5.3 Oefenperiode

Vriendelijk Orde Houden is een methode voor docenten en leerkrachten waarmee zij orde maken en bewaken. Met deze serie van acht lessen creëren zij een positieve leeromgeving.

Ik introduceer Vriendelijk Orde Houden bij mijn leerlingen als een samenhangende manier van werken tijdens de ‘Oefenperiode‘ die bestaat uit een serie van acht lessen. Voorafgaande aan elke les van deze periode lees ik eerst de bijbehorende instructie.

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Inleiding

Tijdens de ‘Oefenperiode‘ introduceer je Vriendelijk Orde Houden in drie lessen.

Eerste les

  1. Met het ‘Kader‘ geef je aan hoe jij wilt dat leerlingen zich in jouw lessen opstellen (‘Kader‘: Vriendelijk + Duidelijk). Je geeft dan aan dat die aanwijzing ook voor jou geldt. Je geeft dan aan dat leerlingen jou, als dat niet lukt, daarop mogen aanspreken. Met het bespreken van een ‘Kader‘ geef je voor iedereen ook voor jezelf een richting aan.
  2. Met de Driehoek geef je per werkvorm aan van leerlingen verwacht.
  3. Met de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ geef je aan dat jij kunt bijsturen als dat nodig is.

Tweede les

In de tweede les vertel je je leerlingen dat je vriendelijk en duidelijk wilt blijven als je leerlingen aan- en bijstuurt. Om vriendelijk te blijven geef je per periode eerst Tips voordat je een leerling vraagt een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven.

Intentieverklaring

In de eerste twee lessen geef je hiermee een intentieverklaring af: Zo wil ik graag dat wij in de toekomst met elkaar omgaan: vriendelijk en duidelijk.

Aansturen en Bijsturen op jouw manier

Aansturen en Bijsturen bestaat bij VOH uit drie stappen.

  1. Non-verbaal
  2. Verbaal
  3. Maatregel

Beschouw wat nu volgt als een voorstel waar je zelf een eigen invulling aan geeft. Ook al gebruik je maar een klein deel van de nu volgende instructie, wat telt is dat je goed met je leerlingen kunt werken.

1. Lengte periode bepalen

Zowel bij het introduceren van VOH als bij continueren van ‘Aansturen en Bijsturen’ in jou manier van lesgeven werk je in periodes.

Lengte periode bepalen

Hoe bepaal je de lengte van een periode waarin je ‘Tips’ die je geeft noteert op twee lijsten; een voor frontaal lesgeven en een voor zelfstandig werken? De lengte van de door jou te kiezen periode is afhankelijk van hoe vaak je de leerlingen per week lesgeeft. Beslis zelf welke duur van de periode voor jou in aanmerking komt:

  • Een VO docent die één uur per week lesgeeft, kiest bijvoorbeeld voor een periode van acht weken (met daarin acht lessen).
  • Een VO docent die twee uur per week lesgeeft, kan die periode verkorten tot vier weken (met daarin acht lessen).
  • Een PO leerkracht kan – afhankelijk van de leeftijd van de leerlingen – werken in periodes van een dag, een halve week of een hele week.
  • een klassenassistent geef de ene klas meer lessen dan de andere. Soms geef je samen met een docent les, een andere keer sta je alleen voor de klas.
    Het advies voor een klassenassistent die samenwerkt met een leraar:
    – ondersteun je de aanpak voor klassenmanagement van de docent.
    – vraag de leraar of je mag experimenteren met Vriendelijk Orde Houden.
    – Bij succes kun je samen met de leraar een set lijsten delen om ‘Tips‘ te noteren.
    Het advies voor een klassenassistent die zelfstandig met een klas werkt:
    – print twee lijsten uit (frontaal lesgeven en zelfstandig werken).
    – noteer je elke les per groep bij de betreffende lijst de datum. Als je dan acht keer een datum boven een lijst hebt gezet is voor jou een periode met die klas afgerond.

Afhankelijk van hoe vaak je de klas ziet, ben je bij de ene klas dan sneller bij les acht dan bij de ander. Na de achtste les start je bij die klas met een nieuwe lijsten voor frontaal lesgeven en een lijst voor zelfstandig werken.

In de instructievideo hieronder komt het bepalen van de lengte van een periode aan de orde.

  • Vanaf de ‘Oefenperiode’ hanteer je een maximum aantal gratisTips‘ per leerling per periode. Je telt deze ‘Tips‘ met behulp van lijsten (VOH noemt de eerste twee ‘Tips’ gratis omdat ze een leerling geen tijd kosten). Het gedrag en inzet van een leerling is dan nog binnen de aangegeven grenzen.
  • Na een periode vervallen alle gegeven ‘Tips‘ en begin je een volgende periode weer met lege lijsten.

2. Aansturen en Bijsturen introduceren in omgekeerde volgorde

De drie stappen waarmee je ‘Aanstuurt’ en ‘Bijstuurt’ (orde houden) verdeelt VOH in: ‘Non-verbaal’, ‘Verbaal’ en ‘Maatregel’. Met ‘Aansturen en Bijsturen‘ zorg je ervoor dat leerlingen goed opletten en zich inzetten voor de les.

Als eerste spreek je een leerling aan op gedrag of inzet met een serie non-verbale ‘Gebaren‘. Je houdt hier geen administratie van bij. Door deze gebaren gaan leerlingen zich goed gaan gedragen of zich beter inzetten.

