Inleiding aansturen en bijsturen

Docenten lossen verstoringen van de les op in vier stappen. De eerste twee stappen (aansturen) kosten een leerling geen tijd. De derde en vierde stap kosten een leerling wel tijd. Op een vriendelijke en duidelijke manier geven docenten een leerling bij elke stap de kans het gedrag aan te passen. Met deze aanpak van Vriendelijk orde houden (VOH) is het niet nodig om leerlingen uit de les te sturen.

“Ik geef duidelijke grenzen aan. De vier stappen voer ik vriendelijk en ontspannen uit met als gevolg een onafgebroken les”.

“Als het op orde houden aankomt, ben je al te laat”. Jan Wolters

“….ouders hadden vaak hoge verwachtingen van hen en in de meeste gezinnen waren er duidelijk regels. Maar die regels werden niet op autoritaire wijze afgedwongen.” Bregman (2021)

Bijsturen in twee stappen // Vriendelijk Orde Houden in the Klas

Handelingsladder. Deze ladder met de vier stappen waarmee je aan- en bijstuurt, is onderdeel van de Poster van Vriendelijk orde houden

Bekijk het gehele overzicht

Gebruik lichaamstaal

Leerlingen reageren steeds sterk op het vuurtorengebaar (gebaar dat vraagt om stilte). De docent is daar steeds weer verbaasd over.

Tijdrovende opdracht

Josie vertelt over haar ervaring met het geven van een Tijdrovende opdracht. Bij deze video de kanttekening dat Vriendelijk orde houden in de klas aanraadt om maximaal twee Tijdrovende opdrachten per les uit te delen.

Nu beantwoorden

Hoe houd ik nu orde?

Thuis beantwoorden

Hoe stuur ik in de toekomst aan- en bij?

Aansturen en bijsturen is één van de vijf invalshoeken van VOH waarmee je orde maakt.

  1. Vriendelijk
  2. Duidelijk
  3. Lesinhoud
  4. Observeren
  5. Aansturen en bijsturen (Deze pagina)

Inleiding aansturen en bijsturen

De invalshoek ‘Aansturen en bijsturen’ en de deelgebieden daarvan zijn te zien als losse modules. Deze modules dragen bij aan een les zonder ruis en daarmee maak je orde. De deelgebieden van deze invalshoek zijn: Aansturen met lichaamstaal, Aansturen met Tip, Bijsturen met Tijdrovende opdracht en Bijsturen met hulp leidinggevende. Deze vier deelgebieden komen samen in de Handelingsladder. Zij vertegenwoordigen dan elk een stap in het aan- en bijsturen van gedrag.

Met deze vier stappen stappen reageer je op specifiek storend gedrag (of voorbode daarvan) op het moment waarop het plaats vindt, met als doel om dat gedrag ook op dat moment te stoppen (of af te wenden). De vier stappen vallen uiteen in aansturen en bijsturen. Bij aansturen hoort het gebruik van lichaamstaal en het geven van Tips. Bij bijsturen hoort het geven van een Tijdrovende opdracht en het indien nodig vragen om hulp van de schoolleiding bij het laten inleveren van een Tijdrovende opdracht.

Elke stap vergt zijn eigen specifieke voorbereiding en inbedding. Een goede voorbereiding maakt de vier stappen efficiënt en effectief en bij elke stap blijf je vriendelijk en ben je duidelijk.

Als je net begint met lesgeven, aan het begin van het jaar, is het nog best gezellig is. Wat doe je bij onrust en bij verstoringen van de les?  Hoe los je dat op als docent, of als docent in opleiding op een manier die in de praktijk echt werkt?

Onderwijs lijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met orde houden. Als orde houden je niet gemakkelijk afgaat vraagt je je collega’s om advies. Een veelgehoord advies van collega’s is dat je moet laten zien dat je de baas bent. Ze adviseren je te waarschuwen, je stem verheffen, strafwerk te geven en leerlingen uit de les te verwijderen. De meeste docenten zijn ervan overtuigd dat je politieagent moet spelen, anders kun je geen lesgeven. Maar als je dan een leerling uit de les verwijdert, geeft dat geen prettig gevoel en lost je er niets mee op.

