op een vriendelijke en duidelijke manier. Een voorbeeld

4.7 Gesprek met ouders, schoolleiding, leerling en docent

Als een leerling niet goed reageert op bijsturen met een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ en ook niet op een van de alternatieven zoals de reflectieve schrijfopdracht, dan is het tijd voor een gesprek over het gedrag van de leerling met ouders, schoolleiding leerling en docent erbij. Dit vraagt van de leerling om in gesprek te gaan met de eigen ouders (want die willen natuurlijk weten wat er aan de hand is) en vraagt van de leerling om ten overstaan van ouders, schoolleiding en docent te verduidelijken wat er speelt en hoe dit weer in goede banen te leiden. Dit is voor de leerling tijdrovend en confronterend maar in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk.

5. Herkomst en valkuil van straf

Straf is al zo oud als de mensheid. Prideaux maakt ons deelgenoot van de volgende veronderstelling van Nietzsche:

 Op een zeker moment in de prehistorie, zo veronderstelt hij [Nietzsche], ontstond er een specifieke manier van doen die schadelijk was voor de gemeenschap. Het leidde tot het opleggen van straf. Dit was het ogenblik waarop de moraal werd geconstrueerd; dit was het moment waarop onze instincten voor het eerst werden beteugeld door een straffende maatschappij. Mettertijd leidde het opleggen van straf tot introspectie. Introspectie leidde tot het geweten.Prideaux (2018)

Zo gezien is straf heilzaam. Het gevaar bij straf kan zijn dat ontvangende partij de maatregel als onrechtvaardig of disproportioneel ervaart. Dan staat de relatie onder druk: de straf kan onvriendelijk of boosaardig overkomen.

6. Voorbeelden

Josie geeft les aan het HBO. Zij heeft de Cursus Vriendelijk Orde Houden gevolgd én een Diploma Vriendelijk Orde Houden ontvangen:

Zij vertelt over haar ervaring met het geven van een reflectieverslag (variant op ‘Brief over toekomstig gedrag‘). Bij deze video maken we de kanttekening dat VOH aanraadt om maximaal twee keer per les een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ uit te delen. In deze video reageert Josie adequaat op een leerling die protesteert tegen haar maatregel.

Leerlingen van het Pieter Nieuwland College vertellen:
“Ons uit de klas sturen werkt niet ….en een reflectieverslag wel (Eerder gaven wij die naam aan een ‘Brief over toekomstig gedrag‘).
Een leerling uit de les verwijderen
In deze video geven leerlingen aan dat het geen zin heeft om hen uit de les te verwijderen. Zij geven aan dat de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ (zij noemen het daar reflectieverslag) wel effectief is. Op hun school (Pieter Nieuwland College) was het gebruikelijk dat als een leerling de brief niet inleverde bij de docent, de schoolleiding het inleveren van brief van de docent overnam.

Aan het woord meerdere docenten en leerlingen van het Pieter Nieuwland College in de periode 2014-2017.
Zij vertellen hoe zij een ‘Brief over toekomstig gedrag’ laten schrijven door een leerling en met deze leerling nabespreken. In deze video noemen zij deze opdracht ‘reflectieverslag’ of ook wel ‘brief’).
Leerlingen beschrijven in deze video het effect van de brief.

7. Samenvatting

Als een leerling niet goed reageert op de eerste twee stappen van aansturen‘Aansturen‘ (Nonverbaal en Verbaal), stuur je bij met een maatregel die een leerling wel tijd kost: de ‘Brief over toekomstig gedrag‘. De leerling krijgt met deze opdracht de kans om zelf een rol te spelen bij het verbeteren van het eigen gedrag.

Omdenken: Terwijl je de opdracht geeft, houd je voor ogen dat je de leerling helpt om voortaan beter te functioneren in de klas. Je weet dat je door bij te sturen, voorkomt dat jij en de leerling blijven steken in een machtsspelletje. Dit besef helpt je om vriendelijk te blijven.
Tijdens het bijsturen neem je negatief gedrag van de leerling niet over. Als je bijstuurt, toon je compassie en begrip voor de zware taak die de leerling wacht door te zeggen: “Ik moet je nu helaas deze opdracht geven”.

Als de leerling de brief niet inlevert, ook niet bij de tweede kans, zorg je ervoor dat dit alsnog gebeurt. Alleen dan is ‘Aansturen en Bijsturen‘ effectief.

8. Credits

Gabriëlle la Rose – Veiligheidscoördinator op het Pieter Nieuwland College in Amsterdam

Gabriëlle bemiddelt bij conflicten tussen leerlingen en docenten. Daarbij gebruikt zij een reflectieverslag. Een reflectieverslag maken, kost een leerling tijd. Haar opdracht staat aan de basis van deze alternatieven voor de ‘Brief over toekomstig gedrag’.

Stephan Dinkgreve – Docent Natuurkunde

Stephan bezocht een muziekles van Johan ’t Hart. Hij bedacht een variant op de manier waarop hij Johan zag orde houden. In plaats van strafwerk, wat Johan toen nog gebruikte, gebruikte Stephan een variatie op het hierboven genoemde reflectieverslag. Johan nam deze nieuwe manier van bijsturen van Stephan over. Hiermee legden Johan en Stephan de basis voor Vriendelijk Orde Houden. Van Stephan leerden wij ook dat als een leerling protesteert tegen het krijgen van een reflectieverslag, je als docent rustig en vriendelijk aangeeft: “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, anders moet ik je helaas een groot reflectieverslag geven”.  Stephan bracht VOH in contact met Astrid Boon

Jeroen van Morselt – Schoolleider op het Pieter Nieuwland College

Jeroen van Morselt heeft als schoolleider met Johan ’t Hart (docent muziek op het PNC) samengewerkt. Samen zorgden zij ervoor dat een leerling die een ‘Brief over toekomstig gedrag’ ging schrijven, deze altijd inleverde. Ook Collega’s van Johan op het PNC werkten op eenzelfde manier met Jeroen samen. Docenten die op deze manier met Jeroen samenwerkten, stuurden minder leerlingen uit de les.

M. de Roij – Cursist Vriendelijk Orde Houden

Docenten geven de ‘Brief over toekomstig gedrag’ vaak een eigen naam. M. de Roij noemt de brief in het PO Nadenkbrief (zie blog).