Dit effect versterk je door leerlingen die niet goed reageren op ‘Gebaren‘ een beperkt aantal Tips te geven. Je geeft iedere leerling binnen een serie van acht lessen (Periode) een marge om vergissingen of fouten te maken: je spreekt een leerling binnen die periode twee keer aan op gedrag en inzet op een manier die de leerling geen tijd kost met verbale Tips.

Als een leerling niet goed reageert op de tweede Tip, dan vraag je deze leerling aan jou een Brief over Toekomstig Gedrag te schrijven (Maatregel). Die opdracht is effectief omdat het schrijven van een brief een leerling tijd kost en omdat je met de brief de leerling vraag mee te denken bij het vinden van een oplossing.

Het introduceren van de drie stappen in omgekeerde volgorde

Je introduceert de drie stappen van ‘Aansturen en Bijsturen’ in omgekeerde volgorde. De leerlingen weten dan al in de eerste les welke maatregel jij achter de hand hebt. Deze maatregel zullen zij proberen te vermijden omdat deze hen tijd kost.  Met de stap 1 en stap 2 voorkom je dat je de brief vaak laat schrijven (buffer).

  • In les 1 introduceer je de ‘Brief over toekomstig gedrag‘, de derde stap van ‘Aansturen en Bijsturen’.

    Met die brief spreek je een leerling aan op gedrag of inzet. Je vertelt:
    – wanneer je een leerling vraagt een brief aan jou te schrijven.
    – wanneer die leerling de brief inlevert.
    – dat ze de brief buiten de les schrijven (alleen als de maatregel een leerling tijd kost is deze effectief).
  • In les 2 introduceer je het geven van een ‘Tip‘, de tweede stap van ‘Aansturen en Bijsturen’.

    Met een ‘Tip’ (positief advies) spreek je een leerling verbaal aan op gedrag of inzet. Als je een leerling na twee Tips nog een keer moet aanspreken op gedrag of inzet, vraag je de leerling aan jou een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven. Met ‘Tips’ weten leerlingen dat zij binnen een periode een duidelijk afgebakende marge hebben waarbinnen zij vergissingen en fouten kunnen maken.
  • In les 3 introduceer je het geven van een ‘Gebaren‘, de eerste stap van ‘Aansturen en Bijsturen’.

    Gebaren hebben als voordeel dat ze onhoorbaar zijn (non-verbaal). Als je een leerling met ‘Gebaren‘ aanspreekt op gedrag of inzet en de leerling reageert daar goed op, dan kost dat jou weinig energie en verstoor je de les zo min mogelijk. In tegenstelling tot ‘Tips‘ administreer je gebaren niet. De gebaren hebben als voordeel dat het niet nodig is een corrigerende opmerking te maken. In de praktijk blijkt dat je in de meeste gevallen een leerling met gebaren kan vragen gedrag of inzet aan te passen.

Vanaf les 3 stuur je eerst aan met ‘Gebaren‘, dan met ‘Tips‘ en pas dan met een ‘Brief over toekomstig gedrag‘. Deze volgorde van werken blijft na de derde les altijd van toepassing. 

In deze afbeelding zie je hoe je de drie stappen introduceert: in les 1 stap 3 (Brief),  in les 2 stap 2+3 (Tip > Brief), vanaf les 3 stap 1+2+3 (Gebaren > Tip > Brief).

Afbeelding: Introductie Oefenperiode

Met ‘Gebaren‘ en de ‘Tips‘, die je in les 2 en 3 introduceert, zorg je ervoor dat je:

  1. de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ zo min mogelijk hoeft te laten schrijven.
  2. de brief steeds volgens plan na twee ‘Tips’ laat schrijven (en niet impulsief uit boosheid).
  3. leerlingen een zekere marge geeft (het zijn kinderen, er kan iets fout gaan, ze onderzoeken je grenzen).

3. Instructievideo oefenperiode

Het eerste deel van deze video is bestemd voor de docent. Hierna volgen drie delen die je tijdens de eerste drie lessen van de ‘Oefenperiode‘ aan je leerlingen kunt laten zien. Met deze drie onderdelen introduceer je:

  1. de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ in les 1 (Bijsturen).
  2. Verbale ‘Tips‘ in les 2 (Aansturen).
  3. Non-verbale ‘Gebaren‘ in les 3 (Aansturen).

Je kunt er ook voor kiezen om de informatie uit deze video zelf aan je leerlingen te geven.

4. Vriendelijk Orde Houden introduceren

In acht lessen introduceer je Vriendelijk Orde Houden. Hieronder staat beschreven hoe je je per les voorbereidt en hoe je je leerlingen op de hoogte stelt van deze nieuwe manier van werken. De drie stappen van ‘Aansturen en Bijsturen’ introduceer je in de eerste drie lessen van de ‘Oefenperiode‘. Hoe bereid je je daarop voor en hoe introduceer je de verschillende stappen? Nu volgen zes paragrafen in groepen van twee. De eerste van de twee gaat over de voorbereiding, de tweede over hoe je een stap introduceert bij je leerlingen. De laatste twee paragrafen gaan over het continueren van deze manier van werken in de laatste vijf lessen.

3.1
Voorbereiding
les 1

3.2
Introductie
les 1

3.3
Voorbereiding
les 2

3.4
Introductie
les 2

3.5
Voorbereiding
les 3

3.6
Introductie
les 3

Aanwijzingen voor de laatste vijf lessen van de ‘Oefenperiode’ waarbij je de drie stappen altijd in deze volgorde gebuikt:
Gebaren‘> ‘Tips‘ > ‘Brief over toekomstig gedrag‘. Ook in de periodes daarna blijf je deze aanpak hanteren.

