1.4 Toon gewenst gedrag

De docent toont het gewenste gedrag dat staat beschreven in het Kader. Als de docent op de goede manier handelt, dan nemen de leerlingen dat vanzelf over.

De docent neemt het initiatief om zich te gedragen volgens het afgesproken Kader. De meeste leerlingen nemen het gedrag van de docent over en verinnerlijken het. Het goede voorbeeld van de docent helpt de leerlingen doorlopend om de uitgangspunten van het kader te vertalen naar concreet gewenst gedrag in al hun eigen situaties. Samen met de andere orde gevende aspecten maak je het voor hen zo vanzelfsprekend om gewenst gedrag dagelijks in praktijk te brengen.

Quotes

“Ik toon het gedrag dat in het kader staat beschreven: vriendelijk en duidelijk. Mijn leerlingen nemen mijn houding meestal over. Zo gaat meer aandacht naar de les en komt de lesstof duidelijk over het voetlicht.”

“Bapuji [Mathatma Ghandi, grootvader van Arun] had andere ideeën over opvoeden dan de meeste andere mensen. Hij was van mening dat kinderen meer leerden van het karakter en het voorbeeld van hun leraren dan uit boeken. Hij moest niets hebben van het aloude advies ‘doe wat ik zeg, niet wat ik doe’; hij was ervan overtuigd dat leraren het goede voorbeeld moeten geven als ze iets van hun leerlingen verlangen.” Arun Ghandi (2017)

  • Nu beantwoorden:
    Hoe toonde ik tot op heden gewenst gedrag?
  • Thuis beantwoorden:
    Hoe kan ik in de toekomst mijn voorbeeldfunctie verbeteren?

Introductievideo

Als je vriendelijk en duidelijk bent en blijft, ook als je bijstuurt, willen leerlingen graag met je samenwerken.

Voorbeelden

mindfulonderwijs.nl

Alle cursisten van de cursus Vriendelijk orde houden in de klas krijgen het boekje ‘Vrede kun je leren‘ geschreven door David van Reybrouck. In dit boekje staat mindfulness centraal. Een citaat uit dit boek:

“Wij zijn ervan overtuigd dat vrede geen woord is dat in het verleden thuishoort, geen aandoenlijk ideaal is uit de naoorlogse jaren of uit de vredesbeweging ten tijde van de Koude Oorlog, en evenmin een wereldvreemde, onbereikbare deugd; maar dat het om een vaardigheid gaat, of beter: om een levensstijl waarvoor we ons dagelijks moeten inzetten.”

Video ‘De ideale les’

Bekijk hieronder het filmpje van “de ideale les”. Niet alleen de docent stuurt de klas rustig en duidelijk aan, maar ook een leerling blijkt hiervoor talent te hebben. Bij 2:51 dirigeert een leerling de klas met een vriendelijke en duidelijke uitstraling én met jeugdig enthousiasme!

Samenhang met de overige onderwerpen

Toon gewenst gedrag is een zeer gelaagd onderwerp. De eerste laag is dat je dit geheel zelfstandig in al je dagelijkse interactie met de klas ten uitvoer kunt brengen. Dat zal zeker positief uitpakken. Je let op je taal (Let op taalgebruik) en je houding (Energieregulatie) en in zijn algemeenheid houd je je net als de leerlingen aan het Kader: vriendelijk én duidelijk (of andere verwoording van het kader). Dat is prettiger voor jouzelf, en bovendien beoog je daarmee dat de leerlingen jouw gedrag overnemen en zich ook zo opstellen. Als leerlingen druk zijn en jij blijft rustig, dan worden zij ook rustig.

Maximale duidelijkheid in vriendelijkheid

In de tweede laag zie je dat andere aspecten van Vriendelijk orde houden dit uitgangspunt ondersteunen: enerzijds maken zij het jou gemakkelijk om permanent in deze basishouding te blijven ‘wonen’ en anderzijds versterken zij de boodschap naar de leerlingen toe door op een vriendelijke manier maximale duidelijkheid te geven.

