• Link naar Instagram
  • Link naar LinkedIn
  • Link naar Facebook
De Stichting Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) die zich inzet voor het onderwijs.
Vriendelijkordehouden.nl
  • Home
  • Winkel
  • Zelfstudie
    • Zelfstudie
    • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
    • Stoppen met Boos worden
    • Aan de slag
    • VOH alle pagina’s
  • Nieuws
    • Nieuws
    • Testimonials
    • Teamtraining
    • HBO
    • Blog: De lerende docent
    • Blog: De lerende juf
    • Nieuwsbrief
    • Publiciteit
    • Diploma
  • Over ons
    • Over ons
    • Bronplan
    • Contact
    • ANBI
    • CRKBO – Beoordeling cursus
    • Historie
    • Gert Biesta
    • Gebruikte termen – Jargon
    • Gebruikte literatuur – References
    • privacyverklaring
    • Klachten
  • Veelgestelde vragen
  • Klik om het zoekinvoerveld te openen Klik om het zoekinvoerveld te openen Zoek
  • English English
  • Menu Menu
U bevindt zich hier: Home1 / Cursus Vriendelijk Orde Houden in de Klas2 / Zelfstudie3 / 1. Vriendelijk4 / 1.3 Reguleer je Emotie

1.3 Reguleer je Emotie

Op deze pagina

  • Inleiding
  1. Hippocrates – Temperamentenleer
    1.1 Vormen van je karakter
  2. Model met vier energietoestanden
    2.1 Energie en taalgebruik
    2.2 Basisenergietoestand
    2.3 Flexibiliteit met energie
    2.4 Openheid over emoties in PO
  3. Model van een klaslokaal met kelder en zolder
    3.1 Ladekast – Geheugen en empathie
    3.2 Alarm
    3.3 Van de zolder naar het klaslokaal
    3.4 Van de kelder naar het klaslokaal
  4. Emotie reguleren bij frontaal lesgeven en bij zelfstandig werken
  5. Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk?
    4.1 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen
  6. Voorbeelden
  7. Samenvatting
  8. Credits

Docenten reguleren hun emotie. Daarmee creëren zij rust. Leerlingen nemen hun houding over.

Als ik vriendelijk en duidelijk lesgeef en aan- en bijstuur zonder uit balans te raken, verdwijnt mijn onrust — en die van mijn leerlingen.

De wereld is als een spiegel: kijk er boos in en zij kijkt boos terug, glimlach en zij glimlacht terug.” (Herbert Louis 1st Viscount Samuel)

Wie niet boos kan worden is een dwaas, wie het niet wil, is wijs” (Seneca)

Haim Ginott

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe ga ik op dit moment om met mijn emoties?

Toekomstige aanpak:

Hoe ga ik in de toekomst om met mijn emoties?

Inleiding

‘Reguleer je emoties‘ is één van de vier modules van de invalshoek ‘Vriendelijk’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).


Afbeelding 7: Vriendelijk (Overzicht)

Deze module start met indeling in temperamenten van Hippocrates.

Dan volgen twee modellen.

  1. Het Model met vier energietoestanden onderscheidt vier energietoestanden waar ieder mens in kan verkeren. Dit model biedt je de kans om -naast de energietoestand waar je meestal naar neigt – ook andere energietoestanden te verkennen en daar dan bewust voor te kiezen per situatie.
  2. Het Model van een klaslokaal met kelder en zolder laat zien hoe je energietoestanden tijdens een les herkent bij leerlingen en laat zien dat je het beste op een rustige manier op je leerlingen kunt reageren.

Boos worden

Dat je bij teveel prikkels boos wordt, geldt vermoedelijk voor iedereen in meer of mindere mate. Door boos te reageren, krijg je je leerlingen tijdelijk in het gareel maar de sfeer wordt er niet beter op. Jij komt daardoor moe thuis. Het advies van VOH is om op een rustige manier te reageren op prikkels. Als een leerling ongewenst gedrag vertoont, reguleer jij je emotie. Daarmee creëer je rust. Je leerlingen nemen jouw rustige houding over.