3.7
Voorbereiding

3.8
Continuering

4.1 Voorbereiding van les 1 van de oefenperiode

  • Print een aantal exemplaren van de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ afgedrukt op geel papier. In les 1 gebruikt je maximaal twee brieven per groep.
    Koop een klein aantekenboekje en schrijf daarop ‘Tipboek. Als je een leerling een brief laat schrijven, noteer je voortaan in dat boekje de naam van die leerling.
    Print deze pdf met het ‘Kader‘ en hang deze aan de muur van je lokaal. Het effect wordt sterker naarmate leerlingen dit ‘Kader‘ in meer klaslokalen tegenkomen.
  • Print deze  pdf uit op A3 formaat op stevig papier die je gebruikt als bouwplaat voor de ‘Driehoek‘. Met de ‘Driehoek‘ geef je aan wanneer je van begint met frontaal lesgeven of met  zelfstandig. Zo weten leerlingen wat je op dat moment van hen verwacht en welke afspraken er horen bij de door jou gekozen manier van werken.
  • In de eerste les laat je het een deel van de bovenstaande instructievideo laten zien (vanaf 1 minuut en 53 seconden is de video bestemd voor leerlingen). Als je deze instructie wilt gebruiken, zet dit fragment dan alvast klaar voordat de les begint. Ook kun je deze informatie zelf aan je leerlingen doorgeven of aanpassen naar jouw wensen.

4.2 Introductie in les 1 van de driehoek, het kader en van bijsturen met de brief

Je ontvangt een groep die je voor het eerst ziet, hoe ze zich ook gedragen, op een vriendelijk manier. Als een groep op een drukke manier de klas binnenkomt, forceer je geen orde. Je wacht rustig af tot ze aanspreekbaar zijn. Wat doe je als dit te lang duurt?

  • Je schrijft dan als verslaggever in je ‘Tipboek‘ welk onacceptabel gedrag je je leerlingen ziet vertonen. Vraagt een leerling aan jou wat je opschrijft dan geef je aan dat je, wat je opschrijft als het nodig is later met de klas en/of met de leiding bespreekt. Om aandacht te vragen kun je ook deze algemene mededeling op het bord zetten: “Graag aandacht – de les gaat beginnen”. Door zo te handelen blijf je vanaf het begin vriendelijk en duidelijk. Je laat zien dat je je niet laat verleiden tot boos worden of luid praten als de les niet verloopt zoals jij wilt.
  • Overweeg om (als het de spuigaten uitloopt) even de klas uit te lopen. De leerlingen weten dan niet wat jij gaat doen, misschien spreek je met iemand van de leiding. Als je dan weer terugkomt, zijn ze vermoedelijk benieuwd naar wat jij hebt gedaan en krijg je wel aandacht.

De introductie van de manier van werken van Vriendelijk Orde Houden begint met het het laten zien van dit overzicht:

  1.  Vandaag introduceer ik het ‘Kader‘, de ‘Driehoek‘ en de ‘Brief over toekomstig gedrag‘.
  2. De volgende les introduceer het geven van ‘Tips
  3. In de derde les introduceer ik ‘Gebaren

De leerlingen begrijpen dan dat de introductie van vandaag onderdeel is van een groter plan.

Vervolgens laat je de  ‘Driehoek‘ zien waarmee je aangeeft welke actie je van je leerlingen verwacht tijdens frontaal lesgeven of tijdens zelfstandig werken.

Driehoek

Je legt uit: “In mijn lessen onderscheid ik twee situaties:

  1. ofwel ik geef les (frontaal lesgeven met aansluitend korte oefeningen, klassengesprek) en dan vraag ik jullie op te letten of mee te doen.
  2. ofwel jullie werken zelfstandig aan opdrachten en dan verwacht ik dat jullie aan het werk gaan en de andere leerlingen niet storen.”

(Toon na elkaar beide afbeeldingen).

“Als een leerling een van deze instructies niet opvolgt, spreek ik deze leerling aan op gedrag en inzet. Omdat ik nu iets uitleg, toon ik deze blauwe afbeelding: (Frontaal lesgeven – Graag opletten tijdens de uitleg  – Graag meedoen aan oefeningen die volgen op uitleg). Als ik voortaan iets uitleg toon ik deze blauwe afbeelding.”

Afbeelding 93: ‘Kader‘ en ‘Driehoek

Kader

“Zoals jullie zien hangt er aan muur een afbeelding. Op die afbeelding staat: Vriendelijk + Duidelijk.
Ik ga proberen in alle lessen vriendelijk en duidelijk te zijn. Doe ik dat niet, dan kunnen jullie mij daar – op een vriendelijke manier – op aanspreken. Omgekeerd, als een van jullie niet vriendelijk of duidelijk is dan spreek ik die diegene daarop aan. ‘Vriendelijk en Duidelijk’ geldt dus voor ons allemaal en daarom is het eerlijk”.