Compassie en bezieling

In de derde laag blijkt dat al die ondersteunende aspecten uiteindelijk ook pas goed werken als jij er “met de goede houding instaat”. Zij zijn bloedeloos en krachteloos als jij ze niet bezielt met jouw bewustzijn en intentie om vriendelijk en duidelijk te zijn. Gebarentaal is vlot, licht en krachtig, maar de duim omhoog met gerichte goedkeurende blik blijft wel het belangrijkste gebaar. En zo geldt dat voor alles, tot en met Orde houden met de Tijdrovende opdracht: als die gegeven wordt met compassie, vanuit de overtuiging en het besef dat je de leerling daarmee helpt, maakt dat alle verschil. Dit onderwerp wijst ons daarom het sterkst van alle op het belang van geestoefening (al dan niet met behulp van meditatie, contemplatie, mindfulness, ACT, The Work of een van de vele andere praktijken en methoden).

Wel of niet gewenst gedrag tonen

Wel gewenst gedrag tonen:

De verwachting is dat het overgrote deel van de leerlingen zich hierbij aansluit en jouw voorbeeldgedrag overneemt en verinnerlijkt. Als dat gebeurt strekt jouw invloed zich verder uit dan je leslokaal. Je goede voorbeeld is één van de manieren waarop je de ruis uit de les haalt, zoals ook het vroegtijdig bespreken en instellen van het Kader, de aandacht voor Kennismaken en je Verwachtingsmanagement. Daarmee heb je 95 procent van de leerlingen al met de neus de goede kant op. Dat maakt het veel gemakkelijker om je te richten op de resterende 5% om die ook aan boord te krijgen.

Dit frame kunnen we groter maken. Als de schoolleiding het goede voorbeeld geeft, is de kans groot dat het docententeam, en in het verlengde daarvan, de leerlingen dit voorbeeld overnemen. In dat geval komt ook het afgesproken Kader optimaal tot zijn recht.

Niet gewenst gedrag tonen:

  • als je vriendelijk maar niet duidelijk bent (dus toegeeflijk), lukt het niet om gedrag om te buigen.
  • als je duidelijk maar niet vriendelijk bent (dus streng), schaad je het vertrouwen tussen jou en de klas.

Lees meer bij (Energieregulatie)

Informatie bij het onderwerp Toon gewenst gedrag

Gewenst gedrag omvat méér dan de bewegingen van je lichaam. Voor de duidelijkheid: het aspect Toon gewenst gedrag omvat meer dan alleen de juiste houding, bewegingen, tempo, uitspraken en stemklank van je lichaam. Het omvat de manier waarop je omgaat met je fysieke omgeving (zie tip ‘Zorg voor een opgeruimd lokaal’), in de tijdlijn (ergens op tijd zijn, dingen op tijd afhebben) en je de schriftelijke uitingen (vriendelijke hoffelijke taal in je mails). Als het je lukt om in alle situaties gewenst gedrag te tonen, dan maak je jouw gedrag voor je leerlingen voorspelbaar en betrouwbaar.

Toon gewenst gedrag én heb een duidelijk doel voor ogen.

Als je weet wat je met jouw voorbeeldgedrag met de leerlingen wilt bereiken, dan is het eenvoudiger om te formuleren welk gedrag van jou als voorbeeldgedrag kan dienen. Formuleer daarom een onderwijsdoel en een werkwijze.

Een voorbeeld van een geformuleerd onderwijsdoel:

“In het onderwijs willen wij een veilige en vriendelijke leeromgeving creëren, zodat talenten tot hun recht komen en iedereen kan zijn wie hij is.” (Dit is het onderwijsdoel geformuleerd door de Stichting Rapucation: rapucation.eu)

Een voorbeeld van een geformuleerde werkwijze:

“Tijdens zelfstandig werken bied ik mijn leerlingen de kans om tegelijkertijd allemaal op een eigen manier constructief bezig te zijn. Daarnaast zoek ik steeds naar werkvormen waarbij mijn leerlingen succesvol kunnen samenwerken met kansen voor iedereen om de leiding te nemen.”