1. Hippocrates – Temperamentenleer

Nu volgt een citaat uit wikipedia:

In de Griekse oudheid waren de temperamenten oorspronkelijk de vier persoonlijkheidstypen: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament, nauw verbonden aan de antieke leer van de vier humores. Deze vier oude typen hebben tot in het halverwege de 19 de eeuw een rol gespeeld in de geneeskunde, maar in sommige disciplines, met name in de psychiatrie, de psychologie en de letteren, is hun invloed blijven gelden tot het begin van de 20ste eeuw.

Hippocrates was ervan overtuigd dat gezondheid bij de mens afhing van de balans tussen lichaamssappen; onbalans zou ziekte veroorzaken. Dit is de leer der humores. Hij dacht dat een overheersing van een van de vier lichaamssappen, bloed, slijm, gele gal en zwarte gal, kon leiden tot een bepaald karaktertype. De vier temperamenten zijn:

  1. De sanguinicus: Bij deze mensen overheerst het bloed (Lat. sanguis). Ze staan verbonden met lucht en zijn opgewekt en vrolijk, maar ook oppervlakkig, snel afgeleid en hebben veel interesses en hebben altijd tijd te kort.
  2. De flegmaticus: Bij deze mensen overheerst het slijm (Gr. flegma). Ze staan verbonden met water en zijn rustig, kalm en reageren vaak onbewogen. Ze laten niet veel mensen toe, zijn dromerig en hebben veel tijd nodig.
  3. De cholericus: Bij deze mensen overheerst de gele gal (Gr. cholè). Ze staan verbonden met vuur en zijn druk en opvliegend, maar ook vasthoudend en actief. Ze hebben een duidelijk doel, nemen de leiding en zijn gefocust op de toekomst.
  4. De melancholicus: Bij deze mensen overheerst de zwarte gal (Gr. melas cholè). Zij staan verbonden met de aarde en zijn zwaarmoedig, somber en ernstig, maar ook zorgelijk. Ze houden van een overzicht, onthouden goed en denken veel na, vooral om te begrijpen.” Wikipedia

Tot zover het citaat uit wikipedia. Bij deze beschrijvingen van temperamenten is een oordeel ingebouwd: b.v. sanguinicus: oppervlakkig, flegmaticus: onbewogen, cholericus; opvliegend, melancholicus: zwaarmoedig.

1.1 Vormen van je karakter

Iedereen (docent en leerling) kan werken aan het vormen van zijn of haar karakter en daarmee de bovenstaande negatieve oordelen vermijden. Dat doe je door niet emotief, primair of passief te reageren. In plaats daarvan handel je niet emotief, secundair en actief.

Een voorbeeld:

  • Niet emotief i.p.v. emotief: Hoffelijk i.p.v. opvliegend.
  • Actief i.p.v. passief: Fouten analyseren en ervan leren i.p.v. dezelfde fouten herhalen.
  • Secundair i.p.v. primair: Tot 10 tellen voor je reageert i.p.v. direct reageren.

Een docent die zo handelt, is een voorbeeld voor leerlingen.

2. Model met vier energietoestanden

Dit model gemaakt door VOH beschrijft vier energietoestanden zonder daar negatieve oordelen aan te koppelen (In tegenstelling tot de hierboven genoemde temperamenten). De onderstaande vier afbeeldingen van dieren representeren in dit model vier energietoestanden. Die afbeeldingen staan voor vier mogelijke energietoestanden waarin je als docent en leerling kunt verkeren. Met dit model breng die energietoestanden in kaart. Het helpt je om de energie van jezelf en van leerlingen te herkennen. Als je in staat bent te schakelen tussen deze vier verschillende energietoestanden leg je beter contact met je leerlingen en help je hen bij het schakelen tussen de verschillende energietoestanden.


Afbeelding 24: Emotie-Assenstelsel

Een energietoestand herken je op de volgende manier:

  1. De x-as geeft beweging aan: links rustig, rechts druk.
  2. De y-as geeft de energie aan: boven onder zwaar en boven licht.