Brief over toekomstig gedrag

Vervolgens laat je aan je leerlingen een voorbeeld van een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ zien en geef je aan dat je met deze brief een leerling aanspreekt op gedrag en inzet. De brief is de maatregel waarmee je gedrag bijstuurt. In eigen woorden vertel je je leerlingen het volgende:

“Stel dat een leerling deze les niet vriendelijk is en of niet duidelijk, of de aanwijzingen op de ‘Driehoek’ of het ‘Kader’ niet volgt, dan vraag ik deze leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ aan mij te schrijven (toon een brief afgedrukt op geel papier).
Daarin stel ik je twee vragen:

  1. Wat is de aanleiding voor deze brief, wat is er gebeurd, wat heb jij zelf gedaan?
  2. Wat kun jij veranderen/verbeteren aan je gedrag?

De leerling aan wie ik deze opdracht geef, schrijft deze brief aan mij in zijn/haar eigen tijd en levert die op een afgesproken moment bij mij in.
Ook is het mogelijk dat ik je vraag de brief aan het eind van deze dag in mijn aanwezigheid te schrijven (Als docent beslis jij wat jou het beste uitkomt). Ik hoop dat het deze les niet nodig is een brief uit te delen”.

Tot zover de uitleg van stap 1, de maatregel, aan je leerlingen. Nu volgen een aantal aanwijzingen voor het gebruik in de praktijk:

Als in de eerste les een leerling zich niet houdt aan het ‘Kader‘ of aan de aanwijzingen van de Driehoek‘, geef je deze leerling de opdracht een ‘Brief over toekomstig gedrag’ aan jou te schrijven. Geef de brief alleen als er duidelijk sprake is van een overtreding van jouw aanwijzingen of bij provocerend gedrag.  De brief even optillen en naar de de leerling kijken, is vaak al voldoende om ervoor te zorgen dat een leerling zich goed gaat gedragen. Met de brief laat je zien dat jij in staat bent om gedrag of inzet bij te sturen. Omdat het schrijven van de brief een leerling tijd kost, is het effect van de brief groot. Bij een zeer drukke klas kun je in de eerste les nog een tweede brief uitdelen. Het advies van VOH is om per les niet meer dat twee leerlingen een brief te laten schrijven. Blijft de klas daarna onrustig, onderbreek dan je de les. Je vraagt je leerlingen dan om in stilte huiswerk te gaan maken. Dit is geen teken van zwakte. Jij besluit dat het te druk is om goed te kunnen werken op de manier die jij van de leerlingen verlangt.

Je kunt in de eerste les ook verbaal corrigeren of gebaren gebruiken op de manier dat die je gewend was. Het idee achter deze les is dat je voortaan vriendelijk en duidelijk zult zijn. Daarom het advies om alvast te proberen op een vriendelijk manier gebaren te gebruiken en op een vriendelijke manier te corrigeren. Doe je dat niet dan bestaat de kans dat leerlingen jou vragen om vriendelijk les te geven omdat jij hun daarvoor zojuist toestemming hebt gegeven.

Van de drie stappen heeft de brief het meeste effect. De ervaring leert dat leerlingen deze opdracht proberen te vermijden. Als de eerste les goed verloopt, is het niet nodig de brief te laten schrijven. In de eerste les deel je de brief alleen uit als dat echt nodig is. Als je de eerste les een leerling aanspreekt op gedrag of inzet, dan doe je dat door de leerling aan jou een brief te laten schrijven.

Waarom begin je in de eerste les met de ‘Brief over toekomstig gedrag’?
Pas als de leerlingen het effect van  de ‘Brief over Toekomstig Gedrag‘ kennen en willen vermijden, introduceer in de volgende les de verbale stap, het geven van ‘Tips’ waarmee je een marge inbouwt voordat je overgaat tot het laten schrijven van een brief.

Samenvatting les 1

  1. Met een van de twee afbeeldingen van de ‘Driehoek‘ geef je per werkvorm aan wat je van je leerlingen verwacht.
  2. Met het ‘Kader‘ aan de muur maak je duidelijk hoe jij wilt dat iedereen met elkaar omgaat: Vriendelijk + Duidelijk. Als het ‘Kader‘ is besproken, weten je leerlingen dat jij een leerling die zich onvriendelijk gedraagt –  en daardoor de les verstoort – daarop zult aanspreken.
  3. Met de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ zie je er vanaf de eerste les consequent op toe dat leerlingen de instructies die ze zien bij het ‘Kader‘ en bij de ‘Driehoek‘ naleven.

4.3 Voorbereiding van les 2 van de oefenperiode

  • Plak achterop je Tipboek‘ een kleine versie van de blauwe afbeelding van de ‘Driehoek‘. Deze kun je tijdens frontaal lesgeven aan een leerling laten zien. Daarmee voorkom je meestal dat je een ‘Tip‘ moet geven.
  • Print voor elke klas twee klassenlijsten uit: één voor frontaal lesgeven en één voor zelfstandig werken.
    – Als je frontaal lesgeeft schrijf je ‘Tips‘ eerst op in je ‘Tipboek‘ en pas na de les schrijf je deze ‘Tips’ over op de klassenlijst voor frontaal lesgeven.
    – Als je leerlingen zelfstandig werken, schrijf je individuele ‘Tips‘ direct op de klassenlijst voor zelfstandig werken.
  • Koop een plankje met knijper om de lijst voor zelfstandig werken op vast te kunnen zetten. Print de driehoek op A4 knip het groene deel eraf en plak dit op de achterkant van de plank . Door de groene afbeelding aan een leerling te laten zien, voorkom je tijdens zelfstandig werken in de meeste gevallen dat je een ‘Tip‘ moet geven.
  • In de tweede les laat je het een deel van de bovenstaande instructievideo laten zien (vanaf 2 minuut en 52 seconden is de video bestemd voor leerlingen). Als je deze instructie wilt gebruiken, zet dit fragment dan alvast klaar voordat de les begint.