VOH bied je een alternatief waarbij je niet voor politieagent speelt. Wie zichzelf te streng vindt of juist te vriendelijk kan zonder hiërarchie, zonder de baas te moeten spelen, op een gelijkwaardige manier omgaan met leerlingen.

De oorzaak van verstoringen kan bij jouzelf liggen: ik ben niet vriendelijk genoeg, ik ben niet duidelijk genoeg, mijn lesinhoud kan beter, ik vergeet op mijn leerlingen te observeren, het lukt mij niet om leerlingen efficiënt aan- en bij te sturen. Ook kan de oorzaak van verstoringen voor leerlingen van buiten komen: verliefdheid, onderlinge conflicten, de manier waarop klasgenoten met elkaar omgaan, spanning thuis of  tegenvallende prestaties.

Of de oorzaak nu bij jouzelf ligt of bij de leerlingen, het is aan te bevelen om direct te reageren op elke verstoring op een manier die de verstoring oplost. De manier waarop je reageert, valt  bij VOH uiteen in aansturen en bijsturen. Vermoedelijk heb jij al een manier gezocht om aan- en bij te sturen. Wellicht ben je op zoek naar een alternatief.

VOH heeft vier manieren om gedrag aan- en bij te sturen samengebracht in de Handelingsladder. De naam Handelingsladder is gekozen om aan te geven dat het gaat neutrale handelingen. Elk van de vier handelingen van de ladder voer je in volgorde van onder naar boven op een rustige manier uit. Vaak gebruik je alleen de eerst sport van de ladder, soms gebruik je er twee of meer achter elkaar (de frequentie van gebruik per les in percentages zie rechtsboven bij de afbeelding overzicht VOH)

  1. Aansturen met lichaamstaal (A)
  2. Aansturen met een of twee positief geformuleerde Tips (B-C)
  3. Bijsturen met een of twee Tijdrovende opdrachten (D-E)
  4. Bijsturen met hulp van leidinggevende (F)

Je kunt deze vier stappen onafhankelijk van elkaar integreren in jouw eigen aanpak. De letters achter de vier stappen zie je op meerdere plaatsen terug in de afbeelding met het overzicht van Vriendelijk orde houden. Ze staan linksboven bij de handelingsladder én ze staan rechtsboven in een overzicht de frequentie waarmee je een stap zult gebruiken.

Een aanpak waarmee je een verstoring van de les oplost, staat of valt met een effectieve maatregel (Bijsturen). Beperk je je bij een verstoring van de les tot aansturen: een blik op de leerling of een gebaar (Gebruik lichaamstaal) of een Tip (Aansturen met Tip) dan is dit niet effectief. Als een leerling merkt dat je een verstoring wel ziet en daar als dat nodig is geen effectieve maatregel aan verbindt die hem of haar tijd kost, is jouw blik, gebaar of Tip voor de leerling niets waard. Het gevaar bestaat dan dat er meer verstoringen volgen en dat je uiteindelijk toch een leerling uit de les verwijderd.

Handelingsladder

Op het moment dat een leerling goed reageert op een van de vier handeling geef je een compliment en laat de overige handelingen achterwege.

Bij deze ladder begin je (zoals meestal bij een ladder) aan de onderkant bij lichaamstaal. Als één stap al voldoende is ga, bedank je de leerling (duim omhoog) en je gaat weer door met lesgeven. Zo niet, dan gebruik je ook de volgende stap.

Achtergrond van de naam Handelingsladder

Waarom noemt VOH de vier stappen om mee aan- en bij te sturen een Handelingsladder? “ladder’ zien we ook terug in de term ‘escalatieladder’ die algemeen bekend is. Een ladder is een begrijpelijk beeld dat in de nieuwe naam Handelingsladder is opgenomen. Het zijn  meerdere sporten die je van onder naar boven gebruikt. Nieuw is dat VOH het deel ‘escalatie’ weglaat. De stappen hebben wel steeds meer gewicht, maar bij Vriendelijk orde houden neem jij alle stappen op een neutrale vriendelijke en duidelijke manier. Je raakt door een deze ‘handelingen’ niet uit je evenwicht.