Vier energietoestanden zijn nu te onderscheiden:

  1. Rustig en licht – Eenhoorn → creatief, ontspannen
  2. Rustig en zwaar – Uil → bedachtzaam
  3. Druk en licht – Jong hondje → energiek, speels, vrolijk
  4. Druk en zwaar – Specht → intens, krachtig

2.1 Energie en taalgebruik

Deze energietoestanden zie je terug in de manier waarop leerlingen met elkaar spreken en in hoe jij leerlingen aanspreekt. Als een leerling zich op een ongepaste manier uitdrukt, stuur je dit bij. Ruwe taal zal bij de energietoestand Druk en zwaar,  eerder naar voren komen dan bij de energietoestand Rustig en licht.

Met het Model van klaslokaal met kelder en zolder maakt VOH duidelijk waarom je als docent de energietoestand Druk en zwaar beter kunt vermijden. Meer informatie hierover bij Observeren taalgebruik.

2.2 Basisenergietoestand

Iedereen heeft een basisenergietoestand. Als je niet bewust kiest voor een andere energietoestand, neig je naar je basisenergietoestand. Die basisenergie kan van persoon tot persoon verschillen. Waar de een meestal rustig is, is de ander gewoonlijk druk. Weer een ander verkeert meestal in een fantasiewereld of is juist heel speels.

2.3 Flexibiliteit met energie

Om de energie van een groep te kunnen beïnvloeden, is het belangrijk dat je zelf kunt schakelen tussen de vier genoemde emoties. Als je een klas tot rust wilt manen, zorg je er eerst voor dat je zelf rustig bent.

2.4 Openheid over emotie in het PO

Met een emotieladder nodig je leerlingen uit om openheid te geven over hun gevoel. Als je weet hoe iemand zich voelt, kun je makkelijker rekening met elkaar houden. Deze emotieladder is in het PO in gebruik. Deze hang je in de klas en iedere leerling heeft een persoonlijke knijper met naam. Bij binnenkomst hangt elke leerling een knijper bij het gevoel wat op dat moment bij hem of haar past. Dit hoeft verder niet besproken te worden, maar het kan je als leerkracht een aanwijzing geven wat er bij individuele leerlingen speelt. Daar kun je dan rekening mee houden. Als je deze emotieladder gaat gebruiken, maak dan deze afspraken met je leerlingen:

  • we praten niet zomaar over iemand,
  • je verplaatst alleen je eigen knijper.

Afbeelding 54: emotieladder

3. Model van een klaslokaal met kelder en zolder

In dit model combineert VOH twee modellen:

  1. Model met vier energietoestanden (hierboven)
  2. Het model Mateshouse.

In het oorspronkelijke model van het Mateshouse is sprake van een huiskamer met ladenkast, alarm en met zolder en kelder. In deze aangepaste versie van het Mateshouse plaatst VOH de energietoestanden van leerlingen in een klaslokaal.

Dit Model van een klaslokaal met zolder en kelder maakt duidelijk

  1. dat je in een klaslokaal vier groepen leerlingen hebt (bij elke leerling kun je een bijpassende afbeelding zoeken (eenhoorn, uil, hondje of specht) die het beste past bij deze leerling.
  2. Dat het belangrijk is dat jij als docent niet emotioneel reageert op ongewenst gedrag.

Afbeelding 25: klaslokaal met kelder en zolder

Iedereen in het klaslokaal kan wisselen tussen vier energietoestanden. In de praktijk heb je op een bepaald moment vier groepen leerlingen:

  1. Rustig en licht – Eenhoorn → creatief, ontspannen
  2. Rustig en zwaar – Uil → bedachtzaam
  3. Druk en licht – Jong hondje → energiek, speels, vrolijk
  4. Druk en zwaar – Specht → intens, krachtig

Kenmerken van het model klaslokaal met kelder en zolder

Dit model van een klaslokaal met kelder en zolder laat zien dat bij een goede les leerlingen zich kunnen concentreren. Als jij de emotie uil of eenhoorn toont, breng je daarmee de groep leerlingen die de emotie specht tonen snel tot rust.

  • In het klaslokaal zie je:
    – groepen leerlingen weergegeven als dieren
    – een ladekast
    – een alarm
    In het klaslokaal reguleer jij emotie, je past er voor op om boos te worden. Het lokaal bevindt zich op de begane grond. Leerlingen kunnen (met jouw toestemming) in en uit lopen.
  • De ladekast staat voor het geheugen en empathie.
  • Het alarm signaleert een conflict.
  • De zolder staat voor een toestand met teveel energie waar geheugen en empathie is verstoord (vechten/vluchten).
  • De kelder staat voor een toestand met te weinig energie waar geheugen en empathie is verstoord (verstarren/flauwvallen).