Nu is het mogelijk om met reden aan te geven hoe je het goede voorbeeld geeft:

“Ik geef op een rustige vriendelijke manier les om voor mijn leerlingen een veilige omgeving te creëren. Ik geef mijn leerlingen zeggenschap over (een deel van) hun eigen leerproces. Daarmee laat ik zien dat ik soms leiding aan mijn leerlingen durf over te laten. Daardoor neemt hun zelfvertrouwen toe. Door mijn leerlingen regelmatig de kans te geven om op een succesvolle manier samen te werken met daarbij voor iedereen de mogelijkheid om de leiding te nemen, ontstaat er binnen de groep eendracht, voelt iedereen zich veilig en verdwijnen gevoelens van onvermogen.”

Toon gewenst gedrag bij interventies

Interventies zijn verbale aanwijzingen, gebaren, tips (genoteerd!), tijdrovende opdrachten en in uiterste gevallen (situatieafhankelijk) het opschorten van de les en/of uit de klas sturen van een leerling. Deze interventies zet je op een duidelijke manier in zonder emotioneel uit balans te raken. Je blijft vriendelijk tijdens het aansturen en bijsturen. Als je weet dat je alle situaties aan kunt, omdat je een passend antwoord hebt, dan verdwijnt je eigen onrust en geef je vol vertrouwen les. Je leerlingen nemen dan jouw rust over en alle aandacht gaat naar de les.

Samenhang van Roos van Leary en Toon gewenst gedrag

Bekijk informatie op Wikipedia (‘Interpersoonlijk circumplex’) over de Roos van Leary. Als docent is de leidende rol de meest voor de hand liggende. Het kan echter zinvol zijn om in bepaalde omstandigheden een andere rol aan te nemen. De Roos van Leary omvat een waaier van gedrag (zie de tabel), waarbij elk gedrag een reactiegedrag oproept bij de ander, en andersom waarbij je tegenover elk gedrag een bepaald ander gedrag kunt stellen om effectief te zijn. Als je bijvoorbeeld een leerling bij een werkvorm de leiding geeft dan kan het juist nuttig zijn om zelf op dat moment een meewerkende houding te tonen. Ook kun je oefeningen verzinnen waarbij leerlingen experimenteren met de onderstaande gedragingen.

Een ander voorbeeld: een leerling toont uitdagende lichaamstaal. Je vraagt dan vriendelijk: “Ik zie dat er iets aan de hand is, wil jij mij iets vertellen?” Als je je ergert aan dit uitdagende gedrag en ingaat op de uitdaging, dan ontstaat er een machtsstrijd. Het komt er dus op neer dat het gewenste gedrag dat je toont, flexibel en situatieafhankelijk is. Het komt wel allemaal voort uit dezelfde bron – je betrokkenheid bij je leerlingen en je wens om hen een rijke leeromgeving te bieden – maar juist daarom kan de vorm, het aanzicht, uiteenlopen. Jouw leerlingen zullen meer letten op de intentie dan op de vorm en zullen die intentie overnemen.

Valkuil bij het overnemen van gedrag

Mensen zijn gewend om gedrag te spiegelen. Voor de rol van docent kan dat een ongewenst gevolg hebben: bij drukke klassen is de kans groot dat je de onrust van de klas overneemt. Je zult dan eerder geneigd zijn om leerlingen op een ruwe manier aan te spreken. Het gevaar daarvan is dat jouw machtsvertoon de behoefte schept aan tegenmacht. Dit kan snel ontaarden in een strijd om de macht.

Vermijd deze valkuil als volgt:

Als de klas te druk is, neem je als contrast bewust een rustige houding aan en ga je juist zachter praten. Het zelfvertrouwen om dat te kunnen doen haal je uit de wetenschap dat je efficiënt kunt aansturen en desnoods bijsturen. Zie Kader, Let op lichaamstaal, Gebruik lichaamstaal, Geef en administreer tips, Orde Houden.