VOH laat escalatie weg omdat je het associeert met dominantie, hiërarchie en conflict. Een aantal leerlingen zullen zich bij  hiërarchie en dominantie van een docent  leerlingen neerleggen, zij stellen zich volgzaam op. Anderen gaan met deze docent in conflict. Een combinatie van beide is doorgaans de praktijk.

Inhoudsopgave

  1. Belang van aan- en bijsturen
    1.1 Wel aan- en bijsturen
    1.2 Niet aan- en bijsturen
    1.3 Starten met aan- en bijsturen
    1.4 Observeren
    1.5 Starten met Gebruik lichaamstaal of starten met Tips + Tijdrovende opdracht
    1.6 Tip en Tijdrovende opdracht gefaseerd invoeren
  2. Aansturen en bijsturen
    2.1 Tijdsinvestering aansturen en bijsturen voor docent en leerling
    2.2 Vier stappen om aan- en bij te sturen
    2.3 Lessen met alleen aansturen
    2.4 Lessen met aansturen en bijsturen
    2.5 Verschillen en overeenkomsten aan- en bijsturen
    2.6 Verschillen PO en VO
    2.7 Collectieve verstoring door de hele groep
  3. Spiekbrief voor docent
  4. Uitzonderingen wat betreft uit de les verwijderen van leerlingen
  5. Samenvatting
  6. Bijdrage Astrid Boon
  7. Credits

1 Belang van aan- en bijsturen

1.1 Wel aan- en bijsturen

Doordat je vier stappen in steeds dezelfde volgorde neemt, ben je voor de leerlingen voorspelbaar. De leerlingen merken jij ze steeds een kans geeft hun gedrag aan te passen en dat je niet uit bent op vergelding. Ook merken ze dat jij tijdens het aan- en bijsturen rustig blijft. Het aantal verstoringen neemt af en alle aandacht gaat naar de les.

1.2 Niet aan- en bijsturen

Je waarschuwt leerlingen zonder dat je daar consequenties aan verbindt. Als het je teveel wordt, stuur je een leerling uit de les. Dit kost veel energie.

1.3 Starten met aan- en bijsturen

Een vriendelijke houding, duidelijk instructie en een uitdagende les dragen bij aan een goede les en dit vermindert de noodzaak om aan- en bij te sturen. Hoe goed je ook lesgeeft, altijd zal het nodig zijn om het proces aan- of bij te sturen.

Direct met alle vier de stappen beginnen is voor iemand die nog niet eerder op deze manier gewerkt wellicht te bewerkelijk. Vandaar dat wij nu vier mogelijkheden laten zien om gefaseerd te starten met Aansturen en bijsturen.

VOH beschrijft vier handelingen om aan- en bij te sturen. Met welke handeling begin je?

Hieronder bij punt 1.5 zie je vier opties om te starten. Kies zelf een optie aan die je aanspreekt. Voordat je ‘handelt’ en daarmee gedrag aanstuurt en of bijstuurt, spreek je deze handeling door met je leerlingen zodat ze weten hoe jij reageert op een verstoring. Je bent dan voorspelbaar en je leerlingen jouw ervaren jouw handelen als redelijk en rechtvaardig.

1.4 Observeren

Voordat we de vier opties voorleggen eerst nog deze vraag:

Hoe weet je wanneer je op een verstoring reageert? Waar let je op? Hoe herken je tijdig verstoringen en hoe nodig je, op een vriendelijke en duidelijke manier, leerlingen die de les verstoren uit om aan de slag te gaan met jouw uitdagende lesinhoud?

Tijdens het observeren van je leerlingen let je op hun lichaamstaal en taalgebruik. Wat je dan ziet is te verdelen in drie vormen van gedrag: Een leerling:

  1. doet mee.
  2. gaat niet aan het werk, maar verstoort de les niet.
  3. een leerling verstoort de les.