Voor een optimale les is het noodzakelijk dat iedereen zijn geheugen kan gebruiken. Als jij vermijdt boos te worden, stuur je leerlingen niet naar zolder of naar de kelder. Je leerlingen blijven dan de beschikking houden over hun geheugen.

Waarom zou je je emotie reguleren? In deze video zie je wat er met leerlingen gebeurt als hun docent boos is. Je ziet ook hoe je door bewust een stemming te tonen, je lessen kunt verbeteren.

3.1 Ladekast – Geheugen en empathie

Het klaslokaal staat voor een prettige omgeving waarbij iedereen zich op zijn gemak voelt. In het klaslokaal staat de ladekast voor geheugen en empathie. Als je je op je gemak voelt kun je:

  1. je geheugen op een goede manier gebruiken.
  2.  empathie opbrengen voor anderen.

3.2 Alarm

Bij een conflict gaat voor iedereen gaat het alarm af. Dat kan een conflict zijn tussen leerlingen maar dat kan ook ontstaan als jij boos of ruw op op een leerling reageert. Bij een conflict

  1. kom je in een toestand die je zolder kunt noemen.
  2. kom je in een toestand die je kelder kunt noemen.

In beide gevallen kun je je  geheugen niet goed gebruiken. Als jij ruw reageert, voelen leerlingen geen empathie voor jou en jij ook niet voor hen.

Afbeelding: twee opties

Stel dat het toch gebeurt dat jij wat betreft je energie naar zolder of de kelder gaat. Hoe kom je dan terug in het klaslokaal?

3.3 Van de zolder naar het klaslokaal

Hoe laat je energie los zodat je weer terug kunt naar het klaslokaal?

  • Rustig ademhalen
  • Mediteren
  • Muziek (rustgevende en kalmerende muziek en geluiden)

3.4 Van de kelder naar het klaslokaal

Hoe verhoog je je energie zodat je weer terug kan komen naar het klaslokaal?

  • Energizer
  • Beweging
  • Dansen en muziek

4. Emotie reguleren bij frontaal lesgeven en zelfstandig werken

Reguleer je emotie bij frontaal lesgeven

Als een leerling ongewenst gedrag vertoont, gebruik je de drie stappen: non-verbaal, verbaal en maatregel. Daarmee voorkom je dat je boos wordt (zie ‘Aansturen en Bijsturen‘)

Jij beïnvloedt de energietoestand van de groep door zelf de energietoestand te tonen die je van leerlingen verwacht. Leerlingen nemen dan jouw energietoestand over. Als de klas druk is, neem je hun energie niet over, je blijft rustig.

Reguleer je emotie bij zelfstandig werken

Jij blijft rustig tijdens zelfstandig werken zodat leerlingen in een rustige omgeving kunnen werken. Je:

  1. praat zacht en geeft daarmee het goede voorbeeld.
  2. praat alleen met een leerling als jullie vlak bij elkaar zijn. Loop als je iets tegen een leerling wilt zeggen naar de leerling toe.
  3. observeert.
  4. handelt op een zichtbare manier.
  5. beoordeelt of je iets op zijn beloop kan laten. Opvoeden is de kunst van het steeds meer loslaten.
  6. geeft een compliment met een gebaar: duim omhoog.
  7. lost een verstoring op eerst met lichaamstaal, dan met Tips en, indien nodig met een Brief over toekomstig gedrag.

5. Streng, vriendelijk of vriendelijk+duidelijk

  1. Strengheid (té duidelijk) kan voortkomen uit angst of  uit de behoefte om afstand te houden. Te streng zijn schept afstand.
  2. Altijd vriendelijk willen blijven (té vriendelijk) als je lesgeeft, kan er mee te maken hebben  dat je geen sturing durft te geven. Alleen vriendelijk zijn is onduidelijk.

VOH pleit er daarom voor om zowel vriendelijk als duidelijk te zijn.

Het advies van collega docenten: begin streng en laat dan langzaam de teugels vieren komt bij VOH terug in de ‘Oefenperiode‘. Zie raakvlakken Oefenperiode met bestaande onderwijspraktijk.

