1.4 Kennismaken en Samenwerken

Op deze pagina

  1. Kennismaken
    1.1 Persoonlijke verhalen – Johari venster
    1.2 Aandacht geven aan identiteit en achtergrond
    1.3 Vragen stellen over voorkennis en interesses
  2. Samenwerken
    2.1 Samenwerken bij frontaal lesgeven en tijdens zelfstandig werken
    2.2 Leerlingen geven elkaar bijles
    2.3 Samen – Zelf bepaald
    2.4 Samenwerking schoolbreed
    2.5 Feedback
  3. Groepsvorming
    3.1 Vooroordelen
    3.2 Samenwerking binnen een groep
    3.3 Van rol wisselen
    3.4 Sociaal kapitaal
  4. Rol van de docent
  5. Voorbeelden
  6. Samenvatting

Docent en leerlingen en ook leerlingen onderling maken bij verschillende werkvormen kennis met elkaar en versterken daarmee hun band.

Kennismaken vormt de basis van mijn lessen.

 Relatie voor prestatie: eerst verbinding, daarna leren.

Introductievideo

Voor meer informatie bekijk hier onze overige introductievideo’s.

Huidige aanpak:

Hoe besteed ik tot op heden aandacht aan kennismaken en samenwerken?

Toekomstige aanpak:

Hoe besteed ik in de toekomst aandacht aan kennismaken en samenwerken?

Inleiding

Kennismaken en Samenwerken‘ is één van de vier modules van de invalshoek ‘Vriendelijk’ van Vriendelijk Orde Houden (VOH).

afbeelding 7: Vriendelijk (Overzicht)

  1. Een leerling voelt zich pas thuis in een groep als er gelegenheid is om medeleerlingen en de docent te leren kennen (individu).
  2. Pas als een leerling zich thuis voelt is succesvolle samenwerking tussen leerlingen mogelijk (interactie).
  3. Jij bepaalt hoe je je lessen organiseert, hoe je de groep laat functioneren (systeem).
  4. Jouw rol/taak is dit proces aan te sturen (sturing).

Met deze module versterk je de band met je leerlingen en tussen leerlingen onderling. Daardoor ontstaat vertrouwen, betere samenwerking en een hechte groep.

1. Kennismaken

1.1 Persoonlijke verhalen – Johari venster

Johari venster: hulpmiddel bij kennismaken // Vriendelijk Orde Houden

Afbeelding 26: Johari venster

Door persoonlijke verhalen te delen, ontstaat vertrouwen en durven leerlingen zich kwetsbaarder op te stellen. Dit vergroot wederzijds begrip en verbinding.

1.2 Aandacht geven aan identiteit en achtergrond

Besteed aandacht aan de afkomst van je leerlingen. In je lessen kun je aandacht besteden aan verschillende culturen. Daarbij kun je leerlingen vragen naar persoonlijke ervaringen. Neem hun afkomst en identiteit serieus. Betrek rolmodellen uit verschillende culturen bij je lessen. Kennis van eigen cultuur is een voorwaarde voor het ontwikkelen van identiteit. Wederzijds begrip en een goede band ontstaan door kennis te nemen van elkaars cultuur.

1.3 Vragen stellen over voorkennis en interesses

  • Betrek de voorkennis van de leerlingen bij jouw lessen. Vraag  wat zij al weten en welke ervaringen zij hebben. Dit vergroot eigenaarschap en helpt talent zichtbaar te maken.
  • Vraag bij het afsluiten van een onderwerp: Wat heb je bij de lesstof gemist? Wat had je eigenlijk willen leren? De suggesties van leerlingen verwerk je in je nieuwe aanpak. Hiermee voorkom je dat je slordigheden en onvolledigheid in je lesstof steeds opnieuw aanbiedt.

2. Samenwerken

Als het ‘Kader‘ – Vriendelijk+ Duidelijk –  met de klas is besproken, en je stuurt gedrag aan of bij dat niet past bij het kader, zijn leerlingen beter in staat om samen te werken.

2.1 Samenwerken bij frontaal lesgeven en tijdens zelfstandig werken

Door onderscheid te maken wat betreft de manier van samenwerken bij frontaal lesgeven en tijdens zelfstandig werken, stel je leerlingen in staat om sociaal hun weg te vinden:

Samenwerken bij ‘Docentgestuurd Onderwijs‘.

Door zelf de groepsindeling te bepalen, voorkom je vaste groepjes. Leerlingen werken met verschillende klasgenoten en bouwen een breder netwerk op.