In het eerste geval ben je tevreden en geef je af en toe een compliment (duim omhoog).

In het tweede geval is het zaak om uit te zoeken waarom de leerling niets doet. Niets doen, kan onderdeel zijn kan een vorm van reflectie, of van een blokkade. Zolang deze leerling de les niet verstoort, is het aan te raden in het begin als je een groep nog leert kennen, te besluiten om als een leerling niet aan de slag gaat tijdens de les daar tijdens de les geen aandacht aan te besteden. Wel kun je na afloop van de les bij deze leerling de reden proberen te achterhalen waarom deze leerling niet werkt.

In het derde geval, als een leerling de les verstoort, stuur je het gedrag van die leerling eerst aan (Aansturen met lichaamstaal, Aansturen met Tip)  en als dat niet effectief is, stuur je de leerling vervolgens bij (Bijsturen met Tijdrovende opdracht, Bijsturen met hulp leidinggevend).

Nu volgt een beschrijving van vier opties. De opties 1, 3 en 4 beginnen elk met een andere handeling. Bij optie 2 begin je direct met twee handelingen tegelijk.

1.5 Starten met Gebruik lichaamstaal of starten met Tips + Tijdrovende opdracht

optie 1 Je introduceert als eerste gebaren waarmee je aandacht vraagt.
Je introduceert als eerste de module Gebruik lichaamstaal van Aansturen en bijsturen. In spelvorm besteed je aandacht aan gebaren. Hier kun je mee starten in de eerste, tweede of derde les.
In deze PowerPoint komt de volgende gebaren aan bod:
Vuurtorengebaar (met dit gebaar vraag je de hele groep om stilte)
Attentie – stil – bedankt (Met deze serie gebaren vraag je één leerling te stoppen met praten)
Attentie – stop – bedankt ( Met deze serie gebaren vraag je één leerling ergens mee te stoppen).
Bekijk ook deze link naar video’s + instructie over de gebaren

optie 2 In de eerste les begin je met zowel met het geven van Tips als met het (indien nodig) geven van een Tijdrovende opdracht
Als je al vaker met Aansturen en bijsturen hebt gewerkt en je kent de leerlingen al, dan is deze optie aan te raden. Ook kun je hiermee beginnen als andere docenten op jouw school ook op deze manier werken. Je introduceert Aansturen en bijsturen als volgt:
Ik ga dit jaar werken met Tips! De eerste twee zijn gratis, de derde (Tijdrovende opdracht – Tip aan jezelf) gaat je tijd kosten!
Dit de kortst mogelijke introductie aan je leerlingen van Vriendelijk orde houden.
De les daarna kun je voorafgaande aan Tips en Tijdrovende opdrachten  lichaamstaal en gebaren inzetten.

1.6 Tip en Tijdrovende opdracht gefaseerd invoeren

Als je voor het eerst gaat werken met de vier stappen van VOH waarmee je aan- en bijstuurt, en je bent de eerste collega op school die dat doet dan is het niet noodzakelijk direct met alle stappen tegelijk te beginnen. Je introduceer de vier stappen gefaseerd. Hierbij maak je zelf een keuze of je de eerste les start met Tips (optie 3) of dat je de eerste les start met een Tijdrovende opdracht (optie 4). Deze eerste twee manieren van starten zijn hieronder uitgewerkt zowel voor een rustige groep als een drukke groep.

optie 3 Eerste les Tip, tweede les Tip + Tijdrovende opdracht
Als je nog geen ervaring hebt met aansturen en bijsturen op de manier van VOH, kun je beslissen om:
in de eerste les te beginnen met het aansturen met Tips en in de tweede les stuur je eerst aan met Tips en geef je daarna indien nodig een Tijdrovende opdracht. Bekijk deze twee Powerpoints met uitgebreide instructie voor een rustige groep en voor de drukke groep.