4.4 Introductie in les 2 van tips (Aansturen)

Als deze les een leerling zich niet goed gedraagt of zich niet goed inzet, laat je geen ‘Brief over toekomstig gedrag’ schrijven, maar geef je eerst een ‘Tip’.  Met een ‘Tip’ roep je een leerling op zich beter te gedragen of zich beter in te zetten. Je geeft aan dat iedere leerling per periode (in de tweede les zijn er nog zeven lessen te gaan tot het einde van de periode) twee gratisTips’ kan krijgen (gratis in de zin dat deze ‘Tips‘ een leerling geen tijd kosten).

  • Met elke ‘Tip’ die je een leerling geeft, verklein je voor die leerling de marge om zich niet goed in te zetten of niet goed te gedragen.
  • Met ‘Tips’ geef je jouw grens aan. Als je dezelfde leerling voor de derde keer binnen een periode aanspreekt op gedrag of inzet (bij dezelfde werkvorm: ofwel frontaal lesgeven ofwel zelfstandig werken) dan vraag je die leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven.
  • De Tips werken als een buffer waarmee je voorkomt je dat je de ‘Brief over toekomstig gedrag’ te snel of te vaak laat schrijven.
  • Een leerling kan het schrijven van een brief vermijden door zich beter te gaan gedragen en zich beter in te gaan zetten.

Het advies van VOH is om per leerling per les maximaal één ‘Tip‘ te geven. Als je je vanaf  de tweede les beperkt tot één ‘Tip‘ per leerling per les per werkvorm (frontaal lesgeven of zelfstandig werken), kun je pas in les vier een leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ laten schrijven. Als je jezelf beperkt in het geven van ‘Tips‘ is het belangrijk dat je weet wat te doen als een leerling na een ‘Tip‘ blijft storen.

Noteren ‘Tips

Tips‘ geef je bij twee werkvormen, bij frontaal lesgeven en tijdens zelfstandig werken.

  1. Bij frontaal lesgeven, noteer je ‘Tips’ eerst in je ‘Tipboek’. Je hoeft slechts de naam van de leerling te noteren. Na afloop van je lessen schrijf je de uitgereikte ‘Tips’ over op de lijst voor frontaal lesgeven (Je noteert datum waarop je de ‘Tip‘ geeft en rechts van de naam van degene die je een ‘Tip’ geeft zet je een kruisje. Het is niet nodig op op te schrijven wat de leerling heeft misdaan. Deze manier van noteren in je ‘Tipboek‘ ziet er vriendelijker uit dan direct noteren op een klassenlijst. Als je de ‘Tips’ na de les in alle rust overschrijft op de lijst voor frontaal lesgeven is de kans kleiner dat je een aantekening niet achter de naam van de juiste leerling schrijft.
  2. De afbeelding op de achterkant van de plank waarop de lijst voor zelfstandig werken is geklemd, laat je als je door de klas loopt tijdens zelfstandig werken zien aan een leerling die je non-verbaal wilt aanspreken op gedrag of inzet. Hiermee voorkom je in de meeste gevallen dat het nodig is een ‘Tip‘ te geven. Is het toch nodig een ‘Tip‘ te geven, dan noteer je die direct op een lijst voor zelfstandig werken die is vastklemt op de plank. Deze manier van noteren oogt formeler en dat past goed bij deze werkvorm. De leerlingen zien dan dat jij met de lijst zorgt voor orde.

Per les kun je aan één leerling maximaal twee ‘Tips‘ geven: één tijdens frontaal lesgeven en één tijdens zelfstandig werken. Probeer je echter te beperken tot één ‘Tip‘ per leerling per les.

Met deze aanpak vertraag je het inzetten van de brief, en zul je nooit impulsief of boos een leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ aan jou laten schrijven. Deze terughoudendheid draagt bij aan het succes van deze aanpak.

Afbeelding 94: Tipboek en lijsten om Tips te noteren

Per lijst noteer je per periode (van acht lessen) maximaal twee ‘Tips‘ per leerling. De eerste twee ‘Tips‘ per lijst zijn ‘gratis’ (kosten de leerling geen tijd). Bij de derde keer per lijst dat je een leerling moet aanspreken op gedrag of inzet, vraag je deze leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven. Die brief kost een leerling wel tijd. Dit is geen zinloze tijd zoals bij strafregels, maar zinnig bestede tijd aan zelfreflectie waarmee een leerling een bijdraagt aan een oplossing.

Elke leerling kan twee ‘Tips‘ krijgen tijdens frontaal lesgeven en twee ‘Tips‘ tijdens zelfstandig werken. Als je de twee lijsten combineert, kan een leerling bij deze manier van werken per periode van acht lessen maximaal vier ‘Tips’ krijgen zonder dat jij daar een maatregel aan verbindt. De ervaring leert dat slechts een enkele leerling binnen een periode vier ‘Tips‘ verzamelt. Als je je beperkt tot één Tip per les per leerling werkt dat als een rem op escalatie en zorg je ervoor dat je niet snel uit emotie een leerling zal ‘straffen’ met schade voor de relatie. Wat te doen als een leerling blijft storen na een ‘Tip‘?