Samenwerken tijdens ‘Leerlinggestuurd Onderwijs

Tijdens zelfstandig werken bepalen leerlingen zelf met wie zij samenwerken. Zo kan een langdurige samenwerking ontstaan gebaseerd op vertrouwen en verantwoordelijkheid. De vrijheid om zelf iemand te mogen kiezen waarmee je samenwerkt, draagt bij aan het vinden van een eigen koers en aan het nemen van initiatief. Als leerlingen op een verantwoordelijke manier keuzes maken, beschikken ze na verloop van tijd over verschillende vormen van expertise.
Vraag een achterblijvende leerling door wie (van de leerlingen die al verder zijn) deze leerling geholpen wil worden. Ook dat is een moment van kennismaken. Zie hieronder Leerlingen geven elkaar bijles

2.2 Leerlingen geven elkaar bijles

Bij deze afbeelding:

  1. geeft de horizontale as geeft Slechte bedoelingen of Goede bedoelingen aan.
  2. geeft de verticale as Geen vertrouwen in eigen kunnen of Vertrouwen in eigen kunnen aan.

afbeelding 44: bedoelingen + eigen kunnen

Als je een snelle leerling zoekt om een achterblijvende leerling te helpen, zoek dan een leerling waarvan je de indruk hebt dat deze goede bedoelingen heeft en ook vertrouwen heeft in eigen kunnen. Dan is de hulp effectief. Leerlingen verdiepen dan hun eigen begrip en ontwikkelen inzicht in verschillende leerstijlen.

Het ‘Kader‘ (Vriendelijk + Duidelijk) vraagt van iedereen om goede bedoelingen te tonen. Door leerlingen aan te spreken op gedrag en inzet, kan iedereen zich concentreren en komen talenten tot bloei. Zonder ‘Kader‘ openbaren talenten zich ook in negatieve zin: het recht van de sterkste, wie heeft de macht? Wie heeft de grootste mond?
Het wel of niet kunnen samenwerken is afhankelijk van:

  1. een ‘Kader‘.
  2. het aanspreken van leerlingen op gedrag en inzet (Aansturen en Bijsturen).
  3. het durven vragen om samenwerking.

2.3 Samen – Zelf bepaald

De onderstaande afbeelding maakt duidelijk op welke manieren leerlingen eigenaarschap krijgen over hun eigen leerproces.

Bij deze afbeelding:

  1. geeft de horizontale as geeft anders bepaald of zelf bepaald aan.
  2. geeft de verticale as wel samenwerken of niet samenwerken aan.

afbeelding 33: betekenisvol onderwijs

Bij elk van de nu volgende combinaties is het belangrijk dat iedereen zich houdt aan het ‘Kader‘. Zo niet dan spreek je een leerling aan op gedrag en inzet.

Samen + Zelf bepaald

Leerlingen bepalen (een deel van) het onderwijsproces. Door samen te werken, versterken en verruimen leerlingen hun eigen expertise.

Los van elkaar + Zelf bepaald

Een leerling:

  1. werkt graag alleen.
  2. kiest een ongebruikelijk onderwerp.
  3. maakt een opdracht waarbij het de bedoeling is om er alleen te werken.

Samen + Anders bepaald

Gebruik dit bij oefeningen die volgen op uitleg tijdens frontaal lesgeven. Bij deze oefeningen bepaal je de groepssamenstelling zodat elke leerling een steeds grotere groep leerlingen leert kennen.

Los van elkaar + Anders bepaald

Hier voert de leerling een opdracht uit van jou. Dat kan zijn het afnemen van een toets of examen waarbij iedereen in stilte werkt. Als leerlingen te vaak op deze manier laat werken, krijgen achterblijvende leerlingen niet de kans een achterstand in te lopen.

2.4 Samenwerking schoolbreed

Met je collega’s laat je zien hoe waardevol samenwerking is door samen een project te starten. Dat kan zijn het  organiseren van voorstellingen, acties voor goede doelen, presentaties voor ouders, open dagen, ook oudere leerlingen die meehelpen bij een werkweek etc. Deze activiteiten bevorderen intrinsieke motivatie en zijn bij uitstek geschikt voor het stimuleren van samenwerking én voor het vervullen van verschillende rollen. Projectonderwijs verbindt en geeft leerlingen de kans om zich aan anderen te presenteren.

Meirieu geeft aan dat projectonderwijs voor leerlingen een geschikte vorm is voor het verkennen van hun vrijheid. Meirieu (2016), Philippe

2.5 Feedback

  1. Geef leerlingen de beschikking over een app waarmee zij samen de lesstof oefenen en zichzelf kunnen toetsen. b.v. Quizlet
  2. Vraag je leerlingen op zoek te gaan naar deskundigen die hen verder kunnen helpen.
  3. Vraag je leerlingen na afloop van een samenwerking te reflecteren op de manier waarop ze hebben samengewerkt: Wat was mijn rol bij de samenwerking? Hoe kan ik volgende keer nog beter functioneren in de groep?