Optie 4 – Eerste les Tijdrovend opdracht, tweede les Tip + Tijdrovende opdracht
Je kunt Aansturen en bijsturen starten met een Tijdrovende opdracht. Deze optie is aan te bevelen als je al ervaring hebt met VOH.
In de eerste les introduceer je de Tijdrovende opdracht waarmee je (indien nodig) storend gedrag bijstuurt. In de tweede les laat geef je, voordat je een Tijdrovende opdracht geeft,  Tips en pas na de Tips, stuur je bij met een Tijdrovende opdracht. Bekijk deze Powerpoints met uitgebreide instructie voor een rustige groep en voor de drukke groep.

2 Aansturen en bijsturen

Gedrag van leerlingen stuur je eerst aan, als dat niet effectief is, stuur je gedrag bij.

2.1  Tijdsinvestering aansturen en bijsturen voor docent en leerling

  1. Zowel aansturen als bijsturen kosten jou weinig tijd en energie.
  2. Aansturen kost leerlingen geen tijd, bijsturen wel. Omdat bijsturen met een Tijdrovende opdracht een leerling tijd kost, zijn de vier stappen waarmee je aanstuurt en bijstuurt effectief. Die effectiviteit is pas zichtbaar nadat een eerste Tijdrovende opdracht door een leerling is ingeleverd.

2.2 Vier stappen op aan- en bij te sturen

Na elke handeling krijgt een leerling de kans het gedrag aan te passen.

Overzicht Poster VOH

2.3 Lessen met alleen aansturen

Bij aansturen gebruik je de stappen A, B en C van de Handelingsladder (linker drie kolommen afbeelding hieronder)

Overzicht Poster VOH

Bij de meeste lessen volstaat stap (A: gebruik lichaamstaal). Deze stap kun je zo vaak gebruiken als je wilt, kost nauwelijks energie en verstoort de les niet. Soms geef je ook Tips  (B en C:  één of twee Tips). Bij vier op de vijf lessen (80 procent van je lessen ) volstaat het om gedrag aan te sturen. Het is dan niet nodig om ook bij te sturen.

2.4 Lessen met aansturen en bijsturen

Als je eerst aanstuurt en daarna ook bijstuurt, gebruik de stappen A, B, C, D, E  en F van de Handelingsladder.

Als aansturen niet het gewenste effect heeft gebruik je in een enkel geval stap drie ( D en E: één of twee Tijdrovende opdrachten).  Bij ongeveer één op de vijf lessen (19 procent) is het nodig om een Tijdrovende opdracht te geven (zie de vierde kolom van de afbeelding hierboven). In zeer zeldzame gevallen geef je twee Tijdrovende opdrachten (1 procent, 1 op de honderd lessen), de vijfde kolom van de afbeelding.

2.5 Verschillen en overeenkomsten aan- en bijsturen

Aansturen

Je stuurt eerst aan met lichaamstaal, dat kun je zo vaak doen als je wilt. Daarna stuur je aan met een beperkt aantal Tips. Daarmee nodig je leerlingen uit hun gedrag aan te passen. Deze vorm van aansturen kost jou weinig energie en kost de leerlingen geen tijd.

Bijsturen
Als aansturen niet het gewenste effect heeft ga je verder met bijsturen. Je stuurt bij met een beperkt aantal  opdrachten die de leerlingen tijd kosten met daarin opgenomen de vraag aan de leerling om actief mee te helpen bij het oplossen van het probleem. Levert de leerling de opdracht niet in, dan los je dat samen met je leidinggevende op. Het helemaal weglaten van deze laatste maatregel ontkracht alle overige inspanningen, je bent dan té vriendelijk.

Overeenkomst aan- en bijsturen

Bij elke stap van de Handelingsladder waarmee je aanstuurt en bijstuurt, geef je een leerling de kans het gedrag aan te passen: eerst met lichaamstaal, dan met een Tip, dan met een Tijdrovende opdracht en bij het inleveren vraag je indien nodig hulp van de leiding. Bij elke stap ben en blijf je vriendelijk en duidelijk.