Overschrijdt een leerling op een van beide lijsten het maximum van twee ‘Tips‘ dan vraag je,zonder boos te worden, aan deze leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven en die brief op een door jou te bepalen moment in te leveren. Je zegt dan “Ik moet je nu helaas een brief laten schrijven” waarmee je aangeeft dat je begrijpt dat deze opdracht een leerling tijd gaat kosten, je toont empathie (je neemt geen wraak).

Waarom begin je in de tweede les met de ‘Tips’?
Door het geven van ‘Tips’ zorg je ervoor dat je de ‘Brief over toekomstig gedrag’ nooit impulsief laat schrijven. Door het geven van ‘Tips’ is het ook niet meer nodig om boos te worden.

Samenvatting les 2

Met ‘Tips’ en met de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ zie je er vanaf de tweede les consequent op toe dat leerlingen de instructies die ze zien bij het ‘Kader‘ en bij de ‘Driehoek‘ naleven.

4.5 Voorbereiding van les 3 van de oefenperiode

  • Schrijf na les 2 de ‘Tips‘ die je opschreef in je ‘Tipboek‘ over op de ‘klassenlijst voor frontaal lesgeven’. Het overschrijven van de Tips uit de voorafgaande les herhaal je na elke volgende les.
  • Bekijk bij de pagina met alle ‘Gebaren‘ de onderstaande serie van drie gebaren. Je treft op die pagina ook gebaren aan waarmee je de lessen beter kan laten verlopen zoals het ‘Vuurtoren‘: een gebaar waarmee je de hele klas om stilte vraagt.
  • In de tweede les laat je het een deel van de bovenstaande instructievideo laten zien (vanaf 4 minuut en 7 seconden is de video bestemd voor leerlingen). Als je deze instructie wilt gebruiken, zet dit fragment dan alvast klaar voordat de les begint.

4.6 Introductie in les 3 van gebaren (Aansturen)

Door ‘Gebaren’ te gebruiken voordat je een ‘Tip geeft’ maak je in de derde les de ‘buffer’ groter. Hoe groter de buffer, hoe kleiner de kans dat je een ‘Brief over toekomstig gedrag’ moet laten schrijven. Voordat je een leerling de opdracht geeft aan jou een brief te schrijven, gebruik je eerst ‘Gebaren‘ en daarna ‘Tips‘.

afbeelding 95: ‘Non-verbaal aansturen‘ met drie series ‘Gebaren

De derde serie gebaren: ‘Attentie start, bedankt’ gebruik je in twee situaties:

  1. Bij frontaal lesgeven spoor je met deze gebaren een leerling aan om mee te doen met een klassikale oefening die volgt op jouw uitleg.
  2. Tijdens zelfstandig werken spoor je met deze serie gebaren een leerling aan om zelfstandig aan het werk te gaan.

Vanaf de derde les van de ‘Oefenperiode‘, en in alle periodes daarna, neem je de eerst drie stappen in de gebruikelijke volgorde: Gebaren > Tips > Brief over toekomstig gedrag.

Deze drie stappen – in die volgorde – zorgen ervoor dat je meestal een leerling aanspreekt op gedrag of inzet met eenvoudige, niet-storende middelen zonder dat het nodig is de les te onderbreken en/of een brief te laten schrijven.

Durf erop te rekenen dat het gebruiken van ‘Gebaren‘ en het geven en registreren van ‘Tips‘ steeds meer tot je vaste lesgeef-routines gaat behoren. De leerlingen zijn er dan aan gewend dat dit “bij jou zo werkt”.

Waarom begin je pas in de derde les met de ‘Gebaren’?
Pas als de leerlingen het effect van  de ‘Tips‘ kennen en willen vermijden, heeft het zin de gebaren te introduceren. Zou je daar in les 1 of les 2 al mee beginnen zonder dat de leerlingen het effect van de ‘Brief over toekomstig gedrag kennen’, dan bereik je niets met de gebaren. Gebaren hebben als voordeel dat je zonder geluid te maken leerlingen aan kan spreken op gedrag en inzet.

Samenvatting les 3

Met ‘Gebaren‘, ‘Tips’ en met de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ zie je er vanaf de derde les consequent op toe dat leerlingen de instructies die ze zien bij het ‘Kader‘ en bij de ‘Driehoek‘ naleven.

4.7 Voorbereiding les 4-8

  • In de tweede les ben je gestart met het geven van ‘Tips‘. Als je per les per leerling maar één ‘Tip‘ geeft, is het pas in de vierde les van de ‘Oefenperiode‘ mogelijk dat een leerling al twee ‘Tips‘ heeft ontvangen in les twee en drie. Als je bij de ‘klassenlijst voor frontaal lesgeven’ bij het overschrijven van ‘Tips‘ uit je ‘Tipboek‘ bemerkt dat een leerling in de twee voorafgaande lessen al twee ‘Tips‘ kreeg, zet je de naam van die leerling  voor aanvang van de volgende les op het bord.
  • Leg alvast een aantal op geel papier afgedrukte kopieën klaar van de ‘Brief over toekomstig gedrag’.

4.8 Les 4-8 – Gebruik blijven maken van gebaren, tips en de brief

Frontaal Lesgeven

Als een leerling in voorafgaande lessen twee ‘Tips‘ heeft gekregen voor frontaal lesgeven zet je de naam van die leerling op het bord. Je wacht de leerling op bij de deur. Zie je een leerling wiens naam je op het bord hebt geschreven dan zeg je tegen deze leerling: “Wees deze les voorzichtig, anders moet ik je een brief laten schrijven”. Als je een leerling wiens naam op het bord staat aan moet te spreken op gedrag of inzet, dan geef je deze leerling direct de opdracht een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ te schrijven. Daarna noteer je in je ‘Tipboek‘ de naam van de leerling die je deze opdracht hebt gegeven zodat je niet vergeet dat deze leerling de brief ook moet inleveren.