3. Groepsvorming

Afbeeldingen Els ter Horst

Door regelmatig van groep te wisselen, leert iedereen elkaar kennen, nemen vooroordelen af en ontstaat een netwerk in de klas.

Door de samenstelling van groepen te beïnvloeden, doen leerlingen de volgende ervaringen op:

IK

Soms heb ik de leiding. Ik presenteer dan iets of leid een activiteit. Andere keren volg ik.

ZIJ

We werken in groepen van wisselende samenstelling en leren zo iedereen kennen. Zo voorkomen wij vaste groepjes.

WIJ

Als groep vormen wij een netwerk. Iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid.

3.1 Vooroordelen

Een sterke band binnen een groep kan gepaard gaan met negatieve gevoelens over degenen die niet bij de groep horen. Als docent is het mogelijk om deze gevoelens te verminderen of zelfs te laten verdwijnen. Dit blijkt uit het boek Blueprint van Nicolas A. Christakis. Dit boek gaat in op de relaties die mensen in het algemeen hebben. Christakis onderzoekt of wij genetisch bepaald zijn tot het maken van groepen. Het blijkt dat de mens van alle leeftijden al snel vooroordelen heeft ten aanzien van de eigen groep en vooroordelen over groepen daarbuiten. Het hebben van een gezamenlijke vijand versterkt de band binnen de eigen groep. Christakis onderzoekt dit mechanisme en stelt het ter discussie.

3.2 Samenwerking binnen een groep

Een reden (noodzaak) voor samenwerking kan zijn het hebben van een gezamenlijke tegenstander. Een vergelijkbaar mechanisme treedt op als een groep een gezamenlijk doel nastreeft waarmee de groep zich wil onderscheiden.
Voorbeeld
Docent Natuurkunde, Stephan Dinkgreve, maakte op het Pieter Nieuwland College op een positieve manier gebruik van de samenwerking binnen de groep. Hij vroeg de leerlingen naar het landelijk gemiddelde van het Natuurkunde eindexamen. Dat wisten de leerlingen wel, 6.3. Weten jullie ook het gemiddelde van het Pieter Nieuwland College? Nee, dat wisten ze niet, dat was 6.7. Daarop vroeg Stephan zijn leerlingen: “Wat dachten jullie ervan als wij voor jullie examen gaan voor de 7.0?”.  Daar stemden de leerlingen mee in en zij behaalden dit resultaat daadwerkelijk bij hun eindexamen (Zie afbeelding hierboven: We).

3.3 Van rol wisselen

Wanneer je lesgeeft, lijkt het vanzelfsprekend dat je de leiding neemt. Een groep leiden is echter een kunst die leerlingen ook onder de knie kunnen krijgen. Een goed moment hiervoor is nadat je iets hebt uitgelegd aan de hele klas. Geef daarna een korte opdracht waarbij leerlingen in kleine groepen werken met daarbij de instructie om van rol te wisselen (leiding nemen – volgen).

Tijdens zelfstandig werken zijn leerlingen vrij om wel of niet samen te werken. Als zij samenwerken verdelen zij bij complexere opdrachten de verschillende verantwoordelijkheden (rollen) binnen hun team. Bij zo’n complexe opdracht is het belangrijk dat zij tussentijds aan jou rapporteren.

Zie een video waarbij een leerling de leiding neemt.

3.4 Sociaal kapitaal

Een groep die goed samenwerkt beschikt over sociaal kapitaal: vertrouwen, steun en verbondenheid.

4. Rol van de docent

Je bespreekt met je leerlingen eerst een kader (Vriendelijk + duidelijk). Indien nodig stuur je leerlingen die zich niet houden aan het kader aan of bij (Aansturen en Bijsturen). Je geeft je leerlingen de gelegenheid met elkaar kennis te maken en als gevolg daarvan kunnen zij beter samenwerken.

Vraag leerlingen jouw manier van lesgeven en over jouw lesmateriaal te beoordelen. Met hun opmerkingen verbeter je je lessen. Lees meer bij beoordeling.