2.6 Verschillen PO en VO

Primair onderwijs

In het PO heb je de hele dag dezelfde klas. Verdeel de dag daarom in delen en bepaal per deel het maximum aan tips. Bijvoorbeeld per les (taal/rekenen/Engels etc.) of per dagdeel (voor de kleine pauze, na de kleine pauze en de middag). Sluit de periode duidelijk af, bijvoorbeeld door een compliment te geven als ze eerst druk waren en daarna weer goed aan het werk gingen; ‘Jullie hebben je goed hersteld en rustig doorgewerkt’. Zet bij elk dagdeel de visuele aanwijzing van het aantal Tips (Spiegelmap) weer in startpositie. Als je Tijdrovende opdrachten hebt uitgedeeld, probeer die dan voor het volgende dagdeel op te lossen. Zo kun je het nieuwe dagdeel weer positief en zonder ruis starten.

Voortgezet onderwijs

Je hebt iedere klas doorgaans één lesuur of een blokuur.  Na iedere les heb je weer even afstand van elkaar waardoor je het nieuwe lesuur op een andere dag weer positief kunt beginnen.

2.7 Collectieve verstoring door de hele groep

Als een klas collectief besluit jouw te storen als je aan het woord bent, zou jij het volgende kunnen proberen. Schrijf op het bord ‘Algemene Tip: graag opletten’. Daarmee geeft je aan de je de hele groep een Tip geeft. Voor de hele klas zichtbaar laat je zien dat er nu een Tip is gegeven b.v. met de Spiegelmap. Vraag vervolgens om stilte, als de klas volhardt in het storen, schrijf je op het bord dat je een tweede algemene Tip geeft. Weer vraag je om stilte. Blijft de groep onrustig, dan kies je een willekeurige leerling uit en zeg je tegen deze leerling: “Helaas moet ik je nu een Tijdrovende opdracht geven. Als een leerling protesteert bij het krijgen van de opdracht, geef je aan dat hij of zij nu kan stoppen met dit gedrag, en dat je anders helaas een grotere opdracht moet geven.

3 Spiekbrief voor docent

Tijdens de cursus spelen we een frontale lessituatie na. Daarbij krijg je een spiekbrief met de verschillende stappen: Drie onderscheiden momenten met lichaamstaal, Tip, Tijdrovende opdracht. Bij punt 1 t.m. 3  is gebruik lichaamstaal onderverdeeld in drie stappen. Punt 4 hoort bij Aansturen met Tip, en Punt 5 hoort bij Bijsturen met Tijdrovende opdracht.

Als je deze handelingen steeds in deze volgorde na elkaar uitvoert, geef je een leerling bij elke stap de gelegenheid het gedrag te verbeteren. Met deze vijf stappen handel je voorspelbaar én rustig.

  1. Freeze en kijk een leerling aan die stoort (onderbreek je uitleg).
  2. Loop een stukje naar leerling toe en wacht even.
  3. Maak een serie van twee gebaren: Attentie en daarna stil of stop (als de leerling goed reageert maak je nog een derde gebaar: duim omhoog).
  4. Geef een tip, noteer deze in je Tipboek en zet de Spiegelmap een afbeelding verder.
  5. Deel een (korte) Tijdrovende opdracht uit en spreek met de leerling af wanneer de leerling deze inlevert.

Net als bij de Handelingsladder: als je merkt dat een leerling goed reageert, geef je een compliment (duim omhoog) en laat de de overige stappen achterwege.

4  Uitzonderingen wat betreft uit de les verwijderen van leerlingen

Een leerling uit de les verwijderen past niet bij VOH maar er zijn uitzonderingen. Dit zijn de uitzonderingen waarbij je een leerling wel uit de les verwijderd:

  1. De eerste uitzondering zou al direct plaats kunnen vinden in de eerste les. Als je start met Vriendelijk orde houden, werk je de eerste les nog niet met de Tijdrovende opdracht. In het slechtste geval geef je die les zes tips die de leerlingen helaas negeren, vervolgens vraag je de leerlingen om zonder overleg aan hun huiswerk te werken. Daarna zet je leerlingen die toch overleggen apart. Als er geen ruimte meer is om leerlingen apart te zetten, kondig je aan dat wie blijft overleggen, de kans loopt de les te moeten verlaten.
  2. Een vergelijkbare situatie kan zich ook later in het jaar voordoen. Dan werk je inmiddels met de Tijdrovende opdracht. Op het moment dat je binnen een les de  tweede Tijdrovende opdracht uitdeelt, leg je de les stil (zie het vorige punt, ‘stilleggen van de les’) en net als bij de eerste uitzondering hierboven, vraag je de leerlingen huiswerk te gaan maken zonder te overleggen. Je zet een leerling apart die toch overlegt en als daar geen ruimte meer voor is, stuur je de leerling die overlegt eruit.
  3. De derde uitzondering is ‘grensoverschrijdend gedrag’: Als een leerling een medeleerling slaat of jou uitscheldt, stuur je deze leerling er direct uit. Daarmee bewaak je voor de hele groep de veiligheid.

5 Samenvatting

Door aan- en bij te sturen in vier stappen gaat alle aandacht naar de les.

6. Bijdrage Astrid Boon

Astrid heeft VOH geholpen bij het ontwikkelen bovenstaande aanpak.

In twee video’s vertelt Astrid Boon over haar ervaringen als Orthopedagoog.

  1. Belang van orde
  2. Reflectieve schrijfopdracht

Lees bij deze link hoe je een reflectieve schijfopdracht opstelt (bij punt 7.7 van de module Bijsturen met Tijdrovende opdracht).

Belang van orde

Astrid beschrijft in deze video eerst welke problemen er bij docent en leerlingen ontstaan als het een docent niet lukt om orde te houden.

zie hieronder meer informatie bij Credits

VOH werkt met Astrid samen. De huidige vorm waarmee VOH gedrag corrigeert noemen wij aansturen en bijsturen. Als een leerling niet goed reageert op een Tijdrovende opdracht adviseert VOH om in een volgende periode de reflectieve schrijfopdracht als vervolgmaatregel te gebruiken.

Reflectieve schrijfopdracht

Astrid Boon bedacht als orthopedagoog de reflectieve schrijfopdracht. Deze stel je als volgt samen met een leerling op:

1. Eigen gedrag benoemen. (Het is niet de bedoeling dat.., want.. )
2. Stilstaan bij eigen gedrag. (Als ik …, zorg ik ervoor dat …)
3. I.p.v. rechtvaardiging. (Ook als ik … , want zo maak ik de problemen groter ipv kleiner ..)
4. Helpende suggestie. ( Voortaan … , zodat ik … )

7 Credits

Astrid Boon – Orthopedagoog
Als orthopedagoog heeft Astrid op basis van talloze gesprekken met leerlingen ontdekt wat de meest effectieve maatregelen zijn. Zij ontdekte dat leerlingen een tijdrovende schrijfopdracht serieus nemen en een “goed” gesprek doorgaans niet. Zij schreef hierover twee boeken: ‘Straf/Regels’ en ‘Te gezellig in de les’. Zij maakte ook duidelijk dat een leerling uit de les sturen een uiterst middel is. Zij adviseerde een aantal kleinere stappen te nemen voorafgaande aan de inzet van dit uiterste middel. Dit heeft geleid tot de Handelingsladder van Vriendelijk orde houden. Daarin is als werkzaam bestanddeel opgenomen de Tijdrovende opdracht.
Rense Houwing -Redacteur Vriendelijk orde houden
Rense heeft het onderscheid gemaakt tussen aansturen en bijsturen én hij heeft de invalshoek observeren voor VOH voorbereid.
Peter Teitler
De term escalatieladder is afkomstig van Peter Teitler. Deze ladder gebruiken docenten om gedrag van leerlingen bij te sturen. Vriendelijk orde houden neemt het idee van een ladder over van Peter Teitler. VOH laat het idee van escalatie weg en vervangt het door ‘handeling’. De nieuwe naam van VOH is nu Handelingsladder. Bij de toepassing door Vriendelijk orde houden, hebben alle stappen van de Handelingsladder een vriendelijk én duidelijk karakter.