Lees voor een antwoord op deze vraag ook dit artikel

5.1 Vriendelijk én duidelijk aan- en bijsturen

In plaats van streng (té duidelijk), geef je vriendelijk en duidelijk je grens aan. Met ‘Aansturen en Bijsturen‘ voorkom je dat je wild omspringt met je emoties. De eerste twee stappen (zie ‘Aansturen‘) zijn een buffer waardoor je de maatregel (het laten schrijven van een brief) niet vaak neemt. Door rustig te blijven tijdens het bijsturen, door drie stappen steeds planmatig in dezelfde volgorde te nemen, behoud je een goede verstandhouding met je leerlingen en ben je consequent en consistent.
Bij een verstoring van de les  handel je als volgt:

  1. Je spreekt een leerling eerst aan met ‘Gebaren‘ (Non-verbaal aansturen). Helpt dat niet, dan geef je een positief geformuleerde Tip. Door zo te handelen, ga je niet mee met het negatieve gedrag van een leerling, je spiegelt de leerling niet.
  2. Je blijft rustig, je ademt rustig, je staat rechtop en beweegt langzaam.
  3. Je geeft complimenten als het goed gaat.
  4. Je blijft positief. Je leerlingen merken dat je verstoringen op een vriendelijke manier oplost.
  5. Het gecombineerde advies is: wees zowel vriendelijk als duidelijk. Dit is effectief en kost je weinig energie. Je gebruikt dan al je energie voor het lesgeven.

6. Voorbeelden

App om hartslag te meten

Meten is weten: Met je horloge met bijbehorende app, zie je hoe snel je hartslag is. Met dit meetinstrument zie je in hoeverre je tijdens het lesgeven in staat bent je emoties te reguleren en je hartslag onder controle te krijgen. Te vaak een snelle hartslag is uitputtend en zorgt ervoor dat je moe thuiskomt.

Energietoestanden omzetten vier muzikale varianten met dezelfde muzikale structuur – reageren op deze vier varianten.

Voor de muzikanten onder ons een vertaling van de vier emoties naar muzikale instructie om mee te improviseren:

Rustig + licht: Eenhoorn
Weinig tonen – langzaam tempo – alla breve b.v. 1,2,3,4 (om de tel een accent) – geen lage tonen – majeur  -zeer zacht (pp)

Rustig + zwaar: Uil
Rubato (los van de puls) of langzaam tempo –  weinig tonen  – alla breve b.v. 1,2,3,4 (om de tel een accent) – wel lage tonen -mineur – zacht (p).

Druk + licht: Hondje
In de maat – vlot tempo – veel tonen – elke tel een accent b.v. 1,2,3,4  – wel lage tonen – majeur – sterk (f)

Druk + zwaar: Specht
rubato (los van de puls)  of een vlot/virtuoos tempo – Veel tonen (elke tel een accent b.v. 1,2,3,4) – wel lage tonen – mineur -zeer sterk (ff).

Deze muzikale omzettingen zijn uitgewerkt in een app Moods waarmee je allerlei oefeningen kunt doen met dans, taal of muziek. Deelnemers reageren daarbij op de veranderende energietoestanden. programma’s waarbij je muziek van energie kan laten veranderen, zijn te vinden bij de website van Scratch onder de naam van Rapucation (zie naamswijziging naar VOH). Op de site van Scratch: https://scratch.mit.edu/ vul je bij het zoekvenster in:
rapucation.
Je kunt ook direct dit scratch programma openen waarmee je tussen verschillende emoties kunt wisselen. In dat ene programma zitten vier verschillende nummers verborgen.

Bekijk deze video waarin Wietske Tijssen vertelt hoe zij het cool down effect gebruikt om met haar leerlingen op de basisschool te starten na de pauze.

Wat is het verband tussen emotie en de manier waarop je praat? Bij dit rapnummer Cool down, (dwz een afname van energie) gebruikt een rapper zijn stem steeds op een rustigere manier.

Wat is het verband tussen tempo en ontspanning? Beluister het album Classic Slowdown van de Conductors Band op Spotify. Deze muziek is speciaal bedoeld om kinderen te helpen in slaap te vallen.