Zelfstandig Werken

Als je tijdens zelfstandig werken een leerling die in eerdere lessen al twee ‘Tips‘ kreeg (dat zie je op de lijst) aan moet spreken op gedrag of inzet dan geef je deze leerling de opdracht aan jou een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven. Noteer in de laatste kolom van de lijst voor zelfstandig werken de datum waarop je de brief hebt gegeven. Als de leerling de brief inlevert, noteer dit op de lijst met een vinkje.

Protesteert een leerling, dan kun je zeggen: “Je kunt nu deze opdracht accepteren, anders moet ik je een grotere opdracht geven“. Als je hiervoor kiest, leg dan ook een grotere opdracht klaar. Zie ook: Wat te doen als een leerling na een Brief blijft storen?

Effect van deze aanpak

Met deze aanpak vertraag je het inzetten van de brief met de buffer van ‘Gebaren’ en ‘Tips’. Daardoor zul je nooit impulsief of boos een leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag’ aan jou laten schrijven. Deze terughoudendheid draagt bij aan het succes van deze aanpak. Met deze manier van werken is de ‘Brief over toekomstig gedrag ‘ een ultiem middel. De les verloop doorgaans soepel door:

  • duidelijke afspraken.
  • consequent handelen.
  • vriendelijk op te treden.
  • Gebaren‘ waarmee je de les zo min mogelijk verstoort.
  • Tips‘ waardoor leerlingen precies weten wanneer ze een brief kunnen verwachten en om dat te voorkomen hun gedrag verbeteren.

Lichaamstaal

Bekijk de gebaren die horen bij ‘Geef aanwijzingen met lichaamstaal én met Taal’ en lees meer over de toepassing daarvan bij de invalshoek ‘Geef aanwijzingen met lichaamstaal én met taal‘. Deze gebaren dragen eraan bij dat je les soepel verloopt. Zie ook het hoofdstuk ‘Gebruik Lichaamstaal‘.

Samenvatting les 4 t.m. 8

Je noteert gedurende een periode consequent Tips. Indien nodig vraag je een leerling een ‘Brief over Toekomstig gedrag‘ te schrijven. Met ‘Gebaren‘, ‘Tips’ en met de ‘Brief over toekomstig gedrag‘ zie je er consequent op toe dat leerlingen de instructies die zij zien bij het ‘Kader‘ en bij de ‘Driehoek‘ naleven.

5. Een les overnemen van een collega

De leerlingen die je les gaat geven, kennen de aanpak van Vriendelijk Orde Houden

Als jij ervaring hebt met deze aanpak en je neemt een les over van een collega die werkt met de aanpak van VOH, vraag dan of die docent foto’s wil opsturen van de lijst voor frontaal lesgeven en de lijst voor zelfstandig werken. Jij kun dan zien of de leerling die je aanspreekt op gedrag of inzet direct een brief hoort te krijgen. Noteer tijdens de les de ‘Tips‘ die je geeft in je eigen ‘Tipboek‘. Geef die Tips na de les door aan de docent die je vervangt.

De leerlingen die je les gaat geven, kennen de aanpak van Vriendelijk Orde Houden niet

Als je een les overneemt en de groep is niet gewend te werken met VOH, gebruik dan de paragrafen 3.1 en 3.2 hierboven. Als het nodig is een leerling een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ aan jou te laten schrijven, geef dan duidelijk aan wanneer de leerling deze brief moet inleveren.
Spreek indien mogelijk van te voren met de docent die verantwoordelijk is voor deze klas af hoe om te gaan met het inleveren van de ‘Brief over toekomstig gedrag‘.

6. Raakvlakken ‘Oefenperiode’ met bestaande onderwijspraktijk

Raakvlak 1: Docenten adviseren elkaar om streng te beginnen en daarna de teugels te laten vieren.

  1. In de ‘Oefenperiode‘ start je met eerst met ‘Bijsturen’ en daarna pas met ‘Aansturen’. Indien nodig geef je al in de eerste les een leerling de opdracht aan jou van een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven. Daarmee laat je zien dat je een verstoring van de les kunt oplossen, zonder dat dit leidt tot escalatie en onmin.  Je begint met stap 3, de brief, omdat de brief het werkzame bestanddeel is van de drie stappen. Bij een aantal groepen zal het in de eerste les niet nog nodig zijn om een brief uit te delen. Het direct uitdelen van een ‘Brief over toekomstig gedrag‘ is te vergelijken met streng beginnen.
  2. In de tweede les en derde les introduceer je de stappen voorafgaand aan de ‘Brief over toekomstig gedrag’.
    Les 2: Tip > Brief
    Les 3 Gebaren > Tip > Brief
    Met deze stappen die voorafgaan aan de brief voorkom je dat je te vaak een leerling een brief laat schrijven waardoor de opdracht zijn kracht verliest. Met deze stappen voorkom je dat je de opdracht impulsief of uit boosheid geeft. Omdat jij minder snel een brief laat schrijven voelt dit aan als ‘de teugels laten vieren’.

Raakvlak 2: In het onderwijs is het gebruikelijk om twee keer te waarschuwen. Daarna neem je een maatregel.