Tips

  • Zorg voor een opgeruimd lokaal. Vraag je leerlingen om het lokaal altijd opgeruimd achter te laten. Als jij je er thuis voelt, geldt dat ook voor de leerlingen. Een opgeruimd lokaal nodigt de leerlingen uit om goed met de aanwezige spullen om te gaan.
  • Verneder leerlingen niet, want dan zal hun leven beheerst worden door wrok en wraakzucht.
  • Een leerling kan het al als vernederend ervaren als zijn of haar naam wordt genoemd. Voorkom dit door het gedrag eerst non-verbaal aan te sturen en pas daarna bij te sturen met een tip. Voor leerlingen is zo’n non-verbale aanwijzing duidelijk en ze zijn er tevreden over dat je hun naam niet noemt. Het noemen van hun naam kunnen ze als vernederend ervaren maar gek genoeg ook, als ze de les willen verstoren, als een compliment (‘Kijk mij eens stoer zijn, ik weet de docent op de kast te jagen‘). In beide gevallen werkt het noemen van een naam averechts.
  • Je bereikt als docent meer als je niet boos wordt. Boosheid voorkom je onder andere door eerst non-verbaal aanwijzingen te geven, en vervolgens tips te geven (in plaats van waarschuwingen). Indien nodig stuur je bij met een Tijdrovende opdracht. Dat doe je met mededogen: “Vervelend voor je, maar ik moet je nu helaas deze opdracht geven.”
  • Vermijd het om onrustig gedrag van de klas te beantwoorden met strengheid. Met strengheid toon je je ergernis over hun gedrag. Daarmee laat je de leerlingen zien dat je emotioneel te beïnvloeden bent. Dat maakt je kwetsbaar. Als leerlingen jouw ergernis opwekken, leiden zij de aandacht af van de les en dat is voor sommige leerlingen een interessante optie. Dit spel stopt als jij vriendelijk en duidelijk bent en blijft. Dat lukt doordat je beschikt over de bovengenoemde instrumenten van Vriendelijk orde houden om aan en bij te sturen. Samen vormen deze instrumenten het interventiepalet.
  • Verandering ontstaat niet zomaar. Als jij jouw eigen gedrag en houding wilt veranderen, kan het nuttig zijn om af en toe een spiegel voor gehouden te krijgen. Zeker in het primair onderwijs kan je hierbij de hulp van leerlingen vragen. Bijvoorbeeld door eens in de zoveel tijd 1 leerling te vragen om op door jou benoemd gedrag te letten en hier na de les feedback over te geven. Werk je met een beloningssysteem, zoals bijvoorbeeld ClassDojo, dan kan je jezelf hier ook tussen zetten. Wanneer jij op het gedrag van de leerlingen reflecteert, kan je hen ook vragen op jouw gedrag te reflecteren. Naast de waardevolle feedback die je krijgt, geef je hiermee ook het signaal dat je de leerlingen serieus neemt en je met elkaar verantwoordelijk bent voor de sfeer in de klas. In de handleiding die je krijgt bij de cursus staat een aantal vragen die je zelf kunt beantwoorden én die je door de leerlingen kunt laten beantwoorden.

Voorbeelden van Toon gewenst gedrag:
0.17 De docent in deze film maakt kennis met de leerlingen door ze aan het begin van de les allemaal een hand te geven en door eventueel een praatje te maken.
2.00 De docent maakt bij het wisselen van werkvorm een gebaar dat betekent “iedereen aandacht graag”. Dat zorgt er voor dat leerlingen aandacht hebben voor de verbale boodschap van de docent: “Wil iedereen alles opruimen en in de kring gaan zitten?” Het wisselen van werkvorm gaat daardoor snel.
2.51 Een leerling neemt op een vriendelijke en duidelijk manier de leiding.
4.47 Bij bij het verlaten van het lokaal geeft de docent iedereen een hand en bedankt ze voor hun goede inzet.

Stephanie: “Ik dacht ik streng moest zijn voor drukke klassen, een soort terror-juf. Dat is niet nodig als ik maar duidelijk en natuurlijk vriendelijk ben.”

2.58 Een docent aan het woord: “Wat ik geef, krijg ik terug. Ik word vaker begroet, ik krijg vaker complimenten en leerlingen staan, als ik ze aanspreek, veel meer open voor een gesprek.”