Citaten die aansluiten bij het reguleren van emotie:

Maar als je het onderscheid tussen spreken en geweld blijft maken, staan ​​er veel meer mogelijkheden voor je open: Ten eerste kun je de stoïcijnse reactie volgen en je vermogen ontwikkelen om onbewogen te blijven. Zoals Marcus Aurelius adviseerde: Kies ervoor om niet gekwetst te worden – en je zult je niet gekwetst voelen. Voel je niet gekwetst – en je bent niet gekwetst…….De stoïcijnen begrepen dat woorden niet direct stress veroorzaken; ze kunnen alleen stress en lijden teweegbrengen bij iemand die een gastspreker als schadelijk heeft geïnterpreteerd. Je kunt je gevechten zorgvuldig kiezen, je energie steken in het veranderen van beleid dat voor jou belangrijk is, en jezelf immuun maken voor trollen. ” Lukianoff (2018), Greg en Jonathan Haidt

Het probleem is niet wát er gebeurt, of welke tegenslag je ondervindt, maar hoe je daarmee omgaat” (Grondbeginsel van Stoïcisme).

Socrates heeft nagedacht over ‘Vormen van voortreffelijkheid’. Hij bespreekt daarbij het volgende:
Ook gevoelens van woede laten een teveel, een tekort en een midden toe. Deze houdingen hebben eigenlijk geen specifieke naam. Aangezien we de mens die het midden houdt bedaard noemen kunnen we het midden bedaardheid noemen. Wat de extremen betreft kunnen we hem die te ver gaat opvliegend noemen en zijn slechte eigenschap opvliegendheid, en degene die niet ver genoeg gaat gelaten en het tekort gelatenheid.” Socrates (1999), Ethica

Het lucht geven aan woede om die over te laten gaan, is even effectief als benzine gebruiken om een brand te blussen.’ Deze uitspraak is van Brad J. Bushman. Hij nam de proef op de som. Hij maakte niet minder dan 1600 proefpersonen kwaad. De helft kreeg meteen daarna een boksbal om de woede eruit te slaan. Ze werden zonder uitzondering nog kwader. Van boos gedrag word je alleen maar bozer, er gieren steeds meer hormonen door je lijf. Veel beter kun je iets anders gaan doen: aai je poes of tel tot tien. Tot honderd is nog beter. Daarna taal je niet meer naar de [boks]bal. Dekker (2006), Midas

Praktijkvoorbeeld

Workshop creatief schrijven
Leerlingen bereiden zich tijdens een workshop voor op het schrijven van een persoonlijke tekst. Zij noemen om de beurt een woord. De workshopleider noteert deze op het bord. Als zeven woorden zijn verzameld, volgt de opdracht: schrijf naar aanleiding van deze woorden een eigen tekst. Tijdens het schrijven klinkt new age muziek. Na enige tijd spreekt de docent die deze klas gewoonlijk lesgaf de workshopleider aan. Hij wijst op een tekst die een leerling zojuist heeft geschreven. De leerling leest de tekst voor en barst in tranen uit. Haar medeleerlingen troostten haar en als reactie moest iedereen huilen terwijl er nog niets was voorgelezen! Wat was er aan de hand? Bij het overdenken van deze situatie, kwam de gedachte op dat door de rust die ontstond door het draaien van de new age muziek en de open vraag om een eigen tekst te schrijven de leerlingen de kans kregen onbewuste (en in dit geval traumatische) herinneringen naar boven te halen. Na afloop van de les wilden alle leerlingen de workshopleider een hand geven. Een aantal leerlingen hadden het lokaal al verlaten, maar kwamen weer terug om hem opnieuw een hand te geven. Deze opdracht zorgde voor verbinding.

Praktijkvoorbeeld

Uitzondering boos worden: Een leerling grijpt een andere leerling bij de strot. De jongen loopt rood aan. Ik geef duidelijk aan dat hij daarmee op moest houden maar dat doet hij niet. Ik pak hem om zijn middel, sleur hem van de andere leerling af en smijt hem de gang op, doe de deur dicht en ga zitten. Ik zeg tegen de verbijsterde leerlingen: “De eerste 10 minuten zegt niemand iets.”
Na tien minuten is mijn ademhaling weer rustig. Ik loop naar de gang en vraag de jongen binnen te komen. Ik vertel hem dat hij in alle daaropvolgende lessen in de uiterste hoek zit. Dat heeft hij braaf gedaan. Met de klas en met de leiding heb ik hier niet meer over gesproken.”