  • In de ‘Oefenperiode‘ introduceer je ‘Aansturen en Bijsturen’. Vanaf de tweede les geef je ‘Tips‘ die je telt en noteert op lijsten. Twee ‘Tips‘ zijn ‘gratis’: ze kosten een leerling geen tijd. De derde keer dat het nodig is een leerling aan te spreken op gedrag of inzet, vraag je die leerling aan jou een ‘Brief over toekomstig gedrag’ te schrijven. In de praktijk blijkt dat de meeste leerlingen geen ‘Tip’ van je krijgen, een aantal krijgt één ‘Tip‘ en maar een paar leerlingen krijgen twee ‘Tips’. Van die laatste groep zullen de meeste leerlingen niet de brief willen schrijven en om dat te voorkomen hun gedrag of inzet verbeteren. De groep leerlingen die je een brief laat schrijven is klein, het uitdelen van de brief is een uitzondering. Bekijk hoe frequent je de verschillende stappen waarmee je aanstuurt en bijstuurt, zult gebruiken.
  • Zoals in elke vorm van onderwijs is het ook bij VOH nodig leerlingen aan te spreken of gedrag of inzet. Het verschil is dat je dat niet doet met waarschuwingen maar met ‘Tips‘. Een tweede verschil met waarschuwingen is dat je  deze ‘Tips‘ per periode noteert. Daarmee beperk je de mogelijkheid voor leerlingen om keer op keer de les te verstoren. Met het noteren van ‘Tips‘ vermijdt je te waarschuwen zonder aan die waarschuwingen consequenties te verbinden. Het gevaar is dan dat je waarschuwingen steeds minder effect sorteren.

7. De aanpak van Vriendelijk Orde Houden herhalen in een volgende periode

Na de ‘Oefenenperiode‘ zijn de drie stappen al uitgelegd. Je start dan in les 1 direct met leerlingen aanspreken op gedrag en inzet met ‘Gebaren’ en ‘Tips’. Vanaf de derde les kan het nodig zijn een leerling de opdracht te geven een ‘Brief over toekomstig gedrag’ aan jou te schrijven.  Je zorgt ervoor dat een leerling de maatregel serieus neemt door er op toe te zien dat een leerling de brief altijd inlevert.

Afbeelding: Doorgaan na de ‘Oefenperiode

8. Het telraam introduceren in een volgende periode

Heb je ‘Aansturen en Bijsturen’ onder de knie en vind je dat je teveel ‘Tips’ moet geven? Wil je daarom eerder overgaan tot het uitdelen van de brief? bekijk dan  deze link: Telraam. Met het ‘Telraam’ tel je de ‘Tips‘ die je aan verschillende leerlingen geeft bij elkaar op en beperk je het totaal aantal ‘Tipsper les bij frontaal lesgeven tot twee en bij zelfstandig werken tot vier

  • Als je merkt dat je leerlingen goed reageren op ‘Gebaren’, ‘Tips’ en de ‘Brief over toekomstig gedrag’ is het aan te raden te starten het ‘Telraam’ te introduceren. Vanaf het moment dat je het ‘Telraam‘ hebt geïntroduceerd,  kun je de brief eerder laten schrijven. Daardoor krijgen jouw ‘Tips‘ meer gewicht en is het effect ervan groter.
  • Vanaf het moment dat je het ‘Telraam‘ introduceert, beperk je het geven van ‘Tips’ op twee manieren met een :
    – een maximum aantal gratis ‘Tips‘ per periode per leerling (zoals in bovenstaande oefenperiode)
    – een maximum aantal ‘Tips‘ per groep per les.
  • Door zowel per leerling per periode, als per groep per les de Tips te beperken, geef je op twee manieren je grens aan.

9. Samenvatting

In acht lessen introduceer je ‘Aansturen en Bijsturen’ bij je leerlingen door de aanwijzingen per les bij de ‘Oefenperiode’ (een serie van acht lessen) op te volgen. Ook introduceer je in de eerste les van de ‘Oefenperiode‘ het ‘Kader‘ en de ‘Driehoek‘.

Aan het begin van de eerste drie lessen introduceer je steeds een nieuwe stap van ‘Aansturen en Bijsturen’ bij je leerlingen (les 1: Maatregel/brief over toekomstig gedrag – les 2: Verbaal/Tip – les 3: Non-verbaal/gebaren) . In deze periode van acht lessen bepaal je voor elke leerling een marge wat betreft het aantal ‘Tips‘. Deze ‘Tips‘ noteer je per leerling op twee verschillende lijsten: een voor frontaal lesgeven en een voor zelfstandig werken. De eerste twee ‘Tips‘ zijn gratis (gratis in de zin dat ze een leerling geen tijd kosten). De derde ‘Tip‘ (de brief) kost een leerling wel tijd.

Met deze gestructureerde manier van werken zorg je ervoor dat jij en je leerlingen goed met elkaar omgaan en ontstaat een positieve leeromgeving.

10. Credits

Michel Couzijn = Docentenopleider UvA

Michel gaf aan dat de vijf invalshoeken van Vriendelijk Orde Houden: Vriendelijk Duidelijk, Lesinhoud, Observeren, ‘Aansturen en Bijsturen’, een samenhangend geheel vormen. In de ‘Oefenperiode’ komen alle invalshoeken aan bod. Daarom kunnen we nu met recht spreken van de ‘methodiek van Vriendelijk Orde Houden’.