5. Voorbeelden

Voorbeelden kennismaken PO

  • Zeker in het Primair Onderwijs is een goede verstandhouding van groot belang. Wanneer de relatie tussen leerkracht en leerlingen goed is, valt er meer te bereiken. Je brengt veel tijd met elkaar door en je moet na een conflict vrijwel meteen weer met elkaar aan de slag. Daarom is het noodzakelijk om een conflict snel op te lossen.
  • Laat een leerling een activiteit voorbereiden en leiden.
  • Bij het introduceren van een nieuw thema/taak laat je je leerlingen het thema raden door vragen te stellen. Een spelregel daarbij is dat zij alleen vragen mogen stellen die de docent met ja of nee kan antwoorden.
  • Speeddaten/binnen-buiten kring. Laat leerlingen bijvoorbeeld en voorwerp meenemen van huis dat past bij de les/het thema. Maak twee rijen tegenover elkaar en geef elke leerling twee minuten de tijd zijn/haar overbuurman over het voorwerp te vertellen. Laat alle leerlingen een plaats doorschuiven. Herhaal de opdracht een aantal malen.
  • De leerlingen lopen rustig door de klas. Op een teken van de leerkracht vormen zij tweetallen en bespreken zij een opdracht waar zij eerder aan hebben gewerkt.
  • Voorbereiding: Maak een opdracht waarbij de leerlingen zelfstandig werken en geef iedere leerling drie kaarten met een vraagteken. Instructie voor de leerlingen: Als je een vraag hebt, bedenk dan wie van je medeleerlingen jou kan helpen. Met een vraagteken ga je naar de door jou uitgezochte klasgenoot en stel je vervolgens hem of haar een vraag over jouw probleem.
  • Op maandagochtend wordt in iedere basisschoolklas het weekend besproken. Dit is een uitgelezen kans om vaste patronen te doorbreken en een groter en sterker netwerk te creëren in de groep. Het ouderwetse kringgesprek heb ik daarom vervangen door de volgende vorm: door blind namenstokjes te trekken vorm ik iedere maandagochtend random tweetallen die drie minuten de tijd krijgen om elkaar te vertellen over hun weekend. Leerlingen die na tien seconden terugkomen omdat ze klaar zijn kun je uitdagen door ze verdiepingsvragen te leren stellen. Als de drie minuten voorbij zijn krijgen vier van de duo’s klassikaal de aandacht en vertellen ze twee leuke dingen die de ander het weekend heeft gedaan. Zo staat deze opdracht niet alleen in het teken van zenden en verbinden, maar ook van luisteren, onthouden én doorvragen.

Voorbeelden VO

  • Een voorbeeld van een kennismakingsoefening in een mentorles. Iedereen heeft verschillende kanten. In groepjes van 3 of 4 personen beschrijven leerlingen om de beurt vijf verschillende kanten van zichzelf. Vraag de groep goed naar elkaar te luisteren en vraag de leerlingen elkaar te laten uitpraten.
    • pink – Waar ben je klein in?
    • ringvinger – Waar ben je trouw aan?
    • middelvinger – Waar heb je een hekel aan?
    • wijsvinger – Waar wil je naar toe?
    • duim – Waar ben je goed in?

N.B. Vooral voor leerlingen die zich stoer presenteren is de ‘pink’ vraag een eyeopener. De wat minder zelfverzekerde leerlingen profiteren van de “duim”-vraag.

Een muziekles op het Pieter Nieuwland College om te laten zien aan docenten. Zo leuk is het om met een coöperatieve groep te werken.

Voorbeelden van kennismaken
0.17 Kennismaken aan het begin van de les door iedereen een hand te geven en door eventueel een praatje te maken
4.47 Bij het verlaten van de klas geeft de docent iedereen een hand en bedankt de leerlingen voor hun goede inzet.

Kohlberg’s meest invloedrijke uitkomst [van zijn onderzoek] was dat de kinderen met het grootste morele besef (volgens zijn scorings-methode) degenen waren die regelmatig de gelegenheid kregen voor rolwisseling – om zichzelf te verplaatsen in iemand anders en om van vanuit het perspectief van een ander te kijken naar een probleem.” Haidt (2012)

Meer voorbeelden van ‘Kennismaken en Samenwerken

6. Samenvatting

Kennismaken

Elke les geef je je leerlingen de ruimte om kennis te maken met elkaar, met jou, met de lesstof en via de lesstof met de wereld. Leerlingen:

  1. vertellen persoonlijke verhalen.
  2. vertellen over afkomst en identiteit
  3. benutten voorkennis.

Samenwerken

Door kennis te maken ontstaat verbinding en kunnen leerlingen beter samenwerken. Samenwerking is een belangrijk onderdeel van een positieve leeromgeving. Leerlingen:

  1. nemen verantwoordelijkheden op zich.
  2. ontwikkelen vaardigheden.
  3. wisselen van rol (leiden – volgen).

Groepsvorming

Door samen te werken, stemmen leerlingen hun activiteiten inhoudelijk en sociaal op elkaar af en verbeteren hun leerprestaties. Wie weet heb je nu de middelen in handen om van jouw klas een, sociale, ambitieuze en getalenteerde groep te maken!