7. Samenvatting

Het eerste model met vier energietoestanden beschrijft vier energietoestanden en toont deze als vier afbeeldingen van dieren (Eenhoorn, uil, hondje, specht). Het tweede model Klaslokaal met kelder en zolder laat zien hoe boosheid jezelf en anderen ontregelt. Bij boosheid ga je als reactie ofwel naar de kelder ofwel naar de zolder.

Als je boosheid weglaat, verlopen je lessen beter. Daarvoor is het noodzakelijk dat je kunt schakelen tussen de verschillende energietoestanden. Een stoïcijnse houding kan je daarbij helpen: Je kiest er dan voor om je niet direct gekwetst te voelen. Zo houd je regie over je reactie.

8. Credits

Darren Abrahams en Celina Souza
Tijdens een cursus in Ede genaamd Train the trainer van Musicians without Borders, gaf Darren Abrahams uitleg over Mates house. Bij het Mates house is sprake van een huiskamer, ladekast, alarm, kelder en zolder.
Zie: http://matesbrainregulationprogram.com/
Bij VOH is de huiskamer veranderd in klaslokaal met daarin vier typen leerlingen. Met deze theorie laat VOH zien waarom het belangrijk is als docent een vriendelijke houding aan te nemen.
José Caballero
José gebruikt voor een mentorles een PowerPoint met uitleg over temperament en karakter. De leer over temperamenten leidt tot het advies om niet-emotief, secundair en actief te handelen. De achtergrond van de leer over temperamenten en hoe te handelen zijn daarna toegevoegd aan deze pagina.
Door naar ‘Kennismaken en Samenwerken’

Inhoud Zelfstudie

  • Zelfstudie
  • Hoe word ik een Vriendelijke en Duidelijke Docent?
  • Stoppen met Boos worden
  • Orde Maken
  • 1. Vriendelijk
    • Inleiding: Vriendelijk
    • 1.1 Toon Gewenst Gedrag
    • 1.2 Geef Aanwijzingen met Lichaamstaal én met Taal
    • 1.3 Reguleer je Emotie
    • 1.4 Kennismaken en Samenwerken
  • 2. Duidelijk
    • Inleiding: Duidelijk
    • 2.1 Onderwijsdoelen
    • 2.2 Kader
    • 2.3 Verwachtingsmanagement
  • 3. Lesinhoud
    • Inleiding: Lesinhoud
    • 3.1 Docentgestuurd Onderwijs
    • 3.2 Leerlinggestuurd Onderwijs
      • 3.2.1 Praktijkvoorbeeld Leerlinggestuurd Muziekonderwijs
    • 3.3 Beoordeling
  • 4. Observeren
  • 5. Aansturen en Bijsturen
    • Inleiding: Aansturen en Bijsturen
    • 5.1 Aansturen
    • 5.2 Bijsturen
      • 5.2.1 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – PO
      • 5.2.2 Alternatieven voor Brief over Toekomstig Gedrag – VO
    • 5.3 Oefenperiode
    • 5.4 Telraam introduceren
    • 5.5 Handleiding Aansturen en Bijsturen
    • 5.6 Aansturen en Bijsturen: Instructievideo’s
  • 6. Orde Maken in de Praktijk
    • 6.1 Checklist voor Motivatiecoach
    • 6.2 Overzicht
    • 6.3 Gebruik Lichaamstaal
      • 6.3.1 Gebaren
    • 6.4 Schoolbreed Implementeren
    • 6.5 Teamtraining – Oefeningen en Informatie

Vriendelijk Orde Houden is een Algemeen Nut Beogende Instelling die zich inzet voor het onderwijs.

T 06-42045382
E info@vriendelijkordehouden.nl
www.vriendelijkordehouden.nl

In 2016 is de onderwijsmethode Vriendelijk Orde Houden gestart in Nederland. Vanaf 2023 is deze ook beschikbaar in het Engels als www.friendlyandfairteaching.com

Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde Scroll naar bovenzijde